The Old Chapel at Rame Head in Cornwall (één van de filmlocaties van Het Zoutpad)

 

De waarheid achter het boek en de feelgoodfilm van de zomer 2025
The Salt Path (Het Zoutpad) werd kortgeleden in twijfel getrokken.
Waarschijnlijk ook gedreven door de komkommertijd,
was het verhaal niet uit de media te slaan.
Er rezen serieuze vragen over de eerlijkheid van The Salt Path
Kritiek op het verhaal van Raynor Winn
over haar wandeling langs de kust van het zuidwesten
samen met haar zieke echtgenoot Moth,
was de afgelopen tijd zeer fel.
Onderzoeken die de echte namen van het duo,
hun financiële geschiedenis
en de medische onwaarschijnlijkheid
van de omkeer in Moths degeneratieve aandoening
– zoals beschreven in het boek – onthulden,
brachten duizenden lezers tot woede en teleurstelling
over het feit dat ze bedrogen waren.
Maar erin trappen en ervan leren hoort bij het mens-zijn:
een les in hoe je verstandiger kunt vertrouwen,
in plaats van helemaal niet te vertrouwen.

Dit soort reacties nodigen ons ook uit
om te verklaren
hoe sommige van de twee miljoen lezers
van The Salt Path
het verraad dat sommige voelden.
Zij investeerden emotie en empathie
in het opbeurende verhaal
van een door nood getroffen stel
dat troost vindt in de natuur.
Want de identificatie met het doorsnee duo op middelbare leeftijd
in de verhalen en de overtuiging
dat een lange tocht door het zuidwesten een wondermiddel is
tegen dakloosheid, financiële problemen
en een degeneratieve medische aandoening,
maakt de voormalige fans van The Salt Path niet zielig,
maar juist prachtig menselijk.

De reputatie van auteur Raynor Winn ligt aan flarden,
verscheurd door de onthullingen
die aan het licht zijn gekomen
door meedogenloze onderzoeksjournalistiek.

Het hartverwarmende verhaal over
hoe een stel te maken krijgt met financiële ondergang,
dakloosheid en een terminale ziekte
tijdens een wandeling over het South West Coast Path,
is een inspiratiebron geweest voor velen
die het boek hebben gelezen of de film hebben gezien,
of allebei.
Het verhaal werkt omdat het ons een leven laat zien
dat we kennen, de levens die we leiden.

Maar nu moet het in een heel ander licht worden gezien.

Zeker, het artikel onder de kop in The Observer
was grondig onderzocht,
zorgvuldig opgebouwd
en compromisloos in de beweringen
die de ontdekkingen, observaties en commentaren
op het verhaal impliceerden.

‘… niet haar echte naam

‘… ze was een dief… verduisterde het geld’

‘… gearresteerd en verhoord door de politie’

‘… vijf vonnissen van de rechtbank’

‘… ze bezaten land in Frankrijk’

‘… negen neurologen… waren sceptisch’

Punt voor punt wordt het verhaal
achter Het Zoutpad uit elkaar gehaald.

Ten eerste zijn Raynor en Moth Winn
niet de ‘echte’ namen van Sally en Tim Walker.

Ten tweede onthulde The Observer
dat het echtpaar financiële problemen had
om andere redenen
dan de mislukte zakelijke investering
die ze beweerden te hebben.
Als parttime boekhouder voor een makelaar
en taxateur werd Sally ervan beschuldigd
£64.000 van de rekeningen
van het bedrijf te hebben weggesluisd.
Hierover werd gemeld
dat ze door de politie
was gearresteerd en verhoord.

Ten derde waren het de oplopende schulden
die ze hadden door de schikking
met haar voormalige werkgever,
naast andere schulden,
die er feitelijk toe leidden
dat hun huis in beslag werd genomen
en ze dakloos werden.
Dus niet de mislukte zakelijke investering.

Ten vierde waren ze niet echt dakloos,
aangezien ze een woning bezaten
in Frankrijk, in de buurt van Bordeaux.
Hoewel deze in vervallen staat
en onbewoonbaar was,
hadden ze eerder ter plaatse
in een caravan gewoond.

En dan ten slotte,
in een onthulling die de kern van het verhaal
van hun gezamenlijke reis ondermijnde,
merkten medische experts op
dat het uiterst twijfelachtig was
dat Moth al 18 jaar
aan corticobasale degeneratie (CBD) leed.
De journalist had met negen neurologen contact gehad,
en dit was de de consensus.
Niet alleen waren Moths symptomen
niet wat verwacht werd,
de normale levensverwachting
met de aandoening
was ook tragisch kort:
zes tot acht jaar.

The Observer,
dat verschillende onderdelen van het onderzoek samenvoegende,
legt de lat hoog wat betreft het belang van ‘waarheid’:
Het is onacceptabel
dat er een idee van waarheid wordt aangepraat
wanneer belangrijke passages in het boek verzonnen zijn.
Er zijn zowel ‘…zonden van nalatigheid als van nalaten’:

Het verhaal bevat ongetwijfeld elementen van waarheid,
maar het geeft ook een verkeerd beeld
van wie ze waren,
hoe ze aan hun reis begonnen
en de financiële omstandigheden
die de achtergrond vormden.

Maar denk ik dan:
het leven is echter ingewikkeld
en er zijn altijd twee kanten aan een verhaal.

In een reactie op haar website
beantwoordt Raynor Winn
elk van de beschuldigingen één voor één.
Te midden van de storm
van venijn en bedreigingen
die online door het artikel werd ontketend,
protesteert ze dat
… [het] grotesk oneerlijk en zeer misleidend is
en erop gericht is mijn leven
systematisch te ontleden.

Het meest verontrustend is
hoe Moth getraumatiseerd is
door de suggestie
dat zijn diagnose verzonnen is.
Naast haar verklaring online
heeft Winn brieven van de neurologen
die Moth behandelen geplaatst,
die zijn diagnose
en het verhaal in het boek bevestigen.

Wat betreft de beschuldigingen van verduistering,
geeft ze toe dat er problemen waren
met een voormalige werkgever.
Er werden beschuldigingen ingediend
bij de politie
en ze werd erover ondervraagd.
Er werd echter geen aanklacht ingediend
en er werd een schikking getroffen,
waaronder het terugbetalen van geld.

Alle fouten die ik in de loop der jaren
op dat kantoor heb gemaakt,
betreur ik ten zeerste,
en het spijt me oprecht.
zegt Raynor Winn

Dit was echter niet de mislukte zakelijke deal
die aan de basis lag
van hun financiële problemen
en die hun dakloosheid
en zo het Salt Path-verhaal in gang zette.

Winn meldt dat het pand in Frankrijk
een eigen, losstaand verhaal.
Toen ze op het dieptepunt van hun problemen
overwogen het te verkopen,
schatte een lokale Franse makelaar
het als vrijwel waardeloos
en vond het zinloos om het op de markt te zetten.

Uiteindelijk kozen ze ervoor
om zichzelf niet failliet te laten verklaren
en hun schulden kwijt te schelden.
In plaats daarvan sloten ze een overeenkomst
met hun schuldeisers voor minimale aflossingen.
Het succes van het boek heeft ervoor gezorgd
dat al hun schulden zijn kwijtgescholden.

Wat resteert is de impliciete beschuldiging
dat ze niet zijn wie ze beweerden te zijn,
dat ze zich verschuilen achter pseudoniemen
en niet hun ‘echte’ namen gebruikten.
Ze legt uit dat de reden
waarom Sally Ann en Tim Walker
Raynor en Moth Winn heten,
eigenlijk heel eenvoudig is.

In de beginjaren van hun relatie
vertelde ze Moth hoezeer ze het niet prettig vond
om Sally Ann genoemd te worden
en dat ze liever de achternaam Raynor had gehad.
Moth noemde haar vanaf dat moment Ray.
Winn is haar meisjesnaam.
En wat Moth betreft, zijn naam is Timothy
dus Moth is op TiMOTHy te herleiden.

Nadat ik het boek had gelezen
en de film eerder deze zomer had gezien,
was ik vooral onder de indruk van The Salt Path.
De menselijkheid van hun verhaal,
de reis die ze hadden gemaakt
en de inzichten in een goed geleefd leven
die het bood.

Toen de bom van The Observer barstte,
zakte mijn hart in mijn schoenen.
Moraalridders klommen hoog te paard
en Raynor Winn werd publiekelijk
aan de schandpaal genageld.

Ze trok zich vervolgens terug
uit haar aanstaande Saltlines-tournee,
waarbij ze tijdens een reeks evenementen
voor zou lezen uit haar boeken.
Uitgeverij Penguin werd ook opgeroepen om
de publicatie van haar volgende boek,
dat in oktober zou verschijnen, te annuleren.

Echter, terugkijkend op de onthullingen
over het Salt Path-verhaal,
vind ik het verhaal nog beter.
En om precies dezelfde redenen als voorheen.
Omdat het ons het leven weerspiegelt
zoals we dat kennen,
zoals de levens die we leiden.

Om te beginnen is het leven rommelig.
Soms is het zelfs troebel,
vol misverstanden, verkeerde interpretaties
en geconstrueerde verhalen.
Ja, wie van ons heeft nog nooit een fout gemaakt,
een verkeerde beslissing genomen
of een verkeerde keuze gemaakt,
‘uit zwakte, uit onwetendheid
of door onze eigen opzettelijke schuld’?
Lijken in vele kasten hebben we allemaal, toch?

En vervolgens,
op basis daarvan,
creëren we allemaal
ons eigen levensverhaal.
Of het nu gaat om het samenstellen
van onze online aanwezigheid
met de afbeeldingen die we op sociale media plaatsen,
of de anekdotes die we delen
en het gezicht dat we laten zien
aan degenen die deel uitmaken
van ons dagelijks leven.
De aantrekkingskracht is altijd gericht
op een versie die ons in het beste daglicht stelt.

Sterker nog,
het kan zelfs gaan om de verhalen
die we over onszelf vertellen, over onszelf.
De interpretatie van wat ons is overkomen
en waarom.
Interpreteren hoeveel van onze ervaring
te danken is aan
wat ons is aangedaan
of het resultaat is
van onze eigen verantwoordelijkheid.

Wanneer we dus de verleiding voelen
om iemand af te schrijven
vanwege wat hij of zij heeft gedaan,
doen we er goed aan
om te reflecteren op onze eigen ervaring.
Dan zijn we misschien wel dankbaar
dat we niet zijn afgeschreven
vanwege onze eerdere misstappen.
Dit verhaal houdt onszelf
dus ook een spiegel voor.
Want ondanks het feit dat ze decennialang
in kleine, landelijke gemeenschappen hebben gewoond,
heeft niemand tijdens de hele controverse
rond The Salt Path bijvoorbeeld gezegd
dat de Winns of de Walkers misschien wel goede buren waren.
Hierover spreken zou zomaar hun volgende avontuur
of weer een bestseller kunnen worden.

Verder denk ik aan hoe Jezus zich
in zulke omstandigheden gedroeg.
Toen een zelfingenomen groep mensen
in de Bijbel in Johannes 8
snel een oordeel wilde vellen
over de gebrekkige seksuele keuzes
van een vrouw,
moedigde Jezus degenen
die geen schuld hadden aan
om als eersten in actie te komen.
Langzaamaan beseften ze allemaal
wat hij zei en dropen af.

Ik heb het onderstaan gebed
van boetedoening
altijd enorm nuttig gevonden.
Het houdt ons gegrond in de realiteit
van onze eigen ervaring
en zou ons moeten waarschuwen
om anderen niet af te schrijven:

‘Almachtige God, onze hemelse Vader,
wij hebben tegen U gezondigd
en tegen onze naaste
in gedachten, woorden en daden,
door nalatigheid, door zwakheid,
door onze eigen opzettelijke fout.
Het spijt ons oprecht
en we berouwen al onze zonden.
Omwille van uw Zoon Jezus Christus,
die voor ons gestorven is,
vergeef ons al het verleden
en geef dat wij U mogen dienen in een nieuw leven
tot eer van uw naam.
Amen.’

Voor al onze lijken in al die kasten is er vergeving.

Voor wat voor ons ligt,
hebben we de mogelijkheid
om opnieuw te beginnen.

Door Gods genade.

Maakbaarheid is een term die uitdrukking geeft
aan de menselijke ambitie om het leed uit de wereld te krijgen,
tragiek te verbannen en geluk te realiseren.
Het draait bij maakbaarheid om het perfecte leven
en de perfecte samenleving.

Vandaag manifesteert maakbaarheid zich in de prestatiemaatschappij.
Wij zijn ons leven gaan begrijpen als een persoonlijk project
dat wijzelf moeten laten slagen.
Wanneer je leven mislukt, is dat je eigen schuld,
had je maar harder moeten werken.
Daarbij ligt de lat hoog: perfectie is de norm.
De grootste vrees is middelmatigheid.

De prestatiemaatschappij wordt vergezeld door een preventiestaat.
Die gaat nog sterker uit van maakbaarheid
dan voorheen de verzorgingsstaat deed.
Beleidsinterventies worden steeds ambitieuzer en indringender.
In een preventiestaat ligt de focus niet meer op het compenseren van leed, maar op het voorkomen ervan.
In de preventiestaat draait het om een zo lang mogelijk
gezond en energiek bestaan.
Dat vormt een robuuste basis om productief door het leven te gaan. Vandaag de dag bestrijden we vooral risico’s;
van mógelijke gevaren, die zich kúnnen gaan voordoen.
Ook hier is perfectie de eis: ons mag niets meer overkomen.
En de overheid moet dat garanderen.

Dit gaat gepaard met intensieve leefstijlpolitiek:
toezicht, monitoring en nudging
(mensen een duwtje in de goede richting geven)
zijn daarbij centrale beleidsinstrumenten,
gericht op het beïnvloeden van het gedrag van individuen.

En dan ineens is er die coronacrisis.
Het immense project om het noodlot uit te bannen wordt ruw verstoord. Net als velen koesterde ik in het begin de stille hoop
dat corona een gamechanger zou zijn.
Het coronavirus zou ons kunnen doen inzien
dat maakbaarheid maar relatief is,
dat tragiek en leed altijd onder ons zullen zijn,
en dat we ons op een andere manier daartoe moeten leren verhouden.
We werden gedwongen tot rust.
Rust is bedoeld om het leven te vieren en vollediger mens te zijn.
De lockdown (nu al de gedeeltelijke tweede)
gaf bovendien de kans
om aan het juk van de prestatiemaatschappij te ontkomen.
Ineens zaten we allemaal thuis, met leeggeveegde agenda’s
in een samenleving waar niets meer te beleven viel.

Ja, ja corona als gamechanger. Hoe kon ik zo naïef zijn?
Nog onverzettelijker beten we ons vast in het ideaal van maakbaarheid.
Als in een reflex schakelden we door
naar een nóg hogere versnelling.
Haast in een oogwenk maakten we ons bestaan coronaproof,
christelijke organisaties en kerken inbegrepen,
vertolkt in een onwaarschijnlijke hoeveelheid protocollen.

We noemen dit alles ‘veerkracht’…
of is het een prestatiemaatschappij in overlevingsmodus?
We zoeken ook driftig steun bij de preventiestaat.
Die kreeg de wind nog meer in de zeilen.
Het voortdurende mantra bij persconferenties is:
‘We zullen het virus eronder krijgen’.
Elke besmetting is er één te veel
en daarom gaan we voor de zekerheid maatregelen stapelen.

Natuurlijk gaat het volk op een gegeven moment morren.
De preventiestaat moet wel de prestatiemaatschappij blijven bedienen.
En die heeft nu wel lang genoeg stilgelegen, zo vinden we massaal.
De fear of missing out wordt te groot;
uitgestippelde life-events moeten doorgang krijgen.
Daarom moet alles nu zo snel mogelijk weer normaal worden.
Begrijp me goed: natuurlijk moet er gehandeld worden;
een venijnig virus bedreigt volksgezondheid en zorgstelsel.
Maar hoe lang kunnen en willen we dit nog volhouden?
Wanneer is de rek uit onze veerkracht?
En hoeveel preventiestaat kunnen we nog opbrengen,
financieel en moreel?
Wanneer gaan we ons serieus rekenschap geven
van de fragiliteit en onzekerheid van het menselijk bestaan?

Wil de samenleving van morgen er anders uitzien,
dan zullen we dit heilloze spoor moeten verlaten.
We moeten toe naar een minder verkrampte omgang
met maakbaarheid en een meer ontspannen manier van leven,
waar de boog niet immer strak gespannen staat.

Bij uitstek de christelijk-sociale traditie
biedt een variëteit aan bronwoorden voor deze heroriëntatie.
Tragiek raken we nooit helemaal kwijt
en we kunnen ons daar maar beter mee verzoenen.
Dat begint met de kunst van het loslaten.
Loslaten of stoppen resulteert in momenten van nietsdoen.

Uiteindelijk zal dit uitmonden in ‘gelatenheid’ en ‘rust’.
De notie ‘gelatenheid’ uit de middeleeuwse mystiek kan hierbij helpen. Gelatenheid is het vermogen de dingen gewoon ‘te laten zijn’,
zodat er ruimte ontstaat voor iets anders: onze vrijheid.
Door de dingen te laten zijn wat ze zijn,
stellen we grenzen aan de trivialisering van ons bestaan.
We voorkomen dat de drift tot presteren en interveniëren oeverloos wordt. In de woorden van theoloog Erik Borgman:
gelatenheid schept een bedding om te ‘leven van wat komt’.
Het brengt fundamentele ontvankelijkheid
voor de mogelijkheid dat dingen ons ‘toevallen’.
In een ontspannen samenleving
is een radicale herwaardering van rust nodig.
Wij denken: ‘rust roest’ en beschouwen het als een noodzakelijk kwaad. Maar dat is een armetierig perspectief.
Rust houden is evengoed een betekenisvolle sociale praktijk.

In de Bijbelse traditie is rust diep verbonden
met festiviteit, ontmoeting en liturgie.
De schepping van de wereld in het Bijbelboek Genesis
vindt zelfs haar voltooiing in een rustdag.
Rabbijn Abraham Joshua Heschel noemt de sabbat een ‘paleis in de tijd’, bedoeld om vreugdevol het leven te vieren en om vollediger mens te zijn.

Juist in de rust vallen ons dingen doe die er in de maakbaarheid
vaak bekaaid afkomen, zoals gemeenschap, broederschap, solidariteit. Laten dit nu net zaken zijn die een vermoeide prestatiemaatschappij
en een overspannen preventiestaat hard nodig hebben.