Ach, wat was Nederland weer in rep en roer
toen laatst de eerste sneeuw van het seizoen viel:
code geel en oranje werden afgekondigd voor het verkeer.
Maar andere mensen worden jaarlijks weer helemaal blij van – de eerste – sneeuw.
Waarom verbaast sneeuwval ons nog steeds?
Ik denk omdat we verlangen naar sneeuw in deze tijd van het jaar,
omdat verlangen het enige is wat er te doen is.
Ja, waarom voelen we ons zo aangetrokken tot sneeuw?
En wat zegt het over ons dat we dat zijn?
De Duitse socioloog Hartmut Rosa begint zijn boek Unverfügbarkeit met deze prachtige woorden:
‘Herinner je je nog de eerste sneeuwval
op een late herfst- of winterdag, toen je een kind was?
Het was alsof er een nieuwe realiteit binnendrong.
Iets verlegen en vreemds dat ons kwam bezoeken,
neerdaalde op en de wereld om ons heen veranderde,
zonder dat we er iets voor hoefden te doen.
Een onverwacht geschenk.
Vallende sneeuw is misschien wel
de puurste manifestatie van onbeheersbaarheid.
We kunnen het niet fabriceren, afdwingen
of zelfs maar met zekerheid voorspellen.’
Rosa betoogt dat we de grootste betekenis vinden
in datgene wat oncontroleerbaar blijft, buiten ons bereik.
We verlangen in deze tijd van het jaar naar sneeuw
omdat verlangen het enige is wat we kunnen doen.
Nee, kunstmatige sneeuw zal altijd teleurstellen.
We kunnen onze eigen ontzag niet fabriceren.
Rosa waarschuwt dat de moderniteit is opgebouwd rond
‘het idee, de hoop en het verlangen
dat we de wereld beheersbaar kunnen maken.’
Op een gegeven moment leidt meer invloed op iets ertoe
dat dat ding wordt gereduceerd tot een instrument
dat alleen onze verlangens kan frustreren.
Als ik ga zitten om een film te kijken die eindelijk wordt gestreamd.
Uiteindelijk ontwikkelt zich de film na 20 minuten wat traag.
Vervolgens ga ik naar iets anders te kijken,
om te eindigen met de vraag of ik de film niet in de bioscoop had moeten gaan kijken.
Of als ik luister naar de podcast
van het evenement waar ik niet naartoe wilde.
Ik spoel hem wat vooruit
terwijl ik de was in de wasmachine doe.
Maar ten slotte kan ik je niet vertellen
wat ze hebben besproken.
In elk van deze gevallen heeft technologie me,
op zijn minst op één niveau,
meer controle gegeven en me toegestaan
mijn omgeving meer in overeenstemming vorm te geven
met mijn verlangens.
Rosa stelt vast dat elk verlangen wordt
‘gedreven door een verlangen om iets dat nog onbereikbaar is
binnen ons bereik te brengen.’
En toch wordt in elk geval datgene wat ik wenste
– de ervaring van het kijken naar een geweldige film
of deelname aan een stimulerend gesprek –
in gevaar gebracht door deze veronderstelde verbetering.
Wat wij zien als een drang om meer keuze te maken,
gaat vaak eigenlijk over controle.
Als we het zo stellen, wordt de drang niet ongeldig,
maar worden we ons wel bewuster van de kosten.
Meer keuze betekent voor mij meer controle over iets of iemand.
Tegelijkertijd kan meer controle over de omgeving
ook minder zelfcontrole betekenen.
Ik ben een bundeltje tegenstrijdige verlangens,
en hoe meer ik word aangemoedigd
om ze allemaal na te streven,
hoe meer ik word aangespoord
om geen van hen consequent na te streven.
In de Adventstijd herdenken christenen de geboorte van Jezus,
maar het primaire doel ervan wás en ís
om onze blik te richten op het einde van de wereld.
We kunnen het kerstverhaal misschien zoetig maken,
maar de apocalyptische oproep van Advent
zal altijd weerstand bieden aan onze behoefte aan controle.
Advent kijkt uiteindelijk ook vooruit omdat we zullen sterven,
dat de wereld zal vergaan
en dat we allemaal geoordeeld zullen worden.
Nee, je hebt er geen controle over.
Hoe we ook denken dat we alles onder controle hebben,
Advent onthult dat het een schijnvertoning is.
Er zullen altijd dingen zijn die buiten onze greep liggen
en we besteden veel tijd aan het afleiden van onszelf ervan,
door te doen alsof het anders is.
Advent verzekert ons dat we deze realiteit onder ogen moeten zien,
maar dat we dat niet alleen kunnen.
De God die als baby kwam en werd geëxecuteerd,
en de extremen van menselijke kwetsbaarheid ervoer,
is nu bij ons.
Het is die God die aan het einde komt.
Het is die God wiens liefde ons troost en moed geeft.
Het is dus logisch dat we op dit moment van het jaar
op zoek zijn naar sneeuw.
Iets in ieder van ons zoekt nog steeds naar iets dat buiten ons ligt,
iets dat geen enkele technologie of systeem kan organiseren of temmen.
Sneeuw fungeert dan als een echo van dat diepere gevoel
van kwetsbaarheid dat we allemaal proberen te vermijden.
Het wekt ons verlangen op om geconfronteerd te worden
met iets dat werkelijk ontzagwekkend is.
In Adventsperiode vinden we de belofte van waar we naar hebben verlangd:
een God die zal komen en alles zal herstellen,
een oncontroleerbare God die komt als sneeuw.
Advent roept ons op om de door de mens gemaakte kunstsneeuw
weg te doen en ons voor te bereiden op de komende sneeuwstorm.
Dat kan ons helpen te zien waar deze nieuwe realiteit zich nu al opdringt.

