De titel van deze post is gebaseerd op het effect bekend uit de politicologie genaamd het ‘rally ‘round the flag’: pas tijdens een crisis zien we dat burgers van een land zich massaal achter hun leider(s) scharen. Ik pas het in deze post natuurlijk letterlijk toe als ‘rondom de vlag’.

 

In de aflopen campagne
voor de Tweede Kamerverkiezingen
nam de Nederlandse vlag ineens een prominente plaats in
toen Rob Jetten de vlag als teken
van nationale eenheid en identiteit ging inzetten.
Hij zei:
‘Ik vertel daarin waarom we de Nederlandse vlag
niet mogen overlaten aan de PVV.
Want die vlag is niet van één partij.
Ze is van ons allemaal.’

Een vlag symboliseert die eenheid binnen een natie.
Maar de afgelopen tijd werden vlaggen in het Nederland
minder een bron van saamhorigheid
en meer een brandpunt van verdeeldheid.
Rechtse partijen en groeperingen
zetten de vlag doelbewust daarvoor in.
We hoeven alleen maar te kijken
naar de pins met de Nederlandse vlag
op de kleding van Kamerleden,
of de Nederlandse en geuzevlaggen
die meegevoerd werden met diverse demonstraties.

Eerder verschenen deze vlaggen
– vaak ondersteboven –
In dorpen en steden,
op bruggen,
lantaarnpalen en gebouwen
door het hele land.
De motieven van degenen die de vlaggen hijsen waren divers,
maar de manier waarop verschillende groepen mensen
deze vlaggen ervaren,
draagt een alarmerende boodschap uit
over de groeiende kloof die nu in onze natie bestaat.

Mensen met racistische motieven eisen de natie van hen ‘terug’,
want zij voelen dat zij stateloos achterblijven
en nergens meer bij horen.
Maar voor hen die zich in het centrum of links
van het politieke spectrum bevinden,
voelen de vlaggen daarentegen
als een regelrechte machtsclaim van extreemrechts
en een teken van de groeiende populariteit
van hun beleid en retoriek.
Voor deze mensen zijn de vlaggen sinister
en roepen een diep gevoel van dreiging op. 
De vlaggen dragen een intimiderende boodschap uit.

Maar er speelt nog een ander verhaal mee.
Want terwijl de vlaggen blijven wapperen in de herfstbries,
is iets wat voor de ene groep mensen een symbool van angst is,
voor de andere groep een welkom teken van hoop:
de vlaggen staan voor het herwinnen
van een zelfverzekerde Nederlandse identiteit,
die verloren was gegaan
door een mislukt experiment
in multiculturalisme
dat de eigen gemeenschap diep angstig heeft gemaakt.
En beide groepen hebben zo lijkt geen mogelijkheid meer
om elkaar te verstaan.

Ik denk dat ‘de kerk’ hierbij een essentiële taak heeft
om de verschillende groepen
weer met elkaar in gesprek te brengen.
Geloofsgemeenschappen zijn als geen ander staat om
in een cultuur van echokamers en algoritmen,
om elke kant van een conflict te begrijpen.

Want aan de ene kant moeten we ons bewust zijn
van de duistere kant van het vlagfenomeen.
Maar we dienen ook te begrijpen
wat de behoeften en angsten zijn
van de mensen voor wie de vlaggen welkom zijn.

En de grens tussen mensen is soms heel dubbel.
Het kan bijvoorbeeld best zo zijn
dat een vrijwilliger
die in haar kerk meehelpt met projecten
voor kwetsbaren
en goed bevriend is met asielzoekers in haar gemeente,
toch nog steeds een vlag laat wapperen
omdat ze vindt dat de immigratie ‘te ver is gegaan’.

Want de vlaggen kunnen fungeren
als een uitlaatklep voor de intense frustratie
van mensen die zich achtergesteld en genegeerd voelen
of leven met de chronische desillusie
over een politiek systeem
dat hen in de steek heeft gelaten.
Vlaggen wapperen soms als uiting
van een wanhopige roep
om een land dat beter voor hen zou zorgen.
Een beetje zoals een verwaarloosd kind
dat iedereen eraan probeert te herinneren
dat ook hij deel uitmaakt van de familie.
Anderen voelen zich gefrustreerd
omdat hun instellingen bereid lijken
om veel verschillende vlaggen te voeren
– de Oekraïense vlag of de LGBTQI+-vlag –
maar zij vinden dat diezelfde instellingen
zich schamen voor de vlag van hun eigen land.

Uiteindelijk zijn veel mensen
oprecht trots op de vlaggen
die boven hun gemeenschap wapperen,
omdat het hen de kans geeft om hun trots te uiten
voor een land dat zich vaak overdreven verontschuldigt
voor zijn verleden en zich schaamt voor patriottisme.

Voor veel groepen is de globalisering
en het transnationalisme,
die door degenen die de macht hebben
als de weg naar meer welvaart worden gezien,
slecht nieuws geweest.
Het heeft banen uitbesteed, lonen verlaagd,
waardoor veel werkenden
nog steeds afhankelijk zijn van uitkeringen,
en het heeft geleid
tot grote demografische veranderingen
in gemeenschappen
waarbij de lokale bevolking
geen inspraak had.

Dit gecombineerd met jaren van slopende bezuinigingen
en een politieke klasse die snel belooft maar traag levert,
heerst er een krachtige en intense woede
in veel groepen mensen
en voor hen zijn de vlaggen
een bliksemafleider geworden.

Het lijkt erop dat één vlag
nu twee naties symboliseert.
En wat zo alarmerend is,
is dat de ene kant de andere nauwelijks begrijpt.

Hoe moeten christenen reageren?
Want een verdeelde natie
wil dat de kerk partij kiest
en ziet ons zelfs
als zwak en wankelmoedig
als we dat niet doen.
Maar de taak van een christen is niet
om in elk binair debat
de ene of de andere kant te kiezen.
De opdracht is om aan de kant van de Heer te staan.
En in deze context denk ik
dat dat een tweeledig antwoord betekent.

Het betekent aandachtig luisteren naar iedereen.
We moeten de angsten horen
van hen voor wie vlaggen
een teken zijn van groeiende intolerantie
en daarom racisme en haat veroordelen.
Maar even belangrijk is dat we,
zelfs als we het niet met elkaar eens zijn,
de woede van mensen moeten begrijpen
en er een stem aan moeten geven.
Want zij vrezen dat de natie die ze liefhebben,
hen wordt afgenomen.
Als die stem niet gehoord en begrepen wordt,
zal extreemrechts maar al te graag
het vacuüm opvullen dat ontstaat.
In een verdeelde natie
is het een deel van de roeping van de kerk
om de ene kant te helpen de andere te begrijpen.

Het betekent ook om
op de plek van conflict woorden
van christelijke vrede te spreken.
We mogen wijzen
op het verlossende werk van Jezus Christus,
waardoor we verzoend worden
met de Vader en zo met elkaar.
Laten we luisteren en begrijpen,
maar bovenal het kruis hoog houden,
want in dat symbool schuilt
de enige ware en blijvende bron van eenheid.

 

Paus Franciscus schreef op 4 oktober 2023
een brief aan alle mensen van goede wil:
Laudate Deum, prijs God!
In die brief uit hij zijn zorgen over het klimaat.

Hij schrijft:
Acht jaar zijn verstreken sinds ik de encycliek Laudato si’ publiceerde,
toen ik met u allen, mijn broeders en zusters
van onze lijdende planeet,
mijn oprechte zorgen wilde delen
over de zorg voor ons gemeenschappelijk huis.
Maar met het verstrijken van de tijd
heb ik me gerealiseerd
dat onze antwoorden niet adequaat zijn geweest,
terwijl de wereld waarin we leven aan het instorten is
en misschien wel het breekpunt nadert.

De paus rekent in zijn brief af met het oude beeld
van de mens als kroon op de schepping
die over alles mag heersen, de mens als middelpunt.

De mens die de plaats van God wil innemen
wordt de ergste vijand van zichzelf (LD 73).
God is de Schepper en eigenaar van deze wereld.

We dachten dat we over de natuur konden heersen.
En misschien heeft dat ook wel te maken met theologie,
met onze interpretatie van het scheppingsverhaal uit Genesis.
Waarin we een opdracht tot heersen lazen?

 

We hebben het omslagpunt weer gehad:
de herfst, is weer begonnen: de dagen korten en de nachten,
‘daar gaan we weer’,
de stormloop naar het einde van een nieuw jaar.

Op wereldschaal luidt het ook het patroon in
van internationale topconferenties en onderhandelingen
om vooruitgang te boeken bij het eerlijker, veiliger en hoopvoller maken
van deze wereld, onze wereld.
Wereldleiders komen bijeen in New York
voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties;
dan duurt het niet lang meer tot de volgende VN-klimaattop (COP29) in Bakoe,
snel gevolgd door besprekingen in Busan
om een nieuw VN-verdrag op te stellen om plasticvervuiling te beëindigen.
Misschien leidt dat tot een nieuwe zucht; ‘daar gaan we weer’.

Maar er staat dit keer iets nieuws op de agenda in New York:
de VN-top van de toekomst.
Het wordt aangeprezen als een ‘once-in-a-generation’-kans
om een betere weg vooruit te vinden.
Zal dit het moment zijn dat niet alleen ons redt,
maar ook toekomstige generaties en de natuurlijke wereld?

Een paar jaar geleden was er een evenement
dat experts in duurzame ontwikkeling uit de wetenschap,
overheid en het maatschappelijk middenveld samenbracht.
Op een flapover stond:
Wat zal ons de komende tien jaar redden?
mensen mochten hun stem uitbrengen met een sticker,
waarbij ze slechts drie opties kregen:
overheid; maatschappij; technologie.

Er werd een bepaald patroon zichtbaar:
– de wetenschappers stemden voor de overheid
– de ambtenaren stemden voor de maatschappij
– mensen uit het maatschappelijk middenveld stemden voor technologie

Op de achtergrond leek er dus een bepaald gevoel mee te spelen:
‘Wie zal ons redden? Niet ik.’

Ik vraag me af of de stemmers
– deskundig en verbonden, experts in hun vakgebieden –
op dat moment de grenzen van hun macht voelden.

Wanneer we tegen onze eigen beperkingen aanlopen,
kan het verleidelijk zijn om elders geruststelling te zoeken.
Ik vind hoop in een te onbekend verhaal van verandering,
een soort David en Goliath-verhaal,
dat dwars door overheid, maatschappij en technologie heen gaat.
Een verhaal waarin leiders ter verantwoording zijn geroepen,
en miljarden dollars uit fossiele brandstoffen zijn overgeheveld naar schone energie.
Ja, mensen zeiden dat het onmogelijk was, omdat niemand het ooit eerder had gedaan. Decennialang hebben rijke landen miljarden aan belastinggeld verstrekt
aan fossiele brandstofprojecten in andere landen over de hele wereld.
De belastingen van de mensen werden besteed aan een gascentrale in Mozambique,
olievelden in Brazilië, waardoor de klimaatcrisis werd aangewakkerd
en het risico bestond dat lage-inkomenslanden
decennialang fossiele brandstoffen moesten gebruiken
in plaats van te investeren in de transitie naar schone energie.

Dit is een transitie die is begonnen.
Op de meeste plekken ter wereld zijn zonne- en windenergie goedkoper en gemakkelijker toegankelijk dan olie, gas of steenkool.
Energie is transformationeel;
het voedt huizen, scholen en ziekenhuizen,
het ontsluit banen, onderwijs en gezondheidszorg.
En het bereikt het punt waarop er weinig reden is
waarom het niet hernieuwbaar zou kunnen zijn.

Nu de technologie er is, werd het tijd dat de politieke wil ook veranderde.
Dus een paar jaar geleden kwam een kleine groep campagnevoerders bijeen
om te pleiten voor een einde aan deze financiering.
Ze bouwden relaties op met parlementsleden en ambtenaren,
ze kregen de media geïnteresseerd in dit vrij specifieke probleem
en ze werkten samen met de gemeenschappen die getroffen werden
door door de overheid gefinancierde projecten,
met een duidelijke boodschap die de kern van het onrecht raakte:
stop met het financieren van fossiele brandstoffen in het buitenland.

In de aanloop naar de VN-klimaattop van 2021 werkten campagnevoerders en ambtenaren eraan
om 38 andere landen en grote banken ertoe te bewegen
toezegging te doen om de financiering van fossiele brandstoffen te beëindigen
en deze te verschuiven naar projecten voor hernieuwbare energie.
Met Noorwegen en Australië die vorig jaar deelnamen aan COP28,
telt die groep nu 41,
en vertegenwoordigt meer dan $ 28 miljard per jaar
dat van fossiele brandstoffen naar schone energie zou kunnen worden verschoven.

Het is niet van een leien dakje gegaan en het is nog niet helemaal rond.
Er een nieuw rapport gepubliceerd
waarin ze goede vooruitgang vonden in het fossiele brandstoffen-onderdeel van de belofte,
maar er was nog veel meer werk nodig van overheden
om dat geld in de hernieuwbare energieprojecten te krijgen
die inzetten op verandering voor de 685 miljoen mensen
die momenteel geen toegang hebben tot elektriciteit.

Een van de hete hangijzers op de Summit for the Future
is of de leiders het eens kunnen worden
over de overgang van fossiele brandstoffen in een nieuw ‘Pact for the Future’,
een echo van de taal waar vorig jaar voor gevochten werd,
die verzwakt werd en vervolgens grotendeels teruggeplaatst werd
in de uiteindelijke toezegging die werd gedaan op COP28.
(Dit geldt als een drama met hoge inzetten in de wereld van het klimaatbeleid).

Ja, ik weet het,
het lijkt misschien zo ver verwijderd van ons dagelijks leven,
zo’n geruzie over exacte leestekens op wereldtoppen.
Maar deze toezeggingen kunnen een langdurige invloed hebben.
Al bijna 80 jaar beschermt de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens
mensen – of laat de kloof zien wanneer hun rechten worden geschonden.

En eigenlijk gaat het hier niet alleen om woorden, het gaat om macht.

Een deel van het probleem met onze vraag op die flapover
was dat het mensen en kansen van elkaar scheidde
in plaats van ze samen te brengen.
De beste manier om verandering teweeg te brengen is
om collectieve macht op te bouwen,
elkaar en onze besluitvormers ter verantwoording te roepen.

Misschien brengt nadenken over de toekomst
meer angst dan hoop met zich mee.
Maar dit verhaal herinnert me eraan dat ‘ons redden’
niet iets is dat je eenmalig doet.
Het is groter dan dat;
iets dat je moet uitleven, onvolmaakt, met anderen, door de jaren heen.
En zo doende te leven met God.
Dit is een partnerschap waartoe Hij ons uitnodigt:
om mee te doen aan zijn werk om een wereld vol potentieel te zien
die wordt gekoesterd en hersteld.
We zien misschien niet de hele verandering die we hopen,
maar soms zien we de balans doorslaan.

De energietransitie is begonnen,
maar het zal de collectieve invloed van een beweging van mensen vergen
om ervoor te zorgen dat het snel en eerlijk verloopt
en degenen dient die het het hardst nodig hebben.
Nu er nog een groot gat is tussen de benodigde financiering
en de toegezegde financiering,
zijn alle ogen gericht op de COP29 van dit jaar in Bakoe
om tastbare vooruitgang te zien.

‘Daar gaan we weer’.

Een tijdje geleden las ik een artikeltje over het feit dat een aantal Amerikaanse christenen zich niet druk maakt over het klimaat en de op handen zijnde crisis. En zo hier en daar hoor je dit soort geluiden ook wel onder Nederlandse christenen en zijn er mensen die vragen stellen of wij als christenen rondom de klimaatcrisis een steentje hebben bij te dragen. Immers, er staat toch, zo zeggen zij, bijvoorbeeld in Handelingen dat de zon zal worden veranderd in duisternis en de maan in bloed voordat de ontzagwekkende dag van de Heere komt. Dus de vele klimaatveranderingen zijn een voorbode dat het einde der tijden ophanden is en daar mogen we toch naar uitkijken zo wordt dan geredeneerd.  Eerlijk gezegd verbaasde me deze gedachte. Vanuit de Bijbelse notie van rentmeesterschap zou je je toch druk moeten maken over de aarde? Time To TurnDat helemaal los van het feit of je het eens bent met de alarmerende berichten over hoe de mens met de aarde en oceanen omgaat. In Nederland is daarover een Mondiale conferentie Oceanen, Voedselzekerheid en Duurzame Groei in Den Haag over belegd. Doel van deze conferentie was onder andere om overheden, de private sector, wereldleiders, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties bij elkaar brengen om te bespreken hoe breed opgezette acties en partnerschappen kunnen helpen om gezonde en productieve oceanen een aanjager te laten zijn van duurzame groei en gedeelde welvaart. Maar helaas zal het de implementatie van maatregelen de nodige tijd vergen en zal er veel over onderhandeld moeten worden voordat werkelijk effectief zaken worden gedaan.

Oké, er valt misschien heel wat af te dingen over de exacte gegevens die ons nu worden voorgeschoteld door een aantal wetenschappers, maar ook al zou onze aarde kerngezond zijn, dan ontslaat ons dat ook als christen niet van de opdracht, de taak van goed rentmeesterschap. De wereld is ons gegeven, niet in beheer maar als geleend goed, met de opdracht goed voor die aarde te zorgen. Als ik in 1 Kronieken 29 lees  ‘Van U, HEERE, is de grootheid, de macht, de luister, de kracht en de majesteit. Want alles wat in de hemel en op de aarde is, is van U’, dan laat verteld dat mij dat wij mensen juist, voor zover dat in onze macht ligt, op een goede manier met de aarde om te gaan, in plaats van haar uit te buiten.

In de Bijbel vind je dan geen concrete passages over hoe je omgaat met het klimaat. Het rentmeesterschap en het simpele feit dat deze wereld ons in bruikleen gegeven is, zegt mijns inziens al genoeg.

Genoeg om als christen stil te staan bij klimaatcrisis, kredietcrisis, of welke andere crisis of bedreiging van het geschapene ook en je daartoe te verhouden vanuit de centrale overtuiging: ‘Alles wat van mij is, is van jou’.

Dat is wat God tegen ons zegt.

En wat doen wij dan met dat cadeau?

Ja, misschien is dat wel een ergerpuntje dat me eigenlijk al een tijdje dwarszit en dat me tijdens deze mooie zomerdagen,  wanneer we met z’n allen weer veel buiten zijn, weer extra opvalt. Al dat zwerfvuil! ik hoorde laatst een item op tv dat de stranden na een mooie zomerdag weer vol liggen met allerlei afval. Gewoon neergekwakt terwijl er op een steenworp afstand afvalbakken staan. Gewoon om dat het kan; iemand anders moet het maar opruimen! Of erger nog: er wordt gewoon helemaal niet meer nagedacht.Samen-leving ammehoela, als ik, op de korte termijn,  maar lol heb! Er schijnen complete ‘eilanden’ van afval door de zeeën en oceanen te drijven.  Afval, dat als het niet opgeruimd wordt, een bedreiging vormt voor mens en dier. Voor een dier vaak acuut als ze plastic eten of verstrikt raken in het vuil, voor de mens op de midellange en lange termijn omdat uiteindelijke de natuur ernstig bedreigd en onleefbaar wordt.

‘Laat niet als dank voor het aangenaam verpozen, den eigenaar van ’t bosch de schillen en de dozen.’ Laat niet, als dank voor áangenaam verpoozen, den eigenaar van 't bosch de schillen en de doozenDit was vroeger een spreuk die prijkte aan het begin van een natuur- en recreatiegebied om te vermijden dat bezoekers hun rommel achterlieten. De aarde die ons in bruikleen gegeven is, die we van God gekregen hebben en mogen onderhouden, niet uitbuiten.Want uiteindelijk is het allemaal van Hem. Ons allemaal in goed vertrouwen te leen gegeven.

Vergelijk het eens met het huren van een vakantiehuisje. Aan het eind van de periode moet je dat dan weer zo schoon achterlaten als je het hebt aangetroffen. Logisch toch? Is het dan niet net zo logisch dat we de schepping van God, waarin en waarvan we mogen leven ook leefbaar achterlaten voor de generaties die na ons komen? Dat we niet ‘de schillen en de dozen’ of beter gezegd ‘het niet afbreekbare afval en de verpestte aarde’ overlaten aan anderen. Duurzaam leven betekent dat je je realiseert wat een goede heerser behoort te doen. Wij mensen zijn verantwoordelijk voor het wel en wee van al het leven op de aarde (Psalm 8: 7-9). Maar de aarde met al wat daar op leeft is er om te gebruiken, niet om te misbruiken!

Vandaag is het  in Nederland de Dag van de Duurzaamheid. en daar hoort dit jaar de slogan ‘laat het zien op 10-10’ bij. Toen ik eerder over het onderwerp duurzaamheid en de zorgen over vervuiling van de aarde schreef kwam ik er achter dat er veel ambivalentie heerst over duurzaamheid. Ook onder christenen. In sommige commentaren werd deze ambivalentie onder christenen toegeschreven aan een apocalyptische instelling waarmee een aantal christenen behept is. Immers, zo wordt door deze christenen dan gezegd, de apocalyptische rampen die worden voorspeld als we niet meer verantwoord met de aarde omgaan brengen de wederkomst van Jezus Christus dichterbij. Nu weet ik dat in het verleden de klimaatproblemen door mensen die ons van die materie bewust wilden maken soms wat te pessimistisch is geschilderd en er soms flink gesjoemeld is met feiten en cijfers. Maar ontslaat dat ons dan van de plicht om de schepping waarin wij mogen leven dan niet zo optimaal mogelijk te onderhouden en door te geven aan de generaties na ons. Over het beheer van de schepping wordt ook en juist in de Bijbel ook op heel indringende wijze een beroep op de mens gedaan.‘Wanneer jullie eenmaal in het land zijn dat ik je zal geven, moet het land rust krijgen, een sabbatsrust gewijd aan de HEER. Zes jaar achtereen mogen jullie je land inzaaien, je wijngaard snoeien en de oogst binnenhalen. Maar het zevende jaar moeten jullie het land laten rusten.’ (Leviticus 25:2-4). De schepping die we in bruikleen hebben gekregen is niet van ons en juist christenen hebben de plicht die te onderhouden. Dat heeft niets te maken, of is in tegenspraak met welk apocalyptische visie dan ook. Simpel gezegd is het een uitwerking van het gebod ‘heb uw naaste lief als uzelf’. Niemand van ons wil toch in een vergiftigde wereld leven waar het een dagelijkse strijd is om aan de dagelijkse levensbehoeften te komen?  Dat gun je dan toch ook je naaste niet, je naaste van nu niet en je naaste in de toekomst niet. Toch?

Daarom: laat het zien op 10-10… en op 11-10, op 9-10, altijd maar weer!

Afgelopen zaterdag ging op de ecologische boerderij Eemlandhoeve in Bunschoten van Maaike en Jan Huijgen een uurtje het licht uit. Letterlijk welteverstaan. In het kader van Earth Hour, een jaarlijks terugkerend wereldwijd initiatief om mensen er van hun leefstijl bewust te laten worden. Door onze leefstijl hongeren we de aarde als het ware tot stervens toe uit.

Bijna aan het begin van de christelijke Veertigdagentijd die in kader staat van bezinning lijkt me dit een mooi gebaar.

Hoe gaan wij om met de aarde en wat ons gegeven is. Als christenen hebben we hiermee, meen ik, een speciale taak. Als kerk hebben we vaak en ook terecht over waarden en normen. Dat moet niet alleen bij woorden blijven, maar de daad moet bij het woord gevoegd worden.

Veel christenen zullen in de komende Veertigdagentijd daar hun eigen invulling aan geven. Is je leefstijl in overeenstemming met de woorden die je gebruikt? Een goed idee vind ik wat de Eemlandhoeve laatst op het Earth Hour heeft laten zien.

Voor veel christenen is dit een onderdeel van het Onzevader dat ze kennen. Met de gevolgen van de enorme branden in Rusland waardoor een heel areaal aan graanproducten verloren is gegaan en dat tot gevolg heeft dat de Russische regering afgekondigd dat de export van graan wordt beperkt. Het gevolg zal zijn dat wereldwijd de prijzen van graanproducten en producten die afhankelijk zijn van graan (als voeding bijvoorbeeld; denk aan vlees) explosief zullen stijgen. Analisten denken dat, zoals altijd, de allerarmsten in de wereld het eerst het slachtoffer zullen worden van de op handen zijnde prijsexplosie. Wellicht zullen ook de mensen in het rijke Westen op termijn de gevolgen aan den lijve de prijsstijging ondervinden.

‘Geef ons heden ons dagelijks brood’; voor veel mensen een misschien gedachteloos gebeden gebed. Maar de wereld lijkt nu de gevolgen te moeten betalen van eigen handelen. Kort gezegd  gaat het volgens mij om ‘rentmeesterschap’.  Hoe gaan wij om met de wereld die ons gegeven is, dus niet een wereld die ván ons is.  De gevolgen van de ons handelen, voor wat betreft de stijging van de prijzen het graan, zullen in eerste aanleg de allerarmsten treffen maar op termijn lijkt het ook onszelf te treffen.  En hoe het ook zij, wat je zelf ondervindt, komt des te harder aan. De actualiteit vraagt dan ook om handelen. Handelen om ‘het dagelijks brood’ voor een ieder te waarborgen.

Misschien is het goed om onszelf weer eens te realiseren dat de bede om het dagelijks brood heel actueel is!

Het is vrijdag 18 december en het lijkt er op dat de Climate Change Conference geen doorslaand succes zal worden. Er zullen hoogstens wat vage beloftes worden gedaan die op de volgende conferentie in Mexico zullen worden behandeld. De vraag die nu kan worden gesteld: is dit erg. Ja, misschien aan de ene kant wel: het zou mooi zijn geweest als er goede zaken besloten waren en er nu echt mondiaal actie werd ondernomen om aan de slag te gaan met de klimaatproblemen. Maar… even eerlijk: waren de verwachtingen ook niet echt te hoog gespannen  en was de ballon ook niet te veel opgeblazen. Het blijkt dat allerlei globale economisch-politieke machinaties sterker zijn dan de wil om veranderingen in gang te zetten.

Maar er is ook nog een andere kant die je niet uit het oog moet verliezen: wat de uitslag van de klimaattop ook mag worden en hoe je ook tegen klimaatproblemen mag aan kijken, of je nu tot het ene kamp of het andere kamp behoort…

de conferentie legt de vinger wel bij het feit dat het ons mensen niet van de plicht ontslaat om verantwoord met de ons gegeven aarde om te gaan. Ook al lijkt het er soms op dat een eenmansactie geen resultaat heeft, toch kunnen heel veel kleine druppels op een gloeiende plaat die plaat doen afkoelen.

Volgens mij een werkelijke jobstijding voor de de verkoop van ‘groene’ en biologische producten. Volgens een kleinschalig onderzoek gehouden in opdracht van het Voedingscentrum kiest meer dan de helft van de Nederlanders door de kredietcrisis voor goedkoper eten uit de supermarkt. En de ervaring leert dat dan meestal de biologische producten niet worden gekocht. Immers, het idee bestaat dat deze producten duurder zijn. Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral schreef Bertolt Brecht in de Dreigroschenoper. Eerst het eten, dan de ethiek. Ethiek blijkt een luxegoed te zijn; dat is ook niet verwonderlijk. De primaire levensbehoefte dient eerst te worden gelenigd voordat men aan ethische afwegingen toekomt. De ‘kiloknaller’ lonkt uitnodigend als je toch wat meer op je geld moet letten. Voedingsproducten die goedkoop zijn – en meestal minder ethisch verantwoord zijn geproduceerd – zullen in de winkels meer aftrek vinden. Een oplossing zou er misschien moeten komen van de overheid. Door ethisch minder verantwoorde producten extra te belasten of een andere financiële prikkel. Maar het lijkt of de politiek zich momenteel concentreert op andere zaken.  Dat zie je volgens mij op vele terreinen: de overheid vindt haar taak om het land op andere aspecten te helpen belangrijker dan de mensen er van bewust te worden dat het hyperconsumeren niet langer door kan gaan. Op internationaal gebied hoef ik maar te wijzen op de plannen van de regering Obama. Nu er toch wat grote offers moeten worden gebracht, worden de beloftes die gedaan zijn ineens minder concreet.

Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral…