Een klemmende vraag en een kort antwoord
Johannes de Doper stelt een vraag die voor hem van levensbelang is.
Het antwoord van Jezus is op het eerste gehoor strijdig met onze pastorale handboeken.
Die leggen de nadruk op empathie, inlevend vermogen.
Waarom is de reactie van Jezus,
Pastor bij uitstek, zo kort door de bocht?
Jules de Corte – blindeman, liedjeszanger, gelovige met vallen en opstaan –
schreef indertijd een brief aan prof. H. Jonker (1917-1990),
hoogleraar Praktische Theologie in Utrecht.
Ik citeer enkele regels:
‘De God over wie u spreekt, preekt en schrijft, professor,
waar kom je Hem tegen in het gewone leven?
Vooral als het echt spannend wordt:
harde onderhandelingen tussen winnaars en verliezers,
mensen in de modder en aan de marge, kinderen in de knel en in de vernieling …
Die God van u, professor, woont in een mooi huis, de kerk.
Daarbuiten is Hij, naar mijn besef, nergens aanwezig’.
Jonker doceerde onder meer Pastoraat.
Hij was alles behalve een mooi-weer-prater.
Hij wist van heel nabij van de schaduwzijden, de diepe tunnels van het leven.
Het onvoorstelbare leed in de wereld hield hem duurzaam bezig.
Ik verbind deze correspondentie met een episode uit het Evangelie.
Johannes laat een vraag overbrengen naar Jezus.
Zelf is hij daartoe niet in staat. Hij verblijft in de gevangenis.
Vanwege zijn dienstwerk, zijn prediking.
Die vraag is uit de nood geboren.
Niet zozeer de nood van zijn eigen situatie.
Hij wist dat het levensgevaarlijk is om, hoe en waar dan ook, mond van God te zijn.
Johannes heeft alle kaarten van zijn leven gezet
op het oordeel dat staat te komen,
met het oog op Hem die komt:
de bijl aan de wortel van de boom, de wan die al het kaf uitzift.
Door de komst van die Ene komen er werkelijk andere tijden.
Maar de prangende vraag verteert hem: is dat wel zo?
Is deze Jezus de vanouds beloofde, de Messias die komen zou?
Hij kan het nauwelijks geloven.
Er gebeurt ogenschijnlijk niets.
Aanstootgevend?
Johannes moet het doen met de dingen die hij al wist,
maar waarop hij stukloopt:
‘Zeg tegen Johannes wat jullie horen en zien:
blinden kunnen weer zien en verlamden weer lopen,
mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen,
doden worden opgewekt en aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt’ .
Cruciaal is de vraag: waar ligt de climax in deze opsomming die Jezus geeft?
Voor de hand ligt de veronderstelling: doden worden opgewekt!
Dat is echt spectaculair, het sprekende bewijs dat de tijden kantelen.
Maar deze vlieger gaat niet op.
De climax ligt in het slot: armen ontvangen het Evangelie!
Arm zijn zij, die geen raad weten met hun verfomfaaide bestaan,
die geen kant op kunnen, tenzij God aan hun kant staat.
Daartoe is Christus gekomen.
De Hoog-Heilige, de Eeuwig-Trouwe is niet iemand die minzaam wuift vanuit de verte,
als een vorst in een gouden koets.
Niet iemand, die idealen laat zweven om ons aan op te trekken
en dan toch weer naar beneden te duikelen.
In een onbegrijpelijke solidariteit deelt Hij ons bestaan.
Zo draagt en bewaart Hij ons.
Het aanstootgevende bij uitstek is een kruis:
de Rechter gaat zelf in de beklaagdenbank zitten.
De Leeuw uit Juda’s stam komt vooralsnog als Lam,
dat de zonde der wereld draagt.
Die ergernis raken we nooit kwijt, maar wie er enigszins vertrouwd mee raakt,
ontwaart daarin de kracht, de wijsheid van God.
Reden tot eindeloze vreugde!
Zo maakt de drie-enige God zijn heil bekend.
De eerste komst van Christus gedenken wij.
Zijn uiteindelijke komst verwachten wij: Advent!

 

De Kroatische theoloog Miroslav Volf

vertelt ergens het volgende, waargebeurde verhaal.

Toen hij klein was, paste zijn oude tante Milica vaak op hem.

Milica was zijn lievelingstante.

Altijd deed ze leuke dingen met hem en ze liet hem nooit alleen spelen

terwijl zij iets anders ging doen.

Na zijn ouders hield Miroslav het meest van haar.

Bij haar voelde hij zich veilig,

en hij kom merken dat ze ook graag voor hem zorgde.

Toch was er iets dat Miroslav niet wist.

Tante Milica was verantwoordelijk voor de dood

van zijn oudere broertje Daniël,

dat maar vijf jaar was geworden.

Hij hoorde dat pas na haar dood van zijn ouders,

toen hij zelf al een student was.

Wat was er gebeurd?

Tante Milica moest eens passen op Daniël

en de kleine Miroslav,

die toen nog nauwelijks meer was dan een baby.

Maar ze lette niet goed op.

Daniël, de oudste, sloop de poort uit om te gaan kijken

bij de soldaten in de kazerne naast het huis.

Dat vond hij enorm interessant.

En de soldaten vonden hem ook leuk.

Eén van de soldaten liet hem een eindje meerijden

op een paardenkar waarmee ze brood vervoerden.

Toen gebeurde het vreselijke:

Daniël viel van de kar, werd overreden en stierf.

Zijn ouders waren bijna gebroken van verdriet.

Maar ze joegen tante Milica niet boos weg uit hun leven.

Nee, toen ze na een paar maanden hun leven weer oppakten

en een oppas nodig hadden, vroegen ze… Milica.

Ze werd de meest toegewijde oppas die er maar te bedenken is.

De ouders pasten wel op dat Miroslav

nooit iets meekreeg wat zijn lievelingstante meedroeg.

Hoe konden die ouders deze keuze maken?

Alleen omdat ze iets wisten

van de nieuwe kansen die God ons allen geeft.

Hun keuze laat iets van Jezus zien in deze wereld:

niet boosheid en schuld, maar liefde verspreidde zich.

Zo zijn zij heiligen, al staan ze in geen enkele almanak.

Moge God ons ook maken tot mensen

die iets van zijn liefde tonen in deze wereld!

 

 

U hebt misschien wel eens uitspraken gehoord als de volgende:
de rijkste 10% van de wereldbevolking bezit 90%,
en de armste 90% bezit 10% van de welvaart.
Als je daar even over denkt, is dat natuurlijk krom,
het voelt oneerlijk.
Onlangs echter was het volgende in het nieuws:
‘de 62 rijkste mensen ter wereld bezitten samen
evenveel als de armste helft van de wereldbevolking’.
Verbijsterend bericht!
Ik heb het eens goed gecheckt, en het klopt echt.
62 mensen die samen even rijk zijn als 3,5 miljard anderen.
Ofwel: de eigenaars van de helft van de wereldrijkdom passen samen in één bus;
of misschien toepasselijker: één bescheiden vliegtuig.
Zegt dit meer over hun rijkdom,
of over de armoede waar miljarden in leven?
Tegelijk is denk ik dan:
wat moet je ermee, behalve je hoofd schudden in verbazing?
Je kunt natuurlijk wijzen op grote zaken
zoals de structuur van de wereldeconomie,
of de belastingontduikende trucs van de grootste bedrijven.
Zeker waar!
Alleen: zo blijft het ver bij ons vandaan.
Immers, ik schat in dat géén van mijn lezers
bij het kleine groepje superrijken hoort,
en gelukkig ook niet bij die grote groep van zeer armen.
Kunnen wij iets doen?
Ja en nee.
Nee, U en ik kunnen de wereldproblemen niet oplossen.
Maar, – Ja – we kunnen wel zoeken hoe wij kunnen delen van wat we hebben.
Daar hoef je niet superrijk voor te zijn.
Wie twee tientjes per maand kan missen,
kan een kind in Bangladesh een schoolopleiding geven,
ik noem maar wat.
Eén van de rijkste mensen ter wereld is Bill Gates,
de oprichter van Microsoft.
Hij heeft plechtig beloofd
om vrijwel zijn hele miljardenvermogen weg te geven bij zijn leven.
Wordt hij daar arm van?
Nee, hij zal vast wel wat miljoenen overhouden,
al heeft hij nu miljarden.
Maar ook in een ander opzicht wordt hij niet armer.
Delen maakt rijker dan bijeenharken!
Daarom, ook voor ons:
zorg dat je zó rijk wordt!
Een rijkdom die niet in geld is uit te drukken.

 

Religie wordt over het algemeen gezien als iets inherent gewelddadigs
omdat het gebaseerd zou zijn
op irrationele overtuigingen,
terwijl secularisme wordt voorgesteld
als een rationele manier om meningsverschillen te organiseren.
Is religie nu dus echt de bron van geweld?
Ach, U kent wellicht Arjan Lubach wel.
Hij had eens iets bedacht op dit vlak:
de heilige boeken-legger.
Deze boekenlegger zou wat hem betreft
verplicht als bijsluiter bij elk heilig boek gevoegd moeten worden.
Erop staat een eenvoudig stroomschemaatje:
‘ik wil iets doen uit naam van mijn geloof’
→ ‘beïnvloed ik er levens van anderen mee?’
→ ‘gaan die anderen akkoord?’
De laatste vraag is cruciaal.
Alleen als het antwoord bevestigend is,
geeft de boekenlegger groen licht om tot actie over te gaan.
Als iedereen de stappen op zijn boekenlegger maar volgt,
is religieus gemotiveerd geweld volgens Lubach zó de wereld uit!
Over deze boekenlegger zijn heel wat vragen te stellen.
Bijvoorbeeld: kan ik volgens Lubachs richtlijnen
mijn kinderen nog wel christelijk opvoeden?
Het lijkt me dat die keuze van mij grote invloed op hen heeft.
En waarom deze vragen alleen stellen aan religies
– niet bijvoorbeeld aan een ideologie als het liberalisme?
Wat mij echter meteen inviel is dit:
christenen hebben zo’n bijsluiter helemaal niet nodig.
In de Bijbel is zo’n bijsluiter allang gegeven door Jezus zelf!
Hij zegt namelijk ergens het volgende:
‘behandel anderen dus steeds zoals jij zou willen dat ze jullie behandelen.
Dat is de Wet en de Profeten.’
Deze woorden komen uit zijn zogenaamde Bergrede,
de grondwet voor al zijn volgelingen.
Dit is volgens Jezus dus waar het op neerkomt in de Wet en de Profeten
– de heilige boeken van zijn tijd.
Heb je dan nog een boekenlegger nodig van Arjan Lubach?
En natuurlijk, er zijn genoeg voorbeelden te noemen
waar christenen akelige dingen hebben gedaan
uit naam van hun geloof.
Maar doe nu niet alsof iedereen die de Bijbel leest
een potentiële terrorist is die vermaand moet worden met een boekenlegger!
Ik geloof dat de woorden,
en nog meer het voorbeeld van Jezus,
een stuk méér helpen tegen terreur en intolerantie
dan zo’n stukje karton…

 

Laatst las ik een column in de NRC (02082023) van de hand van Nicolien Mizee.

Eerst even een korte samenvatting van deze column

‘Een hindoeïstische mevrouw gaat uit eten in een hip, vegan restaurant in Amsterdam.
In de wc van het restaurant staat een beeld van Ganesha naast het fonteintje.
Ganesha, zoon van Shiva, is een god met een olifantskop.
Dat heeft iets grappigs, dat begrijpt die mevrouw ook.
Toch hindert het haar en als de ober komt vragen of alles naar wens is, zegt ze er iets over.
De ober stelt voor Ganesha naar een respectvoller plek te verplaatsen.
Naast de plantenbak in de hoek?’
(…)
Op een gegeven moment gaat de columniste naar een pizzeria.
Ik laat Mizee weer aan het woord:
‘ik ga met mijn twee zusjes naar onze favoriete pizzeria.
Na een uurtje ga ik naar de wc en wat zie ik?
Een kruisbeeld is tot wc-rolhouder gemaakt:
Jezus heeft aan elke arm een wc rol en een derde rol over zijn hoofd.
Terug aan tafel, overleg ik fluisterend met mijn beide zusjes. Wat moeten we doen?
Een foto op Instagram zetten? Maar we zitten niet op Instagram.
Mijn jongste zusje haalt haar schouders op. „Ik snap niet waar jullie je druk om maken. Ik wil een dame blanche en daarna koffie.”
“Het kan Jezus natuurlijk niks schelen”, zegt mijn oudste zus.
“Die is wel erger bespotting gewend. Ik wil een sorbet.”
“Nog iets toe, dames?” Daar is de ober.
“Een dame blanche, twee sorbets”, begin ik, „iets anders: dat kruisbeeld op de wc…”
“Dat heeft mijn vader gemaakt! Ik vind het zó geinig!
Altijd aan het knutselen, die ouwe! Een dame blanche, twee sorbets.”
We zijn direct verzoend.’

Waar ik met deze blog naar toe wil?
Ik vraag mij oprecht af in hoeverre iets ons als christenen nog kan shockeren
als het om onze godsdienst en symbolen gaat?
Natuurlijk weet ik niet of de hier boven aangehaalde columniste christelijk is,
maar dat doet er ook niet toe.
In een tijd dat moslims in bepaalde landen de straat op gaan
als een stel radicalen in een ander land misschien de koran dreigen te verbranden,
vraag ik me af waar de grens bij christenen ligt.
En moeten we ergens een grens trekken?
Is het de vrijheid van een ander mensen te beledigen?
Tot mijn verbazing zie dat cabaretiers zichzelf bevragen en beperken
als het gaat om over de islam, omdat er dan misschien bedreigingen kunnen worden geuit.
Dat geldt meestal niet als christenen of het christendom worden beledigd.
Dan is vaak prijsschieten met de meest gevatte ‘opmerkingen’.
Heeft dit te maken met het feit dat ook wij westerse christenen
door de wasmachine van de Verlichting zijn gegaan
waarbij grote ideologieën en godsdienstige overtuigingen
niet meer ‘onkwetsbaar’ zijn.

 

‘De brutalen hebben de halve wereld’, zegt een spreekwoord.
Mondigheid wordt hoog aangeslagen,
en wie zijn mond niet genoeg open doet laat over zich heenlopen, vindt men.
Assertiviteit is in. Je kunt er trainingen in volgen.
Maar is dat nu allemaal alleen positief?
Het gevaar bestaat dat iedereen alle aandacht wil voor zijn of haar persoonlijke punt,
terwijl het algemeen belang op de achtergrond verdwijnt.
Veel christelijke deugden worden algemeen aanvaard als goed in onze maatschappij:
eerlijkheid, trouw, liefde…
Voor één ding geldt dat echter niet:
de waardering die het christelijk geloof heeft voor nederigheid.
Nederig, wie wil dat nu zijn? Het roept al snel negatieve associaties op.
Dan heb je zeker een laag zelfbeeld – tijd om daar iets aan te doen!
Wat is echter ware nederigheid?
Dat is niet minder van jezelf denken, het is minder áán jezelf denken.
Een leven leiden waarin niet alles ten diepste om jezelf draait.
Aan nederige, bescheiden mensen is volgens mij grote behoefte in deze tijd van het ‘dikke ik’.
Maar hoe word je zo? In veel hedendaags denken lijkt het een onmogelijke optie.
Zelfs als je goed doet, zo wordt wel gezegd, is dat tenslotte verkapt eigenbelang,
of een evolutionaire aanpassing die de kansen van onze soort vergroot.
Ik denk dat je ten diepste God nodig hebt om voorbij eigenbelang te komen.
Sowieso, als er iemand boven je is, ben je zelf niet meer de maat van alle dingen.
Maar ook omdat de Allerhoogste zelf de allerminste werd in Jezus, gekruisigd als misdadiger.
Hij doet het voor!
Jezus zei eens: ‘gelukkig zijn de zachtmoedigen, zij zullen de aarde beërven’.
Brutale mensen mogen de halve wereld hebben,
maar wie Jezus volgt op de weg van nederigheid zal de héle wereld hebben!

 

Het is verkiezingstijd.
En één van de grote onderwerpen die ook de komende strijd bepalen
is het topic over de instroom van vluchtelingen.
Het kabinet is er zelfs over gevallen.
Mensen die wegvluchten voor de onveiligheid, onvrijheid
of simpelweg een boterham willen verdienen.
Wie zou in zo’n onzekerheid willen leven?
Maar de ze mensen moeten we buiten de deur houden, want…

Een groot voorbeeld voor zo’n hardvochtige opstelling is dan
de Hongaarse premier Orbán is een persoon
die altijd als hardliner de harten van heel veel mensen wint.
Hij zegt namelijk: we moeten geen vluchtelingen opnemen,
want de grote toestroom van moslims bedreigt de christelijke identiteit van ons continent.
En op 3 mei jl. stemde dus een overweldigende meerderheid van het Hongaarse parlement,
gecontroleerd door de partij van premier Viktor Orbán,
voor een resolutie met daarin klip-en-klaar de verklaring:
‘Wij willen geen immigratieland worden.’
De media sprongen er bovenop, gezagsdragers deden ronkende uitspraken op radio en tv.
Inmiddels zijn deze woorden opgepikt door landen als Polen en Slowakije,
die met zo’n redenering de asielzoekers weigeren die de EU hen wil toebedelen.
Deze woorden maken mij echt boos en verdrietig.
Want bedreigt deze instroom je identiteit, als er in Europa allang zo’n 50 miljoen moslims wonen?
Weet u trouwens wat verbazend is?
Op dezelfde dag nam hetzelfde Hongaarse parlement
ook een wet aan die het stukken makkelijker moet maken
om gastarbeiders van buiten de Europese Unie
op tijdelijke arbeidscontracten naar Hongarije te halen.
Dat gebeurde heel stilletjes en kreeg amper aandacht in de media.
Want Hongarije heeft tussen 2010 en 2023 300.000 inwoners verloren
door emigratie en lage geboortecijfers.
En als lagelonenland waar veel westerse bedrijven afgelopen jaren fabrieken hebben gevestigd,
is het land nu begonnen hoge aantallen Aziatische arbeidskrachten te importeren.
Volgens het Hongaarse statistiekbureau waren dat er in 2022 86.000
– een stijging van 14 procent ten opzichte van het jaar ervoor.

Maar goed, het eerste nieuws is uitermate droevig en ik word er boos van.
Vooral word ik boos en droevig, omdat uit deze woorden
een totáál onbegrip blijkt van wat ‘christelijke identiteit’ inhoudt.
Houdt dat niet in dat je een volgeling van Jezus bent, en zijn woorden serieus neemt?
En wat, denkt u, zou Jezus doen als hij geconfronteerd werd met zoveel mensen in nood?
Ik zal een paar woorden van Jezus aanhalen.
‘Wees barmhartig, zoals uw hemelse Vader barmhartig is’.
‘Ik had honger en jullie hebben mij te eten gegeven,
dorst en jullie hebben mij te drinken gegeven.
Ik was een vreemdeling en jullie namen mij op…
want alles wat jullie gedaan hebben
voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan’.

Als een continent, een land of een premier zich ‘christelijk’ noemt
en er komen vluchtelingen op zijn pad,
dient dan niet de eerste gedachte te zijn hoe je kunt helpen?
Daarná komen pas de moeilijke vragen over wat je samen aankunt en waar grenzen liggen.
Het startpunt ligt geheel anders: niet bij ‘houden wat we hebben’
– want ik vrees dat Orbán ten diepste dat bedoelt – maar bij bewogenheid.

 

Om liefde te laten ontwikkelen, zijn minstens twee andere dingen nodig:

vrijheid en verantwoordelijkheid.

Vrijheid speelt in het Nieuwe Testament een belangrijk rol,

vooral bij Paulus als vrijheid ten opzichte van de wet, maar ook bij Jezus.

Ik zie de houding van Jezus heel duidelijk

in het verhaal over het ‘arenplukken op de sabbat’.

Jezus loopt tijdens een sabbat met zijn leerlingen langs een korenveld.

De leerlingen hebben honger en plukken een paar aren,

wrijven de tarwekorrels eruit en eten die op.

De farizeeërs hebben het gezien en roepen Jezus ter verantwoording.

Niet wegens broodroof,

maar omdat het plukken van een paar aren al als oogst geldt,

en oogsten is evenals andere arbeid verboden op sabbat. (…)

Geen uiterlijk vastgelegde geboden

die met pijnlijke precisie opgevolgd moeten worden,

maar een nieuwe instelling daar moet hem gaan:

God verandert mensen.

Dat blijkt in de relatie tot elkaar en tot de mensen om ons heen.

Het nieuwe leven dat God geeft bruist op vanuit de liefde van God

en bewijst zich in liefde naar elkaar en naar buiten.

Die liefde bestaat in oprechtheid, onderscheidingsvermogen, innigheid,

hoogachting, enthousiasme, standvastigheid, vrijgevigheid,

gastvrijheid, goedheid, sympathie, eensgezindheid en nederigheid…

Je ziet Jezus als het ware voor je ogen opdoemen.

Zo wil God ons leven veranderen. Nu al een echt begin.

Niet meer aangepast aan deze tijd en

waar wij mensen allemaal maar achter aan rennen,

maar veranderd naar wie Jezus is.

Hij komt in je wonen.

Hij komt door ons heen naar buiten.

Onze woorden zijn eigenlijk zijn woorden.

Onze blik is eigenlijk zijn blik.

Ons luisterend oor is eigenlijk zijn luisterend oor.

Onze arm om de schouder van de ander is zijn arm om de schouder.

Onze echte kleur is Christus!

Hij straalt van je gezicht af,

maar dat komt omdat Hij woont in je hart

en je van binnenuit verandert door zijn Geest!

Vraag Hem elke dag daarom.

dat is het nieuwe verbond.

Zo zal het koninkrijk God zijn.

 

Van toen af trokken velen van Zijn discipelen zich terug en gingen niet meer met Hem mee.
Jezus dan zei tegen de twaalf: Wilt u ook niet weggaan?
Johannes 6,66-67

De deur dichtslaan doen mensen die niet meer geloven, niet meer hopen.
Die gooien de deur dicht en gaan op z’n best naar het Museumplein of naar het Malieveld.
De vanzelfsprekende van het doorgeven van het geloof is,
zeker in een geseculariseerde maatschappij zoals de onze, verleden tijd.
Het geloof wordt, onder invloed van de verlichting,
tegenwoordig vooral gezien als een geheel van opvattingen
die sterk betwistbaar en bijzonder onwaarschijnlijk zijn,
in elk geval inferieur aan de wetenschap.
Tegelijk neemt de afkalving van religieuze praktijken
en van een hecht christelijk gemeenschapsleven dramatische proporties aan.
De moderne apologetiek
lijkt aan deze situatie niet echt iets te kunnen veranderen.
Integendeel, zij lijkt zelf onderdeel van de negatieve context en ontwikkeling.
Zij lijkt in elk geval, samen met het geloof, maatschappelijk irrelevant te worden.
Maar dat is paradoxaal genoeg ook het geval met het atheïsme,
dat eveneens in ongenade is gevallen.
We zijn collectief als het ware ‘voorbij geloof en ongeloof’:
ook al is vooral geloven helemaal not done.
Moeten gelovigen in deze situatie dan niet radicaal om gekeerde beweging maken
en terug (hun) geloof als vertrouwvolle manier van leven omarmen en verdiepen?
Eens startte de gemeente start klein. Werd zelfs vervolgd. Maar Jezus wint het tot in Rome.
Wat is dan de kracht?
Juist in deze tijd van Jezus’ schijnbare afwezigheid valt het op als iemand tot geloof komt.
Of op een andere manier wordt iemand onverwacht geraakt door Jezus.
Het gebeurt. Wat is dat een onvoorstelbare kracht. Dat komt echt uit het niets.
Efeze 1 vergelijkt het met de kracht van de opstanding van Jezus.
Je staat stomverbaasd te kijken. Jezus geeft het. God is er, Hij is betrouwbaar.

Wat dat betreft is deze tijd juist echt een heel hoopvolle tijd.
Je hebt in onze snelle cultuur een tegenbeweging van slow: bijvoorbeeld slowfood
In plaats van de snelle hap neem je de tijd voor je maaltijd.
Zo doet Jezus vandaag ook. Slow-believe;
dat leert Jezus ons.
Kijk in het detail van je leven. Merk jij dat Jezus er is?
In een situatie dat je zoveel ellende meemaakt,
merk je op: mensen staan echt om me heen. Ik word niet losgelaten.
Dan vergroot misschien ook de mogelijkheid van een eigentijdse reflectie.
Je wordt niet losgelaten

In de boeken van de profeten lijkt het heel normaal

dat ze de stem van God horen en vervolgens doen wat hun gezegd wordt.

Je kunt je afvragen:

sprak God alleen in die dagen tot mensen

en is dat op een gegeven moment opgehouden?

Of verkondigt een profeet zijn eigen visie en probeert hij die gezag te geven

door het een woord van God te noemen.

In de profetische boeken staat het duidelijk:

de profeet treedt op in naam van de Levende.

Ze zijn niet blij met die zending.

Voor alle profeten geldt dat ze met grote moeite en oprechte tegenzin het woord nemen.

Ze zijn niet uit op aanzien en erkenning, ze zijn niet voldaan over wat ze gezegd hebben,

ze gaan gebukt onder hun boodschap.

Ze worstelen met de grote vragen van het leven.

Vragen van lijden, pijn, onrecht en geweld.

Men roept het naar de Heer.

Waarom gebeurt dit Heer? Waarom handelt U zo, God?

Wat is hiervan de bedoeling?

Dit past toch niet bij U, die de Rechtvaardige en Liefdevolle bent?

Waar bent U, Heer? Het zijn grote vragen.

Geboren in verbijstering. Geboren in verdriet. Geboren in bewogenheid.

Bij mensen die getuige zijn van het kwaad.

Het maakt mensen boos. Soms bang. Of bezorgd.

Habakuk bijvoorbeeld roept het naar God.

En zegt dan: ‘Ik ga op mijn wachtpost staan.

Ik ga uitkijken naar het antwoord van de Heer.’

En hij kreeg antwoord. Een Godswoord.

‘Onrecht gaat te gronde, maar de rechtvaardige zal leven door zijn geloof.’

Is het een antwoord op onze vragen? Ja toch wel! Geloof betekent leven!

Dat is Gods reactie. Op bidders, smekers, klagers en huilers.

Daarmee worden de emoties niet gedempt.

Maar klinkt er tegelijk een ander geluid. Een andere stem. Een Godswoord.

Dat licht geeft in het donker.

De weg wijst in de verwarring.

Rust brengt in de worsteling.

Nee, nog steeds weten we niet waarom er zoveel onrecht en lijden is.

Nog steeds begrijpen we niet

waarom er zoveel pijn en spanning moet zijn.

Maar wel weten we: Gods recht zal zegevieren.

Jezus Christus nam het op zich. Hij bracht vrede, het herstel van Gods recht.

En ieder die gelooft, zal leven. LEVEN!

Van dit Godswoord staat de definitieve vervulling nog open.

Zeker als het gaat over de verwijdering van het kwaad.

Maar dit woord over later is een woord voor nu en hier.

Voor al Gods kinderen, die willen weten waar de Heer is.

Hoe God tegen de wereld aankijkt. Wat Hij gaat doen.

God opent de toekomst. In Jezus Christus.

In Hem ontvangen mensen het eeuwig leven.

Door zijn dood heeft Hij de vrede gebracht.

Die door de Geest over ons wordt afgekondigd:

Geloof betekent leven!