Pinksteren

 

Wat is de overeenkomst tussen water en vuur?

Niets, zou je zeggen, het zijn absolute tegenpolen.

Of wat hebben water en olie met elkaar?

Ook niets zo op het eerste gezicht, ze mengen zich niet.

Toch zijn deze dingen allemaal symbolen van de Geest van God.

De Heilige Geest wordt in Bijbel en traditie

op allerlei manieren symbolisch weergegeven.

Dat moet ook wel, wat ja, hoe moet je je anders een ‘geest’ voorstellen?

Zonder beeldtaal lukt het niet!

Gelukkig reikt de Bijbel ons allerlei mooie symbolen aan.

Gods Geest als een duif, die neerdaalt van omhoog.

Als wind die waait en frisse lucht brengt, en dus als water, vuur of olie.

Water dat nodig is om te leven, dat de natuur fris en groen maakt.

Vuur staat voor enthousiasme, ergens ‘in vuur en vlam’ voor staan.

En olie staat voor toegewijd worden aan God,

zoals in de Rooms-katholieke kerk nog steeds gebeurt,

bijvoorbeeld bij het vormsel.

Alles bij elkaar geven deze symbolen tóch een beeld.

Niet zozeer van wat de Heilige Geest ís, maar van wat Hij doet.

Met Pinksteren vieren christenen dat de Geest van God gekomen is.

Jezus ging weg, dat gedenken we met Hemelvaart,

maar met Pinksteren kwam de ‘vervanger’: God als Geest.

Onzichtbaar en ontastbaar, maar toch aanwezig.

Zelfs nog dichterbij dan toen Jezus op aarde was.

God komt met zijn Geest ín ieder die gelooft.

Een intieme band ontstaat tussen een mens en zijn God – dát is Pinksteren.

En dan ga je ervaren hoe passend

al die symbolen zijn die ik hierboven noemde.

Je wordt enthousiast voor het leven met de Heer

alsof er een vuur is ontstoken!

Er waait een frisse wind in je leven, je durft dingen te veranderen.

Het is alsof er fris water op je innerlijke tuin regent, zodat je opbloeit!

Is dat niet heerlijk?

Pinksteren is een feest van ervaring, van gevoel.

Want geloof is niet slechts iets wat je aanneemt met je verstand,

nee, het is een levensveranderende ervaring.

Die ervaring wens ik u allen toe.

Goede Pinksterdagen gewenst!

 

Ze hebben het wel eens over

‘als Pasen en Pinksteren op één dag vallen’.

Ofwel: nooit, dat kan niet.

Maar toen ik met de Paasdagen hier in de buurt rondreed,

kreeg ik een moment de indruk dat Pasen en Kerst op één dag vielen.

Ik zag namelijk iets, met Pasen dus,

dat mijn gedachten direct naar de Kerst voerde.

Het zal wel een beroepsafwijking zijn…

Wat zag ik dan? Wel, onderweg zag ik verschillende bomen

die bij de grond waren afgezaagd.

Meer boomstronken dan bomen dus eigenlijk.

Maar nu zo mooi: uit die boomstronken groeiden allemaal nieuwe uitlopers,

er kwamen takken omhoog.

Het leven is er niet zomaar onder te krijgen!

Direct moest ik denken aan woorden van de profeet Jesaja

‘er zal een twijg voortkomen uit de afgehakte stronk van Jesse’

woorden die gewoonlijk klinken in de tijd net voor Kerst.

Een belofte in de vorm van een beeld:

als alle hoop vervlogen lijkt, zal er tóch een nieuw begin zijn.

Dat nieuwe begin is dan het kindje Jezus dat geboren wordt met Kerst.

Echter, past dit beeld ook niet prachtig bij Pasen?

De weg van de mensheid lijkt dood te lopen:

mensen gaan voor zichzelf, gebruiken geweld, onderdrukken onschuldigen…

In de kruisiging van Jezus werd het allemaal onthullend zichtbaar,

en anders wel in het wereldnieuws.

Is er dan nog een toekomst?

Of is de mensheid een afgehakte boomstronk waar het niets meer mee wordt?

Maar dan is daar het antwoord van Pasen.

Na Jezus’ kruisiging kwam zijn opstanding.

De boomstronk loopt uit!

Pasen zegt ons: er is een leven dat sterker is dan de dood!

Liefde overwint uiteindelijk de haat.

Er is hoop, want Jezus leeft! Hij als eerste ‘uitloper’,

toont dat er toekomst is bij God vandaan.

Wat zijn die boomstronken dan mooi!

Tekens zijn ze, om nooit op te geven,

maar verwachting te blijven hebben.

Jezus leeft, en deelt leven uit.

Geloof dat maar!

 

Soms komen zinvolle dingen ter sprake.

Te vaak gebeurt het dat de geachte spreker

niet meer in de aanbieding heeft dan een praatje voor de vaak.

De situatie kan er ook naar zijn, dat je met stomheid geslagen bent.

Hoe dan verder?

Roept u maar!

Het hoort bij een gespreksleider die een geanimeerde discussie wil aanzwengelen.

Zo’n onvoorwaardelijke uitnodiging is niet zonder risico’s.

Je mag tenminste enige zelfkennis en kennis van zaken veronderstellen.

Discussiëren komt van een werkwoord in het Latijn,

met de letterlijke betekenis: uiteen splijten.

Willem Barnard vertaalt het dan ook met ‘splijtzwammen’.

Deze negatieve duiding is niet zonder reden.

Een regel, die meer is dan spelen met woorden:

inspraak zonder inzicht leidt tot uitspraak zonder uitzicht.

Een oude profeet, op naam van Jesaja, wordt tot spreken geroepen.

In een ellendige, dat is: uitlandige situatie.

Het volk Israël is in ballingschap, ontredderd en ontheemd.

Wie kan dan zinnige dingen zeggen, laat staan mond van God zijn?

Toch weet de profeet zich van Hogerhand geroepen.

Blijkbaar is de Here, door middel van zijn Woord en Geest,

hem te machtig geworden.

De profeet weet vooralsnog niet meer uit te brengen

dan een besef van machteloosheid:

‘Wat zal ik roepen?’ .

‘Roepen’ heeft de klank, de kracht van een nieuw begin,

zelfs van leven uit de dood.

Zoals de Here ooit deed bij de schepping:

‘En God riep het licht: dag! en de duisternis riep Hij: nacht!’.

Dat roepen, dat spreken met gezag, die bevrijdende taal,

waartoe wij zelf niet bij machte zijn, is verankerd in het Woord van onze God,

dat eeuwig stand houdt.

Dat Woord hebben wij niet in, bij of achter de hand.

Onze woorden kunnen alleen maar tot Woord worden,

waar en wanneer het God behaagt,

als zijn Adem, zijn Geest de woorden vult.

Zo is de Bijbel ontstaan en overgeleverd.

Woorden van mensen, waarin en waardoor God zichzelf ter spraken wil brengen.

Daarom wordt bij de opening van dit Boek altijd gebeden

om de verlichting van en door de Heilige Geest.

‘Want ieder blijft Gods Woorden vreemd, behalve wie ze van Hem zelf verneemt’ (M. Nijhoff).

Eeuwen later heeft Johannes de Doper

deze profetische woorden opnieuw in de mond genomen

met het oog op Jezus Christus.

Even tevoren, in de proloog van het evangelie naar Johannes,

is deze Ene bezongen als degene,

in wie de Here God zichzelf geheel en al heeft uitgesproken.

Hij wordt dan ook WOORD genoemd, sprekend God.

Alle voorgaande Woorden van God vinden in Hem hun diepste bestemming.

Alle volgende Woorden hebben hun bestand in Hem.

Karl Barth sprak in dit verband over de drie gestalten van het woord:

WOORD, Woorden, woord.

Onze woorden staan in dit bezielde verband.

Daarbuiten is er niets te zeggen dat echt beklijft.

Advent kan nooit zonder Pinksteren.

Met de woorden van een gebedslied (Lied 680), uitziende naar de Heilige Geest:

Waar Gij niet zijt, is het bestaan,

is alle denken, alle doen

zo leeg en woest, zo dood als toen

Gij, Geest, nog niet waart uitgegaan.

Er is geen licht dan waar Gij zijt,

uw vleugels breidt, uw vleugels strekt,

geen leven, dan waar Gij het wekt

in een gemis dat tot U schreit.

Het Pinksterfeest is het feest waarop Jezus de Geest van God uitgiet over al zijn leerlingen.
God had al lang geleden beloofd zijn volk de heilige Geest te geven.
Gelovigen zagen uit naar de komst van Gods Geest.
Nu, op de Pinksterdag, is het eindelijk zover.
God wil ons leven vernieuwen. Door Jezus. Door de Heilige Geest.
Wij mogen elke keer opnieuw beginnen.
Hier proef je weer Gods goede begin.
Daar zal gauw genoeg van allerlei kanten de klad in komen.
Het blijven mensen.
Mensen die neigen naar alles wat tegen God en tegen het mens zijn ingaat.
Maar toch:
Jezus zal ervoor zorgen dat er altijd en overal leerlingen van Hem zullen zijn die anders zijn.
Die wel weer laten zien hoe God de mens bedoeld heeft.
Die niet leven ten koste van zichzelf, hun medemens en Gods schepping.
Bij wie het leven juist ruimte krijgt en opbloeit.
Het leven voor de aarde en voor de mensen die daar op wonen.
Maar is dat geen toekomstmuziek?
Het is waar: de hemel op aarde is er nu nog niet.
Dat komt nog. Als Jezus terugkomt.
Maar in alles wat gebroken is wil God nu al iets daarvan laten zien.
De oude klanken van het paradijs waar alles goed was.
De nieuwe klanken van de nieuwe aarde.
Dat nieuwe leven wil God laten zien door jou en mij.
Als je naar Jezus gaat en je vraagt Hem om de Geest van God, dan gaat Hij je dat leren.
Dat is een prachtige taak.
God wil mensen gebruiken in zijn goede beheer van zijn schepping.
In zijn liefde voor de aarde en de mensen die daarop wonen.
Kom daarvoor elke dag bij God.
Laat Jezus Heer zijn over jouw leven.
Ontvang van Hem de Geest van God.
En als je die ontvangen hebt, laat Hem dan steeds jouw leven vullen.

‘Heilige Geest,
ik wil een spreekbuis zijn van U,
maar ik weet niet goed
hoe ik dat het best kan doen.
Schenk me inzicht,
help me op weg,
want ik wil getuigen
van de Blijde Boodschap.
Mensen mogen het weten
dat ik leef vanuit U.
U bent als een vuur
dat brandt in mij
en in onze gemeenschap.
Ik verlang dat anderen zien
welke kracht U kan zijn
welke trooster en bezieler.
Hoe U een thuis bent
voor al wie liefde zoekt
en die wil delen.’

Afgelopen zondag vierden de christenen het Pinksterfeest:
de uitstorting van de Heilige Geest op mensen.
‘Met deze uitstorting wordt ook het begin
van de christelijke kerk gemarkeerd.
Het kan als zodanig tevens als de eerste christelijke opwekking
worden gezien’ vind je op Wikipedia.

Het is dan ook niet voor niets dat de grote Opwekkingsconferentie
in Nederland altijd met Pinksteren is.
Gelijktijdig aan deze conferentie wordt meestal
een aantal nieuwe ‘Opwekkingsliederen’ gelanceerd.
Liederen die christenen in vuur en vlam willen zetten voor hun geloof.

Maar hoe zit dat met dat vuur van ons?
Onze tijd, onze cultuur. Ons leven is vaak intens, veeleisend.
Er ligt op allerlei manieren veel druk op ons bestaan.
Om staande te blijven en succes te hebben
moet je heel wat in huis hebben aan competenties en kwaliteiten.

Je kunt op een bepaalde laag van je leven
een heel druk en dynamisch leven leiden
en ook een veelzijdig vrije tijds leven vol met interessante en leuke dingen. Maar op een diepere laag kan intussen het vuur doven.
En op een dag hoor je jezelf zeggen:
het doet me niets meer. Ik voel het niet meer. En je stapt er uit.
Uit je huwelijk. Of uit je geloof.
Veel mensen zetten zulke drastische stappen niet.
Blijven hun dingen doen terwijl het vuur gedoofd is.
Maar je voelt ergens wel dat alles plichtmatig aanvoelt,
stroef en niet erg bezield.
Je staat niet meer in vuur en vlam.

Ja, het is best verleidelijk om gewoon door te leven.
Om gewoon niet teveel aandacht te schenken
aan dat wat ooit een vuur was en nu op z’n best een waakvlam is geworden. Aan hoe het gaat met je ziel.
Soulsearching noemen we dat.
Je komt naar Kruispunt met van alles aan je hoofd.
Een lijf dat vol zit van opgebouwde stress
en diep van binnen een ziel die nogal vermoeid is.
En je wilt een kerkdienst waarin je vooral bemoedigd wordt.
Door een fijn lied, een inspirerend verhaal
waar je ook praktisch iets mee kunt in het leven zoals je dat leidt.
Iets opbouwends graag, niet teveel problematiseren
het leven is immers al ingewikkeld genoeg.
Het kan zomaar zo zijn dat op deze manier
een heel deel van ons leven buiten schot blijft
en dat deel niet wordt bereikt, niet wordt aangesproken.

Het nachtgezicht van Zacharia nodigt uit om de diepere laag op te zoeken. De laag onder die van menselijke moeten.
De laag onder alles waartoe wij zelf in staat zijn.
De laag van de onderliggende bronnen.
Als we een leven willen leiden als lichtdrager.
Als we een leven willen leiden
dat vrucht draagt dan gaat dat alleen
als we aangesloten zijn op de bron van leven.

Waar is mijn leven nu ten diepste in geworteld?
Wat voedt mij, wat drijft mij? Wat bezielt mij?
Ben ik er vooral goed in om het beste uit mezelf te halen.
En is dat het dan waarmee ik het moet doen?
Of brandt er in mij iets van een heilig vuur?
Dat wordt gevoed door de olie van Gods Geest?

Pinksteren-L-uitsnijding-20190527_155808-770x1024

naar aanleiding van Romeinen 8:14-17

In deze tijden van corona is er ook aandacht voor verzekeringen.
Ik las dat organisatoren van grote evenementen een verzekering hadden
voor situaties als waarin wij nu leven: een pandemie.
Dit keer konden ze er nog beroep doen zei de verzekeraar,
maar deze ‘calamiteit’ zal in de toekomst uitgesloten worden van dekking.
Ja, wat heb je dan aan zo’n verzekering?
Waarom zou je verzekerd willen zijn?
Het woord zegt het al, het heeft met zekerheid te maken.
Maar daaronder zit denk ik nog iets anders: angst. Dat je ergens bang voor bent.
Bang voor wat er kan gebeuren in je leven, en angst voor de gevolgen.
Je kunt ziek worden – en dan? Je kunt geen gezondheidsgarantie kopen,
maar je kunt je in elk geval verzekeren voor de beste zorg.
Ja, zelfs tegen het ultieme risico kun je je verzekeren:
een overlijdensrisicoverzekering.
Maar of het nu echt helpt? Je risico op overlijden wordt er niet kleiner door…
Zo is eigenlijk het met alle verzekeringen:
ze kunnen dat wat je vreest niet wegnemen, ze verzachten alleen de gevolgen.
Met Pinksteren hebben we het over een heel andere verzekering,
één die wel altijd helpt en alles altijd dekt:
de verzekering die de Heilige Geest geeft.
Een geweldige verzekering te midden van alles wat er kan gebeuren in het leven!

Eerst maar eens even: want waarom kwam de Heilige Geest ook al weer?
Als ik u vertel over God en Jezus,
over vergeving en een nieuw begin dan kunnen er twee dingen gebeuren.
Óf je vindt het allemaal onzin – wie zegt dat het waar is, dat God er is?
En opstaan uit de dood, dat kan toch niet?
Óf je hoort het, maar het is te mooi om waar te kunnen zijn,
te groot om te kunnen geloven.
Een nieuw leven voor altijd, voor mij? God die van mij houdt, wat ik ook doe?
Je kunt het gewoon niet geloven.
In beide gevallen kom je niet tot de geloofsrelatie die de Here met je wil, waar Jezus voor kwam!
En dáárom is nu de Heilige Geest gekomen, de grote verzekeraar.
Hij maakt dat de boodschap wel binnendringt en aanvaard wordt
en mensen vernieuwt, dat ze vergeving, vrede en vreugde krijgen!
Zonder de Geest gaat het niet.
Stel je voor dat Petrus en de andere apostelen direct na Jezus’ hemelvaart waren gaan preken in Jeruzalem, dat Jezus, de man die onlangs gekruisigd was, leeft en de Messias is – zou dat gewerkt hebben? Ik denk het niet!
Maar met Pinksteren kwam de Heilige Geest.
Hij gaf zijn kracht, en toen Petrus tóen preekte, kwamen er 3000 tot geloof.
Dát doet de Geest!

De Geest is dé grote verzekeraar. En waarvan hij verzekert?
Heel eenvoudig: dat wij Gods kinderen zijn.
Wie gelooft, mag gaan weten dat hij of zij bij Gods gezin hoort.
Dat de grote God je Váder is, dankzij Jezus zijn zoon.
Ja, dat betekent dat Zijn Vader de jouwe is,
en dat Hij jou liefheeft met dezelfde liefde waarmee Hij Jezus liefheeft.
Is dat niet onvoorstelbaar? Is dat geen grote zekerheid?
We zeggen het zo vaak gedachteloos, bijvoorbeeld in het gebed ‘Vader’,
maar besef eens hoe bijzonder dat is! Hoe Hij nabij is.
Zorgend, liefdevol, trouw, en tegelijk gezaghebbend –
want ook dat hoort bij vader-zijn, zeker in die tijd.
Jezus, de grote Zoon, maakt ook ons zonen en dochters van deze Vader.
En de Heilige Geest verzekert ons ervan, Hij maakt het waar voor u persoonlijk!
Goddank dat de Geest is gekomen.
Ik hoop dat u iets van zijn werk in uw leven herkent,
momenten van geloof en zekerheid.
En als je dat nu niet herkent, bid er maar om. Want de Geest is gekomen!
En hij doet niet liever dan mensen verzekeren.
Dan tenslotte nog eens: hoeveel verzekeringen hebt u?
Of laat ik eens iets anders vragen: hoeveel verzekering hebt u nodig?
Hoe zeker bent u van dat u een Vader in de hemel hebt en dat u zijn kind bent?
Want dát is de verzekering die we boven alles nodig hebben,
om hier zonder angst en zorgen te leven.
Die verzekering geeft de Heilige Geest,
uitgestort in mensen met het Pinksterfeest!
Dat is de levensverzekering die écht zorgt
dat je een nieuw leven krijgt als je overlijdt.
Ja, het is echt waar! Geloof het maar!
Je mág het geloven, en zéker weten.

‘Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft’ (Tussentijds, aanvullende liedbundel 163)

Over een paar dagen is het weer Pinksteren. Pinksteren, het feest van de herdenking van de uitstorting van de heilige Geest.  De uitstorting wordt gesymboliseerd met het beeld van vlammen boven de hoofden van de leerlingen van Jezus die voor het eerst met deze Geest werden begiftigd. Jezus volgenDeze uitstorting markeert ook het begin van de christelijke Kerk. Het kan als zodanig tevens als de eerste christelijke opwekking worden gezien. Ook als is het Hemelvaart geweest en is Jezus verdwenen van deze aarde, Jezus is geen verleden tijd. Door zijn Geest laat Hij het merken: Hij is er. Hij is er, hier en nu.Pinksteren is niet het feest van de Geest, maar het feest van Jezus Christus die door zijn Geest laat merken dat hij geen verleden tijd is, maar hier en nu werkelijkheid. In de duisternis van alledag wordt een licht ontstoken, een lichtend vuur dat meer dooft. Maak merkbaar dat Jezus Christus hier en nu Heer is. Dat is de opdracht die de kerk, die wij meekrijgen, juist met Pinksteren. Maak zichtbaar en voelbaar dat Christus leeft. Dat hij de Heer is. In hoe je met elkaar omgaat, hoe je over elkaar praat, hoe je meedoet en je inzet; hoe je er voor elkaar bent; waar je over praat. Volgelingen van Jezus Christus – laat voelbaar, zichtbaar, merkbaar zijn dat Christus leeft! Hij is Heer, hij werkt door zijn Geest. Ga in het spoor van Christus!

‘Wie mij volgt, gaat zijn weg niet in duisternis, zegt de Heer. Dit zijn woorden van Christus, waardoor wij worden gewenkt zó ver Zijn leven en gedrag uit te beelden als wij waarachtig verlicht willen worden en van blindheid van hart bevrijd.’  (Thomas á Kempis, De navolging van Christus Eerste hoofdstuk)

‘Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft’