‘Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de HEER. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: ik zal je een hoopvolle toekomst geven.’

Jeremia 29,11

Soms lijkt het wel alsof zwartgalligheid vat heeft gekregen op christenen in Nederland. We blijven achterom kijken, naar het verleden. Het christendom deed ertoe, we waren een groep om serieus rekening mee te houden. Maar nu? We worden weggezet als iets van vroeger tijden; ‘Ja, m’n grootouders die gingen nog wel naar de kerk, maar wij… nee, wij zijn verder gegaan, we weten nu wel beter. Dat is iets uit de oude doos’ zo hoor je hoor je met enige regelmaat om je heen. En ja, dat laat je als christen niet koud.

En toch…? Wat heb je eraan om te somberen… wees toekomstgericht. Realiseer je wat je hebt en bouw daarmee door.

‘Al zal de vijgenboom niet bloeien,
al zal de wijnstok niets voortbrengen,
al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen,
al zal er geen koren op de akkers staan,
al zal er geen schaap meer in de kooien zijn
en geen rund meer binnen de omheining –

toch zal ik juichen voor de HEER,
jubelen voor de God die mij redt.
God, de HEER, is mijn kracht.’

Habakuk 3,17-19

Ondanks alles, toch is er een hoopvolle toekomst

‘Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden?                                                                                                                   Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.’                                                                                                                                                                                                               Matteüs 5: 13

Een aantal jaren geleden ben ik deze weblog begonnen en heb er de naam ‘Brandend zand’ voor gekozen. Brandend zand omdat heet zand kan branden onder je blote voeten. Zand kan schuren, polijsten, kan iets moois van iets maken. Ook zout kan een zelfde soort eigenschap hebben. Het kan iets reinigen, het kan branden, zelfs pijn doen. Zout kan een smaakmaker zijn voor eten. Jezus heeft het over het zout der aarde. Hij spreekt deze woorden uit als slotstuk van de zogenaamde Bergrede. Die rede is een verzameling praktische leefregels voor mensen om zo Jezus te volgen. Regels over barmhartigheid, het doen van goede werken, ruzies en meningsverschillen bij te leggen enzovoorts worden zo door Jezus als leefregels aanbevolen voor zijn volgelingen. Later zou Hij deze regels in feite inpassen in Zijn ‘grote gebod:  ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf.’ (Matteüs 22: 37-39) In het evangelie naar Marcus staat daar nog een vers voor: ‘Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer’ (Marcus 12: 29). Deze toevoeging staat er niet zomaar. Deze woorden heten ook wel het Sjema Israel: Het Sjema geeft uitdrukking aan het absolute geloof in God en komt uit het Oude Testament (Deuteronomium). In de Joodse godsdienst is dit heen vast onderdeel van onder andere het dagelijks ochtendgebed. Je zou dus kunnen zeggen dat door het grote gebod vooraf te laten gaan door dit Sjema Israel ermee bedoeld wordt dat deze leefregels onze dagelijkse praktijk moeten zijn. Maar willen we dat nog wel zijn: zoutend zout, anders dan de anderen, smaakmaker zijn?  Maar zijn we dat wel? Of zijn we een flauw hapje zonder smaak? Delen we de zouteloze praatjes die geen pijn doen? Waardoor we niet uit de toon vallen, niet af wijken, niet opvallen?

Kortom: zijn we liever zoethoudertje dan smaakmaker?

‘Je kunt als vaste kerkbezoeker zondags in de kerk keurig je pepermuntrolletje doorgeven, maar vanbinnen volledig geseculariseerd zijn’ Dat is de boodschap van Herman Paul, nieuwbakken hoogleraar secularisatiestudies aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Secularisatie. Als we daar als christenen aan denken zullen we het vooral buiten de kerkmuren zoeken. Mensen die niet meer naar de kerk gaan, mensen die afgehaakt zijn… Dat zijn toch de geseculariseerden? Toch is het een indringende vraag omdat je als je met een vinger naar de ander, je met overige vier vingers naar jezelf wijst. Zijn wij, als we eerlijk naar ons zelf kijken, zo verschillend van de geseculariseerde mensheid om ons heen?

Gaan we echt anders om met ons leven. Lezen we niet dezelfde bladen, hebben we niet dezelfde zorgen? Blinken we uit in vrijgevigheid, medemenselijkheid, hebben we echt de naaste lief?

Kortom,een spannende opmerking ‘wij kunnen net zo geseculariseerd zijn’ als de meest geseculariseerde medemens!’ Waar ligt je hart, dat is de vraag waar het om draait!

Herman Paul ‘In onze tijd moeten we weer leren tegendraads te zijn. Een gemeenschap vormen waarin we uit liefde en betrokkenheid met elkaar leven. Dat staat haaks op de competitieve samenleving met haar markteconomie en individuele rechten’.   Zo kunnen mensen ontdekken dat er nog iets anders dan het adagium ‘ieder voor zich’.

Ik vertel niemand een geheim dat in deze tijd de secularisatie, de ontkerkelijking  met kracht om zich heen slaat. Kerken kunnen hun leden niet meer zo vast houden, zoals dat wel voorheen leek te lukken. Waar vroeger de kerken op zondagen nog vol zaten, lijkt het wel of het ‘kerkvolk’ nu haar spirituele heil elders zoekt. Nee, niet dat Nederland en masse ‘van God los is’, dat zeggen de cijfers wel waaruit blijkt dat de mens ongeneeslijk religieus blijkt te zijn. Maar toch, in de kerk komen ze niet meer.  Nu is er vreugdevol nieuws: zo te horen hebben kerken het panacee gevonden om mensen vast te houden en zelfs misschien weer voor nieuwe aanwas te zorgen.

Overal in den lande worden Pioniersplaatsen, Missionaire gemeentes of wat voor termen men er ook voor gebruikt ingesteld en worden predikanten bijgeschoold. Want, zo leerde ik laatst uit een artikeltje in Trouw ‘de preken niet meer aansluiten bij de belevingswereld van de kerkgangers aan’. Nu horen jullie mij niet zeggen dat een preek die aansluit bij de actualiteit niet nodig is, maar toch zet ik vraagtekens en voetnoten bij zo’n opmerking. Want waar leggen we het uitgangspunt van de kerkdienst? Ligt dat primair bij het  individu? Wat beleef jij aan de kerkdienst? Hoe raakt het jou?

De Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer stelt  in zijn boekje ‘Het wezen van de kerk’, colleges over ‘de leer van de kerk’ (uit de dertiger jaren van de vorige eeuw!)  stelt dat het primaat ligt bij de samenkomst. ‘In de samenkomst gebeurt het, dat men de Geest ontvangt, gebeurt het wonder’. Ook bij de Reformatie, zo gaat Bonhoeffer verder, wordt het belang van de samenkomst in acht genomen. De reformatoren willen wel de vrije zelfstandigheid  tegenover de kerkdienst, maar geen vrijheid van het individu ver van de samenkomst. Het ontspoorde echter toen in het protestantisme het accent kwam te liggen op de ervaring. Dan draait het om de individualistische vraag ‘Wat heb ik er aan?’ De typisch individualistische constateringen over bijvoorbeeld de onaantrekkelijkheid van kerkdienst, de slechte preken zijn dan onvermijdelijk. Men kan tenslotte, zo stelt Bonhoeffer, geen aannemelijke argumenten meer aanvoeren om de samenkomsten te bezoeken. Voorstellen tot verbetering, vernieuwing en activering, zo gaat Bonhoeffer verder, zijn er tegenwoordig (!) genoeg in de kerk. Maar de grondslag is overal de vrome ervaring.  En dat is volgens hem geen goed uitgangspunt.

Dit werd gesteld in de jaren ver voor de Tweede Wereldoorlog. In onze tijd zien we nog steeds een zelfde soort  beweging bij de kerk en de kerkgangers. Moeten we het hebben van het aanbieden van allerlei leuke, aangename religieuze theorieën waar het publiek naar harte lust in kan grasduinen en kan pakken wat hem of haar aanstaat en de rest in de bak kan laten liggen? Smeren we alles dicht met een theologie dat God overal en altijd bij je is? Gaan we zitten op de beleving van de mensen, onder het mom van ‘u vraagt en wij draaien’? Aansluiten bij de beleving van de mensen die bijvoorbeeld alleen in de kerk komen om bemoedigd te worden?

Een interessante mening hierover staat geschreven in Provocatie van Willem Maarten Dekker. In diepste essentie, zo zegt hij, gaat het om de radicaliteit van geloven. Geloven kost wat. Het vraagt om een totale, volledige overgave. Je ontmoet een God die aanwezig is, maar soms ook afwezig. Kortom, een God die niet altijd even sociaal acceptabel overkomt.

En of dat geloof nu grote groepen trekt of niet, de essentie van het Woord moet verkondigd worden. Een boodschap dient niet altijd even sympathiek overkomt. Voor een christelijk geloof dat in het Westen eeuwenlang in het middelpunt heeft gestaan is dat misschien even slikken. Kerk in de marge worden is zeker geen fijn proces.

Beleef de kerk? Ja, beleef de kerk! In haar samenkomsten, in een Woordverkondiging die een compromisloze, ongepolijste, tegendraadse boodschap van de Bijbel voor de wereld heeft.

Vandaag is het  in Nederland de Dag van de Duurzaamheid. en daar hoort dit jaar de slogan ‘laat het zien op 10-10’ bij. Toen ik eerder over het onderwerp duurzaamheid en de zorgen over vervuiling van de aarde schreef kwam ik er achter dat er veel ambivalentie heerst over duurzaamheid. Ook onder christenen. In sommige commentaren werd deze ambivalentie onder christenen toegeschreven aan een apocalyptische instelling waarmee een aantal christenen behept is. Immers, zo wordt door deze christenen dan gezegd, de apocalyptische rampen die worden voorspeld als we niet meer verantwoord met de aarde omgaan brengen de wederkomst van Jezus Christus dichterbij. Nu weet ik dat in het verleden de klimaatproblemen door mensen die ons van die materie bewust wilden maken soms wat te pessimistisch is geschilderd en er soms flink gesjoemeld is met feiten en cijfers. Maar ontslaat dat ons dan van de plicht om de schepping waarin wij mogen leven dan niet zo optimaal mogelijk te onderhouden en door te geven aan de generaties na ons. Over het beheer van de schepping wordt ook en juist in de Bijbel ook op heel indringende wijze een beroep op de mens gedaan.‘Wanneer jullie eenmaal in het land zijn dat ik je zal geven, moet het land rust krijgen, een sabbatsrust gewijd aan de HEER. Zes jaar achtereen mogen jullie je land inzaaien, je wijngaard snoeien en de oogst binnenhalen. Maar het zevende jaar moeten jullie het land laten rusten.’ (Leviticus 25:2-4). De schepping die we in bruikleen hebben gekregen is niet van ons en juist christenen hebben de plicht die te onderhouden. Dat heeft niets te maken, of is in tegenspraak met welk apocalyptische visie dan ook. Simpel gezegd is het een uitwerking van het gebod ‘heb uw naaste lief als uzelf’. Niemand van ons wil toch in een vergiftigde wereld leven waar het een dagelijkse strijd is om aan de dagelijkse levensbehoeften te komen?  Dat gun je dan toch ook je naaste niet, je naaste van nu niet en je naaste in de toekomst niet. Toch?

Daarom: laat het zien op 10-10… en op 11-10, op 9-10, altijd maar weer!

‘De kerk heeft in ons land vooral zichzelf de das omgedaan door eindeloos te strijden en te vechten’. Dat is een uitspraak van twee protestantse predikanten. Hoewel er zeker een kern van waarheid in deze uitspraak zit, moest ik onwillekeurig ook de verbinding leggen met de strekking van het boekje ‘Wat een held’ dat gepresenteerd wordt in het kader van de Maand van de Geschiedenis 2012. De strekking van het essay is de volgende: in Nederland is er de laatste jaren sprake van ‘inquisitiegeschiedenis’, het idee dat er moet worden afgerekend met het verleden. Er is geen held of er zit wel een (overigens soms terecht) smetje aan. En dat smetje wordt soms zo uitvergroot en er wordt met eenentwintigste eeuwse ogen naar de held gekeken dat er geen goed woord meer kan worden gezegd over desbetreffende ‘held’.  Er ontstaat een cultuur waarin soms voor elke fout gemaakt in het verleden met terugwerkende kracht nog excuus moet worden aangeboden.

Dat gevoel bekroop mij toen ik de uitspraak las zoals boven weergegeven. Ja, er is veel gestreden over wat je nu soms  ‘pietluttigheden’ vindt. Maar laten we eerlijk zeggen, lopen ook wij dan niet het gevaar bepaalde twisten te veel met onze eenentwintigste eeuwse ogen te bekijken? ik vind dat ‘de kerk’ met frisse blik vooruit moet kijken en met een open vizier de toekomst moet intreden. Niet zippen over wat er in het verleden gebeurd is, daar wel van leren, maar een positieve blik gericht houden op het heden en de toekomst!

Daarom:

‘Voorwaarts Christenstrijders, volgt uw Heer en God,
Draagt het kruis van Jezus, vreest geen hoon of spot.
Laat de moed niet zinken Jezus gaat u voor!
Over bergen door woestijnen volgt uws Meesters spoor.’

‘We all live in a yellow submarine’ is een deel van het refrein van een liedje van The Beatles uit de eind zestiger jaren van de vorige eeuw. Ik moest aan die tekst denken toen ik een quote las van spreker Eddie Bakker. ‘Een duikbootchristen komt op zondagmorgen boven water om naar de kerk te gaan, waarna hij zondagavond weer met de duikboot afdaalt. Vervolgens ziet de rest van de week niemand dat die persoon een christen is’ zo zei hij. Mensen die leven in hun eigen gele duikboot, hun geloof voor zichzelf houden, zoals dat soms door de omgeving wordt gewenst. ‘Wat jij gelooft is mij best, maar val mij er niet mee lastig’ is dan een vaak gehoorde uitspraak. Ook dacht ik onwillekeurig terug  aan een preek die heb gehouden over Ezechiël 33, waar de profeet dit te horen krijgt: ‘ Ze komen in grote groepen naar je toe en nemen tegenover je plaats, ze luisteren naar je woorden maar handelen er niet naar. Ze hebben hun mond vol van de liefde, maar ze denken alleen aan hun eigen voordeel. En jij bent voor hen niet meer dan een zanger van liefdesliedjes, iemand met een mooie stem, iemand die goed kan spelen: ze horen wel wat je zegt, maar ze handelen er niet naar.’ Mensen die zondags naar de kerk komen voor een ‘feelgood’verhaal waarin ze alleen worden ‘gekieteld’, zonder de oproep in beweging te komen. Ja, zo kun je verworden tot een duikbootchristen die zondags alleen naar de kerk komt voor een stukje gezelligheid en een ‘zanger van liefdesliedjes’ zoals zo mooi verwoord in Ezechiël. Ik noem het scherp ‘christenzijn zonder consequenties’. Want christenzijn vraagt iets van je. Christenzijn ben je 24/7. Of zoals ik aan het eind van de dienst soms zeg: ‘Draag Christus de wereld in!’

Aan het staartje van de Olympische Zomerspelen 2012 in Groot-Brittannië viel mij een berichtje op. De christelijke kerken bij onze westerburen willen onder het motto  ‘More Than Gold’ openstaan voor de bezoekers van de Spelen en zo laten zien dat ze ook betrokken zijn bij dit sportgebeurtenissen. De kerken proberen in het kielzog van de Spelen onder andere sportactiviteiten op te zetten want ‘sport bevordert de vrede’ zo is de gedachte. Ook staan voor de bezoekers en de deelnemers de grote kerken in Londen open en wordt er een bijzondere uitgave van het Marcusevangelie verspreidt die de teksten afwisselt met levensschetsen en getuigenissen van deelnemende sportlui; zo wordt ook aan evangelisatie gedaan. Ten slotte wordt ook aandacht besteed  aan sociale rechtvaardigheid: immers de Spelen trekken ook prostitutie aan, criminaliteit en alcohol- en drugsgebruik.

Tegenover de Olympische hoogte van de sportieve kwaliteiten van de Olympiërs die hopen met hun prestaties de hoogst haalbare trede van het sporttoneel te bereiken wordt de Areopagus (zoals Paulus, zie Handelingen 17,19vv) of om in het Britse beeld te blijven de zeepkist, de Speaker’s Corner van Hyde Park geplaatst.  Een christelijke geluid dat niet blijft staan bij de vergankelijke eer. Niet om alles te veroordelen, maar om onder meer de Olympische Spelen in een breder kader te trekken. Want het is ‘niet alles goud wat er blinkt’. Er zijn ook verliezers die de gang naar het Olympisch ereschavot aan hun neus voorbij zien gaan, zowel op het sportieve vlak als ook in het verdere leven. Dan vraagt bewustwording. De kerk wil zo laten horen dat zij een boodschap heeft aan de wereld; in twee opzichten: zij bekommert zich om haar en als tweede wil de kerk tonen dat de goede boodschap  van het evangelie niet voor een kleine incrowd, ingewijden,  is, maar van betekenis is ook voor mensen van de 21ste eeuw.

Eigenlijk is het een wijsheid van alle tijden, maar in onze tijd is eerlijkheid en gewetensvol zijn een deugd die christenen als een tweede, nee een eerste natuur, moeten hebben. Er zijn voorbeelden te over vanuit de recente geschiedenis, maar laatst kwam een zekere Frank Ouweneel in opspraak. Deze man geeft lezingen over de eindtijd en viel schromelijk door de mand omdat hij feiten een draai gaf en soms zelfs eigenhandig fabriceerde opdat die zijn boodschap beter zouden onderbouwen. Zoals ik al eerder schreef, ‘waarachtig’ zijn is essentieel voor christenen in deze tijd. Je hoeft d plooien en de scherpe kantjes die de goede boodschap heeft niet af te vijlen of om te buigen of zoals in het voorbeeld van Ouweneel geen verzonnen feiten gebruiken om die boodschap sterker te laten overkomen. Zo verwordt de goede boodschap tot een dubieuze boodschap!

Provocatie. Over De Zin Van God En Geloof, zo heet het boek van dominee Dekker uit Mastenbroek. In de boek breekt hij een lans om het evangelie met al zijn hoekigheden en  scherpe, schurende kantjes overeind te laten staan. Het christendom is altijd een tegendraadse religie geweest die veel mensen tegen zich in het harnas heeft gejaagd. Maar het heeft ook zijn miljoenen verslagen. Mensen die gegrepen werden de kracht van het christelijk geloof. Ik onderschrijf deze stelling van harte. Niet voor niets heet mijn log Brandend Zand. Schuren kan ook iets moois te weeg brengen: iets wat jaren onder de witkalk heeft gezeten kan zo maar weer aan het oppervlak komen en het daglicht weer  aanschouwen. Daar kun je op vertrouwen!

Tegendraads geloven, geloof met scherpe kantjes hoeft niet mooier gemaakt te worden, maar heeft genoeg aan zijn eigen kracht!

oftewel ‘in uw licht zien wij het licht’ (psalm 36,10b) was jarenlang het adagium van de Theologische Universiteit Kampen (nu Protestantse Theologische Universiteit, locatie Kampen), maar dat licht zal binnenkort na goed 150 jaar doven in Kampen.

Deze post zal over licht gaan, licht dat uitgaat en licht dat aangaat en misschien ook nog over licht in andere stadia. Nee, deze post is niet ingegeven door sentimentele gevoelens nu mijn ‘alma mater’ over pakweg een dikke maand haar poorten sluit en verhuist naar Groningen c.q. Amsterdam, al zal ik dit in wellicht in de marge nog aanstippen. Nee, ik werd getriggerd tot het schrijven van deze post vanwege de aanstelling van dr. Herman Paul aan de Rijksuniversiteit Groningen als bijzonder hoogleraar secularisatiestudies, of anders gezegd ‘hoe komt het dat het licht (van het christendom) uitgaat (in het Westen). Zijn leeropdracht: studie maken van secularisatie met het oog op het zelfverstaan en de missionaire roeping van de kerk. Wie heeft er aan het lichtknopje gezeten en hoe gaat het licht weer aan! In navolging van onder meer Philip Jenkins (Het vergeten christendom. De Duizendjarige Bloeitijd Van De Kerk In Het Midden-Oosten, Azië En Afrika en Gods werelddeel. Christendom, Islam En De Religieuze Crisis In Europa en kerkvader Augustinus) wil hij laten zien dat de wereldwijde al vaker periodes van krimp heeft gekend en van daaruit pessimisme ombuigen in actief christenzijn. Me dunkt, een nobele en waardevolle taak binnen kerkelijk Nederland!

Daarnaast viel mij een volgend berichtje op: de nieuwe ‘directeur Onderwijs’ (degene die ervoor zorgdraagt dat de studenten kunnen studeren) van de Protestantse Theologische Universiteit wil zich onder meer door twitterfeed en andere sociale media laten informeren. Onder het motto ‘Denk mee met theologieopleiding’ hoopt hij ‘suggesties te ontvangen voor de theologieopleiding van morgen’. Wat hij onder meer hoopt te horen is ‘wat de belangrijkste uitdaging voor de (protestantse) theologie beoefening van vandaag is’. Hij kwam tot deze actie mede door het manifest van jonge theologen (zie mijn post van vorige week).

‘Als het kalf verdronken is, dempt men de put’, was een gezegde dat in eerste instantie bij mij opkomt. Immers, al jaren loopt de kerk leeg, maar nu komt men pas met een onderzoeksvraag naar de missionaire roeping van de kerk in deze wereld. Men heeft dus jarenlang over d hoofden van de mensen heen gepreekt? En als de universiteit dan de rol van ‘voedende moeder’ verwaarloosd heeft (of is het uit luxe dat er van 5 naar 2(?) opleidingsplaatsen wordt ingekrompen) is het dan niet wat laat om nu de steven te keren?

‘Practice what you Preach’ of Bijbelser ‘heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’ (Johannes 13,34-35). Als dat het uitgangspunt is van onze handel en wandel, dan mogen toch het volgende weten  ‘Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de HEER. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: ik zal je een hoopvolle toekomst geven.’ (Jeremia 29,11)