Half februari.

De goede voornemens liggen al bij het grofvuil.
We zouden toch gezonder, fitter, rustiger, beter worden.
Twee weken later zaten we alsnog met chips op de bank.
We knikten zelfs braaf bij Blue Monday
– zogenaamd de somberste dag van het jaar –
alsof we een officiële stempel nodig hebben
voor dat knagende gevoel
dat het allemaal wat minder glanst dan gehoopt.

Maar misschien zit de echte somberte niet in het weer. Misschien zit ’ie dieper.

Kijk om je heen.
Twee derde van de wereld leeft inmiddels in landen
waar te weinig kinderen worden geboren
om de bevolking op peil te houden.
Voor stabiliteit heb je gemiddeld 2,1 kind per vrouw nodig.
In Nederland is dat 1,43.
In grote delen van Europa is het niet veel beter.
Dat is geen dipje. Dat is een trend.

En natuurlijk: we noemen het Vrijheid,
Keuze, Zelfbeschikking.
We plannen ons leven zorgvuldig.
We optimaliseren, vergelijken, berekenen.
Alles moet kloppen. Het huis. De baan. De planeet.
Onszelf.

Maar onder al dat plannen ligt een stillere laag.
Twijfel. Uitstel. Wachten op betere tijden.
Tot de hypotheek betaalbaar is.
Tot de politiek rustiger wordt.
Tot het klimaat stabieler voelt. Tot we zelf ‘klaar’ zijn.

Alleen: dat moment komt zelden.

Misschien is dat wel de kern van onze tijd.
Niet egoïsme. Niet onwil.
Maar een te broos vertrouwen in de toekomst.
Want we zijn opgegroeid met het idee dat alles groter,
beter en rijker zou worden dan gisteren.
Die belofte kraakt.
Oorlog. Klimaatstress. Polarisatie.
Het voelt soms alsof we leven
in een wereld die haar glans verloren heeft.

En toch.

En juist nu schuift de christelijke kalender
de veertigdagentijd binnen.
Na het uitbundige van Vastenavond volgt Aswoensdag.
Een zwart kruis op je voorhoofd,
met de woorden: ‘Gedenk, mens, dat je stof bent.’
Geen marketingpraatje.
Geen maakbaarheidsmantra.
Gewoon een reality check:
je bent eindig. Kwetsbaar. Beperkt.

Dat klinkt somber. Maar misschien is het bevrijdend.

Want we zijn moe van het idee
dat grenzen er zijn om te doorbreken.
Dat plafonds altijd hoger te kunnen.
Dat groei vanzelfsprekend is.
Wat als volwassen worden betekent
dat je leert leven mét grenzen,
in plaats van ertegen te vechten?
Wat als hoop niet ontstaat
uit onbeperkte mogelijkheden,
maar juist uit eerlijkheid over wat breekbaar is?

Het askruis zegt niet:
geef het op.
Het zegt: kijk eerlijk.
Het leven is kwetsbaar. Jij ook.
En precies daar kan iets nieuws groeien.

Hoop is geen optimisme dat alles goed komt.
Hoop is het vertrouwen
dat betekenis niet afhankelijk is
van perfecte omstandigheden.
Dat zelfs in een tijd van dalende cijfers
en stijgende zorgen,
de toekomst niet gesloten is.

Half februari.

De regen tikt tegen het raam.
De voornemens zijn gesneuveld.
Maar misschien is dat geen nederlaag.
Misschien is het een uitnodiging om kleiner te denken
en groter te verwachten.
Niet van onszelf, maar van wat ons draagt.

Misschien begint hoop precies hier.
Niet in glans. Maar in eerlijkheid.

 

Vandaag is het Blue Monday;
de vermeend meest deprimerende dag van het jaar,
de dag waarop we ons allemaal extra ellendig zouden voelen.

Maar laten we eerlijk zijn. Dat hele idee is nog helemaal niet zo oud.
Het idee werd in 2004 verzonnen door psycholoog Cliff Arnall,
niet uit diepe zorg voor onze ziel,
maar als marketingstunt voor een reisorganisatie.
Ze wilden simpelweg meer vakanties verkopen.
Zijn zogenoemde formule bestond uit dingen
zoals hoe lang Kerst geleden is,
hoeveel schulden we hebben,
ons salaris
en hoe snel we onze goede voornemens alweer hebben opgegeven.
Wetenschappelijk stelt het weinig tot niets voor.

Arnall zelf heeft dat later ook toegegeven.
In 2013 zei hij dat die derde maandag van januari
eigenlijk niet anders is dan elke andere dag.
Volgens hem zou de dag vooral moeten helpen
om ‘even perspectief te krijgen’ op ons leven.

En toch blijft Blue Monday elk jaar terugkomen.
Iedereen weet eigenlijk dat het onzin is,
maar het haalt nog steeds de kranten.
Het wordt gebruikt om van alles aan ons te verkopen.
Alles belooft ons een beter gevoel over onszelf.

Maar als christenen mogen we ook een andere vraag stellen:
wat zegt de Bijbel hierover?
Is er een Bijbelse manier om met sombere dagen,
lege gevoelens en onrust om te gaan?
Het antwoord is volmondig: ja.

Want de Bijbel is niet alleen een boek
vol mooie verhalen en diepe geestelijke waarheden.
Het zit ook boordevol praktische wijsheid
voor het dagelijkse leven.
Er is zelfs een genre in de Bijbel dat zich daarop richt:
de wijsheidsliteratuur.
Denk aan Spreuken, Prediker en Job.
Die boeken geven eerlijk, soms confronterend,
maar levensecht advies over hoe je goed,
zinvol en gezegend kunt leven voor God.

In een tijd waarin life coaches, zelfhulpgoeroes
en influencers grof geld verdienen
door ons te vertellen
hoe wij ‘ons beste leven’ kunnen leiden,
is het des te belangrijker om terug te gaan naar de Bijbel.
Want echte wijsheid begint niet bij onszelf,
maar bij ontzag voor God.

Wat leren we daar dan?
Dat we het goede moeten doen, verleiding moeten vermijden,
nederig en gematigd moeten leven en vooral:
God op de eerste plaats moeten zetten.
Dat staat haaks op het populaire evangelie
van zelfvervulling, ego en succes.
De Bijbel draait het om.
Niet ík sta centraal,
maar God en de mensen om mij heen.
Geen competitie en zelfverheerlijking,
maar verantwoordelijkheid, trouw en liefde.

Hieronder acht verzen uit het boek Spreuken.
Geen loze slogans, maar Gods wijsheid voor het echte leven.
Ook op Blue Monday. Misschien juist dan!

1. Onthoud een ander niet waarop hij recht heeft,
terwijl je het hem geven kunt. (Spreuken 3:27).

2. Het begin van wijsheid is dat je wijsheid zoekt,
inzicht najaagt met alles wat je bezit.
(Spreuken 4:7).

3. Nog even slapen, nog even dutten, een ogenblik blijven liggen?
Armoede komt je overvallen als een rover,
gebrek als een gewapende man (Spreuken 6:10-11).

4. Mijn mond verkondigt slechts de waarheid,
mijn lippen haten onbetrouwbaarheid. (Spreuken 8:7).

5. Een wijze laat zich gezeggen,
een blaaskaak komt ten val. (Spreuken 10:8).

6. Een gulle gever zal gedijen,
wie te drinken geeft, zal te drinken krijgen. (Spreuken 11:25).

7. Boze mensen worden rustig als je vriendelijk tegen hen bent,
maar ze worden woedend als je hen beledigt. (Spreuken 15:1).

8. Bij een roddelaar is een geheim niet veilig,
laat je niet in met een loslippig mens. (Spreuken 20:19).

Blue Monday hoeft geen dag van leegte te zijn.
In Christus is er hoop, elke dag opnieuw.
Niet omdat wij ons beter voelen,
maar omdat God trouw is.
Zijn Woord staat vast,
ook op de donkerste maandag van het jaar.