Voor veel mensen is dit dus de periode van ‘op vakantie gaan’. Toen ik vorig jaar hoorde van een computerstoring die ook wereldwijd het vliegverkeer platlegde en de dreigende stakingen op Schiphol dit jaar had ik een beetje medelijden met de vakantiegangers die hier ook mogelijk de dupe van waren geworden.
Ja, we zeggen dan wel ‘het gaat niet om de bestemming. Het gaat om de reis.’ Maar ik denk dat het bij veel van die mensen waarschijnlijk ook wel een beetje om de bestemming ging.
Ook de christelijke boodschap is dat de bestemming én de reis eigenlijk onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Ten eerste is de kerk, als ze klein genoeg is, een plek ‘waar iedereen je naam kent’. Iedereen kent elkaars naam, ze vieren samen feest, rouwen samen een mix van overtuiging, medeleven en gemeenschap. In grotere kerken, ken je misschien niet iedereens naam, maar er is de overeenkomst dat je dezelfde bestemming in gedachten hebt. De scepticus zou kunnen zeggen dat het gewoon een ticket naar de hemel is, maar het beeld dat de Bijbel schetst van de eeuwige realiteit wordt duidelijk weerspiegeld in de reis van week tot week: een plek van bestemming waar alle mensen van elke stam en natie samenkomen. Het is een plek waar we de toekomst in kunnen worden gekatapulteerd.
En dan is er nog het kruis zelf. De evangelieschrijver Lucas zegt dat ‘Jezus vastberaden op weg ging naar Jeruzalem’. Hij had zijn bestemming in gedachten. En het kruis was de ‘bestemming’ voor Jezus. Maar er was ook een verdere reis te gaan. Zou het kunnen dat wat de kruisiging en wederopstanding van Jezus voor ons opent niet alleen een eeuwige bestemming in de toekomst is, maar ook een reis vandaag de dag waar het gezelschap van God ook de bestemming is?
Misschien is dat wat het betreden van een kerk voor ons vandaag of in de vakantie kan betekenen: de drempel naar de toekomst oversteken en de plek voor het eerst kennen.
Maar we kunnen deze enorme krachten niet pareren als we de vraag niet kunnen beantwoorden: wat is het dan dat ons verenigt? En het antwoord dat ‘God dood is!’ lijkt onvoldoende. Dat geldt ook voor de poging om troost te vinden in de op regels gebaseerde liberale internationale orde. Het enige geloofwaardige antwoord ligt, geloof ik, in ons verlangen om de erfenis van de Joods-christelijke traditie hoog te houden.
Die erfenis bestaat uit een uitgebreide reeks ideeën en instellingen die zijn ontworpen om het menselijk leven, de vrijheid en de waardigheid te beschermen – van de natiestaat en de rechtsstaat tot de instellingen van wetenschap, gezondheid en leren. Zoals Tom Holland heeft aangetoond in zijn prachtige boek Heerschappij, vinden allerlei ogenschijnlijk seculiere vrijheden – van de markt, van het geweten en van de pers – hun wortels in het christendom. ‘Ik ben tot het besef gekomen dat mijn atheïstische vrienden door de bomen het bos niet meer zagen. Het bos is de beschaving die is gebouwd op de Joods-christelijke traditie; het is het verhaal van het Westen, met alle gebreken van dien. De kritiek op tegenstrijdigheden in de christelijke leer is serieus, maar ook te beperkt van opzet.
Toch zou ik niet eerlijk zijn als ik mijn omarming van het christendom uitsluitend toeschreef aan het besef dat atheïsme een te zwakke en verdeeldheid zaaiende doctrine is om ons te versterken tegen onze dreigende vijanden. Ik heb me ook tot het christendom gewend omdat ik uiteindelijk het leven zonder enige spirituele troost ondraaglijk vond, in feite bijna zelfdestructief. Atheïsme kon geen antwoord geven op een simpele vraag: wat is de betekenis en het doel van het leven?’
Er zal nooit een punt komen waarop actieve kerkleden kunnen stoppen met denken, bidden en handelen voor gerechtigheid. Want een volgeling van Christus moet op een bepaald niveau blijvend rusteloos zijn (Augustinus). Nadat hij zichzelf tot een doorn in het oog van het Duitse Derde Rijk had gemaakt, zei Karl Barth dat christenen altijd onbetrouwbare politieke bondgenoten zullen zijn. Met andere woorden, ze willen de machthebbers confronteren met lastige vragen en zouden zich nooit gelukkig moeten voelen bij het ondertekenen van een compleet pakket. Uiteindelijk is het belangrijkste het besef dat de diepste realiteit in het sociale leven neerkomt op een aantal fundamentele kwesties: Handelen we als samenleving, als individuen, vanuit een liefde voor onszelf die leidt tot het vergeten van God, of handelen we vanuit liefde voor God die leidt tot het vergeten van onszelf?
Zeker, het kapitalisme waardeert vrijheid. Toch was het altijd afhankelijk van gevestigde morele codes, en met name die van het christendom, om goed gedrag aan te moedigen door middel van het voorbeeld. Net zoals kapitalisme niet kan overleven zonder vertrouwen en eerlijkheid, zo kan individuele vrijheid niet voortbestaan zonder een geïnternaliseerde morele orde.
De huidige westerse samenleving is steeds meer geobsedeerd is geraakt door het individu, omdat instellingen als het gezin, de kerk, de natie en vakbonden zwakker zijn geworden. Deze vermindering van sociaal kapitaal heeft de armen onevenredig veel schade toegebracht.’
Nee, de kerk is geen triomfantelijke illustratie van hoe het eruitziet als sociale en culturele uitdagingen worden opgelost. In plaats daarvan is het een illustratie van hoe het is als mensen zich wenden tot de grote vragen waarmee we keer op keer worden geconfronteerd in berouw en vertrouwen, en proberen een leven te leiden waarin we niet voortdurend met elkaar in oorlog zijn, individueel en collectief, en op zoek zijn naar wat we kunnen herkennen als iets dat ons in staat stelt om zij aan zij te floreren onder de God wiens bezorgde liefde voor ons allemaal is.
Waar staat ‘de wereld’ als het gaat om het uitleggen van wat zíj gelooft? ‘Zijn we seculier, christelijk of heidens?’, werd bijvoorbeeld na een analyse van de Olympische Spelen in Parijs gevraagd. Staat één manier van denken over onszelf op het punt te worden overschaduwd? Wat is dan secularisme?
De filosoof Charles Taylor maakt onderscheid tussen drie soorten secularisme. Eén daarvan houdt in dat de religieuze aanwezigheid in het openbare leven wordt weggevaagd. De output van veel omroepen weerspiegelt deze tendens. Ten tweede kan secularisme ook worden gezien in een afname van persoonlijke religieuze praktijken, vaak gelijktijdig met een terugtrekking uit de gemeenschap naar het individualisme. Taylors derde vorm van secularisme berust op de teloorgang van kerken en andere geloofsgemeenschappen als bronnen van normen die persoonlijk gedrag bepalen.
Dat christenen last hebben van alle drie de vormen is duidelijk genoeg. Zij zouden ook hun deel van de schuld op zich moeten nemen. De kerk heeft duidelijk soms desillusie of scepsis gevoed. Maar alternatieve visies zouden ook kritisch bekeken moeten worden.
‘Type één’ secularisme komt erop neer dat mensen van geloof wordt verteld dat ze vrij zijn om te geloven en te praktiseren als ze dat willen, maar dat hun overtuigingen volledig transcendent moeten zijn en helemaal niet immanent. Met andere woorden, religie is acceptabel als een excentrieke privéhobby omdat zowel type één als type twee secularisme inhoudt dat gemeenschappen van spirituele overtuiging in deze betuttelende termen worden gezien.
Wat betreft de vraag hoe secularisme het uitgeholde publieke plein vult: tegenstanders van ‘publieke’ religie hebben weinig aansluiting bij Taylors derde categorie. Dit betekent dat hun standpunt zowel zelf-tegenstrijdig als in wezen negatief kan lijken. Zeggen ‘niemand mag beweren dat zijn opvattingen normatief zijn’ is op zichzelf een normatieve uitspraak doen.
Bij nadere beschouwing lijken de zaken dus nog duisterder. Hoewel het zichzelf presenteert als een gunstig negatief groot verhaal, bevindt seculier rationalisme zich in een ongemakkelijke en onopgeloste relatie met postmodernisme, waarvan exponenten gevaarlijk en/of vervelend ‘alternatieve’ feiten of ‘mijn waarheid’ (Donald Trump) beweert. Als zelfs een atheïstische vaandeldrager als Friedrich Nietzsche al voorspelde dat de dood van God nihilisme en totalitarisme zou voortbrengen, dan is de westerse samenleving wellicht in veel groter gevaar dan algemeen wordt aangenomen. Misschien – zoals rabbijn Jonathan Sacks waarschuwde – zou zo’n ‘spirituele klimaatverandering’ op één lijn moeten worden gesteld met de milieucrisis.
Het is dan ook geen wonder dat deze ‘punten’ van het christendom vanwege de sociale zegeningen die het met zich meebrengt regelmatig worden onderschreven door zowel de niet-gelovigen als de gelovigen.
Vandaag is het Hemelvaartsdag. Maar wat houdt Hemelvaart eigenlijk in? Aan de ene kant zegt het woord alleen het al: Jezus is naar de hemel gegaan. ‘Gevaren’, met een ouderwets woord – denk aan het Duitse ‘fahren’ dat ook niet alleen op schepen slaat. Je kunt een plaatje voor je zien zoals in sommige kinderbijbels: Jezus die op een heuveltop staat en dan opstijgt, zijn voeten al los van de aarde. Maar aan de andere kant is het niet zo duidelijk wat Hemelvaart inhoudt. Sowieso omdat wij het lastig vinden om ons de hemel ruimtelijk voor te stellen. Kom je bij God door lang genoeg omhoog te gaan? Nee, waar de hemel zich bevindt is niet het punt van hemelvaart. ‘Jezus ging naar zijn Vader’, dat is misschien meer to the point. De vraag blijft echter: waarom zou je dat vieren? Dan is Jezus dus niet meer bij ons. Ja, wat zou het mooi zijn als je gewoon naar de Heer toe kon stappen, met Hem kon praten en Hem om hulp vragen! Is Hemelvaart dan het vieren van Jezus’ afwezigheid? Welnee! Het is juist andersom: Hemelvaart is het vieren dat Jezus nu overal even dichtbij is. Volgens het Mattheus-evangelie waren dit Jezus’ laatste woorden: ‘ik ben bij jullie, alle dagen, tot het einde van de wereld’. Hemelvaart wil juist zeggen: Jezus is er! Al zie je Hem niet, Hij is erbij, altijd. We kunnen ons wél nog tot Hem wenden, tot Hem spreken en zijn hulp vragen. In gebed, heel eenvoudig. En dan zul je merken dat Jezus niet een afwezige is! Hoe, dat weet ik niet. Maar Hij is er, voor ieder die Hem nodig heeft. Iemands laatste woorden maken vaak diepe indruk. Laten wij dan letten op Jezus’ laatste woorden: ‘Ik ben bij jullie, altijd’. Dát is wat we met Hemelvaart mogen vieren. Zijn nabijheid, ook nu.
Oké, als rechtgeaarde protestant van het confessionele snit besteed ik misschien wel heel veel aandacht aan de nieuwe paus, maar dat heeft zeker zo een reden: er is momenteel namelijk heel veel onrust op het geopolitieke toneel. Er zijn veel tegenovergestelde belangen opgeblazen ego’s die hun plaats opeisen ten koste van de ander en van andere landen. En dan denk ik: misschien kan de nieuwe paus in deze situatie van spanningen een bemiddelende rol spelen? Hij heeft daar immers al een voorbeeld van gegeven, met het faciliteren van een tête-à-tête tussen Trump en Zelensky.
Zo gingen mijn gedachten weer terug naar het eerste optreden van de pas geïnstalleerde paus: Je zag de imposante gevel van de Sint-Pieter, dat grote monument van Rooms-Katholieke autoriteit. Op het plein ervoor was een menigte van 200.000 mensen verzameld die zich uitstrekte zover het oog reikte. De wereldmedia keken vanaf de balkons op die menigte neer. En daartegenover stonden de rijkelijk versierde rode fluwelen stoelen klaar voor president als Zelensky, J.D. Vance, Trump, en de staatshoofden van andere talloze landen in Europa en ver daarbuiten.
En ik dacht aan de nieuw aan te treden paus, Robert Prevost; hij stond op het punt door deze deuren te stappen. Een man die in 2015 tot bisschop werd benoemd, pas twee jaar geleden kardinaal werd en nu in de aandacht stond van deze enorme menigte en miljoenen anderen op tv, als dé spirituele leider van 1,4 miljard katholieken, die binnen een paar weken van relatieve onbekendheid naar de beroemdste man ter wereld was gekatapulteerd. Volgens mij moet je dan wel iemand zijn met een opmerkelijke nederigheid; om dit allemaal niet naar je hoofd te laten stijgen.
De Sint-Pieter is ontworpen om indruk te maken. Het plein voor de kerk is omringd door imposante beelden van apostelen, heiligen, martelaren en kerkvaders, die allemaal neerkijken op de gebeurtenissen beneden. Het was precies déze kerk die onbedoeld de Reformatie in gang zette, toen een fondsenwervingsactie voor de bouw gepaard ging met de verkoop van aflaten in onder andere Duitsland, waar het Maarten Luthers woede opwekte. De voorgevel, met zijn hoge pilaren, grote ramen, weelderige balkons en rijke wandtapijten, kan niet anders maken dan je klein te voelen. Binnen is de ruimte énorm, met overal prachtige kunstwerken. Dit was een uiting van het pausdom uit de Renaissance, dat leidde naar de Contrareformatie, de zelfverzekerde barokke geest die de triomf van de Kerk over al haar vijanden aankondigde.
Een paus met een vleugje ijdelheid zou gevaarlijk zijn. Alles wijst op de macht van deze positie, de opvolger van Petrus, de leider van de grootste christelijke gemeenschap ter wereld, iemand die wereldwijd direct herkenbaar is, naar wie wereldleiders met de pet in de hand moeten komen. Geen wonder dat sommige pausen in het verleden politieke manipulators zijn geworden en met keizers en koningen wedijveren over wie de meeste macht heeft.
Maar tegenwoordig klinkt de Katholieke Kerk nederiger. Paus Franciscus zette de kerk op weg naar een lijn van ‘synodaliteit‘, waarbij hij andere stemmen uitnodigde in de discussies binnen de kerk dan alleen mannelijke priesters. Paus Leo lijkt die lijn te willen doortrekken.
Verwijzend naar zijn verkiezing zei hij:
‘Ik ben uitgekozen zonder enige verdienste van mijzelf, en nu kom ik, met vrees en beven, naar u toe als een broeder, die de dienaar van uw geloof en uw vreugde wil zijn, en met u wil wandelen op het pad van Gods liefde.’
De toon was er niet één van zelfverheerlijking, van het benadrukken van de macht van de positie. Er was geen strategie om de kerk en de wereld fundamenteel te veranderen. Er was geen groots plan om de machtsmiddelen te gebruiken om de maatschappij naar zijn visie vorm te geven. In plaats daarvan ging het erom een ongrijpbare en oncontroleerbare kracht te ontketenen: de kracht van zelfopofferend mededogen.
Of zoals paus Leo het zelf verwoordde:
‘Het ambt van Petrus wordt juist gekenmerkt door zelfopofferende liefde, van de Kerk van Rome die haar ware gezag vindt in de naastenliefde van Christus. Het gaat er nooit om anderen te veroveren met geweld, religieuze propaganda of macht. In plaats daarvan gaat het altijd en alleen om liefhebben zoals Jezus deed.’
Dat is anders dan de manier waarop pausen in het verleden soms spraken. De Kerk heeft geen andere macht dan de macht van de liefde – het soort zelfopoffering die we zien in het leven van Christus. De huidige paus vindt haar ware gezag in naastenliefde. Een beetje anders dan sommige andere presidenten die ik me kan herinneren.
Toegegeven, we weten nog niet veel over hem, maar Robert Prevost komt op me over als een nederig man. Iemand die een plek aan Harvard Law School aan zich voorbij liet gaan om in plaats daarvan twintig jaar lang de armste gemeenschappen in Peru te dienen, slapend op de vloer van hutten, reizend op ezels naar afgelegen dorpen, onopgemerkt en onbekend. Dat getuigt van een duidelijk gebrek aan eigenbelang. Je solliciteert niet naar het pausschap, je kandidatuur aankondigend, je opwerkend in de gelederen, je verdiensten bepleitend tegenover de kiezers. In plaats daarvan ga je gewoon door met wat je doet, en als de roep komt, geef je er gehoor aan.
Als paus Leo zal hij die nederigheid nodig hebben wanneer hij deze rol de rest van zijn leven op zich neemt. Hij zal die nodig hebben om de subtiele verleiding van de eerbied die anderen hem betonen te weerstaan, de bewondering die hij zal ontvangen waar hij ook gaat, de gebouwen waarin hij woont, de pracht van de pausen die hem voorgingen, de manier waarop mensen aan zijn lippen zullen hangen. De verleiding om te denken dat Robert Prevost toch een enorme vis is, iemand wiens talenten hem tot dit punt hebben gebracht, zal groot zijn.
Maar als hij onverhoeds toch aan die verleiding toegeeft, zal hij terugvallen in de alledaagse gang van zaken in de wereld, en heersen over degenen die hij onder zijn hoede heeft. Maar hij lijkt zich terdege bewust van de gevaarlijke aard van zo’n positie. ‘Wie er ook geroepen is om de opvolger van Petrus te zijn’, zei hij, ‘moest toezicht uitoefenen zonder ooit toe te geven aan de verleiding om een autocraat te zijn, heersend over degenen die aan hem zijn toevertrouwd. Integendeel, hij is geroepen om het geloof van zijn broeders en zusters te dienen en naast hen te staan.’
Het was toch Jezus die zei:
‘Jullie weten dat de volken onderdrukt worden door hun eigen heersers en dat hun leiders hun macht misbruiken. Zo mag het bij jullie niet gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, moet dienaar van de anderen zijn’ (Lucas 10,42-43)
Andere presidenten, premiers en patriarchen zouden daar een voorbeeld aan kunnen nemen.
Voorbij het lawaai de alledaagse onrust klinkt een zacht, constant suizen. Is dit het voorzichtige geluid van een stille opwekking?
‘Er kwamen vanochtend voor het eerst meer jonge mannen naar de kerk.’
‘Plotseling zitten onze kerkbanken vol met twintigers.’
‘Er komt een nieuw gezin op zondag. Hun tienerdochter sleept hen mee.’
Pardon? Dit zijn berichten die ik bijna niet kan geloven.
Want de afgelopen jaren werd de waarschuwing gehoord: het westers christendom krimpt! En de gesprekken die er dan over werden gevoerd werden gekleurd met een ondertoon van verwarring en onzekerheid. Het geluid werd zelfs zo sterk dat we zelf er ook in begonnen te geloven.
En nu wijzen cijfers uit dat er sprake is van een voorzichtige groei van het kerkbezoek.
De cijfers van een recentelijk Brits onderzoek ondersteunen – en later geflankeerd door Nederlands onderzoek dat zelfs de landelijke media haalde – de toename van kerkbetrokkenheid in de afgelopen jaren, met name onder jonge mannen. Het getuigt van een voorzichtig groeiende kerk, de toegenomen positieve impact ervan in gemeenschappen en spirituele openheid onder jongeren. Dus ook in Nederland zie en hoor je van hernieuwde en nieuwe belangstelling voor het christelijk geloof. Het schetst een beeld van een multi-etnische en multi-generationele kerk die transformeert, samen met een voortdurend veranderend cultureel landschap. En dat het allemaal erg spannend. Welke kant gaat het op en wat beklijft?
Het Britse rapport signaleert een algemene toename van mensen die minstens één keer per maand naar de kerk gaan en zichzelf christen noemen, van 8 naar 12 procent. Het laat een radicale verschuiving zien onder jongvolwassenen tussen de 18 en 24 jaar, allemaal binnen de Generatie Z, die vaker aan deze definitie van kerkgangers voldoen dan welke andere generatie dan ook, met uitzondering van degenen boven de 65. Een verdere omkering van de normen is dat het onderzoek mannen vaker naar de kerk brengt dan vrouwen, in de meeste leeftijdsgroepen, maar vooral onder mensen onder de 35. Cruciaal in het rapport is dat het hier niet gaat om ‘jonge mannen die lid worden terwijl jonge vrouwen vertrekken’, maar om een gezamenlijke toename van kerkbezoek.
Het lijkt erop dat het christendom misschien wel cool wordt gevonden.
Generatie Z gelooft het vaakst in God en bidt regelmatig. Iets minder dan twee derde zou het fijn vinden als een christelijke vriend voor hen bidt, en 47 procent van de niet-kerkgaande Generatie Z vindt het goed dat christenen met niet-christenen over hun geloof praten. Dit duidt op een verschuiving van het toeschrijven van groei aan de invloed van culturele commentatoren of mediapersoonlijkheden, naar zelfverzekerde lokale christenen die hun geloof delen met vrienden. Maar in plaats van te worden aangespoord door influencers en intellectuelen, komt de grootste impact voort uit relaties en persoonlijke uitnodigingen. Journalist Tijs van den Brink laat in het Nederlands Dagblad optekenen: ‘Bereid je als kerk voor op een toestroom van nieuwe gelovigen’ Hij is niet verbaasd dat steeds meer jongeren belangstelling tonen voor het christelijk geloof. In zijn programma’s ziet hij signalen van een kentering. Jongeren die zich via sociale media tot het geloof bekeren of daar openlijk over praten. Hardstyle-dj Sefa voelt zich net zo thuis op het festival Defqon.1 als in de Gereformeerde Gemeente. Hij is op zoek naar zijn plek in de muziekwereld als jonge gelovige. ‘Zondagsrust is het mooiste wat er is.’ zegt ie.
Deze opmerkelijke openheid voor religie en ervaringsgerichte spiritualiteit onder Generatie Z is echter niet niet langer een anekdotische curiositeit; dit is echte, gedocumenteerde groei die wordt getoond in een opkomende spirituele generatie, ontvangen door een culturele sfeer die steeds meer openstaat voor geloof.
Naar de kerk gaan is goed voor je. In een tijdperk van zelfhulpfenomenen positioneert de kerk zich als tegengif tegen een gefragmenteerd sociaal leven en psychische crises. Kerkgangers van alle leeftijden zijn vaker gelukkig, hebben meer hoop voor de toekomst en geloven dat hun leven zinvol is dan niet-kerkgangers, en zeggen minder vaak dat ze zich angstig of depressief voelen. Cruciaal is dat deze bevindingen ook gelden voor jonge kerkgangers, wat een extra reden is voor hun kerkbezoek. Simpelweg: het maakt ze gelukkiger.
Het is dé oplossing voor een generatie – met name jonge mannen – die het digitale omringd is, maar sociaal geïsoleerd. Kerkbezoek leidt tot een betere verbinding met mensen in de bredere gemeenschap, waarbij bijna twee derde van de 18- tot 34-jarigen zich verbonden voelt met mensen in hun buurt, vergeleken met slechts een kwart van hun niet-kerkbezoekende leeftijdsgenoten. Als we specifiek kijken naar jonge mannen in de kerk, loopt dit percentage op tot 68 procent, wat kerken een ongelooflijke kans biedt om de eenzaamheidsepidemie te doorbreken.
‘Het verschil is verbluffend’, tekent het rapport op. ‘Het schetst een beeld van jongvolwassenen die een diep gevoel van zingeving en levenstevredenheid hebben gevonden door regelmatig naar de kerk te gaan, die zich verbonden voelen met hun gemeenschap en – in de gegevens die we hebben verzameld over hun sociale activiteiten – ook graag iets terugdoen voor hun lokale gemeenschap. Dit is niet het beeld dat we doorgaans van jongvolwassenen in de media zien, maar het is wel een krachtig beeld.
Naar de kerk gaan is niet alleen goed voor jezelf, maar ook voor je gemeenschap. De diepste bemoediging schuilt misschien wel in de blik die het biedt op een christendom dat geloof in actie uitstraalt. Het onderzoek laat een beeld zien van kerkgangers die niet alleen bezorgd zijn om hun eigen welzijn, maar ook het leven van anderen willen verbeteren – 78 procent van alle kerkgangers is het erover eens dat het belangrijk is om een verschil te maken in de wereld.
Vooral de jongere generaties van de kerken die verlangen naar sociale verandering, hebben vertrouwen en investeren in het bewerkstelligen van positieve verandering, en voelen zich verantwoordelijk om bij te dragen aan hun gemeenschap. Daden zoals regelmatig doneren aan een goed doel, een lokale voedselbank steunen en deelnemen aan activiteiten ter verbetering van het milieu worden gezien als de gevolgen van christelijk geloof in actie. Het geeft de gevolgen aan van kerkgang door een diepe belichaming van Gods liefde en het doorgeven van deze liefde aan anderen.
‘Dit zijn de indicatoren of je een ware gelovige bent of niet’, wordt eraan toegevoegd, waarbij bemoediging uit bevindingen worden gedeeld. Het gaat er niet om of je naar de kerk gaat of de liederen zingt. Jezus legt uit hoe je kunt weten of je in het Koninkrijk bent of niet: ‘Ik had honger en jullie gaven me te eten, ik had dorst en jullie gaven me te drinken.’
Nu we de cijfers hebben, blijven er vragen over. Hoe kunnen we reageren? Waar leidt dit toe? Zijn we getuige van de dood van het traditionele christendom? En dus? Zeggen dat de bevindingen de kerk hebben verrast, is misschien een understatement. We leven in tijden van politieke onrust. Religie en zo’n beetje alles wordt als wapen gebruikt. De armoedekloof neemt toe, en niet alleen in materiële armoede.
De realiteit is dat we allemaal een rol te spelen hebben. Het rapport is inclusief in zijn aanpak en aanbevelingen. De eerste oproep is om de omvang en impact van kerkgangers meer te erkennen, iets wat kan worden overgenomen door sociale influencers en besluitvormers. Er zijn ook aanbevelingen die meer gericht op mensen binnen de kerk: om discipelschap en Bijbelonderwijs prioriteit te geven, er moet nadruk gelegd worden op het opbouwen van interpersoonlijke relaties.
Laten we echter dit mooie nieuws ook met een korreltje zout nemen; nuchter blijven en niet meteen té euforisch worden. Want de populariteit van het christendom is de afgelopen tweeduizend jaar vaker toegenomen én ook weer afgenomen. Er zijn altijd tijden geweest dat het de snoepje van de maand – of van de eeuw – was, zoals toen het zo’n 300 jaar na Jezus de officiële religie van het Romeinse Rijk begon te worden.
Maar populariteit brengt ook gevaren met zich mee. Wanneer de aantrekkelijkheid van het christendom bekoeld is, heeft het de neiging zijn ziel te verliezen, zijn radicale aard verwaterd zeker door de mensen die zich tot het kruis trokken als een soort modeaccessoire. Op sommige momenten is het geslonken tot een paar dappere zielen die de neergang trotseerden, zoals de elf angstige discipelen die in Jeruzalem bijeenkwamen na de executie van Jezus. Of tot een groepje stoere, ruige christenen dat maar blééf bidden tijdens jaren van vervolging en vaak hun geloof met hun leven moesten bekopen.
Ook zijn de waarheidsaanspraken van het christendom vaak niet populair. Maar voor ons christenen blijft ons geloof waar, of mensen het nu geloven of niet. Dus het feit dat er nu meer mensen geloven dan een paar jaar geleden, maakt het christelijk geloof niet meer of minder waar.
Eerlijk gezegd heb ik die voorspellingen over de ondergang van de kerk toch nooit al te serieus genomen. Daarom ben ik ook niet iemand die meteen de slingers ophangt als de voorspellingen voor het christendom nu positief uitpakken.
Ik denk dat zij die geloven in Jezus, een beetje sceptisch moeten zijn over onderzoeken en statistieken. Getalsmatige projecties en kansberekening zijn nuttig om maatschappelijke trends te ontdekken, maar ze hebben weinig invloed op waarheidsvragen. Statistische analyses van wat er doorgaans met overledenen gebeurt, zouden de opstanding immers nooit hebben kunnen voorspellen.
De aantrekkingskracht van het christelijk geloof is juist dat het niet gebaseerd is op hoeveel mensen erin geloven. Het draait om een gebeurtenis waarbij het eeuwige tijdelijk werd, waarbij God de menselijke geschiedenis binnentrad in de gedaante van een rabbi uit Galilea. Het overstijgt daarom tijd en ruimte, opiniepeilingen en enquêtes. Het geeft een vertrouwen dat niet geworteld is in de wisselende stemming van de publieke opinie, die het ene moment op en het andere moment weer neer gaat, maar juist iets blijvends, permanents en betrouwbaars.
Wees dus blij, als je dat wilt, met het vooruitzicht op een komende, hernieuwde golf van geloof. Maar laat je niet misleiden door te denken dat dit iets bewijst. Zoals Jezus ooit zei: ‘Verheug je er niet over dat de geesten zich aan je onderwerpen, maar verheug je dat je namen in de hemel geschreven staan.’ (Lucas 10: 20)
En toch…. Voorbij het lawaai van twijfel en onzekerheid over het christendom resoneert een zacht, laag en constant gezoem. Het eist niets; het deelt. Het overstemt anderen niet; het luistert. Het houdt niets achter; het nodigt uit. Het waardeert daden boven woorden. Is dit het geluid van een stille opwekking?
Toch nóg een post naar aanleiding van de geloofsbelijdenis van Nicea Ditmaal meer over belijdenissen in z’n algemeenheid.
zoals ik al eerder schreef markeert 2025 de 1700e verjaardag van het opstellen van deze geloofsbelijdenis. Een belijdenis is vorm die de Kerk tot op de dag van vandaag blijft zeggen om haar geloof te belijden en uit te leggen. Overal ter wereld reageren christelijke gemeenschappen op deze mijlpaal door opnieuw na te denken over de inhoud van die verklaring, de waarheid en ook over de vorm ervan: een geloofsbelijdenis.
Maar de Kerk is geen bron van waarheid. De Kerk kan belijden wat waar is, maar waarheid is niet haar bezit om ermee te doen wat ze wil. Voortkomend uit Jezus’ opmerkingen in Johannes 14 vers 6 heeft de christelijke traditie over de waarheid nagedacht. Als waarheid primair verband houdt met de persoon van Jezus Christus, dan is waarheid iets fundamentelers dan de Kerk. De Kerk heeft haar basis in de waarheid in plaats van dat de waarheid haar basis heeft in de Kerk.
Een geloofsbelijdenis is een uitdrukking van het geloof dat dit de stand van zaken is. Meer dan dat, het is een verklaring van de toewijding van jezelf aan deze stand van zaken. Het uitspreken van een geloofsbelijdenis is een existentiële daad, een beslissing, hiervoor. Het is een beslissing voor datgene wat we niet hebben gecreëerd en waar we geen controle over hebben. En zelfs daarbuiten is het een beslissing die we niet eens hebben genomen! Het was een beslissing die door christenen vóór ons werd genomen die dit en niet dat bepaalden.
Het is moeilijk om een daad te bedenken die minder in overeenstemming is met een ‘moderne’ menselijke geest. Als Immanuel Kant gelijk had dat Verlichting de ‘ontstaan van de mensheid uit zijn [sic] zelfveroorzaakte onvolwassenheid’ is, waarbij deze onvolwassenheid wordt gedefinieerd als ‘het onvermogen om je eigen begrip te gebruiken zonder de begeleiding van een ander’, dan staat de praktijk van het belijden van een waarheid die we niet persoonlijk hebben bepaald gelijk aan het in ons denken zelf niet verder komen dan de een kinderwagen.
Dichter bij huis spreken de geloofsbelijdenissen op een manier die niet altijd overeenkomt met onze ervaring. Er is een waarheid die zelfs fundamenteler is dan wat ik tot waarheid verleid Geloofsbelijdenissen zijn hulpmiddelen om een gemeenschappelijke opvatting te vestigen over landgrenzen en talen heen. Een gemeenschappelijke afhankelijkheid aan de waarheid die fundamenteel en universeel is, ongeacht de bijzonderheid van de ervaring.
Daarnaast worden de uitspraken die in geloofsbelijdenissen worden gedaan mogelijk niet als waar gezien. De ervaring kan in feite een andere richting inslaan. De wereld met al haar problemen en pijnen lijkt misschien niet de schepping van een almachtige en welwillende Heer. De Geest die Heer en gever van leven is, lijkt misschien niet de nieuwe vitaliteit van het tijdperk dat in het heden komt, te ademen. De kerk lijkt misschien niet altijd één en heilig te zijn.
Waarom dan geloofsbelijdenissen?
Dat wat we hebben en weten, is wat we hebben ontvangen, is ingebakken in de aard van de christelijke aanspraak om iets over God te weten in plaats van niets.
In die tijd zei Jezus:
‘Vader, Heer van de hemel en de aarde, ik dank u! Want u hebt al die dingen bekendgemaakt aan heel gewone mensen. Maar voor wijze en verstandige mensen hebt u die dingen verborgen. Ja, Vader, zo wilde u het doen. Alle macht die ik heb, heeft mijn Vader aan mij gegeven. Alleen de Vader kent de Zoon. En alleen de Zoon kent de Vader. En de Zoon vertelt over zijn Vader aan de mensen die hij uitkiest.’ (Mattheüs 11,25-27)
God kennen is niet iets dat in onszelf geworteld is. God de Zoon is mens geworden en kent de Vader als een van ons en voor ons allemaal. Het is op basis van zijn belijdenis van God als Vader dat wij God als Vader belijden.
De voortdurende en herhaalde praktijk van het uitspreken van de geloofsbelijdenis herinnert ons eraan dat de mogelijkheid om over God en het werk van God te spreken geen menselijke mogelijkheid is. Het is een mogelijkheid voor ons op basis van de gegeven gebeurtenis van Gods toespraak tot ons. Wij letten op datgene wat gegeven is. Het is een daad van geloof waardoor wij steeds weer terugkeren naar het Woord van God zoals de Kerk het heeft ontvangen.
wapen van paus Leo XIV met de spreuk ‘ In de Ene zijn wij één’
Als ik me goed herinner, had ik een zeer positief gevoel over paus Franciscus toen hij in 2013 werd gekozen. De overleden paus was zo bedreven in het doen van dingen die een boodschap uitstraalden, dat algemeen werd aangenomen dat hij een verademing was. Iedereen zou je vertellen dat hij heel nuchter was. De weigering om in de officiële pauselijke appartementen te wonen! PR-mensen hadden alleen maar angstdromen van mensen die geen enkele interesse hebben in wat het bedrijf verkoopt.
Hier was een man die duidelijk afstand wilde nemen van de pracht en praal en de rijkdom (al dat Vaticaanse goud!). Paus Franciscus maakte een punt, en dat was terecht. Nee, Franciscus was uiteindelijk niet de modernist waar sommige commentatoren op hoopten, maar alleen omdat hij aantoonde wat eigenlijk al overduidelijk had moeten zijn: dat de paus niet op die manier ‘de baas is’ van het katholieke geloof. Het verhaal is altijd complexer dan ‘liberaal’ versus ‘conservatief’.
Is ie liberaal of conservatief; soortgelijke speculaties doen al de ronde over de nieuwe paus, Leo XIV. Zelfverklaarde atheïsten vinden dat Leo positiever over abortus moet spreken, vrouwen moeten toelaten tot het geestelijk ambt en zich positief moet uitspreken over de lhbtiq+ gemeenschap. Iedereen probeert elk microdetail dat we hebben te interpreteren. En wat is de betekenis van zijn Amerikaanschap? Is dit de poging van het conclaaf om een tegen-Trump te creëren? Waarom verscheen Leo in traditioneel gewaad (iets wat Franciscus nadrukkelijk vermeed)? En waarom ‘Leo’?
Zelf wijst paus Leo XIV erop dat de richting van zijn voorganger zal worden gehandhaafd. Toch hebben sommige conservatieve katholieke lobbyisten hun uiterste best gedaan om de meer progressieve ideeën van Franciscus terug te draaien: zijn verdraagzaamheid tegenover homoseksuelen, zijn aandacht voor de armen, zijn zorg over klimaatverandering, en last maar zeker niet least, zijn kritiek op de politiek van Donald Trump.
Want over het algemeen zijn de katholieken in de VS verrechtst. Natuurlijk nog heel wat liberale en progressieve katholieken in de VS, waaronder een aantal kardinalen. Maar de invloed van extreemrechtse katholieken die de sociale verworvenheden van de vorige eeuw ongedaan willen maken is enorm gestegen. De jaren zestig: de jaren van seks, drugs, en rock ‘n roll, Vaticanum II, en wat gewis nog belangrijker was, burgerrechten voor zwarte Amerikanen liepen veel katholieken, maar ook evangelische christenen, over naar de Republikeinen, die een culturele contrarevolutie beloofden: orde op straat, kerk op zondag, geen seks buiten het huwelijk, zeker niet tussen mensen van hetzelfde geslacht, en (in bedekte termen natuurlijk) de handhaving van witte suprematie. Daarom stemden veel behoudende christenen in 1968 op Nixon, en een halve eeuw later op Trump. Ras was ook hier van belang. Katholieke Trumpstemmers waren overwegend blank; zwarte en latino katholieken stemden eerder op Biden.
Veel van de rechtse lobbyisten komen uit de VS, en de meesten van hen zijn voor Trump. Die zogenaamde MAGA-katholieken beschikken over veel geld en hebben machtige vrienden. Deze katholieken zijn fel tegen abortus. (evangelische) christenen tilden hier minder zwaar aan, maar zij schaarden zich achter katholieken in hun gemeenschappelijke streven om overheidsgeld los te krijgen voor bijvoorbeeld confessionele scholen. Strenge katholieken en evangelische christenen vonden elkaar ook meer dan ooit in de cultuurstrijd die begon met Nixon, en die nu het land meer en meer verdeelt in twee kampen. Een paus heeft geen leger van betekenis, zijn grondgebied past in het centrum van Amsterdam, hij heeft geen aardse grondstoffen. Ja, in de ogen van veel atheïsten is de kerk een archaïsch instituut. Tóch kan een paus, zeker in een gewelddadig tijdsgewricht, een belangrijke rol vervullen, door alleen al te appelleren aan universele waarden en menselijke waardigheid. De paus is voor velen nog steeds een morele autoriteit, met celebrity-status bovendien. Dat geeft hem invloed. Hij trekt altijd de aandacht en wat hij zegt is vaak ook bedoeld voor niet-katholieken en niet-gelovigen. Een pleidooi voor klimaatmaatregelen is universeel. Hetzelfde geldt voor mensenrechten.
Speculaties… Er gaan al geruchten dat deze nieuwe paus zijn privémissen graag in het Latijn opdraagt; Anderen hebben erop gewezen dat hij met de aanhangers van Franciscus meeliep en zelfs zijn openingstoespraak raakte het thema ‘synodaliteit‘ van de overleden paus aan. Synodaliteit, afhankelijk van wie je het vraagt, is ofwel een nobele poging tot decentralisatie en het luisteren naar alle stemmen in de Kerk; ofwel een poging om doctrinaire verandering te bewerkstelligen onder het mom van pastoraat. Eén van zijn toespraken vindt ik al wel heel positief en in lijn met zijn wapenspreuk: ‘We moeten getuigen van ons vreugdevolle geloof in Jezus’, zei Leo XIV, terwijl hij waarschuwde dat waar dit geloof ontbreekt, het leven betekenis verliest.’
Toch zou mijn advies zijn om ver van dit soort speculaties te blijven. Mensen veranderen immers voortdurend van gedachten. En mensen veranderen vooral wanneer ze zo’n taak krijgen als Robert Prevost. Zelfs vanuit een puur natuurlijk perspectief zal de verantwoordelijkheid voor meer dan een miljard katholieken waarschijnlijk een ontnuchterend effect hebben en je hyperbewust maken van elke stap die je op het punt staat te zetten.
Paus Leo’s vermogen om de katholieke kerk te leiden is geen macht die hij op zichzelf bezit; die komt, zoals de officiële leer het stelt, ‘krachtens zijn ambt’.
Intussen heeft de paus geen behoefte aan analyse, speculaties, twijfel of projecties. Hij heeft onze gebeden hard nodig.