De titel van deze post is gebaseerd op het effect bekend uit de politicologie genaamd het ‘rally ‘round the flag’: pas tijdens een crisis zien we dat burgers van een land zich massaal achter hun leider(s) scharen. Ik pas het in deze post natuurlijk letterlijk toe als ‘rondom de vlag’.

 

In de aflopen campagne
voor de Tweede Kamerverkiezingen
nam de Nederlandse vlag ineens een prominente plaats in
toen Rob Jetten de vlag als teken
van nationale eenheid en identiteit ging inzetten.
Hij zei:
‘Ik vertel daarin waarom we de Nederlandse vlag
niet mogen overlaten aan de PVV.
Want die vlag is niet van één partij.
Ze is van ons allemaal.’

Een vlag symboliseert die eenheid binnen een natie.
Maar de afgelopen tijd werden vlaggen in het Nederland
minder een bron van saamhorigheid
en meer een brandpunt van verdeeldheid.
Rechtse partijen en groeperingen
zetten de vlag doelbewust daarvoor in.
We hoeven alleen maar te kijken
naar de pins met de Nederlandse vlag
op de kleding van Kamerleden,
of de Nederlandse en geuzevlaggen
die meegevoerd werden met diverse demonstraties.

Eerder verschenen deze vlaggen
– vaak ondersteboven –
In dorpen en steden,
op bruggen,
lantaarnpalen en gebouwen
door het hele land.
De motieven van degenen die de vlaggen hijsen waren divers,
maar de manier waarop verschillende groepen mensen
deze vlaggen ervaren,
draagt een alarmerende boodschap uit
over de groeiende kloof die nu in onze natie bestaat.

Mensen met racistische motieven eisen de natie van hen ‘terug’,
want zij voelen dat zij stateloos achterblijven
en nergens meer bij horen.
Maar voor hen die zich in het centrum of links
van het politieke spectrum bevinden,
voelen de vlaggen daarentegen
als een regelrechte machtsclaim van extreemrechts
en een teken van de groeiende populariteit
van hun beleid en retoriek.
Voor deze mensen zijn de vlaggen sinister
en roepen een diep gevoel van dreiging op. 
De vlaggen dragen een intimiderende boodschap uit.

Maar er speelt nog een ander verhaal mee.
Want terwijl de vlaggen blijven wapperen in de herfstbries,
is iets wat voor de ene groep mensen een symbool van angst is,
voor de andere groep een welkom teken van hoop:
de vlaggen staan voor het herwinnen
van een zelfverzekerde Nederlandse identiteit,
die verloren was gegaan
door een mislukt experiment
in multiculturalisme
dat de eigen gemeenschap diep angstig heeft gemaakt.
En beide groepen hebben zo lijkt geen mogelijkheid meer
om elkaar te verstaan.

Ik denk dat ‘de kerk’ hierbij een essentiële taak heeft
om de verschillende groepen
weer met elkaar in gesprek te brengen.
Geloofsgemeenschappen zijn als geen ander staat om
in een cultuur van echokamers en algoritmen,
om elke kant van een conflict te begrijpen.

Want aan de ene kant moeten we ons bewust zijn
van de duistere kant van het vlagfenomeen.
Maar we dienen ook te begrijpen
wat de behoeften en angsten zijn
van de mensen voor wie de vlaggen welkom zijn.

En de grens tussen mensen is soms heel dubbel.
Het kan bijvoorbeeld best zo zijn
dat een vrijwilliger
die in haar kerk meehelpt met projecten
voor kwetsbaren
en goed bevriend is met asielzoekers in haar gemeente,
toch nog steeds een vlag laat wapperen
omdat ze vindt dat de immigratie ‘te ver is gegaan’.

Want de vlaggen kunnen fungeren
als een uitlaatklep voor de intense frustratie
van mensen die zich achtergesteld en genegeerd voelen
of leven met de chronische desillusie
over een politiek systeem
dat hen in de steek heeft gelaten.
Vlaggen wapperen soms als uiting
van een wanhopige roep
om een land dat beter voor hen zou zorgen.
Een beetje zoals een verwaarloosd kind
dat iedereen eraan probeert te herinneren
dat ook hij deel uitmaakt van de familie.
Anderen voelen zich gefrustreerd
omdat hun instellingen bereid lijken
om veel verschillende vlaggen te voeren
– de Oekraïense vlag of de LGBTQI+-vlag –
maar zij vinden dat diezelfde instellingen
zich schamen voor de vlag van hun eigen land.

Uiteindelijk zijn veel mensen
oprecht trots op de vlaggen
die boven hun gemeenschap wapperen,
omdat het hen de kans geeft om hun trots te uiten
voor een land dat zich vaak overdreven verontschuldigt
voor zijn verleden en zich schaamt voor patriottisme.

Voor veel groepen is de globalisering
en het transnationalisme,
die door degenen die de macht hebben
als de weg naar meer welvaart worden gezien,
slecht nieuws geweest.
Het heeft banen uitbesteed, lonen verlaagd,
waardoor veel werkenden
nog steeds afhankelijk zijn van uitkeringen,
en het heeft geleid
tot grote demografische veranderingen
in gemeenschappen
waarbij de lokale bevolking
geen inspraak had.

Dit gecombineerd met jaren van slopende bezuinigingen
en een politieke klasse die snel belooft maar traag levert,
heerst er een krachtige en intense woede
in veel groepen mensen
en voor hen zijn de vlaggen
een bliksemafleider geworden.

Het lijkt erop dat één vlag
nu twee naties symboliseert.
En wat zo alarmerend is,
is dat de ene kant de andere nauwelijks begrijpt.

Hoe moeten christenen reageren?
Want een verdeelde natie
wil dat de kerk partij kiest
en ziet ons zelfs
als zwak en wankelmoedig
als we dat niet doen.
Maar de taak van een christen is niet
om in elk binair debat
de ene of de andere kant te kiezen.
De opdracht is om aan de kant van de Heer te staan.
En in deze context denk ik
dat dat een tweeledig antwoord betekent.

Het betekent aandachtig luisteren naar iedereen.
We moeten de angsten horen
van hen voor wie vlaggen
een teken zijn van groeiende intolerantie
en daarom racisme en haat veroordelen.
Maar even belangrijk is dat we,
zelfs als we het niet met elkaar eens zijn,
de woede van mensen moeten begrijpen
en er een stem aan moeten geven.
Want zij vrezen dat de natie die ze liefhebben,
hen wordt afgenomen.
Als die stem niet gehoord en begrepen wordt,
zal extreemrechts maar al te graag
het vacuüm opvullen dat ontstaat.
In een verdeelde natie
is het een deel van de roeping van de kerk
om de ene kant te helpen de andere te begrijpen.

Het betekent ook om
op de plek van conflict woorden
van christelijke vrede te spreken.
We mogen wijzen
op het verlossende werk van Jezus Christus,
waardoor we verzoend worden
met de Vader en zo met elkaar.
Laten we luisteren en begrijpen,
maar bovenal het kruis hoog houden,
want in dat symbool schuilt
de enige ware en blijvende bron van eenheid.

Deze week bracht Paus Franciscus een bezoek aan het Italiaanse eilandje Lampedusa. Dit eiland dat op iets meer dan 100 kilometer voor de kust van Tunesië ligt, staat bekend als de “poort naar Europa”. Jaarlijks maken duizenden vluchtelingen de overtocht naar Lampedusa, vanwaar ze hopen te kunnen doorreizen naar het Europese vasteland. Maar voor heel wat vluchtelingen eindigt de gevaarlijke reis naar Lampedusa met de verdrinkingsdood. Als eerbetoon gooide de paus vanaf de boot bloemen in zee en veroordeelde hij de ‘globalisering van onverschilligheid’. “Daardoor hebben we het vermogen verloren om te huilen om het leed”. Franciscus riep de wereldgemeenschap dan ook op tot een groter mededogen voor allen die vanwege erbarmelijke omstandigheden thuis op zoek gaan naar veiligheid en een zeker bestaan. De paus stelde dat Lampedusa in plaats van en wachttoren te zijn die ongewenste vreemdelingen buiten weet te houden een vuurtoren, een lichtbaken moet zijn. Een vuurtoren voor de hele wereld, opdat mensen die een beter leven zoeken op haar kunnen koersen.

ik vind het opmerkelijk en betekenisvol dat de nieuwe paus dit bezoek aflegt als één van zijn eerste dienstreizen buiten Rome. Of dit meteen de houding van de wereldgemeenschap tegenover deze ‘gelukzoekers’  zal veranderen? Vatican Pope MigrantsNee, natuurlijk geloof ik dat niet! Maar het feit dat de paus deze kwestie weer een stem wil geven en de hele wereldgemeenschap een spiegel voorhoudt dat lijkt me niet verkeerd. Wat we dan kunnen zien is die onverschilligheid waar de paus het over heeft;  aan de kant van de organisaties die de vluchtelingen uitbuiten door hen na betaling van enorme bedragen in gammele bootjes het water opstuurt, maar evenzo de onverschilligheid waarmee het Westen deze mensen beziet: als ongewenste gelukzoekers die willen mee-eten uit de (krimpende) ruif van onze welvaart.

Aanstaande zondag zal ik een preek houden over de Barmhartige Samaritaan, een gelijkenis uit Lucas 10,25-37. In dit verhaal draait het in feite ook om onverschilligheid. Als de wetgeleerde vraagt wie de naaste is is het meer een vraag om de discussie gaande te houden. de werkelijke inhoud van vraag en antwoord laat hem koud. Hij voelt zich te verheven om zich werkelijk druk t maken om de ander. Het verhaal van de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan mag ons weer leren waar we zelf staan in het verhaal van de wereld, van de geschiedenis.

Nogmaals: zal deze dienstreis van de paus meteen tot concrete maatregelen leiden? Nee, ik denk van niet, maar hij heeft wel gedaan wat een christen kan doen: een wake-upcall geven aan iedereen. Mensen moeten weer wakker worden opstaan uit hun onverschilligheid, hun eenzelvigheid. We zijn mensen die in een groot verband met elkaar moeten leven, het gaat om goed samen-leven!

‘Gij zult niet zuur, grof of onbescheiden twitteren’ Met deze kop besteedde dagblad De Pers vandaag aandacht aan een initiatief van Social Missie die middels een social-media-beroepscode voorgangers en andere ‘arbeiders in het kerkenwerk’ bewust willen maken van hun voorbeeldfunctie en bijvoorbeeld van het feit dar wat ooit op het internet staat er nooit meer vanaf komt.’Pas op’ is de kern ‘weet dat je 24/7  ‘arbeider’ bent!

Is dit nu een zinvolle code of is dit een middel om eigen bedrijf en trainingstrajecten  ‘in the picture’  te spelen. Voegt deze code, die men ook naar de synode van de PKN willen sturen, iets toe aan bijvoorbeeld het boek van  Eric van den Berg. Dit vorig jaar verschenen boek geeft mensen die werken in de kerk uitstekend inzicht in de mogelijkheden en gevaren van de digitale wereld.

Een beroepscodecode die de do’s en don’ts van communicatie op internet vastlegt riekt volgens mij teveel naar het oude vastleggen in systemen van wat moet en niet moet in de organisatie. de meeste werkers in de kerk hebben vaak bij de aanstelling al een gelofte afgelegd waarin ook met zoveel woorden staat dat men er rekening mee moet houden dat een ieder 24 uur per dag ‘het ambt bekleedt’.

Dat men eigen activiteiten graag over het voetlicht wil brengen, ja daar kan ik inkomen. Hoe meer trainingsbureau’s zich op deze markt willen storten, hoe beter. Maar om een een beroepscode aan te bieden aan een synode lijkt me een marketingstunt!

Nederland Missieland; ik wens dat iedere ‘kerkelijk werker’ zich in de digitale wereld wil storten om zo 24 uur per dag de goede boodschap die we te vertellen hebben ook zo de wereld wil inbrengen; Ieder op zijn of haar eigen wijs!

Voor veel christenen is dit een onderdeel van het Onzevader dat ze kennen. Met de gevolgen van de enorme branden in Rusland waardoor een heel areaal aan graanproducten verloren is gegaan en dat tot gevolg heeft dat de Russische regering afgekondigd dat de export van graan wordt beperkt. Het gevolg zal zijn dat wereldwijd de prijzen van graanproducten en producten die afhankelijk zijn van graan (als voeding bijvoorbeeld; denk aan vlees) explosief zullen stijgen. Analisten denken dat, zoals altijd, de allerarmsten in de wereld het eerst het slachtoffer zullen worden van de op handen zijnde prijsexplosie. Wellicht zullen ook de mensen in het rijke Westen op termijn de gevolgen aan den lijve de prijsstijging ondervinden.

‘Geef ons heden ons dagelijks brood’; voor veel mensen een misschien gedachteloos gebeden gebed. Maar de wereld lijkt nu de gevolgen te moeten betalen van eigen handelen. Kort gezegd  gaat het volgens mij om ‘rentmeesterschap’.  Hoe gaan wij om met de wereld die ons gegeven is, dus niet een wereld die ván ons is.  De gevolgen van de ons handelen, voor wat betreft de stijging van de prijzen het graan, zullen in eerste aanleg de allerarmsten treffen maar op termijn lijkt het ook onszelf te treffen.  En hoe het ook zij, wat je zelf ondervindt, komt des te harder aan. De actualiteit vraagt dan ook om handelen. Handelen om ‘het dagelijks brood’ voor een ieder te waarborgen.

Misschien is het goed om onszelf weer eens te realiseren dat de bede om het dagelijks brood heel actueel is!

Het is vrijdag 18 december en het lijkt er op dat de Climate Change Conference geen doorslaand succes zal worden. Er zullen hoogstens wat vage beloftes worden gedaan die op de volgende conferentie in Mexico zullen worden behandeld. De vraag die nu kan worden gesteld: is dit erg. Ja, misschien aan de ene kant wel: het zou mooi zijn geweest als er goede zaken besloten waren en er nu echt mondiaal actie werd ondernomen om aan de slag te gaan met de klimaatproblemen. Maar… even eerlijk: waren de verwachtingen ook niet echt te hoog gespannen  en was de ballon ook niet te veel opgeblazen. Het blijkt dat allerlei globale economisch-politieke machinaties sterker zijn dan de wil om veranderingen in gang te zetten.

Maar er is ook nog een andere kant die je niet uit het oog moet verliezen: wat de uitslag van de klimaattop ook mag worden en hoe je ook tegen klimaatproblemen mag aan kijken, of je nu tot het ene kamp of het andere kamp behoort…

de conferentie legt de vinger wel bij het feit dat het ons mensen niet van de plicht ontslaat om verantwoord met de ons gegeven aarde om te gaan. Ook al lijkt het er soms op dat een eenmansactie geen resultaat heeft, toch kunnen heel veel kleine druppels op een gloeiende plaat die plaat doen afkoelen.

Volgens mij een werkelijke jobstijding voor de de verkoop van ‘groene’ en biologische producten. Volgens een kleinschalig onderzoek gehouden in opdracht van het Voedingscentrum kiest meer dan de helft van de Nederlanders door de kredietcrisis voor goedkoper eten uit de supermarkt. En de ervaring leert dat dan meestal de biologische producten niet worden gekocht. Immers, het idee bestaat dat deze producten duurder zijn. Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral schreef Bertolt Brecht in de Dreigroschenoper. Eerst het eten, dan de ethiek. Ethiek blijkt een luxegoed te zijn; dat is ook niet verwonderlijk. De primaire levensbehoefte dient eerst te worden gelenigd voordat men aan ethische afwegingen toekomt. De ‘kiloknaller’ lonkt uitnodigend als je toch wat meer op je geld moet letten. Voedingsproducten die goedkoop zijn – en meestal minder ethisch verantwoord zijn geproduceerd – zullen in de winkels meer aftrek vinden. Een oplossing zou er misschien moeten komen van de overheid. Door ethisch minder verantwoorde producten extra te belasten of een andere financiële prikkel. Maar het lijkt of de politiek zich momenteel concentreert op andere zaken.  Dat zie je volgens mij op vele terreinen: de overheid vindt haar taak om het land op andere aspecten te helpen belangrijker dan de mensen er van bewust te worden dat het hyperconsumeren niet langer door kan gaan. Op internationaal gebied hoef ik maar te wijzen op de plannen van de regering Obama. Nu er toch wat grote offers moeten worden gebracht, worden de beloftes die gedaan zijn ineens minder concreet.

Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral…

Gisteren ben ik naar een bijeenkomst geweest waar Hans Schravesande, voorzitter van de Projectgroep Kerk en Milieu van de Raad van Kerken sprak. Het onderwerp waarover hij sprak was de klimaatcrisis. Volgens hem was het echt ‘vijf voor twaalf’. We moeten iets doen en wel nu! Schravesande ergerde zich aan de opstelling van de Protestantse Kerk in dezen: je hoort niets van de kerk en je ziet ( op nationaal niveau) vrij weinig initiatieven en de kerk neemt in de nationale discussie hierover geen deel. Maar Schravesande ergert zich ook aan het relativisme en doorgeschoten rationalisme van bijvoorbeeld Trouw waarin Elma Drayer laatst in haar column schreef dat er duidelijk twee kampen waren: een van de klimaatcrisis’gelovigen’ – zeg maar de mensen die de boodschap van Al Gore c.s.  (an inconvenient truth) volledig geloven – en een van de klimaatsceptici, mensen die grote vraagtekens zetten bij alle angstaanjagende scenario’s die wetenschappers de mensheid voorschotelen. Drayer stelt dan dat de waarheid ongeveer in het midden zal liggen. aarde in noodOver zo’n opstelling windt Schravesande zich enorm op. Er is geen tijd te verliezen, we moeten niet onze tijd verdoen met wetenschappelijk, rationalistisch geneuzel waardoor kostbare tijd verloren gaat. It s is time to turn, NOW.

Tijdens de inleiding van Schravesande moest ik denken aan bericht dat ik onlangs las:

De meeste blanke evangelicals in de Verenigde Staten denken niet dat er sprake is van  the global warming, de wereldwijde opwarming van het klimaat. Zeven van de tien blanke evangelicals vindt ‘global warming;’ maar onzin. Dat blijkt uit een in Amerika gepubliceerd onderzoek. Onder alle evangelicals (dus ook afro-amerikanen en mensen van Spaanse afkomst, etc) denken vijf op de tien dat het met the global warming niet zo’n vaart loopt en dat het vooral politici zijn die er het publiek probeert bang mee te maken. Van alle Amerikanen, ongeacht hun religieuze achtergrond, denkt eveneens een op de vijf dat het met de opwarming van de aarde wel losloopt.

Volgens Schravesande kwam dit omdat een groot aantal Amerikaanse christenen een nogal sterk apocalyptisch getint geloof heeft: de rampen (zoals onder andere beschreven in het Bijbelboek Openbaring) brengen de wederkomst van Jezus Christus dichterbij. Ik snap zulke mensen niet: volgens mij heb je als mens en als christen een verantwoordelijkheid voor het behoud van de jou in bruikleen gegeven aarde. Je dient haar goed te onderhouden, dat is mijns inziens een grote opdracht. Hoe de wederkomst werkelijkheid wordt daar hebben wij geen weet van en daar hoeven wij ons niet in die zin druk over te maken.
Schravesande wijt de hele discussie mede aan het feit dat de klimaatcrisis voor heel veel mensen niet te verbeelden valt. Men kan zich bij de mogelijke gevolgen geen voorstelling bij maken. Kortom: het komt weer neer op geloven. En uit dat geloven zal ook handelen voortkomen. Wat is onze (christelijke) toekomstverwachting in relatie tot onze verantwoordelijkheid?
Winnen de klimaat’gelovigen’ of de klimaatsceptici?
Voor mij is dat geen vraag: we moeten nu handelen en onze verantwoordelijkheid ter hand nemen!
Want praatjes vullen geen gaatjes!

Door alle commotie omtrent het DSB-debacle valt het nieuws van de voedsel- en landbouworganisaties van de Verenigde Naties (FAO) toch een beetje buiten de radar van velen.

De FAO stelt dat de voedselproductie de komende veertig jaar met 70 procent moet stijgen om aan de vraag van de groeiende wereldbevolking te kunnen voldoen. Volgens de FAO moet er vooral meer geld worden geïnvesteerd in landbouw in ontwikkelingslanden, waar toename van de voedselproductie het hardst nodig is. Een jaarlijks bedrag van 56 miljard euro, 50 procent meer dan nu, moet de problemen oplossen. Voedselproductie krijgt te maken met de effecten van klimaatverandering, zoals hogere temperaturen, grotere veranderlijkheid in regenval, vaker extreme weersomstandigheden.

Het is en blijft een hete aardappel die de Westerse wereld blijft toespelen. Natuurlijk, aan de ene kant willen we de ontwikkelingslanden best helpen, maar als ze dan economisch er bovenop komen en hun producten willen afzetten in onze markt dan trekken we snel allerlei marktbeschermende muren op. Het lijkt wel of al dat ontwikkelingsgeld – dat voor een groot deel niet eens op de plaats aankomt waar het hardst nodig is – voor het Westen een soort wiedergutmachungsgeld is als ‘herstelbetaling’ voor het koloniale verleden. Maar als dan de ‘patiënt’ op eigen benen kan staan dan begint het Westen te beven. Misschien is het ook om die reden dat veel ontwikkelingslanden geen stabiele regering kennen. Lekker makkelijk voor het Westen: corrupte regeringen kun je beter naar je hand zetten.

Daarom ook dat bekende poplyric als titel Money makes the world go around. money makes the world go around

Solidariteit is mooi, zolang het onze economische dominantie maar geen parten speelt. Het draait in de hele wereld om geld.

Maar tegenwoordig zie je steeds meer de andere meningen in de media komen, bijvoorbeeld het boek de crisiskaravaan van Linda Polman. In het boek wordt de traditionele hulpverlening aan ontwikkelingslanden tegen het licht gehouden en wordt deze aan de kaak gesteld. Een ander geluid komt uit een deel van de ontwikkelingslanden zelf. Kortgeleden zag ik in een interview met een persoon waarin naar voren kwam dat er vanuit de ontwikkelingslanden zelf stemmen opgaan om het Westen ervan te overtuigen dat het de ontwikkelingshulp in de huidige vorm alleen maar afhankelijk maakt. Eigenlijk was de conclusie: Stop ermee!! We willen niet langer gepiepeld worden. Misschien is de hulp die China geeft, namelijk alleen vanuit economische drive  – wij halen iets bij jullie en geven jullie er dan iets voor terug – zonder verdere verplichtende moraliteit, zo populair in ontwikkelingslanden. Het Westen had altijd de mond vol van allerlei democratische initiatieven die van de grond moesten worden getild in ontwikkelingslanden. Maar in feite werd er met twee tongen gesproken. We wilden wel helpen, maar het moest ons niks ‘kosten’!!

Maar ja, wat willen we. Eigenlijk willen we het volgende. Namelijk dat de ontwikkelingslanden afhankelijk blijven van ons, want anders missen we onze mogelijkheid om ons zelf goed te voelen.

Money makes the world go around allerlei geopolitieke overwegingen en mondiale economische ideeën liggen ten grondslag aan allerlei beslissingen. Als andere landen mee willen delen in de taart die welvaart heet dan vrezen we voor ons deel dat dan kleiner wordt. China, India en andere landen, natuurlijk mogen zij zich ontwikkelen, maar niet ten koste van onze welvaart!!

En dan heb ik het nog geen eens gehad over de verstrekkende gevolgen van de klimaatcrisis. Natuurlijk, we willen daar allemaal iets aan doen, maar o wee, we moeten er niets bij inschieten, het moet geen geld kosten – of het moet binnen redelijke termijn terug te verdienen zijn. Daarom heb ik ook weinig hoop voor klimaatconferentie in Kopenhagen in december…

immers…

Money makes the world go around

Geld lenen met je ziel als onderpand meldde de NRC in een klein berichtje. Wat wil het geval: In Letland  dat op de been wordt gehouden met buitenlandse kapitaalinjecties, is geld lenen vrijwel onmogelijk. Een nieuw bedrijf in de hoofdstad Riga heeft een oplossing bedacht. Kontora biedt kleine leningen en eist slechts één onderpand: je ziel. Wie niet aflost, wordt niet vervolgd of bedreigd met geweld. ‘Ze hebben gewoon geen ziel meer, dat is alles’.

Dit bericht leek me een prima opstapje om iets te schrijven over de G8. Zoals ik in een eerdere post als schreef had de paus zijn derde encycliek Caritas in Veritate aan de vooravond van deze top gepubliceerd. In deze encycliek stelt hij verschillende zaken aan de orde:  waarheid, liefde, gerechtigheid, globalisering, het bedrijfsleven, economische ethiek, anticonceptie en abortus, milieu, toerisme, technologie en andere onderwerpen. Wat er nu over het resultaat van de G8-top in het nieuws is gekomen is uiteindelijk alleen maar iets over de klimaatcrisis. De wereldtemperatuur mag niet meer stijgen dan 2 graden Celsius ten opzichte van de gemiddelde temperatuur aan het begin van de industriële revolutie. Tot nu toe is in die periode de gemiddelde temperatuur ruim 0,7 graden gestegen, onder meer door het gebruik van fossiele brandstoffen als steenkool en olie.Om hun doel te bereiken, dient de uitstoot van broeikasgassen, die verantwoordelijk worden gehouden voor de opwarming van de aarde, tot 2050 met 80 procent te verminderen. De G8 vragen aan opkomende economieën als China, India en Brazilië, hun uitstoot tot 2050 te halveren, maar die voelen daar weinig voor. Concrete afspraken blijven meestal vaag en de rekening wordt vooral ook geschoven naar de derdewereldlanden. Deze landen protesteren heftig want hun economieën staan eindelijk op doorbreken en deze beperkingen zouden alleen maar zand in de motor betekenen.  ijssculptuur-torensluis-30-0-08-010_5e6fc676cb503bc96c78e56f6a68ecddb34e0718Maar ook de wereldleiders van de zogenaamde ‘grote’ economieën hebben het zwaar om de boodschap aan hun onderdanen te verkopen. Zeker in een crisistijd als tegenwoordig willen wereldleiders hun landgenoten niet met zo’n depressief makend nieuws vermoeien. En een goede vuist maken tegen de ‘opkomende’ economieën kunnen ze niet maken. Immers, de economie van Amerika draait voor een goed deel op geleend kapitaal uit China. Ja, het China dat wordt gevraagd om het ‘iets rustiger aan te doen’!! Mijn vraag is nu: wat moet er in vredesnaam gebeuren opdat mensen eindelijk inzien dat er iets moet veranderen en dan niet in 2050, maar wel nu!! Moeten er eerst echte rampen gebeuren – in plaats van al die rampenfilms die even aandacht generen die daarna weer snel wegebt – voordat men echt over wil gaan tot het nemen van ingrijpende en pijnlijke maatregelen. Nee, in plaats daarvan moet het wereldwijde systeem bijna koste wat het kost overeind gehouden worden met miljarden aan kapitaalinjecties. GeldzuchtVerschillende mensen hebben zich door de jaren op een exorbitante wijze verrijkt, waardoor er een manier van zakendoen is ontstaan en gecultiveerd dat uiteindelijk heeft geleid tot het aan de rand van de afgrond brengen van het financieel systeem zoals wij dat wereldwijd kennen.Vervolgens kan de wereld zoals wij haar kennen het doen met vrome wensen en onverkoopbare voornemens van wereldleiders en wordtt men met een ‘gaat u maar rustig slapen’ bijna letterlijk in slaap gesust.

Liefde is de ander schenken wat het mijne is; maar ze is nooit zonder gerechtigheid, die mij ertoe beweegt de ander te geven wat het zijne is. Dit waren de woorden van paus Benedictus XVI in zijn encycliek. We kunnen en moeten ons deze woorden aantrekken. Want iedere economische beslissing heeft morele gevolgen zo vervolgt de paus zijn encycliek. En dat is gebleken. Geld en hebzucht hebben mensen kapot gemaakt, hebben de wereldeconomie in een eindeloze spiraal gestort van meer, meer en meer. En mensen en instituten begonnen geld te lenen,  maar dan wel met hun ziel als onderpand. En in dat proces zijn mensen en instituten het belangrijkste wat er is verloren: naastenliefde. Het lijkt wel of hun hele handelen in het licht staat van de zelfverrijking. Zelfs met die mooie vrome wensen op de G8-top. Voor 2050 moet er uitsttootreductie plaatsgevonden hebben. Maar van concrete plannen ziet men liever af. Men ziet niet in dat door zo te handelen men de toekomst van anderen en het leven van anderen in de waagschaal stelt. Men durft niet te rekennen dat iedere economische beslissing morele gevolgen heeft; hoe kan men ook anders: de ziel is allang verkwanseld voor geld.

Kerk noemt hebzucht als oorzaak crisis. Zo bracht de NRC het nieuws van het verschijnen van de derde encycliek Caritas in Veritate van paus Benedictus XVI.Paus Benedictus XVI ondertekent zijn derde encycliek 'Caritas in Veritate'

In de encycliek, zo vervolgt de NRC, schrijft de paus dat de huidige crisis mede is ontstaan doordat mensen het maken van winst als een doel op zichzelf zijn gaan zien. Dan ‘bestaat het gevaar dat welvaart wordt vernietigd en armoede gecreëerd’.

Volgens de paus behoort de economie al enige tijd tot de terreinen waar ‘de kwaadaardige effecten van de zonde’ zichtbaar zijn. Mensen verwarren geluk met materiële welvaart, aldus de paus. De overtuiging dat de economie helemaal autonoom moet functioneren heeft geleid ‘tot economische, sociale en politieke systemen die de persoonlijke en sociale vrijheid van mensen met voeten treden en die daardoor niet in staat zijn om de rechtvaardigheid te bieden die ze beloven’. In de Financial Times wordt van de paus gezegd dat Pope Benedict XVI condemned the ‘grave deviations and failures’ of capitalism exposed by the financial crisis and issued a strong call for a ‘true world political authority’ to oversee a return to ethics in the global economy. Ten slotte vat het Nederlands Dagblad de boodschap van de paus samen met Sociale gerechtigheid kan niet zonder een moreel kompas, zonder God. ‘Een humanisme dat God buitensluit, is een inhumaan humanisme.’

De lekendominicaan Erik Borgman heeft in zijn boek Metamorfosen. Over religie en moderne cultuur aan dit onderwerp al eens aandacht besteed. Hij meent dat het christendom vanuit haar overtuiging dat God een God van betrokkenheid bij en bevrijding uit lijden en dood, verplicht is haar stem te laten horen. Zij komt voor uit een situatie waarop de schijnbare geslotenheid van het bestaande wordt opengebroken en er een nieuwe omgang ontstaat met de situatie van bodemloosheid en onzekerheid die eruit voortvloeit. Aan zo’n moment is het christendom ooit ontsprongen en het zet zich voort waar deze oorsprong zich opnieuw present stelt. Borgman stelt dat de essentie van het christendom de liefde tot de naaste is, dat is degene die jou nodig heeft zoals jij de ander nodig hebt, en met wie jij je verbindt door daadwerkelijk compassie met hem of haar te hebben.

Deze kwestie stipt de paus ook aan: in feite ligt het egoïsme op alle niveaus in de samenleving ten grondslag aan de huidige economische crisis.  Dit is geen nieuw geluid. Al in 1891 schreef de protestantse voorman Abraham Kuyper

Van den Christus raakt onze maatschappij los ; voor den Mammon ligt ze in het stof gebogen; en door den rusteloozen prikkel van het brutaal egoïsme waggelen, gelijk de Psalmist klagen zou, de fundamenten der aarde. Alle binten en ankers van het maatschappelijk gebouw verschuivn; desorganisatie kweekt demoralisatie; en in toeneemende brooddronkenheid van den één tegenover het steeds klimmend gebrek van den ander, speurt ge eer iets van de ontbinding van een lijk, dan van den frisschen blos en de gespierde veerkracht eener bloeiende gezondheid

Ulrich Beck schreef in zijn Risikogesellschaft al dat de postmoderne samenleving verbonden is met de ontdekking dat er geen definitieve oplossingen bestaan en dat wij in een risico-samenleving leven en slechts betere of slechtere manieren kennen om met de onontkoombare problemen om te gaan.  Mijns inziens dient zo’n samenleving getypeerd te worden als een samenleving zonder God. Juist als christen hebben wij de plicht om koninkrijk van God hier op aarde reeds gestalte te geven. Een samenleving waar vrede en gerechtigheid geen woorden blijven, maar daden zijn! Waar de woorden van Matteüs 25 werkelijkheid worden.

Misschien zijn dit ongewenste boodschappen, maar Naastenliefde in Waarheid (de term niet de encycliek) is geen vrijblijvend manifest, maar een opdracht om de fundamenten van het koninkrijk van God uit te dragen. En misschien zijn het korreltjes zand, maar gezamelijk kunnen ze polijsten en zorgen voor iets moois, iets blijvends!!