Psalm 22

naar aanleiding van psalm 22

Stel je voor dat je alleen op een intensive care ligt te sterven, niemand mag bij je komen, en de zorgverleners zijn overbelast omdat de intensive care overvol is. Of stel je voor dat je in een vluchtelingenkamp zit waar corona uitbreekt, terwijl de Europese leiders weigeren iets voor je te doen, en je wordt doodziek. Dan komt psalm 22 wel heel dichtbij.
Eerlijk gezegd kon ik me nooit zo goed een situatie voorstellen waarin iemand deze Psalm zou schrijven. Wanneer zou iemand zich zo gevoeld hebben: ziek en ellendig, aangevallen en bespot door vijanden, en dan ook nog door God in de steek gelaten?
Maar nu wordt zo’n situatie voor mij een stuk realistischer.
In de versie van de Psalmen voor Nu klinkt psalm 22 zo: ‘ik sta alleen, want u bent weggegaan./
Mijn God, mijn God, waarom?’/ God is weggegaan, help!
De wanhoop spat er vanaf: ‘Mijn God, waar bent u?’ Maar God laat niets van zich horen.
Hij is met de noorderzon vertrokken. ‘Mijn God, mijn God, waarom?!’
Het is een forse aanklacht, voor het gevoel misschien zelfs over het randje:
‘U laat me in de steek God!’

Zeker, in de lijdenstijd die net achter ons ligt, werd deze psalm gelezen om het lijden van Jezus Christus te herkennen, het vleesgeworden Woord van God, Jezus Christus. Het lijdensverhaal legt zelf expliciet de verbinding, want het was Jezus zelf die in een van zijn kruiswoorden deze Psalm tot de zijne maakte: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’
Deze Psalm markeert hoe vergaand Jezus’ identificatie met ons en met ons lijden gaat. Met ons hele bestaan heeft Jezus zich één gemaakt: lichamelijk lijden, uitputting en ziekte, maar ook aanvallen en spot, tot in de diepste Godverlatenheid. Ook het lijden van een corona-patiënt. Het is goed om die wanhoop die in deze psalm naar voren komt op je in te laten werken, er niet snel overheen te springen.
Om de radeloosheid te voelen, om te schreeuwen ‘waarom?!’
God – zo lijkt het – blijft stil. Hij antwoord niet. Je staat er alleen voor, want God is weggegaan.
Vertwijfeling en vertrouwen. Diepzwarte ervaringen en toch ergens ook blijven geloven.
Ze wisselen elkaar af in dit klaaggebed. Het is denk ik ook heel herkenbaar.
En dan hoeven we niet meteen, als we het moeilijk hebben, of als anderen het moeilijk hebben,
daar gelijk overheen te walsen met mooie geloofswoorden.
Die kunnen dan ook heel goedkoop klinken. Net alsof de pijn er eigenlijk niet mag zijn.
Alsof het gelijk bedekt moet worden met een laagje evangelie.
Als je dat zo doet, dan neem je je pijn niet serieus.
En uiteindelijk neem je ook het evangelie niet serieus.
Alsof je dat kunt gebruiken als een snel doekje voor het bloeden.
Als je dat gevoel echt toelaat, dan ga je pas ontdekken wat het betekent ‘waarom!?’ te schreeuwen.
Het is beter om de diepte van de pijn die er is, te ervaren, om er tijd en ruimte aan te geven.
In die diepte zul je ontdekken dat het evangelie niet goedkoop is.
Want Jezus schreeuwt jouw ‘waarom’: hij schreeuwt het in jouw plaats.
Ik las ergens: ‘Jezus pakt de psalm van ons over om het tot in zijn diepte uit te zingen.’
In ons gevoel dat God is weggegaan, stonden we alleen. Maar nu niet meer: Jezus is er geweest.
In de donkerste Godverlatenheid is Hij geweest. Er is geen enkele plaats waar God niet geweest is.
Nu ben zelfs in de Godverlatenheid niet alleen.
Want we kunnen niet meer dieper zinken dan hij, we komen hem steeds weer tegen!
Misschien krijg je een antwoord, misschien ook niet. Uiteindelijk gaat het niet om antwoorden.
Welk antwoord voldoet nou op zo’n vraag?
‘Ja, sorry, ik heb je verlaten, dat moest nu eenmaal, ik zal je uitleggen waarom.’
Is dat een antwoord?
Ik las eens een interview met rabbijn Lody van de Kamp.
Hij zegt: ‘het is beter met vragen te leven dan met dubieuze antwoorden.’
maar toch, in Psalm 22 komt er uiteindelijk wel een ‘antwoord’,
in die zin dat de vragen tot rust worden gebracht.
Dat wij niet nu de antwoorden hebben, wel dat we onze vragen niet zonder hoop stellen.
Jezus schreeuwt ze met ons mee, hij is onze hoop!
De schreeuw naar God wordt gehoord: ‘U geeft mij antwoord’. En dus klinkt de lof op God:
Gods naam wordt overal bekend gemaakt. Tot aan de einden van de aarde richten mensen zich op de HEER, want zijn koninkrijk komt. Wonderlijk hoe deze Psalm bij Jezus waarheid wordt.
Uit lijden en kruis ontstaat iets nieuws dat wereldwijde en onvoorstelbare impact heeft.

kruisduif

Voor veel christenen valt de komst van het coronavirus met haar beperkingen – zoals geen school, geen culturele evenementen, geen Mattheüspassion, social distancing – samen met de Veertigdagentijd.
De Veertigdagentijd staat bij hen in het teken van vasten op enigerlei wijze, om zich beter te kunnen opmaken en te concentreren op het aankomende Paasfeest. Maar de beperkingen die men zich normaliter zou opleggen in het kader van de Veertigdagentijd vallen in het niet bij de beperkingen vanwege het coronavirus.
We kunnen elkaar in deze tijd niet fysiek ontmoeten en deze ‘vastentijd’ heeft geen vastgesteld einde.

Wat deze ‘vastentijd’ in ieder geval kan doen is overdenken of we dit virus moeten of kunnen verklaren.
Want ik merk bij mezelf en om me heen dat de – rationalistische – drang om deze ‘coronacrisis’ te duiden, te verklaren, erg groot is.
Maar stel stel je het eens voor dat het niet verklaard kan worden?
Stel dat je moet toegeven dat je niet alles wat er gebeurd in het leven niet kunt verklaren, dat niet alles een verklaarbare reden heeft?
Kunnen we ons als christenen dan niet beter beperken tot alleen klagen ald de waaromvraag niet beantwoord kan worden? Dat klagen is dan breder dan de corona pandemie zoals die zich voltrekt, soms dicht bij onze voordeur. Dit klagen heeft ook oog voor andere wereldwijde rampen zoals bijvoorbeeld de vluchtelingen- of klimaatcrisis.
Ligt dus de roeping van een christen in deze tijd is juist om niet te verklaren, maar om te klagen?
Klagen zou bijvoorbeeld kunnen verbinden met de psalmen. Juist in het boek van de psalmen komen we talloze klaagliederen tegen. Ik verwijs hier naar bijvoorbeeld psalm 6, 10, 13 of psalm 22.
‘Heb erbarmen, HEER, want ik kwijn weg.
Genees mij, HEER, ik ben doodsbang, ik vrees voor mijn leven.
Hoe lang, HEER, moet ik nog wachten?’(psalm 6)
‘Waarom, HEER, bent u zo ver en verbergt u zich in tijden van nood?’(psalm 10)

Maar er zijn meer psalmen dan alleen de zogenaamde ‘klaagpsalmen’.
Wanneer ik een psalm als psalm 13 lees, dan komt het geklaag en de pijn recht op mij af.
David ervaart Gods nabijheid niet en hij weet het niet. Maar hij spreekt van klagen ook nog een totaal andere taal.
Kijk naar het laatste vers: ‘Ik vertrouw op uw liefde. Mijn hart zal juichen omdat u redding brengt, ik zal zingen voor de HEER, hij heeft mij geholpen.’
Het geklaag wordt naar de achtergrond verdrongen. Niet omdat David ineens God ervaart en het allemaal weet en kan verklaren. Er is niets veranderd in zijn situatie. Maar wat er plaats vindt, is dat zijn gevoel en zijn verstand het veld moeten ruimen voor geloof en vertrouwen. Zoals God er geweest is, zo zal Hij er zijn. ook al zie, voel en begrijp ik er niets van.
Zo’n zelfde vertrouwen komen we ook tegen bij de kruisiging van Jezus.
Hij citeert psalm 22. Jezus klaagt. Maar zijn laatste kruiswoord is:
‘Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest’.
Hier is het klagen verdwenen en verdreven door geloof en vertrouwen.
Jezus weet, dat Zijn Vader er voor Hem is.

Alle reden dus niet alles te willen verklaren,
maar ook om je niet alleen te verliezen in het klagen.
Nee, ik weet het niet, maar ik weet wel dat God nabij is.
Ik kan mijn leven in Zijn handen leggen.
Daar mag ik op vertrouwen. Helemaal in het licht van de opstanding van Jezus.
Op Paasmorgen liet God zien, dat Hij er is.
Dat is voor mij het allerbelangrijkste in deze tijd.
Ik kan niet duiden maar ik wil niet alleen klagen.
Dankbaar stel ik het vertrouwen op de Heer, mijn God.
Zo lees ik ook de psalmen en laat ik ook het Nieuwe Testament meeklinken.
Er mag geloofsvertrouwen zijn. Jezus leeft en ik met Hem.
Een bemoedigende en troostvolle gedachte.