de titel van de post is gebaseerd op de titel van het nummer Imagine van John Lennon uit 1971 

 

Er heerst al een tijdje een gevoel van crisis in Europa.
Je voelt het. Europese landen herbewapenen zich,
terwijl Amerika de financiële kraan dichtdraait.
Ze worstelen om de migratiestromen te beheersen.
En jongeren – maar zij niet alleen –
verliezen hun vertrouwen in de democratie.

Toch is dit niet in de eerste plaats een economische crisis,
of zelfs een politieke of een identiteit of etnische.
Het is eerder een spirituele crisis.
En als je er met deze bril op naar kijkt,
zie je overal de tekenen ervan.

Zoals afgelopen zomer
toen Mette Frederiksen, de premier van Denemarken,
een nationale militaire opbouw aankondigde,
met hogere defensie-uitgaven, herinvoering van de dienstplicht, et cetera.
Deze maatregelen zijn allemaal aangewakkerd
door de algemene Noord-Europese angst
voor het expansionistische Rusland.
Kort daarna sprak ze een groep studenten
van de Universiteit van Aalborg toe
waar ze iedereen verraste door te zeggen:

‘We zullen een vorm van herbewapening nodig hebben
die net zo belangrijk is (als de militaire). Dat is de spirituele.’

Ze sprak over het onderscheidingsvermogen
dat nodig is om waarheid van onwaarheid
te onderscheiden in een wereld
waar die twee moeilijk te onderscheiden zijn
en ze impliceerde dat dit spirituele wijsheid vereist,
niet meer technologie.
Herinvoering van de dienstplicht is één ding,
maar mensen overtuigen om te vechten
en zelfs te sterven voor wat dan ook is iets anders.
Deze problemen zijn niet uniek voor Denemarken.
Waarom zou Generatie Z vechten
voor een economisch systeem
dat niet in hun voordeel lijkt te werken,
hen geen uitzicht biedt
op een eigen huis of een vaste baan,
en weinig te bieden heeft
om tot heldendom te inspireren?
John Lennon stelde zich een wereld voor
met ‘niets om voor te doden of te sterven’.
Maar als er niets is waar je voor zou willen sterven,
is er waarschijnlijk ook niet veel om voor te leven.

De oproep van Frederiksen
is slechts één teken van de spirituele crisis in Europa.
Een ander is de opkomst
van wat soms ‘christelijk nationalisme’ wordt genoemd.
Elites mogen dan neerkijken
op de geuzenvlaggen die wapperen tijdens populistische marsen,
maar dit zijn de zichtbare tekenen van grote groepen mensen
die het gevoel hebben dat niemand naar hen luistert
en die het verlies betreuren
van het culturele en breed christelijke kader
dat, in de herinnering van vorige generaties,
eeuwenlang het besturingssysteem
van het Nederlandse leven vormde.
Het verdwijnen ervan sinds de jaren zestig
en het gebrek aan iets om het te vervangen,
vormen een probleem.
Het ‘nieuwe atheïsme’ was een daad van cultureel vandalisme,
gericht op het vernietigen van het geloof,
maar zonder iets om het voor in de plaats te stellen.

Een andere is wat wel de Stille Opwekking wordt genoemd:
tekenen van hernieuwd kerkbezoek
onder (vooral) jonge mensen.
Oplevingen van religie vinden meestal plaats
wanneer een gemeenschap voelt
dat haar identiteit en voortbestaan worden bedreigd.
In zulke tijden keren mensen terug naar hun wortels,
naar beschikbare bronnen
van wijsheid en geruststelling.
Dit is nog geen algehele wending naar ‘de Kerk’,
maar het is veeleer een teken
van een verlangen
naar een spirituele betekenis,
naar iets heiligs,
iets dat niet voor geld te koop is
en een waarde heeft
die verder gaat dan wat wij eraan willen geven.

Dus, terug naar verrassende oproep
tot spirituele vernieuwing
van Mette Frederiksen,
in haar eigen land.
Denemarken is een van de meest seculiere landen van Europa,
Nee, Frederiksen staat niet bekend
als een regelmatige kerkganger
en haar sociaaldemocratische partij
is de afgelopen decennia
stond over het algemeen
lauw tegenover religie.
Toch was ze eerlijk genoeg
om het probleem te erkennen.
Als we onszelf decennialang hebben voorgehouden
dat de waarheid niet bestaat,
is het niet verwonderlijk
dat we het moeilijk vinden
om waarheid van onwaarheid te onderscheiden.
Wanneer we vol vertrouwen hebben verkondigd
dat de belangrijkste stem
om naar te luisteren
onze eigen verlangens zijn – ‘wees jezelf’ –
is het niet verwonderlijk
dat we geen idealen meer hebben
om ergens voor te leven of te sterven.
Jongeren gaan misschien de straat op
vanwege klimaatverandering of Palestina,
maar zijn ze bereid
hun leven te geven voor iets moois, iets heiligs,
dat dat alles te boven gaat,
zelfs als het hun beschaving
al generaties lang in stand houdt?

Waarschijnlijk niet.
En er is geen reden om te denken
dat Denemarken anders is
dan welk ander Europees land dan ook.
Hetzelfde geldt ongetwijfeld voor Nederland,
ook al zijn onze politici
niet zo scherpzinnig als Mette Frederiksen
in het signaleren van het probleem.

Dus waar is het antwoord te vinden?
Mette Frederiksen riep ‘de Kerk’ om een antwoord:

Ik geloof dat mensen steeds vaker de Kerk zullen opzoeken,
omdat die een natuurlijke gemeenschap
en een nationale basis biedt…
Als ik de Kerk was, zou ik nu denken:
hoe kunnen we zowel een spiritueel
als een fysiek raamwerk zijn
voor wat de Denen doormaken?

Maar daarin schuilt nu juist het probleem.
De Deense Kerk,
één van de lutherse kerken in Noord-Europa,
verkeert niet bepaald in een goede gezondheid:
70 procent van de bevolking is weliswaar geregistreerd lid van de kerk,
maar slechts 2,4 procent van hen
komt op zondag daadwerkelijk naar de kerk
– wat neerkomt op gemiddeld 30 bezoekers
in een lokale Deense lutherse kerk op zondag.

Filosoof John Gray
is vernietigend over de gevangenschap
van de westerse kerken in de tijdgeest.
Hij beschouwt ze als
een weerspiegeling van de verwarring
van de tijdgeest
in plaats van een coherent alternatief te bieden…
dit soort christendom
is een symptoom van de ziekte, geen geneesmiddel.’

Dat is misschien wel het probleem,
maar het is ook de kans.
Het christendom is de standaard spirituele traditie
van het Westen.
Niets dringt zo diep door in de Europese ziel als dit.
Anderen komen en gaan,
maar dit geloof zit in onze aderen,
in ons landschap, onze kunst en ons geheugen.
Keer op keer, vanaf de eerste eeuwen,
heeft het talloze mensen geïnspireerd
tot een leven van onbaatzuchtige toewijding.
Dat gebeurde toen het Byzantijnse rijk
verrees uit de ruïnes van het Romeinse Rijk,
toen een nieuwe middeleeuwse,
gekerstende beschaving ontstond
uit de ruïnes van de barbaarse veroveringen,
of tijdens de hervormingsbewegingen
van de zestiende en zeventiende eeuw,
of tijdens de missionaire bewegingen
van de negentiende eeuw.
Keer op keer is het een katalysator gebleken
voor wijsheid om de uitdagingen
van de crisis het hoofd te bieden,
voor individuele zelfopoffering,
culturele vernieuwing
en een doel dat verder gaat dan persoonlijke vervulling:
iets om voor te leven en te sterven.

En dat is nog steeds zo.
Je hoeft alleen maar terug te denken
aan de 21 Libische martelaren
– voornamelijk gewone Koptische christenen
uit een eenvoudig dorp
die in 2015 door ISIS werden gevangengenomen
en die een gruwelijke dood verkozen
in plaats van hun geloof
in de liefde van Christus te verloochenen,
om te laten zien
hoe het christelijk geloof 
iets biedt niet om voor te doden,
maar wel om voor te sterven.

Ik twijfel er niet aan
dat het christendom dat opnieuw kan bieden.
Niet als een terugkeer
naar iets uit het verleden,
maar in een nieuwe vorm
die trouw blijft aan zijn wortels,
maar op een manier
die er nieuw uitziet;
misschien nederiger, eenvoudiger, zuiverder.

Kunnen christenen,
zoals John Gray het verwoordde,
een coherent alternatief bieden
voor de verwarring van de tijdgeest
in plaats van er een flauwe afspiegeling van te zijn?

De toekomst,
niet alleen van het Europese christendom,
maar ook van Europa,
hangt er mogelijk van af.

 

Maar de vraag dringt zich op: kunstmatige intelligentie, AI,
het was toch ontworpen om ons te redden?
Je hoort en leest immers over groepen mensen
die gevangen zitten in algoritmes,
of door desinformatie worden misleid
De ontwerpers van AI beweren volmondig
dat hun systeem er is ten bate van de gebruiker.
En zeker, AI is ongetwijfeld nuttig.
De antwoorden die ik eerder kreeg over ‘de grootste levensvragen’ waren zeker nuttig.
Maar AI als ultieme levensgezel, hoe zit dat dan?

Want AI kan gezelschap bieden aan eenzame mensen,
kan creativiteit stimuleren wanneer we leeg zijn
en kan ons productiever maken.
Het geeft ook zonder aarzeling antwoord op elk soort vraag.
Het kan, kortom, een toevluchtsoord.
Veel chatbots hebben namen, wat ons gevoel van veiligheid versterkt.
Want namen definiëren en labelen dingen,
maar ze doen veel meer dan dat.
Namen bevorderen verbinding.
Ze kunnen een relatie oproepen en beschrijven,
waardoor we een intieme band
kunnen opbouwen met de genoemde dingen.
Maar wanneer de betreffende ‘dingen’ AI-chatbots zijn,
kunnen we echter in de problemen komen.

Want chatbots kunnen volgens onderzoek bijdragen aan
‘schadelijke stigmatisering en gevaarlijke reacties’.
Sterker nog, ze kunnen psychotische symptomen zelfs versterken.
Hoe meer we leren, hoe meer we beginnen te begrijpen
dat een groot deel van de wereld
die AI-chatbots bieden, een illusie is.

Vroegchristelijke denkers hadden een aparte categorie
voor precies dit soort illusie:
de demonische.
Ze zagen demonen niet als rode, gehoornde lichamen
maar als entiteiten met de macht om illusies te creëren:
visioenen, verschijningen en bedrieglijke tekenen
die de menselijke perceptie van de werkelijkheid vertekenden.
Demonen personifieerden ook trots.
Als gevallen engelen keerden ze zich af van de waarheid
en richtten zich op zichzelf.
Hun illusies verleidden mensen om die trots te delen
door valse grootheid te geloven
en zich vast te klampen aan een valse toevlucht.

Door zo naar die vroegchristelijke benaderingen van demonologie te kijken
kan het ons helpen duidelijker te zien
wat er op het spel staat
bij het onvoorwaardelijk omarmen van AI-chatbots.

Want volgens vroege christelijke denkers
opereerden demonen zelden met brute kracht.
In plaats daarvan werkten ze door middel van bedrog.
Athanasius van Alexandrië (ca. 296–373)
was een bisschop en theoloog
die Het leven van Antonius schreef.
Hierin beschreef hij hoe de grote woestijnvader
werd geplaagd door demonische visioenen,
fantomen van wilde dieren, verschijningen van goud
en zelfs valse engelen van het licht.
Het cruciale gevaar was niet een fysieke aanval, maar een illusie.
Demonen werden gezien als wezens
die schijnvertoningen creëerden
om te verwarren en te misleiden.
Een monnik in zijn cel
kon stralend licht zien en prachtige stemmen horen,
maar hij moest het zorgvuldig testen,
want demonen vermommen zich als engelen.

Evagrius van Pontus (ca. 345–399),
een christelijke monnik, asceet en theoloog
die invloedrijk was in de vroege monastieke spiritualiteit,
waarschuwde dat demonen zich in het denken drongen
en ideeën plantten die aanvoelden
alsof ze door henzelf waren gegenereerd,
maar die iemand in feite op een dwaalspoor brachten.
Deze notie dat het demonische het meest effectief is
wanneer het via de schijn werkt
vormde het hele ascetische project.
Demonen weerstaan betekende hun illusies weerstaan.

Augustinus van Hippo (354-430)
was een Noord-Afrikaanse bisschop en theoloog
wiens geschriften het westerse christendom vormgaven.
In zijn boek De Stad Gods
betoogde hij dat heidense religie
grotendeels een uitgebreid systeem
van demonische misleiding was.
Demonen, zo betoogde hij, veroorzaakten valse wonderen,
manipuleerden dromen
en inspireerden theatervoorstellingen om de massa te verleiden.
Ze handelden in spektakel en verleidden de verbeelding
en het verlangen in plaats van de waarheid te presenteren.

AI-chatbots functioneren op een opvallend vergelijkbare wijze.
Ze oefenen geen macht uit door fysieke dwang.
In plaats daarvan creëren ze illusies.
Ze kunnen een gezaghebbend klinkend verhaal
vol onwaarheden produceren.
Ze kunnen beelden creëren van mensen
die iets doen wat nooit is gebeurd.
Ze kunnen gezelschap bieden
dat leidt tot zelfbeschadiging of zelfs zelfmoord.
Net als het demonische opereert de chatbot
door middel van van beeld, geluid en gedachte.
Het produceert schijnbeelden die de zintuigen overtuigen,
maar ze tegelijkertijd loskoppelen van de realiteit.
Het risico is niet dat de chatbot ons dwingt,
maar dat hij ons bedriegt;
net als demonische machten.

Ook het gebruik van AI-chatbots verleidt ons met illusies van trots.
Een schrijver kan bijvoorbeeld
door AI gegenereerd werk
als zijn eigen werk presenteren.
Het gevaar hier is niet alleen dat men bedrogen wordt,
maar dat men medeplichtig wordt aan bedrog,
door illusie te gebruiken om zichzelf groter te maken.

Vroegchristelijke theologen zoals Athanasius, Evagrius en Augustinus
waarschuwden dat trots het zekerste teken van demonische invloed was.
Voor zover AI ons verleidt tot opgeblazen beelden van onszelf,
volgt het hetzelfde patroon.

Als het om AI-chatbots gaat,
hebben we een discipline van onderscheidingsvermogen nodig
om te testen of de afbeeldingen en teksten
de kenmerken van waarheid of bedrog dragen.
Net zoals monniken niet elk licht konden vertrouwen,
kunnen wij niet elk beeld of elke zelfverzekerde alinea vertrouwen
die door de chatbots wordt geproduceerd.
We hebben verificatiecriteria
en onderscheidingsvermogen nodig
om te voorkomen
dat illusie voor realiteit wordt aangezien.

Zo is hulp nabij.

Want door de eeuwen heen
hebben christenen gereageerd op demonische illusies,
niet met naïeve goedgelovigheid
of een algehele afwijzing van de zintuiglijke wereld,
maar door het harde werk van onderscheidingsvermogen:
het testen van schijn, het cultiveren van disciplines van verzet
en het richten van verlangen op de waarheid.

Het Leven van Antonius beschrijft hoe de monnik
demonische illusies confronteerde met ascetische discipline.
Toen Antonius geconfronteerd werd met visioenen van schatten,
weigerde hij zich te laten leiden door verlangen.
Toen hij werd aangevallen door verschijningen,
bleef hij in gebed.
Hij testte visioenen op hun effecten:
waarachtige visioenen brachten nederigheid,
vrede en helderheid teweeg,
terwijl demonische illusies trots,
onrust en verwarring opwekten.

We kunnen een levenswijze cultiveren die hetzelfde doet.
Weerstand bieden aan de illusies vereist
mogelijk vormen van ascese:
vasten van chatbots
en het cultiveren van geduld bij de verificatie.

Nee. AI-illusies zijn op zichzelf niet per se demonisch.
De sleutel is of de illusie voorbij zichzelf wijst
naar de waarheid en de werkelijkheid,
of dat het ons in een staat van misleiding brengt.