In deze periode van ‘IJsheiligen’ (11-14 [15] mei 2025) een – vind ik – toepasselijke blogpost.

Eerst maar eens de weerkundige feiten:
IJsheiligen valt ieder jaar op dezelfde data in mei,
namelijk op 11, 12, 13, 14 en soms ook 15 mei.
Het zijn de naamdagen van een aantal katholieke heiligen,
namelijk Mamertus (11 mei), Pancratius (12 mei),
Servatius (13 mei), Bonifatius (14 mei)
[en dus soms ook Sophia van Rome (15 mei)].

Hoewel we in Nederland geen grote festiviteiten
kennen rondom IJsheiligen,
betekent het niet dat deze dagen nergens gevierd worden.
In sommige delen van Europa
(zoals Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland)
worden door traditionele gemeenschappen
feestelijke bijeenkomsten gehouden tijdens IJsheiligen,
zoals processies en speciale kerkdiensten.
Die lokale tradities en rituelen zijn vaak
kleurrijk en levendig,
met lokale kostuums, muziek en dans.
Volgens de volksweerkunde zijn deze dagen in mei
de laatste dagen in het voorjaar
waarop er soms nog nachtvorst is.
IJsheiligen wordt gezien als de overgang
naar dagen met een zomers karakter.
Het is niet uitgesloten dat er na half mei nog nachtvorst optreedt,
maar die kans is zeer klein.

Vanouds vormt de heiligenverering een belangrijk punt van verschil
tussen de de Rooms-katholieke kerk en de protestantse kerken.
In de Rooms-katholieke geloofsbeleving zijn heiligen niet weg te denken,
van de naam van parochies en kerken
tot schietgebedjes aan sint Antonius als er iets kwijt is.
Protestanten hebben juist weinig met heiligen.
Dat is te verklaren vanuit de tijd dat deze kerken ontstonden.
In die tijd, aan het einde van de middeleeuwen,
namen heiligen soms in de praktijk de plek in van God.
Nu doet zich de laatste tijd het volgende opmerkelijke fenomeen voor:
in de Rooms-katholieke kerk werden de heiligen veel minder belangrijk,
heel wat beelden zijn sinds de jaren zestig
zelfs letterlijk uit de kerken verwijderd.
Heiligen worden, als ik het goed zie,
ook meer gepresenteerd als voorbeelden
dan als tussenpersonen richting de hemel.

Maar bij protestanten groeit de laatste tijd echter juist het besef
dat voorbeelden en verhalen over geleefd geloof belangrijk zijn.
Geloof is geen theorie, het stempelt als het goed is heel het leven.
Dat dat kán, en hoe dat eruit ziet,
zie je in de levens van sommige gelovigen heel goed.
Daarom is het goed over hen te horen
en hun herinnering levend te houden.
Niet om ze te vereren, maar om ervan te leren!
Daarom hierbij een verhaal van een ‘protestantse (ijs)heilige’,
iemand die iets laat zien van wat gelovig leven is:
het verhaal van Dirk Willemsz.
Hij leefde in het begin van de Tachtigjarige Oorlog,
een tijd van religieuze en burgerlijke onrust.
Deze Dirk zat aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog
gevangen vanwege zijn geloof in het kasteel van Asperen.
Het zag er naar uit dat hij op de brandstapel zou belanden,
want dat was destijds de gebruikelijke straf voor ketters.
Gelukkig had een bezoeker hem een vijl kunnen toespelen.
Daarmee ging Dirk ‘s nachts de tralies te lijf
en na een tijd had hij ze doorgevijld.
Met behulp van een touw van oude lappen
liet hij zich op een vroege morgen naar buiten zakken.
Het was winter en er lag ijs op de slotgracht.
Niet erg dik, maar Dirk was flink vermagerd
door het verblijf in de kerker en hij kon er op staan.
Over het ijs ging hij er snel vandoor.
Zijn weg naar de vrijheid lag open!
Helaas had de bewaker van het slot hem gezien.
Hij riep versterking en zette zelf de achtervolging in.
Echter, deze man woog een stuk meer,
en na een tijd zakte hij door het ijs.
Hij kon niet zwemmen en riep doodsbang om hulp.
Dirk zag en hoorde het, en wat deed hij?
Hij keerde zich om, en hielp de man om veilig aan de kant te komen.
De intussen gearriveerde versterking
greep Dirk en nam hem weer gevangen,
ondanks protesten van de geredde bewaker.
Twee weken later werd hij zonder pardon levend verbrand.
In Asperen is zijn cel nog te bezichtigen

Wat moet je hier nu van denken?
Was die Dirk niet helemaal goed wijs?
Hij had zich kunnen redden maar deed het niet!
Of…. toont hij dat er iets bestaat dat hoger is dan zelfbehoud?
Of…. iets dat te maken heeft met Jezus en wat Hij zei en voordeed?

waarschijnlijk nooit door Luther uitgesproken, wel aan hem toegeschreven

 

Vandaag, 31 oktober, is het Hervormingsdag.
Eeuwen geleden zou de monnik Maarten Luther
95 stellingen hebben geslagen
op de deur van de Slotkapel te Wittenberg.
Al geruime tijd is onzeker of deze gebeurtenis echt heeft plaatsgevonden.
Degenen die over deze gebeurtenis vertellen,
waren in 1517 namelijk nog niet in Wittenberg.
Ook is het raadselachtig waarom deze stellingen
de naam ’95 stellingen’ hebben,
omdat er versies bekend zijn met andere nummeringen.
Ook voor de theologie van Luther en de reformatorische doorbraak
zijn deze stellingen veel minder kenmerkend
dan bijvoorbeeld Luthers commentaar op de Romeinenbrief.
Toch zijn deze stellingen een publicitair succes.
Ook al heeft Luther ze wellicht niet geslagen op de deur,
hij verstuurde ze wel op 31 oktober
naar enkele bisschoppen en gaf exemplaren aan zijn vrienden.
Binnen enkele weken werden ze over heel Europa gedrukt en verspreid.
Deze stellingen zijn het eerste mediasucces sinds de uitvinding van de boekdrukkunst.

Een eeuw later, in 1617,
een jaar voor het uitbreken van de Dertigjarige Oorlog in Duitsland
beginnen de gereformeerden in de Palts de Hervormingsdag te gedenken.
Andere regio’s en ook de Lutheranen sluiten hierbij aan.
Zodoende kan de componist Johann Sebastian Bach in 1725
zijn cantate maken ter herdenking van de Hervorming.

In 1817 wordt de Hervormingsdag in Nederland ingevoerd.
De Franse tijd is net achter de rug.
Nederland heeft een koning uit het Oranjehuis.
De kerk krijgt in 1816 een nieuwe kerkorde:
het algemeen reglement.
Willem I wil naar Pruisisch voorbeeld
de Lutheranen en de Gereformeerden
in één kerk laten samenkomen.
De invoering van de (gezamenlijke) Hervormingsdag in 1817
is daarvan een voorbode.
Hervormingsdag is niet alleen een kerkelijk gebeuren.
hoewel het wel op zondag gehouden wordt.
Na de Franse tijd krijgt Nederland de Zuidelijke Nederlanden erbij
en heeft Nederland een grote katholieke bevolking
binnen de landsgrenzen.
Is Nederland nu een protestantse of een katholieke natie?
Hervormingsdag is aan de ene kant een poging tot oecumene
– Lutheranen en Gereformeerden -,
maar ook een poging tot afgrenzing: anti-katholiek.

Overigens: de synode draagt in 1817 op
Hervormingsdag te houden op de zondag na 31 oktober.
Pas rond 1850 Hervormingsdag op de dag zelf.

 

In en artikeltje in een krant met als titel ‘Wat geloven de Oranjes precies?’

waar het gaat over het geloof van de huidige koninklijke familie

doet historicus Bouwman een – vind ik – opmerkelijke uitspraak:

Hij stelt dat het voor het koningshuis vooral ‘van het grootste belang is’

dat er nu geen gedoe ontstaat over het geloof.

‘Vergeet niet, het protestantisme is bezig een kleine minderheid te worden in Nederland.

Het is van belang dat men zich daar niet te sterk mee associeert;

met geen enkele minderheid en zeker niet met een religieuze.

Dat blijft gevoelig liggen.’

 

Waarom ik dit opmerkelijk vind:

Toen in de zestiende eeuw het calvinisme opkwam in Nederland,

bleek stadhouder Willem van Oranje (1533 – 1584) al snel een beschermer van het protestantisme.

In zijn jeugd had Willem, die later als stadhouder de bijnaam Willem de Zwijger kreeg,

een protestantse opvoeding gekregen.

Opvallend, want het protestantisme was toen nog gloednieuw en een minderheid.

Slechts een paar procent van de bevolking (3 – 5%) was een aanhanger van een deze nieuwe religie.

Veel van Willem van Oranjes gedragingen en uitingen na 1573

duiden erop dat Willem van Oranje zich niet als een rasechte lidmaat

van de ‘calvinistische’ kerk heeft gedragen.

Sterker nog, dankzij Willem van Oranje zou ‘de calvinistische kerk’ geen staatskerk worden.

Kerk en staat waren in die dagen niet te scheiden,

maar toch is het Willem van Oranje gelukt om de Staat niet te laten samenvallen

met een honderd procent Gereformeerde (calvinistische) religie.

Dat werd Willem van Oranje al bij zijn leven kwalijk genomen.

Van Willem van Oranje is bekend dat hij zich verre hield van theologische disputen.

Waar het Willem van Oranje om ging, was een tolerante maatschappij zonder geloofsbeperkingen.

Net zoals een protestant (Lutheraan, calvinist),

moest ook een katholiek in alle vrijheid kunnen leven.

Het leverde Willem van Oranje heel wat conflicten op,

eerst met de Katholieke Plakkaten gericht tegen de ‘Nieuwe Religie(s)’,

later met vooral de calvinisten die zich ook weer weinig tolerant zouden opstellen tegenover de Katholieken.

Kortom, kun je dan zeggen Willem van Oranje een calvinist was. Dat ligt wat genuanceerd:

Van Oranje was er vooral van overtuigd dat de heerschappij van het katholicisme,

zoals geëist door Filips II, niet wenselijk was

en dat religieuze minderheden ook een (vol-)waardige plaats moesten krijgen.

Dus dat Bouwman stelt dat de huidige koninklijke familie

zich niet moeten committeren aan één minderheid

lijkt in lijn te liggen met hoe de voorvader Willem van Oranje zich in het verleden opstelde.

Willem van Oranje was een meester in het tussen de klippen doorvaren,

en dat vooral op godsdienstig gebied!

‘Armoede is geen schande voor wie arm is, maar voor wie armoede veroorzaakt’

Franciscus van Assisi

‘Habemus Papam!’ Het was vorige week niet van de lucht. Onze katholieke zusters en en broeders hebben een nieuwe bisschop van Rome gekozen, die tevens functioneert als een primus inter pares en wereldwijd het gezicht is van de Rooms-Katholieke Kerk. Hoewel je als protestant misschien je schouders kunt ophalen bij zoveel commotie rond een nieuwe paus, toch is het wel degelijk belangrijk wereldnieuws. Paus FranciscusHet Amerikaanse zakenblad Forbes plaatste zijn voorganger paus Benedictus XVI vorig jaar nog in de topvijf van machtigste personen ter wereld. Hij verkeerde daarop in het gezelschap van de leiders van de VS, Rusland en Duitsland, alsmede van Bill Gates, de oprichter van Microsoft. De argumentatie van Forbes voor deze hoge notering valt te volgen: de paus staat aan het hoofd van 1,2 miljard katholieken, verspreid over de hele wereld, van wie velen grote waarde hechten aan zijn standpunt over ethische kwesties. Het moreel gezag van de ‘plaatsbekleder van Jezus op aarde’ is groot.

Natuurlijk kun je cynisch zijn over de eerste openbare handelingen van de nieuwe paus, die de naam Franciscus voor zich heeft gekozen, en die afdoen als een geslaagd PR-offensief om het gebutste blazoen van de katholieke kerk weer wat uit te deuken en op te poetsen, maar zelf vind ik deze optredens hoopvol.

‘Armoede is geen schande voor wie arm is, maar voor wie armoede veroorzaakt’ zei de man wiens naam en hopelijk ook zijn idealen de nieuwe paus heeft gekozen. In Latijns-Amerika heeft Bergoglio, zoals hij toen nog heette, bewezen midden tussen de armen in te willen staan en compassie met hen te hebben. Ook tijdens zijn eerste pauselijk optreden bleek hij zo op te treden. Mijn hoop is dat hij tijdens zijn pontificaat deze houding voortzet en ook uitbreidt. Dat hij ook een hand wil uitstrekken naar de mensen die geestelijke armoede ondervinden en ook de veroorzakers van die armoede probeert aan te spreken op hun verantwoordelijkheid.

ik hoop op een rijk gezegend pontificaat waarin armoede op velerlei gebied bestreden mag worden. Opdat het moreel gezag van het christendom in de wereld weer gehoord en gewaardeerd mag worden en dat de wereldwijde oecumene door hem bevorderd mag worden.

Deze week hield wielerminnend Nederland de adem in. Want wat zou ‘gevallen’  Touwinnaar Lance Armstrong allemaal gaan zeggen in het programma van talkshowdiva Oprah Winfrey. Hij zou, zo was het idee, het een en ander in haar show gaan opbiechten over zijn vermeende dopinggebruik.

Te biecht gaan. Als protestantse jongen ken ik het instituut ‘biecht’ totaal niet. De meeste protestantse kerken kennen deze instelling immers niet. En naar ik begreep van rooms-katholieken is de biechtprocedure in de meeste Nederlandse katholieke kerken ook zo goed als uitgestorven.

Misschien is dat een resultaat dat het Nederlandse christendom zich steeds meer aanpast aan haar omgeving, want als ik in het buitenland een katholieke kerk bezichtig kom ik regelmatig een biechtstoel tegen die op bepaalde momenten in gebruik is.

De biecht: een van de instellingen die met de Reformatie werd afgeschaft door de meeste protestanten. Ik denk dat het automatisme tussen het opbiechten van bepaalde zaken en het krijgen van vergeving door de biechtvader hen tegenstond. Maar als je zo om je heen kijkt lijkt de neiging van mensen om ergens mee voor de draad te komen (volgens een verklaring was de draad een touw dat in de rechtbank werd gespannen. Getuigen en verdachten moesten zich voor dit touw opstellen als ze werden verhoord. Voor de draad komen zou dan het betekenen dat je dan voor de draad gaat staan om een verklaring af te leggen) nog steeds aanwezig.

Ik heb zelfs wel eens gehoord dat je soms ‘biechtstoelprocedures’ hebt in het openbare (bedrijfs)leven. biechtstoelZo worden religieuze instituten die daar zijn weggesleten weer nieuw leven ingeblazen in het seculiere leven. Misschien omdat die toch belangrijker bleken te zijn dat van te voren werd gedacht? Feit is dat Armstrong zich in een lange rij van ‘bekende’ mensen schaart die soms publiekelijk in praatprogramma’s zaken toegeven die ze soms jarenlang ten stelligste hebben ontkend.

Biechten: hebben de mensen bij de Reformatie het kind met het badwater weggegooid?  Is er geen diepgevoelde neiging van veel mensen om iets te vertellen aan een vertrouwenspersoon om zelf geestelijke rust te vinden? Werken sommige pastorale gesprekken met geestelijken en geestelijke verzorgers soms niet zo zonder dat ze meteen het predicaat ‘biecht’ krijgen opgeplakt? En, naar ik begrijp is Calvijn in wezen altijd voorstander gebleven van een soort ‘biechtprocedure’. Immers, mensen willen soms graag het een en ander vertellen om het misschien alleen maar te delen.

Tussen twee haakjes: een of andere official heeft meteen gezegd dat Armstrong door zijn biecht geen verlossing hoeft te verwachten.

Over het gebruik van religieuze termen gesproken 😉 ….

Nee, niet om zoveel mogelijk mensen de kerk binnen te krijgen, maar om de kerk toegankelijk te houden voor de vele rollators, scootmobielen rolstoelen en andere hulpmiddelen van de mensen die de kerken nog bezoeken.Het bedehuis wordt een sterfhuis.

Dat is volgens mij de essentie van de opmerking van Joep de Hart die zei dat de oude volkskerken verworden ‘tot een soort laagdrempelige bejaardenhuizen met de dienstdoende geestelijke als executeur-testamentair’. Deze woorden zijn opgetekend door het Nederlands Dagblad dat verslag deed van een studiedag van de Confessionele Vereniging binnen de PKN voor theologiestudenten en jonge, beginnende predikanten. De teneur van het verslag was somber. Als je niet fris en vrolijk, vol creativiteit en nieuwe ideeën aan het beroep van predikant begint dan word je niet als predikant beroepen. Maar ben je dan eenmaal bevestigd als gemeentepredikant dan word je meer een manager, dan een geestelijke. Dat was althans de ontnuchterende opmerking van een jonge predikant die vertelde over de ervaringen in haar eerste gemeente. Een functie waar zij in eerste aanleg niet voor gekozen heeft. Kortom, het verslag ademde een en al neerslachtigheid en frustratie uit.

Een artikel in dezelfde krant ging over de synode van de Protestantse Kerk in Nederland die onder meer haar visienota bespreekt. Eén van de punten gaat erover dat er meer ruimte voor andere kerkvormen moet zijn. Natuurlijk kunnen we omzien naar alles wat is geweest en daarover in een hoekje zitten kniezen… maar het vruchtbaarder om vooruit te kerken. ‘De velden zijn wit om te oogsten’ wordt ergens in de Bijbel gezegd. Misschien dat methodes die eeuwenlang opgeld deden, in onze tijd niet meer functioneel zijn. Maar ergens zal de dynamiek die het protestantisme vanaf het begin heeft getekend de vlam in leven blijven houden. Niet dat dan de praktijk van alledag die op de studiedag van de Confessionele Vereniging ineens anders is – ik denk dat veel mensen dat wel zullen erkennen, maar dat de kerk in de komende tijd mogelijkheden en vormen kan vinden om mensen te blijven plaatsen op het spoor van het geloof. Dat de kerk in haar huidige vorm misschien haar langste tijd heeft gehad, so be it; ergens zal de Geest blijven waaien, daar geloof ik heilig in.

 

Enige tijd geleden las ik het boek De sprekende slang. Een kleine geschiedenis van laaglands fundamentalisme van Nico Dros. Het boek handelt over de opgang, bloei en ondergang, kortom de Werdegang van de protestantse kerken op het eiland Texel. Deze geschiedenis wordt verhaald vanuit een conflict rondom ‘de sprekende slang’ uit het begin van de twintigste eeuw. Wie meer over dit kerkhistorisch conflict wil lezen moet maar ergens anders informatie halen, want daar gaat deze column niet over.

In deze column wil ik graag aandacht besteden aan het eind van het boek. Dros beschrijft hoe na de dorpsjongeren ook steeds meer ouderen de kerkgang en de zondagsheiliging veronachtzamen. Dros heeft het dan over ‘een frisse remonstrantse geest’ waarbij de kerk zijn deuren openzette voor noden elders in de wereld, armoede en onderontwikkeling,  ‘het lot van kneuzen tussen de keerkringen’. Maar in weerwil tot deze ontwikkeling constateert Dros ook iets anders: ‘alsof de samenstelling van de lokale bodem ertoe aanzet dat iedere keer opnieuw het plantgoed van de vroomheid eruit opschiet. In de schaduw van de verwaterde synodale gereformeerde kerk is een nieuw rechtzinnig genootschap stilletjes ontloken. Het gaat om de zogeheten “Gereformeerde Gemeente” alias de zwartekousenkerk.’

Afgezien van negatieve connotatie waarmee Dros deze ontwikkeling kwalificeert spreekt hij wel over ‘vroomheid in de schaduw van een verwaterde kerk’.

Het geeft te denken…

Schreef ik kortgeleden een blogje over het initiatief voor een (protestantse) Nationale Synode in Nederland, naast deze voorgenomen synode hebben verschillende media een zelfde beweging op meer plaatsen in wereld waargenomen.

Er wordt gewag gemaakt van het gesprek tussen de Russische-orthodoxe archimandriet Ilarion met de rooms-katholieke paus Benedictus XVI om te spreken over een gemeenschappelijk platform tegen de ‘zonde’ van verdeeldheid en vrijzinnigheid. Deze stap wordt gezien als een ‘dooi’ tussen de kerken in Oost en West, die in 1054 scheurden en in de eeuwen daarna nog verder splitsten.

Ook wordt er geschreven over de toenadering van paus Benedictus XVI tot de  Anglicaanse Kerk. Die kerk brak in 1534 met ‘Rome’.

ik schreef dat de media daar aandacht aanbesteedt, maar dat doet ze niet zo schrik en beven. Ik citeer de NRC:

Deze recente pogingen om de schisma’s te boven komen, illustreren dat opzichtig triomfalisme over de teloorgang van religie op zijn minst voorbarig is. Er moet namelijk niet uit het oog worden verloren dat de kerken ook bezig zijn met machtsvorming, en dus politiek bedrijven. Over een brede linie is er sprake van consolidatie van zowel rechtzinnigheid als organisatiekracht. In kwantitatieve termen: wie de christenen aller landen verenigt, verzamelt ongeveer 2 miljard wereldburgers tegen ruim 1 miljard moslims van verschillende denominaties.

Onderhuids voel je al de angst van de atheïst: worden we weer teruggeworpen naar een tijd ver voor de Verlichting waar de religie de macht in handen had? Omineus sluit het artikel af met de volgende waarschuwing:

de scheiding van Kerk en Staat moet het fundament blijven van een liberale democratie!!

De media zien voor hun geestesoog  waarschijnlijk al allerlei kerkelijke gremia geen plaats voor andere meningendie het dagelijks leven weer terugwerpen in die duistere tijd doortrokken van spruitjeslucht en van stille zondagen. Een tijd waarin het geluid van godsdiensten de stem van de redelijkheid overstemt.

Even een vraag van mijn kant: zouden al die breuken tussen de eens ongedeelde christelijke kerk het idee zijn van een atheïst onder het motto:

Verdeel en heers…

Jaarlijks duiken er wel weer van dit soort verhalen op: is het niet over een spontaan huilende Madonna, dan wel over een beeld van de Satan in de wolken van de getroffen WTC-torens op 9/11. Volgens het Algemeen Dagblad hebben bezoekers van meubelgigant IKEA in het Schotse Braehead Jezus kunnen aanschouwen. Jesus at IkeaZijn gezicht is daar volgens een aantal mensen duidelijk te zien in één van de toiletdeuren van de winkel. ( hoewel anderen er de ABBA-zanger Benny Andersson in zien of Gandalf, een personage uit het boek Lord of the Rings van Tolkien) Hoe het allemaal kon was voor iedereen een mysterie!!

Ik ben afgelopen weekend een paar dagen in een klooster op bezoek geweest. Meer specifiek: in de Achelse Kluis te Valkenswaard. Een boeiende ervaring. Niet dat ik hier voor de eerste keer in aanraking kwam met de rooms-katholieke diensten, maar een weekend meedraaien met de gebedsdiensten van de broeders is toch heel iets anders. Een aparte ervaring vond ik de hoogmis op zondag. Grote gedeeltes werden in het Latijn gereciteerd en er werd veel met wierook gezwaaid. Laat ik het kort samenvatten: in tegenstelling tot de protestantse diensten was er veel meer te zien en was het meer in het geheel van het Christusmysterie geplaatst.

Na afloop van de viering bleef ik toch met een vraag zitten: hebben de protestanten niet te veel ‘weggerationaliseerd’ van dat mysterie? Mysterie waar een ieder zelf zijn gedachten bij kan hebben, of moet een kerkelijke instantie hem dat allemaal voorkauwen?

Er is een prijzenswaardig initiatief van de grond gekomen onder verschillende protestantse kerkgenootschappen. Men wil een een nieuwe Nationale SynodeNationale Synode organiseren. Dit allemaal natuurlijk in het licht gezien van de nationale synode te Dordrecht uit 1618-19. Naast het gegeven startschot tot de Statenvertaling is deze synode toch vooral bekend geworden door de afwijzing van de remonstranten, een loot aan de protestantse stam die niet de goedkeuring kon verdragen van een groep anderen.

Momenteel is er dus een nieuw initiatief ontstaan om in deze tijd van toenemende ontkerkelijking de protestantse handen – want als we de Rooms-Katholieke Kerk zouden uitnodigen wordt het allemaal een beetje te complex, zo werd gezegd – ineen te slaan en over onze kerkmuren heen te reiken om elkaar te ontmoeten in ons gezamenlijk geloof en belijden.

Maar helaas, het plan lijkt al gedoemd vroegtijdig ten onder te gaan. Vanmorgen werd bekend dat de Hersteld Hervormde Kerk waarschijnlijk niet mee zou doen als ook Remonstrantse Broederschap zou worden uitgenodigd en dat ook andere protestantse kerkgenootschappen zouden schitteren door hun afwezigheid.

Wat een demasqué!! Wat zal dit allemaal een gunstige uitstraling hebben op de kerken? Waarom moet de uitspraak ‘waar er twee protestanten in de wereld zijn, is er altijd ruzie’ nu weer bewaarheid worden?

… niet tweemaal aan denzelfden steen