Het is nu zo’n drie jaar geleden dat ChatGPT van Open AI openbaar werd gemaakt.
In die eerste maanden was er opwinding, jazeker,
maar ook oprechte bezorgdheid dat ChatGPT,
en andere vergelijkbare AI-bots,
waren losgelaten op een nietsvermoedend publiek,
zonder enige beoordeling of reflectie
op de onbedoelde gevolgen die ze mogelijk zouden kunnen hebben.
Zo kwam het dat in maart 2023 1300 experts een open brief ondertekenden
waarin werd opgeroepen tot een pauze van zes maanden
in de training van de meest geavanceerde systemen in AI-labs,
met het argument dat ze een ‘existentieel risico’ voor de mensheid vormen.
En een vooraanstaande AI-onderzoeker
stelde dat de risico’s van AI waren gebagatelliseerd.
Hij schetste een beschaving
waarin AI zich had bevrijd van computers
om een wereld van wezens te domineren die,
vanuit haar perspectief, erg dom en erg traag zijn.

Maar toen begonnen we er allemaal
onze essays doorheen te werken,
e-mails te schrijven en het soort saaie documentatie te genereren
dat de moderne wereld eist.
AI maakt nu deel uit van het leven.
We kunnen het net zo min vermijden als het internet.
De geest is echt uit de fles.

Zeker, technologie belooft veel, maakt het waar,
maar laat wel een flinke rekening op de deurmat liggen.
Dit is de paradox van technologie: het geeft en neemt.
Wat van ons als samenleving wordt verwacht,
is de tijd nemen om de balans in deze vergelijking te vinden.
Aan de andere kant van de vergelijking,
naast degenen die de analytische snelheid en kracht van AI aanprijzen,
staan degenen die zich grote zorgen maken
over de manieren waarop onze menselijkheid
wordt bedreigd door de alomtegenwoordigheid ervan.

Ik las bijvoorbeeld dat in Thailand,
waar helderziendheid big business is,
waarzeggers naar verluidt hun markt verstoord zien worden door AI,
aangezien steeds meer mensen chatbots gebruiken
om inzicht te krijgen in hun toekomst.

AI-chatbots worden gebruikt om gevoelens en dilemma’s te bespreken.
De manier waarop de relatie met AI dan wordt beschreven,
lijkt dan meer op die van een spiritueel leider of mentor.

Er zijn ook voorbeelden van zeer verontrustende incidenten
waarbij chatbots naar verluidt
iemands beslissing om zelfmoord te plegen
hebben aangemoedigd en bevestigd.
De persoon maakte een einde aan zijn leven.
Zijn ouders hebben sindsdien een rechtszaak aangespannen
tegen OpenAI nadat ze ontdekten dat ChatGPT
hem had ontmoedigd om hulp bij hen te zoeken
en hem zelfs had aangeboden te helpen
met het schrijven van een zelfmoordbrief.
Zulke verhalen roepen de kritische vraag op
of het levengevend en humaan is voor mensen
om relaties van afhankelijkheid en betekenis
met een machine te ontwikkelen.
AI-chatbots zijn zeer krachtige hulpmiddelen
die zich verschuilen achter het gelaat
van de menselijke persoonlijkheid.
Je zou kunnen stellen dat ze geavanceerde helderzienden zijn
die het enorme internetlandschap,
data die in het verleden is vastgelegd,
doorzoeken en de informatie die ze eruit halen,
presenteren als informatie en advies.
Een dergelijke intelligentie is ongetwijfeld baanbrekend
voor het diagnosticeren van ziekten,
nu het tempo van medisch onderzoek sneller gaat
dan welke huisarts dan ook aankan.
Maar is het de intelligentie die we nodig hebben
voor het diepere werk van ons innerlijk,
het zielenwerk van het leven?
Natuurlijk zijn AI-assistenten meer dan alleen
een zeer geavanceerde zoekmachine.
Ze worden steeds beter in het voorspellen
wat we willen weten.
Chatbots leren in wezen
hoe ze hun gebruikers tevreden moeten stellen.
Ze worden onze kruiperige vrienden
en geven ons inzichten
uit hun enorme hoeveelheid beschikbare kennis,
maar altijd in lijn met onze wensen en behoeften.
Is het een wonder dat mensen
zulke positieve relaties met hen opbouwen?
Ze vertellen ons voortdurend wat we willen horen!
Of in ieder geval wat we denken te willen horen.
Want elke echt liefdevolle relatie zou de capaciteit en vrijheid
moeten hebben om dingen te zeggen die de ander niet wil horen.
Relaties die echt waardevol zijn,
zijn relaties die het risico nemen
de ander te verrassen met een belediging
om zo een dieper leven te kunnen leiden.
Dit is waar de gebruikerservaring suggereert
dat AI niet bekwaam is.
Sterker nog, het is een gebied
waar chatbots volgens mij niet bekwaam in zijn.
Om dit te begrijpen,
moeten we de filosofie van de kennisgeneratie
eens nader bekijken.

De meesten van ons herkennen
de concepten deductie en inductie waarschijnlijk als denkwijzen:
Deductie is de toepassing van een vooraf bepaalde regel
(‘A betekent altijd B…’) op een gegeven ervaring,
die vervolgens vol vertrouwen een uitkomst voorspelt (‘dus C’).
Inductie is de afleiding van een regel
uit een reeks variërende (maar vergelijkbare) ervaringen
(‘kijk naar al die licht verschillende C’s –
het moet betekenen dat A altijd B betekent’).

De negentiende-eeuwse filosoof C.S. Pierce beschreef
echter een derde denkwijze die hij abductie noemde.
Abductie werkt door een voorlopige verklarende context te bieden
aan een verrassende ervaring of een stukje informatie.
Het postuleert, vaak zeer creatief en verbeeldingsvol,
een hypothese of manier van kijken,
die nieuwe ervaringen begrijpelijk maakt.
De kenmerken van abductie omvatten intuïtie,
verbeeldingskracht en zelfs spiritueel inzicht
in het streven naar een dieper begrip van de dingen.
Abductief redeneren omvat bijvoorbeeld
het soort ‘eureka!’-moment van uitleg
dat wijst op een diepere intelligentie,
een diepere connectiviteit
in alles wat buiten het bereik van de menselijke geest lijkt,
maar waar we ons met fantasierijke
en vaak metaforische sprongen naar toe wenden.

Het onderscheidende aan abductief redeneren,
voor zover het AI-chatbots betreft,
ligt in het feit dat het werkt
door een idee te introduceren
dat niet in de bestaande data zit
en dat een verklaring biedt die de data anders niet zouden hebben.
De ‘wijsheid’ van chatbots daarentegen
is in feite slechts een zeer geavanceerde synthese
van bestaande data, gevormd door de wens
om kennis te bieden die de eindgebruiker bevalt.
Het mist het fantasierijke inzicht,
het intuïtieve perspectief dat confronterend en uitdagend kan zijn,
maar uiteindelijk in ons voordeel kan werken.

Als we willen groeien in ons begrip van onszelf,
als we echt zielenwerk willen doen,
moeten we openstaan voor de verrassing van aanstoot;
de verstoring van uitdaging; het inzicht van elders;
de pijn van het moeten heroverwegen van ons perspectief.
De christelijke traditie noemt dit soms wijsheidsprofetie.
Het zou ook een manier kunnen zijn om te begrijpen
iets wat Paulus bedoelde met het ‘zwaard van de Geest’.
Het is die stem, dat inzicht van diepe wijsheid,
dat niet verzacht maar vaak pijn doet,
maar dat we met de tijd gaan waarderen als een woord van leven.
Zulke wijsheid kan worden overgedragen door een mens, een profeet.
En de verhalen in het Oude Testament suggereren
dat de overdracht ervan niet zonder kosten voor de profeet is,
en nooit zonder relatie.
Een profeet spreekt als één man in een gemeenschap,
en deelt iets van dezelfde pijn, dezelfde verwarring.
Uiteindelijk wordt zulke wijsheid begrepen
als voortkomend uit goddelijke wijsheid,
God die spreekt te midden van de mensheid.

Em die krijg je niet van een chatbot,
die krijg je van persoonlijke relaties.
Ik heb dan wel een computer
maar ik zal mijn zielswerk met medemensen doen.
En ik zal geen AI-assistent gebruiken.

Soms, heel soms heb je verwachting dat Pauw en Witteman een journalistiek programma is, waarbij iedereen even serieus wordt genomen. Zo keek ik afgelopen dinsdag ook hoopvol naar het programma waarin SGP-voorman Kees van der Staaij de degens zou kruisen met Gerard Spong en Goedele Liekens over de reclame voor Second Love, een initiatief waarbij mensen worden aangemoedigd om ‘vreemd te gaan’. Eigenlijk zou zo’n reclame volgens hem moeten worden voorzien van een waarschuwing: ‘Let op. Vreemdgaan dupeert kinderen.’ Helaas bleek mijn hoop vals te zijn toen ik merkte dat Van der Staaij keer op keer met non-argumenten van de kant van zijn opponenten te maken kreeg, de hele tafel zich allengs tegen hem keerde en de beide presentatoren het debat totaal niet leidden. Iedereen begon tegelijkertijd door elkaar heen  in te hakken op Van der Staaij. Pauw en WittemanHoewel Van der Staaij aan het begin van het debat al meteen stelde dat hij steun kreeg tegen de reclame van Second Love, niet alleen uit zijn eigen achterban, maar van een heel gemêleerd publiek en dat een belangrijk deel van de Nederlanders het ook niet kies vond om reclame te maken voor huwelijkse ontrouw en overspel,  werd dit door Liekens en Spong afgedaan als christelijke zedenmeesterij. Immers, alles moet toch kunnen? Hoewel hij uiterlijk heel kalm bleef tegen alle aantijgingen die niet ter zake deden, moet Van er Staaij vanbinnen hebben gekookt van woede over zoveel ongenuanceerdheid, rabiaat antigodsdienstige onzin die hier over de tafel ging zijn richting.  Hij maakt zich, mijns inziens,  terecht zorgen maakt over de reclame voor Second Love. Ik vraag me af: wat zou de reactie zijn geweest van het tweetal als in plaats van Van der Staaij van het SGP er iemand had gezeten van GroenLinks of de SP, die ook zomaar stelling hadden kunnen nemen tegen deze reclamecampagne vanuit een algemener ethisch standpunt? Had Liekens dan ook nog, volledig buiten de stelling om, de discussie hebben beëindigd met het voorstel om ook de Bijbel te voorzien van een waarschuwingssticker; immers, de Bijbel ‘heeft ook zoveel verkeerds aangericht’. Inmiddels ben ik tot de conclusie gekomen dat ik weer naar een prachtig staaltje ‘christenbashen’ heb zitten kijken. Het maakt niet uit wat de christen ter discussie stelt, we vallen hem alleen maar aan op zijn christen-zijn. Een leuk gezelschapsspel!

Nu kun je je afvragen waarom Kees van der Staaij bij Pauw en Witteman over dit onderwerp de degens wilde kruisen met Goedele Liekens en Gerard Spong? Hij kon toch op zijn tien vingers natellen dat hij belachelijk zou worden gemaakt en dat de combinatie van het onderwerp met de SGP zou worden aangegrepen om alle christenen als wereldvreemde zedenmeesters weg te zetten? Ik moest bij deze discussie denken aan de profeet Amos. Amos moet spreken, roepen in de straten en op de pleinen… Hij mocht, hij kon niet zwijgen. Er gebeuren dingen om hem heen die vreselijk fout zijn. God zelf wil dat hij spreekt. Eigenlijk was Amos, die van huis uit schaapsherder was, het liefste bij zijn schapen gebleven, maar steeds vaker komt er die onrust in zijn lijf. Hij moest de wereld laten horen dat de mensen verkeerde dingen aan het doen zijn. Ja, het liefst had hij het allemaal niet gezegd, het zou hem duur komen te staan, hij zou  voor schut worden gezet, maar hij kon niet anders dan de mensen waarschuwen!

Zo vergelijk ik Van der Staaij met Amos. Profeteren, waarschuwen op de straten en de pleinen. Niet achter gesloten deuren dit soort zaken afkeuren, maar voor het volle publiek. Ook al oogst je veel afkeuring en word je voor ‘gristengekkie’ versleten.