In het kader van het Calvijnjaar 2009 dan ook een post van mij over Johannes Calvijn.

(Noyon, 10 juli 1509 — Genève, 27 mei 1564)
Waar andere artikelen al heel veel andere en achtergrondinformatie over Jehan Cauvin (want zo heet hij natuurlijk eigenlijk) hebben gegeven en ook verschillende andere kanten van Calvijn hebben belicht, wil ik mij graag beperken en richten op de ethische kant van Calvijn. Je bent ten slotte ethicus of je bent het niet.
‘Calvinism was an active and radical force. It was a creed which sought, not merely to purify the individual, but to reconstruct Church and State, and to renew society by penetrating every department of life, public as well as private, with the influence of religion’ schreef Tawney in 1926. In zijn tijd nam Calvijn zelf actief deel aan het verbeteren van de kwaliteit van leven van de zogenaamde minder geprivilegieerde bevolkingsgroepen omdat volgens Calvijn geestelijke en politieke waarheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Volgens Calvijn moeten christenen altijd storende elementen zijn in hun samenleving omdat zij zich verzetten tegen elke vorm van onrechtvaardigheid. Dat was de reden waarom Calvijn zo hartstochtelijk sprak over armoede en rijkdom, rente en arbeidsloon. De eigen activiteiten die Calvijn in zijn tijd ontplooide op het gebied van sociale hervorming geven duidelijk een voorbeeld van het feit hoe anders zijn inzichten over sociale kwesties waren dan de gangbare mening. Calvijn was namelijk niet geïnteresseerd in conservatieve restauratie, maar hield zich bezig met het plaatsen van alle gegevens onder de norm van het Woord van God. Natuurlijk was hij ook een kind van zijn tijd en daarom was het voor hem onmogelijk recht te doen aan veel aspecten van de sociale ethiek die pas veel later aan de orde kwamen. Zijn uitgangspunt schiep echter ruimte voor een benadering waarin het sociale aspect niet is beperkt tot het individu en waarin de bestaande orde en sociale en politieke structuren en de publieke instituties niet zomaar worden geaccepteerd als een gegeven met eeuwigheidswaarde. De Heilige Schrift is voor Calvijn ook de uiteindelijke norm voor het scheppen van humaan leven in de samenleving.
Dus: natuurrecht (dit begrip staat hier voor de regels en beginselen die voor alle mensen gelden, omdat ze voortvloeien uit het verstand, zoals dat bepalend is voor de menselijke natuur) is zeer zeker belangrijk voor burgerlijke rechtvaardigheid en de publieke orde, maar uiteindelijk zullen al onze sociale instituties moeten vallen onder de kritiek van Gods Woord. Calvijns ethos sprak uit zijn uiteenzetting over het leven van een christen. Dit is het hart van de ethiek van Calvijn. Zijn verstaan van het leven van een christen berust op de kennis dat wij niet aan onszelf toebehoren, maar aan God door Jezus Christus.Wij zijn niet van onszelf, hierop gebaseerd ontwikkelde Calvijn zijn ‘ethiek’ als volgt. Aangezien wij bij God behoren, worden we opgeroepen te zoeken naar rechtvaardigheid en gerechtigheid in onze relaties met anderen en met God. Dat is het hart van het leven van een christen. God toebehoren in Jezus Christus betekent ook dat we elkaar toebehoren. Je zou dit kunnen omschrijven als een wereldtransformerend christendom waarin rechtvaardigheid en vrede elkaar omarmen of sociaal humanisme. De World Alliance of Reformed Churches (dat is een christelijke organisatie met meer dan 200 kerken) zou de economische en sociale getuigenis van Calvijn met betrekking tot het huidige leven van een christen omschrijven als een kritische uitdaging voor onze huidige economische politiek en praktijk.
Het standaardbeeld dat we van Calvijn hebben is er een van gebod, verplichting, verantwoordelijkheid en de oproep tot gehoorzaamheid. Maar de zorg voor rechtvaardigheid vanaf haar begin; de zoektocht naar sterkere vormen van gemeenschapszin en solidariteit in onze huidige wereld; de overtuiging van het belang van menselijke waardigheid en mensenrechten; ondersteuning bieden aan de worsteling tegen racisme, uitsluiting en onrechtvaardigheid. Dat zijn nu juist de connotaties die het denken van Calvijn stempelen, en die ook belangrijke kenmerken (dienen te) zijn van de hedendaagse calvinisten. Calvinisme wil mensen krachtig motiveren tot nieuw, het traditionalisme doorbrekende, handelen. Het calvinisme ziet de mens namelijk als rentmeester van God die de wereld zo goed mogelijk moest beheren voor Zijn eer (en niet ter eigen nutte). Calvijn legt zo de vinger op de zere plek van het egoïsme
en zelfverrijking. Zijn waarschuwing tegen ‘overtollige overvloed’ (of zoals adagium van Mahatma Gandhi luidde: ‘Er is genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders begeerte.’) en oproep tot ‘onthouding, soberheid, matigheid en ingetogenheid’ klinken ouderwets en wereldvreemd in de oren en zijn dan ook volstrekt niet wervend, maar bevatten een diepere waarheid: overmaat belet het genieten, omdat men de waarde van de dingen niet meer kent. Goede relaties, een democratische samenleving, bestaanszekerheid, veiligheid en een zinvol bestaan blijken dan veel belangrijker dan egoïsme en ongelimiteerde zelfverrijking.
Calvinisme achterhaald? Nee dus!
Dus ten bate van een ieder: Lang leve Johannes Calvijn!!
Een instructief kijkje op deze manier van straffen vindt men in het Gevangenismuseum te Veenhuizen in Drenthe. Op een gegeven moment hebben inzichten in Nederland geleid tot het besef dat het niet goed is om plegers van misdrijven voor hun leven te tekenen en zo wordt hen via de dienst Reclassering een kans gegeven om weer als volwaardig lid in de samenleving te integreren. In de woorden van de dienst zelf: Dat is wat Reclassering Nederland bijdraagt aan een veiliger samenleving. Door gedrag van daders en verdachten positief te beïnvloeden en risico’s te beheersen. Door de voorwaarden te creëren waardoor daders kunnen stoppen met criminaliteit. En weer volwaardig kunnen samenleven in de maatschappij. Tegelijkertijd klinkt momenteel in Nederland de roep om zwaarder te straffen (als het mij maar niet overkomt, want het gaat alleen op voor de ander) en viert het idee hoogtij van ‘eigen rechtertje spelen’. Eén van de kenmerken van ‘eigen rechtertje’ spelen vind ik dit soort sites, waar veroordeelde plegers van misdrijven, hoe gruwelijk deze ook zijn geweest, openlijk een de schandpaal worden genageld. (deze metafoor die uit het oude strafregime komt, gebruik niet voor niets!) Hoewel ik er van overtuigd ben dat er ook fouten worden gemaakt in het strafrecht, vertrouw ik toch steeds dit systeem en vind ik het kwalijk, ook vanuit christelijk oogpunt, om mensen hun leven lang hun misdaden achterna te dragen. (en daar houdt het niet op: zelfs potentiële daders worden al ‘preventief’ gebrandmerkt) Hoewel ik er als protestant vanuit ga dat iedere mens van nature zondig is, weet ik ook dat wij als zondige mensen steeds opnieuw een kans mogen krijgen om een leven te leiden zoals God dat van ons vraagt. Ik vind ook dat wij mensen, vanuit deze grondhouding, plegers van misdrijven ook een kans moeten geven om weer een volwaardige plaats in te nemen in de samenleving.
Maar ook de wereldleiders van de zogenaamde ‘grote’ economieën hebben het zwaar om de boodschap aan hun onderdanen te verkopen. Zeker in een crisistijd als tegenwoordig willen wereldleiders hun landgenoten niet met zo’n depressief makend nieuws vermoeien. En een goede vuist maken tegen de ‘opkomende’ economieën kunnen ze niet maken. Immers, de economie van Amerika draait voor een goed deel op geleend kapitaal uit China. Ja, het China dat wordt gevraagd om het ‘iets rustiger aan te doen’!! Mijn vraag is nu: wat moet er in vredesnaam gebeuren opdat mensen eindelijk inzien dat er iets moet veranderen en dan niet in 2050, maar wel nu!! Moeten er eerst echte rampen gebeuren – in plaats van al die rampenfilms die even aandacht generen die daarna weer snel wegebt – voordat men echt over wil gaan tot het nemen van ingrijpende en pijnlijke maatregelen. Nee, in plaats daarvan moet het wereldwijde systeem bijna koste wat het kost overeind gehouden worden met miljarden aan kapitaalinjecties.
Verschillende mensen hebben zich door de jaren op een exorbitante wijze verrijkt, waardoor er een manier van zakendoen is ontstaan en gecultiveerd dat uiteindelijk heeft geleid tot het aan de rand van de afgrond brengen van het financieel systeem zoals wij dat wereldwijd kennen.Vervolgens kan de wereld zoals wij haar kennen het doen met vrome wensen en onverkoopbare voornemens van wereldleiders en wordtt men met een ‘gaat u maar rustig slapen’ bijna letterlijk in slaap gesust.