Soms is het goed, wanneer de mens even moet wachten.
Want wij mensen leven vaak veel te gehaast.
Wij hebben geen tijd meer om te ‘wachten’,
om even tot bezinning te komen,
het even laten bezinken, tot inkeer komen
en alles opnieuw op een rijtje te zetten.
Zeker de grote dingen en beslissingen in je leven
hebben een tijd van wachten, verwachten, nodig.
Voorbereiding, bezinning, wikken en wegen.
Zo wachtte Johannes de Doper in de woestijn
en Jezus deed dat ook, veertig dagen lang.
En Israël moest 40 jaar wachten,
voordat zij het Beloofde Land mocht binnentreden.
En Paulus moest na zijn bekering 6 jaar wachten in de Arabische woestijn.
De woestijn is dus een wachtplaats,
waar mensen zich zelf leren vinden
en hun roeping en bovenal God Zelf!
Het is goed voor een mens om even in de woestijn te moeten verkeren,
letterlijk en figuurlijk.
In het Koninkrijk van God zijn tijden en gelegenheden,
maar ook wachttijden.
Laten we daar maar eens op letten!

Maar ‘wachten’ hoeft niet te betekenen, dat je dan niets doet.
Het is niet wachten op de trein of de bus.
Met de handen over elkaar!
Nee, je kunt in die tijd al vast vooruit lopen
op wat er gaat gebeuren.
Dat zie je hier bij de discipelen.
Zij werden actief:
‘Zij gingen naar de bovenzaal, en daar bleven zij eendrachtig bijeen.
(…) vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed.’
ten eerste springt het woord ‘eendrachtig’ er uit.
Allemaal zijn zij verdrietig, allemaal hebben zij troost nodig,
allemaal hielden zij zoveel van de Heer.
En dat verbindt hen, maakt hen eendrachtig.
Zij denken niet meer aan zichzelf,
maar aan de Meester
en hadden daarin ook oog voor elkaar, voor elkaars verdriet.
Eén gevoel leeft er in ieders hart, éénzelfde gemis houdt hen samen,
éénzelfde hoop houdt hen staande:
de vervulling van de belofte van de Vader.
Zij denken aan het afscheidswoord van de Heer:
‘Ik zal u niet als wezen achterlaten, zie, Ik kom tot u!’
Zo voelen zij zich ook, als wezen,
Daarom – ten tweede – volharden zij zo in het gebed:
zij bleven bidden dat de Heiland maar weer tot hen mag komen!
En zo wordt ook het verlangen in hen gewekt,
het verlangen naar de Geest,
die Jezus beloofd had. De Trooster,
Die hen in alle waarheid zou gaan leiden.
Wat hadden zij Die nodig!
Want, eerlijk gezegd, zij begrepen er niet veel van.
Er zou ook aan de discipelen nog heel wat uit te leggen zijn.
Ook daar hadden zij de Heilige Geest voor nodig.
Net als wij.
Die Geest moet ons de woorden van de Heiland indachtig maken
en ook Zijn daden en wat er met Hem is gebeurd.
Daar moeten ook wij om bidden.
Eendrachtig, ja, alle kerken en gelovigen met elkaar!

 

Vandaag is het Hemelvaartsdag.
Maar wat houdt Hemelvaart eigenlijk in?
Aan de ene kant zegt het woord alleen het al:
Jezus is naar de hemel gegaan. ‘Gevaren’, met een ouderwets woord
– denk aan het Duitse ‘fahren’ dat ook niet alleen op schepen slaat.
Je kunt een plaatje voor je zien zoals in sommige kinderbijbels:
Jezus die op een heuveltop staat en dan opstijgt, zijn voeten al los van de aarde.
Maar aan de andere kant is het niet zo duidelijk wat Hemelvaart inhoudt.
Sowieso omdat wij het lastig vinden om ons de hemel ruimtelijk voor te stellen.
Kom je bij God door lang genoeg omhoog te gaan?
Nee, waar de hemel zich bevindt is niet het punt van hemelvaart.
‘Jezus ging naar zijn Vader’, dat is misschien meer to the point.
De vraag blijft echter: waarom zou je dat vieren?
Dan is Jezus dus niet meer bij ons.
Ja, wat zou het mooi zijn als je gewoon naar de Heer toe kon stappen,
met Hem kon praten en Hem om hulp vragen!
Is Hemelvaart dan het vieren van Jezus’ afwezigheid?
Welnee!
Het is juist andersom:
Hemelvaart is het vieren dat Jezus nu overal even dichtbij is.
Volgens het Mattheus-evangelie waren dit Jezus’ laatste woorden:
‘ik ben bij jullie, alle dagen, tot het einde van de wereld’.
Hemelvaart wil juist zeggen: Jezus is er!
Al zie je Hem niet, Hij is erbij, altijd.
We kunnen ons wél nog tot Hem wenden,
tot Hem spreken en zijn hulp vragen.
In gebed, heel eenvoudig.
En dan zul je merken dat Jezus niet een afwezige is!
Hoe, dat weet ik niet.
Maar Hij is er, voor ieder die Hem nodig heeft.
Iemands laatste woorden maken vaak diepe indruk.
Laten wij dan letten op Jezus’ laatste woorden:
‘Ik ben bij jullie, altijd’.
Dát is wat we met Hemelvaart mogen vieren.
Zijn nabijheid, ook nu.

Hemelvaartsdag

 

Macht is een ingewikkeld thema.
Mensen streven ernaar.
Wie macht heeft, is geneigd om anderen naar zijn hand te zetten.
In je eigen voordeel.
Of in lijn met wat jij denkt dat het beste is.
Het werkt verslavend.
Maar het roept ook verzet op als iemand zijn macht inzet.
De verhalen van machthebbers worden met wantrouwen gevolgd.
Je gelooft niet dat dit het hele verhaal is.
Wat probeert iemand echt te bereiken?
Politici proberen erachter te komen wat er gebeurt.
Vooral als het fout gaat.
Wie is waar verantwoordelijk voor?
De Tweede Kamer moet de regering toch controleren?
Journalisten vragen door, zoeken het uit, leggen verborgen verhoudingen bloot,
onderzoeken wie er rijker van wordt.
Macht is een ingewikkeld thema.
Wie of wat trekt er achter de schermen aan de touwtjes?
En kan ik dat vertrouwen? Waarom?
Of waarom beter niet?

Hemelvaartsdag draait om macht.
Onze Heer Jezus Christus heeft de hoogste macht gekregen.
God heeft hem de plaats aan zijn rechterhand gegeven,
lezen we in de Bijbel.
Alles heeft God aan de voeten van Christus gelegd.
‘Mij is alle macht gegeven in hemel en op aarde,’

Hemelvaartsdag, waarop de macht in de wereld definitief gekanteld is,
brengt ons tot het gebed om het beter te begrijpen.
Om beter zicht te krijgen op Gods werk.
De wonderlijke gebeurtenissen van die dag toen Jezus opsteeg,
die wekken nieuwsgierigheid.
Wat gebeurde er? Wat gebeurde er echt?
Wat betekent het dat Hij alle macht heeft?
Maar laat Hemelvaartsdag je niet alleen tot gebed voor de kerk brengen.
Want gebed helpt je om zelf je weg te zoeken.
In de brieven van Paulus komen vaak geloof, hoop en liefde voor.
Als een prachtige samenvatting van de nieuwe levensstijl in Christus.
Een onafscheidelijke drietal.
Maar Paulus begint eerst met danken voor het geloof en voor de liefde.
Maar waar blijft de hoop?
Waar blijft de hoop?
De zekerheid van de bestemming?
Het anker in de hemel?
Het kompas voor je route?
Kennelijk blijft die achter.
En niet alleen bij Paulus, denk ik.
Het gebed om meer zicht op Gods werk is daarop gericht.
Dat je goed zicht blijft houden op de heerlijkheid die komt.
Dat je weet waar het op uit loopt.
Dat je besef hebt van Gods macht.
En je laat meenemen door zijn kracht.
Dan leer je wat belangrijk is.
Dan wordt niet alleen geloof en liefde,
maar ook de hoop een krachtbron voor je leven.

Wie trekt er achter de schermen aan de touwtjes?
Jezus Christus, je Heer, onze Koning!

Terwijl Hij hen zegende ging hij van hen heen en werd opgenomen in de hemel.

Lucas 24 vers 51

Die hemel is niet hoger dan de blauwe luchten, maar dichterbij dan we ooit hadden vermoed.
De hemel is niet een wereld op zichzelf die niets met de aardse werkelijkheid te maken zou hebben.

Op tal van momenten blijkt de hemel juist sterk betrokken te zijn op wat er op aarde gebeurt.

Iemand noemde de hemel eens de achterkant van onze werkelijkheid.
Er zitten zogezegd niet meer dan enkele schuifdeuren tussen.
In de achterkant van onze werkelijkheid is de Heer dus zeer nabij, voelt hij ons hart kloppen.
Hoort hij ons zuchten van verdriet of van opluchting.
Bij ons leven betrokken, bij dat van ons allen heel persoonlijk.
En bij dat van zijn gemeente als zijn lichaam.
En dat van de hele aardse werkelijkheid..
Vandaar uit doet hij niets liever dan zegenen….

Dat betekent:
Tot bloei brengen, laten uitgroeien, tot zijn recht laten komen, tot haar bestemming brengen.
Daar is Hij is onafgebroken mee bezig.
Ons te vormen en te kneden, te schuren en te polijsten, ieder van ons afzonderlijk.
Als mensen waar Hij voor is gestorven.
En ons samen als zijn gemeente, Zijn lichaam op aarde.
Lukas had met deze woorden zijn evangelie wel kunnen besluiten.

Terwijl Hij hen zegende, ging hij van hen heen en werd opgenomen in de hemel.
Maar hier stopt het verhaal niet. Hiermee is het verhaal niet af.
Het verhaal gaat verder.
Over leerlingen die Jezus hulde brengen.
Hem gehoorzamen en terugkeren naar de stad en daarin grote vreugde vinden.
En dan zijn de allerlaatste woorden die Lukas noteert:
Zij loofden en zegenden God.
En zo zet het verhaal van Jezus zich eigenlijk voort.
In en door de mensen die hem zijn toegewijd.
Hem loven en prijzen, eren en dienen en zijn zegen verspreiden.
En overal waar zij zo leven raakt de hemel even de aarde.

Een gave, die je doorgeeft, krijg je dubbel terug.
Een innerlijke stem, die je volgt, geeft je leven richting.
Een doel, wanneer het niet gedeeld wordt, is doelloos.
Een leven dat gedeeld wordt, is gevuld met overvloed.
Als het uiterlijk moeten wegvalt,
word je teruggegeven aan jezelf.

Oneindig is de stroom van het leven.
Elk moment heeft zijn eigen cadeau.

Ten slotte volgt dan de fase van aanvaarding.
Aanvaarden dat de Nederlandse samenleving
sinds half maart 2020 niet meer gelijk is als daarvoor.

Aanvaarden dat heel de wereld veranderd is
en dat zaken niet meer gaan zoals we ze gewoon waren.
Dat een anderhalvemetersamenleving van deze tijd is.
Dat dit grote consequenties heeft voor evenementen
zoals concerten, festivals, sportwedstrijden en kerkdiensten.

Aanvaarden betekent loslaten van wat was
en het nieuwe normaal omarmen.
Al blijft het voelen als abnormaal.
Want aanvaarden en loslaten
is wat anders dan vergeten hoe het was.
Toch realiseer ik me dat ik
de nieuwe situatie niet aanvaard heb.
In deze fase ben ik niet beland.
Ik houd en wil teveel vasthouden aan mijn oude leven.
Ik vraag me zelfs af of ik de fase hiervoor al in ben gegaan. Veel meer ontdek ik bij mij zelf het marchanderen.
Want als dat medicijn er nu is
en mensen er tegen gevaccineerd kunnen worden,
dan is het toch klaar en dan gaan we toch gewoon verder
zoals we in 2019 gewend waren.
Ik hoop van harte dat er een moment komt
waarop we als samenleving opgelucht
en met vreugde in het hart kunnen zeggen:
‘Dit is zo 2019’. Ik verlang er naar.
Een normale samenleving waarin mensen
misschien op gepaste afstand dicht bij elkaar leven
en gevaar van besmetten of besmet worden geweken is.

Ik weet niet of die tijd komt.
Als het lukt om binnen een korte periode
met medicijnen mensen die besmet zijn te genezen
en door vaccinatie te voorkomen dat mensen ziek raken,
dan lijkt deze periode tijdelijk te zijn.
Dan hebben we ‘slechts’ het verlies te verwerken van geliefden die gestorven zijn door het coronavirus,
van bedrijven die omgevallen zijn
en van een tijd waarin we niet bij elkaar
over de vloer kwamen.
Dan rest het de samenleving slechts om dit te aanvaarden. Voor talloze mensen zal het persoonlijk moeilijk zijn
om tot aanvaarding te komen,
maar als samenleving zal deze stap niet zo groot zijn.
Er zal een nieuw ‘goed’ moeten komen.
In de kerk zal nagedacht moeten worden
over de invulling van kerk zijn in de komende jaren.
Voor kerkdiensten lijken online diensten een goed alternatief. Tegelijk is dit het doorgaan op oude voet.
Zal er een ander ‘normaal’ komen?
Zover zijn we nog niet,
maar ik laat me graag verleiden om verder te denken.
Bovenal wil ik me laten leiden door de Geest van God.
Want Hij die hemel en aarde geschapen heeft,
blijft dezelfde tot in alle eeuwigheid.
God verandert niet en is en blijft betrokken bij deze wereld
en in het bijzonder bij de kerk op aarde.
Voor een kerk die niet weet hoe het verder moet,
maar wel door heeft dat het niet bij het oude kan blijven,
is het gebed tot Hem en om leiding door de Heilige Geest
het enige wat rest.
Het brengt de gedachten bij de volgelingen van Jezus
die na de hemelvaart van de Here Jezus
eensgezind bijeen waren in bidden en smeken.
God vulde hen met Pinksteren met de Heilige Geest
en gaf en de mogelijkheden
om het Evangelie van Jezus Christus te delen
met allerlei mensen en in allerlei talen.
In dit vertrouwen wil ik leven.
Dat God ook nu door Zijn Geest geeft wat nodig is
om het Evangelie van Zijn Zoon te delen.
Zo mogen we te midden van een rouwproces
de Heer dienen met blijdschap.

Hemelvaart

naar aanleiding van Handelingen 1, 1-14
(met name vers 11)

Ik kan dan ook heel goed begrijpen, dat zij naar de hemel staarden…
helemaal verbijsterd.
Misschien hoopten zij wel, dat Hij weer zou terugkeren vanachter de wolk.
Dat staren is veelbetekenend. Zij stonden aan de grond vastgenageld. Hoe lang?
Er is dan geen tijd meer.
Dan bestaan alleen nog maar die ander en jij,
die ander die je niet missen kunt en die je nu kwijt raakt.
Maar terwijl zij zo staan en opzien naar de hemel,
worden zij tot zichzelf gebracht
doordat twee mannen ineens naast hen stonden. Twee mannen in witte kleding.
Zij zeiden: ‘Waarom staan jullie daar zo naar de hemel te staren?
Deze Jezus, Die van jullie is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkeren
zoals jullie Hem naar de hemel hebt zien varen.’
Ze krijgen dus een verklaring en een bemoediging.
Jezus is wel weg, maar zal weer terugkomen, precies zo,
uit een wolk van de hemel.
Nu nog niet, later. Nu hoef je daarop nog niet te wachten, maar, wees zeker,
Hij komt terug, eens.
Maar dat “wachten” hoeft niet te betekenen, dat je dan niets doet.
Het is niet wachten op de trein of de bus. Met de handen over elkaar!
Nee, je kunt in die tijd al vast vooruit lopen op wat er gaat gebeuren.
Dat zie je hier bij de discipelen. Zij werden actief:
‘Zij gingen naar de bovenzaal, en daar bleven zij eensgezind bijeen,
volhardend in het gebed,
met de vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broers.’
Het woord “eensgezind” springt er uit.
Allemaal zijn zij verdrietig, allemaal hebben zij troost nodig,
allemaal hielden zij zoveel van de Heer.
En dat verbindt hen, maakt hen eensgezind.
Zij denken niet meer aan zichzelf, maar aan de Meester
en hadden daarin ook oog voor elkaar, voor elkaars verdriet.
Eén gevoel leeft er in ieders hart, éénzelfde gemis houdt hen samen,
éénzelfde hoop houdt hen staande: de vervulling van de belofte van de Vader.
Zij denken aan het afscheidswoord van de Heer:
‘Ik zal u niet als wezen achterlaten, zie, Ik kom tot u!’
Zo voelen zij zich ook, als wezen,
Daarom volharden zij zo in het gebed:
dat de Heiland maar weer tot hen mag komen!
En zo wordt ook het verlangen in hen gewekt, het verlangen naar de Geest,
die Jezus beloofd had. De Trooster, Die hen in alle waarheid zou gaan leiden.
Wat hadden zij Die nodig!
Want, eerlijk gezegd, zij begrepen er niet veel van.
Er zou ook aan de discipelen nog heel wat uit te leggen zijn.
Ook daar hadden zij de Heilige Geest voor nodig.
Net als wij.
Die Geest moet ons de woorden van de Heiland indachtig maken
en ook Zijn daden en wat er met Hem is gebeurd.
Daar moeten ook wij om bidden.
Eensgezind, ja, alle kerken en gelovigen met elkaar!

Laten wij op Hemelvaartsdag, ook eensgezind zijn, met één verlangen vervuld:
dat de Geest ook op ons mag komen, wie en wat we ook zijn of denken of geloven,
hoe we ook in het leven staan, allemaal verschillende mensen,
maar met één en dezelfde Geest vervuld.
Het is immers het éne geloof dat wij belijden, de éne Heer
die wij terugverwachten en willen dienen, de éne hoop,
waaruit wij leven en die ons kracht geeft in leven en sterven,
de éne liefde, van wie niets en niemand ons scheiden kan:
de liefde van God, welke is in Jezus Christus onze Heer en Heiland.

De Heer is ten hemel gevaren.
Wij moeten wachten en ondertussen uitzien naar wat komen gaat,
eensgezind bijeen, de Heer tegemoet.