Voorgaande aflevering: https://slothouber.wordpress.com/2024/02/29/als-het-leven-gebeurd-4-5/
Vastberadenheid wordt gemakkelijk verkeerd begrepen.
Bij Jezus’ leerlingen wordt zoiets al snel fanatisme.
Fanatisme moet het hebben van zich afzetten tegen anderen.
Wij mensen zijn daar vaak druk mee in de weer.
We trekken lijnen, stellen grenzen en alles
en iedereen die daar dan niet aan voldoet,
valt erbuiten, wijzen we af.
Te zwaar of te licht, te reformatorisch of te evangelisch, te blij of te somber,
te strak in de leer of juist te open-minded.
En ergens denken we daarmee dan ook God aan onze zijde te hebben.
De Samaritanen bijvoorbeeld die Jezus en zijn leerlingen tegenkomen.
Ze zijn vanuit Joods perspectief niet zuiver genoeg, niet goed genoeg.
En als ze geen ruimte bieden voor Jezus vinden de leerlingen
dat het tijd is om hen een lesje te leren,
liefst met vuur uit de hemel.
Dat afschrijven, wegzetten, veroordelen,
het zit ons kennelijk in het bloed.
Het past op geen enkele manier bij wat Jezus voor ogen staat.
Dostojevski vertelt het beroemde verhaal van de Grootinquisiteur.
Christus keert in de 16e eeuw terug op aarde.
Hij verricht enkele wonderen, wordt opgepakt door de Spaanse inquisitie
en in cel gegooid en wacht op de brandstapel.
In de nacht krijgt hij bezoek van de Grootinquisiteur
die in een eindeloze tirade zich keert
tegen de boodschap van het koninkrijk
die Jezus verkondigde toen hij mens was en rondtrok op aarde.
Die tijd is voorbij, zegt de grootinquisiteur,
ik laat je niet opnieuw de orde verstoren.
Wat mensen nodig hebben is geen boodschap van liefde en rechtvaardigheid.
Orde zal er alleen zijn met een dwingend systeem.
Geef de mens brood, beheers zijn geweten en heers over de wereld!
Jezus zit daar in de cel op de grond
en hoort de tirade rustig en vol aandacht aan.
Zodra de man is uitgeraasd
staat Jezus op, kust hem op zijn bloedeloze lippen en loopt de gevangenis uit.
Nee, Jezus vastberadenheid wordt nooit een fanatisme.
Je zou het eerder een vorm van radicaliteit kunnen noemen.
Daar zit het woord ‘radix’ is wat ‘wortel’ betekent.
Radicaliteit hoeft het niet te hebben van afzetten tegen de ander.
Het ontleent kracht en vreugde aan een diepe verworteling.
Bij Jezus is dat een verworteling in het hart van God zelf.
We zingen dat in psalm 130:
Gij al Gods bondgenoten, ziet naar Gods toekomst uit.
De Heer is vastbesloten, tot goedertierenheid.
Jezus is hier niet bezig met een grimmige, kille parade.
Hij is bezig met een vredesoffensief,
een revolutie van onvoorwaardelijke en onweerstaanbare Goddelijke liefde.
Een liefde die uitgaat boven al de manieren
waarop wij mensen proberen gestalte geven aan liefde.

