Iemand anders die zich kort na de eeuwwisseling tot het christendom
werkte op de Zuidas vertelde mij over zijn leven:
Het enige doel van zijn kantoorethos
was om in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk geld te verdienen;
Mede-werknemers verdwenen op vrijdagmiddag
in toilethokjes om drugs te snuiven.

Als nieuwe bekeerling verliet híj daarentegen het kantoor
om tijdens de lunchpauze de mis bij te wonen.
Dat voelde enorm tegencultureel.
‘Ik las’ zei hij
‘bij Dietrich Bonhoeffer dat wanneer Christus een man roept,
gebiedt Hij hem te komen en te sterven.’

Een jaar later zegde hij zijn baan op om theologie te studeren.

De apostelen van Jezus legden destijds hun netten niet neer
om vissers van mensen te worden.
De mystici putten zichzelf uit door te vasten;
dat deden ze niet om onze vrijheid van meningsuiting te verdedigen.
De martelaren stierven niet
voor de goede onderwijsresultaten van stabiele gezinnen.
Centraal in alles wat beweert christelijk te zijn,
moet altijd de verstorende realiteit staan
van levens die worden geleefd
en samenlevingen die worden geleid
op manieren die niet onze keuze zijn.

Al deze gedachten kunnen in een notendop worden samengevat,
maar verder ook eindeloos worden uitgewerkt.
De korte versie zou een bekentenis moeten bevatten dat ons leven een doel heeft.
Nadenken over de verdwijning van het christendom is van belang
omdat de kerk het stevigste vat is voor het behoud van waarden
zonder welke de beschaving zal vergaan.
Én omdat de christelijke leer verder gaat
in het volhouden dat onze menselijke zoektocht
naar liefde en vreugde één is met de orde
en het doel van de wereld als Gods schepping.

 

De Veertigdagentijd of Lijdenstijd in aanloop naar Pasen
is voor christenen de periode die in het teken staat van
soberheid, inkeer en bezinning op je eigen christenzijn.
Christenen geloven dat ieder mens geschapen is
naar Gods beeld en leven in alle volheid verdient.
Tragisch genoeg leven we in een wereld van
gebroken relaties waar onrecht, ongelijkheid, corruptie
en rampen miljoenen mensen van hun toekomst beroven.
Een christen wordt opgeroepen
om de onvoorwaardelijke liefde van Christus weerspiegelen
door hun leven, hun daden en woorden.
Het geven van hoop, herstel en vernieuwing voor de wereld
zijn daar een onderdeel van.
Ontwikkelingshulp in allerlei vorm is daar ook uiting van.
Hieraan moest ik denken toen hoorde over het onderstaande.

Want in veel landen worden de gelden voor ontwikkelingshulp drastisch verlaagd.
Niet alleen in Nederland, maar bijvoorbeeld ook in het Verenigd Koninkrijk
en wie weet niet van de aankondiging in de Verenigde Staten
om het budget van USAID
– dat internationaal veel hulp overeind houdt –
zeer drastisch te verlagen.
In het Verenigd Koninkrijk heeft de afkondiging
tot verlaging van het budget op ontwikkelingshulp
zelfs geleid tot het aftreden van de minister
voor Internationale Ontwikkeling Anneliese Dodds.
Ze schreef in haar ontslagbrief:

Uiteindelijk zullen deze bezuinigingen voedsel en gezondheidszorg wegnemen
van kwetsbare mensen.

De forse vermindering van ons internationale hulpbudget
brengt inderdaad levens in gevaar over de hele wereld.
De stap ondermijnt echter ook de eigen nationale veiligheid.
Een sterke aanwezigheid op het wereldtoneel
komt niet primair tot stand door militaire kracht,
maar juist door diplomatie en gerichte ontwikkelingsfinanciering.

Dodds:

In de rest van de wereld is het teleurstellend dat we waarschijnlijk
het internationale ontwikkelingsbudget gaan plunderen,
omdat de invloed van het Verenigd Koninkrijk in de wereld
vaak voortkomt uit een combinatie van onze harde macht en onze zachte macht,
onze diplomatie en onze ontwikkelingsfondsen.

Zo zien we ook in Nederland dat minister Klever
van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
projecten stopt op het gebied van vrouwenrechten, gendergelijkheid,
beroepsonderwijs en hoger onderwijs, sport en cultuur.
En ook op hulp op het gebied van klimaat, maatschappelijk middenveld
en multilaterale samenwerking wordt flink bezuinigd.
Onder dat laatste valt bijvoorbeeld Unicef;
de VN-kinderrechtenorganisatie wordt door Klever met 50 procent gekort.

Internationale hulp is bewezen
een van de meest effectieve manieren
om welvaart en vrede te creëren.
Het is een strategische investering
in nationale en internationale veiligheid,
en is ook aantoonbaar
nuttiger en kosteneffectiever
dan militaire defensie-uitgaven.

Het verlagen van hulpbudgetten kan op korte termijn geld vrijmaken,
maar in werkelijkheid verzwakt het de invloed van de donorlanden,
ondermijnt het de wereldwijde stabiliteit
en vergroot het de veiligheidsrisico’s.
Het is niet alleen een valse zuinigheid,
maar ook een potentieel gevaarlijke
en contraproductieve beleidswijziging.

Hier zijn tien redenen waarom internationale hulp
zo’n cruciale investering in veiligheid is:

1. Het aanpakken van de grondoorzaken vermindert terrorisme.

Buitenlandse hulp helpt vrede te bevorderen,
armoede te verminderen en ontwikkeling te ondersteunen
in de meest kwetsbare regio’s.
Wanneer landen stabiel zijn,
is de kans kleiner dat ze in chaos vervallen
of broedplaatsen worden voor terrorisme en extremisme.
Door Nederland gefinancierde onderwijsinitiatieven
hebben meer dan 1,5 miljoen gemarginaliseerde meisjes onderwijs geboden,
waardoor de kwetsbaarheid van jongeren
voor extremistische rekrutering is verminderd.
Door de aantrekkingskracht van radicalisering te verminderen,
heeft deze investering bijgedragen
aan het verlagen van de langetermijndreiging van terrorisme
tegen Nederlandse burgers in binnen- en buitenland.

2. Investeren in wereldwijde gezondheid vermindert pandemierisico’s.

Virussen houden zich niet aan grenzen.
Financiering voor de ebola-respons
heeft geholpen wereldwijde uitbraken te voorkomen,
waardoor het risico op dodelijke ziekten
die zich naar Nederland verspreiden, is verminderd.
Op dezelfde manier is door te investeren in vaccinaties
tegen nieuwe stammen van Covid over de hele wereld,
is de eigen pandemieparaatheid versterkt
en de volksgezondheid in eigen land beschermd.

3. Sterkere relaties tussen landen verminderen conflicten.

Steun aan en hulp bij het trainen van politie en overheidsfunctionarissen,
versterkte de diplomatieke banden op de lange termijn
en voorkwam een terugkeer naar instabiliteit
die zich mogelijk over het hele continent had verspreid.
Dit heeft ook geholpen Nederland te positioneren
als een vertrouwde diplomatieke partner,
wat heeft geleid tot handelsovereenkomsten
en politieke allianties die de wereldwijde belangen
van Nederland ten goede komen.

4. Ondersteuning van stabiliteit vermindert gedwongen migratie.

Het wordt nu erkend dat het bouwen van ankers, en niet muren,
de beste strategie is om migratie in te dammen.
Het ontwikkelingshulpprogramma
heeft economische en sociale steun geboden
in landen als Syrië, Libanon en Afghanistan,
waardoor gedwongen ontheemding werd verminderd
en de druk op de Nederlandse grensbeveiliging werd verlaagd.
Door regio’s te stabiliseren die door conflicten zijn getroffen,
is ook Nederland in staat geweest
illegale migratie en de bijbehorende kosten
van grenshandhaving, asielverwerking en noodhuisvesting
te verminderen.

5. Het bevorderen van duurzaamheid
vermindert de schaarste aan hulpbronnen
als gevolg van klimaatverandering.

Ondersteuning van duurzame landbouw- en schone energieprojecten
in Afrika en Azië, waardoor de concurrentie
om afnemende hulpbronnen wordt verminderd
en klimaatgerelateerde conflicten worden voorkomen
die hebben bijgedragen aan het turbulenter maken van de wereld.
Dit heeft niet alleen de wereldwijde stabiliteit verbeterd,
maar ook kansen gecreëerd voor Nederlandse bedrijven
in de sectoren groene energie en duurzame ontwikkeling.

6. Veerkracht opbouwen vermindert internationale criminaliteit en instabiliteit.

Financiering is bijvoorbeeld instrumenteel geweest
bij het stabiliseren van landen,
door hun bestuur te verbeteren,
wetshandhaving op te leiden en criminaliteit en piraterij te verminderen
die niet alleen de internationale scheepvaart
maar ook het toerisme bedreigen.
Als gevolg hiervan hebben Nederlandse rederijen en toeristen
die in de regio reizen minder veiligheidsrisico’s ondervonden,
wat het vertrouwen in door het Nederland
geleide handel en reizen heeft vergroot.

7. Hongersnood en ondervoeding voorkomen vermindert politieke instabiliteit.

Financiering van projecten heeft geholpen
voedselcrises in Oost-Afrika te voorkomen,
waardoor de kans op massale migratie
en conflicten over hulpbronnen is verminderd.
Zonder die investering zou ook Nederland
waarschijnlijk veel meer hebben uitgegeven
aan humanitaire noodhulp en crisismanagement,
wat de kosteneffectiviteit van preventieve hulp aantoont.

8. Sterkere economieën in het buitenland opbouwen creëert kansen.

Handelsgerichte hulp heeft Afrikaanse landen geholpen
stabiele economieën te ontwikkelen,
waardoor handelsmogelijkheden voor Nederland zijn gecreëerd
en de afhankelijkheid van fragiele staten is verminderd.
Sterkere economieën in partnerlanden
betekenen een grotere vraag naar Nederlandse export,
wat ook ten goede komt aan Nederlandse bedrijven en werkgelegenheid.

9. Humanitaire hulp versterkt de wereldwijde invloed van een land.

Het ondersteunen van humanitaire hulp
is belangrijk om de positie van Nederland
als wereldwijde humanitaire leider te versterken
en heeft geleid tot een soft power-voordeel op het wereldtoneel.
Deze goodwill heeft geleid tot sterkere diplomatieke relaties
met belangrijke bondgenoten,
wat de Nederlandse belangen op het gebied
van handel, veiligheid en regionale stabiliteit ondersteunt.

10. Rampenbestrijding bouwt goodwill en strategische partnerschappen op.

Na de aardbeving in Haïti in 2010 heeft Nederland noodhulp verstrekt,
wat de banden met Caribische landen heeft versterkt
en het wereldwijde leiderschap van Nederland
op het gebied van crisisbestrijding heeft laten zien.
Deze inspanningen hebben de rol van Nederland
als betrouwbare partner in tijden van crisis versterkt,
wat heeft geleid tot nauwere
economische en diplomatieke relaties
met landen in het Caribisch gebied.

Kortom:
Als het Westen de hulpfinanciering opzegt,
ontstaat er een zeer significant vacuüm
waarin andere landen zullen stappen.
Rusland heeft bijvoorbeeld al Wagner-huurlingen gestuurd
om te patrouilleren
in de Centraal-Afrikaanse Republiek en Mali.
Dit is niet alleen slecht voor de burgers van die gebieden,
maar ook vanuit het perspectief
van de nationale veiligheid van Nederland.
Het zou buitengewoon zorgwekkend zijn
als Rusland in staat zou zijn
om een brede basis van invloed
en soft power op te bouwen in het mondiale Zuiden.

Met een steeds kwetsbaardere wereld
is dit het instrument dat op dit moment het meest nuttig is
voor de nationale veiligheid internationale hulp.
De toename van conflicten, migratie,
terrorisme en andere vooroorlogse omstandigheden
is direct te wijten aan de impact van armoede
– die nu 44 procent van de wereldbevolking treft, concentratie van rijkdom –
die de kans op financiële crises vergroot, verzwakte handelsroutes
– bijvoorbeeld vanwege de oorlog in Oekraïne en het Midden-Oosten,
en nieuwe handelspolitiek in de VS, en klimaatverandering –
die al die spanningen verergert.
Als Nederland in deze turbulente tijden
een effectieve verdedigingsstrategie wil,
moeten we heroverwegen om onze internationale hulpverplichtingen te verdubbelen,
en ze niet op te geven.

De Veertigdagentijd.
Als christen staat deze periode in het teken
van bezinning op je eigen christenzijn.
Ze staat in het teken van mededogen,
liefde en barmhartigheid delen
en bereid zijn om samen te werken
om het leven van mensen te veranderen.
Hulp aan een medemens is,
die ook geschapen is naar Gods beeld.
Wederkerigheid in ontwikkelingshulp
vindt zijn basis in de ontvankelijkheid
die wij leren van de liefde.
Concreet betekent dit dat wij, gevers,
allereerst zelf leren,
namelijk leren te ontvangen in het geven.
Alleen dan is er werkelijk sprake van wederkerigheid.
Een les in deze Veertigdagentijd.

 

Afgelopen zondag had ik een gesprek met een gemeentelid van in de negentig.
Dat gesprek maakte diepe indruk op me.
Ze vertelde over de diepe eenzaamheid die ontstaat als je al je familieleden overleeft.
Haar woorden waren een krachtige herinnering dat lang leven zowel een zegen als een uitdaging is.

Het gesprek deed me denken aan een zelfde soort vraag
die in de film ‘Highlander‘ uit 1986 werd gesteld.
De film volgt Connor MacLeod, een Schotse Hooglander geboren in de 16e eeuw
die ontdekt dat hij onsterfelijk is nadat hij een wond heeft overleefd die dodelijk had moeten zijn. Terwijl hij door de eeuwen heen leeft, ziet hij iedereen van wie hij houdt oud worden en sterven, en worstelde zelf met het gewicht van het eeuwige leven.

Toen de gitarist van Queen, Brian May,
werd gevraagd om de titelsong voor de originele film te schrijven,
creëerde hij ‘Who wants to live forever?
Het nummer legt op prachtige wijze het verdriet van het eeuwige leven vast
en vraagt zich af of eeuwig leven op deze aarde echt een geschenk is
als het betekent dat je het verlies van iedereen die je dierbaar is, moet doorstaan.

Dit thema van onsterfelijkheid versus de waarde van een eindig leven
wordt ook onderzocht in de verhalen van J.R.R. Tolkien
over de personen Beren en Lúthien, en Arwen en Aragorn.
Zowel Lúthien als Arwen, die onsterfelijk zijn,
kiezen ervoor om hun eeuwige leven op te geven uit liefde voor hun sterfelijke partners.
Ze leven liever een kort leven met degenen van wie ze houden dan een eeuwigheid zonder hen.
Ergens anders laat Tolkien in The Lord of the Rings Gandalf tegen Frodo zeggen:
‘Het enige wat we hoeven te beslissen is wat we doen met de tijd die ons gegeven is.’

Maar wat is dan een eeuwig leven?

De filosoof Karl Marx, de grondlegger van het marxisme, zei eens:
‘godsdienst is de opium van het volk’; een verdovend middel.
Een middel dat je gebruikt om ‘high’ te worden.
Dan denk je even niet meer aan je problemen, dan voel je even geen pijn of angst of zorgen.
En hij dacht daarbij vooral aan het geloof in eeuwig leven
Hij zag dat dus als drugs, als een verdovend middel.
Een gedachte om bij weg te dromen als je het slecht had in het hier en nu.
Daar moest Marx weinig van hebben. Niks wegdromen over eeuwig leven straks.
Nú de handen uit de mouwen om de heilstaat dichterbij te brengen!
Ideeën over eeuwig leven zorgen dat mensen hun lot maar aanvaarden,
terwijl ze in actie zouden moeten komen om het te verbeteren.
Maar maakt het uitzicht op eeuwig leven je passief? Werkt het inderdaad verlammend?
Of kan geloof in het eeuwige leven je misschien juist in beweging zetten?
In ieder geval had Marx één ding wel goed gezien:
die twee hebben met elkaar je maken, het leven nu en het leven straks.
Wat is het verband?

Bij ‘eeuwig leven’ moeten we niet denken aan ‘voor altijd zingen op een wolk’.
Zulke ideeën zijn niet zo christelijk als vaak gedacht.
Eeuwig leven, dat komt ná de wederopstanding.
Eeuwig leven, dat is als God alles nieuw zal maken,
en al zijn kinderen voor altijd mogen leven in zijn nieuwe wereld.
De Bijbel in Gewone Taal heeft die uitdrukking ingevoerd:
‘Gods nieuwe wereld’. Dáár gaat het heen!

Maar hoe moet je je het voorstellen? De Bijbel zegt er veel over, en tegelijk weinig.
Want alles wat er gezegd kan worden, is beeldspraak en gestamel.
Hoe kun je spreken over iets dat er nog niet is?
Maar drie dingen kunnen we in elk geval zeggen.
Ten eerste: het zal goed zijn. Ten tweede: het zal nooit eindigen.
En ten derde: de Here staat centraal.
Het zal góed zijn op Gods nieuwe wereld. Alles wat slecht is en duister en boos, zal er níet zijn. Dat is voor eeuwig buiten de deur gezet!

Wat betekent dit geloof betekent voor het leven van alledag.
Werkt het als opium, om weg te dromen, of is dat onzin?
Want Marx, haalde zijn uitspraak natuurlijk wel ergens vandaan.
Soms dachten en denken christenen ongeveer zo: het leven op aarde doet er eigenlijk niet veel toe. Het gaat erom dat je in de hemel mag komen.
En daardoor wordt er al snel berust in dingen die niet kloppen in onze maatschappij,
onrecht en armoede.
‘Zo is het nu eenmaal, zolang Gods koninkrijk niet is gekomen’.
Hoogstens zul je dan proberen anderen te bekeren, opdat ook zij eeuwig leven zullen hebben.
Maar deze wereld… houd je maar liever wat afzijdig. Wij zijn niet van deze wereld, toch?
In de Verenigde Staten zijn heel wat conservatieve christenen
die erg kritisch zijn op elke maatregel ter bescherming van het milieu.
Sowieso omdat dat zogenaamd ‘links’ is, maar ook omdat ze zeggen: Jezus komt spoedig terug. Dan wordt alles nieuw en beter! Wat doet het milieu er dan nog toe?
Zuinig zijn op deze wereld die vergaat? Dat hoeft alleen als je niet van Gods nieuwe wereld weet!
Maar hoe moet het leven híer en het leven straks dan verbonden zijn?
En toch is die verbinding er, heel belangrijk! Daar zullen we nu bij stilstaan.
Zie het als een paspoort: daarin staat uw nationaliteit, in welk land u thuis hoort.
‘Nederlander’. Dat betekent dat de Nederlandse regering zeggenschap over je heeft.
En dat betekent ook dat je recht hebt op alle dingen die bij het Nederlanderschap horen. En plichten.

Paulus schrift aan de Filippenzen: ‘Ons burgerschap is in de hemel’.
Dat wil zeggen: wie bij Jezus hoort ís al een burger van Gods nieuwe wereld. Dát is waar je thuis is. Dat is je identiteit, je nationaliteit.
En dat stempelt hoe je in het leven staat. Dat brengt voorrechten mee, en plichten.
Een plekje in Gods nieuwe wereld is niet los verkrijgbaar!
Paulus zegt namelijk ook iets over de levenswijze die erbij hoort.
Geloof je in eeuwig leven in Gods nieuwe wereld, dan leef je nú al als burger van die wereld! Volgens de waarden en normen die daar gelden.
En ja, uiteraard, dat zal zijn met alle gebrek, met vallen en opstaan.
Maar het kan niet zijn dat je beweert een hemelburger te zijn,
terwijl je in alle opzichten leeft als burger van déze wereld.

Welke rol speelt het geloof in het eeuwige leven bij u?
Onze tijd is heel sterk van het alles zoeken in het hier en nu.
En ook onder christenen is dat sterker dan we wel denken.
Is het eeuwig leven een leuk extra voor straks, of stempelt die hoop ons bestaan?
Leef je als hemelburger – nu al?
Put je troost en kracht uit Gods belofte, motiveert die je om vol te houden? Geloof je het écht?
Nee, laten we niet ons van de aarde afkeren en alleen hopen op de hemel.
Maar laten we, terwijl we leven op aarde, vooruitzien.
Laat het licht aan de horizon de richting van ons pad bepalen.
Paspoorten worden verstrekt door Jezus Christus aan ieder die wil!
Kom, leef dáárheen. Zing ervan. Werk ervoor. Hoop erop.
Leef nú al dicht bij de Here en doe wat Hij wil.

 

Het leven wordt achterwaarts begrepen, maar het moet voorwaarts worden geleefd.
Dat zei de Deense filosoof en theoloog Søren Kierkegaard.
We voelen allemaal op onze klompen aan dat dat niet zo eenvoudig is.
Als je bijvoorbeeld reist met navigatie helpt het je niet verder
als het schermpje je alleen de afgelegde route toont.
Je houdt je bezig met het traject dat voor je ligt.
Een achteruitkijkspiegel is best handig,
Maar je moet er niet te vaak en te lang in turen.
Ogen op de weg, handen aan het stuur dus.

Het leven wordt achterwaarts begrepen. Maar het moet voorwaarts worden geleefd.
Een uitspraak die ook past in het Bijbelse denken.
Het leven wordt inderdaad achterwaarts begrepen.
Bijbelschrijvers nemen ons steeds opnieuw mee naar vroeger tijden.
Naar wat vorige generaties gelovigen met God hebben beleefd.
Wat ze erin hebben geleerd en afgeleerd.
En de hele Bijbel is een aansporing om in die keten te staan.
Heel bewust te putten uit een rijke traditie van getuigenissen en liederen,
verhalen en profetische stemmen.
Het is bagage die helpt om iets te begrijpen van het leven
en van de God die de Bron en het Doel is van dit leven.
En het is een valkuil om te weinig terug te kijken.
Alsof je de eerste zou zijn die voor levensvragen staat.
Alsof niet al sporen zijn getrokken en wegen gebaand
door al degenen die voor ons uit zijn getrokken.
Alsof God in vroeger tijden zijn glorie niet heeft getoond.
Niet heeft bewezen wie Hij was, is en zijn zal.
Inderdaad, het leven wordt achterwaarts begrepen.

Maar er is ook een andere valkuil denkbaar.
Namelijk dat je vooral achterwaarts georiënteerd bent
en vergeet dat het leven toch echt voorwaarts geleefd wordt.
Er zit in ons menselijk bestaan een instinctieve behoefte aan geborgenheid
en zekerheid een vasthouden aan oude zekerheden van vroeger tijden.
Een hang naar wat bekend is en vertrouwd.
Waardoor we terugschrikken voor de weg die voor ons ligt.
In heel wat Bijbelverhalen proeven we juist de spanning
tussen verder trekken of terugkeren, tussen omzien of vooruitkijken.

Het leven wordt achterwaarts begrepen, het moet voorwaarts worden geleefd.
Het is de strekking van de leefregel uit Filippenzen 3.
Paulus zet er de zaak op scherp.
Hij heeft het niet eens meer over achterwaarts begrijpen.
Hij heeft het over loslaten, afleggen, wegwerpen, prijsgeven.
Ik vergeet wat achter me ligt en richt me op wat voor me ligt.
Ik ga recht op mijn doel af: Christus kennen, de kracht van zijn opstanding ervaren
en leren delen in zijn lijden.
Je proeft in deze verzen de houding en focus van de sportman.
De hardloper die alles wat hem hindert kwijt moet
zodat hij vrij is om ongehinderd de eindstreep te halen.
En zo zijn roeping als christen te vervullen
en volledig tot zijn bestemming te komen.

 

‘De geboorte van Jezus heeft niet veel aan deze wereld veranderd’

Deze opmerking krijg je rond de kerstdagen nog wel eens te horen.

 

Heeft iemand die deze opmerking plaatst gelijk?

Ja en nee.

 

Nee, in Jezus ziet God naar deze wereld om.

Dankzij Jezus is de liefde van God binnen handbereik.

Dankzij Jezus is echte vrede mogelijk. En vergeving.

En een nieuw begin! Er is hoop!

 

En ja, als wij de uitnodiging van het evangelie aan ons voorbij laten gaan.

Als wij om Jezus heen lopen. Dan verandert er niet veel in deze wereld.

Dan is er geen vrede in ons hart.

Dan zullen wij die vrede ook niet voorleven en uitdelen.

Dan blijft alles bij het oude.

 

Kerst is een appél:

Geef je verzet op.

Laat je door Jezus omarmen.

Hij brengt je thuis.

Nu komt Hij als Redder, straks als Rechter.

Er komt een moment dat je geen tijd meer hebt voor een keuze.

Als je niet kiest, sta je buiten.

Buiten de vreugde.

Buiten de vrede.

Maar daar geeft God ons niet aan over.

 

In Jezus komt God om ons te omarmen.

En wie zijn verzet opgeeft, en zich door God laat omarmen,

ontvangt vergeving en een diepe vrede in zijn hart.

En weet je,

Hij stuurt je ook weer op pad, als getuige en als vredestichter,

want de Redder heeft heel de wereld op het oog.

Zo heeft God het bedoeld.

 

Het is herfst, prachtig najaarsweer.
Strakblauw is soms de hemel en de lucht is fris
maar niet bijtend koud.
Wat is het dan heerlijk om dan een eind te lopen of te fietsen.
Daarbij weet je natuurlijk dat het zó over kan zijn.
Misschien word je zo overvallen door gure regens!

Ik vind de seizoenen één van de mooiste dingen
die God heeft uitgedacht,
een voortdurende afwisseling
waar je nooit genoeg van krijgt!
Soms ga je  een eindje fietsen.
en zie overal de prachtigste herfstkleuren,
je kijkt je ogen uit.
Grote lanen geflankeerd door rijen bomen,
waarvan de bladeren prachtig goudgeel waren.
En als de wind even blies
daalde er een regen van bladeren als gouden muntstukken neer.
Ik moest intussen aan een zin uit gedicht van Jacqueline van der Waals:

‘Waar gouden de portalen zijn,
Hoe zullen daar de zalen zijn!’

De schoonheid van de wereld in herfstpracht
als een vooruitwijzing naar Gods wereld die komt!
Soms wordt er wel eens gezegd dat verlangen naar de hemel
een soort ‘escape’ is voor mensen die het moeilijk hebben.
‘Opium van het volk’ zoals Marx zei.
Maar dit gedicht leert wel anders!
Niet ellende of pijn doet de dichteres verlangen naar de hemel.
Nee, juist de mooiste dingen van deze wereld kunnen
soms het verlangen oproepen naar iets dat we niet kennen.
Een andere wereld voorbij de horizon waar dit een reflectie van is.

Hebt u dat nooit?
Zou dat niet de stille roep zijn van God,
om op zoek te gaan naar zijn rijk voorbij deze wereldrand?

‘In welk een grote heerlijkheid
Zal ik dàn binnengaan,
Indien van goud de gangen zijn,
Hoe groot moet mijn verlangen zijn,
De zalen in te gaan!’

 

Wij kunnen de tijd van de lege, stille kerken opvatten

als slechts een korte, voorbijgaande periode

die we alweer snel vergeten zijn.

Maar we kunnen die tijd ook als als een gelegenheid

‘de diepte in te gaan’,

en te zoeken naar een nieuwe identiteit voor het christendom

in een wereld die voor onze ogen radicaal verandert.

Onze god is een god van verrassingen.

Ja, misschien zullen sommige oppervlakkige christenen weg gaan.

Maar anderen zullen komen!

Mensen worden altijd geconfronteerd met zeer belangrijke vragen;

met lijden, met pijn, met de dood. En zitten met vragen.

Als christen zijn we bedoeld om ambassadeur te zijn van Gods koninkrijk.

Mensen die met de ogen van Jezus naar mensen leren kijken.

Zien wat Hij ziet en geraakt worden door wat Hem raakt:

de vermoeidheid, het opgejaagd zijn, de onvrede, de leegte,

de pijn, de angst van een leven zonder Herder.

En die het hart hebben, de moed, de vrijmoedigheid,

de kracht om in zulke situaties voor de ander iets van een herder te zijn.

Om in Jezus naam de macht van de boze te breken

en de vrede van God over de ander uit te spreken.

En zo in woorden en daden voor de ander een persoon,

een huis van vrede te zijn.

Als christenen zijn we niet op aarde om toerist te zijn

om maar wat rond te hangen, onze dingetjes te doen

waarin het vooral draait om wat goed voelt en fijn is.

Christenen zijn ook niet op aarde om kerkganger te zijn

onze dagelijkse godsdienstige dingetje te doen,

daar een goed gevoel aan over te houden

en te denken dat dat het is.

Christen bereiken hun bestemming ook niet

door noeste ijverige harde werkers te zijn thuis,

op het werk en in de kerk

en te denken dat we daarvoor gemaakt zijn,

voor verantwoordelijkheidsgevoel en plichtsbesef.

Jezus ziet de nood, de pijn, de moeite, het zoeken

van zoveel mensen die zonder herder leven.

Daar zijn uw buren bij, uw vrienden, uw klanten,

uw familie en de vraag galmt door de hemelse gewesten:

Wie zal ik zenden? Is de tijd gekomen dat u, dat jij opstaat en zegt:

zie hier ben ik Heer, zend mij! Heer, ik ben klaar met een leven als toerist.

En kerkganger zijn of noeste werker is niet genoeg.

Heer zend ook mij als uw ambassadeur.

Uitdeler te zijn van de oogst van genade en vrede,

heling en hoop voor wie u op mijn pad gaat brengen.

Zegen mij met nieuwe vrijmoedigheid met compassie,

met lef, met moed en met Geestkracht.

Om voor de ander een persoon van vrede, een herder te zijn.

Een ambassadeur te zijn van uw koninkrijk.

Wat zou jij willen?
Verlang jij naar een aarde die niet steeds meer kapot gaat, maar die heel is.                                                            Verlang jij ernaar dat mensen op aarde in vrede met elkaar leven?
Dat er geen oorlog en terreur meer is?
Zou jij graag weer mens willen zijn op de manier
waarvoor God mensen oorspronkelijk gemaakt heeft?
Wil je vol worden van de Geest van God?
Zodat God ook jou daarvoor kan gebruiken?

Maar hoe kun je die Geest van God krijgen?
De inwoners van Jeruzalem zien Jezus’ leerlingen
die vol zijn van Gods Geest.
En zij dan?
De profeet Joël beloofde ooit toch ook                                                                                                                            dat God zijn Geest zou uitgieten over heel het volk?

Petrus legt uit hoe mensen de Geest van God kunnen krijgen.
Wil jij door de Geest van God meewerken met God
in zijn goede zorg voor de aarde en de mensen die daarop wonen?
Ga dan naar Jezus toe. Jezus is de Zoon van God.
Jezus is vol van Gods Geest. Jezus is geen verleden tijd.
Hij is wel gekruisigd en gestorven en begraven.
De inwoners van Jeruzalem hebben daar zelf aan bijgedragen.
Maar God heeft Jezus opgewekt uit de dood.
God heeft daarna Jezus laten plaatsnemen naast zichzelf op Gods troon. God heeft aan Jezus de heilige Geest gegeven.
Niemand anders dan Jezus heeft de Geest van God op ons uitgegoten.

Petrus wijst de weg.
De weg die hij hen wijst is dezelfde weg die Joël aan de mensen wees.
Dit is de weg om Gods Geest te ontvangen: Keer om! Ga terug naar God. Als je met berouw bij God komt
en graag weer met God op aarde wilt leven,
dan zal God je dat leven volop geven.

Joël riep zijn volksgenoten tot omkeer: Keer terug tot de Heer jullie God. Alleen bij Hem vind je leven. Hij heeft de aarde gemaakt.
Hij maakte de aarde voor de mens om daar op te wonen.
Om het goed te hebben. Om te genieten van God.
Om te genieten van al Gods gaven.
Om daar als Gods mensen sámen van te genieten. Dat is het echte leven. Als je dat wilt, keer dan terug naar God.
Alleen Hij kan dat leven aan jullie geven.

Weet je nog van de nieuwe schepping, de nieuwe aarde, nieuwe mensen? Is dat geen toekomstmuziek?
Het is waar: de hemel op aarde is er nu nog niet. Dat komt nog.
Als Jezus terugkomt.
Maar in alles wat gebroken is wil God nu al iets daarvan laten zien.
De oude klanken van het paradijs waar alles goed was.
De nieuwe klanken van de nieuwe aarde.
Dat nieuwe leven wil God laten zien door jou en mij.
Als je naar Jezus gaat en je vraagt Hem om de Geest van God,
dan gaat Hij je dat leren.

Kijk maar naar de inwoners van Jeruzalem.
Rond de 3000 mensen vertrouwen zich toe aan Jezus.
Ze laten zich overschrijven op zijn Naam.
Ze ontvangen de heilige Geest. Ze horen bij de groep leerlingen van Jezus. Dit is wat hen kenmerkt:
1 Ze blijven trouw aan het onderricht van de apostelen.
Over Jezus die voor ons is gestorven en voor ons is opgestaan uit de dood.                                                                      2 Ze vormen met elkaar een hechte groep.
Ze zorgen voor elkaar en nemen het op voor elkaar.
3 Ze breken het brood. Ze vieren trouw het heilig avondmaal.
Om hun Heer Jezus Christus in zijn zelfovergave voor hen te gedenken.
4 Ze wijden zich aan het aanbidden van God de Vader en Jezus zijn Zoon.

De kring van Jezus groeide snel.
Er werd overal over hen gepraat.
Er waren veel waarderende opmerkingen:
‘Die mensen van Jezus, die gaan tenminste ergens voor.
Ze hebben toekomst in huis.’

Het echte geluk is voor mensen die weten dat ze God nodig hebben.
Want voor hen is Gods nieuwe wereld. BGT Matteüs 5,3
Zalig zijn de armen van geest,
want van hen is het Koninkrijk der hemelen. HSV Matteüs 5,3

Arm zijn betekent accepteren dat we geen meester zijn over ons leven.
Een van de ziektes van het moderne Westen
is dat we alles onder controle willen houden, alles plannen,
kiezen en onderwerpen aan de menselijke wil.
Het is duidelijk dat dit onmogelijk is,
hoe groot de technische vooruitgang ook is.
Die pretentie van almacht kan slechts leiden tot teleurstelling en angst.
We moeten daarentegen geloven dat de omstandigheden
die ons het meest doen groeien,
juist die situaties zijn waar we geen zeggenschap over hebben.
Wanneer we de uiterlijke omstandigheden niet kunnen veranderen,
worden we uitgedaagd onszelf te veranderen.
Dat is waar het uiteindelijk om gaat.
‘Gelukkig wie nederig van hart zijn.’
Dat is de eerste gelukwens, de eerste zaligspreking.
Er volgen er nog zeven. Ze vormen samen een reeks.
Ze schetsen een geestelijk groeiproces voor een kind van God.
Ze vormen het profiel van een christen.
In Jezus’ mond klinkt het als een roeping. Die een duidelijke richting wijst. In zijn mond klinkt het ook als een belofte.
Dat je Hem als kind van God bent aangenomen.
En in zijn mond klinkt het als een zegen.
Dat Gods Geest je op deze weg leidt en verder brengt.
Als kind van God, aan de hand van Vader, midden in deze wereld.

Het evangelie van Jezus Christus,
het goede nieuws van het hemelrijk begint hier:
‘Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.’