En ja, daar is ie dan: het woord van het jaar: ‘selfie’ of zoals Kees van Kooten het Nederlands equivalent de ‘otofoto’ daarvoor opperde, een prachtig mooi palindroom, een woord dat ze ook achterstevoren kunt lezen. Voor de digibeten onder u die vragen wat een selfie is, de volgende omschrijving: Een selfie is een gefotografeerd zelfportret, doorgaans gemaakt met een digitale camera, een smartphone of webcam, waarbij de foto is genomen door de persoon die erop afgebeeld staat. (Wikipedia). Gisteren hoorde ik een aantal mensen dat zichzelf meermalen zo had gefotografeerd. Ze vinden het een leuk tijdverdrijf om zichzelf zo in allerlei situaties te fotograferen en verscheidene mensen hebben tientallen selfies op hun toestel staan.het toekomende licht

Wat zegt het nou over de mensen als zo’n woord wordt verkozen tot het belangrijkste van 2013? Betekent dit dat mensen steeds meer met zichzelf bezig zijn en in hun eigen kleine universum, hun eigen wereldje, beroemd willen zijn? Dat mensen het zo belangrijk vinden om, wanneer ze die selfies op het net zetten, iedereen te laten zien waar ze zijn en in welke situatie zij verkeren? Kijk eens waar ik ben, wat ik doe, wat ik durf?

Als dat zo is, dat het de ultieme uitdrukking is van de ik-gerichtheid van mensen, dan staat dat wat mij betreft haaks op wat wij als christenen in deze dagen naar op weg zijn om te herdenken en vieren. Dat God juist voorbij ging aan zichzelf en juist het liefste wat Hij had, zijn Zoon Jezus Christus, naar deze aarde stuur en Hem aan ons overleverde. Een daad van zelfovergave die alle begrip te boven gaat. Voorbij het ik. Om het in hetzelfde begrippenkader te zetten: ‘God maakte van zichzelf een ‘unselfie’.

Het verhaal over Harrison Odjegba Okene, de Nigeriaanse kok die drie dagen onder water overleefde in een luchtbel nadat zijn schip gezonken was haalde eventjes de voorpagina’s van veel media. Wat lang niet alle media vermelden was dat deze man zich tijdens zijn duistere nachtmerrie staande hield door verzen uit psalm 54 tot 92 hardop te overdenken. Als een soort moderne Jona wist hij te overleven in de buik van zijn gezonken schip totdat er hulp kwam. Okene schreef dat hij de avond voor de ramp een sms’je kreeg van zijn vrouw met enkele woorden uit psalm 54 ‘de Heer bewaart mijn leven’.jona

In deze tijd van Advent waarin we als christenheid verwachten en ons opmaken om de komst van ‘de hoop van de wereld, Jezus Christus’ te herdenken, vind ik dit een mooi verhaal. Ondanks alles bleef deze scheepskok in de duisternis zich op de been met het licht wat het Woord van God mag zijn voor veel mensen. Immanuel ‘God is met ons’, ondanks alles mogen we hopen en vertrouwen op die belofte ook al lijkt het totaal niet naar uit te zien.

‘Hoe kan het zijn dat het geen nieuws is als er een dakloze oudere overlijdt, maar wel als de beurzen twee punten verliezen?’; met deze prikkelende uitspraak vestigt paus Franciscus de aandacht op wat hij noemt ‘de nieuwe tirannie van het ongebreidelde kapitalisme’. Is dit nieuw? Nee, de paus schaart zich in een lange rij van mensen en organisaties die deze problematiek aan de kaak stellen. Goedkope uitspraak; als je weet dat de (katholieke) kerk een uitermate rijk instituut is? Zo kun je elke oproep tot bezinning wel ‘kalt stellen’, maar ik vond het opmerkelijk dat de paus na deze oproep meteen liet collecteren voor hulp aan de door een natuurramp getroffen Filipijnen. En daarbij: met de wijzende vinger naar anderen wijst hij ook met drie vingers terug naar zich zelf.

Opmerkelijk vond ik ook dat de oproep werd gedaan tijdens een toespraak (een ‘Pauselijke Exhortatie’ oftewel een Pauselijke Aansporing) die de titel heeft ‘De vreugde van het evangelie’. ‘Iedere gedoopte is geroepen tot verkondiging van het Evangelie’ zo zegt de paus vervolgens. Iedere christen wordt dus opgeroepen om zich teweer te stellen tegen de tirannie van het ongebreidelde kapitalisme, ‘Die Tyranny verdrijven, die my mijn hert doorwondt.’ om het zo maar te zeggen. Het gaat zeker niet zonder slag of stoot, het snijdt diep in je eigen vlees, het zal niet alleen maar vreugde zijn waarmee we dit evangelie verkondigen en in praktijk brengen, want hoe het ook zij, dat ‘ongebreidelde kapitalisme’ brengt ons veel goeds.

Is het dan een goedbedoelde, maar niet realistische oproep die natuurlijk nooit iets teweeg zal brengen omdat de hele wereld zichzelf heeft overgeleverd aan dat kapitalisme? Nee, ook dat denk ik niet. Eerste AdventAanstaande zondag is het 1 december, en naast dat ik – zo de Here wil –  word bevestigd en intrede doe aan en in de Protestantse Gemeente Exloërmond, vieren we ook  – vooral – de Eerste Adventszondag. Advent, als christenen kijken we vol verwachting uit naar de komst van de Here Jezus in deze wereld. Wij geloven dat Hij de redding en bevrijding verkondigt aan mensen vast verstrikt in het web van de tijd. Zijn komst is een voorbode van Gods toekomende Koninkrijk. Een vrederijk dat aanstaande is en waaraan wij als volgelingen van die Christus aan mee moeten werken. Daartoe worden we opgeroepen.

Al enige tijd worden we gewaarschuwd voor de gevaar van het teveel. Teveel drinken, teveel eten is niet goed voor de mensen. Alcoholisme en obesitas liggen op de loer en kunnen mensen en relaties tussen mensen verwoesten. Beide verslavingen kunnen, zoals elke verslaving, leiden tot een sociaal isolement en uitsluiting. Mensen kunnen vereenzamen. En wat leek het mooi toen het internet zijn intrede deed in het leven van veel mensen dat er allerlei mogelijkheden ontstonden om vanuit je luie stoel thuis of via de smartphone overal contact te houden met mensen die je kent en contacten te leggen met mensen die je nog nooit hebt gezien. Je hebt de hele wereld onder de knop van je computer, telefoon, of wat dan maar ook. Prachtig!!

Maar zoals alles kunnen ook de nieuwe sociale media, wanneer ze teveel worden gebruikt,  leiden tot een verslaving met alle kwalijke gevolgen van dien. In het geval van een overmatig gebruik van social(e) media spreek je dan van ‘Socialbesitas’. De kenmerken van socialbesitas zijn dezelfde van elke verslaving dan ook: onder andere dan je je eigen wereld creëert je en dat  die wereld is het belangrijkste voor je is. In het NRC en het actualiteitenprogramma Een Vandaag werd hier van de week voorbeelden van geschetst. Mensen die het hebben van vrienden op Facebook belangrijker vonden dan vrienden in de normale leven (irl) ‘Sommige jongeren vinden hun Facebook-vrienden belangrijker dan hun echte vrienden. Want wat echte vrienden zeggen, weet alleen jij. Maar wat Facebookvrienden zeggen, weet iedereen’ schreef het NRC; mensen die het belangrijk vinden dat hun berichtjes door zoveel mogelijk mensen worden gezien; de toenemende druk om sociaal te willen zijn, iedereen te willen volgen en niks te missen. ‘Het sturen, lezen en voortdurend checken van de sociale media geeft jongeren een kick, een “instantbevrediging” vergelijkbaar met die van eten, alcohol, drugs en seks’, zegt Herm Kisjes, een van de onderzoekers naar dit fenomeen in de krant.

Een van de effecten van overmatig gebruik van social media is psychische vermoeidheid. Laatst hoorde ik van een iemand van in de twintig die naast haar baan ook nog heel actief was op social media en vond dat ze aan alle events moest blijven meedoen en dat ook via de sociale media  moest blijven uitventen. Uiteindelijk kreeg ze een stevige burn-out omdat ze een (te) druk sociaal leven, haar opgedrongen door de social media, niet meer kon combineren met haar baan.

laat je niet leiden door social media

laat je niet leiden door social media

Bij dit alles moest ik denken aan een heel oud geschrift (450 jaar om precies te zijn) van het protestantisme, de Heidelbergse Catechismus. In veel kerken ligt het geschrift al onder vele lagen stof weg te zinken in de vergetelheid, maar de actualiteit van het belijdenisgeschrift is nauwelijks te overschatten. In 52 delen die ‘zondagen’ worden genoemd wordt de kern van christelijk geloof samengevat door mannen die luisterden naar de namen Caspar Olevianus en Zacharias Ursinus (Beer). Neem nu ‘vraag en antwoord’ 1 (want zo heet dat in de Heidelbergse Catechismus): wat is uw enige troost in leven en sterven? Dat ik met lichaam en ziel, zowel in leven en in sterven, niet mijzelf toebehoor, maar aan mijn getrouwe Zaligmaker Jezus Christus. Juist als mensen vastlopen omdat ze steeds maar moet scoren, steeds maar gezien moeten worden, hogerop moeten komen, geliefd moeten zijn, kunnen die woorden zoveel ruimte bieden. De catechismus troost met de blijde boodschap dat we niet van onszelf hoeven te zijn. We mogen van Christus zijn, We zijn niet afhankelijk van allerlei zaken die ons leven willen beheersen, maar van Jezus Christus. Bevrijd van onszelf en de ziekte van Ikke, ikke, ikke.

Daar moest ik laatst aan denken toen ik een aankondiging las van een conferentie met de titel ‘Geloven in preken’. Foie gras. U weet het wel: de in Nederland zeer omstreden manier om ganzen vet te mesten waarbij de dieren enkele malen per dag via een trechter mechanisch of pneumatisch gevoerd worden. Met deze wijze van dwangvoedering kan de lever abnormaal opzwellen. Ik dacht aan deze martelvoeding vanwege de vergelijking die Ciska Stark maakte toen zij het spits afbeet op bovenstaande conferentie. ‘Kerkgangers zijn een stel tamme ganzen. De kerkganger van nu is een tamme gans die iedere zondag naar de kerk waggelt, waar de tammeganzendominee preekt over het wildeganzenleven van vliegen en vrij zijn. Daar laaft de tamme gans zich aan zijn wezenlijke roeping.’ Het beeld ontleend zij aan de Dagboeknotities van de Deense theoloog en filosoof aan het eind van de negentiende eeuw, Søren Kierkegaard. vlucht ganzenDeze aftrap van mevrouw Stark zette me aan het denken. Wat zij prikkelend stelt zegt iets over de kerkganger, die zich als tamme gans het gemakkelijke voedsel, het laaghangende fruit, laat welgevallen en zichzelf daarmee in slaap sust en niet bedacht is op de naderende Kerst wat voor hun een wisse dood betekent. Maar het zegt ook iets over de dominee, die zijn publiek met liedjes-van-verlangen tevreden houdt en niet laat opschrikken. ‘Want het hart van dit volk is vet geworden en zij hebben met de oren slecht gehoord, en hun ogen hebben zij dichtgedaan, opdat zij niet op enig moment met de ogen zouden zien en met de oren horen en met het hart begrijpen, en zij zich zouden bekeren en Ik hen zou genezen’ citeert Paulus de Heilige Geest in Handelingen. Foie gras, maar dat geldt niet alleen voor de luisteraars, maar zoals gezegd evenzeer voor de predikers. Scherpe kanten van het evangelie, de struikelblokken worden graag vermeden, kool en geit moeten worden gespaard, spiegels omgedraaid, mensen naar de mond gepraat.

‘Moet een kerkdienst de vorm krijgen als afwisselende mix van liederen en teksten, gebed en getuigenis waar de preek slechts terloops een rol in speelt? Met de dominee in de rol van verteller die de verschillende ‘stukjes’ aan elkaar praat?’ vraagt Stark zich vervolgens elders af. Want alle deskundigen stellen dat de concentratie van een hoorder gemiddeld zeven tot acht minuten is. Gelukkig beëindigd Stark haar betoog met ‘prediker en hoorders geloven niet in de prediking, maar in een God die spreekt. (…) Volgens Stark zit het in de aard van het gesproken woord zelf: het is een ‘levend’ woord, een “viva vox” (levende stem) of zoals men vandaag zou zeggen: het is live. In tegenstelling tot hetgeen je leest of op papier of op een scherm ziet, is een gesproken woord iets vluchtigs in tijd en ruimte, het is niet gefixeerd en dus principieel open voor betekenis. De preek is niet de preek op papier of hetgeen je achteraf kunt navertellen: Het woord gebeurt op het moment zelf en dat is Bijbels: het Woord geschiedt.’

Ik geloof in de kracht van de Geest, een God die spreekt die van dode beenderen weer levende mensen kan maken, die toegestopte oren kan openen, dichtgeslibte aders kan openen en die mensen weer in de ruimte kan zetten van de vrijheid van het geloof en mensen weer een stem kan geven om de Bijbel met al haar hoekige, scherpe en vaak aanstootgevende kanten te verkondigen!

Deze week bracht Paus Franciscus een bezoek aan het Italiaanse eilandje Lampedusa. Dit eiland dat op iets meer dan 100 kilometer voor de kust van Tunesië ligt, staat bekend als de “poort naar Europa”. Jaarlijks maken duizenden vluchtelingen de overtocht naar Lampedusa, vanwaar ze hopen te kunnen doorreizen naar het Europese vasteland. Maar voor heel wat vluchtelingen eindigt de gevaarlijke reis naar Lampedusa met de verdrinkingsdood. Als eerbetoon gooide de paus vanaf de boot bloemen in zee en veroordeelde hij de ‘globalisering van onverschilligheid’. “Daardoor hebben we het vermogen verloren om te huilen om het leed”. Franciscus riep de wereldgemeenschap dan ook op tot een groter mededogen voor allen die vanwege erbarmelijke omstandigheden thuis op zoek gaan naar veiligheid en een zeker bestaan. De paus stelde dat Lampedusa in plaats van en wachttoren te zijn die ongewenste vreemdelingen buiten weet te houden een vuurtoren, een lichtbaken moet zijn. Een vuurtoren voor de hele wereld, opdat mensen die een beter leven zoeken op haar kunnen koersen.

ik vind het opmerkelijk en betekenisvol dat de nieuwe paus dit bezoek aflegt als één van zijn eerste dienstreizen buiten Rome. Of dit meteen de houding van de wereldgemeenschap tegenover deze ‘gelukzoekers’  zal veranderen? Vatican Pope MigrantsNee, natuurlijk geloof ik dat niet! Maar het feit dat de paus deze kwestie weer een stem wil geven en de hele wereldgemeenschap een spiegel voorhoudt dat lijkt me niet verkeerd. Wat we dan kunnen zien is die onverschilligheid waar de paus het over heeft;  aan de kant van de organisaties die de vluchtelingen uitbuiten door hen na betaling van enorme bedragen in gammele bootjes het water opstuurt, maar evenzo de onverschilligheid waarmee het Westen deze mensen beziet: als ongewenste gelukzoekers die willen mee-eten uit de (krimpende) ruif van onze welvaart.

Aanstaande zondag zal ik een preek houden over de Barmhartige Samaritaan, een gelijkenis uit Lucas 10,25-37. In dit verhaal draait het in feite ook om onverschilligheid. Als de wetgeleerde vraagt wie de naaste is is het meer een vraag om de discussie gaande te houden. de werkelijke inhoud van vraag en antwoord laat hem koud. Hij voelt zich te verheven om zich werkelijk druk t maken om de ander. Het verhaal van de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan mag ons weer leren waar we zelf staan in het verhaal van de wereld, van de geschiedenis.

Nogmaals: zal deze dienstreis van de paus meteen tot concrete maatregelen leiden? Nee, ik denk van niet, maar hij heeft wel gedaan wat een christen kan doen: een wake-upcall geven aan iedereen. Mensen moeten weer wakker worden opstaan uit hun onverschilligheid, hun eenzelvigheid. We zijn mensen die in een groot verband met elkaar moeten leven, het gaat om goed samen-leven!

Ze waren de laatste tijd veel in het nieuws: de asielzoekers in de Vluchtkerk in Amsterdam. Gingen ze nu wel of niet weg, het besluit werd een aantal keer uitgesteld om de eigenaar van het pand – lees: de kerk –  uitzetting opschortte. Toch kwam het moment onvermijdelijk dichterbij, de asielzoekers moeste weg. de exbewoners van de VluchtkerkMaar wat schetste onze verbazing: er kwam een aantal bussen voorgereden en de ontheemde asielzoekers werden ingeladen en met onbekende bestemming vertrok de karavaan.  Niet veel later werd bekend waar de uitgewezen mensen naar toe werden gebracht. Een groepje mensen had, noem het preventief, een leegstaand kantoorpand gekraakt voor hun opvang.

Van Kerkpand naar Kraakpand. Om misschien wel begrijpelijke redenen heeft de kerk gemeend de Vluchtkerk te moeten sluiten en de ‘bewoners’ te moeten ‘klinkeren’,  dat wil zeggen op straat zetten. Gelukkig was er een mogelijkheid om de mensen een nieuwe opvang te geven; opnieuw tijdelijk, niet legaal en uitzichtloos…

Ooit was er een tijd dat Kerk synoniem stond voor Kraak: lak aan de te dwingende regels die je in een keurslijf dwingen , een andere autoriteit volgend en aan die grenzen    gehoorzamen. Oké, natuurlijk ben ik de eerste die toegeeft dat ik een romantisch beeld schets van de kraakbeweging die alleen opkomt voor de mensen die geen woning kunnen vinden of bekostigen. Ik weet ook wel van de uitwassen en gewelddadigheden waarmee de kraakbeweging de afgelopen jaren werd geassocieerd. Maar toch, in eerste aanleg was het (een gedeelte van) de krakers wel te doen om misstanden in de maatschappij aan de kaak te stellen.

Wat ik bepleit is dat de Kerk een deel van dat elan van de kraakbeweging weer terugkrijgt. Niet meer keurig in de pas met de heersende mening, onvoorwaardelijk opkomen en begaan zijn met de medemens die tussen de wal en het schip is geraakt in wat voor opzicht dan ook. Om het aangezicht van Christus te zien in de ander en daar naar handelen zonder eerst te besommen of het je niet veel rompslomp geeft. Eén van die mogelijkheden van de kerk is het aanbieden van het kerkasiel: onderdak verlenen aan mensen die vervolgd worden met de bedoeling deze mensen te beschermen tegen het beleid van de overheid. Daar waar de overheid onrechtvaardig handelt trekt de kerk haar eigen grenzen en neemt zij haar verantwoordelijkheid. Er staan namelijk waarden op het spel die op de grens liggen van kerk en staat; de burgerlijke ongehoorzaamheid kan dan ook worden gezien als een evenwichtsoefening tussen concrete (staats)wetten en (religieuze) waarden zoals rechtvaardigheid. Niet dat de kerk de staat niet erkent, maar ze wil door haar handelen de staat wel wijzen op het deficit van haar beleid omtrent de uitwijzing van asielzoekers en daarover een debat opstarten.

De Kerk als Luis in de Pels van de overheid. Een rol die de kerk in het Westen lange tijd niet heeft gespeeld. Wel een rol die haar in wezen op het lijf geschreven staat en opnieuw ontdekt mag en moet worden.

In veel gemeentes is de laatste tijd ruime aandacht besteed aan het gebed vanwege het 50-dagenproject tussen Pasen en Pinksteren. Vijftig dagen hebben we gezien hoe belangrijk het is om de relatie tussen jou en God open en levend te houden, juist door het gebed. We krijgen zelfs de opdracht om zo vaak we kunnen te bidden tot God, het communicatiemiddel bij uitstek tussen jou en je Vader. En dat gaat niet altijd van een leien dakje. Het gaat vaak met vallen en opstaan. We zijn meestal geen helden en zeker geen gebedshelden. Maar het mooie is dat God ook weet dat we soms snel afhaken en dat we het niet zo hebben op allemaal regeltjes, dat Hij die wet – lees liever: de bewegwijzering naar Zijn koninkrijk – heeft geschreven in ons hart.

De titel van deze column uit Jeremia 31,33 zegt dat onomwonden. Het is niet iets dat vanbuiten ons opgelegd wordt maar iets dat vanbinnen uit onszelf komt. Dat we echt uit onszelf een volgeling, een discipel Jezus Christus willen worden. Het gaat niet alleen om het weten wat discipelschap inhoudt, maar dat je daadwerkelijk een discipel bent. En alleen in dat laatste is God geïnteresseerd. En gelukkig is dat niet iets wat alleen maar uit onszelf hoeft te komen, want de discipline die het discipelschap vereist kunnen we nooit in ons eentje opbrengen. En daarbij is het gebed een noodzakelijk middel om in contact te blijven met God. biddenDietrich Bonhoeffer zegt dan dat gebed is als het bloed dat stroomt door de aderen van het lichaam van Christus, symbool voor de kerk. Als je met geloof luistert en contact met Hem zoekt door het gebed, als je je ervan bewust bent dat Hij het is, Christus, die spreekt, dan is het niet mogelijk om zijn woorden niet in de praktijk te brengen. Als het geloof zou stoppen voordat het in de praktijk wordt gebracht, dan kun je niet meer van geloof spreken.Want hoe kunnen we dan in deze tijd over Christus spreken? Bonhoeffers antwoord luidt: door ons leven. Het is indrukwekkend om te zien hoe hij aan zijn petekind, dat hij nooit gezien heeft, de toekomst beschrijft: ‘De dag komt waarop het niet meer mogelijk zal zijn om openlijk over God te praten. Maar wij zullen bidden, we zullen doen wat juist is en Gods tijd zal komen.’

Maar nogmaals, het lijkt allemaal zo prachtig, misschien zelfs vanzelfsprekend om te doen, maar dan worden we weer in beslag genomen door de alledaagse dingen. Daarom staat er in Efeziërs 6,10 ‘Zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht.’ Dat is iets wat we ons elke dag moeten blijven herinneren, iets wat ons gebedsleven moet kleuren. Want zelfs als de wet van God in ons binnenste is geschreven, dan nog wordt zij pas actief wanneer we het niet proberen uit onszelf, uit onze eigen kracht, maar door de kracht van de Heer!

‘Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft’ (Tussentijds, aanvullende liedbundel 163)

Over een paar dagen is het weer Pinksteren. Pinksteren, het feest van de herdenking van de uitstorting van de heilige Geest.  De uitstorting wordt gesymboliseerd met het beeld van vlammen boven de hoofden van de leerlingen van Jezus die voor het eerst met deze Geest werden begiftigd. Jezus volgenDeze uitstorting markeert ook het begin van de christelijke Kerk. Het kan als zodanig tevens als de eerste christelijke opwekking worden gezien. Ook als is het Hemelvaart geweest en is Jezus verdwenen van deze aarde, Jezus is geen verleden tijd. Door zijn Geest laat Hij het merken: Hij is er. Hij is er, hier en nu.Pinksteren is niet het feest van de Geest, maar het feest van Jezus Christus die door zijn Geest laat merken dat hij geen verleden tijd is, maar hier en nu werkelijkheid. In de duisternis van alledag wordt een licht ontstoken, een lichtend vuur dat meer dooft. Maak merkbaar dat Jezus Christus hier en nu Heer is. Dat is de opdracht die de kerk, die wij meekrijgen, juist met Pinksteren. Maak zichtbaar en voelbaar dat Christus leeft. Dat hij de Heer is. In hoe je met elkaar omgaat, hoe je over elkaar praat, hoe je meedoet en je inzet; hoe je er voor elkaar bent; waar je over praat. Volgelingen van Jezus Christus – laat voelbaar, zichtbaar, merkbaar zijn dat Christus leeft! Hij is Heer, hij werkt door zijn Geest. Ga in het spoor van Christus!

‘Wie mij volgt, gaat zijn weg niet in duisternis, zegt de Heer. Dit zijn woorden van Christus, waardoor wij worden gewenkt zó ver Zijn leven en gedrag uit te beelden als wij waarachtig verlicht willen worden en van blindheid van hart bevrijd.’  (Thomas á Kempis, De navolging van Christus Eerste hoofdstuk)

‘Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft’

Tientallen jaren geleden zongen Jenny Arean en Frans Halsema het:

Vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten hoe
Vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten waar naar toe
Hoe ver moet je gaan
De verre landen zijn oorlogslanden
Veiligheidsraadvergaderingslanden, ontbladeringslanden, toeristenstranden
Hoe ver moet je gaan
Vluchten kan niet meer

De afgelopen week was het zo’n week dat deze liedtekst weer nieuwe eigen dynamiek weer kreeg. vluchtelingenDiederik Samsom, fractieleider van de PvdA,  leurt met het onzalige idee langs partijleden: ‘illegaliteit wordt criminaliteit’. In feite in de praktijk een onuitvoerbaar idee, maar meneer Samsom heeft zijn woord gegeven tijdens de formatiegesprekken, dus daar staat hij voor (sic). Uitgeprocedeerde asielzoekers die in de illegaliteit verdwijnen omdat ze niet terug kunnen of willen naar hun land van herkomst worden, als het voorstel wordt aangenomen, strafbaar. Ja, en dan? Vastzetten dan maar; terwijl staatssecretaris net zoveel penitentiaire inrichtingen wil sluiten? Of moeten de ‘illegalen’ een boete betalen? Volgens mij zijn illegalen meestal geen kapitaalkrachtige groep. Nee, het gaat meneer Samsom om het feit dat mocht het PvdA dit voorstel afwijzen, dat dan de VVD de kans schoon ziet om meer van door de PvdA tijdens de formatiebesprekingen binnengehengelde punten ook weer kan gaan heroverwegen.  Vluchten kan niet meer, het geldt voor de ‘mogelijke’ nieuwe criminelen. Kerkasiel, zoals tot nu toe gekregen in de Vluchtkerk is dan misschien een van de weinige plaatsen waar ze nog naar toe kunnen. Daarbuiten kunnen ze zomaar opgepakt worden. Maar ‘Vluchten kan niet meer’ geldt ook voor Diederik Samsom. Hangt zijn politiek voorbestaan af van de van de leden van de partij. Wat heten principes?!?

‘Vluchten kan niet meer’ , het geldt ook voor ons nieuwe koningskoppel Willem-Alexander en Máxima. Voorheen heeft de koning wel eens blijk te hebben gegeven dat hij het ambt van koning met alle bijbehorende fuss. Maar het werd 30 april 2013 en troonswisseling heeft plaatsgevonden. Het ambt rust nu op zijn (hun) schouders. ‘Vluchten kan niet meer, heeft geen enkele zin.’

Vluchten kan niet meer, heeft geen enkele zin
Vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten waarin
Hoe ver moet je gaan
In zaken of werk, of in discipline
In Yin of in Yang of in heroine
In status en auto en geldverdienen
Hoever moet je gaan
Vluchten kan niet meer

‘Vluchten kan niet meer’. Als ik dit couplet lees moet ik ook denken aan de doden die herdenken tijdens de Dodenherdenking van 4 mei, door wier werk het uiteindelijk 5 mei mocht worden: Bevrijdingsdag. Ik moet denken aan hun nabestaanden die soms generaties lang zitten opgezadeld met trauma’s. Mensen die misschien zijn gevlucht in werk, drugs, in allerlei alternatieve stromingen of wat dies meer zij. Maar uiteindelijk, vluchten kon niet meer, het had geen enkele zin. De geschiedenis verandert er niet door.

Vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten waar
Schuilen alleen nog wel, schuilen bij elkaar

Een week waarin volgens mij de onmogelijkheid van de vlucht centraal stond in al zijn facetten en gradaties. Maar schuilen kan nog steeds wel. Bij elkaar, bij de Ander die weet wat het is om een vluchteling te zijn, uitgekotst te worden door jan en alleman, gemarteld en gedood te worden terwijl je onschuldig bent.

Wees mij genadig, God, wees mij genadig,
want bij u is mijn leven geborgen.
In de schaduw van uw vleugels zal ik schuilen,
tot het doodsgevaar is geweken. (psalm 57,2)