Vandaag is het Blue Monday;
de vermeend meest deprimerende dag van het jaar,
de dag waarop we ons allemaal extra ellendig zouden voelen.

Maar laten we eerlijk zijn. Dat hele idee is nog helemaal niet zo oud.
Het idee werd in 2004 verzonnen door psycholoog Cliff Arnall,
niet uit diepe zorg voor onze ziel,
maar als marketingstunt voor een reisorganisatie.
Ze wilden simpelweg meer vakanties verkopen.
Zijn zogenoemde formule bestond uit dingen
zoals hoe lang Kerst geleden is,
hoeveel schulden we hebben,
ons salaris
en hoe snel we onze goede voornemens alweer hebben opgegeven.
Wetenschappelijk stelt het weinig tot niets voor.

Arnall zelf heeft dat later ook toegegeven.
In 2013 zei hij dat die derde maandag van januari
eigenlijk niet anders is dan elke andere dag.
Volgens hem zou de dag vooral moeten helpen
om ‘even perspectief te krijgen’ op ons leven.

En toch blijft Blue Monday elk jaar terugkomen.
Iedereen weet eigenlijk dat het onzin is,
maar het haalt nog steeds de kranten.
Het wordt gebruikt om van alles aan ons te verkopen.
Alles belooft ons een beter gevoel over onszelf.

Maar als christenen mogen we ook een andere vraag stellen:
wat zegt de Bijbel hierover?
Is er een Bijbelse manier om met sombere dagen,
lege gevoelens en onrust om te gaan?
Het antwoord is volmondig: ja.

Want de Bijbel is niet alleen een boek
vol mooie verhalen en diepe geestelijke waarheden.
Het zit ook boordevol praktische wijsheid
voor het dagelijkse leven.
Er is zelfs een genre in de Bijbel dat zich daarop richt:
de wijsheidsliteratuur.
Denk aan Spreuken, Prediker en Job.
Die boeken geven eerlijk, soms confronterend,
maar levensecht advies over hoe je goed,
zinvol en gezegend kunt leven voor God.

In een tijd waarin life coaches, zelfhulpgoeroes
en influencers grof geld verdienen
door ons te vertellen
hoe wij ‘ons beste leven’ kunnen leiden,
is het des te belangrijker om terug te gaan naar de Bijbel.
Want echte wijsheid begint niet bij onszelf,
maar bij ontzag voor God.

Wat leren we daar dan?
Dat we het goede moeten doen, verleiding moeten vermijden,
nederig en gematigd moeten leven en vooral:
God op de eerste plaats moeten zetten.
Dat staat haaks op het populaire evangelie
van zelfvervulling, ego en succes.
De Bijbel draait het om.
Niet ík sta centraal,
maar God en de mensen om mij heen.
Geen competitie en zelfverheerlijking,
maar verantwoordelijkheid, trouw en liefde.

Hieronder acht verzen uit het boek Spreuken.
Geen loze slogans, maar Gods wijsheid voor het echte leven.
Ook op Blue Monday. Misschien juist dan!

1. Onthoud een ander niet waarop hij recht heeft,
terwijl je het hem geven kunt. (Spreuken 3:27).

2. Het begin van wijsheid is dat je wijsheid zoekt,
inzicht najaagt met alles wat je bezit.
(Spreuken 4:7).

3. Nog even slapen, nog even dutten, een ogenblik blijven liggen?
Armoede komt je overvallen als een rover,
gebrek als een gewapende man (Spreuken 6:10-11).

4. Mijn mond verkondigt slechts de waarheid,
mijn lippen haten onbetrouwbaarheid. (Spreuken 8:7).

5. Een wijze laat zich gezeggen,
een blaaskaak komt ten val. (Spreuken 10:8).

6. Een gulle gever zal gedijen,
wie te drinken geeft, zal te drinken krijgen. (Spreuken 11:25).

7. Boze mensen worden rustig als je vriendelijk tegen hen bent,
maar ze worden woedend als je hen beledigt. (Spreuken 15:1).

8. Bij een roddelaar is een geheim niet veilig,
laat je niet in met een loslippig mens. (Spreuken 20:19).

Blue Monday hoeft geen dag van leegte te zijn.
In Christus is er hoop, elke dag opnieuw.
Niet omdat wij ons beter voelen,
maar omdat God trouw is.
Zijn Woord staat vast,
ook op de donkerste maandag van het jaar.

 

In 1959 zong Pete Seeger het legendarische lied
Turn! Turn! Turn!
met de iconische zin uit de Bijbel
‘To every thing there is a season,
and a time to every purpose under the heaven.’
(Prediker 3)

Omdat komend weekend Nederland
de wisseling maakt van zomer- naar wintertijd
leek het mij toepasselijk om een webpost te wijden
aan de wisseling van zomer naar herfst.

Want het begin van de herfst kan twee verschillende emoties aanboren.
Je kunt je somber worden gaan voelen naarmate de nachten lengen
en het ’s ochtends killer begint te worden,
of je wordt juist vrolijk en wijst naar de kleurende bladeren
en de schoonheid van een vroege avondlucht bewonder.

Voor mij is er iets betoverends aan de herfst,
het voelt zelfs meer als een ‘nieuw jaar’ dan januari,
maar voor anderen is het slechts een teken
dat de winter nabij is
en de zomervakantie een verre droom.

We hebben allemaal onze voorkeuren,
maar voor sommigen kan het begin van een nieuw seizoen
ziekte veroorzaken,
zoals in het geval van een seizoensgebonden stemmingsstoornis,
die, hoewel meestal in de wintermaanden,
mensen juist ook in de zomermaanden kan treffen.

Uiteindelijk brengt elk seizoen
zijn eigen unieke vreugde en verdriet met zich mee,
waarvan sommigen genieten en anderen het maar doorstaan,
het belangrijkste is dat we deze verschillen accepteren
en een manier vinden
om door de veranderingen heen
verbinding te maken.

Het is iets wat we ook zien in de manier waarop de kerk door het jaar reist.
Soms ook wel het liturgische jaar genoemd,
waarbij de seizoenen veranderen
en de focus ligt op een ander deel
van het verhaal uit de Schrift.

De herfst is de tijd waarin de oogst wordt gevierd,
waarin we onze dankbaarheid uiten
voor de natuur
en hoe deze voorziet in alles wat leeft.

Of het nu meteorologisch of theologisch is,
het volgen van het ritme van de seizoenen
geeft ons de mogelijkheid om niet alleen samen te vieren,
maar ook om te leren hoe we goed kunnen lijden
en samen kunnen rouwen.

In het kerkelijk jaar worden de periodes van viering,
zoals Kerst en Pasen,
voorafgegaan door periodes van bezinning en rouw.
Advent wordt gekenmerkt
door het wachten van Gods volk
op het licht van de wereld d
at door de duisternis heen breekt,
terwijl de vastentijd de gelegenheid biedt
om vergeving te zoeken en te rouwen
om alles wat er mis is in de wereld en in onszelf.
Deze seizoenen volgen
het verhaal van Jezus’ leven, dood en opstanding ;
soms resonerend met onze eigen levensfasen
en soms pijnlijk contrasterend.

In de Bijbel staat een boek genaamd Prediker,
geschreven door een onbekende persoon
die Kohelet of ‘leraar’ wordt genoemd.
Hij spreekt over ‘een tijd voor alles onder de zon;
er een tijd is om geboren te worden
en een tijd om te sterven…
een tijd om te huilen
en een tijd om te lachen.’

Het herinnert ons eraan,
terwijl we de seizoenen volgen,
dat er in het menselijk leven en geloof
ruimte is voor al onze emoties.
We zien het in de verscheidenheid
aan emoties die niet alleen in
bijvoorbeeld de Psalmen tot uiting komen,
maar ook in Jezus’ eigen leven.

En het vermogen om samen te komen
en deze seizoenen voor God te markeren,
zelfs als ze verschillen
van wat we persoonlijk ervaren,
is iets wat ons samenbrengt.
Het herinnert ons eraan dat,
ondanks alle maalstroom
van emoties en veranderingen
die het leven met zich meebrengt,
er een soort cadans door elk seizoen klinkt:
we zijn geliefd door God
en vanuit diezelfde liefde
hebben we elkaar lief.

De wisseling van de seizoenen
kan een veelheid aan herinneringen
en emoties oproepen,
maar als we het toelaten,
kan het ook dienen als een oproep
om samen te komen
en ons door liefde te laten leiden.
We kunnen leren doen
wat de apostel Paulus de vroege kerk in Rome opdroeg:
‘Wees blij met wie zich verblijdt,
heb verdriet met wie verdriet heeft.’
(Romeinen 12)

 

Deze Bijbeltekst volgt op een gedeelte in Prediker 3,
dat ons leven al aardig goed weergeeft.
Daar staat namelijk:

Voor alles is er een vastgestelde tijd:
er is een tijd voor elk voornemen onder de hemel.
Een tijd om geboren te worden en een tijd om te sterven;
een tijd om te doden en een tijd om te genezen,
een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen;
een tijd om te huilen en een tijd om te lachen;
een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken;
een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten,
een tijd van oorlog en een tijd van vrede.

Als je dat zo leest, dan komen er allerlei gevoelens bij je langs.
Wat is er toch veel: al dat gezwoeg van ons mensen;
bijvoorbeeld in de wereld om ons heen,
waar een economie draaiend wordt gehouden.
Maar ook in een gezin of je omzien naar familie of vrienden.
De vraag van de Prediker is:
Wat levert ons zwoegen uiteindelijk op?
En daarbij roept hij ons ook op om van het leven te genieten en rust te vinden.
En dat te midden van het onrecht in deze wereld en bij alle angst en onrust.
Te midden daarvan staat onze tekst.
Een hand vol rust is beter dan beide vuisten vol zwoegen en najagen van wind.

Zijn er dingen waar je slecht van slaapt?
Waardoor je de slaap niet kunt vatten?
Hoe harder je probeert, hoe verder de slaap weg lijkt.
Hoe krampachtig gaan wij met dingen om
met de gedachte dat wij het zelf moeten doen,
dat wíj de problemen moeten oplossen.

In de Bergrede zegt Jezus:
Maak je geen zorgen voor de dag van morgen.
Die heeft genoeg aan zijn eigen last.
Dus: Je voegt door al je zorgen niets toe.
Jouw wakker liggen is nergens goed voor.
Het lijkt voor ons alsof je bestaan er van af hangt,
maar er staat ook: God geeft het zijn beminden in de slaap.
Of, zoals je ook kunt vertalen: God geeft zijn beminden dé slaap.
Op dat niveau moet je wakker-liggen ook zien.
God is het die je rust gunt. Ontspanning.
Dat je gerust kunt slapen. En uitgerust wakker worden.
En om goed te kunnen slapen
moet je in ieder geval beseffen dat God zorgt.
Vandaag.
In de nacht.
En morgen weer.
Daarmee is je slapeloosheid misschien niet meteen opgelost.
Daar kunnen ook andere zaken oorzaak van zijn.
Maar het kan wel helpen om ook als je wakker ligt, ontspannen te blijven.
En het jezelf voor te houden:
Ook als ik moe opsta zal God zorgen.
Dat bevrijdt je van krampachtig op zoek zijn naar rust.

God gunt je rust. Dat is eigenlijk het thema van deze tekst.
Gunnen, dat is hetzelfde woord als genade.

Je ziet datzelfde in dat Bijbelverhaal over de worsteling van Jakob.
Als hij met God in gevecht is, een nacht lang
en het uiteindelijk voor Jakob duidelijk wordt
dat hij niet kan winnen,
want God is sterker, dan smeekt hij om genade:
ik laat U niet gaan, tenzij U me zegent.
Dat is hetzelfde. Genade. Zegen.
God die goede dingen over je zegt.
Die je leven en liefde belooft.
Als jij weerloos bent en je verloren voelt.
Juist dan krijgt God de ruimte.

De maatschappij leert ons om vechtend in het leven te staan.
Je best te doen om te overleven. Jezelf redden.
Dat is een heel gevecht.
En zeker, velen redden zich best.
Maar overgave is voor mensen een moeilijk begrip.
Soms helpen omstandigheden.
Als alles je uit handen geslagen wordt.
Dan moet je wel.
Dan leer je het door schade en schande.
Maar uit de Bijbel leer ik dat je bij God tot rust mag komen.
Je hoeft je niet groot te houden.
Je geloviger, stoerder, steviger voor te doen dan je bent.

Loslaten is lastig.
Daarom is het een prachtig beeld dat Prediker in deze tekst oproept.
Een hand vol rust is beter dan beide vuisten die gesloten zijn.
Gebald soms, niets willen loslaten.
Dus rust heeft blijkbaar te maken met loslaten.
Je opent je handen, geen vuist meer, niet meer gebald en het wordt je gegund.

In de kerk belijden we dat ons leven in handen van de Here ligt.
Dat Hij zorgt.
Dat bij Hem de toekomst zeker is.
Neem een voorbeeld aan dat kleine kind dat gedoopt wordt.
Het kind wordt gedragen. Kan nog helemaal niets.
Maar Jezus kan alles.
Hij zal Zijn ruimte nemen in het leven van dat kleine kind.
Daar mogen we op vertrouwen. Ook voor onszelf.
Wij hebben onze toekomst niet in handen.
Niet hard in je vuisten knijpen. Maar loslaten en schuilen bij God.
Bij Hem ben je veilig. Bij Hem alleen.

Loslaten betekent ook het niet te verwachten van anderen.
Wat die van mij vinden.
Dan worden we dikwijls teleurgesteld.
De Here Jezus stelt in de Bergrede dat we de dingen niet moeten doen
om bij mensen in een goed blaadje te komen.
Hij weet hoe verleidelijk dat is. Bij God is dat niet nodig.
Hij kent je sores en verdriet.
Hij weet van je zonden en je gevecht om overeind te blijven.
Maar dat is niet bepalend voor zijn beeld van jou.
Beeldbepalend is zijn Zoon.
Door Hem houdt God meer van je dan wie ook in deze wereld.
Dus niet jaloers zijn.
Op wat mensen kunnen of hebben. God ziet jou vol liefde.
Dan leer je Hem vertrouwen door naar Jezus te kijken.
En ben je vervolgens ook tevreden met wat Hij je geeft.

Het doet me denken aan het beeld van dat zomerse wielerspektakel
de Tour de France.
Daar is het principe: De Tour wacht nooit.
Hoe hard je ook valt. Hoeveel pech je ook hebt.
Dat is het beeld van het leven om ons heen.
Dus: moet je overeind blijven. Doorgaan. Volhouden.
Beide vuisten klem je om je stuur.
Beide vuisten vol gezwoeg en najagen van wind.
De Tour wacht op niemand. Het leven gaat door.
En voor je het weet, sta je buitenspel.

Maar bij God niet. Hij draait de boel om. Hij wil rust in je leven.
Hij houdt je overeind of, als je valt, dan helpt Hij je overeind.
God gunt je die rust. Vanuit die rust mag je je werk doen.
Jouw werk redt je niet. Je positie niet. Je geld niet. God redt.

We weten het wel.
Maar wat we belijden, beleven we dat ook? Laten we dat zien?
Een hand vol rust. Dat is wat God geeft.
Dicht bij Hem mag je elke dag die rust vinden.

En dan kun je ook gerust op vakantie. Niet omdat je het verdiend hebt.
Maar omdat God het gunt.
Hij wil zijn zegen verbinden aan wie zo rust vindt bij Hem.

Dan re-creëer je echt. En geeft God je nieuwe krachten.

 

De kerstboom is allang weer afgetuigd,
het weer is grijs en nat,
(en voor sommigen: de nieuwe regering Trump treedt vandaag aan)
het leven is wéér duurder geworden,
en we hebben onze nieuwjaarsvoornemens waarschijnlijk al gebroken;
ja, januari lijkt veel uit te moeten leggen!

Zozeer zelfs dat deze maandag, de derde maandag in januari zelfs
Blue Monday is genoemd – de meest deprimerende dag van het jaar.

Het idee is een marketingtool en ontwikkeld met behulp van een wiskundige vergelijking
die rekening houdt met alle elementen van de ellende in januari…
En de remedie? Een zonnige vakantie boeken.

Het klinkt logisch, nietwaar?
Voelen we ons niet allemaal een dip in de donkere koude dagen midden in januari?

Maar het probleem is dat Blue Monday is gebaseerd
op een nogal wankele pseudowetenschap
die puur is bedacht voor een reisorganisatie
om hun zomervakanties te verkopen.
In de vergelijking zijn de eenheden niet gedefinieerd
en kan de formule niet worden geverifieerd,
waardoor deze effectief nutteloos is.

Desondanks heeft het idee van Blue Monday
onze verbeelding en onze aandacht gevangen;
wat betekent dat het idee is blijven hangen,
ook al is het niets meer dan een marketingcampagne
die al in 2005 is geschreven.
Het idee is blijven hangen omdat het logisch is.

En we willen graag onze gevoelens begrijpen, toch?
Als we een specifieke reden kunnen aanwijzen
waarom we ons somber of ongemotiveerd voelen,
voelen we ons minder alleen.
Misschien is dat de reden
dat het idee van Blue Monday al twintig jaar bestaat.

Voor sommigen kunnen de seizoenen
een tastbaar effect hebben op de geestelijke gezondheid,
en tot wel drie procent van de mensen leeft
met ‘ernstige winterdepressie’
en gimmicks als Blue Monday
riskeren de verzwakking van een seizoensgebonden affectieve stoornis
te bagatelliseren.

Zelfs voor degenen onder ons
die niet met seizoensgebonden psychische aandoeningen leven,
hebben we verschillende behoeften afhankelijk van de seizoenen.
Onze energiebalans kent het hele jaar door een soort eb en vloed:
het is natuurlijk om in een rustiger tempo te willen leven
tijdens de donkere wintermaanden;
veel mensen slapen en eten meer
als we kortere dagen en langere nachten hebben.

Emotioneel zullen we ook seizoenen hebben
waarin we het leven net zo levendig ervaren als de lente
en andere seizoenen waarin we ons willen terugtrekken
en de behoefte voelen om te rouwen om onze verliezen
terwijl de zaden zich onder de grond verstoppen,
weg van de kou, wachtend om te bloeien.

Iemand schreef eens:
‘Planten en dieren vechten niet tegen de winter;
ze doen niet alsof het niet gebeurt en proberen
niet hetzelfde leven te leiden als in de zomer.
Ze bereiden zich er op voor.
Ze passen zich aan.
Ze voeren buitengewone metamorfoses uit
om ze erdoorheen te helpen.’

Het is iets dat zowel de Bijbel als het kerkelijk jaar erkennen,
dat we ons moeten aanpassen aan de seizoenen
van het leven waarin we leven.
De schrijver van Prediker, sommigen denken dat het koning Salomo was,
schrijft dat in hoofdstuk 3
‘er een tijd is voor alles, en een seizoen voor elke activiteit onder de hemel’ 
en hij gaat verder met het opnemen van leven en sterven,
planten en ontwortelen, doden en genezen.

We kunnen worden aangemoedigd
door het feit dat er geen specifieke dag is
die meer of minder deprimerend is dan een van de andere,
maar ook de veranderende seizoenen herkennen
die onze emoties doormaken
op dezelfde manier als de natuurlijke wereld dat doet.

Wat ertoe doet, is dat we ons richten op het seizoen
van het leven waarin we ons bevinden
en het niet ontkennen.
Het kerkelijk jaar stelt ons in staat
dit te doen door middel van liturgie,
terwijl we door Advent, Kerst, Vastentijd, Pasen
en gewone tijden fietsen.
Er zijn mogelijkheden om te rouwen om ons verlies,
onze vreugde te vieren, lessen te leren en te oefenen
wat het betekent om in gemeenschap te zijn
door elke emotie heen.
Om ons door deze seizoenen te bewegen
geven we onszelf de kans
om onze emotionele spieren te strekken in rouw, vreugde
en gewoon uit te vinden hoe
we door het dagelijks leven kunnen navigeren!

Paulus, die in de begintijd van de kerk pastor was
en aan veel gemeentes schreef,
vertelde om
met je blije vrienden te lachen als ze blij zijn;
deel tranen als ze down zijn’, (Romeinen 12)
en ik denk dat dit eenvoudig advies is voor ons
terwijl we door de seizoenen van ons leven en het jaar reizen.
Alle emoties – hoe ongemakkelijk ze ook mogen zijn –
hebben aandacht nodig.

Ja, Blue Monday mag misschien een marketingmythe zijn,
maar erkennen dat we ruimte moeten maken
voor al onze gevoelens
– de blije en de verdrietige –
kan precies de aanmoediging zijn die we nodig hebben.

Dus eet je brood met vreugde, drink met een vrolijk hart je wijn. Geniet van het leven met de vrouw die je bemint. Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven. (Prediker 9: 7, 9)

Geniet! Het klinkt vandaag de dag zo’n beetje als een modern gebod. Pluk de dag, laten we eten en drinken want morgen sterven wij. Zou de Bijbel het dan toch hebben over onbegrensd vrolijk zijn, alleen maar feesten? Nee, dan moet ik je teleurstellen. Wijn was in het oude Israël een drank voor alledaags gebruik, net als bij ons koffie of thee of wat je ook maar dagelijks veel drinkt. Zo staat de wijn symbool voor het alledaagse leven. Geniet nooit met mate

Eigenlijk gaat het over ons, soms zo oersaaie, leven van alledag, steeds weer die zelfde dingen die elke keer weer terugkeren. ‘Doe het met vreugde’ zegt de Prediker dan. Wees niet somber en neerslachtig, durf te leven! Dat is waar de Prediker ons toe oproept. ‘Maar’, hoor ik je dan vragen, ‘is het niet wat goedkoop en ongepast. Er is toch zoveel armoede en verdriet in de wereld?’ Lees de woorden van de Prediker dan maar eens goed: hij neemt het leven ernstig, maar God wil dat we daarnaast ook vrolijk zijn. Want uit alles mag je weten dat God bezig is met zijn geschiedenis. De aarde mag weer een paradijs worden. Daarom: Geniet!