Nog één keer
– tot nu toe althans –
weer een webpost naar aanleiding
van de vernietigingsoorlog
van Rusland op Oekraïne:

Er is altijd wel iemand die het vraagt,
op een verjaardag of in een draadje op X:
“Voel jij je nog wel thuis in dat losgeslagen Westen?”
Te veel regenboogvlaggen.
Te weinig gezag.
Genderneutrale wc’s in de bieb van Almere.
Kortom, het einde der tijden.

Maar geen paniek.
Er is een land waar ze nog weten wat traditie is.
Waar je een visum kunt krijgen
op basis van ‘gedeelde waarden’.
Alsof je je inschrijft bij een volkstuinvereniging;
maar dan een met tanks en een kernwapenarsenaal.

Welkom in het paradijs van de zuivere cultuur.

Daar is de natie heilig. De traditie heilig. De kerk heilig.
Alleen het woord “oorlog” is niet heilig.
Dat heet daar een “speciale operatie”.
Zoals een massaontslag “reorganisatie” heet.

Taal als deodorant over de lijkenlucht.

En ondertussen hoor je geestelijken
praten alsof God een geopolitiek adviseur is.
Alsof Hij ’s ochtends met een espresso
de landkaart erbij pakt:
“Welke grens verschuiven we vandaag?”
Het klinkt akelig vertrouwd.
In 1914 preekten dominees in heel Europa precies zo.
Met psalmen de loopgraven in.
God aan onze kant, uiteraard.
Hij had blijkbaar geen andere afspraken.

Oorlog als gehoorzaamheid.
Opoffering als verlossing.
De overwinning in de dood.
Het kruis niet als aanklacht tegen geweld,
maar als decorstuk.
Alsof Jezus is gestorven
zodat wij met een gerust geweten
kunnen schieten.

Alleen:
wie de moeite neemt om de Bergrede te lezen,
je weet wel, dat stuk waarin Jezus zegt:
zalig de vredestichters, heb je vijanden lief,
wie naar het zwaard grijpt,
die komt daar iets anders tegen.
Geen tanks. Geen vaderlandsliefde met wijwater.
Maar een rabbi die zegt
dat je de andere wang moet toekeren.
Probeer dat maar eens in een talkshow over geopolitiek.
Je wordt uitgelachen voor wereldvreemde softie.

En wie daar in zo’n land hardop aan herinnert,
merkt hoe snel de ruimte krimpt.
Protest? Cel.
Tas met “geen oorlog”? Boete.
Kritisch bericht online? Jaren brommen.
Onafhankelijke media dicht.
Platforms geblokkeerd.
In plaats daarvan keurige staatsapps
waar de waarheid al is voorgekookt.
Alsof je alleen nog het journaal mag kijken,
maar dan zonder kritische vragen.

Kinderen leren intussen
dat de held uit 1984 van Orwell
geen waarschuwing is,
maar een probleemgeval.
Winston Smith als extremist.
Dat is geen literatuurles.
Dat is herprogrammering met een kaft eromheen.

En de cijfers?
Miljoenen slachtoffers. Miljoenen ontheemden.
Steden kapot. Gebieden verwoest.
Maar de retoriek staat fier overeind,
als een vlag op een kapotgeschoten flat.

Ik moet denken aan die
kleine internationale kerkgemeente in Moskou
die uit haar gebouw werd gezet.
Min twintig.
Bidden op straat.
Geen slogans.
Geen geopolitieke theologie.
Alleen kou en kwetsbaarheid.

Misschien zit daar het verschil.
Oorlogstheologie belooft
betekenis via macht en offer.
Maar het christendom begint niet bij macht.
Het begint bij een gekruisigde Man
die geen legioen engelen opriep.
De Bergrede is geen bijlage
bij een militaire strategie.
Het is een sabotagehandleiding voor geweld.

Compassie, mededogen, is geen soft gedoe.
Het is dynamiet onder elke ideologie
die mensen tot brandstof maakt.
En precies daarom is het zo gevaarlijk.

 

Bij de herdenking van vier jaar oorlog
tussen Rusland en Oekraïne,
die eigenlijk al speelt
sinds de inval op de Krim in 2014
besloot ik deze filmrecensie te posten:

Want laatst zag ik de film Mr. Nobody Against Putin en dacht:
dit is hoe het begint. Niet met tanks.
Maar met een schoolbel.

Pasha Talankin is geen generaal. Geen dissident met megafoon.
Gewoon de videoman van een basisschool in Karabash,
een plaats die ooit door UNESCO bestempeld is
als een van de meest vervuilde plekken op aarde.
Hij filmde kerstoptredens, sportdagen, knutselmiddagen.
Tot 24 februari 2022.
Tot het begin van de “de speciale militaire operatie”.

Ineens moest hij geen kinderen meer filmen die zingen,
maar kinderen die marcheren.
Geen knutsels, maar propaganda.
Dagelijkse parades.
Lessen over vaderland en vijanden.
Kleine rugzakjes, grote woorden.
Het sloop geniepig het klaslokaal binnen
als rook onder een deur.

En Pasha bleef filmen.
Omdat het zijn werk was.
Omdat iemand het moest vastleggen.
Omdat hij zag wat wij niet wilden zien:
hoe oorlog niet alleen steden verwoest,
maar ook schoolpleinen.

Tot hij besefte: straks ben ik zelf aan de beurt.
Dienstplicht.
Kanonnenvoer.
Dus hij vluchtte.
Met harde schijven vol bewijs.
Dat is Mr. Nobody Against Putin:
één man tegen de machine.
Geen Hollywoodheld,
maar een jongen met een camera en een geweten.

En terwijl wij applaudisseren
voor een prijs op Sundance,
herdenken de Oekraïners vandaag
de vierde verjaardag
van wat zij simpelweg “de grootschalige oorlog” noemen.

Vier jaar van kersennachten.
Zo noemen ze het cynisch:
nachten waarin de lucht roze kleurt van brandende flats.
Ballistische raketten.
Drones zo groot als volwassen mensen
die boven daken zoemen, op zoek naar leven.

Volgens de WHO worden ziekenhuizen en klinieken
sinds 2022 zo vaak aangevallen
dat het neerkomt op meerdere per dag.
Meerdere.
Per.
Dag.
Noem dit geen “collateral damage”.
Noem het wat het is:
systematische vernietiging.

Het elektriciteitsnet werd doelwit.
De helft van de energiecapaciteit weg.
Energiecentrales – vroeger goed voor een kwart van de stroom –
gereduceerd tot kruimels.
En dan winter.
Min twintig.
Min vijfentwintig.
Mensen die foto’s sturen van tenten ín hun woonkamer.
Thermometer: min vijf.
Binnen.

Maar ja, zeggen sommigen,
geschiedenis is ingewikkeld:
De Krim was toch ooit Russisch.
Of Ottomaans.
Of dit, of dat.
Alsof grenzen eigendomsbewijzen zijn
die je na drie eeuwen weer uit de la mag trekken.

Zullen we dat spelletje doortrekken?
Zal Den Haag Djakarta “terugeisen”?
Zal Ankara de Krim claimen
omdat het ooit onder het Ottomaanse Rijk viel?
Geschiedenis als grabbelton voor sterke mannen.

Er zijn verdragen.
Het Boedapest Memorandum bijvoorbeeld:
Oekraïne gaf zijn kernwapens op
in ruil voor veiligheidsgaranties.
Ook van Rusland.
Papier is geduldig.
Raketinslagen niet.

De strijd van de Sovjet-Unie tegen nazi-Duitsland,
begonnen met Operation Barbarossa duurde 1418 dagen.
Poetin voedt zich met die mythe van heroïsche overwinning.
Maar dit keer is híj degene die de grens overstak.

Wat dacht hij? Drie dagen?
Een overwinningsparade in Kyiv?
Maar in plaats daarvan: loopgraven.
Meters winst per dag.
Honderdduizenden doden en gewonden.
Een generatie, meerdere generaties vermalen.

En Oekraïne vecht nog steeds.

Niet omdat oorlog romantisch is.
Niet omdat ze van wapens houden.
Maar omdat overgave betekent
dat de wet van de jungle wint.
Macht maakt recht.
Punt.

Vier jaar later is de vraag
niet alleen of Oekraïne standhoudt.
De vraag is wie wij willen zijn.
Toeschouwers?
Boekhouders van geopolitiek?
Of mensen die begrijpen
dat als een soeverein land wordt verpletterd
door een roofzuchtige buur,
dat dit precedent niet bij de grens stopt?

Want als Oekraïne verliest,
verliezen we meer dan territorium.
We verliezen het idee
dat verdragen iets waard zijn.
Dat grenzen niet met bloed worden hertekend.
Dat een school geen kazerne is.

Vier jaar.

En het is nog steeds niet voorbij.