Wanneer we alles hebben bereikt, de hoogste berg hebben beklommen,
de hoogste titel hebben ontvangen en de meeste punten hebben behaald,
ervaren we nog steeds een innerlijke leegte, een innerlijke onrust.
Ons verlangen wordt kennelijk gevoed door iets anders
dan wat we kunnen zien, waarnemen en bereiken.
Niets buiten onszelf kan die onrust wegnemen of de leegte vullen.
We zullen pas tot rust komen als we de innerlijke bron vinden.
De bron die nooit opdroogt, die geborgenheid en veiligheid geeft
en die put uit liefde die nooit eindigt.
Die bron brengt ons bij onze diepste zielenroerselen
en bij lagen in onszelf die raken aan dimensies die mijzelf overstijgen.
Tijdens de zoektocht naar dat diepste verlangen
kom je niet alleen bij vragen als:
‘Wie ben ik?’ ‘Wat doen ik hier?’,
maar steekt ook een andere vraagde kop op:
‘Welk spoor wil ik in deze wereld achterlaten?’
Als je allerlei ontwikkelingen om je heen ziet
kan je dat soms onrustig maken:
bevolkingsgroepen die zich steeds meer tegen elkaar afzetten,
onrust in de wereld, oorlogen, klimaatverandering, gigantische bosbranden.
En dan zijn er nog de problemen op langere termijn:
verarming van een groot deel van de wereld, verwoestijning,
het stijgende water dat ook ons hier in Nederland zal treffen.
In gedachten gaat het dan wel eens door je heen.
Kan het ook heel anders gaan?
Deze wereld omgekeerd, in positieve zin – zou dat ook kunnen?
Een kanteling van alle bedreigende ontwikkelingen,
zodat we weer opgelucht adem kunnen halen.
Vaak denken we:
het is allemaal te groot om aan te pakken
en wat heeft het voor zin als alleen wij ons hier in zouden zetten
dan moet iedereen meedoen.
Of zou je toch het vertrouwen moeten hebben, dat het zo ver komt,
dat iedereen bij zichzelf wil beginnen?

Je kunt in alle fasen van de geschiedenis over zoiets nadenken.
Komt dat dan voort uit de inzet van mensen? Mentaliteitsverandering?
Is het iets dat ons aangereikt wordt… God weet waarvandaan?
Jezus geloofde in ieder geval dat het kòn
en dat het absoluut zou gaan gebeuren.
Want – zo geloofde hij –
de werkelijkheid is geen onbeweeglijk massief blok
onze wereld vindt zijn grondslag in God, die in en door ons werkt.
De kracht van zijn Geest doortrekt ons.
En dat maakt Jezus vol vertrouwen.
Als je dit allemaal beseft en gelooft, zegt hij, ben je intens gelukkig
ook als je het nu nog niet ziet.
We naderen het kantelpunt: deze wereld omgekeerd.

Jezus zegt in de lijn van Mozes: het begint met Thora:
het volgen van Gods leefregels en recht doen aan elkaar.
Maar je zou ook het vertrouwen moeten hebben, dat waar wij ons inzetten,
de liefde en de vrede van God door ons heen werken.
En dat er dus een omslag kan komen:
een nieuwe wereld, een Rijk van liefde en vrede.
Het kantelpunt is al gekomen.
Diep gelukkig ben je als je vanuit dat vertrouwen leeft
en als je je vandaar uit inzet.

Hebben wij hier nu ook iets aan in het gewone leven?
Lukt het ons om intens gelukkig te zijn bij wat we nog niet zien?
Dat zal niet altijd gaan.
Toch denk ik, dat Jezus’ woorden nog steeds een bezielende kracht hebben.
Ze stellen ons de vraag: hoe kijk jij naar onze wereld?
Zie je alleen maar met zorgelijkheid allerlei ontwikkelingen aan:
klimaatveranderingen, aantasting van het leven, polarisatie,
uitbarsting van geweld, ongelijkheid tussen mensen.
Als was het niet meer dan het lot van onze wereld.
Of geloof je toch in die kanteling: deze wereld omgekeerd.
Geloof je dat God, in alles diep verscholen,
ons niet loslaat, maar aanspreekt.
Pak het dan allemaal weer op:
de troost die je elkaar geeft, de inzet voor verbetering,
de weg van de eerlijkheid.
Geloof dan dat het kan kantelen, de goede kant op.
Diep gelukkig ben je als je je daaraan toevertrouwt.

 

In de wereld van coaching en trainingen was lange tijd een belangrijke vraag:
kijk je naar de wereld door een bril van schaarste of door een bril van overvloed?
En het pleidooi was dan dat denken vanuit schaarste ongelukkig maakt.
Je bent dan gefocust op wat er niet is. Je stop energie in wat je nog niet hebt.
Je ziet het leven vooral als een gevecht, een strijd. Ik moet vechten voor mijn aandeel.
Ik moet me onderscheiden ten opzichte van anderen.
En je belandt al te snel in een ratrace.

En tegenover dit schaarste-denken werd dan het denken en leven vanuit overvloed geplaatst.
Ga uit van overvloed, geloof erin dat er genoeg is en dat het jou ten deel valt.
De extreme uitingsvorm daarvan is manifesteren.
Als ik iets maar hard genoeg wil,dan komt mijn droom vanzelf uit.
Word ik vast de beste versie van mijzelf. Name it, claim it.

We stuiten in onszelf en in elkaar op onze schaduwzijden, ons falen.
Op ons onvermogen om echt te veranderen.
We zitten gevangen in systemen die op allerlei manieren beschadigend zijn.
Zijn deel van een mensheid en een generatie die collectief faalt.
Het lukt ons vaak van geen kanten om te leven van genoeg.

En we beseffen met elkaar steeds meer dat het tij begint te keren.
Dat we in plaats van een bril van overvloed eerder behoefte hebben aan een bril van genoeg.

Vanuit christelijk oogpunt vind ik dat daar iets blijmoedigs inzit.
Want boven de mensheid die verwikkeld is is in de ratrace van rupsje-nooit-genoeg
hangt de Jezus Christus de Gekruisigde,
licht en kalm, te midden van de donkerte, de pijn, nood en schuld van de hele mensheid.
De man aan het kruis deelt in dat menselijk bestaan maar gaat er niet in onder.
Hij overstijgt het, wordt verhoogd. En draagt het weg, verzoent het, overwint het.
Er schemert ook altijd iets van ochtendlicht in door.
Op Golgotha volgt Pasen. Er hangt de belofte in de lucht van opstanding.
Van een ander, nieuw bestaan.
Vader, vergeef het hen want ze weten niet wat ze doen. Ze hebben werkelijk geen idee.

Apostelen hebben het evangelie van de Gekruisigde
vertaald in raadgevingen, aansporingen, leefregels.
Denk aan het pleidooi op diverse plaatsen in de Apostolische brieven voor gematigdheid:
maat weten te houden.
En voor zelfbeheersing (jezelf niet verliezen, niet overvragen of overschreeuwen).
Denk aan het gebed in Filippenzen 1
om ‘inzicht en fijnzinnigheid om te kunnen onderscheiden waar het op aan komt’.
Of de aansporing in 2 Timoteus 1 vers 7:
‘God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven,
maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.’
In bezonnenheid zit iets van gevoel voor wat passend is, gevoel voor proporties, voor wat genoeg is.   Niet teveel, niet te weinig.
Mensen op zoek naar een ander, nieuw bestaan, een leven van genoeg.

Hem volgen is ons oude bestaan met Hem te laten sterven
en met Hem opstaan in een nieuw leven.
Onszelf oefenen in omdenken.

Toen in maart de coronamaatregelen van kracht werden
betekende dat ook voor kerken
dat de ‘traditionele’ diensten werden opgeschort.
Hard werd er gewerkt aan een mogelijkheid
om elkaar online te ontmoeten.
En dat heeft geresulteerd in een veelheid van online diensten
die vrijwel zondag aan zondag het wereldwijde web opgeslingerd worden en die – zo laat ik mee vertellen –
door veel mensen worden beluisterd en bekeken.
Toch hoorde je dat veel mensen de diensten en het samenkomen misten.
Maar nu voorzichtig aan er, met inachtneming van de coronamaatregelen, weer diensten worden gehouden in kerkgebouwen
blijkt het dat veel kerken de maximaal toegestane aantallen
niet worden gehaald.

De groep mensen die nu wegblijft,
heeft vaak de meest uiteenlopende redenen om niet te komen.
Ik noem er een paar:
ik ga niet naar de kerk, want we kunnen nog niet zingen;
ik ga niet naar de kerk, want het is zo’n gedoe met inschrijven;
ik ga niet naar de kerk, want het is zo kil als je zover uit elkaar zit;
ik ga niet naar de kerk…het is nog zo anders dan ik gewend ben;
ik ga wel weer een keer als alles weer normaal is.
Ook zijn er ouderen die het vanwege het coronavirus niet durven.
Andere mensen vinden het juist fijn om een dienst online
vanuit de luie stoel te volgen.
Er zijn zelfs stemmen die zeggen dat
de terugloop van het aantal kerkgangers
door de coronacrisis nog sneller zal gaan.

Ooit schreef Van Ruler, een theoloog van midden twintigste eeuw
een boek ‘Waarom zou ik naar de kerk gaan?’
met een aantal argumenten om juist wel naar de kerk te gaan.
Ik noem er een aantal: om een kans op bekering te lopen (tot in je binnenste geraakt worden door Gods Woord);
om een gewoonte vast te houden (stijl, roeping);
om een traditie voort te zetten (als schakel in een lange keten, vanuit het voorgeslacht);
om de wereld voor te dragen ( voorbede, alle dingen met God bespreken); om rust te vinden (even terugtrekken uit de hectiek van alledag);
om weer op toonhoogte te komen ( godsdienst-oefening, Gods bedoeling met ons leven);
om in het openbaar mijn geloof te belijden (ik belijd mijn geloof. De kerkgang zelf is belijdenis).

Zijn deze argumenten nog valide
of moeten we in onze tijd toch anders gaan denken?
Ja, hoe moet dit nu verder?
Hebben wij de fysieke kerk te belangrijk geacht
voor de geloofsgemeenschap?
Zijn wij niet op allerlei andere manieren ‘kerk’?
Moeten we de ‘diensten’ heel anders gaan opzetten? Echt omdenken?
Het lijkt me een hele uitdaging om daar de komende tijd
verder over na te denken
en ik zal daar ik komende blogs zeker op terug komen.
Mochten mijn lezers mee willen denken dan verneem ik dat graag!

Vandaag las ik de tekst van Moeder Teresa ‘Wat wij doen is slechts een druppel in de oceaan. Maar als we het niet deden, zou de oceaan kleiner zijn vanwege deze ontbrekende druppel’.

Ik kwam op deze tekst toen ik wat zat na te denken naar aanleiding van de titel van mijn column van deze week. Een ‘mer à boire’, een zee om leeg te drinken, staat voor een onbegonnen werk. Ja, zo gezien lijken veel zaken in het leven soms een onbegonnen werk. Moeder TeresaMaar het helpt om een uitdrukking vanuit een ander perspectief te zien, zoals Moeder Teresa dat deed. Al lijkt onze arbeid soms nutteloos en draagt het ons inziens weinig bij aan het oplossen van wereldomvattende problemen, ze hebben wel degelijk nut.

Vanuit dat perspectief kun je het Veertigdagenproject 2013 van Kerk in Actie en Stichting Present misschien ook zien. Ze organiseren in de Veertigdagentijd zogenaamde Veranderdagen. Ieder lid van de Protestantse Kerk kan zich inschrijven voor de Veranderdagen en in de regio de handen uit de mouwen steken voor kwetsbare mensen buiten de kerk. De deelnemers maken kennis met mensen die ze anders waarschijnlijk niet zouden ontmoeten. Misschien lijkt het op mondiale schaal maar een miniem druppeltje in de oceaan of op de gloeiende plaat, maar als we het niet deden wat dan?

Wellicht schat ik het initiatief van de Wereldbank ook zo in. Zij zoekt namelijk een einddatum voor armoede. Dat stelde de nieuwe president van de ontwikkelingsbank, Jim Yong Kim. In eerste instantie kwalificeer je zo’n oproep als volledig absurd. Onbegonnen werk. Armoede de wereld uit… en bij de eerste de beste crisis in de westerse wereld, een van de grote gelddonoren, wordt er gekort op de gelden die naar armoedebestrijding gaan.

En toch, zo’n initiatief vormt een druppel in de oceaan, in het perspectief van Moeder Teresa althans. Maar het helpt anders te denken, om te denken. Zogezegd een Veranderdag in één uitspraak.

Deze week begon voor de christenen de Veertigdagentijd.  Deze periode is van oudsher een tijd van inkeer, bezinning en gebed ter voorbereiding op Pasen. Het is een bekeringstijd. Ommekeer, verandering, en wat mij betreft ook een periode van omdenken