Oké, als rechtgeaarde protestant van het confessionele snit
besteed ik misschien wel heel veel aandacht aan de nieuwe paus,
maar dat heeft zeker zo een reden:
er is momenteel namelijk heel veel onrust
op het geopolitieke toneel.
Er zijn veel tegenovergestelde belangen
opgeblazen ego’s die hun plaats opeisen
ten koste van de ander en van andere landen.
En dan denk ik: misschien kan de nieuwe paus
in deze situatie van spanningen een bemiddelende rol spelen?
Hij heeft daar immers al een voorbeeld van gegeven,
met het faciliteren
van een tête-à-tête tussen Trump en Zelensky.

Zo gingen mijn gedachten weer terug
naar het eerste optreden van de pas geïnstalleerde paus:
Je zag de imposante gevel van de Sint-Pieter,
dat grote monument van Rooms-Katholieke autoriteit.
Op het plein ervoor was een menigte van 200.000 mensen verzameld
die zich uitstrekte zover het oog reikte.
De wereldmedia keken vanaf de balkons op die menigte neer.
En daartegenover stonden de rijkelijk versierde
rode fluwelen stoelen klaar
voor president als Zelensky, J.D. Vance, Trump,
en de staatshoofden van andere talloze landen
in Europa en ver daarbuiten.

En ik dacht aan de nieuw aan te treden paus, Robert Prevost;
hij stond op het punt door deze deuren te stappen.
Een man die in 2015 tot bisschop werd benoemd,
pas twee jaar geleden kardinaal werd
en nu in de aandacht stond van deze enorme menigte
en miljoenen anderen op tv,
als dé spirituele leider van 1,4 miljard katholieken,
die binnen een paar weken van relatieve onbekendheid
naar de beroemdste man ter wereld was gekatapulteerd.
Volgens mij moet je dan wel iemand zijn
met een opmerkelijke nederigheid;
om dit allemaal niet naar je hoofd te laten stijgen.

De Sint-Pieter is ontworpen om indruk te maken.
Het plein voor de kerk is omringd
door imposante beelden van apostelen,
heiligen, martelaren en kerkvaders,
die allemaal neerkijken
op de gebeurtenissen beneden.
Het was precies déze kerk
die onbedoeld de Reformatie in gang zette,
toen een fondsenwervingsactie
voor de bouw gepaard ging
met de verkoop van aflaten in onder andere Duitsland,
waar het Maarten Luthers woede opwekte.
De voorgevel, met zijn hoge pilaren, grote ramen,
weelderige balkons en rijke wandtapijten,
kan niet anders maken dan je klein te voelen.
Binnen is de ruimte énorm, met overal prachtige kunstwerken.
Dit was een uiting van het pausdom uit de Renaissance,
dat leidde naar de Contrareformatie,
de zelfverzekerde barokke geest
die de triomf van de Kerk over al haar vijanden aankondigde.

Een paus met een vleugje ijdelheid zou gevaarlijk zijn.
Alles wijst op de macht van deze positie,
de opvolger van Petrus,
de leider van de grootste christelijke gemeenschap ter wereld,
iemand die wereldwijd direct herkenbaar is,
naar wie wereldleiders
met de pet in de hand moeten komen.
Geen wonder dat sommige pausen
in het verleden politieke manipulators zijn geworden
en met keizers en koningen wedijveren
over wie de meeste macht heeft.

Maar tegenwoordig klinkt de Katholieke Kerk nederiger.
Paus Franciscus zette de kerk
op weg naar een lijn van ‘synodaliteit‘,
waarbij hij andere stemmen uitnodigde
in de discussies binnen de kerk
dan alleen mannelijke priesters.
Paus Leo lijkt die lijn te willen doortrekken.

Verwijzend naar zijn verkiezing zei hij:

‘Ik ben uitgekozen zonder enige verdienste van mijzelf,
en nu kom ik, met vrees en beven,
naar u toe als een broeder,
die de dienaar van uw geloof en uw vreugde wil zijn,
en met u wil wandelen op het pad van Gods liefde.’

De toon was er niet één van zelfverheerlijking,
van het benadrukken van de macht van de positie.
Er was geen strategie om de kerk en de wereld
fundamenteel te veranderen.
Er was geen groots plan
om de machtsmiddelen te gebruiken
om de maatschappij naar zijn visie vorm te geven.
In plaats daarvan ging het erom
een ongrijpbare en oncontroleerbare kracht te ontketenen:
de kracht van zelfopofferend mededogen.

Of zoals paus Leo het zelf verwoordde:

‘Het ambt van Petrus wordt juist gekenmerkt
door zelfopofferende liefde,
van de Kerk van Rome
die haar ware gezag vindt
in de naastenliefde van Christus.
Het gaat er nooit om anderen
te veroveren met geweld,
religieuze propaganda of macht.
In plaats daarvan
gaat het altijd
en alleen om liefhebben zoals Jezus deed.’

Dat is anders dan de manier
waarop pausen in het verleden soms spraken.
De Kerk heeft geen andere macht dan de macht van de liefde
– het soort zelfopoffering
die we zien in het leven van Christus.
De huidige paus vindt haar ware gezag in naastenliefde.
Een beetje anders
dan sommige andere presidenten
die ik me kan herinneren.

Toegegeven, we weten nog niet veel over hem,
maar Robert Prevost
komt op me over als een nederig man.
Iemand die een plek aan Harvard Law School
aan zich voorbij liet gaan
om in plaats daarvan
twintig jaar lang de armste gemeenschappen
in Peru te dienen,
slapend op de vloer van hutten,
reizend op ezels naar afgelegen dorpen,
onopgemerkt en onbekend.
Dat getuigt van een duidelijk gebrek
aan eigenbelang.
Je solliciteert niet naar het pausschap,
je kandidatuur aankondigend,
je opwerkend in de gelederen,
je verdiensten bepleitend tegenover de kiezers.
In plaats daarvan ga je gewoon door met wat je doet,
en als de roep komt, geef je er gehoor aan.

Als paus Leo zal hij die nederigheid nodig hebben
wanneer hij deze rol
de rest van zijn leven op zich neemt.
Hij zal die nodig hebben
om de subtiele verleiding
van de eerbied die anderen
hem betonen te weerstaan,
de bewondering die hij zal ontvangen
waar hij ook gaat,
de gebouwen waarin hij woont,
de pracht van de pausen die hem voorgingen,
de manier waarop mensen
aan zijn lippen zullen hangen.
De verleiding om te denken dat Robert Prevost
toch een enorme vis is,
iemand wiens talenten
hem tot dit punt hebben gebracht,
zal groot zijn.

Maar als hij onverhoeds toch aan die verleiding toegeeft,
zal hij terugvallen
in de alledaagse gang van zaken in de wereld,
en heersen over degenen die hij onder zijn hoede heeft.
Maar hij lijkt zich terdege bewust
van de gevaarlijke aard van zo’n positie.
‘Wie er ook geroepen is
om de opvolger van Petrus te zijn’,
zei hij,
‘moest toezicht uitoefenen
zonder ooit toe te geven
aan de verleiding om een autocraat te zijn,
heersend over degenen
die aan hem zijn toevertrouwd.
Integendeel, hij is geroepen
om het geloof van zijn broeders en zusters
te dienen en naast hen te staan.’

Het was toch Jezus die zei:

‘Jullie weten dat de volken onderdrukt worden
door hun eigen heersers
en dat hun leiders hun macht misbruiken.
Zo mag het bij jullie niet gaan.
Wie van jullie de belangrijkste wil zijn,
moet dienaar van de anderen zijn’ (Lucas 10,42-43)

Andere presidenten, premiers en patriarchen
zouden daar een voorbeeld aan kunnen nemen.

motto van Maarten Luther overgenomen als argument door de boeren

Naast de herdenking van het verschijnen
van de geloofsbelijdenis van Nicea 1700 jaar geleden,
is het ook vijfhonderd geleden dat de
Duitse Boerenoorlog plaatsvond.
Dit was de grootste revolutie vóór de Franse Revolutie in 1789.
Deze Boerenoorlog (Deutscher Bauernkrieg)
van 23 juni 1524 tot 15 mei 1525 was een opstand
van boeren en lage edelen die begon
in het Zwarte Woud en Baden-Württemberg
in het toenmalige Heilige Roomse Rijk.
Het betrof ook een godsdienstoorlog,
kort na het op gang komen van de Reformatie.
Prediker-opstandelingen zoals Thomas Müntzer en Nicholas Storch,
predikers uit het Saksische Zwickau
(die bekend stonden als de Zwickauers),
brachten met hun verzetspreken andere opstandelingen in beweging.
De fakkel werden overgenomen
door andere rondtrekkende predikers
over heel het Rooms-Duitse Rijk,
namelijk Balthasar Hubmaier (Waldshut),
Johannes Denk (Neurenberg)
en Sebastian Franck (Donauwörth).
Ook opportunistische of zich bedreigd voelende verarmde lage edelen
sloten zich aan zoals Florian Geyer en Götz von Berlichingen.

Oorzaken van de Duitse Boerenoorlog
De belangrijkste oorzaak van de opstand van boeren,
en ook lagere edelen,
was dus onder andere het lijfeigenschap.
Zo kwamen de boeren in de roerige tijd kort na de Reformatie,
in opstand tegen het systeem van feodalisme en horigheid
waarvan ze deel uitmaakten.
Ze moesten voor de adel allerlei diensten doen
en fikse belastingen betalen
aan zowel de adel als de Rooms-Katholieke Kerk.
De motivatie voor hun opstand vonden veel boeren in ideeën van de Reformatie
– en met name Maarten Luthers
die een accent op vrijheid en onafhankelijkheid
(‘een christen is niemands onderdaan’) legde.
Zo verwezen de boeren in hun eisenpakket,
dat ze in 1525 opstelden
en de ‘Twaalf artikelen van Memmingen’ genoemd wordt,
meermalen naar de Bijbel én naar Luthers boekje
Over de vrijheid van een christen uit 1520.
Al in 1493 met de Bundschuh-Bewegung,
maar zeker vanaf 1518 ontstonden er
met name in het westen en zuiden van het Heilige Roomse Rijk
opstanden van boeren, die in 1524 escaleerden in oorlog.
Na eerst welwillend tegenover deze revolutie te staan
stelde Luther zich uiteindelijk afwijzend
tegenover de Duitse Boerenoorlog
en publiceerde daarover in 1525
het pamflet Wider die Mordischen und Reubischen Rotten der Bawren.
Andere reformatoren, onder wie Huldrych Zwingli
en Thomas Müntzer (Monezer), spraken zich wel uit voor de boeren.

Verloop van de Duitse Boerenoorlog
De onrust ontstond vanaf 1524
met name door rondtrekkende predikanten,
die opruiende preken hielden.
Een soort prelude dus van de hagenpreken,
die in 1566 in de Republiek der Nederlanden
tot de Beeldenstorm leiden.
De boeren vormen op tal van plekken in het zuiden en westen
van het Heilige Roomse Rijk eigen legertjes.
Hiermee vielen ze burchten, kastelen, kerken en kloosters aan.
De vorsten verdedigden zich door huurlegers samen te stellen.
De eerste grote slag in de Duitse Boerenoorlog
vond plaats op 23 juni 1524
in het Wutachtal nabij Stühlingen.
Een groot leger van boeren trok hierbij op
tegen graaf Sigmund II von Lupfen.
In de veldslagen en schermutselingen
die in het jaar hierna nog volgden,
vielen in totaal tussen de 70.000 en 100.000 doden.

De Boerenoorlog in het Heilige Roomse Rijk
kwam op 15 mei 1525 officieel ten einde,
toen de samenwerkende Duitse vorsten
de boeren versloegen in de Slag bij Frankenhausen.
Zo’n 6000 goed bewapende Saksische en Hessische troepen,
zowel voetvolk als ruiterij,
onder leiding van graaf Georg met de Baard
en Filips I van Hessen,
versloegen een provisorisch bewapend boerenleger.
De boeren, meer dan 6000 man, werden uitgemoord.
Een dag later werden nog eens 300 gevangengenomen boeren,
met name leiders, geëxecuteerd.
Deze executies voerden de vorsten zonder proces uit.
Er werden ook boeren vrijgelaten,
maar zij kwamen in de rijksban
ofwel: ze werden vogelvrij verklaard.

Belangrijkste gevolgen van de Duitse Boerenoorlog
De boeren kregen niet wat ze wilden
en de heersende macht, de adel en geestelijkheid,
behield zijn macht.
Daarbij verloor de lage landadel
– door de verwoestingen en chaos tijdens de oorlog –
haar macht aan de hogere adel.

Het zou nog tot 1848 duren voordat het feodalisme in Duitsland
officieel afgeschaft werd.
Dat was rijkelijk laat vergeleken met bijvoorbeeld Frankrijk,
waar dit tijdens de Franse Revolutie van 1789 ‘al’ gebeurde.

waarschijnlijk nooit door Luther uitgesproken, wel aan hem toegeschreven

 

Vandaag, 31 oktober, is het Hervormingsdag.
Eeuwen geleden zou de monnik Maarten Luther
95 stellingen hebben geslagen
op de deur van de Slotkapel te Wittenberg.
Al geruime tijd is onzeker of deze gebeurtenis echt heeft plaatsgevonden.
Degenen die over deze gebeurtenis vertellen,
waren in 1517 namelijk nog niet in Wittenberg.
Ook is het raadselachtig waarom deze stellingen
de naam ’95 stellingen’ hebben,
omdat er versies bekend zijn met andere nummeringen.
Ook voor de theologie van Luther en de reformatorische doorbraak
zijn deze stellingen veel minder kenmerkend
dan bijvoorbeeld Luthers commentaar op de Romeinenbrief.
Toch zijn deze stellingen een publicitair succes.
Ook al heeft Luther ze wellicht niet geslagen op de deur,
hij verstuurde ze wel op 31 oktober
naar enkele bisschoppen en gaf exemplaren aan zijn vrienden.
Binnen enkele weken werden ze over heel Europa gedrukt en verspreid.
Deze stellingen zijn het eerste mediasucces sinds de uitvinding van de boekdrukkunst.

Een eeuw later, in 1617,
een jaar voor het uitbreken van de Dertigjarige Oorlog in Duitsland
beginnen de gereformeerden in de Palts de Hervormingsdag te gedenken.
Andere regio’s en ook de Lutheranen sluiten hierbij aan.
Zodoende kan de componist Johann Sebastian Bach in 1725
zijn cantate maken ter herdenking van de Hervorming.

In 1817 wordt de Hervormingsdag in Nederland ingevoerd.
De Franse tijd is net achter de rug.
Nederland heeft een koning uit het Oranjehuis.
De kerk krijgt in 1816 een nieuwe kerkorde:
het algemeen reglement.
Willem I wil naar Pruisisch voorbeeld
de Lutheranen en de Gereformeerden
in één kerk laten samenkomen.
De invoering van de (gezamenlijke) Hervormingsdag in 1817
is daarvan een voorbode.
Hervormingsdag is niet alleen een kerkelijk gebeuren.
hoewel het wel op zondag gehouden wordt.
Na de Franse tijd krijgt Nederland de Zuidelijke Nederlanden erbij
en heeft Nederland een grote katholieke bevolking
binnen de landsgrenzen.
Is Nederland nu een protestantse of een katholieke natie?
Hervormingsdag is aan de ene kant een poging tot oecumene
– Lutheranen en Gereformeerden -,
maar ook een poging tot afgrenzing: anti-katholiek.

Overigens: de synode draagt in 1817 op
Hervormingsdag te houden op de zondag na 31 oktober.
Pas rond 1850 Hervormingsdag op de dag zelf.

 

Maarten Luther vergeleek de Bijbel met een stad met vele straten.
Het lijkt op het eerste gezicht
een onoverzichtelijke wirwar van allerlei weggetjes.
Maar als je beter kijkt, zie je al die weggetjes en straten
uitkomen op het stadsplein in het centrum van die stad:
Jezus Christus.
Bij Bijbellezen gaat het om ‘gericht lezen’.
Christus is het Hart van heel de Bijbel.

Hoe is het met jou als Bijbellezer gesteld?
Drie aandachtsgebieden zijn belangrijk voor het Bijbellezen.
Ik vat ze samen met de woorden ‘geduldig, gelovig, geheel’.
Bij ieder deelgebied geef ik je een paar praktische checkpunten mee.

geduldig
– Heb ik rustig de tijd genomen om de Bijbel te lezen?
Een vast moment op de dag kan helpen.
Ben je avondmens: lees ‘s avonds,
ben je ochtendmens: lees ‘s morgens.
Lees op zondagmiddag aan tafel
de tekst die ‘s morgens in de kerkdienst aan de orde kwam
en praat met je huis- en gezinsgenoten nog eens over de dienst.

– Heb ik voldoende energie gereserveerd om met de Bijbel bezig te zijn?
Bijbellezen op het beste moment van je dag
kan soms veel meer verhelderend zijn
dan een lezing voor de nachtrust of in de vroege morgen.
Geef het béste deel van je tijd voor het Bijbellezen
en niet de ‘randen van de dag’,
als je energievoorraad en je concentratievermogen erg laag is.
Geef vooral ook niet te snel op.
Als je geen zin hebt om te eten,
doe je het ook omdat je weet dat het nu eenmaal goed voor je is.
En vaak knap je er erg van op!
Zo is het ook met Bijbellezen.
Er is zoiets als een ‘heilig moeten’;
tóch lezen, ook al heb jij (of je kind of je partner)
geen zin of energie.
Je zult zien dat dat z’n vruchten afwerpt!

– Heb ik voldoende de moeite genomen om de Bijbel te lezen en te begrijpen?
Net zoals je moeite moet doen
om een ander mens te leren kennen en te ontmoeten,
zo moet je ook moeite doen
om de Bijbel als ontmoetingsboek te leren kennen.
Leg je Bijbel daarom niet meteen
bij het eerste de beste dat je niet begrijpt neer.
Haal de dingen er uit die je wel begrijpt.
En zoek dieper als je sommige dingen niet begrijpt,
bijvoorbeeld bij een gesprekskring of in boekjes.
Bedenk hoeveel moeite God heeft gedaan
om met jou in contact te treden
via het Evangelie over zijn Zoon.
Zou jij dan ook niet wat energie moeten offeren
om te investeren in je relatie met God?
Die investering kan geld behelzen (om een boekje aan te schaffen),
tijd en doorzettingsvermogen.

Varieer ook eens van Bijbelvertaling.
Dat hoeft niets te kosten,
vertalingen staan vaak gratis online.
Probeer ook eens een Engelse vertaling.
Dat dwingt je nog eens opnieuw naar teksten te kijken
die je al heel vertrouwd zijn.
Doordat je moeite moet doen om het vertalen,
ga je extra precies naar de tekst kijken en ontdek je nieuwe dingen.

In deze periode begint voor christenen de tijd van Advent:
verwachtingsvol uitzien naar de herdenking
van de komst van Jezus Christus in deze wereld.
Zijn volgelingen – christenen – worden opgeroepen
om juist dan na te denken over hoe zij Jezus Christus volgen
en hoe ze Hem ingang in hun leven wil geven.
Willen ze echt hun geloof hun leven laten bepalen?
Dat vergt in deze tijd het een en ander van de christen.

Want zo bij tijd en wijle poppen er weer bepaalde discussies op
waarbij de conclusie is dat religie – dus ook het christendom –
misschien een mooie levensovertuiging is
maar toch alleen beleden moet worden ‘achter de voordeur’.
Wanneer dit soort discussies zich voor doen denk ik
dat juist christenen de opdracht hebben zich uit te spreken.
Zij moeten in een democratie leren het publieke debat niet schuwen.
Dat is volgens mij een voorwaarde van christelijke ethiek
die beraadt hoe men goed moet handelen.
In navolging van de lijn van kerkvader Augustinus
is het de opdracht van een christen op zoek te zijn
naar de zuiverheid van het christelijk handelen
en naar het compromis in een gemengde wereld.
Dit zou een christelijke ethische levensoriëntatie moeten zijn.
Hierbij is ethiek meer dan alleen reflectie op handelen.
Christelijke ethiek zou zich rekenschap moeten geven
van de vraag naar wezen en bestemming van de mens.

Over het algemeen veronderstelt ethisch handelen
vrijheid om keuzes te maken.
Maar waardoor wordt een keus voor het goede bepaald?
Is het de rede die de toon aangeeft?
En moet de wil de rede volgen,
zoals ethici vanaf de oudheid tot en met Kant verdedigd hebben?
Bij hem treedt de wil als bepalend element op de voorgrond.
Niets anders kan in absolute zin voor Kant en de zijnen
goed heten dan de redelijke wil.
Een visie die nog altijd aanhangers heeft,
maar tegelijk heftig bestreden is onder invloed
van Schopenhauer, Nietzsche en Freud.
Maar je behoeft geen christen te zijn om te erkennen
dat de wil op drift is geraakt en mensen geneigd zijn tot kwaad.

Daarbij laat het christendom met haar belijdenis van zonde en genade
wel een eigen geluid horen.
Het kwaad schuilt in de wil zelf, de wil die zich van God heeft afgekeerd, de verdorven wil. Dat is geen tragiek, maar schuld.
Daarom begint christelijke ethiek, zo leert Calvijn,
niet met vrijheid, zij begint met bevrijding.
Een mens behoeft zich niet zoals baron Von Münchhausen
zelf uit het moeras op te trekken.
De Tien Geboden beginnen met de proclamatie van God die bevrijdt.
En het apostolisch getuigenis verkondigt de bevrijding
van de wil uit de macht van de zonde tot de vrijheid van het leven
als kinderen van God. Zo wordt de wil tot rede gebracht.
Het goede is niet inherent aan de mens. Het is vrucht van de Geest.
Geloof, hoop en liefde zijn geen te verwerven deugden,
maar gaven van de Geest.
Christelijke ethiek staat zo gezegd, in de schijnwerpers
van Pasen en Pinksteren.
Het vrije leven is het leven in gehoorzaamheid
en liefde onder de tucht van de Geest die ons het gebod leert verstaan.

Maar wat betekent dat nu voor de concrete velden van de politiek,
de sociale ethiek, de gezondheidszorg, de economische vragen?
Wat is de christelijke boodschap voor leven en samenleving?
En volgens mij zit ‘m daar de kneep.
Immers, dwang is niet verenigbaar met het christelijk geloof.
Kerkhervormer Maarten Luther verwoordde het eens zo:
‘Een christen is een vrij heer over alle dingen en niemands onderdaan.’

Maar hoezeer christenen ook hun best moeten doen
om via argumentatie verstaanbaar over te komen,
uiteindelijk staat een ethische reflectie
die zich de wet laat voorschrijven door de Geest
die hem bepaalde gedragsregels voorhoudt;
weer in de woorden van Luther:
‘Een christen is een dienstbare knecht
van alle dingen en ieders onderdaan.’
Omzien naar elkaar, de ander belangrijker achten dan jezelf
Dat maakt de christen weerloos in een wereld
waar de autonomie van het Eigen Ik hoge ogen gooit.
Nu is dat voor het christelijke geloof geen vreemde zaak.
Een christen is, zo laat het Nieuw Testament zien,
een vreemde eend in de bijt van de samenleving.
Wat mensen doet ophoren en doet vragen
naar de Weg is ten diepste niet de argumentatie,
maar een getuigend leven in de navolging van Christus.
Ik denk dat christenen juist nu moeten laten zien
in woord en daad dat hun levensoriëntatie
van barmhartigheid en solidariteit
in een samenleving waar individualisme de heersende levensfilosofie is
hét Verschil kan maken.
Laten we daar in de periode van Advent verder over door denken.

Oké, het onderhouden van je lichaam zal zeker goed zijn, immers het gezegde zegt ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’, maar ik denk dat de huidige gezondheidscultuur waar het lichaam bijna als afgod gaat functioneren doorslaat. Je kunt tegenwoordig bijna geen weg meer berijden of op het (fiets)pad ernaast loopt een persoon van willekeurig welke leeftijd druk te joggen. Lijkt me heel gezond zo langs die weg, liters fijnstof naar binnen zuigen ;0). Reclames doen ons geloven dat het lid zijn van een sportschool een noodzakelijkheid is voor het leven. Ten aanzien van dit onderwerp bleef een idee uit het boek van Philipp Blom over cultuur en  crisis in de jaren 1918-1938 (Alleen de wolken) bij mij haken. Hij schrijft dat mensen vanuit onzekerheid juist in die jaren hun toevlucht zochten in bodybuilding en een cultuur waar gezondheid en fitness centraal stonden. Het lijkt wel alsof in ons tijdsgewricht van onzekerheid er eenzelfde reflex ontstaat. Maar deze bijna verafgoding van het eigen lichaam lijkt ook het christelijk erf in vermomde te hebben bereikt. Er zijn christelijke bewegingen waar fysieke uitdagingen een wezenlijk onderdeel uitmaken van christelijke levensstijl. Het adagium lijkt te zijn: alleen door de herontdekking en herwaardering van je eigen fysieke leven kun je succesvol zijn in je geestelijk leven. De bovenstaande tekst uit 1 Timoteüs 4 brengt hier volgens mij een ‘gezonde’ dosis relativering in aan.  Gods wil te doen, dat is het belangrijkste. Oefeningen doen voor je lichaam ‘best wel nuttig’. Successen behalen op lichamelijk vlak is kortom (alleen maar) ‘best wel nuttig, niet minder maar ook niet meer! Gods wil doen gaat daar boven uit en is iets wat je niet uit je zelf kunt doen. Dat is enkel genade en genade is precies het tegenovergestelde van succes. Genade is eigenlijk het succes van God. Hij overtreft Zichzelf, Hij overtreft Zijn eigen rechtvaardigheid door ons iets te geven wat we niet verdienen. Succes verdien je, genade krijg je. Succes maakt opgeblazen, genade maakt dankbaar.
niet jezelf presenteren
 Genade is de grote gelijkmaker. In de maatschappij zullen altijd lagen blijven. De losers en de winners. Degenen die bijdragen en degenen die de hand ophouden. Degenen die bekend zijn en onbekend. Maar in Christus vallen die verschillen weg. ‘We zijn allemaal bedelaars’, zei Luther. Voor de een is dat makkelijker te erkennen dan voor de ander. De vrouw die Jezus voeten zalfde wist wel dat ze het van genade moest hebben. Voor Paulus was dat een moeilijker proces. Maar uiteindelijk kon hij met heel zijn hart zeggen dat alle dingen die hij vroeger als winst zag, zijn mooie cv, zijn afkomst, zijn hoge opleiding, niet meer telden. Het was vuilnis vergeleken bij het kennen van Jezus. Hij wilde alleen nog roemen in het kruis. Met andere woorden, het enige waar hij nog trots op wilde zijn was wat God voor hem had gedaan, uit genade. Niets anders was nog de moeite waard om over op te scheppen.
 
Dit is een punt waarop christenen fundamenteel zouden moeten verschillen van de wereld. In de wereld moet je jezelf neerzetten of profileren. Je sterke kanten laten zien. Het liefst nog wat overdreven, want dat doet iedereen en als jij dat niet doet, benadeel je jezelf. In Gods Koninkrijk tellen onze prestaties echter niet. Wat telt is de genade van God. Wat Hij heeft gedaan ondanks onze eigen zwakheden. De overdreven gezondheidscultuur is fundamenteel onchristelijk. Het is een enorme verleiding waar vrijwel iedereen mee te maken krijgt, maar alle glans die naar ons gaat, doet af van de glans van de genade van Christus.

Kortgeleden kreeg de preses van de Protestantse Kerk, ds. Van den Broeke, emmers vol kritiek over zich heen, omdat ze het waagde om koning Willem Alexander (belijdend christen) erop te wijzen dat hij in zijn publieke uitingen geen gewag maakt van zijn geloof in God. ‘Hoe ze het toch durfde’ was de mening van velen ‘geloof is immers iets privé, dat op z’n best achter de voordeur mag worden beleden en dus geen plaats heeft in het publieke domein’. Ik hoorde ik deze kritiek tot mijn verbazing ook van medechristenen ‘zoiets zeg je toch niet en helemaal niet in deze tijd waarin een IS (Islamitische Staat) met een beroep op een religie vreselijke terreurdaden begaat. Alsof wij en masse, christenen incluis, zijn gaan geloven in de verbeeldde werkelijkheid dat de mensheid zich verder heeft ontwikkeld tot een samenleving waar God geen plaats meer heeft, hooguit als folkloristische hobby die een kleiner wordend groepje mensen mag blijven beoefenen als andere mensen er maar geen last van hebben. Onze seculiere maatschappij, met praktisch atheïsme is gebaseerd op een seculiere moraal. Deze moraal bepleit het individuele geweten, de mens als hoogste maat der dingen en gaat voorbij aan God en Jezus Christus. Deze maatschappij waarin we alleen maar kunnen vertrouwen op eigen kracht, op eigen daden en waarin wij ons leven helemaal zelf kunnen en moeten vormgeven. God is weggeschreven uit de geschiedenis en zijn volgelingen ‘ach, de stumpers’.

Onze maatschappij gebaseerd op een christelijk-(modern)humanistische grondslag. ‘Wij hebben God vermoord, jullie en ik!’ liet Friedrich Nietzsche zijn dolle man zeggen in de vrolijke wetenschap ‘Wij zijn allemaal zijn moordenaars!‘. Maar meteen kwam hij ook met een analyse van die maatschappij zonder God ‘Dwalen we niet als door een oneindig niets? Gaapt de holle ruimte ons niet aan? Is het niet kouder geworden? Komt de nacht niet voortdurend sneller en sneller? Moeten er ‘s morgens geen lantaarns aangestoken worden?’ Onze samenleving is er een zonder ziel, zonder hoop. We zijn vrij, we zijn onze eigen meester… maar wat heeft ons dat opgeleverd? Ongelovigen geloven het ongelooflijksteWe zijn bang als mensen onze leefwijze afwijzen,als zij ons ongebreidelde ‘vrijheden’ veroordelen.

Vrijheid; de Duitse filosoof Rüdiger Safranski schreef hierover een belangwekkend boek:  Het kwaad of het drama van de vrijheid. In dit boek beschrijft Safranski – nadat hij allerlei filosofen heeft behandeld – de mens die leegte en chaos ervaart wanneer geen god of levensbeschouwing hem de weg wijst. Men dacht dat de mens vanwege het feit dat hij redelijk is op een normale wijze kan samenleven met de ander. Zolang ieder zich maar houdt aan de basisspelregels. Zolang de redelijkheid bewaard wordt, blijft ook het samenlevingssysteem overeind. Maar de redelijkheid weet niet iedereen meer te boeien. Het onredelijke, het kwaad blijkt diep in de mens verborgen te zitten. Het jezelf als middelpunt van het universum te wanen. Dat is uiteindelijk het kwaad, dat zich tracht zich ‘zich een goed geweten aan te meten’. Wat ik doe dat is in de regel toch goed? Vrijheid is het toverwoord. Maar vrijheid is geen gemakkelijkheidsoplossing, maar iets waarmee de uitdaging nog maar gesteld is.

Vrijheid zoekt ook naar ankerpunten, een ethiek en leefregels die haar mogelijk maken.Vrijheid zonder maat brengt enkel zelfvernietiging voort en oorlog. Ankerpunten zijn te vinden in de Tien Geboden, het evangelie van Jezus Christus. Dat zijn de richtlijnen die God ons gaf om mensen een leven te laten leiden in vrede, broederschap en eensgezindheid. Deze uitgangspunten, deze ankerpunten voor een maatschappij zullen echte rechtvaardigheid voortbrengen, echte ontwikkeling en vrede. Geloven, leven in afhankelijkheid van de door God gestelde normen, dat is pas vrijheid! Maarten Luther, de Duitse kerkreformator omschreef ‘vrijheid’ zo: Een christenmens is een vrij heer over alle dingen en niemands onderdaan; een christenmens is een dienstbare knecht van alle dingen en ieders onderdaan. Of zoals het in Romeinen 14 vers 17 staat: ‘Het Koninkrijk Gods is niet eten en drinken, maar rechtvaardigheid, vrede en blijdschap door de Heilige Geest.’  Ik stel mijn vertrouwen niet op ‘eten en drinken’, op ‘voedsel en kleding’, op ‘zekerheden, die ik in de hand heb’. Ik vertrouw op gerechtigheid, op het recht van en voor de ander die door God aanvaard is. Ik geloof in de keuze voor het recht van de armen, van de verdrukten en van hen die geen helper hebben. Ik vertrouw op vrede, ik kies voor het welzijn van de ander, en van Gods schepping. Mijn blijdschap is dat ik mij samen met de ander verheug in God, in het leven.

Houdt de radicale islam ons in wezen ook niet een beetje een spiegel voor. Zij willen gaan voor een radicale gehoorzaamheid aan hun God, helaas met hun  verwerpelijke uitwassen van terreurdaden. Maar waar gaan wij voor? Een beetje dit, een beetje dat. Steeds maar schipperen en vooral je kop niet boven het maaiveld uitsteken. Of gaan wij ook navolging, maar dan van Christus? Voor échte vrijheid.