Volgens mij een werkelijke jobstijding voor de de verkoop van ‘groene’ en biologische producten. Volgens een kleinschalig onderzoek gehouden in opdracht van het Voedingscentrum kiest meer dan de helft van de Nederlanders door de kredietcrisis voo
r goedkoper eten uit de supermarkt. En de ervaring leert dat dan meestal de biologische producten niet worden gekocht. Immers, het idee bestaat dat deze producten duurder zijn. Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral schreef Bertolt Brecht in de Dreigroschenoper. Eerst het eten, dan de ethiek. Ethiek blijkt een luxegoed te zijn; dat is ook niet verwonderlijk. De primaire levensbehoefte dient eerst te worden gelenigd voordat men aan ethische afwegingen toekomt. De ‘kiloknaller’ lonkt uitnodigend als je toch wat meer op je geld moet letten. Voedingsproducten die goedkoop zijn – en meestal minder ethisch verantwoord zijn geproduceerd – zullen in de winkels meer aftrek vinden. Een oplossing zou er misschien moeten komen van de overheid. Door ethisch minder verantwoorde producten extra te belasten of een andere financiële prikkel. Maar het lijkt of de politiek zich momenteel concentreert op andere zaken. Dat zie je volgens mij op vele terreinen: de overheid vindt haar taak om het land op andere aspecten te helpen belangrijker dan de mensen er van bewust te worden dat het hyperconsumeren niet langer door kan gaan. Op internationaal gebied hoef ik maar te wijzen op de plannen van de regering Obama. Nu er toch wat grote offers moeten worden gebracht, worden de beloftes die gedaan zijn ineens minder concreet.
Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral…
Over zo’n opstelling windt Schravesande zich enorm op. Er is geen tijd te verliezen, we moeten niet onze tijd verdoen met wetenschappelijk, rationalistisch geneuzel waardoor kostbare tijd verloren gaat. It s is time to turn, NOW.
Hoop blijkt het centrale begrip in zijn toespraak. Hoop die Obama linkt aan de Bijbel:
Dit gemeenschapsbesef zie je duidelijk vormgegeven worden in de kerkelijke gemeenschap: de gemeente van Christus is een gemeenschap waarin je wordt opgenomen; die gemeenschap was er al voordat jij er was en heeft ook een zeker gezag over jou. Natuurlijk is er ook sprake van interactie, want het behoren bij een gemeente is ook een innerlijke keuze. Maar niet in de sfeer van: ik kies. Eerder: jij wordt gekozen. En je bent deel van een gemeenschap. Dit gemeenschapsbesef is zodoende kenmerkend voor een christelijke visie op de samenleving.
En het geld wat ze dan overhouden zetten ze weg op een spaarrekening of beleggen ze.
tot ieders verrassing lijkt de weg die naar de kerk leidt verdacht veel op de brede die wij Nederlanders zo goed kennen van een heel andere plaat over de brede en de smalle weg en waar de brede weg de weg nou net niet de christelijke levensstijl uitbeeld. Ik vind dit een interessant gegeven. De laatste tijd komen er steeds meer zaken in het nieuws, al of niet geholpen door de spreekwoordelijke komkommertijd, dat christenen en/of christelijke organisaties het zelf niet zo nauw nemen met hun eigen christelijke ethische normen of dat ze het moeilijk vinden het christelijk geluid echt te laten klinken. ‘De brede weg’ lijkt ook voor christenen erg aanlokkelijk. Het begint er werkelijk op dat de brede weg naar de kerk leidt. Laatst las ik dat niet-christenen zich vooral ergeren aan het feit dat christenen zich niet houden aan hun eigen normen en waarden. Ik denk dat we ons dat moeten aantrekken. Het lijkt er op dat christenen zich schamen voor de boodschap die ze uit moeten dragen, dat ze graag willen opgaan in hun omgeving en daardoor ook hun normen en waarden aanpassen aan anderen. Eigenlijk willen we dat de brede weg naar de ‘kerk’ leidt. Niet te veel opvallen, niet te veel anders dan anders zijn. Terwijl de boodschap die het christendom kan en moet uitdragen er een is van een totaal ander beeld met betrekking tot de hele wereld en de samenleving.
Het is echter vreemd dat de contractanten zich dan wel de wetenschap toedichten dat hun fysieke vermogens binnen het zogenaamde ‘normale’ bereik vallen. Nussbaum schrijft dan dat de omgeving aangepast was aan mensen met een ‘normale’ handicap. Geluid kan worden gehoord door mensenoren en niet alleen voor hondenoren, bijvoorbeeld. De samenleving houdt geen rekening met mensen met atypische beperkingen. Er wordt soms geen rekening gehouden met de protheses van mensen met beperkingen. ‘Normale’ mensen kunnen ook gebruik maken protheses, die heten dan bus of auto. Voor mensen die afhankelijk zijn van anderen is er geen plaats in de basisstructuur van de samenleving. Globale gelijkheid als structureel kenmerk, en wederkerig voordeel als het beoogde doel, bepalen nog steeds wie er oorspronkelijk participeren en wat elke betrokkene uit de samenwerking probeert te halen. In het sociaal contractdenken vigeert de de aanname dat burgers over ‘normale capaciteiten’ moeten beschikken om in ieder geval productieve arbeid te kunnen verrichten. Er is geen plaats voor atypische maatschappelijke voorzieningen die mensen met een beperking in staat kunnen stellen zo goed mogelijk te participeren. Want vervolgens moet niemand opdraaien voor de kosten die voortvloeien uit de aanpassingen die gedaan moeten worden voor speciale voorzieningen. Vooral deze laatste toevoeging maakt het interessant om over mensen met een beperking na te denken in de huidige context. Mensen worden steeds ouder en zullen op een bepaalde leeftijd moeten gaan leven met beperkingen die inherent zijn aan het ouder worden. Als we het sociaal contractdenken nu extreem doorvoeren zou dit betekenen dat deze mensen die tijdelijk met een beperking leven, niet meer meetellen in de samenleving van ‘normale’ mensen. Deze theorie schaart mensen met een levenslange beperking en zij die met een tijdelijke beperking onder dezelfde noemer: het zijn beide personen die niet meetellen in de ‘normale’ samenleving. Zeker in de huidige context waarin mensen een steeds hogere leeftijd bereiken, met alle tijdelijke beperkingen vandien, is een ‘herwaardering’ van de sociaal contracttheorie op zijn plaats.
, omdat ze veel eerlijke producten gebruikt of promoot.
Dus: natuurrecht (dit begrip staat hier voor de regels en beginselen die voor alle mensen gelden, omdat ze voortvloeien uit het verstand, zoals dat bepalend is voor de menselijke natuur) is zeer zeker belangrijk voor burgerlijke rechtvaardigheid en de publieke orde, maar uiteindelijk zullen al onze sociale instituties moeten vallen onder de kritiek van Gods Woord. Calvijns ethos sprak uit zijn uiteenzetting over het leven van een christen. Dit is het hart van de ethiek van Calvijn. Zijn verstaan van het leven van een christen berust op de kennis dat wij niet aan onszelf toebehoren, maar aan God door Jezus Christus.Wij zijn niet van onszelf, hierop gebaseerd ontwikkelde Calvijn zijn ‘ethiek’ als volgt. Aangezien wij bij God behoren, worden we opgeroepen te zoeken naar rechtvaardigheid en gerechtigheid in onze relaties met anderen en met God. Dat is het hart van het leven van een christen. God toebehoren in Jezus Christus betekent ook dat we elkaar toebehoren. Je zou dit kunnen omschrijven als een wereldtransformerend christendom waarin rechtvaardigheid en vrede elkaar omarmen of sociaal humanisme. De World Alliance of Reformed Churches (dat is een christelijke organisatie met meer dan 200 kerken) zou de economische en sociale getuigenis van Calvijn met betrekking tot het huidige leven van een christen omschrijven als een kritische uitdaging voor onze huidige economische politiek en praktijk.
en zelfverrijking. Zijn waarschuwing tegen ‘overtollige overvloed’ (of zoals adagium van Mahatma Gandhi luidde: ‘Er is genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders begeerte.’) en oproep tot ‘onthouding, soberheid, matigheid en ingetogenheid’ klinken ouderwets en wereldvreemd in de oren en zijn dan ook volstrekt niet wervend, maar bevatten een diepere waarheid: overmaat belet het genieten, omdat men de waarde van de dingen niet meer kent. Goede relaties, een democratische samenleving, bestaanszekerheid, veiligheid en een zinvol bestaan blijken dan veel belangrijker dan egoïsme en ongelimiteerde zelfverrijking.