Sinds enige tijd is er in de christelijke media wat ophef
over het vermeende christelijke toon bij de band Coldplay.
Chris Martin, de frontman heeft zich namelijk openlijk uitgelaten
over de impact die zijn christelijke opvoeding op zijn leven heeft gehad.
In een gesprek zei Martin dat hij het moeilijk
vindt om met zijn streng religieuze opvoeding om te gaan.
‘Ik heb het op dit moment ook zo moeilijk in mijn leven.
En een deel daarvan is dat ik terug moet gaan om naar al die dingen te kijken,’ zei hij.
Een van de laatste nummers ‘We Pray’ lijkt een diepe spirituele honger te verwoorden,
met teksten als: ‘Ik bid dat ik niet opgeef, bid dat ik mijn best doe’
en ‘dus bidden we dat er iemand komt die mij de weg wijst’.
En Martin leent in het nummer ook rechtstreeks uit de Bijbel,
door het hedendaagse leven te beschrijven
als leven ‘vol schaduw van de dood,‘ uit psalm 23.
In het nummer ‘We Pray’ benoemt hij diverse redenen om te bidden.
De song bevat ook een link naar de protestbeweging in Iran.
Inmiddels heeft Martin afstand genomen van het christendom
en zegt dat hij een ‘alltheïst’ is,
wat betekent dat hij gelooft dat God in iedereen en overal is.
‘Ik denk dat God liefde is’, zei hij in een interview,
‘en God is de magie in elk molecuul, zelfs in mensen die je niet aardig vindt.’
Hij legde dit verder uit tijdens een interview:
‘Mijn God, voor mij zijn alle dingen en alles.
God is overal en iedereen
en het is ook het onkenbare, de enorme majesteit achter alles.
En het is gewoon het punt waarop je op het punt komt
dat je niet verder kunt denken, dat is waar ik denk dat God is.’
Hij komt God of het goddelijke tegen in allerlei religies,
stromingen en momenten.
Ook op eerdere albums kwamen soms – onverwachte – links
naar geloof en spiritualiteit.
Ik ga er een paar af:
1. Parachutes (2000)
Nummers als ‘Yellow’ en ‘Trouble’ haalden de krantenkoppen.
Wat geloof betreft, is het echter het minder bekende
‘We Never Change’ dat in de schijnwerpers staat.
De coupletten spreken over een verlangen om nooit wreed te zijn,
om goed te zijn, om waarachtig te zijn en om vrienden om je heen te hebben.
Maar met het refrein komt de realiteit:
‘But we never change, do we? No, no, we never learn do we?’
De brug brengt een duister besef:
‘O, ik heb geen ziel om te redden, ja, en ik zondig elke dag.’
De tekst is bijna Paulinisch in de wanhoop
die ze voelt omdat ze het goede wil doen, maar het eigenlijk niet doet.
Maar Paulus en het lied komen tot verschillende conclusies.
Paulus ontdekte dat verandering door Jezus kan komen,
terwijl het lied blijft klagen over hetzelfde bekende refrein.
2. A Rush of Blood to the Head (2002)
Het album dat ‘Clocks’ naar reclames en tv-montages bracht,
suggereerde ook dat God glimlachen op gezichten tovert.
‘God put a smile on your face’ is lastig te interpreteren,
maar er is een noot van hoop te bespeuren
in de manier waarop het lied wordt omlijst.
Het lied begint met ‘Where do we go, nobody knows;
I’ve got to say I’m on my way down; God give me style and give me grace;
God put a smile upon my face.’
Het voelt als een persoonlijke geloofsverklaring
die aan het einde van het lied de kracht heeft gevonden
om voor anderen te spreken:
‘Where do we go, nobody knows;
zeg nooit dat je op weg bent naar beneden als God je stijl en gratie gaf;
en een glimlach op je gezicht tovert.’
3. X&Y (2005)
Twee nummers op het derde album van de band
kunnen direct worden toegeschreven aan Martins opvoeding in de kerk.
In een interview met het popblad Rolling Stone legt Martin uit
dat ‘A Message’ is afgeleid van de hymne ‘My Song Is Love Unknown’,
terwijl ‘Til Kingdom Come’
(geschreven met de bedoeling om het uit te voeren met Johnny Cash,
die stierf voordat het kon gebeuren)
werd geïnspireerd door het Onze Vader.
Martin legt uit:
‘Een van de geweldige dingen aan gedwongen worden om naar kerkdiensten te gaan,
is dat we al die bekende liederen zongen.
Dat is deels de reden waarom ik geobsedeerd ben door het feit dat iedereen meezingt
tijdens onze shows. Het geeft me het gevoel dat ik deel uitmaak van iets.’
De band slaagt er telkens in om ‘universele gevoelens te verklanken’.
Ook hun hit ‘Fix You’ is daarvan een sprekend voorbeeld.
‘Het is een goede verwoording van het idee
dat we ons allemaal weleens klote voelen, maar dat het goed komt.
In de christelijke wereld is dit lied geliefd.
Het kan bijna als een gezang gezongen worden.’
4. Viva La Vida of Death and All of His Friends (2008)
Naast het zwevende ‘Viva La Vida’, dat verwijst naar Johannes
en de legendarische paarlen poorten,
is er een ‘verborgen’ nummer aan het einde van ‘Lovers of Japan’
genaamd ‘Reign of Love’:
‘Reign of love by the church we’re waiting; Reign of love on my knees go praying;
How I wish I’d spoken up; Away get carried on a reign of love.’
5. Mylo Xyloto (2011)
Mylo Xyloto bracht ons ‘para-para-paradise’,
een albumtitel waar Chris Martin spijt van kreeg
(omdat niemand hem kon uitspreken).
Hieronder staat een lief liedje genaamd ‘U.F.O.’
dat gelezen kan worden als een gebed:
‘Heer, ik weet niet welke kant ik op ga; Welke kant de rivier op gaat;
Het lijkt er gewoon op dat ik stroomopwaarts blijf rollen;
Nog zo’n lange weg te gaan.’
Het tweede couplet brengt een hoopvollere toon met
‘We’ll find somewhere the streets are paved with gold.’
Is het een verwijzing naar
‘de twaalf stadspoorten waren twaalf parels,
elke poort een parel op zich.
De straten van de stad waren van zuiver goud
en schitterden als glas.’ uit Openbaring 21: 21?
6. Ghost Stories (2014)
De belangrijkste ‘geest’ op dit album lijkt Gwyneth Paltrow te zijn.
Twee maanden voor de release van het album
‘hielden Martin en Paltrow zich bewust los van elkaar’, zo wordt geschreven.
Het is een rauw, kwetsbaar album
en in ‘O’ is er een vluchtige verwijzing naar gebed,
de afsluitende track van het album:
‘Still I always; Look up to the sky; Pray before the dawn.’
7. A Head Full of Dreams (2015)
Aan het einde van ‘Kaleidoscope’ staat een opname
van president Obama’s krachtige uitvoering van ‘Amazing Grace’
bij de begrafenis van dominee Clementa Pinckney,
een van de negen mensen die dat jaar omkwam
bij de massaschietpartij in een kerk in Charleston.
8. Everyday Life (2019)
op dit album van Coldplay staat ‘When I need a friend’;
het is een prachtig koorlied dat schreeuwt om vrede, vriendschap en liefde:
‘Heilig, heilig, God verdedig; bescherm mij, laat mij zien;
wanneer ik een vriend nodig heb.’
en dan is er nog ‘BrokEn’,
in feite een gospellied dat God aanroept in moeilijke tijden:
‘Oh shine a light; shine a light.
And I know that in darkness I’m alright;
See there’s no sun rising. But inside I’m free;
Cause the Lord will shine a light for me.
Oh the Lord will shine a light on me.’
Toch kun je bij alle nummers een vraag stellen.
Als voorbeeld neem ik dat nieuwe nummer ‘We Pray’.
Want de vraag kan worden gesteld tot wie het gebed in ‘We Pray’ gericht is, blijft open.
Dat is typerend voor Coldplay;
het is open voor interpretatie.
Iedereen kan er zijn eigen invulling aan geven.
Ik hoor in het lied niet dat het specifiek over de God van het christendom gaat.
Wat overigens niet betekent dat je dit nummer
niet als oproep kunt beschouwen om het toch te doen.
Dat zelfde geldt trouwens voor ook alle andere nummers.
Of….?


