Kortgeleden zag ik iets opmerkelijks.

Het speelde zich af in een restaurant.

Daar zat een gezinnetje aan tafel: man, vrouw en twee tienerdochters.

Gezellig samen uit eten.

Maar wat was het opvallende?

Deze vier mensen spraken niet met elkaar en keken elkaar ook niet aan.

Ze keken allen schuin naar beneden, naar hun telefoon.

De tienerdochters, maar ook de ouders!

Het grappige is dat je zoiets alleen van een afstandje kunt zien.

Die mensen zelf realiseerden zich ongetwijfeld niet hoe hun samenzijn eruit zag.

Want dat is het lastige van een telefoon:

als je erop kijkt, zie je niet meer wat er om je heen gebeurt.

Wat voor signaal geef je dus af als je in gezelschap uitgebreid bezig bent met je telefoon?

In feite dit: ‘ik’ hoef je niet zo nodig te zien, iets anders is boeiender op dit moment.

Niet zo netjes!

Toch is het onbedoeld dat mensen dit signaal uitzenden, tenminste dat hoop ik.

Als je die ouders vraagt:

‘wie is er nu belangrijker, je dochter of dat laatste berichtje?’,

antwoorden ze ongetwijfeld ‘mijn dochter’.

Alleen, de virtuele wereld trekt harder dan je denkt!

‘Hier, nu kijken!’ roept elke ping van een ontvangen appje.

Het werkt zelfs zonder dat de telefoon je roept.

Automatisch pak je het ding als je even een leeg moment hebt.

En nooit voor niets, er is altijd wel iets te bekijken of om op te reageren.

Voor je contacten van vlees en bloed doet het echter weinig goed!

Ik dacht: zou het een niveau hoger ook zo werken?

De onrust van de virtuele wereld die wezenlijke contacten hindert in de ‘echte’ wereld….

Zou voortdurende onrust in ons leven evenzo het contact hinderen

in de meest wezenlijke wereld, die van God?

Jezus zegt ‘kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan.

Dan zal ik jullie rust geven’.

Leg die telefoon maar opzij en probeer het!

Een kort gebed doet veel meer dan je denkt.

Bijna niemand heeft hem gemist:
de wilde theorie dat Bill Gates met hulp van het 5G-netwerk
het coronavirus verspreidt, zodat iedereen zijn vaccin nodig heeft.
Inmiddels vijf jaar geleden voorspelde miljardair Bill Gates
dat er weleens een virus kon ontstaan dat de hele wereld zou ontwrichten. Nu is er het coronavirus.
Dat kan geen toeval zijn, denken sommige mensen.
Gates heeft het zelf in de wereld geholpen,
zodat hij geld kan verdienen aan een vaccin,
waarbij hij en passant een chip laat implanteren
bij iedereen die dit vaccin ontvangt.
Het teken van het beest uit het Bijbelboek Openbaring,
vinden sommige christenen.
(een soortgelijke gedachte deed trouwens ook de ronde
bij de invoering van de streepjescode)
Of deze:
de anderhalvemetersamenleving is ingesteld
zodat camera’s gezichten beter kunnen herkennen.
Je hebt zulke complottheorieën waarschijnlijk wel gehoord.
Misschien haal jij je schouders erover op en vind je zoiets lachwekkend.
Hoe ga je om met zulke verontrustende berichten
en met aanhangers van complottheorieën?
Je merkt misschien dat zulke theorieën een kloof scheppen
als je erover in gesprek bent met je buren of familieleden.
Discussiëren of factchecken verkleint de kloof zelden.
Integendeel, het lijkt of je alleen maar meer
tegenover elkaar komt te staan. Hoe ga je daar nu mee om?

Allereerst: geruchten en complottheorieën zijn er altijd al geweest
en waren voor de komst van journalistiek en internet
nog veel sterker.
Jesaja en Jeremia bijvoorbeeld leefden in zo’n tijd.
Zij maanden tot kalmte: ‘Noem niet alles een samenzwering
wat zij een samenzwering noemen.
Wees niet bang voor wat hun angst aanjaagt’ (Jesaja 8:12).
‘Wees niet bang voor geruchten her en der.
Dit jaar gaat er een bang gerucht, het volgend jaar gaat er een ander’ (Jeremia 51:46).
En Jezus zei tegen zijn leerlingen:
‘Jullie zullen berichten horen over oorlogen en oorlogsdreiging.
Laat dat je dan niet verontrusten’ (Matteüs 24:6).

Een beetje nuchterheid kan dus geen kwaad.
Er zijn voortdurend nieuwe geruchten of theorieën
en die zijn echt niet allemaal waar.
Maar het kan onbevredigend zijn om alleen nuchter naar ‘de feiten’ kijken. Is het coronavirus er alleen,
omdat sommige mensen in China vleermuizen eten
en een virus van dier op mens is overgegaan?
Is het slechts stomme pech dat de globalisering
er vervolgens voor zorgde dat het zo’n wereldwijde ramp is geworden? Hoewel dat misschien heel verstandig klinkt,
is het ook nogal nihilistisch om te zeggen:
dingen gebeuren nu eenmaal omdat ze gebeuren.
Zo’n gedachtegang zit niet achter Jesaja’s, Jeremia’s en Jezus’ oproepen
tot nuchterheid.
Voor hen is de grootste reden om niet bang te zijn
de overtuiging dat God zelf aan het werk is.
‘Alleen de HEER van de hemelse machten is heilig,
voor Hem zijn angst en ontzag op hun plaats’ (Jesaja 8:13).
Jeremia ziet in de rampen die plaatsvinden
God zelf zijn oordeel uitvoeren (Jeremia 51:47).
Jezus spoort de leerlingen aan vooral waakzaam te zijn
voor de komst van de Mensenzoon.
Alle rampen die plaatsvinden, zijn het begin van de weeën,
de aankondiging van Jezus’ komst. (Matteüs 24:6-44).
Ook elders in het Nieuwe Testament kun je lezen
dat in alles wat er gebeurt God aan het werk is.
Het meest uitgebreid wordt dat geschilderd in het Bijbelboek
dat ‘Onthulling’ of ‘Openbaring’ heet.
Daar wordt gesproken over dat de dingen zijn niet wat ze lijken:
het altaar van Zeus in Pergamum is niet alleen een religieus bouwwerk,
het is de troon van Satan zelf (Openbaring 2:12).
Het Romeinse rijk is niet het rijk van vrede,
maar het is een allesverslindend godslasterlijk beest
en het geld met de afbeelding van de keizer is het teken van dat beest (Openbaring 13).

Het gevoel dat er ‘meer aan de hand is’, klopt dus volgens de Bijbel.
God is aan het werk. Dat is zeker ook verontrustend.
Angst en ontzag voor Hem zijn op hun plaats.
God kijkt niet vanuit de hemel machteloos toe,
terwijl mensen oorlog voeren, elkaar onderdrukken, bedriegen,
aan de kant zetten of zwartmaken.
God haat al dat kwaad en wil het vernietigen.
Daarom gaan volgens Openbaring zijn oordelen nu al over de wereld.
Je kunt in rampen die de wereld treffen
iets proeven van Gods woede over het kwaad
en van zijn verlangen het kwaad te vernietigen.
Uiteraard mag je er niet simplistisch over spreken,
alsof je het allemaal snapt.
Bijvoorbeeld door te veronderstellen
dat zij die het hardst getroffen worden, ook het meest gezondigd hebben. Juist het besef dat God aan het werk is, moet jou ook nederig maken.
Wie zou kunnen overzien wat God allemaal doet en waarom?
Aansluitend bij Jezus’ woorden en de beelden van Openbaring
kun je in de rampen van deze wereld ook Gods oordeel zien
en de aankondiging van Jezus’ komst om alles en iedereen te oordelen.
Jezus is én de komende rechter
én degene die Gods oordeel heeft ondergaan.
Onbegrijpelijk genoeg kan Jezus tegelijkertijd
aan de kant van het slachtoffer en van de schuldige dader staan.
Als slachtoffer liet Hij zich doodmartelen aan het kruis
om daar een misdadiger welkom te heten in het paradijs.
Gods oordelen hoeven niet alleen maar beangstigend
en verpletterend te zijn
als je ziet dat God ons zelfs in het oordeel niet alleen laat.
Juist ook dan is Hij Immanuel (Jesaja 8:8,10).
God is ook aan het werk door hen die protesteren tegen onrecht,
die zieken en slachtoffers genezen en hen niet aan hun lot overlaten.

Je hoeft het coronavirus en de verspreiding ervan
dus niet alleen maar te zien als domme pech. Er zit meer achter.
God is daarin het werk.
Je kunt er zijn oordeel in zien: deze wereld kan zo niet blijven bestaan. Tegelijkertijd:
Hij is aanwezig in ieder die er alles aan doet om er voor de ander te zijn. Hij toont Zijn liefde voor de mens.

Hoe ga je dus om met verontrustende berichten
en met aanhangers van complottheorieën?
Als je gelooft dat God aan het werk is,
is het goed om een beetje bescheiden te blijven
en niet te denken dat jij precies weet hoe het allemaal in elkaar zit. Neerkijken op mensen die bizarre theorieën aanhangen,
past al helemaal niet.
Hun intuïtie dat er (soms) meer aan de hand is,
wordt in de Bijbel bevestigd.
Maar daar krijgt dat ‘meer’ wel een heel andere invulling:
God is aan het werk!
Daarom hoef je ook niet bang te zijn voor wat er gebeurt
of wat er verteld wordt.
Wel is het terecht om ontzag te hebben voor God
die met zijn oordelen en zijn goedheid toewerkt
naar een nieuwe wereld vol gerechtigheid.

Van de week werd het nieuws bekend dat de bevolking van Zwitserland zich in een referendum heeft uitgesproken voor een verbod op de nieuwbouw van minaretten bij moskeeën. In Nederland werd dit nieuws door de Partij Voor de Vrijheid met veel instemming begroet: eindelijk is er een West-Europees land dat zich uitspreekt tegen de verdere islamisering van de samenleving zo wordt door hun gezegd. Eigenlijk deed zo’n reactie van de PVV mij totaal niet verbaasd doen opkijken; immers, al tijden tracht deze partij een spreekbuis te zijn  van de (latente) onderbuikgevoelens onder de bevolking. Daarmee treedt zij regelmatig mee in het nieuws.

Wel werd mijn verbazing gewekt door het voorstel tot een motie rondom dit thema vanuit de hoek van de SGP. De heer Cees van der Staaij, kamerlid namens de SGP, meldt dit op zijn weblog: ‘Bij het integratiebeleid heb ik het onbehagen als thema genomen dat onder veel autochtonen, zeker ook in de oude wijken, sterk leeft. Niet alles wat juridisch kan, is ook wijs. In dit verband heb ik verwezen naar opzichtige schotels, gebedsoproepen en minaretten. Hier is op zijn minst een wijze terughoudendheid geboden. Ik ben erg benieuwd of de motie die ik hierover heb ingediend, dinsdag een kamermeerderheid gaat halen.’

Oké, de SGP verwoordt het anders, maar is de strekking van hun motie niet in lijn met de onvrede die de PVV meermaals te berde brengt? Ik vind dit de oudste actieve en nog bestaande partij van het land – de Staatkundig Gereformeerde Partij werd opgericht op 24 april 1918 – onwaardig en een hyperige actie. Ik begrijp dat de partij zich zorgen maakt over de opkomst van de islam in Nederland, zeker als je het zet tegenover de sterk kwijnende invloed van het christendom in onze samenleving. Dat is een zorg die ik deel met hen. Maar ik vraag me echt af of een motie van deze strekking helpt bij meer begrip van de autochtone, niet islamitische bevolking voor de islam of dat dit alleen maar het proces van integratie frustreert. Misschien leven er in de achterban van de SGP ook ‘angst’gevoelens omtrent de (visuele) presentie van de islam in onze samenleving, maar ik denk dat het op deze wijze uiting geven aan onrustgevoelens geen goede zet is.

Volgens mij was het Cicero die eens gezegd heeft: ‘Grijze haren zeggen niets over de wijsheid van de ouderdom, alleen maar over de ouderdom’.