Van Pasen tot Kerst

Maar waarom 25 december?
Gebaseerd op hun begrip van Daniëls profetie
redeneerden sommige vroegchristelijke schrijvers
dat Jezus werd verwekt op dezelfde dag
waarop Hij later werd gekruisigd.
Tertullianus (ca. 155–220)
berekende dat Jezus werd gekruisigd op 14 Nisan,
overeenkomend met 25 maart
op de Romeinse (zonne)kalender;
precies negen maanden vóór 25 december.
Christenen berekenden de datum van Kerst
daarom op basis van hun viering van Pasen.
Augustinus van Hippo (354–430) gaf deze interpretatie
weer in Over de Drie-eenheid:

Men gelooft dat Hij werd verwekt op 25 maart,
op welke dag Hij ook leed(…)
maar Hij werd, volgens de traditie, geboren op 25 december.

Dat Jezus werd verwekt op dezelfde dag
waarop Hij uiteindelijk zijn leven zou geven,
lijkt op het eerste gezicht onwaarschijnlijk.
Maar bedenk, net als de vroege kerk,
de even onwaarschijnlijke mogelijkheid
dat de verzoenende dood van de Messias
exact zou samenvallen met de viering van Pesach.
Zoals Petrus erkende, worden alle gebeurtenissen,
of ze nu ogenschijnlijk onbeduidend
of onschatbaar belangrijk zijn,
geleid door Gods ‘vaste plan en voorkennis’ (Handelingen 2:23).
Zijn werken in de schepping en zijn wegen
in de geschiedenis zijn prachtig (Jesaja 46:10).

projectie in Londen, 2025

 

Welke kant je ook kiest
in het Israël-Gazaconflict;
de verhalen die je hoort en leest
kunnen niet anders
dan een gevoel van wanhoop oproepen.
Beelden van uitgehongerde kinderen,
het lot van Joodse gijzelaars die nog steeds in het duister gehuld zijn;
hoe dan ook, dit blijft een plek van onvoorstelbaar lijden.
En ondertussen blijven de bommen vallen,
sterven er mensen en behoudt Hamas zijn macht.

Onder Israëls vrienden gonzen stemmen
van een radicale oplossing voor het probleem van Gaza.
Het plan van Donald Trump
was om het gebied met de grond gelijk te maken,
50 miljoen ton puin te verplaatsen
en de bevolking te verplaatsen naar buurlanden
om de ‘Riviera van het Midden-Oosten’
te bouwen in wat tot nu toe Gaza was.
Het plan werd misschien met enige hilariteit ontvangen
toen de video werd uitgezonden,
maar het gaf velen in Israël
de kans om soortgelijke gedachten te koesteren.

Laten we als voorbeeld
de Israëlische minister
Bezalel Smotrich van Financiën nemen:
Hij beweerde onlangs dat na de Israëlische operatie
Gaza volledig verwoest zal worden’
en dat de Palestijnse bevolking
‘in groten getale naar derde landen zal vertrekken’.

Velen in Israël lijken te denken dat de koppige,
door Hamas geteisterde vijand
die naast hen woont, uitgeroeid moet worden.
Vanuit het perspectief van een bevolking
die decennialang conflict beu is,
die vreest dat er nooit vrede zal komen
zolang Hamas in Gaza blijft,
en die zich realiseert hoe moeilijk het is
om de islamitische terreurgroep uit te schakelen
terwijl de Palestijnse bevolking daar blijft,
kun je de aantrekkingskracht
van deze radicale oplossing begrijpen.

De Israëliërs hebben echter misschien
goede redenen om voorzichtig te zijn.
En dat is geen advies van hun tegenstanders,
maar van hun eigen geschiedenis.

Begin jaren 130 na Christus
werd de andere kant op geschoven.
Het was het machtige, ‘heidense’ Romeinse Rijk
dat heerste over hetzelfde stuk land,
dat ze al snel Palestina zouden noemen.
Joden vormden een minderheid,
maar ze grepen terug
naar hun lange wortels in het land,
de tijd van Jozua en koning David,
en zelfs recenter
naar het Joodse koninkrijk van de Hasmoneeën zo’n 200 jaar eerder.
Dat was de laatste keer vóór de moderne staat Israël
dat Joden de controle over het land hadden.

De toenmalige keizer Hadrianus samen met zijn gevolg
door Jeruzalem trok in 130 na Christus.
Hij begon de stad te ‘ontjoodsen’
en richtte standbeelden op van goden en keizers,
die allemaal aanstootgevend waren voor de Joodse gevoeligheden.
De smeulende wrok barstte al snel los
met een opstand onder leiding
van een felle en vastberaden Joodse strijder, Bar Kochba.
Dit was de tweede Joodse opstand
na de eerdere in de jaren 60,
die had geleid tot de verwoesting
van de grote Joodse Tempel in Jeruzalem
door Titus, onder het bewind
van keizer Vespasianus in 70 na Christus.
Voor de Romeinen was één opstand
misschien nog net te tolereren,
maar twee was te veel.

Hadrianus kwam vervolgens tot dezelfde conclusie
als Bezalel Smotrich:
een opstandig gebied moest van de kaart worden geveegd,
hoewel dit keer Jeruzalem moest worden geëlimineerd, niet Gaza.
De Joodse bevolking zou verspreid worden,
de naam zou worden uitgewist
en herinneringen aan vervlogen glorie
zouden voorgoed worden begraven.

En zo kwamen in 135 na Christus de ‘bulldozers’.
Jeruzalem werd feitelijk met de grond gelijk gemaakt
en op de ruïnes ervan werd
een Romeinse stad gebouwd:
Aelia Capitolina was de nieuwe naam,
een kleinere stad dan het oorspronkelijke Jeruzalem,
maar decadent gebouwd rond de verering
van Griekse en Romeinse goden,
met prachtige poorten, heidense tempels,
een klassiek ‘Romeins’ Forum Romanum
en uitgestrekte straten met zuilen.
Niet bepaald de Rivièra van het Midden-Oosten,
maar misschien wel Las Vegas.
‘Jeruzalem’ werd van de kaart geveegd.

In het midden van de heilige Joodse Tempelberg
richtte Hadrianus een standbeeld van zichzelf op.
Hij plaatste opzettelijk een standbeeld
van Aphrodite op de plek waar de vroege christenen
beweerden dat de dood en opstanding
van Jezus hadden plaatsgevonden:
de plaats waar nu de Heilig Grafkerk staat.
Besnijdenis werd verboden,
veel Joden werden vermoord
en de overgeblevenen werden
uit de stad verbannen
en verspreid over alle plekken
waar ze maar onderdak konden vinden.
Sterker nog, de kaart van de Oude Stad van Jeruzalem
wordt vandaag de dag nog steeds gekenmerkt
door dit ontwerp,
met de twee belangrijkste straten van Hadrianus
die ten zuiden van de Damascuspoort afbuigen,
met archeologische overblijfselen
van de Romeinse stad
die nog steeds zichtbaar zijn voor bezoekers.

Maar natuurlijk werkte dit verdonkeremanen niet:
Niemand noemt het tegenwoordig nog Aelia.
De gehechtheid van mensen aan land gaat diep.
De Joden konden hun wortels
in dit stukje aarde niet vergeten.
Zoals de schrijver Simon Sebag Montefiore
het verwoordde in zijn boek ‘Jeruzalem‘:
‘Het Joodse verlangen naar Jeruzalem wankelde nooit’.
De Joden baden drie keer per dag
gedurende de volgende eeuwen:
‘Moge het Uw wil zijn
dat de tempel spoedig
in onze dagen herbouwd wordt.’

De Palestijnse gehechtheid aan land is net zo sterk.
Bijna 80 jaar na de oprichting
van de staat Israël in 1948
klampen families zich nog steeds vast
aan de sleutels van hun huis
die hen in die traumatische periode
zijn afgenomen.
Net als het Joodse verlangen naar Jeruzalem,
hebben ook zij, net als mensen over de hele wereld,
een diepe verbondenheid met hun voorouderlijke land,
dat teruggaat tot de ‘Arabieren’
die genoemd worden in het boek Handelingen,
tot wie Petrus predikte (Handelingen 2,11-12)
in de begindagen van de christelijke kerk.

Besluiten van verre heersers zoals keizer Hadrianus
of president Trump
lijken misschien nette oplossingen
voor hardnekkige problemen.
Maar ze werken zelden op de lange termijn.

De beroemde Bijbelse aansporing
‘oog om oog, tand om tand’
was niet bedoeld als aanmoediging tot geweld,
maar juist het tegenovergestelde.
Het was bedoeld om een grens te stellen
aan de ontwikkeling van bloedwraak,
die, uit woede en trauma,
zo gemakkelijk tot onevenredige reacties
en eindeloze vetes kon leiden.
Paulus schreef in Romeinen 12:
Beste vrienden, neem geen wraak op anderen.
Laat het straffen over aan God.
Want in de heilige boeken zegt God:
“Ik ben het die straft. Ik geef ieder mens wat hij verdient.”’.
Zo herinnerde hij zich een oude Joodse wijsheid
die grenzen stelde aan het menselijk vermogen
om hardnekkige problemen met geweld op te lossen.
Hij kende een betere manier:
‘Laat u niet overwinnen door het kwade,
maar overwin het kwade door het goede.’

Eigenlijk zijn er maar vier manieren
om om te gaan met buren
die lastig blijken te zijn:
je kunt proberen ze te controleren, ze te laten vluchten,
je kunt ze doden, of je kunt politiek bedrijven.

De drie eerste manieren
zijn echter geen begaanbare weg
De enige manier is het conflict
via de politieke manier
op te lossen.
Met andere woorden,
probeer een vorm van gemeenschappelijk leven
te bewerkstelligen,
zoals dat uiteindelijk gebeurde in Noord-Ierland, Zuid-Afrika
en zoveel andere plaatsen waar langdurige conflicten heersen.

Politiek, het leren samenleven over verschillen heen,
is rommelig, ingewikkeld en is hard werken.
Vooral wanneer er diepe pijn uit het verleden is.
Maar zoals het mislukken
van Hadrianus’ radicale oplossing aantoont,
is er op de lange termijn geen echt ander alternatief.

 

Oké, als rechtgeaarde protestant van het confessionele snit
besteed ik misschien wel heel veel aandacht aan de nieuwe paus,
maar dat heeft zeker zo een reden:
er is momenteel namelijk heel veel onrust
op het geopolitieke toneel.
Er zijn veel tegenovergestelde belangen
opgeblazen ego’s die hun plaats opeisen
ten koste van de ander en van andere landen.
En dan denk ik: misschien kan de nieuwe paus
in deze situatie van spanningen een bemiddelende rol spelen?
Hij heeft daar immers al een voorbeeld van gegeven,
met het faciliteren
van een tête-à-tête tussen Trump en Zelensky.

Zo gingen mijn gedachten weer terug
naar het eerste optreden van de pas geïnstalleerde paus:
Je zag de imposante gevel van de Sint-Pieter,
dat grote monument van Rooms-Katholieke autoriteit.
Op het plein ervoor was een menigte van 200.000 mensen verzameld
die zich uitstrekte zover het oog reikte.
De wereldmedia keken vanaf de balkons op die menigte neer.
En daartegenover stonden de rijkelijk versierde
rode fluwelen stoelen klaar
voor president als Zelensky, J.D. Vance, Trump,
en de staatshoofden van andere talloze landen
in Europa en ver daarbuiten.

En ik dacht aan de nieuw aan te treden paus, Robert Prevost;
hij stond op het punt door deze deuren te stappen.
Een man die in 2015 tot bisschop werd benoemd,
pas twee jaar geleden kardinaal werd
en nu in de aandacht stond van deze enorme menigte
en miljoenen anderen op tv,
als dé spirituele leider van 1,4 miljard katholieken,
die binnen een paar weken van relatieve onbekendheid
naar de beroemdste man ter wereld was gekatapulteerd.
Volgens mij moet je dan wel iemand zijn
met een opmerkelijke nederigheid;
om dit allemaal niet naar je hoofd te laten stijgen.

De Sint-Pieter is ontworpen om indruk te maken.
Het plein voor de kerk is omringd
door imposante beelden van apostelen,
heiligen, martelaren en kerkvaders,
die allemaal neerkijken
op de gebeurtenissen beneden.
Het was precies déze kerk
die onbedoeld de Reformatie in gang zette,
toen een fondsenwervingsactie
voor de bouw gepaard ging
met de verkoop van aflaten in onder andere Duitsland,
waar het Maarten Luthers woede opwekte.
De voorgevel, met zijn hoge pilaren, grote ramen,
weelderige balkons en rijke wandtapijten,
kan niet anders maken dan je klein te voelen.
Binnen is de ruimte énorm, met overal prachtige kunstwerken.
Dit was een uiting van het pausdom uit de Renaissance,
dat leidde naar de Contrareformatie,
de zelfverzekerde barokke geest
die de triomf van de Kerk over al haar vijanden aankondigde.

Een paus met een vleugje ijdelheid zou gevaarlijk zijn.
Alles wijst op de macht van deze positie,
de opvolger van Petrus,
de leider van de grootste christelijke gemeenschap ter wereld,
iemand die wereldwijd direct herkenbaar is,
naar wie wereldleiders
met de pet in de hand moeten komen.
Geen wonder dat sommige pausen
in het verleden politieke manipulators zijn geworden
en met keizers en koningen wedijveren
over wie de meeste macht heeft.

Maar tegenwoordig klinkt de Katholieke Kerk nederiger.
Paus Franciscus zette de kerk
op weg naar een lijn van ‘synodaliteit‘,
waarbij hij andere stemmen uitnodigde
in de discussies binnen de kerk
dan alleen mannelijke priesters.
Paus Leo lijkt die lijn te willen doortrekken.

Verwijzend naar zijn verkiezing zei hij:

‘Ik ben uitgekozen zonder enige verdienste van mijzelf,
en nu kom ik, met vrees en beven,
naar u toe als een broeder,
die de dienaar van uw geloof en uw vreugde wil zijn,
en met u wil wandelen op het pad van Gods liefde.’

De toon was er niet één van zelfverheerlijking,
van het benadrukken van de macht van de positie.
Er was geen strategie om de kerk en de wereld
fundamenteel te veranderen.
Er was geen groots plan
om de machtsmiddelen te gebruiken
om de maatschappij naar zijn visie vorm te geven.
In plaats daarvan ging het erom
een ongrijpbare en oncontroleerbare kracht te ontketenen:
de kracht van zelfopofferend mededogen.

Of zoals paus Leo het zelf verwoordde:

‘Het ambt van Petrus wordt juist gekenmerkt
door zelfopofferende liefde,
van de Kerk van Rome
die haar ware gezag vindt
in de naastenliefde van Christus.
Het gaat er nooit om anderen
te veroveren met geweld,
religieuze propaganda of macht.
In plaats daarvan
gaat het altijd
en alleen om liefhebben zoals Jezus deed.’

Dat is anders dan de manier
waarop pausen in het verleden soms spraken.
De Kerk heeft geen andere macht dan de macht van de liefde
– het soort zelfopoffering
die we zien in het leven van Christus.
De huidige paus vindt haar ware gezag in naastenliefde.
Een beetje anders
dan sommige andere presidenten
die ik me kan herinneren.

Toegegeven, we weten nog niet veel over hem,
maar Robert Prevost
komt op me over als een nederig man.
Iemand die een plek aan Harvard Law School
aan zich voorbij liet gaan
om in plaats daarvan
twintig jaar lang de armste gemeenschappen
in Peru te dienen,
slapend op de vloer van hutten,
reizend op ezels naar afgelegen dorpen,
onopgemerkt en onbekend.
Dat getuigt van een duidelijk gebrek
aan eigenbelang.
Je solliciteert niet naar het pausschap,
je kandidatuur aankondigend,
je opwerkend in de gelederen,
je verdiensten bepleitend tegenover de kiezers.
In plaats daarvan ga je gewoon door met wat je doet,
en als de roep komt, geef je er gehoor aan.

Als paus Leo zal hij die nederigheid nodig hebben
wanneer hij deze rol
de rest van zijn leven op zich neemt.
Hij zal die nodig hebben
om de subtiele verleiding
van de eerbied die anderen
hem betonen te weerstaan,
de bewondering die hij zal ontvangen
waar hij ook gaat,
de gebouwen waarin hij woont,
de pracht van de pausen die hem voorgingen,
de manier waarop mensen
aan zijn lippen zullen hangen.
De verleiding om te denken dat Robert Prevost
toch een enorme vis is,
iemand wiens talenten
hem tot dit punt hebben gebracht,
zal groot zijn.

Maar als hij onverhoeds toch aan die verleiding toegeeft,
zal hij terugvallen
in de alledaagse gang van zaken in de wereld,
en heersen over degenen die hij onder zijn hoede heeft.
Maar hij lijkt zich terdege bewust
van de gevaarlijke aard van zo’n positie.
‘Wie er ook geroepen is
om de opvolger van Petrus te zijn’,
zei hij,
‘moest toezicht uitoefenen
zonder ooit toe te geven
aan de verleiding om een autocraat te zijn,
heersend over degenen
die aan hem zijn toevertrouwd.
Integendeel, hij is geroepen
om het geloof van zijn broeders en zusters
te dienen en naast hen te staan.’

Het was toch Jezus die zei:

‘Jullie weten dat de volken onderdrukt worden
door hun eigen heersers
en dat hun leiders hun macht misbruiken.
Zo mag het bij jullie niet gaan.
Wie van jullie de belangrijkste wil zijn,
moet dienaar van de anderen zijn’ (Lucas 10,42-43)

Andere presidenten, premiers en patriarchen
zouden daar een voorbeeld aan kunnen nemen.

 

Vandaag is dan het het conclaaf begonnen.
Onder het zingen van ‘Veni Creator Spiritus
zullen de kardinalen zich afzonderen
om – geleid door de Heilige Geest – 
een nieuwe paus uit hun midden te kiezen.

En het houdt van links tot rechts de gemoederen enorm bezig.
Want er is iets aan de manier waarop pausen
worden gekozen dat tot de verbeelding spreekt.
Degene die het idee van zwarte rook voor ‘geen besluit’
en witte rook voor ‘habemus papam
‘we hebben een nieuwe paus’
bedacht, was een marketinggenie.
Zoveel beter dan een persbericht of een tweet van het Vatican X-account.

Natuurlijk sprak heet conclaaf zo levendig tot onze verbeelding
door recente gelijknamige film met Ralph Fiennes.
Naar het boek van Robert Harris.
Ja, we zijn dol op het idee van geheime debatten en intriges,
mensen die van de wereld worden afgesloten
totdat ze een besluit nemen
met geheimzinnige, oude rituelen en een onzekere uitkomst.
Was er ooit een film waarvan de release beter getimed was?

En dan zijn er nog de enorme aantallen.
Er zijn vandaag de dag ongeveer 1,4 miljard katholieken in de wereld;
ongeveer evenveel als de bevolking van India en China,
de meest bevolkte landen ter wereld.
Toch is de identiteit van de nieuwe paus ook voor ons van belang.
De leider van China of India is vooral interessant
voor mensen die in China of India wonen,
maar misschien minder voor degenen
onder ons die daar niet wonen.
Maar de nieuwe paus is het hoofd van de kerk
misschien om de hoek van waar je woont,
of van mensen met wie je samenwerkt,
of, als je zelf katholiek bent, je eigen spirituele leider.
Deze benoeming is dus enorm belangrijk.

Maar het gaat niet alleen om de uiterlijke schijn,
het drama, de aantallen.
En het geldt ook niet alleen voor katholieken.

Officieel wordt een paus aangeduid
als de opvolger van Petrus, één van Jezus’ vrienden.
Je zou dus kunnen zeggen dat zijn ambt als het ware
een levende link vormt
met de oorsprong van de christelijke beweging,
de eerste tekenen van de revolutie.

Natuurlijk is er een aantal behoorlijk
vreselijke pauselijke zetelbezitters geweest,
wier persoonlijke levens nauwelijks
enige kennis van of relatie met Jezus vertoonden.
Denk bijvoorbeeld
aan de zestiende-eeuwse Roderigo Borgia (paus Alexander VI),
die ondanks de regel van het geestelijk celibaat,
meerdere kinderen kreeg van diverse maîtresses,
en het pausschap verwierf
door kardinalen om te kopen
en zijn favoriete zoon op achttienjarige leeftijd
tot bisschop van verschillende lucratieve zetels maakte,
en op negentienjarige leeftijd tot kardinaal.
Er is dus niets vanzelfsprekends aan
– en daarom ontkenden de protestantse hervormers
het idee van een algeheel automatisch pauselijk gezag.

Maar wanneer een persoon van evidente heiligheid
wordt gecombineerd met dit besef
van het gewicht van het ambt,
wordt het pausschap een geschenk aan ons allen,
dat ons verbindt met de eerste volgelingen van Jezus
– zelfs met Jezus zelf.

Het pausschap is een van die unieke dingen
in het moderne leven
– een navelstreng met het verleden.
Monarchieën doen iets soortgelijks:
ze verbinden ons met het verleden
via de lange rij koningen en koninginnen.
Maar vaker wel dan niet
onthullen de gebeurtenissen
waarnaar ze ons terugvoeren,
het proces waarmee die families de macht grepen,
duistere politiek, omkoping en bloedige gevechten.

Dit is een lijn in de geschiedenis
die ons verbindt met de gebeurtenis die,
als we Tom Hollands boek Heerschappij
mogen geloven,
meer impact heeft gehad
op de vorming van de westerse cultuur
dan welke andere ook:
het opmerkelijke leven,
de dood en de wederopstanding van Jezus
– een radicaal leven vol liefde,
zelfopoffering en transformerende kracht
– voor zowel individuen als hele beschavingen.
En daarvoor zouden we,
of we nu katholiek, protestant, orthodox
of misschien zelfs ongelovig zijn,
een gebed – of een glas –
van dankzegging kunnen heffen.

 

‘Ik weet niet waar je het over hebt.’ … ‘Echt ik ken die man niet!’
De dienstmeisjes van de hogepriester hebben
Petrus, leerling van rabbi Jezus uit Galilea in een hoek gedreven.
Petrus kan geen kant meer uit.
Om zijn hachje je redden ontkent hij drie keer
dat hij ook maar iets met Jezus heeft te maken.
In de vroege ochtendschemering kraait een haan.

Zijn eigenlijke naam is Simon Barjona. Simon, zoon van Johannes. Visser uit Betsaïda.
Zijn netten, zijn vissersboot, zijn gezin – kortom zijn hele vroegere bestaan –
heeft Simon achter zich gelaten. En hij is Jezus gevolgd.
Drie jaar lang is hij met rabbi Jezus en zijn leerlingen \
door het hele land van Judea en Galilea getrokken.
Vanaf het begin is Simon erbij geweest.
Getrokken, geboeid, geroepen door deze bijzondere rabbi uit Nazareth.
Rotsvast is zijn geloof in Jezus, om jaloers op te worden:
‘U bent de Messias, de Zoon van de levende God’.
Ja, Simon – die van Jezus de bijnaam Petrus, Rots krijgt –
weet het zeker: deze Leraar is de langverwachte Bevrijder van Israël.
Het Koninkrijk van God is aanstaande.
De Romeinen zullen binnenkort hun biezen moeten pakken.
Maar hoe anders is het gelopen, deze laatste dagen in Jeruzalem.
Het begon allemaal zo indrukwekkend.
Op een ezel daalt Jezus de Olijfberg af.
De geestelijke leiders van het volk voeren intussen hun duivels plan uit.
De agenten van de tempelpolitie nemen rabbi Jezus gevangen.
Hij wordt hardhandig afgevoerd naar het paleis van Kajafas, de hogepriester.
Monddood zullen ze Hem maken, die o zo populaire rabbi uit Galilea.

En dan gebeurt het. Het onverwachte, het onvermijdelijke.
Een dienstmeisje meent hem te herkennen als een leerling van rabbi Jezus:
‘Jij hoorde ook bij die Jezus uit Galilea!’

Petrus schrikt zich rot. Hij vlucht in de ontkenning.
Maar daardoor verwijdert Petrus zich radicaal van Jezus.
Elke band met de Meester snijdt de leerling door.
En dat terwijl Jezus juist hém daarvoor had gewaarschuwd.

Simon Petrus, een mens als u en jij en ik.
Hij wordt door Jezus geroepen om leerling van Hem te zijn.
Rotsvast is zijn geloof.
Hij verloochent zijn Meester.
Maar ook voor hem is er vergeving en verzoening.
Ook voor hem is er – na Pasen – een nieuw begin mogelijk.
Voor hem … en voor ons!

 

Als regel is het niet gepast een vraag met een wedervraag te beantwoorden.

Toch kan de situatie ernaar zijn.

Je hebt weinig of geen andere keus, vanwege grote verlegenheid.

Zo verging het Petrus, blijkens Johannes 6,67-71.

Jezus kwam hem en anderen tegemoet.

Ook dat is een vorm van Advent.

Onlangs hoorde ik iemand uit evangelische kring zeggen:

‘Wij hebben het beste product in de aanbieding: eeuwig leven!’

Ik huiver bij zulke woorden. Meer nog: de kou trekt mij door ’t bloed.

Op zich begrijp ik zo’n uitspraak wel.

Dat doe ik sowieso bij allerhande ketterijen,

die voor de hand liggend lijken te zijn en een vrij logische indruk maken.

De gewraakte woorden werden geuit

in het kader van de communicatie van het Evangelie.

De spreker was geschoold op het veld van marketing en aanverwante psychologie.

Moderne tactieken, technieken ten aanzien van beeld,

muziek, geluid en stilte paste hij geestdriftig toe om het Evangelie te slijten.

Naar zijn zeggen: met groot succes, want ons product verkoopt zichzelf.

Ik wijt dat aan gebrek aan eerbied en dat vervult mij altijd met argwaan.

Jezus geeft aanschouwelijk onderwijs.

Hij breekt het brood, deelt het met anderen.

Dat brood tekent Hem zelf.

Hij geeft zijn leven prijs, anderen, allen ten goede.

Daartoe is Hij gekomen.

Zijn Advent heeft alles te maken met onze armoede en ellende:

schuld, schande, scheuren, schijnheiligheid.

Dit Verhaal van de Levende vlecht zich door ons levensverhaal.

Dat is moeilijk te verteren.

Daarom houden veel mensen het en dus ook Hem voor gezien.

Ze haken af en zoeken hun heil elders.

De situatie lijkt sterk op de onze.

Het is te kort door de bocht om kerkverlating te vereenzelvigen met ‘Jezus-verlating’.

Toch geldt: als die beide weinig of niets met elkaar te maken hebben,

zou het hartzeer niet zo groot zijn.

Dezer dagen stond weer in de krant te lezen:

komende tien jaar moeten elke week twee kerken sluiten.

In dit verband zou ook de vraag meer aandacht verdienen:

waar blijven al die mensen, die eerder in deze kerk hun thuis vonden?

Andere kringen spelen op deze situatie in.

Ze hebben veel, bijkans alles, in de aanbieding.

Ik mis veelal het element van de eerbied.

Wij kunnen mensen niet tot geloof brengen.

Dat wil zeggen: wij zijn niet in staat de beslissende vonk te laten overslaan.

Het diepste geheim, dat wij ons nooit kunnen toe-eigenen,

heeft de Here God zichzelf voorbehouden.

Op de vraag: ‘Willen jullie ook niet weggaan?’

weet Petrus niets anders, beters te zeggen dan:

‘Here, tot wie zullen wij heengaan?

U hebt woorden van eeuwig leven’.

Petrus heeft Hem met vallen en opstaan (h)erkend als ‘de heilige van God’.

Het zal in deze tijden van Advent en Kerst drukker zijn

in de kerk(en) dan gewoonlijk het geval is.

In het kader van de diensten vinden ook bijzondere activiteiten plaats.

Mij dunkt: alles is geoorloofd, mits de eerbied geen schade lijdt.

De kerk heeft niets in de aanbieding.

Zij put niet uit eigen voorraad.

Ze zou stenen voor brood geven.

Ze verwijst naar die Ene, die ‘God in ons midden’ mag heten.

Met de woorden van een lied van André Troost (Hemelhoog 632):

God in ons midden,

Heer, wij aanbidden

met al uw kinderen wereldwijd,

uw trouw aan mensen,

uw onbegrensde,

uw ongekende majesteit.

Als we voor Jezus kiezen, dan is dat niet zomaar iets.
Niet iets dat je doet in je vrije tijd of als je er zin in hebt.
Het is een ongewis avontuur. Het vraagt om een focus.
Je leven staat daar in dienst van.
Met scherpe woorden roept Jezus ons daartoe op:
‘Weet wat je doet als je voor mij kiest.’
Trouw zijn aan God gaat soms tegen de wereld in,
soms zelfs tegen je eigen familie of tegen je eigenbelang.
Het is geen gemakkelijke weg: je moet je kruis dragen.
Anderen verklaren je voor gek.
Want niet bouwen op mensen maar op God
is in onze tijd een vreemd fenomeen. We hebben de tijd niet mee.
De wetenschap komt met grootse inzichten,
terwijl religie als gevaarlijk wordt gezien.
De Kerk is regelmatig in opspraak.
Geloof wordt beschouwd als achterhaald.
We leren vooral in ons zelf geloven.

Iets van wat het betekent om te geloven
en dus achter Christus aan te gaan
laat Jezus nu zien in de woorden die Hij spreekt,
niet alleen tot Petrus maar tot alle discipelen en zo ook tot ons.
‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet zichzelf verloochenen,
zijn kruis op zich nemen en zo achter mij aan komen.’

‘Zelfverloochening’ betekent dat je nee zegt
tegen je eigen wil en nee tegen je eigen verlangens
en nee tegen je eigen dromen.
Want die eigen wil en die eigen verlangens
en die eigen dromen zijn op jezelf gericht.
Je wilt eer en geld en een plaats vooraan in de rij,
niet om er een ander blij mee te maken,
niet om God ermee te dienen maar om er zelf beter van te worden.
En dat zit er bij ons allemaal diep in.
Het is zo moeilijk om jezelf opzij te zetten voor een ander.
Het is zo moeilijk om iets van je tijd of je aandacht af te staan.
Het is zo moeilijk om te geven als je ook ontvangen kunt.
Maar als je achter Christus aangaat,
dan wordt dat een weg van zelfverloochening.
En op die weg zal er steeds weer een gebed klinken,
een gebed om het leren van de zelfverloochening :

Heer, laat mij leren,
niet om getroost te worden,
maar om te troosten.
Niet om begrepen te worden,
maar om te begrijpen.
Niet om geliefd te worden,
maar om lief te hebben.

(Franciscus van Assisi)

Zelfverloochening betekent: er zijn voor God en voor de naaste
en daarom je eigen verlangens opzij zetten.
En zo volg je Christus na: Zijn leven was één grote Zelfverloochening.
Hij zette Zichzelf opzij om ons bij God terug te brengen.
Hij heeft van Zichzelf afgezien om Zich over ons te ontfermen.

En die navolging omvat ook het kruisdragen.
‘Neem je kruis op’ zegt Jezus.
Dat is misschien wel een wat al te bekende uitdrukking geworden
die daarom geen indruk meer maakt.
Maar voor de discipelen was dat nog anders.
Kruis dragen betekende toen nog iets dat je heel concreet voor je kon zien.                                                                    Een veroordeelde misdadiger is op weg naar zijn terechtstelling.
Zelf draagt hij op zijn schouders het kruis waaraan hij straks zal sterven.                                                                    Rondom hem is er een grote menigte van mensen.
En die mensen staan maar niet wat te kijken,
nee, die schreeuwen en brullen en schelden en vloeken.
Kruisdragen is een verschrikkelijk vernedering:
de kruisdrager wordt uit de samenleving gestoten, uitgespuugd, weggegooid als een stuk vuil in de container.

Maar dat kruisdragen van Christus maken we niet mee.
Waar waar zien wij in ons eigen leven
de realiteit van het kruisdragen terug?
Dat zien we daar waar we heel concreet ondervinden
dat geloven ook pijn doet
en dat Christus navolgen ook diep verdriet met zich meebrengt.
En dat is voor ieder weer anders.
Kruisdragen, ja je kunt het proberen te ontlopen
door bijvoorbeeld God vaarwel te zeggen:
als je niet langer gelooft kan geloven immers ook geen pijn meer doen.
Je kunt dat kruisdragen ontlopen door bijvoorbeeld twijfel goed te praten: `daar doen wij niet moeilijk over’.
Je kunt dat kruisdragen ontlopen door bijvoorbeeld zonde
niet langer zonde te noemen. Dan is de strijd uit je leven weg.
Dan is het kruis uit je leven weg. Dan is Christus uit je leven weg.
De Christus die je voorging in het kruisdragen en die je verloste,
niet van het kruis, wel van de eeuwige dood.
Of wat deed Petrus deed toen hij tegen Jezus zei:
‘Dat verhoede God, Here! Dat zal U geenszins overkomen’?
Hij schopte het kruis aan de kant.
Misschien is het begrip ‘kruisdragen’ wel per definitie bedoeld
om de kloof tussen geloven en leven te signaleren
en behoort zo’n woord onrustig te maken,
zodat wij gedwongen worden onze veilige levensinstelling te verlaten
en met ons onrustige hart rust te zoeken bij God zelf.
Want het zit in ons allemaal:
het kruis aan de kant schoppen om het niet te hoeven dragen.
Dan wordt het leven een stuk gemakkelijker,
maar het loopt uit op de dood.
En juist dat hoeft niet omdat Christus die dood is ingegaan in onze plaats. En door zijn opstanding ontvangen wij de kracht om ons kruis te dragen.

Want als je je kruis draagt, zul je merken dat het kruis jou draagt
(Thomas à Kempis).

Wat zou jij willen?
Verlang jij naar een aarde die niet steeds meer kapot gaat, maar die heel is.                                                            Verlang jij ernaar dat mensen op aarde in vrede met elkaar leven?
Dat er geen oorlog en terreur meer is?
Zou jij graag weer mens willen zijn op de manier
waarvoor God mensen oorspronkelijk gemaakt heeft?
Wil je vol worden van de Geest van God?
Zodat God ook jou daarvoor kan gebruiken?

Maar hoe kun je die Geest van God krijgen?
De inwoners van Jeruzalem zien Jezus’ leerlingen
die vol zijn van Gods Geest.
En zij dan?
De profeet Joël beloofde ooit toch ook                                                                                                                            dat God zijn Geest zou uitgieten over heel het volk?

Petrus legt uit hoe mensen de Geest van God kunnen krijgen.
Wil jij door de Geest van God meewerken met God
in zijn goede zorg voor de aarde en de mensen die daarop wonen?
Ga dan naar Jezus toe. Jezus is de Zoon van God.
Jezus is vol van Gods Geest. Jezus is geen verleden tijd.
Hij is wel gekruisigd en gestorven en begraven.
De inwoners van Jeruzalem hebben daar zelf aan bijgedragen.
Maar God heeft Jezus opgewekt uit de dood.
God heeft daarna Jezus laten plaatsnemen naast zichzelf op Gods troon. God heeft aan Jezus de heilige Geest gegeven.
Niemand anders dan Jezus heeft de Geest van God op ons uitgegoten.

Petrus wijst de weg.
De weg die hij hen wijst is dezelfde weg die Joël aan de mensen wees.
Dit is de weg om Gods Geest te ontvangen: Keer om! Ga terug naar God. Als je met berouw bij God komt
en graag weer met God op aarde wilt leven,
dan zal God je dat leven volop geven.

Joël riep zijn volksgenoten tot omkeer: Keer terug tot de Heer jullie God. Alleen bij Hem vind je leven. Hij heeft de aarde gemaakt.
Hij maakte de aarde voor de mens om daar op te wonen.
Om het goed te hebben. Om te genieten van God.
Om te genieten van al Gods gaven.
Om daar als Gods mensen sámen van te genieten. Dat is het echte leven. Als je dat wilt, keer dan terug naar God.
Alleen Hij kan dat leven aan jullie geven.

Weet je nog van de nieuwe schepping, de nieuwe aarde, nieuwe mensen? Is dat geen toekomstmuziek?
Het is waar: de hemel op aarde is er nu nog niet. Dat komt nog.
Als Jezus terugkomt.
Maar in alles wat gebroken is wil God nu al iets daarvan laten zien.
De oude klanken van het paradijs waar alles goed was.
De nieuwe klanken van de nieuwe aarde.
Dat nieuwe leven wil God laten zien door jou en mij.
Als je naar Jezus gaat en je vraagt Hem om de Geest van God,
dan gaat Hij je dat leren.

Kijk maar naar de inwoners van Jeruzalem.
Rond de 3000 mensen vertrouwen zich toe aan Jezus.
Ze laten zich overschrijven op zijn Naam.
Ze ontvangen de heilige Geest. Ze horen bij de groep leerlingen van Jezus. Dit is wat hen kenmerkt:
1 Ze blijven trouw aan het onderricht van de apostelen.
Over Jezus die voor ons is gestorven en voor ons is opgestaan uit de dood.                                                                      2 Ze vormen met elkaar een hechte groep.
Ze zorgen voor elkaar en nemen het op voor elkaar.
3 Ze breken het brood. Ze vieren trouw het heilig avondmaal.
Om hun Heer Jezus Christus in zijn zelfovergave voor hen te gedenken.
4 Ze wijden zich aan het aanbidden van God de Vader en Jezus zijn Zoon.

De kring van Jezus groeide snel.
Er werd overal over hen gepraat.
Er waren veel waarderende opmerkingen:
‘Die mensen van Jezus, die gaan tenminste ergens voor.
Ze hebben toekomst in huis.’