Drill, baby, drill‘, riep Donald Trump
in januari 2025 tijdens zijn inauguratiespeech,
onder luid gejuich van de Republikeinen.
Hij ondertekende er presidentiële decreten
om de Amerikaanse olie- en gasindustrie ‘los te laten’
om precies dat te doen: to drill: boren.
Dit ondanks het feit dat de Verenigde Staten
volgens hun eigen Energy Information Administration
al de grootste ruwe-olieproducent van alle landen zijn,
en dat al zes jaar op rij.

De verbranding van fossiele brandstoffen
is onmiskenbaar de grootste bron
van broeikasgasemissies wereldwijd, aldus het IPCC.
Olie is verantwoordelijk voor ongeveer 34 procent
van de wereldwijde CO2-uitstoot van fossiele brandstoffen.
Statistieken van het Wereld Economisch Forum
laten zien dat de landen met de laagste inkomens
slechts een tiende van de uitstoot produceren,
maar het zwaarst worden getroffen door klimaatverandering.

Hier klopt iets niet.

Velen van ons zijn op de hoogte van de statistieken,
het beleid en de retoriek rond klimaatverandering.
Het gonst allemaal rond op de achtergrond in ons leven,
in het nieuws, op sociale media of in een webpost zoals deze.
Maar eerlijk gezegd is het voor de meesten van ons
die in het Westen wonen nog steeds theorie.

Maar de gevolgen van het veranderende klimaat
zijn voor mensen in de ‘ontwikkelingslanden’
al enige tijd voelbaar.
Tijdens periodes van waterschaarste,
die steeds onvoorspelbaarder en langduriger worden,
drogen lokale rivieren op,
waardoor oogsten mislukken
en gezinnen honger lijden.

Waarom zouden rijke, machtige landen
die grotendeels verantwoordelijk zijn
voor de wereldwijde CO2-uitstoot,
niet alleen weigeren degenen
die de gevolgen van klimaatverandering
ondervinden te compenseren,
maar juist actief proberen
meer schade aan te richten?

Het doet denken aan een pestkop op een schoolplein
die een jonger kind pijn doet, en zo aan populariteit,
macht en zelfvertrouwen wint
terwijl sommigen hen opjutten,
anderen toekijken,
terwijl de ontvanger van het misbruik
al zijn resterende kracht aanwendt
om te overleven en de dag te overleven.

Trump beweert een praktiserend christen te zijn…
Ik vraag me af wat Jezus te zeggen zou hebben
over de manier waarop Amerika
en andere rijke landen met de klimaatcrisis zijn omgegaan?

Een van Jezus’ bekendste en krachtigste leringen was:
heb je naaste lief.
De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan in de Bijbel
laat zien hoe we onze naasten moeten behandelen:
handelen met liefde, mededogen en barmhartigheid,
niet alleen jegens degenen die we kennen
of die in ons netwerk, onze gemeenschap of ons land wonen,
maar jegens ieder mens,
ongeacht nationaliteit, achtergrond of sociale groep.
Ook in de context van klimaatverandering
worden christenen opgeroepen
om onze naasten wereldwijd lief te hebben.
Dit omvat ook het ondersteunen
van de armste gemeenschappen ter wereld.
Jezus leert ons zeker niet
om onszelf ‘op de eerste plaats’ te zetten.

Stel je een wereld voor waarin elke natie
zich zou aansluiten bij Jezus’ leer
over hoe we onze buren moeten behandelen.
Zou de klimaatverandering abrupt stoppen,
het menselijk lijden ophouden
en er wereldvrede heersen?
In werkelijkheid waarschijnlijk niet,
want de mensheid is onvolmaakt
en we doen dingen verkeerd,
zelfs als we het goed bedoelen.
Maar als de intentie er was,
en als wereldleiders
Jezus’ voorbeeld in deze zouden volgen,
dan zouden we ongetwijfeld veel dichterbij zijn.

Door alle commotie omtrent het DSB-debacle valt het nieuws van de voedsel- en landbouworganisaties van de Verenigde Naties (FAO) toch een beetje buiten de radar van velen.

De FAO stelt dat de voedselproductie de komende veertig jaar met 70 procent moet stijgen om aan de vraag van de groeiende wereldbevolking te kunnen voldoen. Volgens de FAO moet er vooral meer geld worden geïnvesteerd in landbouw in ontwikkelingslanden, waar toename van de voedselproductie het hardst nodig is. Een jaarlijks bedrag van 56 miljard euro, 50 procent meer dan nu, moet de problemen oplossen. Voedselproductie krijgt te maken met de effecten van klimaatverandering, zoals hogere temperaturen, grotere veranderlijkheid in regenval, vaker extreme weersomstandigheden.

Het is en blijft een hete aardappel die de Westerse wereld blijft toespelen. Natuurlijk, aan de ene kant willen we de ontwikkelingslanden best helpen, maar als ze dan economisch er bovenop komen en hun producten willen afzetten in onze markt dan trekken we snel allerlei marktbeschermende muren op. Het lijkt wel of al dat ontwikkelingsgeld – dat voor een groot deel niet eens op de plaats aankomt waar het hardst nodig is – voor het Westen een soort wiedergutmachungsgeld is als ‘herstelbetaling’ voor het koloniale verleden. Maar als dan de ‘patiënt’ op eigen benen kan staan dan begint het Westen te beven. Misschien is het ook om die reden dat veel ontwikkelingslanden geen stabiele regering kennen. Lekker makkelijk voor het Westen: corrupte regeringen kun je beter naar je hand zetten.

Daarom ook dat bekende poplyric als titel Money makes the world go around. money makes the world go around

Solidariteit is mooi, zolang het onze economische dominantie maar geen parten speelt. Het draait in de hele wereld om geld.

Maar tegenwoordig zie je steeds meer de andere meningen in de media komen, bijvoorbeeld het boek de crisiskaravaan van Linda Polman. In het boek wordt de traditionele hulpverlening aan ontwikkelingslanden tegen het licht gehouden en wordt deze aan de kaak gesteld. Een ander geluid komt uit een deel van de ontwikkelingslanden zelf. Kortgeleden zag ik in een interview met een persoon waarin naar voren kwam dat er vanuit de ontwikkelingslanden zelf stemmen opgaan om het Westen ervan te overtuigen dat het de ontwikkelingshulp in de huidige vorm alleen maar afhankelijk maakt. Eigenlijk was de conclusie: Stop ermee!! We willen niet langer gepiepeld worden. Misschien is de hulp die China geeft, namelijk alleen vanuit economische drive  – wij halen iets bij jullie en geven jullie er dan iets voor terug – zonder verdere verplichtende moraliteit, zo populair in ontwikkelingslanden. Het Westen had altijd de mond vol van allerlei democratische initiatieven die van de grond moesten worden getild in ontwikkelingslanden. Maar in feite werd er met twee tongen gesproken. We wilden wel helpen, maar het moest ons niks ‘kosten’!!

Maar ja, wat willen we. Eigenlijk willen we het volgende. Namelijk dat de ontwikkelingslanden afhankelijk blijven van ons, want anders missen we onze mogelijkheid om ons zelf goed te voelen.

Money makes the world go around allerlei geopolitieke overwegingen en mondiale economische ideeën liggen ten grondslag aan allerlei beslissingen. Als andere landen mee willen delen in de taart die welvaart heet dan vrezen we voor ons deel dat dan kleiner wordt. China, India en andere landen, natuurlijk mogen zij zich ontwikkelen, maar niet ten koste van onze welvaart!!

En dan heb ik het nog geen eens gehad over de verstrekkende gevolgen van de klimaatcrisis. Natuurlijk, we willen daar allemaal iets aan doen, maar o wee, we moeten er niets bij inschieten, het moet geen geld kosten – of het moet binnen redelijke termijn terug te verdienen zijn. Daarom heb ik ook weinig hoop voor klimaatconferentie in Kopenhagen in december…

immers…

Money makes the world go around