‘De kerk hield de samenleving in een machtige, beknellende greep. Pas in de loop van de 21e eeuw stortte alles ineen’. Met dit lange citaat zóu een hoofdstuk over de kerk in de geschiedenisboekjes van 2050 kunnen beginnen. Mits de kerk dan vrijwel verdwenen is natuurlijk, en er zijn redenen om dat te geloven. De statistieken laten zien dat kerken blijven leeglopen. In veel dorpen en steden zijn de deuren al gesloten. De gebouwen worden nu gebruikt als woonhuis, sushi-restaurant of boekhandel. Volgens auteur Herman Vuijsje is de kerk straks een gewone hobbyclub, waarvan het jammer zou zijn als die echt helemaal verdwijnt – vanuit cultuurhistorisch oogpunt.

Toch is er meer reden om te geloven dat de kerk veerkrachtig is. Bijna niemand  meer gaat gedwongen naar de kerk. Wie gelooft, doet dat uit eigen wil. Volgens de filosoof Charles Taylor is de kerk tegenwoordig meer een keuze geworden. Dat maakt de achterblijvers actiever dan ooit. Ook zijn er de migrantenchristenen. Hun aantal is onbekend (schattingen lopen uiteen van 800.000 tot 1,3 miljoen), maar migrantenkerken groeien eerder dan dat ze leeglopen. Er zijn verschillende onderzoeken die laten zien dat er grote behoefte is aan spiritualiteit onder Nederlanders. Deze mensen echter zijn volgens sommigen wel allergisch voor de oude symbolen van de kerkelijke presentie zodat er tegenwoordig gespreksgroepen bijeenkomen in bijvoorbeeld kantoorpanden, in kroegen of theaterzalen. Theoloog Rikko Voorberg organiseert zulke groepen. Hij heeft juist niet gekozen voor de ‘ouderwetse kerk’ omdat naar zijn zeggen de woorden daar zo gauw doodslaan. ‘Als je in een traditionele kerk het woord van God verkondigt is het alsof je in een Volvogarage zegt dat Volvo helemaal top is’, aldus Voorberg. Hij richt zich met name op ongelovige dertigers die verdieping zoeken en bespreekt met hen Bijbelteksten zonder te focussen op de dogma’s van het christelijk geloof, maar op de werkelijkheid van alledag. Eerlijk gezegd wordt mij dit een beetje te breed en te multi-interpretabel. Een reactie van een deelnemer wijst daar ook al op als hij zegt ‘de christelijke teksten zijn een goed uitgangspunt, maar wat mij betreft zouden het ook filosofische of boeddhistische teksten kunnen zijn’. Inderdaad, waar je de essentie van het christendom laat ondersneeuwen die volgens mij ook in dogma’s zijn verwoord, wordt dan Bijbelgespreksgroep niet snel een soort algemene debatingclub over bezinning?nieuww kerkvormen

Laat mij dan maar de Volvoverkoper zijn, want ook die zijn nodig. Columniste Monique Samuel zei ergens ‘Na vele gesprekken met scholieren en studenten, raak ik er steeds meer van overtuigd dat mijn generatie God zoekt. En niet alleen God, maar ook gemeenschap, vaste kaders, structuur en (moderne) conventies.’ De uitkomsten van een laatst gehouden onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau wijzen ook in die richting. Veel jongeren zo wordt geschetst voelen zich meer en meer aangetrokken tot vaste kaders  en geloven weer meer in jarenlang door veel kerk veronachtzaamde thema’s als hemel en hel en een leven na de dood. Het SCP geeft deze groep de naam neofundamentalisten. Ze zijn in wezen weer meer op de noem het maar orthodoxere toer. O, zeker,misschien verdwijnt het kerkgebouw als meest kenmerkende symbool van christendom in Nederland, maar mensen blijven zich hoe dan ook verbinden rond Christus. Hoe? Wie weet, door bij elkaar te kruipen, door elkaar te ontmoeten in sociale netwerken, door samen te komen op massabijeenkomsten (zoals The Passion of EO-jongerendagen), op conferenties, huisgemeenten, monastieke ordes en megakerken.

‘Door rampen, klimaatverandering, tekort aan grondstoffen en door spirituele uitputting komt er een einde aan onze consumentistische, kapitalistische samenleving. Hoe lang dat duurt? Honderd, driehonderd, duizend jaar, dat weet ik niet. Maar als het zover is, dan zal er wel behoefte zijn aan alternatieven. De kerk is broodnodig om mensen de kans te geven te ontstijgen aan de materiële werkelijkheid en andere, alternatieve visies te bieden. De kerk moet een voorbeeld zijn van een menselijke samenleving die beter en hoopvoller is dan de wereld waarin wij leven.’ zegt historicus James Kennedy. Christenen blijven samenkomen in erediensten, verwacht hij. ‘Maar de vorm verandert: ik denk dat het netwerken worden van zorgende mensen die zich inzetten voor omwonenden.’ Theoloog Stefan Paas verwacht dat er twee gemeenschapsvormen overblijven. ‘De ene is de gezinskerk die zich vooral richt op vader, moeder en kind; om die veiligheid en duidelijkheid te geven. Het draait dan om de overdracht van het geloof aan nieuwe generaties. De andere is de gemeente die focust op zelfontplooiing. Deze gemeenschapsvorm richt zich op nieuwe ontwikkelingen en de rol van het geloof in de persoonlijke levensreis. Beide gestalten zijn nodig voor de toekomst.’

Zoals ik al zei, laat mij maar de verkoper van Volvo’s zijn. Ik weet uit eigen ervaring dat het, mits goed onderhouden en wanneer onderdelen op tijd worden vernieuwd en vervangen, betrouwbare auto’s zijn die jarenlang meekunnen.

Kortgeleden publiceerde bureau Motivaction dat het onderzoeksrapport De grenzeloze generatie en de onstuitbare opmars van de B.V. IK  waarin wordt gesteld dat tweederde van de jongeren zichzelf  ‘een heel bijzonder persoon’ vindt.  Ze zijn überzelfverzekerd en ik-gericht. In het Nederlands Dagblad gaat politicoloog Monique Samuel in haar column in op de bevindingen van dit onderzoek. In haar schrijven breekt zij een lans voor deze generatie Y zoals die wordt genoemd. Zij stelt de vraag ‘of dit ambitieuze en wellicht wat arrogante zelfbeeld zo slecht is. Natuurlijk past ons (want ook zij behoort tot de generatie Y) bescheidenheid, maar gezien de uitdagingenwaar wij voor staan (vergrijzing, milieuproblematiek, groeiende sociale ongelijkheid, wereldmigratie) hebben we juist enthousiasme en ambitie nodig en zijn we gebaat bij borrelende creativiteit. Te lang zijn Nederlanders te bescheiden en te beschaafd geweest.’  Ze bevestigd het beeld van de generatie die ik-gericht is: ‘verwacht geen trouwe donaties of actieve (politieke) participatie in de gevestigde instituties. Generatie Y werkt op projectbasis. We trekken onze buidel als ons ego wordt gestreeld. Want wij zijn en blijven “Generatie IK”” Samuel verwoordt in feite wat Herman Wijffels in 2007 al zei in een interview in de Volkskrant, namelijk dat individualisering ook gezien kan worden als een positieve kracht. ‘Mensen die zich bewust worden van zichzelf, aanvaarden in zijn ogen als logische stap de verantwoordelijkheid voor het geheel. Het is een misvatting dat individualisering als vanzelf uitmondt in desintegratie.’

Maar wordt een samenleving dan niet steeds meer een egoleving waarin de eigen behoeftebevrediging het primaat heeft? Of moeten we individualisering, zoals die volgens Samuel tot belangrijke eigenschap van de jonge generatie heeft verheven, in de kerk niet alleen maar negatief tegemoet treden? Religie komt toch van het Latijnse woord religare, dat ‘verbinden’ betekent; maar wat valt er nog te verbinden als iedereen hedonistisch maximalisatie van het eigen genot nastreeft?

De neiging om de moderne individu te ‘pleasen’  zie ik soms ook terug bij (laagdrempelige) kerkdiensten. In een artikel op de site van het Christelijk Informatie Platform wordt een beeld geschetst van een zo’n ‘moderne’ kerkdienst: ‘Een kerk die enigszins op een theater lijkt, inclusief vloerverlichting, comfortabele stoelen, visuele effecten, een grote geluidsinstallatie en twee grote schermen. Tijdens de gelikte kerkdienst – de kerk moet immers laagdrempelig zijn – speelt de band op het podium met zo veel energie dat het er op lijkt dat de mensen in de zaal overbodig zijn. Alles is tot in de puntjes verzorgd. Tijdens het zingen flitsen de teksten van het lied synchroon over de schermen. De preek wordt gehouden met een presentatie, zodat de lijn van het verhaal kan worden vastgehouden door de hoorders. Bijbelpassages worden met prachtige illustraties getoond, al vinden weinig mensen de passages in hun Bijbel, omdat dat Boek vanwege de schermen op dat moment grotendeels gemist kan worden. Na de preek volgt een lied en de afkondiging waarna het normale licht aangaat en het tijd is voor koffie.’

Dit soort dienst laat zich het best omschrijven als een ‘rollercoaster van emoties’. Je voelt je er goed, veel van je zintuigen worden geprikkeld, je pikt eruit wat je interesseert, het sluit helemaal aan bij het moderne tijdsgevoel, maar… is dit het? Verbindt dit mensen met elkaar of is ieder op zijn eigen eilandje gelukkig?

Generatie Ygen geluk eerst.