We kennen zo langzamerhand
allemaal wel het christelijk nationalisme
uit de Verenigde Staten van Amerika:
De beelden van een knielende Donald Trump
die vlak na zijn inauguratie gezegend werd
door een behoorlijk aantal voorgangers.
Voorgangers en christenen
die ‘hun’ Trump te vuur en te zwaard verdedigden
en zijn radicale plannen ondersteunen,
al was het alleen maar
om hun eigen agenda doorgevoerd te krijgen.
We deden het vaak af als een typisch Amerikaans iets.

Maar wat schetste mijn verbazing
toen ik laatst bij de Malieveldrellen in Den Haag
een houten kruis tussen de prinsenvlaggen en fakkels ontwaarde.
Onderzoekers hadden echter al eerder gewaarschuwd:
ook in Nederland wordt de christelijke symboliek
door radicaal- en extreemrechtse bewegingen
vaker ingezet om de ‘strijd’ tussen ‘goed’ en ‘kwaad’
een diepere lading te geven.

Vanaf het podium op het Malieveld
klonk tijdens de gewelddadige demonstratie een Bijbeltekst.
Els Noort, beter bekend als ‘Els Rechts’,
zwaait met een vlag waarop
de vermoorde Pim Fortuyn
en Charlie Kirk zijn afgebeeld.
Ondertussen leest ze voor uit Psalm 4:
In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen,
want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.
De 26-jarige Noort noemt het
‘een tekst die troost geeft in deze donkere tijd’.

Wat is de link tussen
uiterst rechts gedachtegoed en het christelijke geloof?
En is christelijk nationalisme
dat geweld niet schuwt een gevaar voor Nederland?

De Zoetermeerse Noort maakt er op sociale media
geen geheim van dat ze christen is.
Ze is gedoopt,
ging naar een reformatorische school
en deed drie jaar geleden belijdenis van haar geloof.
‘Ik kies volledig voor Hem en wil Hem dienen in mijn leven.’
Ze dankt God op X niet alleen
dat Hij haar zonden heeft vergeven,
maar ook: dat ze ‘geen linkse mening’ heeft.
‘God is goed, Geert wordt groot.’
stond er op een kruis te lezen.

Het kruis met ‘God is goed, Geert is groot.’ – beeld: YouTube

Noort gebruikt haar geloof ook om anderen aan te vallen.
Over oud-minister Hugo de Jonge zegt ze dat ze hoopt
dat hij zich straks kan verantwoorden tegenover God.
Oud-ChristenUnie-leider Gert Jan Segers noemt ze een ‘nepchristen’.
Mensen waar ze het niet mee eens is, noemt ze regelmatig ‘demonen’.

In London liepen eerder nog enkele anti-migratiedemonstranten
met kruizen en vlaggen door de straten.
Sommigen kwamen in een kruisvaarderskostuum.
Volgens de AIVD speelt daarbij het christendom en fluïde rol:
het kan gebruikt worden
om anderen het label van ‘het kwaad’ op te plakken,
om een witte, christelijke beschaving te claimen,
en soms om bruggen te bouwen naar conservatieve christenen.

Kort na deze demonstratie namen 36 Britse kerkleiders
uit conservatieve en progressieve stromingen
in een verklaring afstand van het gebruik
van die christelijke symbolen.
‘Jezus roept ons op om onze vijand
en onze naaste lief te hebben.
Het is onacceptabel dat het christelijk geloof
wordt misbruikt om anderen buiten te sluiten’,
schrijven zij.

Zo’n verklaring zou in Nederland ook een goed idee zijn,
zegt onderzoeker Marietta van der Tol van de Cambridge University.
‘In landen waar kerken zich duidelijk hebben uitgesproken
tegen misbruik van het geloof
door radicaal-rechtse groepen,
zoals in Noorwegen en Duitsland,
zwakken radicaal-rechtse groepen
hun claim op het christendom af.’

maar Van der Tol wijst wel
op de Amerikaanse invloed
op Nederlandse christenen,
bijvoorbeeld in de muziek, de liturgie,
of geestelijke literatuur.
‘De Amerikaanse samenleving is aan het radicaliseren
en dat zie je steeds meer in kerken en in de theologie terug.
Het zou goed zijn als gelovigen en kerken hier
nadenken over de vraag hoe welkom
die tendensen van radicalisering
zouden zijn in Nederland,
en of dat bij ons past.’

Het probleem zit ook bij het begrip ‘christelijk nationalisme’.
Voor de één betekent het iets anders dan voor de ander.
Christelijk nationalisme kan worden gedefinieerd als
‘liefde voor je natie, identificatie ermee
en speciale zorg voor haar welzijn’
Zo gelezen is er vanuit christelijk oogpunt
niets verkeerds aan.
Maar de term wordt tegenwoordig
ook anders ingevuld..
Dan duidt het eerder op een ideologie
die politieke macht nastreeft
om de christelijke identiteit
te verenigen met de nationale identiteit.
Met andere woorden,
het zou betekenen dat christenen
christelijke waarden willen opleggen
aan álle burgers van een natie
door middel van de wet.

Maar voor veel christenen zit juist hier
een addertje onder het gras.
‘Christelijke waarden’ omvatten
namelijk niet het dwingen van mensen
die zich niet als christen identificeren
om een christelijke levensstijl te leiden.
Christelijke waarden zijn gebaseerd
op de leer en het voorbeeld van Jezus,
en Hij was nooit dwingend.
Hij richtte zich op de harten van mensen
en streefde naar vrijwillige,
in plaats van afgedwongen gehoorzaamheid.
Zijn doel was dat mensen
Hem zouden volgen
en naar Zijn leer zouden leven
omdat ze dat meer dan wat ook ter wereld wilden,
niet omdat ze anders gevangen zouden worden gezet
of benadeeld zouden worden als ze dat niet deden.
Het evangelie is een uitnodiging
tot het meest lonende en vervullende leven
dat je je kunt voorstellen,
geen bevel dat uit angst
moet worden opgevolgd.

Jezus leerde expliciet dat christelijke politiek
anders zou moeten zijn
dan alles wat de wereld ooit heeft gezien:

‘Jullie weten’ zei Hij
‘dat de volken onderdrukt worden
door hun eigen heersers
en dat hun leiders hun macht misbruiken.
Zo mag het bij jullie niet gaan.
Wie van jullie de belangrijkste wil zijn,
moet dienaar van de anderen zijn.’ (Marcus 10,42-43)

Met deze woorden zette Jezus
een politieke agenda
voor zijn volgelingen neer
die radicaal verschilde van
elke andere beweging, religie,
instelling of natie.

Waar anderen altijd macht hebben gebruikt
om te domineren, te controleren
en gehoorzaamheid af te dwingen,
moeten christenen macht gebruiken
om degenen die onder hen staan
te dienen en hun bloei na te streven.
Met zijn eigen leven liet Jezus zien hoe dit eruitziet.
Veel mensen verwachtten dat de Messias
een groot militair leider zou zijn
die een leger onder zijn banier zou verzamelen,
dat hij de Romeinse onderdrukking zou afschudden,
Israël als natie zou vestigen
en het met absolute macht en gezag zou regeren.
In plaats daarvan, in plaats van geweld te plegen,
onderwierp hij zich aan de dood
door toedoen van de Romeinse onderdrukkers.

Nee, Jezus bedoelde niet dat zijn volgelingen
geen macht en invloed
in de wereld zouden moeten nastreven,
of dat ze zich zouden moeten neerleggen
en zich als een voetveeg
zouden moeten laten vertrappen.
Het ‘christelijke verschil’
is niet dat het apolitiek is,
zich terugtrekkend
van alle betrokkenheid bij wereldse zaken,
alsof God zich niet bekommert
om wat er in de wereld gebeurt.

Het christelijke verschil is tweeledig:

(1) nooit de macht grijpen of behouden
door middel van geweld, dwang, leugens,
manipulatie of welke middelen dan ook
die zogenaamd het doel rechtvaardigen,

en (2) macht gebruiken
(wanneer die ons vrijwillig wordt gegeven)
in dienst van iedereen,
ongeacht hun geloof of levensstijl,
en vooral van de machtelozen.

Nee. christenen hebben zeker niet altijd
op deze manier politiek bedreven.
In de eeuwen sinds Jezus op aarde rondwandelde,
zijn ze vaak bezweken voor de verleiding
om politiek te bedrijven
zoals de rest van de wereld:
grepen ze naar autoriteit
om er zich vervolgens
met alle mogelijke middelen aan vast te houden,
het gebruiken om jezelf
en de eigen agenda te bevoordelen
op manieren die anderen te schaden en te onderdrukken.
De behandeling van Joden
in de late middeleeuwen
is een ontnuchterend
en afgrijselijk voorbeeld:
Joden werden gedwongen in getto’s te leven
en kegelvormige hoeden te dragen.
Het was hun verboden openbare ambten te bekleden,
synagogen te bouwen
die hoger waren dan welke kerk dan ook,
of op zondag over straat te lopen.
Uiteindelijk werden ze met geweld
uit verschillende Europese landen verdreven
om geen belemmering meer te laten
voor de vorming
van een waarlijk ‘christelijke natie’,
oftewel een natie met alléén christenen.

Tegenwoordig zetten veel christenen
in westerse landen zich in
om zich te verzetten tegen wereldbeelden
waarvan zij vinden dat ze hen binnendringen
zoals secularisme, islam en liberalisme.
Ze willen het christendom opnieuw
als de dominante culturele kracht bevestigen.
Het lijkt mij dat deze inspanningen
grotendeels worden ingegeven
door angst, veroorzaakt
door de afnemende christelijke invloed.
Er is een sterke drang tot zelfbehoud
wanneer iemand zich steeds meer gemarginaliseerd voelt.
Men heeft het gevoel dat als men de macht niet terugkrijgt,
alle waarden en de levensstijl
die men koesterde, zullen worden weggevaagd.
Je moet je dan zelf beschermen en proberen
de christelijke waarden met alle mogelijke middelen te behouden.
Je dient de controle terug te nemen
en financieel, politiek en cultureel kapitaal
in te zetten om het bestuur te herwinnen
en de christelijke wetten in ‘ons land’ te herstellen.

Toch is angst nimmer een goede drijfveer geweest
voor wijs, rechtvaardig en rechtschapen handelen.
Angst leidt onze aandacht af van de armen en behoeftigen
en richt zich op onze eigen benarde situatie.
Angst zorgt ervoor dat we terugslaan
met een instinctieve zelfbescherming.
Wanneer we bang zijn,
voelen we ons gerechtvaardigd
om onze eigen behoeften
en prioriteiten voorop te stellen.
Gewelddadig gedrag wordt bestempeld
als ‘zelfverdediging’,
het korten op hulpbudgetten
wordt bestempeld
als voorzichtigheid,
en het weigeren van toegang
aan vluchtelingen die alles verloren hebben
en op de vlucht zijn voor vervolging,
wordt gezien als de enige verstandige handelwijze
in een wereld met eindige middelen.
Angst drijft ons ertoe ons eigen voordeel te zoeken,
iets wat Jezus zelf nooit deed.
Misschien wist Jezus
dat angst de grootste kracht kan zijn
die ons ervan weerhoudt
een christelijk leven van dienstbaarheid te leiden.
Misschien is het geen toeval dat
“wees niet bang”
de meest voorkomende zin in de Bijbel is.

Voor christenen, zoals ik,
zijn er betere drijfveren
voor politieke actie:
dingen zoals
wijsheid, rechtvaardigheid en vrede.
(Durf ik te zeggen: liefde
Of is dat te controversieel?)
Maar de allerbeste motivatie
is de wens om Jezus’ leer en voorbeeld te volgen,
niet alleen als we eenmaal macht hebben verworven,
maar ook in de manier waarop we die zoeken en vasthouden.

Er is op zich niets mis met het idee van een ‘christelijke’ natie,
als dat in ieder geval een natie betekent
die zich gedraagt tegenover mensen
– zowel burgers als niet-burgers –
zoals Jezus deed
(en ervan uitgaande dat de natie
in de eerste plaats
niet door geweld is gevormd
– maar dat is een ander verhaal).
Een werkelijk ‘christelijke’ natie
zou nooit proberen christelijk gedrag
van wie dan ook af te dwingen.
Het zou de vrijheid van mensen respecteren
om te leven en te geloven wat ze willen,
en zou gelijke kansen, gelijke voordelen
en gelijke rechten bieden
aan christenen, moslims, atheïsten en joden.
Het zou zijn macht gebruiken
om alle mensen te dienen,
met name de meest kwetsbaren
en de minsten
die voor zichzelf kunnen zorgen.
Het zou elke buitenlander
verwelkomen en beschermen
die daarheen vluchtte
om zijn leven of vrijheid te redden,
nadat hij thuis alles verloren had.

Zo’n natie zou niet gekenmerkt worden
door angst om haar macht te verliezen.
Het zou er niet naar streven
haar invloed te behouden
door niet-christenen
het burgerschap
of posities in de regering te ontzeggen.
Als het tij zich tegen haar zou keren,
zou ze nederig afstand doen
van de macht
in plaats van dwang te gebruiken
om die te behouden,
net zoals Jezus nederig naar het kruis ging
in plaats van geweld te gebruiken
tegen zijn onderdrukkers.

Dat brengt me bij het primaire probleem
dat volgens mij het christelijk nationalisme vormt.
Ik heb geprobeerd de sociale en historische realiteit ervan
te verbinden met de huidige politieke macht.
Maar de grootste fout lijkt mij de opmars naar suprematie.
Jezus’ afwijzing van politieke macht in de woestijn
en zijn verzet tegen politieke macht door het kruis
gaan verloren in de opkomende vloedgolf van christelijk nationalisme.
Christenen hebben geen natuurlijke of goddelijke aanspraak
op gezag over anderen op basis van hun geloof.
De kerk heeft altijd een ‘ja’ en een ‘nee’ tegen de staat gezegd.
We moeten meer nadenken over
wat het ‘ja’ en ‘nee’ van de kerk zou moeten zijn.

 

Afgelopen weekend werd Nederland opgeschrikt door de rellen op het Malieveld.
Maar kwamen deze rellen zomaar uit de lucht vallen?
Daar wil ik in deze webpost over nadenken.

Want al in 2004 (sic) schreef Thomas von der Dunk zijn boek
met de titel: Buiten is het koud en guur.
Von der Dunk ontleedt in zijn boek de onrust en onzekerheid
die de boventoon voert bij groepen Nederlanders
na de moord op Pim Fortuyn in 2002.
Hij stelt zich de vraag of de revolutie van Fortuyn
werkelijk ten einde is of smeult onder de oppervlakte nog onrust.

Ik denk dat je na goed 20 jaar van de publicatie van dit boek,
wel kunt stellen de gevoelens van onrust en onzekerheid
zeker niet tot rust zijn gekomen maar eerder zijn toegenomen.

En die gevoelens komen niet alleen tot uiting in de kroeg
waar sommige mensen steeds meer en ongenuanceerdere woorden gebruiken.
Helaas is dit woordgebruik ook doorgedrongen tot in de politiek.
Want als je je in de politieke arena niet kunt gedragen,
kun je dat in de samenleving terugzien.
We moeten wel op onze woorden passen, want woorden doen ertoe.
We zien dat politici met jerrycans vol benzine rondsjouwen
en het gevoel van onrust en onzekerheid
met halve waarheden en hele leugens extra oppoken.
Vervolgens roepen ze dan wel moord en brand
als de gevoelens die ze hebben aangewakkerd
door sommige groepen worden aangevat om te gaan rellen.

Afgelopen weekend zagen we dat in Nederland met de rellen op het Malieveld.
Ik vond het bijvoorbeeld verbazingwekkend
hoe organisator Els Noort (a.k.a. Els Rechts)
van het Project Elsfest
zich meteen uitsprak over de relschoppers en zei
dat ze ‘echt gechoqueerd’ te zijn door deze gewelddadigheden.
Ze had in al haar ‘naïviteit’
gedacht dat haar bijeenkomst tegen het
asiel- en immigratiebeleid van de overheid
– ondanks aangekondigde rellen –
geweldloos zou verlopen.
‘Dat is absoluut nooit mijn bedoeling geweest.’
Ze wilde een vreedzaam protest tegen het in haar ogen falend asielbeleid.
Ze vindt het geweld van de relschoppers tegen de politie echt vreselijk.
‘Ik walg er echt van.’
Ze liep echter eerder zelf met een kannetje benzine rond
om het vuurtje van onrust eens flink op te stoken
door ‘linkse mensen als de grootste fascisten’ te betitelen
en wanneer CDA-leider Henri Bontenbal
zich kritisch uitlaat over de door haar bewonderde Wilders
hem een ‘randdebiel die allesbehalve christelijk is’ noemt.
Ook omschrijft ze Bontenbal
als een ‘wolf in schaapskleren’
en doopt ze de letters CDA om in ‘Christenen Dienen Allah’.
Waarschijnlijk had ze goed geluisterd
naar haar grote voorbeeld Geert Wilders
die NSC omdoopte tot ‘Nederlandse Sabotage Club’.

Maar goed, terug naar de problemen in Nederland.
Woede die nauwelijks gehoord en slecht verwoord worden.
In Nederland ontstaan er rellen op straat
en lopen mensen met de zogenaamde Prinsenvlag,
teken van verzet tegen onderdrukking. Woede

In Amerika versmalt de onrust zich tot kogels.
Dit zijn echter geen op zichzelf staande incidenten,
maar variaties op dezelfde westerse breuklijn:
woede die niet gehoord wordt en klontert tot ze explodeert.

Woede is in essentie een natuurlijke passie,
een het opvlammen van de ziel bij onrecht of onrecht.
Ze kan rechtvaardig zijn
wanneer ze beheerst wordt door liefde,
zoals zelfs Christus boos was op verharde harten.
Maar woede die zich verhardt verword tot ondeugd.
De Bijbel noemt het dan zowel het vuur van Gods oordeel
als, in de mensheid, een doodzonde.

Woede die niet meer geneest verword
tot littekenweefsel dat altijd blijft schrijnen.
En de woede die ten grondslag ligt aan de rellen
van afgelopen weekend is dit soort woede.

Het geeft uiting aan het gevoelen verhaal van teloorgang.
Voor groepen uit de maatschappij
is het Nederland dat men zich herinnert of verbeeld, is verdwenen.
Verbeeld, want er wordt een zwart sprookjesverleden geschetst
waarin Nederlanders hun maatschappij hebben vormgegeven.
Feit is dat veel soldaten die vochten
in de afhankelijkheidsstrijd van Nederland – de 80-jarige oorlog –
vaak buitenlanders waren.
Ook de bemanning van de VOC-schepen
waren vaak buitenlanders.
En de rijkdom van de ‘Gouden Eeuw’ hebben we
voor een groot deel te danken aan
gevluchte Belgen die met hun kennis en kapitaal
neerstreken in de Noordelijke Nederlanden.
Maar de angst tegen wat buitenlands, vreemd is
is voor groepen mensen voelbaar.
Voor hen is hun bekende omgeving ingeruild voor een samenleving
die niet meer herkend wordt:
multicultureel, politiek gevoelig, zich losmakend van het verleden.
Een kop in een krant schreef ooit:
‘de voornaam Henk is op weg naar het uitsterven’,
terwijl Muhammad,
in al zijn spellingsvarianten,
de meest voorkomende babynaam was geworden.

En daarmee wordt gesproken over immigratie
Beelden van massa’s mensen in Ter Apel
die over het beeldscherm rolden:
meer verandering waar men geen controle over heeft.
Huisvesting waar men geen vat op heeft.
De weigering om ooit nog te stemmen
is dan eerder een gebaar van berusting.
Omdat ‘ze’ toch niets om hem geven.

Zo onthullen deze mensen met hun woede
een politiek die hen in de steek heeft gelaten,
een economie die geen hoop biedt
en een cultuur die hen
tot vreemdelingen in hun eigen land maakt.
Nee, ‘tuurlijk, rellen zijn geen remedie;
ze scheuren wonden open zonder te helen.
Maar de reactie daarop is verhelderend:
want meteen wordt er gewezen naar de ander
en volgt er weinig tot geen zelfreflectie.
Van je af wijzen in plaats van luisteren.
Dat verscherpte de bitterheid.

Maar woede fluistert hier niet en wacht niet.
Het relt.

En misschien hadden veel van relschoppers
nog nooit eerder van Charlie Kirk gehoord,
maar Kirks retoriek kanaliseerde precies de angsten
die deze mensen kenmerken
– over verlies, ontheemding en verwaarlozing.
Deze resonantie verklaart mede
hoe zijn stem zo wijdverspreid was.

En eerlijk gezegd: ik heb Charlie Kirk ook niet gevolgd.
Zijn filmpjes verschenen op Instagram of YouTube,
maar het was niet mijn algoritme dat ze vastgreep.
Maar toen ik het nieuws zag, verraste mijn reactie me.
Het was vreemde reactie voor iemand die nooit
zo’n belangrijke rol in mijn leven had gespeeld.
Ik voelde me bijkans misselijk.
Omdat hij dood was.
Omdat hij geen politicus achter glas
of generaal achter medailles was.
Hij was weliswaar een publiek figuur,
maar ook vreemd normaal.
Met een vrouw en jonge kinderen.

En hij had het lef om met mensen te praten.
Hoeveel van ons kunnen zeggen
dat we net zo luidkeels recht in de ogen van anderen
zeggen wat we geloven
als we wel dapper genoeg zijn
om dat op sociale media te doen?
Charlie Kirk was zichtbaar.
Toegankelijk.
Hij was van vlees en bloed, niet alleen in pixels.
Ik zag op Facebook mensen van zijn generatie
een eerbetoon plaatsen.
Voor hen was zijn verdediging geen woede, maar dialoog.

En toen het fatale schot.

De moordenaar haalde de trekker over.
Woede was versmald tot enkele, precieze kogels met slogans erop.
Maar dit was geen gerechtigheid, zelfs geen protest.
Het was woede die verworden was tot moord; een executie.

Woede veroorzaakt hier geen opstand.
Het wordt versmalt tot kogels.
Het verandert in kannibalisme.

Want wat zal dit vergoten bloed
teweegbrengen in hen die luisteren, kijken en geloven?

In Amerika zijn vlaggen meubilair.
Ze staan op elke veranda, bij elke school, in elk stadion.
Maar hier in Nederland,
wanneer Nederlandse vlaggen worden omgekeerd
of de Prinsenvlag wordt geheven
voelt dat niet gewoon aan.
Ze zijn een uiting van verzet, van opstand.
Ze voelen onheilspellend aan.

Nee, de vlaggen schreeuwen niet; ze fluisteren.
Elke dag.
Een langzaam, koppig signaal van verbondenheid en verzet.
Niet de opstand van de mensen. Niet de kogel voor Charlie.
Maar iets stillers, op de een of andere manier blijvenders.
Woede in stof genaaid, wortel schietend in stilte.
Volharding echoot de wrok.
De stille volharding is op de een of andere manier
verontrustender dan de kogels die Charlie troffen.
En wanneer ze op bepaalde plaatsen duidelijker worden,
wanneer ze zich opstapelen en clusteren, vormen ze een bepaalde sfeer.

De omgekeerde vlaggen, de prinsenvlaggen betekenen
voor de één trots en voor de ander bedreiging.
En voor de meesten misschien helemaal niets.
Maar als de vlag van de mast worden afgescheurd
blijft er een rafelige naad over,
een bungelende strook gescheurde stof
die nog steeds aan het rechtopstaande metaal vastzit.
Dat voelt nog onheilspellender.
Niet als zomaar een teken van verdeeldheid, maar van reactie.
En merk je op dat ze,
waar ze slechts zo hoog hangen als een ladder reikt,
ze er bijna uitzien als vlaggen halfstok?
Alsof er onder de weerstand een onbewust verdriet schuilt.

En dus blijft de vraag: wat zal er van dit alles terechtkomen?
Deze woede kwam niet zomaar uit de lucht vallen,
maar gistte al heel lang in de samenleving.

Welke toekomst hebben we voor ogen?
Woede veroorzaakt hier geen opstand of vernauwing.
Het schiet wortel en woekert verder.

Hoe zou Christus spreken?
En hoe kan woede, die niet gehoord wordt
voordat ze zich tot toorn verhardt,
met de stem van Christus spreken?

Ik was boos, en jij noemde me achterlijk.
Ik was boos, en jij noemde me woke.
Ik was boos, en jij hoorde alleen je politiek,
niet mijn pijn.

Ik was boos, en jij maakte ruzie over stammen en partijen.
Ik was boos, en jij beoordeelde mij als stem, als bedreiging, als oorzaak.
Ik was boos, en jij luisterde niet echt naar mij.

Voorwaar, ik zeg je:

toen je de bozen zag
en hen alleen maar naar links of rechts riep,
begreep je er niets van.

Je kende mij niet.

En die boosheid – nog steeds ongehoord – zal nooit weggaan,

hun woede groeit in de schaduwen, wachtend om uit te barsten.