
naar aanleiding van 2 Timoteüs 2:8
Timoteüs heeft het moeilijk. Want in de gemeente, waarin hij werkt, wordt het kerkelijke leven afgebroken en is er geweldig veel onrust. Veel mensen keren zich af van het evangelie, dat door Paulus verkondigd is.
De taak van Timoteüs is om de dwaalleraars te bestrijden, mensen terecht te wijzen. Hij moet duidelijk positie kiezen en hun zeggen, waar het op staat.
Maar daar heeft Timoteüs het moeilijk mee. Hij is bedeesd, schuchter zelfs. Heel snel is hij uit het veld geslagen als mensen hem uitdagen. Bovendien heeft hij ook een zwakke gezondheid. Dat maakt het er voor hem ook niet gemakkelijker op. Zo worstelt deze kwetsbare ambtsdrager met de taak, die hem opgelegd is.
In deze situatie schrijft Paulus hem deze brief om hem te bemoedigen. Met allerlei beelden uit het dagelijkse leven spoort hij hem aan om vol te houden en om trouw te blijven aan zijn roeping. Een soldaat van Jezus, een dienstknecht van Christus moet zich aan de voorschriften van zijn Zender houden. Een boer zal alleen maar van de vruchten van de oogst kunnen genieten als hij zich ervoor ingespannen heeft. Anders komt er van die oogst niets terecht. Zo geldt dat ook voor een werker in Gods koninkrijk.
Al die aansporingen van Paulus om Timoteüs te bemoedigen, lopen uit op het geweldige houvast; op het allesbeheersende besef: Houd in gedachtenis, dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt.
Met dat ‘houd in gedachtenis’ bedoelt Paulus niet slechts, dat je je herinneren moet, dat Jezus uit de dood is opgestaan. Misschien vieren wij zo Pasen. We hebben stil gestaan bij de herinnering aan Jezus’ opstanding. We hebben het feit, dat Jezus niet in het graf kon blijven nog eens in onze gedachten teruggeroepen. Maar dat bedoelt Paulus niet met het ‘houd in gedachtenis’.
Houd in gedachtenis, dat is meer dan in je herinnering terugroepen. Houd in gedachtenis dat is veel meer dan stil staan bij iets dat in het verleden gebeurd is. Houd in gedachtenis betekent, dat we het voortdurend voor onze geest hebben en dat we het geen moment uit onze gedachten bannen. De Bijbel heeft het over: gedenken. Iets wat je gedenkt, dat vergeet je geen moment en dat verlies je nooit uit het oog. Het beheerst je helemaal en steeds weer laat je je daardoor bepalen.
Dit jaar vieren we het feit dat 75 jaar geleden bevrijd zijn. Daar hoort ook bij dat we de doden herdenken. We staan er bij stil dat mensen hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid. Dat gedenken van die doden, dat doet ons iets als het goed is. Dat raakt ons tot diep in ons innerlijk. Dan houden we er ook rekening mee in hoe we met onze vrijheid omgaan. Zo roept Paulus Timoteüs op om Jezus’ opstanding te gedenken. Om het van dag tot dag als uitgangspunt te nemen voor zijn doen en laten.
Jezus is uit de doden opgewekt zegt Paulus. Hij heeft het niet over de dood, maar over de doden. Uit al die generaties doden uit de hele wereldgeschiedenis is Jezus de eerste die opgewekt is. Hij is als Enige uit al die miljarden aan de dood onttrokken. Dat is zo’n geweldig wonder, dat we bij alle moeiten en teleurstellingen en tegenslagen – ook die in het kerkelijke leven – een houvast hebben, waardoor we er tegen kunnen. Pasen is het maar van God. Pasen is leven in plaats van dood.
Pasen is vergeving in plaats van veroordeling. Pasen is vreugde in verdriet.
Pasen ‘doet ons in vrijheid ademhalen en leven voor Gods aangezicht’.
Zo goed is God.
