Mount Doom uit Tolkiens Lord of the Rings

 

Het begin van een nieuw jaar voelt meestal als een frisse start.
Nieuwe kansen, goede voornemens, een beetje hoop.
Maar wees eens eerlijk?
Zo voelt het nu niet echt.
Aan het begin van 2026 lijkt de wereld gevaarlijker
dan ze in lange tijd is geweest,
zeker vanuit westers perspectief.

Psychologen kennen het begrip ‘catastroferen’:
mensen, vaak met PTSS of andere psychische problemen,
gaan dan elk mogelijk gevaar uitvergroten
en zien hun eigen ondergang als onvermijdelijk.
Hun gevoel voor realiteit is verstoord.
Als je elke dag de krant openslaat en wordt overspoeld
door berichten over oorlog, corruptie en rampen,
is het toch knap lastig om níét somber te worden.
Denk aan drones en moderne oorlogsvoering,
schuivende machtsblokken, groeiende ongelijkheid,
cyberaanvallen, door staten gesponsorde hacks,
en AI die we steeds minder lijken te begrijpen.
En dan hebben we het nog niet eens over klimaatverandering,
torenhoge kosten van levensonderhoud
en toenemende polarisatie.

Optimistisch? Niet bepaald.

Wat mij misschien nog wel het meest zorgen baart,
is hoe waarheid en verantwoordelijkheid
lijken te verdwijnen uit het publieke debat.
Gezond verstand voelt soms als een zeldzaamheid.
In plaats van gesprek is er geschreeuw.
Macht wint het van argumenten.
Natuurlijk is ‘gezond verstand’ deels subjectief,
maar ik ben vast niet de enige die zich afvraagt
hoe het kan dat mensen wegkomen
met overduidelijke leugens,
of keihard bewijs wegwuiven als ‘nepnieuws’.
Waar staat de werkelijkheid eigenlijk nog op?

In die stemming raakte ik diep getroffen
door een tekst van de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer,
geschreven kort voor zijn arrestatie in 1942.
Hij schrijft over het falen van de ‘redelijke mensen’:
mensen met goede bedoelingen
die denken dat je met logica en nuance een ontspoorde wereld
wel weer recht kunt trekken.
Ze willen recht doen aan alle kanten,
maar worden vermalen tussen botsende krachten.
Teleurgesteld trekken ze zich terug,
of worden slachtoffer van hardere spelers.

En dan stelt Bonhoeffer de pijnlijke vraag:
wie houdt het dan wél vol?
Volgens hem alleen degene die bereid is
zijn eigen rede, principes en zekerheden
los te laten wanneer hij geroepen wordt
tot verantwoord handelen
— niet vanuit eigen gelijk,
maar vanuit gehoorzaamheid
aan iets dat groter is dan hijzelf.
Ja, waar zijn die mensen?

Terwijl ik daarover nadacht, draaide op tv
weer eens de cyclus van The Hobbit en The Lord of the Rings.
Tolkien beschrijft daarin de strijd tegen het ultieme kwaad,
en noemt die strijd ‘de lange nederlaag’.
Tolkien was maar iets ouder dan Bonhoeffer.
Op het eerste gezicht hadden ze weinig gemeen:
een Engelse katholiek versus een Duitse lutheraan;
een fantasyschrijver tegenover een radicale theoloog.
Maar beiden waren gevormd
door de verschrikkingen van oorlog.
Tolkien had de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog meegemaakt
en had geen romantische ideeën meer over de mensheid.
En toch gaf hij de hoop niet op.

Die lange nederlaag komt maar één keer letterlijk voor
in The Lord of the Rings, maar wel op een cruciaal moment.
Galadriel, de elfenkoningin, zegt
dat zij en haar volk al eeuwenlang
die lange nederlaag strijden.
Dat roept een vreemde vraag op:
waarom vechten, als je weet dat je uiteindelijk verliest?

Het verhaal laat zien waarom.
Iedereen in het gezelschap faalt op een of andere manier.
Zelfs Frodo, die de Ring draagt,
bezwijkt op het allerlaatste moment.
Hij kán de Ring niet vernietigen.
Toch wordt het kwaad verslagen
— niet door heldendom, maar door wat lijkt op toeval:
Gollem valt in de afgrond.
Tolkien maakt daarmee een ongemakkelijke
maar eerlijke boodschap duidelijk:
zelfs de besten onder ons falen.
En tóch kan het goede winnen,
op een manier die niemand gepland had.

Dat betekent overigens niet
dat Frodo faalt als persoon.
Immers, zonder zijn inzet
was de Ring nooit op die plek gekomen.
Tolkien schreef zelfs dat niemand,
uitgeput en gekweld zoals Frodo,
weerstand had kunnen bieden.

De vraag blijft dus: waarom blijven vechten?
Omdat niet vechten erger is.
In Tolkiens wereld is wanhoop een wapen van het kwaad.
De ‘lange nederlaag’ betekent niet dat alles zinloos is,
maar dat menselijke pogingen altijd tekortschieten.
En tóch zijn ze noodzakelijk.

Dat idee sluit aan bij wat Martin Luther King ooit zei:
De boog van het morele universum is lang,
maar hij buigt naar rechtvaardigheid.
Dat betekent niet dat alles vanzelf goed komt
door onze plannen.
Integendeel: mensen falen voortdurend,
zelfs met de beste bedoelingen.
Maar het wijst op een hoger doel
dat niet afhankelijk is van onze perfectie.

Hoop komt dan niet uit systemen,
vooruitgang of natuurwetten
— die lopen uiteindelijk allemaal vast.
Hoop komt voort uit vertrouwen:
dat er Iemand is die door chaos, toeval
en zelfs menselijk falen heen werkt.
Tolkien geloofde dat ook.
Hij noemde het ‘eucatastrofe’:
precies wanneer alles verloren lijkt,
gebeurt er iets onverwachts
dat het hele verhaal laat kantelen.

Dat is geen excuus om niets te doen of ons terug te trekken.
De ‘lange nederlaag’ is geen totale nederlaag.
Het betekent dat onze pogingen om
vrede, recht en genezing te brengen
in een gebroken wereld
– wat het Oude Testament van de Bijbel ‘shalom’ noemt –
nooit compleet zullen zijn,
misschien zelfs gedoemd
zijn onvolledig of zelfs te mislukken —
maar dat ze daarom niet waardeloos zijn.

Zoals de elfen blijven vechten, zo doen wij wat we kunnen.
Niet omdat we denken dat we de wereld redden,
maar omdat het goed is om het goede te doen.
Dat is misschien geen grote overwinning,
maar wel een voorzichtige hoop.
En soms zijn onze daden korte momenten
waarin iets van die uiteindelijke gerechtigheid zichtbaar wordt.

De zeventiende-eeuwse Franse wis- en natuurkundige,
christelijk filosoof en theoloog Blaise Pascal schreef eens:

alle problemen van de mensheid komen voort
uit het onvermogen van de mens om rustig
alleen in een kamer te zitten.

En nu, vierhonderd jaar later, hebben we bewijs van hoe moeilijk we dit vinden.

Onderzoekers voerden een experiment uit
waarbij ze meerdere mensen alleen in een kamer plaatsten
met niets anders te doen dan daar vijftien minuten te zitten.
De meerderheid gaf toe zich ongemakkelijk te gaan voelen
als men zich met niets anders dan zijn gedachten bezighoudt.
Het experiment werd herhaald,
alleen werd er dit keer een instrument in de kamer geplaatst
dat een onaangename elektrische schok kon toedienen.
In de periode van vijftien minuten
diende één op de vier vrouwen zíchzelf de schok toe
om de verveling te verlichten.
Twee op de drie mannen deden dat ook.

Er is een kans dat we de verkeerde conclusies trekken
uit sociale experimenten
omdat het moeilijk is om in de gedachten van anderen te kruipen,
maar we kunnen hier een goede gok wagen.
Onze levens zijn overprikkeld.
Alleen in een kamer zijn met onze gedachten
voor een langere tijd is vreemd.
We hóren niet zo te leven menen we.
Onze smartphones zijn de ‘stok en staf die ons vertroosten’.
Elk vrij moment moet worden besteed aan TikTok, Instagram of Spotify.

Naarmate mensen ouder worden,
denken ze vaak dat de wereld zijn aandachtsspanne verliest,
zonder te beseffen dat de focus afneemt
naarmate we ouder worden.
Maar er lijkt iets te zijn veranderd in de afgelopen twee decennia.
Er is een geheel nieuwe digitale architectuur ontworpen
die er niet was.
Het creëert de buzz van de stad,
en is om ons heen verrezen als wolkenkrabbers,
waardoor koude schaduwen en bittere windtunnels
van woede en afleiding ontstaan die de warmte blokkeren.

Deze nieuwe online stad is opzettelijk ontworpen
om onze aandacht vast te houden;
om te voorkomen dat we offline iets gaan doen.
En het werkt.
Tussen 2010 en 2020 hebben we wereldwijd
twintig keer meer informatie verbruikt.
Dit is een kolossale toename voor onze hersenen
om in een oogwenk te verwerken.
Onze geest is minder geworden als het coole,
witte minimalistische interieurontwerp
waar mensen naar streven in het leven
en meer als het rommelhok
waar kapotte en nutteloze spullen
worden gedumpt.

Sommige wetenschappers stellen
dat we onszelf de schuld van deze situatie geven.
Als we anderen vertellen dat onze smartphone ons afleidt,
is het antwoord dat we krijgen dat we hem moeten uitzetten.
Hoewel we dit soort stappen kunnen ondernemen,
worden we er echter meer en meer afhankelijk
van gemaakt door techbedrijven .
Natuurlijk is er net als bij shopaholics
sprake van individuele verantwoordelijkheid,
maar er is ook het bouwwerk van consumentenkapitalisme
dat is ontworpen om ons meer spullen te laten kopen
of – in het geval van het internet –
meer informatie te laten absorberen.

Als we bedenken wat het betekent
om Jezus vandaag de dag te volgen,
beseffen we vaak niet wat technologie met ons doet.
De voordelen zijn duidelijk
– de wereld binnen handbereik hebben,
in een oogwenk met familie en vrienden kunnen praten –
maar de nadelen blijven onduidelijk.
Hoe beïnvloedt digitale afleiding
het lezen van de Bijbel
en een toewijding aan gebed?
Er is weinig onderzoek naar gedaan,
maar we geven God misschien
minder toegewijde aandacht dan voorheen.
Als we van de ene bron naar de andere fladderen,
als een vlieg op een warme zomerdag,
blijven we niet lang genoeg
op één plek om te ontdekken
of God daar op ons wacht.

Aanwijzingen van God komen vaak
van buiten het kerkelijk denken.
Nu heeft een groep tech-tovenaars uit Silicon Valley
het idee van een digitale sabbatical bedacht,
waarbij mensen één dag per week offline doorbrengen.
Hoewel ze zichzelf beschrijven
als niet bepaald religieus,
verdrinkt hun manifest
zo’n beetje in religieuze traditie.
Ze adviseren mensen om:

  • Technologie te vermijden
  • Contact te houden met geliefden
    Uw gezondheid te koesteren
  • Naar buiten te gaan
  • Commercie te vermijden
  • Kaarsen aan te steken
  • Wijn te drinken
  • Brood te eten
  • Stilte te vinden
  • Iets terug te geven

Het is een sabbatical die opnieuw is uitgevonden
voor het digitale tijdperk.

Er wordt een aantal praktische acties opgesomd
die kunnen worden ondernomen,
zoals gefocust blijven op de taak
en blootstelling aan sociale media te beperken,
omdat is aangetoond dat dit in grote hoeveelheden
slecht is voor de geestelijke gezondheid.
We moeten onze gedachten ook kunnen laten afdwalen.
Dit spreekt het argument
over het niet verliezen van de focus niet tegen.
Het afdwalen van de gedachten is, paradoxaal genoeg,
een vorm van aandacht.
Het is de ruimte waarin we de puzzels
van ons leven oplossen,
punten met elkaar verbinden
die we hadden gemist,
een plaatje inkleuren
om het tot leven te brengen.

Wanneer de profeet Elia God ontmoet op de berg Horeb,
is er eerst een sterke wind,
daarna een krachtige aardbeving
en ten slotte een laaiend vuur.
Maar God openbaart zichzelf
niet in deze aangrijpende verschijnselen.
Hij is te vinden in de pure stilte die volgt;
in het gefluister van een stem.

De pure stilte van vandaag wordt verbroken
door het vertrouwde gezoem van een nieuwsfeed
of een update op sociale media
– of de schok van een elektrische stroom.
Het is nu het moment dat we
binnen gehoorsafstand
van de zwakke audio
van het Goddelijke komen.

Kerkvader Augustinus wist het al:

onrustig blijft ons hart totdat het rust vindt in U’

Jullie zullen horen dat er oorlog is, of dat er oorlog komt. Maar je moet daar niet van schrikken.             Want dat moet allemaal gebeuren, maar het is nog niet het einde.

Mattheüs 24 : 6

 

De oorlog in Oekraïne is al enige tijd bezig.
En de gebeurtenissen volgen elkaar snel op.
Hoe zal Oekraïne eraan toe zijn, als u dit leest?
Ook de Europese verkiezingen draaien onder andere om dit thema.
Hoe kan Europa zich weren tegen een oorlog en desinformatie.

Over één ding is de Bijbel duidelijk:
oorlogen zijn tekenen van het naderende einde van de wereld.
De profeten zeiden het al en Jezus, de ware Profeet,
zegt het ook in zijn rede over de laatste dingen.
Oorlog betekent heel veel.
Leugenachtigheid, verraad, haat, onderdrukking, vernietiging, moord.
En dat in massale vorm.
Het is de terugkeer van de chaos
en de verdwijning van de mogelijkheid
om te leven en samen te leven.
Het is de vernietiging van Gods goede schepping
door de totale uitbraak van het kwaad.
Maar hoe erg ook, het kan niet anders.
Het zijn de laatste consequenties van de in de zonde gevallen
en van God afgevallen mensheid,
die voor die val en afval de verantwoordelijkheid
en het oordeel moet dragen.
Blijkbaar moet dat.
‘Want dat moet allemaal gebeuren.’
Hoe onbegrijpelijk ook.
Het is de weg van Gods gerechtigheid.
Tot het einde toe.

Een oorlog maakt je vreselijk angstig.
Ieder moment kan de dood en verderf zaaiende bom op jou vallen.
En een bericht over een oorlog geeft al onrust.
Je denkt aan de doden, gewonden, hongerenden, daklozen, vluchtelingen.
Mensen zoals jij.
Hoe dichter bij het is, hoe meer onrust het geeft
en helemaal als het je eigen volk betreft.
Wie te midden van luchtalarm, geluiden van bominslagen,
in puin geschoten flats leeft, kan niet anders denken dan:
dit is het einde.
Het definitieve einde van alles.

Maar ’weest niet verontrust, dit is het einde nog niet.’
Bij God is het einde het nieuwe begin.
De herschepping van alle dingen.
Zijn Rijk van vrede en gerechtigheid.
Oorlogen zijn de geboorteweeën van de nieuwe tijd.
Het einde van Jezus, zijn dood aan het kruis
als veroordeelde misdadiger,
was het nieuwe begin: zijn opstanding.
Dat is de garantie dat het einde niet een oorlog is,
maar de vrede, niet de dood is, maar het eeuwige leven.
God belooft Zijn toekomst voor Zijn kinderen,
die in Jezus de Verzoener van hun zonden zien.
Dat is het einde.
Het einde is goed bij Hem.
Kijk niet vreemd op van oorlogen.
Wees dus niet verontrust en angstig.
Maar houd moed, houd hoop.
Hoop op Hem, die de Alfa en de Omega is:
het begin en het einde.

 

Kortgeleden zag ik iets opmerkelijks.

Het speelde zich af in een restaurant.

Daar zat een gezinnetje aan tafel: man, vrouw en twee tienerdochters.

Gezellig samen uit eten.

Maar wat was het opvallende?

Deze vier mensen spraken niet met elkaar en keken elkaar ook niet aan.

Ze keken allen schuin naar beneden, naar hun telefoon.

De tienerdochters, maar ook de ouders!

Het grappige is dat je zoiets alleen van een afstandje kunt zien.

Die mensen zelf realiseerden zich ongetwijfeld niet hoe hun samenzijn eruit zag.

Want dat is het lastige van een telefoon:

als je erop kijkt, zie je niet meer wat er om je heen gebeurt.

Wat voor signaal geef je dus af als je in gezelschap uitgebreid bezig bent met je telefoon?

In feite dit: ‘ik’ hoef je niet zo nodig te zien, iets anders is boeiender op dit moment.

Niet zo netjes!

Toch is het onbedoeld dat mensen dit signaal uitzenden, tenminste dat hoop ik.

Als je die ouders vraagt:

‘wie is er nu belangrijker, je dochter of dat laatste berichtje?’,

antwoorden ze ongetwijfeld ‘mijn dochter’.

Alleen, de virtuele wereld trekt harder dan je denkt!

‘Hier, nu kijken!’ roept elke ping van een ontvangen appje.

Het werkt zelfs zonder dat de telefoon je roept.

Automatisch pak je het ding als je even een leeg moment hebt.

En nooit voor niets, er is altijd wel iets te bekijken of om op te reageren.

Voor je contacten van vlees en bloed doet het echter weinig goed!

Ik dacht: zou het een niveau hoger ook zo werken?

De onrust van de virtuele wereld die wezenlijke contacten hindert in de ‘echte’ wereld….

Zou voortdurende onrust in ons leven evenzo het contact hinderen

in de meest wezenlijke wereld, die van God?

Jezus zegt ‘kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan.

Dan zal ik jullie rust geven’.

Leg die telefoon maar opzij en probeer het!

Een kort gebed doet veel meer dan je denkt.