Al rondstruinend op het wereldwijde web kreeg ik een post onder ogen met de titel Het manifest. Het blijkt een soort  ‘open brief’  te zijn aan de synode van de Protestantse Kerk in Nederland. Dit manifest is opgesteld door een aantal jonge theologen dat net afgestudeerd is aan de PThU (de universiteit die onder meer opleidt  tot predikant binnen de PKN) en graag dominee wil worden. Zij constateren dat de leeftijdscategorie 20-35 jaar zich niet aangesproken weet door de prediking. Een kerk die vaak de antwoorden geeft op vragen die niet meer worden gesteld en dus geen mensen meer de kerk in trekt . Schertsend wordt deze jonge generatie predikanten dan ook verstaan gegeven dat zij het licht maar uit moeten doen, omdat de kerk alleen nog maar een ‘uitvaartcentrum’ is waar niets meer bij komt, alleen maar af gaat.

Maar daar past deze generatie voor. Zij is opgegroeid met dezelfde vragen en zoektocht waarmee hun generatiegenoten zijn groot geworden. En  zij menen dat zij deze mensen nog wel het een en ander te vertellen heeft en dat goed voor het voetlicht kan brengen.

Zij voelt zich echter gedwarsboomd door een universitair instituut dat predikanten opleidt die 20 jaar geleden keurig op hun plaats zouden zijn. En ook het kerkelijk instituut  ontbeert  een heldere boodschap, straalt geen identiteit uit. Helaas zien zij voornamelijk schroom en valse bescheidenheid  ten aanzien van het spreken over God en wat geloof persoonlijk voor de mensen betekent, Dit als reactie op het al te dwingend spreken van de kerk. De nieuwe generatie predikanten spreekt de hoop uit dat zij mogelijkheden krijgt binnen de heersende kerkelijke cultuur nieuwe wegen in te slaan om mensen weer enthousiast te krijgen Ze verlangen hiervoor coaching van mensen die niet bang zijn voor verandering (ook van kerk en ambt).

‘Where your talent and the needs of the world cross, there lies your vocation’ stond boven het manifest. Vrij vertaald betekent het dat je roeping daar ligt waar jouw talent en de nood van de wereld elkaar kruizen. Deze theologen zijn oprecht op zoek naar een ‘doorstart’ [reveil?]) van de kerk waar die de aansluiting bij de mensen van deze  lijkt te zijn verloren. Ze willen gaan vissen, maar missen het juiste net, de goede hengel. Natuurlijk, er zit heel wat overenthousiasme bij dat misschien bijgesteld moet worden, dat onderkennen ze zelf ook, maar ze willen hun talent vruchtbaar maken in deze wereld. Dat vind ik een groot goed.

Zondag aanstaande zal ik de tekst bepreken uit Marcus 6,6b-13. Daar zend Jezus zijn discipelen uit en zegt hun bijna niets mee te nemen. Dit doet hij mijns inziens om juist de noodzaak van het verbinden, in contact en gesprek treden met mensen duidelijk te maken. Er wordt niets gezegd over bepaalde vaststaande vormen van prediking en kerk zijn. Verbind je met mensen in hun wereld en met hun gebruiken, dat is het adagium.

´Go fish´ zo heet het blog waar het manifest op verschenen is. ´Ga, wees vissers van mensen´ zegt Jezus. Kom in beweging en wees een manifest, een zichtbaar,  christen in deze wereld

‘Geloof staat nooit stil’ was een van de teasers van de afgelopen EO-Jongerendag. Zou het een stelling zijn of een wens? Eerlijk gezegd denk ik het laatste. Want de werkelijkheid wil dat mensen lijken van nature vast te houden aan vaste structuren, gebruiken en tradities. Ook al brokkelen muren en fundamenten van vastigheden zienderogen af, er wordt vaak vastgeklampt aan  laatste strohalmen van voorbije gebruiken. En let wel: ik bedoel niet dat dat al die gebruiken achterhaald en verouderd zijn. Het enige wat ik vaststel is dat dat bepaalde zaken niet meer voldoen in deze tijd.

Het blijft echter altijd weer moeilijk om nieuwe, onbetreden paden in te slaan. Ook al weet je dat geloof nooit stil staat, kijk maar eens naar de geschiedenis van de afgelopen tweeduizend jaar waarin de kerk – als een van de uitingen van geloof – velerlei gezichten heeft getoond, de aanhangers van het geloof – gelovigen – kunnen nogal eens krampachtig aan vaste waarden, normen en gewoontes vasthouden.

‘De wind waait waarheen hij wil en u hoort zijn geluid, maar u weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat; zo is het met iedereen die uit de Geest geboren is’ staat in Johannes 3,8, maar de realiteit is soms erg weerbarstig.

Geloof staat nooit stil, maar gelovigen…?

Ik las dat de omroeporganisatie RKK op zoek gaat naar de mooiste kerktoren van Nederland. Een van ’s Neerlands meest markante landschapskenmerken wordt zo geëerd met een heuse verkiezing. Het past wel in de tijd met al haar verkiezingen van wie is de mooiste, de beste, de knapste enzovoort.

Jarenlang was vooral de kerktoren de verbeelding van de aanwezigheid van de christelijke godsdienst in Nederland. Een kerk was pas een kerk als er een kloeke toren bijstond die de mensen verwees naar richting waarin mensen moesten denken. De kers op de  ‘kerktorentaart’ was natuurlijk een klok in de toren die de mensen op gezette tijden opriep voor de zondagse erediensten of andere kerkelijke samenkomsten. Maar getuige de berichten van de afgelopen tijd waar het handelt over het slechte onderhoud van verscheidene kerktorens is de toren als eken van christelijke  presentie in de samenleving op z’n minst omineus te noemen als je de soms slechte  staat van onderhoud van de torens koppelt aan de stand van het christendom in Nederland.

In een tijd waarin veel kerkdeuren sluiten en christenen hun soms beeldbepalende gebouwen met dito torens moeten verlaten om op zoek te gaan naar minder in het oog springende (multifunctionele) gebouwen is het misschien ook goed om (de soms megalomane ideeën over kerktorens – ik refereer hier aan bijvoorbeeld aan mijn eigen stad Zwolle dat eens een kerktoren had die hoger was dan die van de Dom in Utrecht)  wat nederiger en meest bijbels-christelijk georiënteerde beelden te gebruiken.

Neem bijvoorbeeld de vergelijking van het geloof met zaad: Je gooit het weg, zand erover, weg ermee! Soms ben je gewoonweg vergeten dat het er is. En ineens na verloop van tijd komt er toch een plantje uit voort, vol vitaliteit en levenskracht!

Ik zou zeggen: zaad is als beeld een stuk vruchtbaarder dan de gebakken klei waar torens meestal van gemaakt zijn en waar elke dynamiek uit is!

Mijn oog viel op een klein berichtje over een kerk van sneeuw die is gebouwd door de inwoners van het Duitse skioord Mittersfirmiansreut. Volgens het bericht biedt de kerk plaats aan ongeveer tweehonderd mensen en heeft het gebouw een toren van zeventien meter hoog. Het oogt een heel mooi gebouw te zijn, dat veel mensen tot de verbeelding zal spreken. Ik mag hopen dat er tijdens de diensten vurig wordt gepreekt want anders zullen de kerkgangers niet alleen koude voeten houden. Het lijkt me een mooi initiatief: zo’n kerk met een duidelijk tijdelijk karakter. ‘Eens komt de grote zomer’ zingt gezang 288 en dan zullen de kerkmuren wegsmelten ‘opdat zij allen één zijn’ zoals Johannes 17 dat dan zegt.
Mooi idee, maar eerlijk gezegd voel ik meer voor de kerk van Lego zoals die is gebouwd in het najaar van 2011 in Enschede voor een kunstenfestival. Waar de kerk van sneeuw wel heel tijdelijk is, heeft de Legokerk nog een betekenis voor de nabije toekomst. Waar de christelijke kerken te maken hebben met allerlei onzekerheden met betrekking tot ledenaantal en verschijningsvorm kan het gebouw zich aanpassen aan de behoefte: kleiner, groter, met podium, met of zonder kansel, open, gesloten, intiem of noem maar op.

Ja, noem mij maar aards en nuchter en misschien te rationeel! Maar ik denk dat we momenteel meer hebben aan een instituut dat zich wat dat betreft meer en beter kan aanpassen aan de behoeftes. En als ik dan zo vrij mag zijn mag dat tot op zekere hoogte ook gelden voor de invulling van een aantal ambten binnen die kerk. Laat ik man en paard noemen: ik denk dan onder andere aan de invulling van het ambt van predikant, bezoldigd of onbezoldigd. Dit ambt zal wat betreft invulling de komende tijd op de kant moeten en zal moeten worden aangepast aan de eisen van de tijd. Mijns inziens bereik je dat niet door het nu met een noodverband te proberen (voor de kenners: het experiment ‘Van Putten’ in Zwolle), maar dient er structureel en radicaal een verandering plaats te vinden.

De maand januari staat in een aantal kerken in het teken van de actie Kerkbalans. Kerkbalans: de jaarlijkse geldwervingsactie bij de kerkleden om geld binnen te halen dat bestemd is voor de plaatselijke kerk. Al jaren staan deze inkomsten onder druk, wat dan mede de oorzaak is voor de opheffing en fusering van van verschillende gemeentes. Op zich is dit geen opzienbarend nieuws. Immers, al jaren zie we eenzelfde trend. Dit jaar echter wordt de periode van deze actie vergezeld door de uitslag van een enquête. Men heeft ondervraagden gevraagd naar hun mening of kerken gebruik mogen maken van de zogenaamde ANBI-status. Die status komt er kort-door-de-bocht op neer dat giften aan zulke instellingen aftrekbaar zijn van de belasting omdat zij een ‘algemeen nut beogende instelling (ANBI)’ zijn. Een meerderheid van de ondervraagden gaf aan dat giften aan kerken niet aftrekbaar van de belasting dienen te zijn.

Welke conclusie kun je aan deze uitslag trekken? Een eerste conclusie die je kunt trekken is natuurlijk dat er minder mensen kerklid zijn en het daarom niet belangrijk vinden dat kerkleden het voorrecht hebben hun giften aan hun genootschap kunnen aftrekken van de belasting. Een tweede conclusie die volgens mij een enorme implicatie heeft is het feit dat mensen steeds minder bekend zijn met het instituut kerk.

Natuurlijk kun je geen kerklid zijn, maar toch nog het belang inzien van een kerkgenootschap en dat het een algemeen nut beogende instelling is. Persoonlijk  heb ik bijvoorbeeld vrij weinig met sport maar ik begrijp best dat het voor veel mensen een waardevol passief of actief beoefend tijdverdrijf is. Er groeit echter momenteel een generatie mensen op die helemaal niet meer met ‘de kerk’ en ‘het geloof’ heeft. Hoogleraar Geesteswetenschappen Philip Jenkins wijst daar ook op in zijn boek Gods werelddeel. Christendom, islam en de religieuze crisis in Europa. Hij constateert dat er vanwege de verregaande verschrompeling van kerkelijke instituties er een groot gebrek aan de meest fundamentele christelijke leerstellingen ontstaat. Jenkins zegt dat ‘een kunsthandel er niet langer vanuit kan gaan dat termen als Herrijzenis en Verheerlijking bekender zijn dan de rituelen van een stam uit het Amazonegebied’. Of, om het maar naar ons toe te vertalen, dat het niet langer begrijpelijk is dat een kerk een ANBI-status heeft.

Kerkelijke instituties hebben naar hun omgeving helaas niet duidelijk kunnen maken dat veel van wat zijn doen ‘algemeen nuttig’ zijn. Het lijkt mij een oproep aan de kerk en haar leden om de tekst die ik aanstaande zondag zal bepreken namelijk over het ‘vissers worden van mensen’ uit Marcus 1 heel goed in hun oren knopen en daar uitvoering aan geven. Laat zien wat je beweegt!

Anders, zo vrees ik, zijn we snel uitgebalanceerd!

Voor velen waarschijnlijk ongemerkt leven we al weer in de tweede week van de Advent. Advent, de tijd die vooraf gaat aan de geboorte van Jezus Christus zoals gevierd op Kerst. Advent betekent  verwachten, in afwachting, in verwachting leven. In verwachting van de geboorte van Jezus Christus, de Verlosser van de mensheid. Kerst is  een van oorsprong christelijke feest, voorafgegaan door de Adventstijd. Vroeger ging deze tijd gepaard met een Vasten, zoals dat vaste bekend is uit de tijd voor Pasen. Vasten om zelf een ‘juiste houding’ aan te nemen om Christus gelovig te kunnen ontvangen.

Maar dat was vroeger. Tegenwoordig staat de decembermaand bij veel mensen in het teken van de hebzucht en het geld. Zelfs nu, met de (nakende) crisis is gebleken dat er voor de Sinterklaasaankopen weer meer geld is uitgegeven dan in voorgaande jaren. Dansen op de rand van de vulkaan. Mensen leven ook nu in de tijd van de verwachting. Alleen is die verwachting in veel gevallen een stuk onzekerder geworden. Zullen de verschillende crises ook het komende jaar onze huizen voorbijrijden of worden we toch bezocht door onze nachtmerrie? Maar eerst leven alsof het je laatste dag is, nietwaar!?

Is het daar allemaal mee gezegd? Zijn de (advent- en) kerstdagen voor de meeste mensen in West-Europa verworden tot een feest van vermaak en de onvermijdelijke reflectie op wat (misschien) komen gaat? En is de Advents- en Kersttijd voor een slinkende groep mensen nog een (voorbereiding op het) feest van herdenking van  de Verlosser van de wereld, Jezus Christus? En is de kerk nog in staat deze boodschap te ‘vermarkten’ of wordt Kerst alleen nog maar voorgesteld met het mierzoete en flinterdunne laagje van de boodschap Vrede op aarde en liefde voor iedereen om je heen? Zit de kerk te zeer vast aan haar ‘status’ die ze eens had, namelijk dat ze ertoe deed in de samenleving, en heeft ze haar corrigerende taak ingeruild voor een algemeen aanvaardbaar, hap-slik-wegevangelie? Hoogleraar christelijke ethiek Samuel Wells en gevierd Amerikaans voorganger Tim Keller hebben het beide over wat door sommigen omschreven wordt als grootste zonde van christendom: macht. Wells legt uit in dat het christendom het daarom ook zo moeilijk vindt zich neer te leggen bij haar West-Europese neergang  in onze tijd. Ooit was ze een Goliat die optrok met de machthebbers van deze wereld. Haar originele rol van David, onaangepast aan de tijd en niet-populair,  staat haar in wezen niet aan en ze moet zich daar tegen heug en meug bij aanpassen. Keller laat zien vanuit de Bergrede zien dat de voor christenen de regels van de wereld – het verwerven van geld, macht en status – in feite minder belangrijk zijn je toekomst in Gods Koninkrijk waarvan onder andere lijden een voorteken is. Helaas heeft de geschiedenis aangetoond dat de kerk en haar leden vaak net echte mensen zijn.

Advent 2011. Leven in ver- en afwachting. Voor ons allen: wachten op wat komen gaat. Voor veel mensen is dat een onvermijdbare toekomst, die – als je de berichten in de media moet geloven – er inktzwart uitziet. Zonder hoop, zonder uitweg… Voor mij een leven in de hoop, uit het geloof dat Jezus Christus eens de wereld verlossing heeft aangezegd. Ook ik, inmiddels ruim drie jaar werkloos en met weinig zicht op vaste arbeid voor ogen, ben ervan overtuigd – om het met Kellers woorden uit Kruistocht te zeggen – dat ik ten dans wordt uitgenodigd wanneer ik in relatie wil leven met God. Want ook ik ben Gods geliefde kind, waarin Hij vreugde vindt en dat een geweldige toekomst tegemoet gaat.

Nee, niet om zoveel mogelijk mensen de kerk binnen te krijgen, maar om de kerk toegankelijk te houden voor de vele rollators, scootmobielen rolstoelen en andere hulpmiddelen van de mensen die de kerken nog bezoeken.Het bedehuis wordt een sterfhuis.

Dat is volgens mij de essentie van de opmerking van Joep de Hart die zei dat de oude volkskerken verworden ‘tot een soort laagdrempelige bejaardenhuizen met de dienstdoende geestelijke als executeur-testamentair’. Deze woorden zijn opgetekend door het Nederlands Dagblad dat verslag deed van een studiedag van de Confessionele Vereniging binnen de PKN voor theologiestudenten en jonge, beginnende predikanten. De teneur van het verslag was somber. Als je niet fris en vrolijk, vol creativiteit en nieuwe ideeën aan het beroep van predikant begint dan word je niet als predikant beroepen. Maar ben je dan eenmaal bevestigd als gemeentepredikant dan word je meer een manager, dan een geestelijke. Dat was althans de ontnuchterende opmerking van een jonge predikant die vertelde over de ervaringen in haar eerste gemeente. Een functie waar zij in eerste aanleg niet voor gekozen heeft. Kortom, het verslag ademde een en al neerslachtigheid en frustratie uit.

Een artikel in dezelfde krant ging over de synode van de Protestantse Kerk in Nederland die onder meer haar visienota bespreekt. Eén van de punten gaat erover dat er meer ruimte voor andere kerkvormen moet zijn. Natuurlijk kunnen we omzien naar alles wat is geweest en daarover in een hoekje zitten kniezen… maar het vruchtbaarder om vooruit te kerken. ‘De velden zijn wit om te oogsten’ wordt ergens in de Bijbel gezegd. Misschien dat methodes die eeuwenlang opgeld deden, in onze tijd niet meer functioneel zijn. Maar ergens zal de dynamiek die het protestantisme vanaf het begin heeft getekend de vlam in leven blijven houden. Niet dat dan de praktijk van alledag die op de studiedag van de Confessionele Vereniging ineens anders is – ik denk dat veel mensen dat wel zullen erkennen, maar dat de kerk in de komende tijd mogelijkheden en vormen kan vinden om mensen te blijven plaatsen op het spoor van het geloof. Dat de kerk in haar huidige vorm misschien haar langste tijd heeft gehad, so be it; ergens zal de Geest blijven waaien, daar geloof ik heilig in.

 

31 oktober. Hervormingsdag. Deze dag staat in het teken van Maarten Luther die op 31 oktober 1517 zijn 95 stellingen tegen situaties in de Rooms-katholieke Kerk zou hebben gepubliceerd. Hij wilde de kerk het liefst van binnenuit hervormen om zo weer een geloofwaardig instituut te worden voor de wereld en voor de gelovigen. ‘Ecclesia Reformata Semper Reformanda’ is een Latijnse spreuk die zoveel betekent als ‘de reformatorische kerk moet zich steeds weer reformeren’. Helaas is dit adagium door de jaren heen een vrijbrief geworden om als kerken zich steeds weer te splitsen. Ik vraag me af of de essentie van dit adagium niet slaat op de beweging dat een zich steeds weer reformerende kerk juist een kritisch oog moet houden op de ontwikkelingen in de wereld waarin zijn zelf staan.

Of is de kerk te gemarginaliseerd om een kritische massa te vormen om ontwikkelingen en bewegingen in een maatschappij bij te sturen, of moeten de kerken het estafettestokje doorgeven aan seculiere beweging zoals de Occupy-beweging. Ik denk het niet!

‘Ecclesia Reformata Semper Reformanda’ Hervormingsdag 2011. Een zichzelf respecterende kerk moet niet bang zijn om bepaalde vaste vormen los te laten en zo weer een geloofwaardige gemeenschap te vormen waardoor zij weer een zoutend zout en een lichtend licht kan zijn. Blijf hervormen!

Kortgeleden publiceerde bureau Motivaction dat het onderzoeksrapport De grenzeloze generatie en de onstuitbare opmars van de B.V. IK  waarin wordt gesteld dat tweederde van de jongeren zichzelf  ‘een heel bijzonder persoon’ vindt.  Ze zijn überzelfverzekerd en ik-gericht. In het Nederlands Dagblad gaat politicoloog Monique Samuel in haar column in op de bevindingen van dit onderzoek. In haar schrijven breekt zij een lans voor deze generatie Y zoals die wordt genoemd. Zij stelt de vraag ‘of dit ambitieuze en wellicht wat arrogante zelfbeeld zo slecht is. Natuurlijk past ons (want ook zij behoort tot de generatie Y) bescheidenheid, maar gezien de uitdagingenwaar wij voor staan (vergrijzing, milieuproblematiek, groeiende sociale ongelijkheid, wereldmigratie) hebben we juist enthousiasme en ambitie nodig en zijn we gebaat bij borrelende creativiteit. Te lang zijn Nederlanders te bescheiden en te beschaafd geweest.’  Ze bevestigd het beeld van de generatie die ik-gericht is: ‘verwacht geen trouwe donaties of actieve (politieke) participatie in de gevestigde instituties. Generatie Y werkt op projectbasis. We trekken onze buidel als ons ego wordt gestreeld. Want wij zijn en blijven “Generatie IK”” Samuel verwoordt in feite wat Herman Wijffels in 2007 al zei in een interview in de Volkskrant, namelijk dat individualisering ook gezien kan worden als een positieve kracht. ‘Mensen die zich bewust worden van zichzelf, aanvaarden in zijn ogen als logische stap de verantwoordelijkheid voor het geheel. Het is een misvatting dat individualisering als vanzelf uitmondt in desintegratie.’

Maar wordt een samenleving dan niet steeds meer een egoleving waarin de eigen behoeftebevrediging het primaat heeft? Of moeten we individualisering, zoals die volgens Samuel tot belangrijke eigenschap van de jonge generatie heeft verheven, in de kerk niet alleen maar negatief tegemoet treden? Religie komt toch van het Latijnse woord religare, dat ‘verbinden’ betekent; maar wat valt er nog te verbinden als iedereen hedonistisch maximalisatie van het eigen genot nastreeft?

De neiging om de moderne individu te ‘pleasen’  zie ik soms ook terug bij (laagdrempelige) kerkdiensten. In een artikel op de site van het Christelijk Informatie Platform wordt een beeld geschetst van een zo’n ‘moderne’ kerkdienst: ‘Een kerk die enigszins op een theater lijkt, inclusief vloerverlichting, comfortabele stoelen, visuele effecten, een grote geluidsinstallatie en twee grote schermen. Tijdens de gelikte kerkdienst – de kerk moet immers laagdrempelig zijn – speelt de band op het podium met zo veel energie dat het er op lijkt dat de mensen in de zaal overbodig zijn. Alles is tot in de puntjes verzorgd. Tijdens het zingen flitsen de teksten van het lied synchroon over de schermen. De preek wordt gehouden met een presentatie, zodat de lijn van het verhaal kan worden vastgehouden door de hoorders. Bijbelpassages worden met prachtige illustraties getoond, al vinden weinig mensen de passages in hun Bijbel, omdat dat Boek vanwege de schermen op dat moment grotendeels gemist kan worden. Na de preek volgt een lied en de afkondiging waarna het normale licht aangaat en het tijd is voor koffie.’

Dit soort dienst laat zich het best omschrijven als een ‘rollercoaster van emoties’. Je voelt je er goed, veel van je zintuigen worden geprikkeld, je pikt eruit wat je interesseert, het sluit helemaal aan bij het moderne tijdsgevoel, maar… is dit het? Verbindt dit mensen met elkaar of is ieder op zijn eigen eilandje gelukkig?

Generatie Ygen geluk eerst.

Herman van Veen zong ergens in 1983 het lied waarin de volgende tekst voorkwam:

Mijn leven is totaal ontwricht
ik voel me overboord gegooid
vandaag las ik dit nieuwsbericht:
“De bom.. valt.. nooit” Maar zal de bom echt niet vallen?
Wat moeten we dan met z’n allen?
Zolang een toekomst ons ontbrak
leefden wij dood op ons gemak

Met het nu uit zijn met die kater?
Moeten wij denken over later?
Ach, dat gezeur van “Het heeft geen zin”
daar trapt geen schoolmeester meer in

Nu keert men heel ons leven om
en brengt paniek in onze tent
Wij hielden zo van onze bom
we waren zo aan hem gewend

De tekst refereerde aan het feit dat Nederland jarenlang had geleefd met de mogelijke dreiging van een kernoorlog, maar dat begin tachtiger van de vorige eeuw de wetenschap postvatte dat er hoogstwaarschijnlijk nooit een kernoorlog zou uitbreken.

Eenzelfde gevoel bekroop mij toen ik vanochtend de volgende bericht las 

‘Nederland seculariseert niet!

Tot voor kort werd alom gesteld dat wij op weg zijn naar een areligieuze samenleving. Dat is volgens Joep de Hart een overdreven voorstelling van zaken. Nederlanders die op geen enkel moment enige affiniteit hebben met wat voor spirituele dimensie van het leven dan ook, zijn nog altijd net iets minder zeldzaam dan olifanten met een kunstgebit.

Religie verandert voortdurend van vorm. Misschien beleven wij nu een tijd dat de oude, kerkelijke vorm van religie aan het verdwijnen is en er zich nieuwe vormen aan het ontwikkelen zijn: meer individualistisch en maatschappelijk onzichtbaar, meer beleeft in informele groepjes, met een sterker accent op persoonlijke ervaring dan op dogma’s, voorschriften en eeuwenoude tradities.’

Aaah, we dachten toch allemaal dat Nederland (en misschien breder getrokken: de Westerse samenleving) steeds meer seculariseerde en dus dat ook het christendom minder present zou zijn in de maatschappij; nu moeten we afscheid van de secularisatie nemen, we waren zo aan haar gewend.

Er is een toekomst… en hoe vullen we die nou in?

Kortom, de hand aan de ploeg, niet achteromkijken naar wat achter ons ligt en wat alleen resulteert in kromme voren, maar vooruit kijken!