Nu er formatiebesprekingen zijn over een mogelijk te vormen kabinet tussen het CDA, de VVD met gedoogsteun van de PVV buitelen de belangengroeperingen over elkaar heen die oftewel voor of tegen het te vormen kabinet zijn. Met veel kabaal proberen ze hun eigen mening over het voetlicht te krijgen en ze roeren zich dan ook danig in de verschillende media. Sinds enige tijd is er een nieuwe groep actief die pro of contra het te vormen kabinet is, namelijk de predikanten en voorgangers. Aan de ene kant heb je bijvoorbeeld de groep rondom Ben Kok, de Amersfoortse voorganger die een kabinet met gedoogsteun van de PVV steunt. Aan de andere zijde van het spectrum bewegen zich onder andere de predikanten Pals en Wachtmeester. Zij (s)preken zich uit tegen zo’n mogelijk kabinet.

Ex Cathedra is de Latijnse term voor een uitspraak vanuit de zetel (kansel), meestal gebezigd voor de gezagvolle  leeruitspraken van de paus, maar meer algemeen is deze term ook te  gebruiken voor het uitspreken van een mening op belerende toon aan toehoorders.

Nu hoorde ik vanochtend dat de predikanten die tegen een te vormen VVD-CDA(-PVV)kabinet zijn, dit ook vanaf de kansel willen verkondigen. En dit schoot een aantal ‘mensen op de straat’ in het verkeerde keelgat. ‘Een dominee moet zich niet (vanaf de kansel) met de politiek bemoeien’, ‘Kerk en staat moeten gescheiden blijven’ zo wordt door hen gezegd.

Eerlijk gezegd heb ik met dit soort uitspraken nogal wat problemen.  Wat wil men dan zondags van de kansel horen? Een feelgoodpreek met een praatje dat met het zondagse kopje koffie en bijbehorende gebakje  lekker wordt weggeslikt en wordt vergeten. Een preek mag aan het denken zetten, schuren. Ook een predikant mag en heeft mijns inziens ook de verplichting zijn vinger te leggen bij zaken die in het dagelijks leven de mensen bezighoudt en dat is heden ten dage dus ook de de discussie rondom de vorming van dit mogelijke kabinet. Dat een predikant daarbij zijn mening geeft over zo’n kabinet vind ik ronduit begrijpelijk. Waarom zou een predikant zich wel mogen uitspreken over het algemenere heb uw naaste als uzelf en dat niet mogen specificeren in het uiten van hun mening (gegrond op hun christelijke overtuiging) over een te vormen kabinet?

Christenzijn betekent in de wereld staan en een boodschap hebben voor die wereld, ook al is die ‘politiek’!

Voor veel christenen is dit een onderdeel van het Onzevader dat ze kennen. Met de gevolgen van de enorme branden in Rusland waardoor een heel areaal aan graanproducten verloren is gegaan en dat tot gevolg heeft dat de Russische regering afgekondigd dat de export van graan wordt beperkt. Het gevolg zal zijn dat wereldwijd de prijzen van graanproducten en producten die afhankelijk zijn van graan (als voeding bijvoorbeeld; denk aan vlees) explosief zullen stijgen. Analisten denken dat, zoals altijd, de allerarmsten in de wereld het eerst het slachtoffer zullen worden van de op handen zijnde prijsexplosie. Wellicht zullen ook de mensen in het rijke Westen op termijn de gevolgen aan den lijve de prijsstijging ondervinden.

‘Geef ons heden ons dagelijks brood’; voor veel mensen een misschien gedachteloos gebeden gebed. Maar de wereld lijkt nu de gevolgen te moeten betalen van eigen handelen. Kort gezegd  gaat het volgens mij om ‘rentmeesterschap’.  Hoe gaan wij om met de wereld die ons gegeven is, dus niet een wereld die ván ons is.  De gevolgen van de ons handelen, voor wat betreft de stijging van de prijzen het graan, zullen in eerste aanleg de allerarmsten treffen maar op termijn lijkt het ook onszelf te treffen.  En hoe het ook zij, wat je zelf ondervindt, komt des te harder aan. De actualiteit vraagt dan ook om handelen. Handelen om ‘het dagelijks brood’ voor een ieder te waarborgen.

Misschien is het goed om onszelf weer eens te realiseren dat de bede om het dagelijks brood heel actueel is!

Tot mijn grote verbazing hoorde ik gister van het bericht van de bouw van een moskee nabij Ground Zero in New York. Deze plaats werd bekend omdat hier de WTC-torens stonden die door terroristische aanslagen op 11 september 2001 verwoest werden en waarbij vele slachtoffers werden gemaakt. Dit ‘Islamic Community Center’  inclusief  moskee zal 2 blocks van de plek waar het WTC stond worden gerealiseerd en er worden 2000 bezoekers verwacht op elke vrijdag om te bidden. Het gebouw krijgt 13 verdiepingen en er moeten ook een zwembad, theater en sportvoorzieningen in komen. Volgens de nabestaanden van 9/11 is dit ‘een klap in het gezicht van de slachtoffers’ maar de imam die het project organiseert spreekt juist over een symbool tegen het extremisme. De imam stelt dat islamitische New Yorkers ook mee willen werken aan de heropbouw van de stad. Tegenstanders zien de bouw van de moskee als een soort vernedering en verzetten zich uit alle macht. Ik hoorde gister een van de tegenstanders zeggen dat de moslims hiermee hun ultieme superioriteit ten opzichte van de (christelijke) westerse leefwijze willen aantonen doordat de moskee nu ver boven Ground Zero uittorent.

Ik vraag me af of het zo verstandig is van de tegenstanders om zich tegen de bouw van de moskee te keren. Is dit niet koren op de molen van fundamentalistische moslims die zich altijd achtergesteld vinden in de westerse samenleving. Proberen de tegenstanders van de bouw niet te handelen vanuit het oudtestamentische adagium ‘oog om oog, tand om tand’? Immers, in het Ottomaanse Rijk hadden christenen de ‘dhimmiestatus’; achtergesteld bij de islamitische landgenoten en verplicht tot het betalen van een soort belasting?

Zou het niet eerder van een morele (veer)kracht getuigen door met alle New Yorkers, ongeacht ras, godsdienst en wat dies meer zij, te werken aan de wederopbouw van de stad?

Vanmorgen besprak ik met een clubje theologen de preektekst die volgens het oecumenisch leesrooster voor zondag aanstaande aan de beurt is: Exodus 23,1-17.  Het gedeelte staat in het teken van een uitwerking van een aantal geboden. Vers 8 bleef bij mij haken Neem geen steekpenningen aan, want steekpenningen maken zienden blind en maken eerlijke mensen tot leugenaars. Ik moest denken aan de beelden van de verhoren van de commissie De Wit omtrent de bankencrisis. Hoe kunnen mensen als een Rijkman Groenink zonder verblikken of verblozen hun handelen rechtvaardigen en totaal niet begrijpen dat ze gecorrumpeerd zijn. Daarom ook misschien het opschrift voor deze column uit Ezechiël 14,3 uit de oude NBG 51-vertaling.

Maar… we moeten niet alleen maar naar anderen wijzen als het om deze zaken gaat: hoe zit het met ons zelf als wij ons leven leggen naast de woorden uit Exodus 23,1-17? Hoe gaan wij om met dit alles, met geld en macht en onze houding jegens vreemdelingen?

Wel stof tot nadenken in deze tijd, lijkt me.

Met psalm 51 mogen we dan vragen Schep in mij, God, een hart dat leeft in in ’t licht

Je hoort het nog wel eens: let maar op, nu er een recessie is zullen de kerken wel weer vol stromen want nood leert bidden…

Ik vind dit een standpunt dat nogal twijfelachtig is en ook niet geboekstaafd wordt door cijfers en feiten: al jaren, nee, decennia lang lopen kerken leeg en in die tijd zijn er toch enige recessies gepasseerd.  Daarbij las ik een artikel in het Reformatorisch Dagblad. ‘Christenen VS geïnfecteerd door voorspoed’ zo kopte het bericht. Theoloog Sam Storms meent dat de meeste Amerikaanse christenen zijn geïnfecteerd door het voorspoedevangelie. Voor de meeste gelovigen moet God de moeite zo klein mogelijk en het genot zo groot mogelijk maken. Zij menen dat het hun geestelijke geboorterecht is om in voorspoed en welvaart te leven en dat God daarin moet voorzien.

Nood leert bidden?

Eerder het evangelie van rupsje Nooitgenoeg?

Het is vrijdag 18 december en het lijkt er op dat de Climate Change Conference geen doorslaand succes zal worden. Er zullen hoogstens wat vage beloftes worden gedaan die op de volgende conferentie in Mexico zullen worden behandeld. De vraag die nu kan worden gesteld: is dit erg. Ja, misschien aan de ene kant wel: het zou mooi zijn geweest als er goede zaken besloten waren en er nu echt mondiaal actie werd ondernomen om aan de slag te gaan met de klimaatproblemen. Maar… even eerlijk: waren de verwachtingen ook niet echt te hoog gespannen  en was de ballon ook niet te veel opgeblazen. Het blijkt dat allerlei globale economisch-politieke machinaties sterker zijn dan de wil om veranderingen in gang te zetten.

Maar er is ook nog een andere kant die je niet uit het oog moet verliezen: wat de uitslag van de klimaattop ook mag worden en hoe je ook tegen klimaatproblemen mag aan kijken, of je nu tot het ene kamp of het andere kamp behoort…

de conferentie legt de vinger wel bij het feit dat het ons mensen niet van de plicht ontslaat om verantwoord met de ons gegeven aarde om te gaan. Ook al lijkt het er soms op dat een eenmansactie geen resultaat heeft, toch kunnen heel veel kleine druppels op een gloeiende plaat die plaat doen afkoelen.

In mijn vorige column schreef ik over de christelijke notie tot de opdracht van het rentmeesterschap. Ik schreef dit naar aanleiding van de start van de Climate Change Conference van de Verenigde Naties in Kopenhagen en van het feit dat een aantal christenen zich niet veel zorgen maakt  over de klimaatcrisis.

Dat ik er vandaag nogmaals aandacht aan besteed heeft zijn oorzaak in het een artikel in het Reformatorisch Dagblad. Daarin betoogt dr. Buitelaar dat we door het alarm over het klimaat de Schepper buitenspel zetten. In het artikel komt verder geen enkel argument naar voren die deze ‘hoogmoed’ verder bewijst. Hij wijst alleen maar op het feit dat mensen die het klimaat trachten te veranderen of te beheersen zich hoogmoedig gedragen jegens God.

Maar als we ons zorgen maken over het klimaat en daarover willen vergaderen en maatregelen willen initiëren om beter om te gaan met de onze gegeven schepping heeft dat volgens meer te maken met rentmeesterschap dan met beheersing en hoogmoed…

Een tijdje geleden las  ik een artikeltje over het feit dat een aantal Amerikaanse christenen zich niet druk maakt over het klimaat en de op handen zijnde crisis. En zo hier ben aar hoor je dit soort geluiden ook wel onder Nederlandse christenen en zijn er mensen die vragen stellen of wij als christenen rondom de klimaatcrisis een steentje hebben bij te dragen. Eerlijk gezegd verbaasde me dit. Vanuit de Bijbelse notie van rentmeesterschap zou je je toch druk moeten maken over de aarde. Dat helemaal los van het feit of je het eens bent met de alarmerende berichten over opwarming van de aarde enzovoorts, zoals die tijdens de klimaattop in Kopenhagen in diverse media verschijnen.

Oké, er valt misschien heel wat af te dingen over de exacte gegevens die ons nu worden voorgeschoteld door een aantal wetenschappers, maar ook al zou onze aarde kerngezond zijn, dan ontslaat ons dat ook als christen niet van de opdracht, de taak van goed rentmeesterschap. De wereld is ons gegeven, niet in beheer maar als geleend goed, met de opdracht goed voor die aarde te zorgen.

In de Bijbel vind je dan geen concrete passages over hoe je omgaat met het klimaat. Het rentmeesterschap en het simpele feit dat deze wereld ons n bruikleen gegeven is, zegt mijns inziens al genoeg.

Genoeg om als christen stil te staan bij klimaatcrisis, kredietcrisis, of welke andere crisis of bedreiging van het geschapene ook en je daartoe te verhouden vanuit de centrale overtuiging: ‘Alles wat van mij is, is van jou’.

Dat is wat God tegen ons zegt.

En wat doen wij dan met dat cadeau?

Laatst werd er in een consumentenprogramma op tv aandacht besteed aan de grote keuze die consumenten als ze een bepaald product willen aanschaffen: er zij talloze mogelijkheden voor een zelfde product. Wat bleek na onderzoek: de consument laat bij zoveel keuze volledig dicht en kiest vervolgens voor het product dat hij al kent. In wezen kun je dus zeggen dat een mens helemaal niet gebaat is bij zoveel keuzemogelijkheden. Het brengt alleen maar onrust en verwarring!

Aan deze opmerkelijke, maar toch verwachtte uitkomst van dit onderzoek moest ik denken toen ik het interview met vicepremier Rouvoet las in het Reformatorisch Dagblad. Hij stelt dat het gangbare westerse vrijheidsbegrip heroverweging verdient. Als de overheid grenzen stelt, leidt dat uiteindelijk tot meer vrijheid.

André Rouvoet haalt Martin Simek aan die onlangs in het NRC Handelsblad schreef dat hij, toen hij in 1968 uit Tsjechië gevlucht was en aankwam in Nederland, had verwacht veel blije mensen aan te treffen die hun vrijheid vierden. Maar de radio- en tv-presentator zag sombere gezichten om zich heen: alsof niemand echt van de vrijheid genoot. ‘Het was alsof ze meer wilden van iets dat ze al hadden.’

Zou er dan toch voor mensen een te veel aan vrijheid kunnen zijn? Willen mensen misschien wat leiding hebben?

Vanmorgen was Victoria Koblenko (een Nederlandse actrice, presentatrice en columniste van Oekraïense komaf) op bezoek bij Dit is de dag, een programma op Radio 1. Ze was daar op bezoek om als lid van de groep Stoere vrouwen te pleiten voor het gebruik van ‘eerlijke’ chocolade. Voor dit product krijgt de cacaoboer dan een faire prijs en wordt niet uitgebuit door de opkoper. Op zich een nobel streven. Wat me echter opviel was dat Klobenko zei dat ze de leveranciers wilde overtuigen van het verkopen van alleen maar ‘eerlijke’ chocolade.  Alleen maar? ‘Ja’, zei ze, want ze was behoorlijk aan chocolade verslaafd en ze moest tegen zichzelf beschermd worden, want als ze de keuze moest maken tussen goedkope chocolade en het duurdere ‘eerlijke’ product, dan koos ze toch voor het goedkopere product. Verder had ze wel een vreemd idee over het ‘goede leven’. Zelf koopt ze geen vlees, maar ze wilde anderen niet voor hun hoofd stoten als ze haar vlees voorschotelden als ze op bezoek kwam. Tevens maakte ze veel gebruik van vliegtuig en auto omdat dat vanwege haar werk noodzakelijk was; daar kon ze toch niets aan doen. Ze had een keer een auto die op aardgas rijdt te leen, maar die auto al snel weer ingeleverd omdat ze zoveel moeite moest doen om aan brandstof te komen.

Eigenljk vreemd zo’n reactie dat je beschermd moet worden tegen jezelf. Zo’n verzoek om een gedeelte van je eigen autonomie ingeperkt te laten worden. Volgens mij buitelt iedereen over elkaar heen om te protesteren tegen een inperking van de vrije keuze en de eigen vrije wil (denk aan de moeizame debatten rondom de verkrijgbaarheid van allerlei soorten drugs), maar als er dan toevallig een BN-er zich schaart achter zo’n initiatief dan zet men gedwee het eigen ‘dikke ik’ zomaar opzij.

Als men toch het eigen ‘dikke ik’ opzij kan zetten ken ik een paar zeer nuttige leefregels:

  1. Ik ben de Heer, uw God die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb.
  2. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
  3. Gij zult de naam van de Eeuwige, uw God, niet ijdel gebruiken.
  4. Gedenk de Sjabbatdag, dat gij die heiligt.
  5. Eer uw vader en uw moeder.
  6. Gij zult niet doodslaan.
  7. Gij zult niet echtbreken.
  8. Gij zult niet stelen.
  9. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
  10. Gij zult niets begeren wat van uw naaste is.

Je zult zien, het werkt! Verbeter de wereld, begin bij jezelf!