De Experts waren, op het eerste gezicht, de charismatische tegenpool van de Agitators. Zij waren bouwers. Na de Tweede Wereldoorlog profiteerden ze van de tegenreactie op de nachtmerrieachtige jaren van fascistische demagogen, ze omarmden het hoogtepunt van de autoriteit van traditionele instellingen in de westerse cultuur en politiek, en ze voedden het Amerikaanse geloof in de kracht van technologie en bureaucratie om grootschalige problemen op te lossen. Ze claimden de mantel van rede en procedure en deden hun best om de politieke of religieuze invloed van charisma te beperken tot het verre verleden of primitieve culturen.
Maar in feite zagen de drie decennia na de Tweede Wereldoorlog een explosie van religieuze opleving in Amerika; aangevoerd door christenen die in tongen spraken, christenen die uitkeken naar de eindtijd en zij die beweerden te genezen door de kracht van de Geest. Zelfs op het gebied van erkende en zogenaamd seculiere genezing werd de grens tussen geneeskunde en spiritualiteit vager. Deze jaren vormden het hoogtepunt van cultureel prestige voor deze mensen, maar de langdurige ambivalentie van de Amerikanen ten opzichte van intellectuele elites bleef bestaan. De meest succesvolle leiders profiteerden van die gemengde gevoelens. Ze koesterden de spanning tussen wetenschap en vrijheid in de Koude Oorlog en, aan de andere kant, het sluimerende gevoel dat technologische sprongen eeuwige waarheden verdoezelden en de organiserende kracht van een goed verhaal nodig hadden.
Echter, tegen het einde van de twintigste eeuw, toen Amerikanen hun vertrouwen verloren in de gevestigde media, kerken, de overheid en bijna elk ander bolwerk van de moderne samenleving, dook de destructieve invloed van charismatisch leiderschap weer op in de vorm van de Goeroes: predikers van zelfontplooiing met plannen om snel verlicht te worden. De ouderwetse pinksterbeweging bleef ook bestaan, maar de leiders worstelden om te voorkomen dat de cultuuroorlogen de Heilige Geest in hun greep kregen.
De Agitators kregen aan het begin van de twintigste eeuw de overhand en protesteerden tegen de moderniteit als een rauwe deal en democratie als vermomde tirannie. De Veroveraars hadden de overheidsbevoegdheid over het leven van Amerikanen over het algemeen uitgebreid en een gouden idee van vooruitgang gepromoot. Nu sloeg de slinger weer om naar oproepen tot vernietiging. De Agitators vonden een markt om de staat aan te vallen en de zogenaamde vooruitgang als een leugen te bestempelen. Ze definieerden zichzelf als buitenstaanders, of ze dat nu waren of niet, en ontdekten dat het verkrijgen van materiële macht niet betekent dat men moet stoppen met het vertellen van een verhaal over ballingschap en ellende. Dit bleek een belangrijke les in een tijdperk van wereldoorlog en economische rampspoed: wereldwijde crises hebben de neiging een verstoten dissident te transformeren tot een geloofwaardige bedreiging voor de gevestigde orde. En ondertussen werden christenen steeds wilder in hun uitingen van nieuwtestamentische charismatici – omdat het, paradoxaal genoeg, makkelijker was om te gaan met wat Max Weber de “ijzeren kooi” van de moderniteit noemde, door steeds meer buitenissige tekenen van goddelijke macht te omarmen.
Iedereen voelt het. Het culturele en politieke leven in Amerika is voor velen onherkenbaar en vreemd geworden. Brandstichters en zogenaamde wijzen hebben de plaats ingenomen van redelijke en verantwoordelijke leiders. Genuanceerde debatten hebben plaatsgemaakt voor het zelfvoldane vertrouwen in je eigen gelijk. De Amerikaanse historica Molly Worthen is universitair hoofddocent geschiedenis aan de Universiteit van North Carolina en vraagt zich af hoe Amerika hier in terecht is gekomen. Wat gebeurt er als Amerikanen het vertrouwen in hun religieuze instellingen verliezen en politici de leegte vullen? In haar boek Spellbound: How Charisma Shaped American History; from the Puritans to Donald Trump (Betoverd: hoe charisma de Amerikaanse geschiedenis vormgaf van de Puriteinen tot Donald Trump) helpt zij ons de krachten te begrijpen die leiders creëren en hun volgelingen gevangen houden. Worthen geeft ook veel lezingen over religie en politiek. Ze schrijft over religie en politiek voor onder andere The New York Times.
Worthen betoogt dat we het heden kunnen begrijpen als we het verhaal van charismatische leiders in Amerika leren kennen. Van de Puriteinen tot Donald Trump, het verhaal van het Amerikaanse charismatici speelt zich af in de hoofdrollen van figuren die een gevaarlijke en verleidelijke kracht bezitten om menigten te raken. Ze nodigen volgelingen uit tot een kosmisch drama dat hoop vervult en grieven rechtzet en deze charismatische leiders beweren dat alleen zij de juiste weg wijzen.
motto van Maarten Luther overgenomen als argument door de boeren
Naast de herdenking van het verschijnen van de geloofsbelijdenis van Nicea 1700 jaar geleden, is het ook vijfhonderd geleden dat de Duitse Boerenoorlog plaatsvond. Dit was de grootste revolutie vóór de Franse Revolutie in 1789. Deze Boerenoorlog (Deutscher Bauernkrieg) van 23 juni 1524 tot 15 mei 1525 was een opstand van boeren en lage edelen die begon in het Zwarte Woud en Baden-Württemberg in het toenmalige Heilige Roomse Rijk. Het betrof ook een godsdienstoorlog, kort na het op gang komen van de Reformatie. Prediker-opstandelingen zoals Thomas Müntzer en Nicholas Storch, predikers uit het Saksische Zwickau (die bekend stonden als de Zwickauers), brachten met hun verzetspreken andere opstandelingen in beweging. De fakkel werden overgenomen door andere rondtrekkende predikers over heel het Rooms-Duitse Rijk, namelijk Balthasar Hubmaier (Waldshut), Johannes Denk (Neurenberg) en Sebastian Franck (Donauwörth). Ook opportunistische of zich bedreigd voelende verarmde lage edelen sloten zich aan zoals Florian Geyer en Götz von Berlichingen.
Oorzaken van de Duitse Boerenoorlog De belangrijkste oorzaak van de opstand van boeren, en ook lagere edelen, was dus onder andere het lijfeigenschap. Zo kwamen de boeren in de roerige tijd kort na de Reformatie, in opstand tegen het systeem van feodalisme en horigheid waarvan ze deel uitmaakten. Ze moesten voor de adel allerlei diensten doen en fikse belastingen betalen aan zowel de adel als de Rooms-Katholieke Kerk. De motivatie voor hun opstand vonden veel boeren in ideeën van de Reformatie – en met name Maarten Luthers die een accent op vrijheid en onafhankelijkheid (‘een christen is niemands onderdaan’) legde. Zo verwezen de boeren in hun eisenpakket, dat ze in 1525 opstelden en de ‘Twaalf artikelen van Memmingen’ genoemd wordt, meermalen naar de Bijbel én naar Luthers boekje Over de vrijheid van een christen uit 1520. Al in 1493 met de Bundschuh-Bewegung, maar zeker vanaf 1518 ontstonden er met name in het westen en zuiden van het Heilige Roomse Rijk opstanden van boeren, die in 1524 escaleerden in oorlog. Na eerst welwillend tegenover deze revolutie te staan stelde Luther zich uiteindelijk afwijzend tegenover de Duitse Boerenoorlog en publiceerde daarover in 1525 het pamflet Wider die Mordischen und Reubischen Rotten der Bawren. Andere reformatoren, onder wie Huldrych Zwingli en Thomas Müntzer (Monezer), spraken zich wel uit voor de boeren.
Verloop van de Duitse Boerenoorlog De onrust ontstond vanaf 1524 met name door rondtrekkende predikanten, die opruiende preken hielden. Een soort prelude dus van de hagenpreken, die in 1566 in de Republiek der Nederlanden tot de Beeldenstorm leiden. De boeren vormen op tal van plekken in het zuiden en westen van het Heilige Roomse Rijk eigen legertjes. Hiermee vielen ze burchten, kastelen, kerken en kloosters aan. De vorsten verdedigden zich door huurlegers samen te stellen. De eerste grote slag in de Duitse Boerenoorlog vond plaats op 23 juni 1524 in het Wutachtal nabij Stühlingen. Een groot leger van boeren trok hierbij op tegen graaf Sigmund II von Lupfen. In de veldslagen en schermutselingen die in het jaar hierna nog volgden, vielen in totaal tussen de 70.000 en 100.000 doden.
De Boerenoorlog in het Heilige Roomse Rijk kwam op 15 mei 1525 officieel ten einde, toen de samenwerkende Duitse vorsten de boeren versloegen in de Slag bij Frankenhausen. Zo’n 6000 goed bewapende Saksische en Hessische troepen, zowel voetvolk als ruiterij, onder leiding van graaf Georg met de Baard en Filips I van Hessen, versloegen een provisorisch bewapend boerenleger. De boeren, meer dan 6000 man, werden uitgemoord. Een dag later werden nog eens 300 gevangengenomen boeren, met name leiders, geëxecuteerd. Deze executies voerden de vorsten zonder proces uit. Er werden ook boeren vrijgelaten, maar zij kwamen in de rijksban ofwel: ze werden vogelvrij verklaard.
Belangrijkste gevolgen van de Duitse Boerenoorlog De boeren kregen niet wat ze wilden en de heersende macht, de adel en geestelijkheid, behield zijn macht. Daarbij verloor de lage landadel – door de verwoestingen en chaos tijdens de oorlog – haar macht aan de hogere adel.
Het zou nog tot 1848 duren voordat het feodalisme in Duitsland officieel afgeschaft werd. Dat was rijkelijk laat vergeleken met bijvoorbeeld Frankrijk, waar dit tijdens de Franse Revolutie van 1789 ‘al’ gebeurde.