De Veertigdagentijd of Lijdenstijd in aanloop naar Pasen
is voor christenen de periode die in het teken staat van
soberheid, inkeer en bezinning op je eigen christenzijn.
Christenen geloven dat ieder mens geschapen is
naar Gods beeld en leven in alle volheid verdient.
Tragisch genoeg leven we in een wereld van
gebroken relaties waar onrecht, ongelijkheid, corruptie
en rampen miljoenen mensen van hun toekomst beroven.
Een christen wordt opgeroepen
om de onvoorwaardelijke liefde van Christus weerspiegelen
door hun leven, hun daden en woorden.
Het geven van hoop, herstel en vernieuwing voor de wereld
zijn daar een onderdeel van.
Ontwikkelingshulp in allerlei vorm is daar ook uiting van.
Hieraan moest ik denken toen hoorde over het onderstaande.

Want in veel landen worden de gelden voor ontwikkelingshulp drastisch verlaagd.
Niet alleen in Nederland, maar bijvoorbeeld ook in het Verenigd Koninkrijk
en wie weet niet van de aankondiging in de Verenigde Staten
om het budget van USAID
– dat internationaal veel hulp overeind houdt –
zeer drastisch te verlagen.
In het Verenigd Koninkrijk heeft de afkondiging
tot verlaging van het budget op ontwikkelingshulp
zelfs geleid tot het aftreden van de minister
voor Internationale Ontwikkeling Anneliese Dodds.
Ze schreef in haar ontslagbrief:

Uiteindelijk zullen deze bezuinigingen voedsel en gezondheidszorg wegnemen
van kwetsbare mensen.

De forse vermindering van ons internationale hulpbudget
brengt inderdaad levens in gevaar over de hele wereld.
De stap ondermijnt echter ook de eigen nationale veiligheid.
Een sterke aanwezigheid op het wereldtoneel
komt niet primair tot stand door militaire kracht,
maar juist door diplomatie en gerichte ontwikkelingsfinanciering.

Dodds:

In de rest van de wereld is het teleurstellend dat we waarschijnlijk
het internationale ontwikkelingsbudget gaan plunderen,
omdat de invloed van het Verenigd Koninkrijk in de wereld
vaak voortkomt uit een combinatie van onze harde macht en onze zachte macht,
onze diplomatie en onze ontwikkelingsfondsen.

Zo zien we ook in Nederland dat minister Klever
van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
projecten stopt op het gebied van vrouwenrechten, gendergelijkheid,
beroepsonderwijs en hoger onderwijs, sport en cultuur.
En ook op hulp op het gebied van klimaat, maatschappelijk middenveld
en multilaterale samenwerking wordt flink bezuinigd.
Onder dat laatste valt bijvoorbeeld Unicef;
de VN-kinderrechtenorganisatie wordt door Klever met 50 procent gekort.

Internationale hulp is bewezen
een van de meest effectieve manieren
om welvaart en vrede te creëren.
Het is een strategische investering
in nationale en internationale veiligheid,
en is ook aantoonbaar
nuttiger en kosteneffectiever
dan militaire defensie-uitgaven.

Het verlagen van hulpbudgetten kan op korte termijn geld vrijmaken,
maar in werkelijkheid verzwakt het de invloed van de donorlanden,
ondermijnt het de wereldwijde stabiliteit
en vergroot het de veiligheidsrisico’s.
Het is niet alleen een valse zuinigheid,
maar ook een potentieel gevaarlijke
en contraproductieve beleidswijziging.

Hier zijn tien redenen waarom internationale hulp
zo’n cruciale investering in veiligheid is:

1. Het aanpakken van de grondoorzaken vermindert terrorisme.

Buitenlandse hulp helpt vrede te bevorderen,
armoede te verminderen en ontwikkeling te ondersteunen
in de meest kwetsbare regio’s.
Wanneer landen stabiel zijn,
is de kans kleiner dat ze in chaos vervallen
of broedplaatsen worden voor terrorisme en extremisme.
Door Nederland gefinancierde onderwijsinitiatieven
hebben meer dan 1,5 miljoen gemarginaliseerde meisjes onderwijs geboden,
waardoor de kwetsbaarheid van jongeren
voor extremistische rekrutering is verminderd.
Door de aantrekkingskracht van radicalisering te verminderen,
heeft deze investering bijgedragen
aan het verlagen van de langetermijndreiging van terrorisme
tegen Nederlandse burgers in binnen- en buitenland.

2. Investeren in wereldwijde gezondheid vermindert pandemierisico’s.

Virussen houden zich niet aan grenzen.
Financiering voor de ebola-respons
heeft geholpen wereldwijde uitbraken te voorkomen,
waardoor het risico op dodelijke ziekten
die zich naar Nederland verspreiden, is verminderd.
Op dezelfde manier is door te investeren in vaccinaties
tegen nieuwe stammen van Covid over de hele wereld,
is de eigen pandemieparaatheid versterkt
en de volksgezondheid in eigen land beschermd.

3. Sterkere relaties tussen landen verminderen conflicten.

Steun aan en hulp bij het trainen van politie en overheidsfunctionarissen,
versterkte de diplomatieke banden op de lange termijn
en voorkwam een terugkeer naar instabiliteit
die zich mogelijk over het hele continent had verspreid.
Dit heeft ook geholpen Nederland te positioneren
als een vertrouwde diplomatieke partner,
wat heeft geleid tot handelsovereenkomsten
en politieke allianties die de wereldwijde belangen
van Nederland ten goede komen.

4. Ondersteuning van stabiliteit vermindert gedwongen migratie.

Het wordt nu erkend dat het bouwen van ankers, en niet muren,
de beste strategie is om migratie in te dammen.
Het ontwikkelingshulpprogramma
heeft economische en sociale steun geboden
in landen als Syrië, Libanon en Afghanistan,
waardoor gedwongen ontheemding werd verminderd
en de druk op de Nederlandse grensbeveiliging werd verlaagd.
Door regio’s te stabiliseren die door conflicten zijn getroffen,
is ook Nederland in staat geweest
illegale migratie en de bijbehorende kosten
van grenshandhaving, asielverwerking en noodhuisvesting
te verminderen.

5. Het bevorderen van duurzaamheid
vermindert de schaarste aan hulpbronnen
als gevolg van klimaatverandering.

Ondersteuning van duurzame landbouw- en schone energieprojecten
in Afrika en Azië, waardoor de concurrentie
om afnemende hulpbronnen wordt verminderd
en klimaatgerelateerde conflicten worden voorkomen
die hebben bijgedragen aan het turbulenter maken van de wereld.
Dit heeft niet alleen de wereldwijde stabiliteit verbeterd,
maar ook kansen gecreëerd voor Nederlandse bedrijven
in de sectoren groene energie en duurzame ontwikkeling.

6. Veerkracht opbouwen vermindert internationale criminaliteit en instabiliteit.

Financiering is bijvoorbeeld instrumenteel geweest
bij het stabiliseren van landen,
door hun bestuur te verbeteren,
wetshandhaving op te leiden en criminaliteit en piraterij te verminderen
die niet alleen de internationale scheepvaart
maar ook het toerisme bedreigen.
Als gevolg hiervan hebben Nederlandse rederijen en toeristen
die in de regio reizen minder veiligheidsrisico’s ondervonden,
wat het vertrouwen in door het Nederland
geleide handel en reizen heeft vergroot.

7. Hongersnood en ondervoeding voorkomen vermindert politieke instabiliteit.

Financiering van projecten heeft geholpen
voedselcrises in Oost-Afrika te voorkomen,
waardoor de kans op massale migratie
en conflicten over hulpbronnen is verminderd.
Zonder die investering zou ook Nederland
waarschijnlijk veel meer hebben uitgegeven
aan humanitaire noodhulp en crisismanagement,
wat de kosteneffectiviteit van preventieve hulp aantoont.

8. Sterkere economieën in het buitenland opbouwen creëert kansen.

Handelsgerichte hulp heeft Afrikaanse landen geholpen
stabiele economieën te ontwikkelen,
waardoor handelsmogelijkheden voor Nederland zijn gecreëerd
en de afhankelijkheid van fragiele staten is verminderd.
Sterkere economieën in partnerlanden
betekenen een grotere vraag naar Nederlandse export,
wat ook ten goede komt aan Nederlandse bedrijven en werkgelegenheid.

9. Humanitaire hulp versterkt de wereldwijde invloed van een land.

Het ondersteunen van humanitaire hulp
is belangrijk om de positie van Nederland
als wereldwijde humanitaire leider te versterken
en heeft geleid tot een soft power-voordeel op het wereldtoneel.
Deze goodwill heeft geleid tot sterkere diplomatieke relaties
met belangrijke bondgenoten,
wat de Nederlandse belangen op het gebied
van handel, veiligheid en regionale stabiliteit ondersteunt.

10. Rampenbestrijding bouwt goodwill en strategische partnerschappen op.

Na de aardbeving in Haïti in 2010 heeft Nederland noodhulp verstrekt,
wat de banden met Caribische landen heeft versterkt
en het wereldwijde leiderschap van Nederland
op het gebied van crisisbestrijding heeft laten zien.
Deze inspanningen hebben de rol van Nederland
als betrouwbare partner in tijden van crisis versterkt,
wat heeft geleid tot nauwere
economische en diplomatieke relaties
met landen in het Caribisch gebied.

Kortom:
Als het Westen de hulpfinanciering opzegt,
ontstaat er een zeer significant vacuüm
waarin andere landen zullen stappen.
Rusland heeft bijvoorbeeld al Wagner-huurlingen gestuurd
om te patrouilleren
in de Centraal-Afrikaanse Republiek en Mali.
Dit is niet alleen slecht voor de burgers van die gebieden,
maar ook vanuit het perspectief
van de nationale veiligheid van Nederland.
Het zou buitengewoon zorgwekkend zijn
als Rusland in staat zou zijn
om een brede basis van invloed
en soft power op te bouwen in het mondiale Zuiden.

Met een steeds kwetsbaardere wereld
is dit het instrument dat op dit moment het meest nuttig is
voor de nationale veiligheid internationale hulp.
De toename van conflicten, migratie,
terrorisme en andere vooroorlogse omstandigheden
is direct te wijten aan de impact van armoede
– die nu 44 procent van de wereldbevolking treft, concentratie van rijkdom –
die de kans op financiële crises vergroot, verzwakte handelsroutes
– bijvoorbeeld vanwege de oorlog in Oekraïne en het Midden-Oosten,
en nieuwe handelspolitiek in de VS, en klimaatverandering –
die al die spanningen verergert.
Als Nederland in deze turbulente tijden
een effectieve verdedigingsstrategie wil,
moeten we heroverwegen om onze internationale hulpverplichtingen te verdubbelen,
en ze niet op te geven.

De Veertigdagentijd.
Als christen staat deze periode in het teken
van bezinning op je eigen christenzijn.
Ze staat in het teken van mededogen,
liefde en barmhartigheid delen
en bereid zijn om samen te werken
om het leven van mensen te veranderen.
Hulp aan een medemens is,
die ook geschapen is naar Gods beeld.
Wederkerigheid in ontwikkelingshulp
vindt zijn basis in de ontvankelijkheid
die wij leren van de liefde.
Concreet betekent dit dat wij, gevers,
allereerst zelf leren,
namelijk leren te ontvangen in het geven.
Alleen dan is er werkelijk sprake van wederkerigheid.
Een les in deze Veertigdagentijd.

 

Ergens in een kloostertuin in het Atlasgebergte in Algerije
liggen zeven eenvoudige grafstenen naast elkaar.
Ze horen bij evenzovele vermoorde monniken.
Onder hen de abt: frère Christian de Chergé.
Het verhaal achter deze grafstenen wordt gevangen
in de film ‘Des hommes et des dieux’ uit 2010.
Frère Christian en zijn zes medebroeders
bewonen een klooster in Algerije.
Christian was aanvankelijk Frans officier.
Hij werd vrienden met de Algerijnse politieagent Mohammed.
Mohammed was moslim, Christian christen.
Het stond hun vriendschap niet in de weg.
Maar anderen rond Mohammed hadden hier grote moeite mee.
Christian was voor hen een vijand: Fransman, militair en christen.
Op een dag werd Christian ingesloten door moslimfundamentalisten.
Hij vreesde voor zijn leven.
Maar Mohammed sprong er tussen en redde zo Christians leven.

Een paar dagen later werd Mohammed gevonden
bij de put achter z’n huis: gewurgd.
Zijn vriendschap met Christian en zijn reddingdaad kostten hem zijn leven.
Dit bepaalde Christians verdere leven:
iemand had létterlijk zijn leven voor hem overgehad.
Dat deed hem zoveel dat hij besloot in te treden in het klooster,
om zich te wijden aan God en de mensen.
In zijn denken en geloven werd een bepaald begrip belangrijk:
het martelaarschap van de liefde.
Dat had hij van zijn vriend Mohammed geleerd:
de liefde is bereid om te lijden omwille van de ander.
Zelfs voor de vijand.

Toen een tijd later een stel moslimfundamentalisten
de omgeving onveilig maakte, kwamen ze ook bij het klooster.
Hun leider eiste drie dingen:
de dokter van het klooster, medicijnen en geld.
Christian weigerde.
Hij schreef later:
‘Niet alleen omdat ik mijn broeders hoeder ben,
maar ook omdat ik deze broer moest hoeden,
die voor me stond,
die het nodig had om iets te ontdekken in hemzelf,
dat anders was dan wie hij geworden was (…)
ik wil niet sterven met haat, ik geloof in God, die onze Vader is.
Ik geloof in genade, voor jou en mij.’
Zo wilde Christian getuige zijn.

Maar de spanningen lopen op.
Het wordt steeds gevaarlijker en angstiger.
Op een dag zijn de kloosterlingen bijeen in de kapel om te bidden.
Ineens horen ze het geluid van een naderende gevechtshelikopter.
De helikopter richt z’n boordmitrailleur op de kapel.
Christian begint te zingen,
de broeders slaan de armen om elkaars schouder.
En tegen die herrie boven hen, tegen het dreigend geweld in, zingen ze.

Ik vind het een prachtig beeld voor ons als kerk, als gelovige.
Om tegen alles in, tegen de dreiging, de terreur, de haat,
de onverschilligheid, de lauwheid, de crisis,
de oorlog, de verdeeldheid.
Om tegen dat alles te zingen.
En moed te houden. Te blijven hopen.
Vanwege Hem, die is en die was.
Die gekomen is en komen zal.

 

Het verhaal van Jezus’ lijden en uiteindelijke dood aan het kruis,
is geen punt.
Het is een komma.
Want het verhaal gaat door.
Zo zou je het verhaal van Pasen kunnen samenvatten.
Het woord zelf, betekent zoveel als doortocht, voorbijgaan.
Geen punt, maar een komma.
Het leven gaat door.
Het leven van Jezus gaat door.
Het contact is niet verbroken,
ook al is het lijntje dat wij daarmee onderhouden
misschien wel dun geworden,
of ben je het soms even kwijtgeraakt,
dat kan.
Maar Pasen vieren, is toch steeds ook weer
van ons uit bezien, de draad oppakken.
Weer gaan staan in het licht van dat verhaal,
het verhaal van Jezus,
waarin jij zelf ook betrokken bent, hoe dan ook.

Het verhaal van bevrijding gaat door.
Zo vieren wij Pasen,
het oude verhaal, dat telkens actueel is.
Omdat het gaat over lijden en dood,
en dat is van alle tijden.
Omdat het gaat over het offer van de liefde, die alles overwint.
De liefde die van elke punt, een komma kan maken.
Het verhaal gaat door.
Het leven van Jezus is niet voorbij.
Hij leeft verder, in ons verhaal,
in daden van bevrijding.
Hij zelf trekt ons in het licht en neemt ons mee op die weg.

Pasen daagt ons uit, ten slotte,
om na te gaan,
waar in ons eigen leven,
punten in komma’s kunnen worden veranderd.
De kracht van Pasen is toch,
om onwrikbare situaties open te breken,
om ons uit onze stellingen te halen,
waarin we onszelf hebben teruggetrokken,
in eigen gelijk of in verongelijktheid.
Het kan altijd anders.
Midden in het leven van alledag,
terwijl je je misschien wel eens afvraagt
of het nou wel zoveel verschil maakt
dat Jezus uit de dood is opgestaan.
Natuurlijk maakt dat verschil!
Want omdat Hij leeft,
sta je er niet alleen voor.
Hij leeft,
Hij is erbij.
En Hij spreekt. Woorden van leven.
Maar dan moet je wel zelf ook op staan,
in beweging komen,
meegaan in de beweging van bevrijding en van leven,
die Jezus zelf heeft ingezet.
Wat wij moeten doen is onze oren spitsen.
Luisteren naar Zijn stem.
En het dan ook wágen met Hem.
Dan zál Hij je ook zegenen,
vast en zeker.

O vlam van Pasen, steek ons aan,
de Heer is waarlijk opgestaan!

Still uit besproken film: Dylan en Báez op het podium

 

Laatst zag ik de de biopic A Complete Unknown
die begint met de aankomst van Bob Dylan in New York
en eindigt met zijn optreden op het Newport Folk Festival in 1965.
Dylan begint de film als een volkomen onbekende,
aangezien hij arriveert zonder achtergrondverhaal om te delen
of, als hij dat wel heeft, een verhaal dat hij zelf heeft bedacht.
En hij eindigt de film ook als een volkomen onbekende,
omdat hij consequent alle hokjes of etiketten weigert
waarin anderen hem willen opsluiten.

Dit aspect van Dylans leven en carrière
kenmerkte ook veel van de eerdere biopics over hem,
zoals I’m Not There uit 2007.
Daarin zijn zes verschillende versies van Dylan te zien:
als dichter, wedergeboren christen, outlaw, acteur,
folkzanger en troubadour.
Suze Rotolo, die evenals Joan Báez, zijn vriendin was
gedurende een groot deel van de tijd
die in A Complete Unknown wordt behandeld,
beschreef de manier waarop hij in die tijd
invloeden absorbeerde als een spons:

Hij had een ongelooflijk vermogen om te zien en alles op te zuigen,
daar zat zijn genie in.
Het vermogen om alles wat rondvliegt te creëren.
Om het te synthetiseren.
Om het in woorden en muziek te vatten.’

Door je te richten op dit aspect van Dylans leven en praktijk,
kun je zijn opvoeding echter minimaliseren
en ook een misleidend gevoel creëren
van briljante maar volledig losstaande fasen
– in feite een reeks afwijzingen –
die zijn carrière hebben gekenmerkt.
Er zijn enkele belangrijke elementen
van Dylans leven en ideeën
die over het hoofd worden gezien,
worden onderschat of simpelweg verloren gaan
als gevolg daarvan.
Veel hiervan hebben te maken
met de specifieke uiting van spiritualiteit
die zijn werk vanaf het begin heeft beïnvloed.

Bob Dylan werd geboren als Robert Allen Zimmerman in Duluth, Minnesota, op 24 mei 1941.
Hij bracht het grootste deel van zijn jeugd,
inclusief zijn jaren op de middelbare school,
door in Hibbing, ongeveer 60 mijl ten noordwesten van Duluth.
Zijn vader en moeder, Abram en Beatie,
wiens ouders immigranten waren uit Oost-Europa,
stuurden hem en zijn jongere broer David
naar de plaatselijke synagoge voor hun Joodse opvoeding,
wat uitmondde in hun Bar Mitswa op 13-jarige leeftijd.

Als gevolg hiervan zijn Dylans liedjes
vanaf het begin van zijn carrière doordrenkt
met de zinnen en beelden uit de (Joodse) Bijbel;
Of het nu gaat om de verwijzingen
naar Judas in Masters of War
en With God on Our Side
of het citeren van Jezus
in the first one now will later be last (The Times They Are A-Changin’)
of de verhalen uit het Oude Testament
die aan het einde van When the Ship Comes in voorkomen,
waar je ook kijkt in Dylans teksten, de invloed van de Bijbel is duidelijk.

Volg die gedachte op met een andere
die de prevalentie van apocalyptische beelden
(zoals stormen, orkanen)
en gebeurtenissen opmerkt
(The hour when the ship comes in,
het moment wanneer The Times They Are A-Changin
of de nacht wanneer de Chimes of Freedom luidt, bijvoorbeeld).
Denk dan eens na over waar beelden van apocalyptische gebeurtenissen
in de westerse verbeelding voornamelijk vandaan komen
en je komt weer terug bij de Bijbel,
en met name de boeken Daniël en Openbaring.
Dat is natuurlijk wat Dylan zelf deed
na zijn wedergeboorte-ervaringen
eind jaren 70 en begin jaren 80,
maar de Bijbel was altijd de oorspronkelijke voedingsbodem
voor zijn beelden en ideeën.

Kijk dan eens goed naar een van zijn meest apocalyptische vroege nummers
A Hard Rain’s A-Gonna Fall –
en je ziet een manifest waar hij zich zijn hele carrière
aan heeft gehouden
en dat zijn werk in elk decennium
en elke verandering van richting
in zijn lange carrière belicht.
Het centrale personage in A Hard Rain’s A-Gonna Fall
verbindt zich ertoe om door een apocalyptische wereld te lopen
om te vertellen en denken en spreken en ademen en reflecteren wat hij ziet,
zodat alle zielen het ook kunnen zien.
In een veel later manifestlied – Ain’t Talkin’ – verwoordt hij het als volgt:

Ain’t talkin’, just walkin’

Through this weary world of woe …

Heart burnin’, still yearnin’

In the last outback, at the world’s end

Gedurende Dylans carrière
schrijft hij liedjes over mensen
die door het leven reizen in het aangezicht
van apocalyptische stormen
op zoek naar een vorm van verlichting
of verlossing of toegang tot de hemel.
Dus wat we in het beste werk van Dylan hebben,
is een hedendaagse pelgrim,
Dante of Rimbaud op een meelevende reis,
ondernomen in het oog van de apocalyps,
om samen met de verdoemden
in het hart van de duisternis te staan
die de cultuur van de twintigste eeuw
(en later de eenentwintigste eeuw) is.

Het staat er eigenlijk allemaal in het begin in het lied
dat hij schreef voor
en zong voor zijn held Woody Guthrie:

I’m out here a thousand miles from my home

Walkin’ a road other men have gone down

I’m seein’ your world of people and things

Your paupers and peasants and princes and kings

Hey, hey, Woody Guthrie, I wrote you a song

’Bout a funny ol’ world that’s a-comin’ along

Seems sick an’ it’s hungry, it’s tired an’ it’s torn

It looks like it’s a-dyin’ an’ it’s hardly been born

(“Song to Woody”)

Dylans liederen hebben vanaf dat moment vastgelegd
waar zijn pelgrimstocht
in het oog van de apocalyps
hem naartoe heeft gebracht;
vaak met beelden van stormen die zijn pad verlichtten.
Hij heeft de paden van politiek protest, stedelijk surrealisme,
plattelandstevredenheid, bekering tot het evangelie
en wereldmoeie blues bewandeld.
Tijdens zijn reis zag hij: zeven windvlagen waaien rond de deur van de hut
waar slachtoffers wanhoopten (Ballad of Hollis Brown);
bliksemflitsen voor degenen die verward,
beschuldigd en misbruikt zijn (Chimes of Freedom);
Desolation Road inspecteren;
de waarheid spreken met een dief
terwijl de wind begon te huilen (All Along the Watchtower);
beschutting zoeken bij een naamloze vrouw
tegen de apocalyptische storm (Shelter from the Storm);
de idiote wind door de knopen van zijn jas voelen waaien,
zichzelf herkennen als een idioot
en medelijden hebben (Idiot Wind);
een pad naar de sterren vinden
en niet geloven dat hij het had overleefd
(Where Are You Tonight? Journey Through Deep Heat);
met de langzame trein om de bocht rijden (Slow Train);
de stad uitrijden in de aanhoudende regen vanwege geloof (I Believe in You);
de oude voetstappen horen
die zich bij hem op zijn pad voegen (Every Grain of Sand);
voelde de Caribische winden,
die het verlangen aanwakkerden
en hem dichter bij het vuur brachten (Caribbean Wind);
verraadde zijn verbintenis,
voelde de adem van de storm
en ging op zoek naar zijn eerste liefde (Tight Connection to My Heart);
dan, op het laatste moment,
is het nog niet helemaal donker
maar loopt hij door het midden van nergens
en probeert hij de hemel te bereiken
voordat de deur dichtgaat (Tryin’ To Get To Heaven):

The air is getting hotter, there’s a rumbling in the skies

I’ve been wading through the high muddy water

With the heat rising in my eyes.

Everyday your memory grows dimmer.

It don’t haunt me, like it did before.

I been walking through the middle of nowhere

Tryin’ to get to heaven before they close the door.

(“Tryin’ To Get To Heaven”)

Wat voor crises we ook tegenkomen,
of ze nu persoonlijk of politiek zijn,
er is een Dylan-liedje dat zegt dat er licht is
aan het einde van de tunnel
als je ernaartoe blijft lopen
en, wat het liedje ook is,
er is een diep inzicht en medeleven
voor degenen die onderweg worstelen.

 

‘Ik weet niet waar je het over hebt.’ … ‘Echt ik ken die man niet!’
De dienstmeisjes van de hogepriester hebben
Petrus, leerling van rabbi Jezus uit Galilea in een hoek gedreven.
Petrus kan geen kant meer uit.
Om zijn hachje je redden ontkent hij drie keer
dat hij ook maar iets met Jezus heeft te maken.
In de vroege ochtendschemering kraait een haan.

Zijn eigenlijke naam is Simon Barjona. Simon, zoon van Johannes. Visser uit Betsaïda.
Zijn netten, zijn vissersboot, zijn gezin – kortom zijn hele vroegere bestaan –
heeft Simon achter zich gelaten. En hij is Jezus gevolgd.
Drie jaar lang is hij met rabbi Jezus en zijn leerlingen \
door het hele land van Judea en Galilea getrokken.
Vanaf het begin is Simon erbij geweest.
Getrokken, geboeid, geroepen door deze bijzondere rabbi uit Nazareth.
Rotsvast is zijn geloof in Jezus, om jaloers op te worden:
‘U bent de Messias, de Zoon van de levende God’.
Ja, Simon – die van Jezus de bijnaam Petrus, Rots krijgt –
weet het zeker: deze Leraar is de langverwachte Bevrijder van Israël.
Het Koninkrijk van God is aanstaande.
De Romeinen zullen binnenkort hun biezen moeten pakken.
Maar hoe anders is het gelopen, deze laatste dagen in Jeruzalem.
Het begon allemaal zo indrukwekkend.
Op een ezel daalt Jezus de Olijfberg af.
De geestelijke leiders van het volk voeren intussen hun duivels plan uit.
De agenten van de tempelpolitie nemen rabbi Jezus gevangen.
Hij wordt hardhandig afgevoerd naar het paleis van Kajafas, de hogepriester.
Monddood zullen ze Hem maken, die o zo populaire rabbi uit Galilea.

En dan gebeurt het. Het onverwachte, het onvermijdelijke.
Een dienstmeisje meent hem te herkennen als een leerling van rabbi Jezus:
‘Jij hoorde ook bij die Jezus uit Galilea!’

Petrus schrikt zich rot. Hij vlucht in de ontkenning.
Maar daardoor verwijdert Petrus zich radicaal van Jezus.
Elke band met de Meester snijdt de leerling door.
En dat terwijl Jezus juist hém daarvoor had gewaarschuwd.

Simon Petrus, een mens als u en jij en ik.
Hij wordt door Jezus geroepen om leerling van Hem te zijn.
Rotsvast is zijn geloof.
Hij verloochent zijn Meester.
Maar ook voor hem is er vergeving en verzoening.
Ook voor hem is er – na Pasen – een nieuw begin mogelijk.
Voor hem … en voor ons!

 

Hoewel gemiddeld gezien de betrokkenheid van jongeren
bij de traditionele politiek laag is,
zijn hun politieke voorkeuren verschoven.
In de afgelopen twee decennia is deze lichtjes
naar het centrum-links opgeschoven,
terwijl oudere generaties
meer naar het centrum-rechts neigen.
Tegenwoordig is leeftijd
een sterkere voorspeller van stemgedrag
dan sociale klasse,
wat een dramatische verschuiving is
ten opzichte van voorgaande decennia.
Hoewel jongeren over het algemeen liberaler zijn
zijn ze ook radicaler in hun ontevredenheid,
en daar schuilt het echte gevaar.

Wanneer jongeren zich niet gehoord voelen,
trekken ze zich niet alleen terug,
ze gaan ook op zoek naar alternatieven.
Hun frustratie heeft hen vatbaar gemaakt
voor radicale ideeën en ‘sterke verhalen’
(lees ook: [online] desinformatie).
We worden dan geconfronteerd met specifieke bedreigingen
die ons democratisch systeem kunnen ondermijnen
en verzwakken
en die ook in directe tegenspraak zijn
met fundamentele christelijke principes.
Omdat we toegewijd zijn aan kernwaarden,
staan we samen tegenover deze bedreigingen.
Jezus noemde vredestichters ‘gezegend’
en verklaarde hen ‘kinderen van God’ (Mattheüs 5,9).
In plaats van conflicten te zaaien en wantrouwen te zaaien,
worden christenen opgeroepen ‘in vrede met iedereen te leven’ (Romeinen 12,18).
In deze geest wordt christenen gevraagd
om samen te werken met individuen en instellingen
– religieus of seculier –
om te werken aan het algemeen belang
en aan de realisatie van een rechtvaardigere wereld in vrede.
Omdat elk mens van gelijke waarde en waarde is voor God,
moeten we elke poging om gelijke deelname
aan onze democratie te beperken, te onderdrukken,
te intimideren of te ondermijnen verwerpen.
Transparante en eerlijke verkiezingen zijn hiervoor noodzakelijk.

Terwijl eerdere generaties mensen zich richtten
op activisme van onderop,
protesten en maatschappelijke betrokkenheid,
is de kans groter dat de huidige jongere
wordt beïnvloed door leiders
die ze online kunnen volgen
die duidelijke, zelfverzekerde
en vaak extreme kritiek op het systeem leveren.

Het resultaat?
Ondanks sterke voorbeelden van positief activisme
die democratische middelen hebben gebruikt
om een positief verschil te maken,
is er een groeiend aantal jongeren dat democratie
als zwak en ineffectief ziet,
en dictatuur als sterk en beslissend.

Maar er is hoop.
Door jongeren direct te betrekken,
is er een kans om de lijn te veranderen.
Dat kun je doen door een stem te geven
aan leeftijdsgenoten
die laten zien wat het betekent als je democratie opgeeft.
Eén van de krachtigste stemmen is Sophia,
een onlangs 18-jarige Oekraïense vluchtelinge,
die sprak over haar ervaringen tijdens de oorlog.
Ze vertelde haar verhaal over hoe ze gescheiden werd
van haar vader die in Oekraïne vocht voor democratie.
Ze vertelde hoe Oekraïners vechten
– niet alleen met wapens, maar met hun leven –
voor de democratie die jongeren zo graag willen opgeven.
Haar boodschap was simpel: ‘Je weet niet hoe gelukkig je bent.’
Ze daagde hen uit om democratie
niet te zien als een kapot systeem,
maar als een systeem dat hun deelname vereist om te werken.
Wanneer jongeren echte verhalen horen,
van echte mensen,
beginnen ze de gevolgen te zien van de keuzes waarmee ze flirten.

Dus wat kan er gedaan worden? Hier zijn drie cruciale stappen.

Maak politiek relevant
Jongeren geven wel degelijk om kwesties als klimaatverandering,
geestelijke gezondheid en sociale rechtvaardigheid.
Maar ze worden afgeschrikt door bureaucratie,
moddergooien en slepende tijdschema’s.
Door tijd te nemen om ze de processen uit te leggen,
ze te betrekken bij de campagnes
en de toegankelijkheid tot politiek te verbeteren
en het verschil te benadrukken dat ze kunnen maken,
kunnen we ontdekken
dat deze groep de grootste troef van de democratie kan worden.

Herstel het vertrouwen in leiderschap
Schandalen en oneerlijkheid hebben jongeren cynisch gemaakt.
We hebben leiders nodig die transparant,
verantwoordelijk en bereid zijn om te luisteren.
We hebben partijen nodig die doen
wat ze in hun partijprogramma beloven.
We hebben parlementariërs nodig die toegewijd zijn
om tijd door te brengen met de jongeren
die ze geacht worden te vertegenwoordigen,
zodat vertrouwensrelaties weer mogelijk worden geacht.

Geef jongeren macht
Er zijn initiatieven, zoals interactieve live-bijeenkomsten
die één simpele waarheid bewijzen:
als jongeren zich gehoord voelen, doen ze mee.
Als ze geïnspireerd worden, doen ze mee.
Als ze de macht krijgen om deel te nemen
aan het politieke proces, doen ze mee.
Misschien als we meer ruimte creëren
waar ze kunnen spreken, leiden en handelen,
zullen ze naar voren stappen om de toekomst vorm te geven.

Nee, de geschiedenis laat zien dat democratie nooit gegarandeerd is:
elke generatie moet ervoor vechten en het moet beschermd worden.
Het vereist ook voortdurende inspanning
om ervoor te zorgen
dat het alle gemeenschappen dient
zonder zondebokken, vervolging of marginalisering.
En de geschiedenis waarschuwt ons
dat de meeste dictators zonder democratie snel tirannen worden.
Het democratische leven vereist pluralisme.
Elke regel en elk beleid
dat welke groep mensen, inclusief christenen,
boven anderen verheft door hen speciale rechten en privileges te verlenen
moet worden verworpen
Omdat vrede en stabiliteit kenmerken zijn van een gezonde democratie,
moet de toenemende vloedgolf van gewelddadige taal en gedragingen,
waaronder gewelddadige bedreigingen en acties
tegen overheidsdienaren en medeburgers worden tegengegaan.

De uitdaging waar we voor staan is urgent,
maar we moeten mensen helpen
de macht te herkennen die ze hebben
om hun wereld vorm te geven,
voordat ze die overgeven aan leiders
die die macht van ons allemaal zouden afpakken.

Dit is om maar Bijbelse taal te gebruiken,
een kairos-tijd
– een beslissend moment in de tijd,
waardoor gebeurtenissen voor komende decennia,
ja, zelfs voor generaties die nog komen,
kunnen veranderen.
We moeten opkomen voor de toekomst van de democratie.
We moeten cynisme, apathie en angst weerstaan;
ons terugtrekken brengt alleen het risico met zich mee
dat de macht in handen komt
van degenen die er misbruik van zouden maken.
We kunnen de democratie niet transformeren
tenzij we haar redden.
Als christenen zijn we mensen van hoop.
De opstanding van Jezus Christus getuigt krachtig
dat het leven de dood overwint
en dat wat komen gaat veel beter is dan wat er is;

Ook al val je ’s avonds huilend in slaap, ’s ochtends sta je juichend weer op.’(Psalm 30,6)
Met vertrouwen op Gods blijvende zorg
moeten we alle christenen en mensen van goede wil oproepen
om samen te werken de democratische geest
te doen herleven en de democratie te verbeteren.

Pontius Pilatus wast zijn handen in onschuld, olie op hout, 107 x 122 cm,
Vlaamse School, eerste helft 16de eeuw (naar Vilmos Tátrai)

 

Hoe reageer je op figuren als Trump?

In aanloop naar Pasen en terwijl ik mijzelf ook voorbereid op preek voor Pasen,
vallen mij enkele lijnen op vanuit het passie evangelie naar de huidige tijd.
Het begon met de schandelijke vleierijen van president Macron en premier Starmer
om president Donald Trump in de Oval Office in het Witte Huis te pleasen.

Het begon te lijken op de dertig zilverlingen.
Werd Oekraïne hier verraden voor de snuisterijen en snuisterijen,
alleen maar om in de gunst te blijven bij de machtigste man ter wereld?

Nu we net met de eerste volle week van de Veertigdagentijd bezig zijn,
krijgen deze gedachten een fellere focus
nu de personages uit de Passietijd van Pasen
hun plaats lijken in te nemen in onze wereldpolitiek.

Lijkt de Amerikaanse vicepresident J.D. Vance
een beetje op de hogepriester van de tempel van Jeruzalem, Kajafas,
als hij retorisch eist:
‘Het is beter voor u dat één man sterft voor het volk
dan dat de hele natie ten onder gaat’?
Is de prijs van het ten val brengen van Zelensky
en het sussen van de Russische Vladimir Poetin
het niet waard voor vrede in Oekraïne?

Het zou gebruikelijk kunnen zijn
in een column als deze
om kenmerken van de cast
van de Passie van Christus
toe te schrijven aan de leiders van de huidige grootmachten.
Maar dat is te gemakkelijk en werkt niet echt.
Macron en Starmer zijn geen Judas.
Hun hoffelijke vleierij van Trump
ging vooraf aan de poging tot vernedering
van Zelensky in Washington,
waar op 28 februari met de mores van vastgoedmaffiosi
en een dosis emotioneel incontinentie Trump en Vance
president Volodymyr Zelensky het Witte Huis uit brulden.

Nee, Macron en Starmer
zijn geen verraders van Zelensky, integendeel.
En hoe dan ook, door hun in die rol te casten,
riskeer je de heiligschennis van het vergoddelijken van Zelensky,
die absoluut niet de Messias is.
Je hoeft inderdaad geen toegewijde Trump-fan te zijn
om op te merken dat zijn optreden voor Trump en Vance niet messiaans was,
maar eerder dat van een heel ondeugende jongen.

Maar zulke vergelijkingen gaan ons niet ver brengen.
Misschien is het beter om ze andersom te draaien.
Van grotere waarde is misschien om de machtsspelletjes
die we zojuist op ons wereldtoneel hebben gezien
beter te gebruiken om het spel te begrijpen
dat we binnenkort in Jeruzalem
van een paar millennia geleden zullen herdenken.

Door dat te doen, kunnen we misschien
zelfs een kijkje nemen in een aantal inzichten
die elke zaak ontkrachten dat de historische gebeurtenissen
van de Passietijd vandaag de dag niet relevant zijn.
En dit gaat niet alleen over politiek,
het gaat over ons menselijk vermogen tot machtsmisbruik.

Neem die scène in het Oval Office toen Zelensky werd gepest
door de twee machtigste figuren
(met uitzondering van Elon Musk)
in het nieuwe Amerikaanse regime.
Het is een klassiek wapen in elke huiselijke geweldsrelatie
om het slachtoffer de schuld te geven.
Zo waren Trump/Vance er als de kippen bij
Zelensky de schuld te geven voor zijn onderdrukking door Rusland.

En zo was het ook toen de Nazarener voor Pontius Pilatus stond,
de woordvoerder van de machtigste man op aarde van zijn tijd,
de keizer van Rome, Tiberius.
De overeenkomsten tussen de twee situaties zijn opvallend.
En niet alleen omdat je er redelijkerwijs aan kunt twijfelen
dat Jezus van Nazareth die dag ook een pak droeg.

De laatste, een mishandelde ambachtsman en rabbi
uit de provincieheuvels
en een man ‘zonder zonde’,
is een klassiek onderwerp van slachtofferbeschuldiging.
Net als Trump wilde Pilatus gewoon een deal sluiten
om de vrede te bewaren.
Net als Trump vertelde hij Jezus dat Hij niet genoeg waardering had
voor wat hij voor Hem probeerde te doen.
Net als Trump vertelde Hij hem dat hij absolute macht had over zijn lot.
En net als Trump is hij er zeker van dat waarheid alles is
wat hij wenst dat het is op het moment dat hij minachtend vraagt:
‘Wat is waarheid?’

De intrigerende vraag is hoe dit ons vertelt te reageren
op de Trumps en Pilatus van deze wereld.
In de directe omstandigheden van verhoor
in zowel het Oval Office als het praetorium,
lijkt het antwoord deels stilte te zijn.
Christus kiest het;
Zelensky krijgt het opgedrongen
door de dwingende controle van zijn gesprekspartners.

Nogmaals, ik doe geen aanspraak op een Christus-achtige Zelensky.
Maar stilte als menselijk antwoord
vindt steevast zijn oorsprong in nederigheid.
In de meest wereldse zin is dat nu heel duidelijk
in de verzoenende woorden van de Oekraïense president
richting zijn pestkop,
die zijn leiderschap ‘sterk’ noemt,
spijt heeft van hoe de vergadering is verlopen
en bereidheid uitdrukt om terug te keren
naar de onderhandelingstafel.

Nederigheid is geen zwakte.
Het brengt de kracht van vrede
en maakt de triomf van liefde mogelijk.
Dat is de les van tweeduizend jaar geleden.
En de les is ook dat er niets goeds kan voortkomen
uit een totaal gebrek daaraan,
net als voor Trump en Pilatus.

 

Pasen is een feest om bij te zingen.
We vieren de opstanding van Christus.
Dat is een feest, een groot feest en bij feesten hoort muziek.
De verkondiging van de opstanding van Christus
is ook iets wat ons voorstellingsvermogen te boven gaat.
Dat maakt het tegelijkertijd moeilijker om het vieren,
maar juist dan komt het op zingen aan.
‘We zingen het geloof naar binnen’, zei de dichter Ad den Besten ooit.
We zingen niet alleen omdat we geloven, maar ook opdat we geloven.
En juist het hoge feit van de overwinning van Christus op de dood
is iets dat bij uitstek bezongen moet worden.

Maar zijn de psalmen daarvoor geschikt?
De uittocht van Israël uit Egypte, dat wordt gevierd met het Pascha,
wordt wel uitgebreid bezongen in de psalmen.
Het is het feest van bevrijding uit de slavernij
en van die bevrijding verhalen veel psalmen.
En tijdens dit feest van Pesach,
vindt de gevangenneming van Jezus, Zijn lijden en sterven plaats.
De bevrijding die dit brengt is nauw verbonden
met de bevrijding die met Pesach gevierd wordt.
In dood en opstanding van Jezus gaat het om de bevrijding uit de macht van het kwaad
en de dood voor heel de mensheid.
In Handelingen 4 getuigt Petrus voor het Sanhedrin,
die eerder Jezus veroordeeld heeft, van Jezus, lijden,
dood en opstanding en dat doet hij met een psalm, met psalm 118:

Deze Jezus is de steen die door u, de bouwers, veracht werd, maar Die de hoeksteen geworden is.

Deze psalm hoort bij het Hallel die op Pesach gezongen wordt,
wordt hier door Petrus op Jezus betrokken.
Voor Petrus verkondigt deze psalm de opstanding van Jezus.
In de Evangeliën betrekt Jezus dit psalmvers ook op zichzelf.
Aan het kruis citeert Jezus psalm 22 en 31.
Als we psalm 22 lezen is het verwonderlijk
hoe sterk wij daar het lijden van Jezus in herkennen.
Jezus leefde de psalmen en geeft ze nieuwe betekenis.
Het lijden van Jezus weerspiegelt het vele lijden van de psalmen
en de opstanding van Jezus vormt de vervulling
van het reddend handelen van God waarvan de psalmen getuigen.

Door Jezus, die niet alleen aan Pesach,
maar ook aan de psalmen een nieuwe dimensie geeft.
Psalm 118 zingt van het handelen van God.
In de bevrijding van Egypte,
maar ook van de bevrijding van het kwaad en de dood,
door de hoeksteen door bouwers afgekeurd, door God zelf ten hoeksteen gelegd.

 

De Brits-Amerikaanse filosoof Larry Siedentop (1936-2024)
stelde dat de oorsprong van het liberalisme
ligt in het christelijk denken.
Het liberalisme is als ware
het buitenechtelijke kind van het christendom.
Een kind overigens, dat niet bewust verwerkt is.
Dat nooit een ‘project’ van de kerk geweest is.
Maar desalniettemin onlosmakelijk en logisch
verbonden met eeuwen denkwerk in de christelijke traditie.

Veel van het denken van Siedentop over individualisme
voert terug naar de apostel Paulus,
zonder meer een sleutelfiguur in de vroege kerk.
En hij heeft nog steeds, anno vandaag,
diepgaande invloed op het christendom heeft.
Zijn denken heeft de idee van de christelijke gemeenschap gevormd:
Als een verzameling van gelijkgestemde zielen, verenigd in het geloof in Christus.

Paulus postuleerde,
door zijn ervaringen met al die verschillende groepen mensen en culturen,
dat alle mensen – gelovigen en ongelovigen – gelijk zijn.
Hij maakte bovendien serieus werk van innerlijke, individuele reflectie.

In zijn Galatenbrief stelt Paulus dat de christelijke gelovigen vrij zijn.
Vrij zijn in hun geloof in God.
De opvatting van Paulus over Christus
maakte korte metten
met de veronderstelling waarop het antieke denken
tot dan toe had gesteund,
namelijk de veronderstelling van natuurlijke ongelijkheid.
In plaats daarvan zet Paulus in op menselijke gelijkheid.

Sterker nog: volgens Siedentop
zien we in de geschriften van Paulus het ontstaan
van een nieuw gevoel van rechtvaardigheid,
gebaseerd op de veronderstelling van gelijkheid.
Dit denken over ethiek en moraliteit
en – vooral – morele gelijkheid,
waarbij elk individu intrinsieke waarde heeft,
is gegrond in diezelfde christelijke ethiek.

Nu ontstaat in de huidige samenleving
er wereldwijd een snel groeiende hoeveelheid (jonge) mensen
die een diep wantrouwen in de overheid hebben,
omdat ze geloven dat die niet naar hen luisteren
en er ook niet om geven.
En dan besef je dat de democratie
in de problemen zit, en niet alleen op het wereldtoneel.
Want ook bij ons in Nederland
is een zeer verontrustende trend aan het ontstaan
dat steeds meer mensen denken
dat het land beter af zou zijn onder een dictator,
of in ieder geval een ‘sterke man’
die gewoon met een pennenstreek
knopen kan doorhakken.
(zie hiervoor de euforie bij zijn aanhangers
tijdens het ondertekenen
door Trump van zijn decreten)

Uit een recente peiling blijkt dat 52 procent van de jongeren
gelooft dat het land moet worden bestuurd door een sterke leider
die zich niet hoeft te bekommeren
om het parlement of verkiezingen.
Nog alarmerender is
dat 33 procent denkt dat het land beter af zou zijn
als het leger de leiding had.
Als dat ons niet aan het denken zet,
bedenk dan dit:
bijna de helft (47 procent) van jongeren
gelooft dat onze maatschappij radicaal
moet worden veranderd door middel van een revolutie.

Deze cijfers zijn verbijsterend.
Voor degenen onder ons die zijn opgegroeid
met een sterke toewijding aan democratie,
is het onbegrijpelijk
dat de generatie die is opgegroeid
met de meeste vrijheid,
de meeste toegang tot informatie
en de grootste digitale connectiviteit,
zo bereidwillig zou zijn om
hun recht op stemmen, protesteren
en leiders ter verantwoording te roepen,
op te geven.
Maar voordat we ons haasten om ze te veroordelen,
moeten we de moeilijke vraag stellen:
waarom voelen zoveel mensen zich zo?

Wat als het niet zozeer zo is dat jongeren
zich tegen de democratie keren,
maar dat ze het gevoel hebben dat de democratie zich tegen hen keert?
Denk er eens over na:
Hun scholen brokkelen af.
Hun leraren staan onder druk.
Als ze geestelijke gezondheidszorg
of speciale zorg nodig hebben,
moeten ze lang wachten of hard vechten
en waarschijnlijk allebei.
Als ze naar de universiteit willen,
moeten ze een schuld aangaan
die langer duurt dan de tijd dat ze leven.
En als ze een huis willen kopen
moeten ze volgens de statistieken
waarschijnlijk wachten tot ze 33 jaar oud zijn
om zelfs maar te denken aan het kopen van een huis.

Je zou denken dat deze strijd
mensen ertoe zou dwingen
politiek actiever te worden.
Maar deze generatie is nog steeds
de minst politiek betrokken groep in het Nederland.
Hoewel het waar is dat velen
momenteel te jong zijn om te stemmen,
is er ook een groot deel
dat te weinig betrokken is
om de relevantie van formele politiek in te zien.
De opkomst van jongeren bij verkiezingen
is vaak abominabel laag bij verkiezingen.

Vergeleken met de opkomst van 70 procent of meer
voor 65-plussers,
en de boodschap is duidelijk:
jongeren stemmen niet en politici spreken hen niet aan.
Dat verergert het probleem alleen maar.
Ondanks allerlei beloften van de politiek om dit punt aan te pakken,
lijken ze geen haast te hebben om de hervorming door te voeren.

Zie de mens die in zijn lijden
teken werd voor alle tijden
van wat liefde dragen kan.

Deze woorden zijn geïnspireerd op woorden van Pontius Pilatus.
Nadat hij Jezus had laten geselen
en de soldaten hem een doornenkroon op hadden gezet
en een purperen kleed om hadden gedaan,
zijn ‘Zie de mens’ de woorden waarmee hij Jezus voorstelt aan de verzamelde menigte.

Waarom zegt Pilatus dat?
Om bij de menigte zie zich tegen Jezus gekeerd heeft mededogen op te wekken?
Laat je raken door deze deerniswekkende figuur.
Want een mens is mens in kwetsbaarheid.
Als wij de ander aangetast zien, dan herkennen wij onszelf in de ander.
Daar zien wij een mens, zoals wijzelf zijn.
Daar zijn we verbonden met elkaar. Jezus is echt mens,
net zo echt als wij mens zijn, juist in zijn lijden.
Het is tevergeefs, de menigte is in de greep van bloeddorstigheid.
Waar blijft hun menselijkheid?

De woorden hebben binnen het evangelie naar Johannes een nog grotere reikwijdte.
Het evangelie begint met: Het Woord is mens geworden.
Dat klinkt mee in deze woorden van Pilatus.
Hier staat hij: Het woord van God, dat mens geworden is.
Pilatus bedoelt het niet, maar het betekent het wel.
In deze lijdende mens verbindt God zich met heel de mensheid,
Met alle mensen. Jezus is de mens bij uitstek.
Jezus is de mens zoals God het bedoelt:
Een mens met ontferming, levend vanuit zijn liefde.
Voor ons is Jezus ook degene die laat zien hoe God is.
Dat God niet bovenaf wil beschikken over de mensen, maar ons wil dienen.
Zich met ons wil verbinden op leven en dood.

Deze mens is de stichter van een koninkrijk.
Hij draagt de tekenen van zijn koningschap:
een doornenkroon en de purperen mantel.
Straks is zijn troon het kruis.
Zijn koningschap is van een totaal andere orde.
Is van een andere wereld.
Een wereld waar de mens is zoals God het bedoelt.
En in zijn weg wordt Hij voor ons de weg,
de poort naar dat nieuwe koninkrijk.

Hij wordt dat voor de mensen van toen en nu.
De woorden van Pilatus zijn in het Latijn overbekend geworden:
Ecce homo’. Zie de mens.
De ware mens voor ons die de liefde leeft
opdat wij ons aan die liefde geven.