Ergens in een kloostertuin in het Atlasgebergte in Algerije
liggen zeven eenvoudige grafstenen naast elkaar.
Ze horen bij evenzovele vermoorde monniken.
Onder hen de abt: frère Christian de Chergé.
Het verhaal achter deze grafstenen wordt gevangen
in de film ‘Des hommes et des dieux’ uit 2010.
Frère Christian en zijn zes medebroeders
bewonen een klooster in Algerije.
Christian was aanvankelijk Frans officier.
Hij werd vrienden met de Algerijnse politieagent Mohammed.
Mohammed was moslim, Christian christen.
Het stond hun vriendschap niet in de weg.
Maar anderen rond Mohammed hadden hier grote moeite mee.
Christian was voor hen een vijand: Fransman, militair en christen.
Op een dag werd Christian ingesloten door moslimfundamentalisten.
Hij vreesde voor zijn leven.
Maar Mohammed sprong er tussen en redde zo Christians leven.

Een paar dagen later werd Mohammed gevonden
bij de put achter z’n huis: gewurgd.
Zijn vriendschap met Christian en zijn reddingdaad kostten hem zijn leven.
Dit bepaalde Christians verdere leven:
iemand had létterlijk zijn leven voor hem overgehad.
Dat deed hem zoveel dat hij besloot in te treden in het klooster,
om zich te wijden aan God en de mensen.
In zijn denken en geloven werd een bepaald begrip belangrijk:
het martelaarschap van de liefde.
Dat had hij van zijn vriend Mohammed geleerd:
de liefde is bereid om te lijden omwille van de ander.
Zelfs voor de vijand.

Toen een tijd later een stel moslimfundamentalisten
de omgeving onveilig maakte, kwamen ze ook bij het klooster.
Hun leider eiste drie dingen:
de dokter van het klooster, medicijnen en geld.
Christian weigerde.
Hij schreef later:
‘Niet alleen omdat ik mijn broeders hoeder ben,
maar ook omdat ik deze broer moest hoeden,
die voor me stond,
die het nodig had om iets te ontdekken in hemzelf,
dat anders was dan wie hij geworden was (…)
ik wil niet sterven met haat, ik geloof in God, die onze Vader is.
Ik geloof in genade, voor jou en mij.’
Zo wilde Christian getuige zijn.

Maar de spanningen lopen op.
Het wordt steeds gevaarlijker en angstiger.
Op een dag zijn de kloosterlingen bijeen in de kapel om te bidden.
Ineens horen ze het geluid van een naderende gevechtshelikopter.
De helikopter richt z’n boordmitrailleur op de kapel.
Christian begint te zingen,
de broeders slaan de armen om elkaars schouder.
En tegen die herrie boven hen, tegen het dreigend geweld in, zingen ze.

Ik vind het een prachtig beeld voor ons als kerk, als gelovige.
Om tegen alles in, tegen de dreiging, de terreur, de haat,
de onverschilligheid, de lauwheid, de crisis,
de oorlog, de verdeeldheid.
Om tegen dat alles te zingen.
En moed te houden. Te blijven hopen.
Vanwege Hem, die is en die was.
Die gekomen is en komen zal.

 

Het verhaal van Jezus’ lijden en uiteindelijke dood aan het kruis,
is geen punt.
Het is een komma.
Want het verhaal gaat door.
Zo zou je het verhaal van Pasen kunnen samenvatten.
Het woord zelf, betekent zoveel als doortocht, voorbijgaan.
Geen punt, maar een komma.
Het leven gaat door.
Het leven van Jezus gaat door.
Het contact is niet verbroken,
ook al is het lijntje dat wij daarmee onderhouden
misschien wel dun geworden,
of ben je het soms even kwijtgeraakt,
dat kan.
Maar Pasen vieren, is toch steeds ook weer
van ons uit bezien, de draad oppakken.
Weer gaan staan in het licht van dat verhaal,
het verhaal van Jezus,
waarin jij zelf ook betrokken bent, hoe dan ook.

Het verhaal van bevrijding gaat door.
Zo vieren wij Pasen,
het oude verhaal, dat telkens actueel is.
Omdat het gaat over lijden en dood,
en dat is van alle tijden.
Omdat het gaat over het offer van de liefde, die alles overwint.
De liefde die van elke punt, een komma kan maken.
Het verhaal gaat door.
Het leven van Jezus is niet voorbij.
Hij leeft verder, in ons verhaal,
in daden van bevrijding.
Hij zelf trekt ons in het licht en neemt ons mee op die weg.

Pasen daagt ons uit, ten slotte,
om na te gaan,
waar in ons eigen leven,
punten in komma’s kunnen worden veranderd.
De kracht van Pasen is toch,
om onwrikbare situaties open te breken,
om ons uit onze stellingen te halen,
waarin we onszelf hebben teruggetrokken,
in eigen gelijk of in verongelijktheid.
Het kan altijd anders.
Midden in het leven van alledag,
terwijl je je misschien wel eens afvraagt
of het nou wel zoveel verschil maakt
dat Jezus uit de dood is opgestaan.
Natuurlijk maakt dat verschil!
Want omdat Hij leeft,
sta je er niet alleen voor.
Hij leeft,
Hij is erbij.
En Hij spreekt. Woorden van leven.
Maar dan moet je wel zelf ook op staan,
in beweging komen,
meegaan in de beweging van bevrijding en van leven,
die Jezus zelf heeft ingezet.
Wat wij moeten doen is onze oren spitsen.
Luisteren naar Zijn stem.
En het dan ook wágen met Hem.
Dan zál Hij je ook zegenen,
vast en zeker.

O vlam van Pasen, steek ons aan,
de Heer is waarlijk opgestaan!

 

‘Ik weet niet waar je het over hebt.’ … ‘Echt ik ken die man niet!’
De dienstmeisjes van de hogepriester hebben
Petrus, leerling van rabbi Jezus uit Galilea in een hoek gedreven.
Petrus kan geen kant meer uit.
Om zijn hachje je redden ontkent hij drie keer
dat hij ook maar iets met Jezus heeft te maken.
In de vroege ochtendschemering kraait een haan.

Zijn eigenlijke naam is Simon Barjona. Simon, zoon van Johannes. Visser uit Betsaïda.
Zijn netten, zijn vissersboot, zijn gezin – kortom zijn hele vroegere bestaan –
heeft Simon achter zich gelaten. En hij is Jezus gevolgd.
Drie jaar lang is hij met rabbi Jezus en zijn leerlingen \
door het hele land van Judea en Galilea getrokken.
Vanaf het begin is Simon erbij geweest.
Getrokken, geboeid, geroepen door deze bijzondere rabbi uit Nazareth.
Rotsvast is zijn geloof in Jezus, om jaloers op te worden:
‘U bent de Messias, de Zoon van de levende God’.
Ja, Simon – die van Jezus de bijnaam Petrus, Rots krijgt –
weet het zeker: deze Leraar is de langverwachte Bevrijder van Israël.
Het Koninkrijk van God is aanstaande.
De Romeinen zullen binnenkort hun biezen moeten pakken.
Maar hoe anders is het gelopen, deze laatste dagen in Jeruzalem.
Het begon allemaal zo indrukwekkend.
Op een ezel daalt Jezus de Olijfberg af.
De geestelijke leiders van het volk voeren intussen hun duivels plan uit.
De agenten van de tempelpolitie nemen rabbi Jezus gevangen.
Hij wordt hardhandig afgevoerd naar het paleis van Kajafas, de hogepriester.
Monddood zullen ze Hem maken, die o zo populaire rabbi uit Galilea.

En dan gebeurt het. Het onverwachte, het onvermijdelijke.
Een dienstmeisje meent hem te herkennen als een leerling van rabbi Jezus:
‘Jij hoorde ook bij die Jezus uit Galilea!’

Petrus schrikt zich rot. Hij vlucht in de ontkenning.
Maar daardoor verwijdert Petrus zich radicaal van Jezus.
Elke band met de Meester snijdt de leerling door.
En dat terwijl Jezus juist hém daarvoor had gewaarschuwd.

Simon Petrus, een mens als u en jij en ik.
Hij wordt door Jezus geroepen om leerling van Hem te zijn.
Rotsvast is zijn geloof.
Hij verloochent zijn Meester.
Maar ook voor hem is er vergeving en verzoening.
Ook voor hem is er – na Pasen – een nieuw begin mogelijk.
Voor hem … en voor ons!

 

Pasen is een feest om bij te zingen.
We vieren de opstanding van Christus.
Dat is een feest, een groot feest en bij feesten hoort muziek.
De verkondiging van de opstanding van Christus
is ook iets wat ons voorstellingsvermogen te boven gaat.
Dat maakt het tegelijkertijd moeilijker om het vieren,
maar juist dan komt het op zingen aan.
‘We zingen het geloof naar binnen’, zei de dichter Ad den Besten ooit.
We zingen niet alleen omdat we geloven, maar ook opdat we geloven.
En juist het hoge feit van de overwinning van Christus op de dood
is iets dat bij uitstek bezongen moet worden.

Maar zijn de psalmen daarvoor geschikt?
De uittocht van Israël uit Egypte, dat wordt gevierd met het Pascha,
wordt wel uitgebreid bezongen in de psalmen.
Het is het feest van bevrijding uit de slavernij
en van die bevrijding verhalen veel psalmen.
En tijdens dit feest van Pesach,
vindt de gevangenneming van Jezus, Zijn lijden en sterven plaats.
De bevrijding die dit brengt is nauw verbonden
met de bevrijding die met Pesach gevierd wordt.
In dood en opstanding van Jezus gaat het om de bevrijding uit de macht van het kwaad
en de dood voor heel de mensheid.
In Handelingen 4 getuigt Petrus voor het Sanhedrin,
die eerder Jezus veroordeeld heeft, van Jezus, lijden,
dood en opstanding en dat doet hij met een psalm, met psalm 118:

Deze Jezus is de steen die door u, de bouwers, veracht werd, maar Die de hoeksteen geworden is.

Deze psalm hoort bij het Hallel die op Pesach gezongen wordt,
wordt hier door Petrus op Jezus betrokken.
Voor Petrus verkondigt deze psalm de opstanding van Jezus.
In de Evangeliën betrekt Jezus dit psalmvers ook op zichzelf.
Aan het kruis citeert Jezus psalm 22 en 31.
Als we psalm 22 lezen is het verwonderlijk
hoe sterk wij daar het lijden van Jezus in herkennen.
Jezus leefde de psalmen en geeft ze nieuwe betekenis.
Het lijden van Jezus weerspiegelt het vele lijden van de psalmen
en de opstanding van Jezus vormt de vervulling
van het reddend handelen van God waarvan de psalmen getuigen.

Door Jezus, die niet alleen aan Pesach,
maar ook aan de psalmen een nieuwe dimensie geeft.
Psalm 118 zingt van het handelen van God.
In de bevrijding van Egypte,
maar ook van de bevrijding van het kwaad en de dood,
door de hoeksteen door bouwers afgekeurd, door God zelf ten hoeksteen gelegd.

Zie de mens die in zijn lijden
teken werd voor alle tijden
van wat liefde dragen kan.

Deze woorden zijn geïnspireerd op woorden van Pontius Pilatus.
Nadat hij Jezus had laten geselen
en de soldaten hem een doornenkroon op hadden gezet
en een purperen kleed om hadden gedaan,
zijn ‘Zie de mens’ de woorden waarmee hij Jezus voorstelt aan de verzamelde menigte.

Waarom zegt Pilatus dat?
Om bij de menigte zie zich tegen Jezus gekeerd heeft mededogen op te wekken?
Laat je raken door deze deerniswekkende figuur.
Want een mens is mens in kwetsbaarheid.
Als wij de ander aangetast zien, dan herkennen wij onszelf in de ander.
Daar zien wij een mens, zoals wijzelf zijn.
Daar zijn we verbonden met elkaar. Jezus is echt mens,
net zo echt als wij mens zijn, juist in zijn lijden.
Het is tevergeefs, de menigte is in de greep van bloeddorstigheid.
Waar blijft hun menselijkheid?

De woorden hebben binnen het evangelie naar Johannes een nog grotere reikwijdte.
Het evangelie begint met: Het Woord is mens geworden.
Dat klinkt mee in deze woorden van Pilatus.
Hier staat hij: Het woord van God, dat mens geworden is.
Pilatus bedoelt het niet, maar het betekent het wel.
In deze lijdende mens verbindt God zich met heel de mensheid,
Met alle mensen. Jezus is de mens bij uitstek.
Jezus is de mens zoals God het bedoelt:
Een mens met ontferming, levend vanuit zijn liefde.
Voor ons is Jezus ook degene die laat zien hoe God is.
Dat God niet bovenaf wil beschikken over de mensen, maar ons wil dienen.
Zich met ons wil verbinden op leven en dood.

Deze mens is de stichter van een koninkrijk.
Hij draagt de tekenen van zijn koningschap:
een doornenkroon en de purperen mantel.
Straks is zijn troon het kruis.
Zijn koningschap is van een totaal andere orde.
Is van een andere wereld.
Een wereld waar de mens is zoals God het bedoelt.
En in zijn weg wordt Hij voor ons de weg,
de poort naar dat nieuwe koninkrijk.

Hij wordt dat voor de mensen van toen en nu.
De woorden van Pilatus zijn in het Latijn overbekend geworden:
Ecce homo’. Zie de mens.
De ware mens voor ons die de liefde leeft
opdat wij ons aan die liefde geven.

De zeventiende-eeuwse Franse wis- en natuurkundige,
christelijk filosoof en theoloog Blaise Pascal schreef eens:

alle problemen van de mensheid komen voort
uit het onvermogen van de mens om rustig
alleen in een kamer te zitten.

En nu, vierhonderd jaar later, hebben we bewijs van hoe moeilijk we dit vinden.

Onderzoekers voerden een experiment uit
waarbij ze meerdere mensen alleen in een kamer plaatsten
met niets anders te doen dan daar vijftien minuten te zitten.
De meerderheid gaf toe zich ongemakkelijk te gaan voelen
als men zich met niets anders dan zijn gedachten bezighoudt.
Het experiment werd herhaald,
alleen werd er dit keer een instrument in de kamer geplaatst
dat een onaangename elektrische schok kon toedienen.
In de periode van vijftien minuten
diende één op de vier vrouwen zíchzelf de schok toe
om de verveling te verlichten.
Twee op de drie mannen deden dat ook.

Er is een kans dat we de verkeerde conclusies trekken
uit sociale experimenten
omdat het moeilijk is om in de gedachten van anderen te kruipen,
maar we kunnen hier een goede gok wagen.
Onze levens zijn overprikkeld.
Alleen in een kamer zijn met onze gedachten
voor een langere tijd is vreemd.
We hóren niet zo te leven menen we.
Onze smartphones zijn de ‘stok en staf die ons vertroosten’.
Elk vrij moment moet worden besteed aan TikTok, Instagram of Spotify.

Naarmate mensen ouder worden,
denken ze vaak dat de wereld zijn aandachtsspanne verliest,
zonder te beseffen dat de focus afneemt
naarmate we ouder worden.
Maar er lijkt iets te zijn veranderd in de afgelopen twee decennia.
Er is een geheel nieuwe digitale architectuur ontworpen
die er niet was.
Het creëert de buzz van de stad,
en is om ons heen verrezen als wolkenkrabbers,
waardoor koude schaduwen en bittere windtunnels
van woede en afleiding ontstaan die de warmte blokkeren.

Deze nieuwe online stad is opzettelijk ontworpen
om onze aandacht vast te houden;
om te voorkomen dat we offline iets gaan doen.
En het werkt.
Tussen 2010 en 2020 hebben we wereldwijd
twintig keer meer informatie verbruikt.
Dit is een kolossale toename voor onze hersenen
om in een oogwenk te verwerken.
Onze geest is minder geworden als het coole,
witte minimalistische interieurontwerp
waar mensen naar streven in het leven
en meer als het rommelhok
waar kapotte en nutteloze spullen
worden gedumpt.

Sommige wetenschappers stellen
dat we onszelf de schuld van deze situatie geven.
Als we anderen vertellen dat onze smartphone ons afleidt,
is het antwoord dat we krijgen dat we hem moeten uitzetten.
Hoewel we dit soort stappen kunnen ondernemen,
worden we er echter meer en meer afhankelijk
van gemaakt door techbedrijven .
Natuurlijk is er net als bij shopaholics
sprake van individuele verantwoordelijkheid,
maar er is ook het bouwwerk van consumentenkapitalisme
dat is ontworpen om ons meer spullen te laten kopen
of – in het geval van het internet –
meer informatie te laten absorberen.

Als we bedenken wat het betekent
om Jezus vandaag de dag te volgen,
beseffen we vaak niet wat technologie met ons doet.
De voordelen zijn duidelijk
– de wereld binnen handbereik hebben,
in een oogwenk met familie en vrienden kunnen praten –
maar de nadelen blijven onduidelijk.
Hoe beïnvloedt digitale afleiding
het lezen van de Bijbel
en een toewijding aan gebed?
Er is weinig onderzoek naar gedaan,
maar we geven God misschien
minder toegewijde aandacht dan voorheen.
Als we van de ene bron naar de andere fladderen,
als een vlieg op een warme zomerdag,
blijven we niet lang genoeg
op één plek om te ontdekken
of God daar op ons wacht.

Aanwijzingen van God komen vaak
van buiten het kerkelijk denken.
Nu heeft een groep tech-tovenaars uit Silicon Valley
het idee van een digitale sabbatical bedacht,
waarbij mensen één dag per week offline doorbrengen.
Hoewel ze zichzelf beschrijven
als niet bepaald religieus,
verdrinkt hun manifest
zo’n beetje in religieuze traditie.
Ze adviseren mensen om:

  • Technologie te vermijden
  • Contact te houden met geliefden
    Uw gezondheid te koesteren
  • Naar buiten te gaan
  • Commercie te vermijden
  • Kaarsen aan te steken
  • Wijn te drinken
  • Brood te eten
  • Stilte te vinden
  • Iets terug te geven

Het is een sabbatical die opnieuw is uitgevonden
voor het digitale tijdperk.

Er wordt een aantal praktische acties opgesomd
die kunnen worden ondernomen,
zoals gefocust blijven op de taak
en blootstelling aan sociale media te beperken,
omdat is aangetoond dat dit in grote hoeveelheden
slecht is voor de geestelijke gezondheid.
We moeten onze gedachten ook kunnen laten afdwalen.
Dit spreekt het argument
over het niet verliezen van de focus niet tegen.
Het afdwalen van de gedachten is, paradoxaal genoeg,
een vorm van aandacht.
Het is de ruimte waarin we de puzzels
van ons leven oplossen,
punten met elkaar verbinden
die we hadden gemist,
een plaatje inkleuren
om het tot leven te brengen.

Wanneer de profeet Elia God ontmoet op de berg Horeb,
is er eerst een sterke wind,
daarna een krachtige aardbeving
en ten slotte een laaiend vuur.
Maar God openbaart zichzelf
niet in deze aangrijpende verschijnselen.
Hij is te vinden in de pure stilte die volgt;
in het gefluister van een stem.

De pure stilte van vandaag wordt verbroken
door het vertrouwde gezoem van een nieuwsfeed
of een update op sociale media
– of de schok van een elektrische stroom.
Het is nu het moment dat we
binnen gehoorsafstand
van de zwakke audio
van het Goddelijke komen.

Kerkvader Augustinus wist het al:

onrustig blijft ons hart totdat het rust vindt in U’

 

Aswoensdag is het begin van de Lijdenstijd, ofwel de Veertigdagentijd.
Veertig dagen bereidt de kerk zich voor op Pasen.
In de Bijbel wordt het getal 40 gebruikt om een periode van voorbereiding,
uitzuivering en groei aan te geven.
Zoals het volk Israël 40 jaar door de woestijn trok op weg naar het Beloofde Land
en zoals Jezus 40 dagen beproefd werd voordat hij aan zijn werk begon.
Zo bereidt de kerk zich voor om in het spoor van Jezus
door de dood heen tot nieuw leven te komen.
Alles wat ballast is geworden, alles wat mensen van hun bestemming afhoudt,
alles wat het leven belemmert, mag mee sterven in de dood van Jezus,
opdat wij op een nieuwe manier ons leven kunnen ontvangen uit Gods hand.
Daarom klinkt psalm 51: God, herschep mijn hart, maak het zuiver.
Ook vasten op welke wijze ook schept ruimte voor verlangen naar het grote feest.
In de ruimte van dat verlangen kan gebed opkomen en tijd en aandacht voor de naaste.

Het gebruik van as begon in de vroege Kerk
toen mensen die iets misdreven hadden,
openlijk boete deden in de aanloop naar een nieuw begin met Pasen.
Als teken van hun berouw werden ze met as bestrooid.
Later werd het een gebruik dat door alle gelovigen werd gevolgd
in hun eigen verlangen naar vergeving en een nieuw begin.
Het maakt duidelijk dat we de mensheid
niet kunnen verdelen in goede en slechte mensen:
het kwaad gaat dwars door ons eigen leven.

De as komt van de palmtakjes die de kerk vorig jaar op Palmzondag uitreikte,
een symbool voor Christus die ook bij ons wil zijn.
Vaak legden mensen deze takjes op de graven van hun geliefden,
als teken van de hoop op opstanding.

Een askruisje halen, aan het begin van de Veertigdagentijd, op weg naar Pasen.
Dat kun je doen omdat je je bewust bent dat je tekort schiet
in wie je bent en wat je doet.
Je kunt het doen omdat je ervan bewust wilt blijven
dat je een sterfelijk mens bent.
Zodat je niet doet alsof alles altijd hetzelfde blijven
en je je vastklampt aan wat je hebt,
en niet kunt omgaan met wat je los moet laten.

Stof ben je en tot stof keer je terug.

Wat een opluchting is dat!
Al dat zware getob, al dat gewichtige gedoe,
al dat gepraat van arrogante managers,
al die dictators die de wereld onderdrukken,
al mijn eigen gedoe iedere keer weer.

Stof ben ik en tot stof zal ik terugkeren.

Gelukkig!
Laat me dan dus maar niet te zwaar tillen aan mijn eigen leven,
ik ben een stofje op de zoom van het universum
dat zal bestaan ook nadat ik tot stof ben weergekeerd.

Stof ben je en tot stof keer je weer.

Dus als je vast, doe dan niet alsof je een heldendaad verricht,
maar laat het een daad van overgave zijn aan de Heer van alle leven.
Laat je vasten en al je religieuze gedrag
een daad van liefde zijn voor de God
die neerknielde in het stof en zei:
kom tevoorschijn, jij, mens, ik geef je mijn levensadem.

Stof ben je en tot stof keer je terug.

Verzamel dan geen schatten op aarde alsof je daarmee gewicht krijgt.
Het gewicht van stof is genoeg voor je, want is het genoeg voor God.
Wees voluit, vrolijk en dankbaar stof op de zoom van het universum
want dat is je glorie en je geluk,
het grote voorrecht van het leven dat leeft op de adem van God.

Stof ben je en tot stof keer je terug.

Mens. Keer je dan om als je ergens nog denkt dat je god bent
in het diepst van je gedachten of het diepst van je handelen,
als je ergens nog denkt dat je mag oordelen
over anderen of zelfs over jezelf,
als je ergens nog meent dat je kunt leven
met je rug naar God toe alsof jij jezelf het leven geeft.

Keer je om, heb berouw en weet dat je stof bent
dat leeft op de adem van de Allerhoogste,
dichter nabij dan ons eigen hart.

4 juni 1976 – 16 februari 2024

In verband met het eenjarig herdenken van de moord op Navalny, een repost van een eerder bericht 

In de rechtszitting kort na zijn arrestatie,
waarin zijn voorwaardelijke straf werd omgezet in echte gevangenisstraf,
vertelde Navalny het gerechtshof in Moskou dat hij christen was geworden.

Tijdens dat proces in 2021 zei hij:
‘Feit is dat ik christen ben…
Ik was zelf ooit een behoorlijk militante atheïst…
Maar nu ben ik een gelovige, en dat helpt mij enorm bij mijn activiteiten…
Er zijn minder dilemma’s in mijn leven,
omdat er een Boek is waarin over het algemeen
min of meer duidelijk staat welke actie in elke situatie moet worden ondernomen.

‘Het is natuurlijk niet altijd gemakkelijk om dit Boek te volgen,
maar ik probeer het echt. En dus is het, zoals ik al zei,
waarschijnlijk gemakkelijker voor mij
dan voor vele anderen om zich met politiek bezig te houden.’

Navalny citeerde vaak verzen uit de Bergrede van Jezus, in het bijzonder:
“Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden”           (Matteüs 5:6).
‘Ik heb altijd gedacht dat dit specifieke gebod min of meer een instructie tot activiteit is’,
merkte Navalny op.

Aleksej Navalny vocht onbevreesd tegen de corruptie in Rusland
en werd vergiftigd, gevangengezet en op 16 februari 2024 vermoord door de staat.

Sinds het nieuws over zijn dood bekend werd,
heb ik nagedacht over de woorden van Navalny.
Hij zag de instructie van Jezus niet alleen als een belofte
die in de toekomst vervuld zou worden,
maar als een zeer actuele oproep tot actie.
Het motiveerde hem niet alleen om op te komen voor gerechtigheid,
maar ook om zich uit te spreken tegen onrecht.
Het gaf hem de moed om zijn eigen leven op het spel te zetten in het belang van anderen.

Zijn honger en dorst naar gerechtigheid
waren niet alleen spiritueel, maar letterlijk:
soms koos hij voor een hongerstaking
om de aandacht van de wereld te trekken,
soms werd hij uitgehongerd als straf in de gevangenis.
Hoe dan ook, hij bleef zich inzetten
voor het teweegbrengen van verandering
in het politieke systeem van zijn land.

Als Navalny zijn geloof kan vasthouden,
gerechtigheid kan blijven nastreven
en anderen kan uitdagen om de leer van Jezus te volgen,
zelfs terwijl hij gevangen wordt gezet,
gemarteld en zelfs vermoord,
moeten we misschien allemaal heroverwegen
hoe we de vrijheden en kansen die we hebben gebruiken.

Misschien moeten ook wij ons meer uitspreken
als er sprake is van misbruik van publieke middelen,
ongepaste invloed van de media,
het oppotten van rijkdom door enkelingen,
of om de verslaving aan geld, seks en macht aan te pakken.

Kunnen we nog meer doen om te pleiten voor de gemarginaliseerden
en om ervoor te zorgen dat degenen die aan de macht zijn,
werken ten behoeve van degenen die dit het meest nodig hebben?
Hoe kunnen we pleiten voor een goed landsbestuur
en onze leiders ter verantwoording roepen,
en eisen dat degenen die leiding geven
dit met integriteit en mededogen doen?

Navalny’s leven, dood en geloof dwingen de vraag af:
wat kunnen we vandaag de dag in de naam van Jezus
en met behulp van de Bijbel doen
om rechtvaardigheid en gerechtigheid na te streven?

In zijn eigen woorden: ‘You’re not allowed to give up!’

4 juni 1976 – 16 februari 2024

 

In de rechtszitting kort na zijn arrestatie,
waarin zijn voorwaardelijke straf werd omgezet in echte gevangenisstraf,
vertelde Navalny het gerechtshof in Moskou dat hij christen was geworden.

Tijdens dat proces in 2021 zei hij:
‘Feit is dat ik christen ben…
Ik was zelf ooit een behoorlijk militante atheïst…
Maar nu ben ik een gelovige, en dat helpt mij enorm bij mijn activiteiten…
Er zijn minder dilemma’s in mijn leven,
omdat er een Boek is waarin over het algemeen
min of meer duidelijk staat welke actie in elke situatie moet worden ondernomen.

‘Het is natuurlijk niet altijd gemakkelijk om dit Boek te volgen,
maar ik probeer het echt. En dus is het, zoals ik al zei,
waarschijnlijk gemakkelijker voor mij
dan voor vele anderen om zich met politiek bezig te houden.’

Navalny citeerde vaak verzen uit de Bergrede van Jezus, in het bijzonder:
“Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden”           (Matteüs 5:6).
‘Ik heb altijd gedacht dat dit specifieke gebod min of meer een instructie tot activiteit is’,
merkte Navalny op.

Aleksej Navalny vocht onbevreesd tegen de corruptie in Rusland
en werd vergiftigd, gevangengezet en op 16 februari 2024 vermoord door de staat.

Sinds het nieuws over zijn dood bekend werd,
heb ik nagedacht over de woorden van Navalny.
Hij zag de instructie van Jezus niet alleen als een belofte
die in de toekomst vervuld zou worden,
maar als een zeer actuele oproep tot actie.
Het motiveerde hem niet alleen om op te komen voor gerechtigheid,
maar ook om zich uit te spreken tegen onrecht.
Het gaf hem de moed om zijn eigen leven op het spel te zetten in het belang van anderen.

Zijn honger en dorst naar gerechtigheid
waren niet alleen spiritueel, maar letterlijk:
soms koos hij voor een hongerstaking
om de aandacht van de wereld te trekken,
soms werd hij uitgehongerd als straf in de gevangenis.
Hoe dan ook, hij bleef zich inzetten
voor het teweegbrengen van verandering
in het politieke systeem van zijn land.

Als Navalny zijn geloof kan vasthouden,
gerechtigheid kan blijven nastreven
en anderen kan uitdagen om de leer van Jezus te volgen,
zelfs terwijl hij gevangen wordt gezet,
gemarteld en zelfs vermoord,
moeten we misschien allemaal heroverwegen
hoe we de vrijheden en kansen die we hebben gebruiken.

Misschien moeten ook wij ons meer uitspreken
als er sprake is van misbruik van publieke middelen,
ongepaste invloed van de media,
het oppotten van rijkdom door enkelingen,
of om de verslaving aan geld, seks en macht aan te pakken.

Kunnen we nog meer doen om te pleiten voor de gemarginaliseerden
en om ervoor te zorgen dat degenen die aan de macht zijn,
werken ten behoeve van degenen die dit het meest nodig hebben?
Hoe kunnen we pleiten voor een goed landsbestuur
en onze leiders ter verantwoording roepen,
en eisen dat degenen die leiding geven
dit met integriteit en mededogen doen?

Navalny’s leven, dood en geloof dwingen de vraag af:
wat kunnen we vandaag de dag in de naam van Jezus
en met behulp van de Bijbel doen
om rechtvaardigheid en gerechtigheid na te streven?

In zijn eigen woorden: ‘You’re not allowed to give up!’

de sabbat brak aan
Lucas 23,54b

Stille Zaterdag.
Ik weet ik nooit zo goed wat ik van deze dag moet vinden.
Wat horen we op Stille Zaterdag wel te doen?
Wat is niet gepast op Stille Zaterdag?
Hoort het leven op de normale manier verder te gaan?
Moeten we treuren, in rouw verkeren,
omdat we eraan denken hoe onze Heer in het graf lag en dood was?
Het leven is van Jezus geweken. Hij heeft de geest gegeven.
Wat er overblijft, is een levenloos lichaam.
De zaak is voorbij. Over en uit.
Wat er overblijft is de herinnering aan Jezus:
wat Hij tijdens Zijn leven deed, Zijn tragische en wrede dood.
Het enige dat zijn volgelingen kunnen doen,
is ervoor zorgen dat Hij een waardige begrafenis krijgt.
Zodat het lichaam van Jezus niet verdwijnt in een anoniem massagraf.
Als dit de betekenis is van de graflegging van Jezus
zouden we inderdaad op deze dag
moeten treuren en terugdenken aan de dagen, dat Zijn lichaam in het graf lag.
Dan zou Stille Zaterdag een dag van verontwaardiging moeten zijn
vanwege het onrecht dat Hem is aangedaan door Hem te kruisigen.
Lukas geeft echter één signaal, waardoor we niet deze kant op moeten denken.
Eén signaal in zijn tekst,
waardoor Stille Zaterdag een heel andere betekenis krijgt:
Stille Zaterdag is namelijk een sabbat.
Lukas vertelt dat ook: de dag van de sabbat brak aan.
De sabbat werd ingesteld om Zijn volk te dat te laten weten.
Een dag in de week moest het werk rusten, om te beseffen dat het de Heere is die werkt.
Dat Zijn trouw van dag tot dag doorgaat.
Dat er geen moment komt, waarop Hij deze wereld loslaat.
Op de sabbat wordt er niet gewerkt om te weten dat God werkt.
Als Jezus in het graf gelegd wordt, breekt de sabbat aan.
Het werk van God is voltooid.
Nu is het geen, maar verlossing.
Nu wordt niet alleen de duisternis van het kwaad en van het lijden beteugeld,
maar ook de nacht en de duisternis van de zonde.
Stille Zaterdag, de dag waarop het lichaam van Jezus in het graf lag, wil zeggen:
elke dag en elke week die nu volgt,
volgt na wat Jezus heeft volbracht aan het kruis op Golgotha.
Heel de wereldgeschiedenis die volgde,
ons leven dat daarop volgde kan moet gezien worden
in het licht dat straalt van het kruis op Golgotha,
het licht van Gods genade.