In de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen
heb ik me wat meer verdiept in ‘toolbox’ 
van nationalisten en vooral populisten
Eén van de middelen waar vooral populistische politici gebruikmaken
is het middel van de zondebokideologie:
je framed een zaak die veel mensen bezighoudt,
je roept het uit tot ‘crisis’
en vervolgens probeer je een groep daarvoor
tot zondebok te maken.
In Nederland zie je bijvoorbeeld dat migranten
zo’n ‘status’ krijgen.

in Amerika zie je eenzelfde reflex:
J.D. Vance, de beoogd vice-president naast Donald Trump,
probeert dat bijvoorbeeld.
En daarbij tracht hij ook christelijke theologie
en christelijke waarden en normen
hiermee in verband te brengen.
Veel Amerikaanse politieke journalisten
moesten hun lezers een spoedcursus geven
in enkele van de meest controversiële ideeën in de moderne theologie.
In een recent artikel in Politico valt dat op
omdat het niet alleen een nietsvermoedend publiek kennis liet maken
met een filosoof, maar het hen (ons) ook vertelde
over de tegenstrijdige manieren waarop men die theoloog zou kunnen lezen.
En toch dwingen deze tegenstrijdigheden ons
om een moeilijkheid onder ogen te zien
waarmee iedereen die zich bezighoudt met democratisch debat te maken krijgt.

In het artikel wordt namelijk de impact van René Girards zondebokmechanisme
op Vance te onderzocht.
Daarmee wordt de invloed van Girards ideeën
in de intellectuele kringen rond J.D. Vance onderstreept.

Girard, een Amerikaans-Franse filosoof die in 2015 overleed,
wordt vooral herinnerd om zijn analyse
van de relatie tussen verlangen en conflict.
Girard stelt dat verlangen ‘memetisch’ is,
dat wil zeggen, het imiteert: ik wil wat ik zie dat anderen willen.
Dit leidt vanzelfsprekend tot conflict,
een conflict dat alleen kan worden opgelost door een zondebok.
Het identificeren van een zondebok, een out-group,
is een kracht die krachtig genoeg is om een gevoel
van solidariteit te creëren tussen degenen
die anders in conflict zouden zijn over gedeelde verlangens.

Politico liet zien hoe Vances lezing van Girard
zich zou kunnen verhouden tot Vances verdediging
van de valse suggestie van deze running mate
dat Haïtiaanse immigranten
de huisdieren van hun buren in Springfield, Ohio opeten.
Het ging zelfs zo ver om te suggereren dat
– in plaats van een verwerping van Girards analyse –
Vance begrepen zou kunnen worden
door het toepassen van een pragmatische lezing van Girard:

‘Hoewel Girard dat nooit ronduit heeft gezegd,
hebben sommige van zijn interpretatoren betoogd
dat Girards idee van de christelijke ethiek
– die in theorie een alternatief biedt
voor ritueel geweld als basis voor sociale cohesie –
in de praktijk niet kan dienen als basis voor een grote,
complexe en moderne samenleving.

Zondebok zijn is onvermijdelijk, gebruik het in je voordeel.
We kunnen niet precies weten
hoe deze of welke lezing van René Girard
dan ook een rol speelt in zijn politieke tactieken.
Wat we wel kunnen weten,
is dat Vances publieke fascinatie voor grote ideeën hem blootstelt
aan een beschuldiging waarop een gezonde democratie berust:
hypocrisie.

Daarentegen is er vaak een verrassende transparantie
in Trumps beroep op eigenbelang.
In juli sprak Trump een publiek toe en verklaarde:

‘Christenen, ga stemmen, alleen deze keer.
Jullie hoeven het niet meer te doen.
Nog vier jaar, weet je wat, het zal worden opgelost,
het zal goedkomen,
jullie hoeven niet meer te stemmen,
mijn mooie christenen.’

Hoezeer Vance en anderen ook proberen dit te veranderen,
er zit weinig ideologische inhoud,
geen substantie achter ‘Make America Great Again
voor zover Trump het vertelt.
Het is politiek op zijn meest transactioneel
en wat Trump zijn aanhangers biedt, mooi of niet,
is zo vaak een zondebok.
Trump is hier doorgaans vrij open over en,
hoe lelijk dit soort politiek ook is,
er zit een vreemd soort eerlijkheid in.
Maar Vance is anders.
Hij heeft ‘grote ideeën’.
En hoe vreemd u deze ideeën ook vindt,
en hoeveel spanning er ook lijkt te zijn
tussen zijn liefde voor René Girard
en zijn zondebok-zijn van Haïtiaanse immigranten,
democratie is beter voor die spanning.
Constructief democratisch debat is in zekere zin afhankelijk van hypocrisie.
Zonder hypocrisie zou democratie
niets meer zijn dan een onderhandeling over puur eigenbelang.

De eerste generaties christenen liepen tegen een soortgelijk probleem aan.
De wet waarvan ze geloofden dat ze die van God hadden gekregen,
toonde hun een visie voor het goede leven,
net zoals het alle manieren waarop ze tekortschoten onthulde.
Zoals de vroege kerkleider Paulus schreef:
door de wet komt de kennis van zonde.’
We kunnen eraan toevoegen
dat door politieke ideologie
of aspiratie de kennis van politieke hypocrisie komt.

Als Vance nooit publiekelijk de theorie van Girard had onderzocht,
als hij alleen maar een opportunist was geweest,
meer zoals Trump,
dan hadden we één middel minder gehad om hem ter verantwoording te roepen.
Elke politicus zal tekortschieten als hij wordt beoordeeld
op zijn publieke ideologische aspiraties.
En hoe meer ideologische aspiraties,
hoe groter de beschuldiging van hypocrisie.
Hypocrisie zal altijd worden aangetroffen
waar we mensen vinden die debatteren
en streven naar ideeën die perfecter zijn dan zijzelf.
Ik verdedig geen enkele individuele hypocrisie;
de inwoners van Springfield, Ohio en nieuwkomers in de VS
verdienen zoveel beter.
Hypocrisie is altijd teleurstellend,
maar minder teleurstellend dan de alternatieven:
ofwel een naakte jacht op eigenbelang
of een naïeve verwachting van ideologische zuiverheid.

De vraag voor ieder van ons in een democratie is
hoe we met hypocrisie kunnen leven,
het verwachten en tegelijkertijd meer verwachten
van degenen die ons in een openbaar ambt willen dienen.
En een moment van introspectie onthult dat het een last is
waarmee ieder van ons ook geconfronteerd wordt:
de schandelijke kloof
tussen mijn aspiraties voor mijn leven en de realiteit.
De vraag hoe we met deze hypocriete politici leven,
is eigenlijk de vraag hoe we met onszelf leven?

Daarmee keren we terug naar Girard.
Hij beweerde dat Jezus Christus
vrijwillig een doorzichtig onschuldige zondebok werd
en daarmee het mechanisme ondermijnde.
In het Politico-artikel wordt Vance als volgt geciteerd:

‘In Christus zien we onze pogingen om de schuld
en onze eigen tekortkomingen op een slachtoffer te schuiven
voor wat ze zijn:
een moreel falen, gewelddadig geprojecteerd op iemand anders.
Christus is de zondebok
die onze onvolkomenheden onthult
en ons dwingt om naar onze eigen tekortkomingen te kijken
in plaats van de schuld te geven
aan de door onze maatschappij gekozen slachtoffers.

De veeleisende logica van de kruisiging voorkomt
dat we zelfs de zondebokken van politici tot zondebok maken.

Maar Jezus’ dood is meer dan een belichaamde sociale kritiek.
Door naar ons toe te komen en te sterven
in de persoon van Jezus,
toonde God zijn liefde voor onvolmaakte mensen
die worstelen onder het gewicht van perfecte ideeën.
Hij kwam om het een thuis en de veiligheid te geven
die we allemaal wensen, vrij aangeboden aan hypocrieten.
Het punt van Christus’ dood is niet, althans in eerste instantie,
om mij te inspireren om anderen beter te behandelen.
Het is Gods onvoorwaardelijke aanbod
aan de gebroken en hypocriete,
als de gebroken en hypocriete,
niet zoals hij zou willen dat we zijn.

Paulus zegt het zo:
God bewijst zijn eigen liefde voor ons hierin:
toen wij nog zondaars waren, stierf Christus voor ons.
Ja, Gods genade is te dramatisch,
te sterk om ons niet te provoceren en ons op te roepen
om te veranderen,
maar zijn liefde komt tot ons vóór welke verandering dan ook.
Het komt tot ons zoals we zijn,
wij die onze hooivorken koesteren
en dat zelfingenomen gevoel
dat het allemaal de schuld van iemand anders is.

Als we de politiek instappen met het gevoel
dat dingen beter zouden kunnen,
kunnen we snel hypocriet worden.
Maar we mogen deze hypocrisie niet goedpraten;
we moeten onszelf en onze leiders ter verantwoording roepen.
En toch kunnen we dat dankbaar doen,
en dankbaar vastgehouden worden
door een God die voor hypocrieten op aarde kwam.