Het lezen van reacties op Donald Trumps verkiezingsoverwinning
in verschillende nieuwsmedia de afgelopen dagen
was een les in het hedendaagse politieke landschap:

Voor linksgeoriënteerde media ziet de toekomst er somber uit.
Men klaagt dat
‘we moeten leren leven met een Amerika
waar een overweldigend aantal van burgers
een president heeft gekozen die de meest fundamentele waarden en tradities
van de democratie, de grondwet en zelfs het leger met minachting aanhangt.’
Of het wordt ‘een buitengewoon, verwoestend moment
in de geschiedenis van de Verenigde Staten’ genoemd.
Het lijkt wel een seculiere versie van de preek ‘Wee ons, het einde is nabij’.

Maar als je de rechtse media bekijkt, zie je een mengeling van gejuich
– ‘Trumps triomf is een ramp voor de egocentrische, deugdzame elites!’-
en optimisme dat er een nieuwe dag aanbreekt.
Trump zelf prees de komst van een ‘gouden eeuw’ voor het Amerikaanse volk.
Een welkom stukje goed nieuws voor degenen aan de rechterkant.

Aan beide kanten is de apocalyptische noot moeilijk te missen:
‘2024 is het echte werk, een revolutionair moment,
een herinrichting en heroriëntatie van de Amerikaanse
en westerse politiek rond nieuwe principes.’
‘er niets dan slecht nieuws is voor Europa
in de Amerikaanse verkiezingsoverwinning van Donald Trump.
De enige vraag is hoe erg het zal worden.’

Direct na zulke verkiezingen is er altijd
een beetje van deze apocalyptische toon te horen:
wie herinnert zich nog hoe George W. Bush een rampzalige campagne voerde
voor een machtswisseling in het Midden-Oosten.
Of hoe Barack Obama begon met grote hoop,
een tweede termijn won,
maar de wapenwetten niet veranderde
en over algemeen werd beschouwd als degene die de VS verzwakte
door een mislukt buitenlands beleid.
En ook Joe Biden zou hebben gefaald omdat hij de inflatie liet toenemen
en de Amerikaanse grenzen te poreus liet worden.

Ja, ook Donald Trump zal falen.
Hij kan, zoals hij beloofde, een verbeterde economie opleveren.
Hij kan illegale immigratie tegengaan.
Dat is tenslotte de reden waarom velen op hem stemden.
Maar uiteindelijk zal hij teleurstellen.
Dat zou Kamala Harris ook hebben gedaan als zij had gewonnen.
En dat is niet om deze specifieke leiders te bekritiseren.

Het is altijd verleidelijk om in tijden als deze naar apocalyptische taal te grijpen.
Maar de echte betekenis van ‘apocalyps’ is ‘openbaring’ of ‘onthulling’.
Als we het op langere termijn bekijken,
is het echte apocalyptische moment in tijden
als deze misschien wel de onthulling van de ware plaats van politiek
als belangrijk, maar niet hét belangrijkst.
Deze momenten onthullen de ontoereikendheid
van alle menselijke koninkrijken,
en ons verlangen naar een ander koninkrijk,
een koninkrijk van ‘rechtvaardigheid,
vrede en vreugde in de Heilige Geest’ zoals de Bijbel het zegt,
dingen die geen enkele regering of verkiezingsuitslag ooit kan leveren.

Politiek is belangrijk omdat we het in de samenleven belangrijk vínden.
Maar wat politiek op zijn best kan bieden
– een goed functionerende economie, wet en orde,
het beheren van goede internationale relaties –
gaat maar tot op zekere hoogte om een bloeiend leven mogelijk te maken.
Net als terugkeren naar een bekende verlangen
waarvan we denken dat we er eens en voor altijd gelukkig van kunnen worden.
Ondanks de talloze keren dat het eerder is mislukt,
geloven we op de een of andere manier steeds weer
dat politiek al onze problemen kan oplossen.
Trump will fix it, Trump zal het oplossen’, zeiden de spandoeken
– hoewel dat in feite is wat elke politicus belooft.
Maar Jezus waarschuwde al:
‘Velen zullen in mijn naam komen en zeggen “Ik ben het”,
en veel mensen op een dwaalspoor brengen.’ (Mattheüs 24,5)

Waarschijnlijk zal Donald Trump niet zo slecht zijn als velen vrezen,
en niet zo goed als velen hopen.
Want politiek is nooit het laatste woord.
Zoals de Amerikaanse theoloog Matthew Burdette het onlangs verwoordde:
‘De oplossing voor onze politiek is geen politieke oplossing.
Stemmen op de juiste of de verkeerde kandidaat
zal de situatie niet veranderen:
de duivel is onpartijdig, zolang politiek onze afgod is.
Nee, wat nodig is, is fundamenteel en grondig spiritueel.
Alleen als we met de profeet Jesaja kunnen zeggen
dat “de volken zijn als een druppel uit een emmer,
en worden gerekend als stof op de weegschaal,” (Jesaja 40,15-17)
En
“ Vertrouw niet op mensen met macht,
op een sterveling bij wie geen redding is.
Stokt zijn adem, hij keert terug tot de aarde,
op die dag gaat hij met zijn plannen ten onder.” (Psalm 146,3-4)
dat wil zeggen, alleen als we tegen de horizon
van het ultieme kunnen zien hoe klein onze zorgen zijn,
zullen deze relatieve, voorlaatste dingen zoals politiek
worden rechtgezet en hun ware betekenis in ons leven krijgen.’

Voor mij is het tegenovergestelde van angst niet controle,
maar vertrouwen, als tegenwicht tegen de onzekerheid.
Vertrouwen kijkt de onzekerheid echt in de ogen
en kan dat aan omdat het vertrouwen de balans herstelt.
Is controle over de manier waarop het leven gaat,
niet vrijwel altijd een illusie?
Hoe zou het zijn als we meer Godsvertrouwen hadden?
Vertrouwen vraagt dat je buiten jezelf treedt,
dat je je verbindt met anderen.
Vertrouwen is de erkenning dat de ander een dragend deel is
van jouw bestaan.
Waar controle, als antwoord op angst, gevangen blijft
binnen het schema van een individualistisch mensbeeld,
treedt vertrouwen daarbuiten en laat het de ander toe
als onmisbaar om mij in evenwicht te houden in crisistijden als deze…

Abraham moest Isaak offeren. Zijn enige zoon.
Dat wil zeggen: hij was Abrahams enige hoop,
de enige door wie men van nageslacht van Abraham zou kunnen spreken. In Isaak was al Abrahams verwachting samengetrokken.
En dat was maar niet alleen al Abrahams menselijke verwachting,
omdat Isaak de enige was
die zijn eigen naam zou kunnen laten voortbestaan,
maar vooral ook Abrahams geloofsverwachting.
Isaak was de wonderzoon in wie al Gods beloften waren samengevat.
Hij was zijn houvast, zijn onderpand,
dat God ook verder zou doen wat Hij beloofd had.
Veel eerder dan om de vraag of Abraham alles voor God over zou hebben, gaat het in deze proef dus om de vraag of Abraham,
nu hij Isaak heeft gekregen, nog steeds wel alles van God zou verwachten. Iedereen die zichzelf een beetje kent,
weet hoeveel zin zo’n beproeving heeft.
Verwachten we dan ook nog alles, echt alles van Hem?
Waar blijft onze verwachting op de Heer?
Daarom is ook de boodschap voor ons niet zozeer de vraag
of wij alles voor God over hebben,
maar de vraag of wij alles van Hem verwachten willen.
En dat werkelijk in de praktijk van ons leven.
Niet maar met woorden — en ondertussen toch je eigen gang gaan — maar met daden.
Hoe vaak gebeurt het ons niet dat wij,
zodra wij weer een beetje grip op ons bestaan denken te hebben,
in dezelfde beweging weer op eigen kracht en op eigen houtje gaan leven? Dat had bij Abraham toch net zo kunnen zijn? Maar dat blijkt niet zo. Abraham noemt ‘die plaats waar hij een ram heeft gevonden
om die in plaats van zijn zoon te offeren’
maar niet ‘de Heer zal erin voorzien’
omdat hij daar net die ram gevonden had.
Nee, hij noemt die zo, omdat dat het precies is,
waar het in heel het verhaal om ging:
de Heer stelde Abraham op de proef
of hij inderdaad leefde uit die verwachting,
dat de Here in alles zou voorzien, wat er ook gebeurde.
En daaruit had hij inderdaad geleefd.
God zal zichzelf voorzien van een dier voor het brandoffer, mijn zoon.
Dat is werkelijk godvrezend zijn,
niet maar de plichten van je geloof afwerken,
God bewaren voor noodgevallen en verder je eigen gang gaan,
niet maar zeggen dat je gelooft wat God zegt,
maar er verder geen handen en voeten aan geven,
maar leven vanuit de zekerheid dat God zal voorzien van wat nodig is, alles van Hem verwachten.
Alles? Ja. Alles.