Maar we kunnen deze enorme krachten niet pareren
als we de vraag niet kunnen beantwoorden:
wat is het dan dat ons verenigt?
En het antwoord dat ‘God dood is!’ lijkt onvoldoende.
Dat geldt ook voor de poging om troost te vinden
in de op regels gebaseerde liberale internationale orde.
Het enige geloofwaardige antwoord ligt, geloof ik,
in ons verlangen om de erfenis
van de Joods-christelijke traditie hoog te houden.

Die erfenis bestaat uit een uitgebreide reeks ideeën en instellingen
die zijn ontworpen om het menselijk leven,
de vrijheid en de waardigheid te beschermen
– van de natiestaat en de rechtsstaat tot de instellingen van wetenschap,
gezondheid en leren.
Zoals Tom Holland heeft aangetoond in zijn prachtige boek Heerschappij,
vinden allerlei ogenschijnlijk seculiere vrijheden
– van de markt, van het geweten en van de pers –
hun wortels in het christendom.
‘Ik ben tot het besef gekomen dat mijn atheïstische vrienden
door de bomen het bos niet meer zagen.
Het bos is de beschaving
die is gebouwd op de Joods-christelijke traditie;
het is het verhaal van het Westen,
met alle gebreken van dien.
De kritiek op tegenstrijdigheden in de christelijke leer is serieus,
maar ook te beperkt van opzet.

Toch zou ik niet eerlijk zijn als ik mijn omarming
van het christendom uitsluitend toeschreef
aan het besef dat atheïsme
een te zwakke en verdeeldheid zaaiende doctrine is
om ons te versterken tegen onze dreigende vijanden.
Ik heb me ook tot het christendom gewend
omdat ik uiteindelijk het leven
zonder enige spirituele troost ondraaglijk vond,
in feite bijna zelfdestructief.
Atheïsme kon geen antwoord geven op een simpele vraag:
wat is de betekenis en het doel van het leven?’

Waar staat ‘de wereld’ als het gaat om het uitleggen van wat zíj gelooft?
‘Zijn we seculier, christelijk of heidens?’,
werd bijvoorbeeld na een analyse van de Olympische Spelen in Parijs gevraagd.
Staat één manier van denken over onszelf
op het punt te worden overschaduwd?
Wat is dan secularisme?

De filosoof Charles Taylor
maakt onderscheid tussen drie soorten secularisme.
Eén daarvan houdt in dat de religieuze aanwezigheid
in het openbare leven wordt weggevaagd.
De output van veel omroepen weerspiegelt deze tendens.
Ten tweede kan secularisme ook worden gezien
in een afname van persoonlijke religieuze praktijken,
vaak gelijktijdig met een terugtrekking
uit de gemeenschap naar het individualisme.
Taylors derde vorm van secularisme
berust op de teloorgang van kerken en andere geloofsgemeenschappen
als bronnen van normen die persoonlijk gedrag bepalen.

Dat christenen last hebben van alle drie de vormen is duidelijk genoeg.
Zij zouden ook hun deel van de schuld op zich moeten nemen.
De kerk heeft duidelijk soms desillusie of scepsis gevoed.
Maar alternatieve visies zouden ook kritisch bekeken moeten worden.

‘Type één’ secularisme komt erop neer
dat mensen van geloof wordt verteld
dat ze vrij zijn om te geloven en te praktiseren
als ze dat willen,
maar dat hun overtuigingen volledig transcendent moeten zijn
en helemaal niet immanent.
Met andere woorden, religie is acceptabel
als een excentrieke privéhobby
omdat zowel type één als type twee secularisme inhoudt
dat gemeenschappen van spirituele overtuiging
in deze betuttelende termen worden gezien.

Wat betreft de vraag hoe secularisme
het uitgeholde publieke plein vult:
tegenstanders van ‘publieke’ religie hebben weinig aansluiting
bij Taylors derde categorie.
Dit betekent dat hun standpunt
zowel zelf-tegenstrijdig als in wezen negatief kan lijken.
Zeggen ‘niemand mag beweren dat zijn opvattingen normatief zijn’
is op zichzelf een normatieve uitspraak doen.

Bij nadere beschouwing lijken de zaken dus nog duisterder.
Hoewel het zichzelf presenteert als een gunstig negatief groot verhaal,
bevindt seculier rationalisme
zich in een ongemakkelijke en onopgeloste relatie met postmodernisme,
waarvan exponenten gevaarlijk
en/of vervelend ‘alternatieve’ feiten of ‘mijn waarheid’ (Donald Trump) beweert.
Als zelfs een atheïstische vaandeldrager als Friedrich Nietzsche 
al voorspelde dat de dood van God nihilisme en totalitarisme zou voortbrengen,
dan is de westerse samenleving wellicht in veel groter gevaar
dan algemeen wordt aangenomen.
Misschien – zoals rabbijn Jonathan Sacks waarschuwde –
zou zo’n ‘spirituele klimaatverandering’
op één lijn moeten worden gesteld met de milieucrisis.

Het is dan ook geen wonder dat
deze ‘punten’ van het christendom
vanwege de sociale zegeningen
die het met zich meebrengt
regelmatig worden onderschreven
door zowel de niet-gelovigen als de gelovigen.

 

Iets bij die laatste Koningsdagviering schetste mij verbazing:

Na het gospelkoor dat God dankte en Happy Birthday zong,

wenste de burgemeester van Rotterdam

koning Willem-Alexander – ‘symbool van onze eenheid’ – en zijn familie een mooie, zonnige dag.

‘Want u bent onze majesteit, maar vandaag zijn we allemaal Kings & Queens’.

Dat laatste was precies het thema van koningsdag 2023 in Rotterdam.

Kinderkoor Zangexpress zong de koning toe:

‘Ja we vieren feest! Zing mee met ons lied. Wij zijn royalty. Wij zijn Kings & Queens.’

Hier staan we dus als samenleving:

‘Je bent een baas. Van je eigen koninkrijk. Doe je gouden kroon maar op.’

Neem het kinderen dan niet kwalijk als ze later aanwijzingen van een politieagent

niet meer verdragen, een verkeersregelaar uitschelden

of het betoog van een hoogleraar wegwuiven

omdat ze ‘een andere mening’ zijn toegedaan.

We zijn goden geworden, nadat we we God gedood hebben.

Friedrich Nietzsche schreef het in zijn De vrolijke wetenschap (1882):

Hebben jullie nog niet van die dolle mens gehoord, die op klaarlichte dag een lantaarn aanstak, de markt op liep en onophoudelijk riep: ‘Ik zoek God! Ik zoek God!’ Doordat er vele mensen samen stonden die niet in God geloofden, wekte dit groot gelach. ‘Is hij soms verloren gelopen gegaan?’ zei de ene. ‘Is hij verdwaald als een kind?’ vroeg de andere. ‘Of heeft hij zich verstopt? Is hij bang voor ons? Misschien is hij wel geëmigreerd?’ Zo schreeuwden ze door elkaar en vermaakten zich. De dolle man sprong midden tussen hen in en doorboorde hen met zijn blikken. ‘Waar God heen is?’ riep hij, ‘Ik zal het jullie eens zeggen! Wij hebben God vermoord, jullie en ik! Wij zijn allemaal zijn moordenaars!‘ […] Dwalen we niet als door een oneindig niets? Gaapt de holle ruimte ons niet aan? Is het niet kouder geworden? Komt de nacht niet voortdurend sneller en sneller? Moeten er ’s morgens geen lantaarns aangestoken worden? Horen we nog niets van het lawaai van de doodgravers, die God begraven? Ruiken we het goddelijk ontbindingsproces nog niet? Goden ontbinden ook! God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood!

Esther van Fenema schreef hier kortgeleden over in haar boek Het verlaten individu (2022):

‘Wij hebben onszelf tot God gemaakt, maar zijn niet bestand tegen die zelf ontworpen status’.

Ze richt haar pijlen dus op een maatschappij waarin het individu zich tot God heeft verklaard.

Het individu meet zich een vrijheid aan waaraan het zelf te gronde lijkt te gaan.

‘Onze menselijkheid is verkocht aan de hoogste bieder

en we zijn slechts nummers om het Beest te behagen.’ zijn haar woorden.

De problemen in onze samenleving stapelen zich op:

overprikkeling, verslavingen aan van alles en nog wat, depressies,

de graai- en bonuscultuur, grensoverschrijdend gedrag,

de affaires rond toeslagen en aardbevingsschade.

‘We voelen allemaal diep vanbinnen dat onze leefstijl niet strookt met de orde der dingen.

Het is het knagende schuldgevoel dat we ‘afgoden’ aanbidden in plaats van ‘God’,

zegt Van Fenema dan.

Maar wie die afgoden dan zijn? Wijzelf? De maatschappij?

‘Wie laat uiteindelijk wie in de steek?

Laat het individu de samenleving in de steek of is het juist andersom?’

Ze geeft er zelf geen direct antwoord op, maar het lijkt te wijzen op het individu.

Tenminste, als wij bestuurders en politici ook individuen mogen noemen.

Ze lijken soms de samenleving of het collectief te vertegenwoordigen,

maar ze krijgen er net zo van langs als de consumerende burger.

De ruimte – waar Nietzsche het al over had –

die de dood van God achterliet moet worden gevuld.

‘Want als de leegte waarin alleen God past, niet door God zelf gevuld

wordt, stroomt ze vol met rommel’, betoogde psychiater Jung al.

‘Vacuüm of leegte is de ultieme hoofdzonde van onze tijd omdat we de groep hebben losgelaten

en onszelf als middelpunt van het universum zijn gaan zien.

Het kreeg kreeg alle kansen om ons te ondermijnen omdat we kwetsbaar blijken als niemand ons beschermt.

We hebben opnieuw van de appel gegeten en riepen massaal dat goed en kwaad niet meer bestond

omdat we het als God immers zelf wilden bepalen. …

Vacuüm als onafwendbare eindtoestand wanneer verbinding
en betekenis vervliegt.

Wanneer verhoudingen en structuren verbleken.

Het rokende eindstadium als chaos en vernietiging hun werk hebben gedaan.
God creëerde de wereld vanuit de leegte en wij blijken het vermogen te hebben haar weer af te breken.

Gaan we als God ten onder of kunnen we nog samen een Ark bouwen

om de zondvloed te overleven?’ stelt Van Fenema dan.

Zo lijken de psychiaters dus de nieuwe profeten geworden.

Hun boodschap is niet altijd prettig,

maar worden alleen ten nadele van onszelf genegeerd.

5 september 2010: Chinees offert nieuwe SUV aan zeegoden
Een Chinese zakenman heeft zijn splinternieuwe SUV geofferd aan wat hij noemt ‘de Goden van de Zee’. Op die manier wil hij de goden gunstig stemmen zodat ze ervoor zouden zorgen dat het stopt met regenen.

‘Ach ja’ denk je dan, ‘die Aziaten die hebben duidelijk geen periode van de Verlichting gekend waarin toch zonneklaar werd dat de mens oppermachtig is. We dienen de goedgunstigheid van een godheid niet meer meer af te bidden want met onze wetenschap hebben we het aangetoond: God is dood!

Toch?

Totdat ik in onze plaatselijke krant het volgende bericht las:

14 september 2010: Rechtbankpresident stemt rechtvaardige ‘goden’ gunstig
ZWOLLE – Normaal staan de festiviteiten gepland bij het bereiken van het hoogste punt, voor de Zwolse rechtbank was het aanlanden op het diepste punt gisteren reden om een intieme fuif te vieren. Rechtbankpresident Robert Croll maakte van de gelegenheid gebruik om de ‘goden’ gunstig en vooral rechtvaardig te stemmen. Daartoe legt hij een speciale munt op het diepste punt van het gebouw neer. Eenzelfde munt zal op termijn in één van de wanden van het nieuwe gebouw een prominente plek krijgen.

Zo verwordt in Zwolle vrouwe Justitia tot vrouwe Fortuna.
Of moeten we het vervolg van Friedrich Nietzsche ook goed op ons in laten werken, nadat hij heeft gezegd ‘God is dood’
Waarheen beweegt de aarde nu? Ver weg van alle zonnen? Vallen we niet voortdurend om, rugwaarts, zijdelings, voorover, naar alle zijden? Bestaat er nog een boven en onder? Dwalen we niet doorheen een oneindig niets? Gaapt de holle ruimte ons niet aan? Is het niet kouder geworden? Komt de nacht niet voortdurend sneller en sneller?