In de boeken van de profeten lijkt het heel normaal

dat ze de stem van God horen en vervolgens doen wat hun gezegd wordt.

Je kunt je afvragen:

sprak God alleen in die dagen tot mensen

en is dat op een gegeven moment opgehouden?

Of verkondigt een profeet zijn eigen visie en probeert hij die gezag te geven

door het een woord van God te noemen.

In de profetische boeken staat het duidelijk:

de profeet treedt op in naam van de Levende.

Ze zijn niet blij met die zending.

Voor alle profeten geldt dat ze met grote moeite en oprechte tegenzin het woord nemen.

Ze zijn niet uit op aanzien en erkenning, ze zijn niet voldaan over wat ze gezegd hebben,

ze gaan gebukt onder hun boodschap.

Ze worstelen met de grote vragen van het leven.

Vragen van lijden, pijn, onrecht en geweld.

Men roept het naar de Heer.

Waarom gebeurt dit Heer? Waarom handelt U zo, God?

Wat is hiervan de bedoeling?

Dit past toch niet bij U, die de Rechtvaardige en Liefdevolle bent?

Waar bent U, Heer? Het zijn grote vragen.

Geboren in verbijstering. Geboren in verdriet. Geboren in bewogenheid.

Bij mensen die getuige zijn van het kwaad.

Het maakt mensen boos. Soms bang. Of bezorgd.

Habakuk bijvoorbeeld roept het naar God.

En zegt dan: ‘Ik ga op mijn wachtpost staan.

Ik ga uitkijken naar het antwoord van de Heer.’

En hij kreeg antwoord. Een Godswoord.

‘Onrecht gaat te gronde, maar de rechtvaardige zal leven door zijn geloof.’

Is het een antwoord op onze vragen? Ja toch wel! Geloof betekent leven!

Dat is Gods reactie. Op bidders, smekers, klagers en huilers.

Daarmee worden de emoties niet gedempt.

Maar klinkt er tegelijk een ander geluid. Een andere stem. Een Godswoord.

Dat licht geeft in het donker.

De weg wijst in de verwarring.

Rust brengt in de worsteling.

Nee, nog steeds weten we niet waarom er zoveel onrecht en lijden is.

Nog steeds begrijpen we niet

waarom er zoveel pijn en spanning moet zijn.

Maar wel weten we: Gods recht zal zegevieren.

Jezus Christus nam het op zich. Hij bracht vrede, het herstel van Gods recht.

En ieder die gelooft, zal leven. LEVEN!

Van dit Godswoord staat de definitieve vervulling nog open.

Zeker als het gaat over de verwijdering van het kwaad.

Maar dit woord over later is een woord voor nu en hier.

Voor al Gods kinderen, die willen weten waar de Heer is.

Hoe God tegen de wereld aankijkt. Wat Hij gaat doen.

God opent de toekomst. In Jezus Christus.

In Hem ontvangen mensen het eeuwig leven.

Door zijn dood heeft Hij de vrede gebracht.

Die door de Geest over ons wordt afgekondigd:

Geloof betekent leven!

We hebben een raar jaar achter de rug.
Halverwege maart kwam alles er opeens heel anders uit te zien.
Er kwamen allerlei beperkingen om een mysterieus virus tegen te houden.
Wat er nu eigenlijk op ons af ging komen, wisten we niet.
In het nieuws was er al wel enige tijd aandacht voor.
Ik herinner me van het begin van het jaar
dat ik een filmpje zag van Chinezen uit Wuhan
die werkten op een kantoor,
waarbij elke werkplek met plastic folie afgeschermd was
waarbij ze zelf ook ook in plastic waren ingepakt.
Toen was het nog iets van ver weg.
Al vrij snel kwam het dichterbij en kwam het virus in Europa.
Met name vanuit Italië kwamen verhalen die stil maakten:
veel overlijdens, waardoor er geen tijd was voor een begrafenis.
Een beetje onwennig werden kerkdiensten
op een andere manier gehouden.
was en wie moest worden opgenomen in het ziekenhuis.
Uiteindelijk kwam het virus ook in Nederland
Er was even een tijd geweest waarin ik de paniek voelde:
dit gaat maar door.
Wanneer houdt het op? Wie gaan we nog meer kwijt raken?
Ik denk dat iedereen wel een moment kan bedenken,
waarbij je stil werd en niet meer wist wat je moest zeggen,
omdat er zoveel gebeurde,
dat je er niet onbewogen bij kon blijven.
Een intensief jaar, een bewogen jaar.

Toch was in 2020 God er ook.
In dat ingrijpende jaar met zoveel verlies en spanning en zorg.
De ellende heeft niet het laatste woord.
Er komt een andere tijd door God.
Hij zal er zijn, zal redden en helpen
en mij er nu doorheen helpen.
God is sterker dan de dood en dan alle zorg en nood
en zal er zijn en helpen en dragen.
Dat is wat ook bijvoorbeeld een profeet uit het Oude Testament – Habakuk –
zo diep raakte in wat hij zag en hoorde, wist.
Dat is iets wat je in de Bijbel steeds weer tegenkomt:
Juist als je heel diep zit en voor je gevoel niet dieper kan,
kun je daar God ontmoeten, in de diepte.
Het is een voorafschaduwing van Christus
die zelf neerdaalde in de dood en in de hel,
dieper kon Hij niet gaan en toch stond Hij op uit de dood
en verbrak de macht van de dood.

Vandaag is het Dankdag voor gewas en arbeid zoals dat zo mooi heet. In veel protestantse kerken in Nederland worden vandaag diensten gehouden om daar bij stil te staan. Danken voor alles wat je het afgelopen jaar ontvangen hebt. Maar… valt er nog wel wat te danken… Als je al lange tijd geleden bent afgestudeerd, je je helemaal suf solliciteert maar overal wordt afgewezen… als je ontslagen bent en het bijkans onmogelijk opnieuw aan de slag te komen… Als je relatie in doodtij is gekomen en je werkelijk niet weet waarom je nog bij elkaar blijft… Als je mensen in je omgeving mist die het afgelopen jaar zijn gestorven… Als…. ja, vul zelf maar verder aan. Valt er dan nog wat te danken? Je eerste en begrijpelijke reactie is ‘nee, echt niet!’

Je klaagt, je balt je vuisten, je schreeuwt het uit, je snapt er helemaal niets meer van. de schreeuw edvard munchEn dan heb je geen behoefte aan goedkope prietpraat in de trant van ‘niet klagen, maar dragen.’ Ook als gelovige mag je het soms helemaal niet meer zien zitten. Een profeet in de Bijbel die dat verwoord is Habakuk: ‘ik sidderde op de plaats waar ik stond.’ zegt hij als hij de oorlogsmacht van Babel op zich af ziet komen en bedenkt wat dat gaat betekenen voor het voortbestaan van de economie en de welvaart van het land. Wat Habakuk zegt zou je kunnen vertalen met ‘ik voelde me diep ongelukkig.’ En dat gevoel hoef je niet zomaar weg te poetsen. Geloven betekent niet: je gevoel uitschakelen. We hoeven niet te doen alsof het leven zo makkelijk is, want er is ook heel veel reden om te zuchten, te klagen. Juist als je dat toelaat, kun je des te sterker zeggen: en toch mag ik juichen. Want er is meer dan ik voel. Mijn gevoel kan zeggen: het wordt niets meer; het is één grote nacht. Maar het TOCH van het geloof ziet het licht van God schijnen in die nacht. Als christen mag je zeggen: ik voel me diepongelukkig, en toch juich ik. Want God de HEER is mijn kracht. Geen mogelijkheden meer zien, toch geloven dat het kan. Geloven dat God alles kan. Voor Hem is niets onmogelijk.

‘Al zal de vijgenboom niet bloeien,
al zal de wijnstok niets voortbrengen,
al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen,
al zal er geen koren op de akkers staan,
al zal er geen schaap meer in de kooien zijn
en geen rund meer binnen de omheining –

toch zal ik juichen voor de HEER,
jubelen voor de God die mij redt.
God, de HEER, is mijn kracht.’

Habakuk 3,17-19