‘Gij zult niet zuur, grof of onbescheiden twitteren’ Met deze kop besteedde dagblad De Pers vandaag aandacht aan een initiatief van Social Missie die middels een social-media-beroepscode voorgangers en andere ‘arbeiders in het kerkenwerk’ bewust willen maken van hun voorbeeldfunctie en bijvoorbeeld van het feit dar wat ooit op het internet staat er nooit meer vanaf komt.’Pas op’ is de kern ‘weet dat je 24/7  ‘arbeider’ bent!

Is dit nu een zinvolle code of is dit een middel om eigen bedrijf en trainingstrajecten  ‘in the picture’  te spelen. Voegt deze code, die men ook naar de synode van de PKN willen sturen, iets toe aan bijvoorbeeld het boek van  Eric van den Berg. Dit vorig jaar verschenen boek geeft mensen die werken in de kerk uitstekend inzicht in de mogelijkheden en gevaren van de digitale wereld.

Een beroepscodecode die de do’s en don’ts van communicatie op internet vastlegt riekt volgens mij teveel naar het oude vastleggen in systemen van wat moet en niet moet in de organisatie. de meeste werkers in de kerk hebben vaak bij de aanstelling al een gelofte afgelegd waarin ook met zoveel woorden staat dat men er rekening mee moet houden dat een ieder 24 uur per dag ‘het ambt bekleedt’.

Dat men eigen activiteiten graag over het voetlicht wil brengen, ja daar kan ik inkomen. Hoe meer trainingsbureau’s zich op deze markt willen storten, hoe beter. Maar om een een beroepscode aan te bieden aan een synode lijkt me een marketingstunt!

Nederland Missieland; ik wens dat iedere ‘kerkelijk werker’ zich in de digitale wereld wil storten om zo 24 uur per dag de goede boodschap die we te vertellen hebben ook zo de wereld wil inbrengen; Ieder op zijn of haar eigen wijs!

Mijn oog viel op een klein berichtje over een kerk van sneeuw die is gebouwd door de inwoners van het Duitse skioord Mittersfirmiansreut. Volgens het bericht biedt de kerk plaats aan ongeveer tweehonderd mensen en heeft het gebouw een toren van zeventien meter hoog. Het oogt een heel mooi gebouw te zijn, dat veel mensen tot de verbeelding zal spreken. Ik mag hopen dat er tijdens de diensten vurig wordt gepreekt want anders zullen de kerkgangers niet alleen koude voeten houden. Het lijkt me een mooi initiatief: zo’n kerk met een duidelijk tijdelijk karakter. ‘Eens komt de grote zomer’ zingt gezang 288 en dan zullen de kerkmuren wegsmelten ‘opdat zij allen één zijn’ zoals Johannes 17 dat dan zegt.
Mooi idee, maar eerlijk gezegd voel ik meer voor de kerk van Lego zoals die is gebouwd in het najaar van 2011 in Enschede voor een kunstenfestival. Waar de kerk van sneeuw wel heel tijdelijk is, heeft de Legokerk nog een betekenis voor de nabije toekomst. Waar de christelijke kerken te maken hebben met allerlei onzekerheden met betrekking tot ledenaantal en verschijningsvorm kan het gebouw zich aanpassen aan de behoefte: kleiner, groter, met podium, met of zonder kansel, open, gesloten, intiem of noem maar op.

Ja, noem mij maar aards en nuchter en misschien te rationeel! Maar ik denk dat we momenteel meer hebben aan een instituut dat zich wat dat betreft meer en beter kan aanpassen aan de behoeftes. En als ik dan zo vrij mag zijn mag dat tot op zekere hoogte ook gelden voor de invulling van een aantal ambten binnen die kerk. Laat ik man en paard noemen: ik denk dan onder andere aan de invulling van het ambt van predikant, bezoldigd of onbezoldigd. Dit ambt zal wat betreft invulling de komende tijd op de kant moeten en zal moeten worden aangepast aan de eisen van de tijd. Mijns inziens bereik je dat niet door het nu met een noodverband te proberen (voor de kenners: het experiment ‘Van Putten’ in Zwolle), maar dient er structureel en radicaal een verandering plaats te vinden.

De maand januari staat in een aantal kerken in het teken van de actie Kerkbalans. Kerkbalans: de jaarlijkse geldwervingsactie bij de kerkleden om geld binnen te halen dat bestemd is voor de plaatselijke kerk. Al jaren staan deze inkomsten onder druk, wat dan mede de oorzaak is voor de opheffing en fusering van van verschillende gemeentes. Op zich is dit geen opzienbarend nieuws. Immers, al jaren zie we eenzelfde trend. Dit jaar echter wordt de periode van deze actie vergezeld door de uitslag van een enquête. Men heeft ondervraagden gevraagd naar hun mening of kerken gebruik mogen maken van de zogenaamde ANBI-status. Die status komt er kort-door-de-bocht op neer dat giften aan zulke instellingen aftrekbaar zijn van de belasting omdat zij een ‘algemeen nut beogende instelling (ANBI)’ zijn. Een meerderheid van de ondervraagden gaf aan dat giften aan kerken niet aftrekbaar van de belasting dienen te zijn.

Welke conclusie kun je aan deze uitslag trekken? Een eerste conclusie die je kunt trekken is natuurlijk dat er minder mensen kerklid zijn en het daarom niet belangrijk vinden dat kerkleden het voorrecht hebben hun giften aan hun genootschap kunnen aftrekken van de belasting. Een tweede conclusie die volgens mij een enorme implicatie heeft is het feit dat mensen steeds minder bekend zijn met het instituut kerk.

Natuurlijk kun je geen kerklid zijn, maar toch nog het belang inzien van een kerkgenootschap en dat het een algemeen nut beogende instelling is. Persoonlijk  heb ik bijvoorbeeld vrij weinig met sport maar ik begrijp best dat het voor veel mensen een waardevol passief of actief beoefend tijdverdrijf is. Er groeit echter momenteel een generatie mensen op die helemaal niet meer met ‘de kerk’ en ‘het geloof’ heeft. Hoogleraar Geesteswetenschappen Philip Jenkins wijst daar ook op in zijn boek Gods werelddeel. Christendom, islam en de religieuze crisis in Europa. Hij constateert dat er vanwege de verregaande verschrompeling van kerkelijke instituties er een groot gebrek aan de meest fundamentele christelijke leerstellingen ontstaat. Jenkins zegt dat ‘een kunsthandel er niet langer vanuit kan gaan dat termen als Herrijzenis en Verheerlijking bekender zijn dan de rituelen van een stam uit het Amazonegebied’. Of, om het maar naar ons toe te vertalen, dat het niet langer begrijpelijk is dat een kerk een ANBI-status heeft.

Kerkelijke instituties hebben naar hun omgeving helaas niet duidelijk kunnen maken dat veel van wat zijn doen ‘algemeen nuttig’ zijn. Het lijkt mij een oproep aan de kerk en haar leden om de tekst die ik aanstaande zondag zal bepreken namelijk over het ‘vissers worden van mensen’ uit Marcus 1 heel goed in hun oren knopen en daar uitvoering aan geven. Laat zien wat je beweegt!

Anders, zo vrees ik, zijn we snel uitgebalanceerd!

Het zijn interessante en spannende tijden voor theologen en predikanten, zeker als je behoort tot de Protestantse Kerk in Nederland.

Hebben we in december 2011 de laatste diesviering gehad van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU)  in Kampen voordat de locaties Kampen, Utrecht en Leiden de deuren sluiten om alleen nog maar verder te gaan in Groningen en aan de VU in Amsterdam, meteen daarna brak voor velen de tijd van allerlei diensten en vieringen aan rond de tijd van Advent, Kerst en Oud en Nieuw, die onder predikanten vroeger ook wel bekend stond als de Tiendaagse Veldtocht vanwege haar drukte.

De ontstoken vreugdevuren vanwege de concentratie van de opleidingsplaatsen van de PThU, die en passant ook een deel van de winkelstraat in Kampen in de as legden, waren voor synodepreses van de PKN echter niet krachtig genoeg. In een column in Kerkinformatie schreef hij laatst dat  hij op zoek is naar predikanten waar het geloofsvuur van afspat. Hij constateert dat het licht niet zelden onder de korenmaat wordt geplaatst, laten ik het interpreteren als een niet-bezielde predikant. Preses Verhoeff  zegt dat deze tijd van secularisatie vraagt om predikanten die met kracht voor hun geloof gaan staan. Op zich lijkt dit idee heel nobel, ware het niet dat hij hiermee ook een oordeel velt over de huidige generatie predikanten ook al ontkent hij dit.

Interessant zijn de maatregelen die de PKN neemt om de aanwas van jonge generatie theologen en predikanten te bevorderen. Enige tijd geleden is er, onder voorwaarden, de mogelijkheid geschapen om HBO-theologen als volwaardig predikant te laten opereren in bepaalde plaatselijke gemeentes. En onlangs kwam daarbij het tijdelijke experiment bij om een predikant aan te stellen die zijn inkomen niet vergaard uit zijn werkzaamheden als geestelijke, maar uit een nevenfunctie.  Het zijn werkelijk twee maatregelen die de aanwas van jonge theologen niet uitermate stimuleren. Immers, de huidige calculerende student zal in het huidige onderwijsklimaat waar elke studievertraging geld kost snel kiezen voor een zo kort mogelijke studie, dat is dus een HBOstudie. Daarbij komt het andere feit dat gemeentes liever een ‘goedkopere’ HBO-theoloog aanstellen dan een duurdere universitair geschoolde theoloog.  De tweede maatregel, die van de ‘onbezoldigde’ predikant oogt in eerste instantie sympathiek, maar is op de lange en middellange termijn nog kwalijker. Want, welke jonge student kan het zich in de toekomst permitteren om nog een tweede studie te volgen naast een studie theologie? Precies, niemand, want onbetaalbaar!

Het thema van de theologenconferentie van het Evangelisch Werkverband ‘meer doen met minder’ klinkt nu omineuzer dan waarschijnlijk bedoeld! Mede met dank aan het bestuur van de Protestantse Kerk !

Werkelijk, het zijn interessante en spannende tijden voor theologen en predikanten…

Nee, niet om zoveel mogelijk mensen de kerk binnen te krijgen, maar om de kerk toegankelijk te houden voor de vele rollators, scootmobielen rolstoelen en andere hulpmiddelen van de mensen die de kerken nog bezoeken.Het bedehuis wordt een sterfhuis.

Dat is volgens mij de essentie van de opmerking van Joep de Hart die zei dat de oude volkskerken verworden ‘tot een soort laagdrempelige bejaardenhuizen met de dienstdoende geestelijke als executeur-testamentair’. Deze woorden zijn opgetekend door het Nederlands Dagblad dat verslag deed van een studiedag van de Confessionele Vereniging binnen de PKN voor theologiestudenten en jonge, beginnende predikanten. De teneur van het verslag was somber. Als je niet fris en vrolijk, vol creativiteit en nieuwe ideeën aan het beroep van predikant begint dan word je niet als predikant beroepen. Maar ben je dan eenmaal bevestigd als gemeentepredikant dan word je meer een manager, dan een geestelijke. Dat was althans de ontnuchterende opmerking van een jonge predikant die vertelde over de ervaringen in haar eerste gemeente. Een functie waar zij in eerste aanleg niet voor gekozen heeft. Kortom, het verslag ademde een en al neerslachtigheid en frustratie uit.

Een artikel in dezelfde krant ging over de synode van de Protestantse Kerk in Nederland die onder meer haar visienota bespreekt. Eén van de punten gaat erover dat er meer ruimte voor andere kerkvormen moet zijn. Natuurlijk kunnen we omzien naar alles wat is geweest en daarover in een hoekje zitten kniezen… maar het vruchtbaarder om vooruit te kerken. ‘De velden zijn wit om te oogsten’ wordt ergens in de Bijbel gezegd. Misschien dat methodes die eeuwenlang opgeld deden, in onze tijd niet meer functioneel zijn. Maar ergens zal de dynamiek die het protestantisme vanaf het begin heeft getekend de vlam in leven blijven houden. Niet dat dan de praktijk van alledag die op de studiedag van de Confessionele Vereniging ineens anders is – ik denk dat veel mensen dat wel zullen erkennen, maar dat de kerk in de komende tijd mogelijkheden en vormen kan vinden om mensen te blijven plaatsen op het spoor van het geloof. Dat de kerk in haar huidige vorm misschien haar langste tijd heeft gehad, so be it; ergens zal de Geest blijven waaien, daar geloof ik heilig in.

 

Laatst las ik een bericht in het Nederlands Dagblad over de verplichte maatschappelijke stage die middelbare scholieren moeten lopen, de MaS. Steeds meer kerken haken hierop in en bieden leerzame stageplaatsen aan en dat biedt de kerk kansen. Want ‘Dit is een nieuw verschijnsel’, aldus een opgetogen stagecoördinator Elianne Schultz van de Amsterdamse Protestantse Kerk: ‘Jongeren zonder geloofsinteresse die zich met enthousiasme willen inzetten voor de kerk’. Schultz heeft inmiddels voor twee- à driehonderd leerlingen kunnen bemiddelen. ‘Dit is tenminste écht maatschappelijk’, krijgt ze als compliment te horen. ‘Het zijn bijna allemaal onkerkelijke scholieren die over de kerkdrempel stappen’, signaleert ze. Het is haar indruk dat deze jongeren in de adolescentiefase niet zoveel negatieve bijgedachten hebben bij het begrip ‘kerk’. Dus zeggen veel leerlingen als ze moeten kiezen: ‘Ik wil wel eens in de kerk kijken om te zien wat ze daar doen.’ Schultz: ‘Dat is ook het idee achter de maatschappelijke stage: dat je iets van de samenleving gaat ontdekken wat je niet zo kent.’ Vanuit eigen ervaring ken ik ook zulke initiatieven om zo jongeren bij de kerk te betrekken of met de kerk bekend te maken.

Is dit het emergingelement in traditionele kerken? In een kerkblad las ik ‘(de jongeren) nemen hun kennis van ICT en andere moderne apparatuur mee’. Wat is de ondertoon? De kerk wordt alleen maar bevolkt door mensen die niet helemaal meer up-to-date zijn?
Maar, zo las ik verder, let op ‘het moet gaan om korte klussen met een zichtbaar resultaat’.

Nee,natuurlijk een goed initiatief om zo jongeren (weer) met de kerk in aanraking te laten komen, maar…
geef je de jonger wel een eerlijk beeld?
Draait het in de kerk, bij het geloven om ‘een korte klus met een zichtbaar resultaat?

Het zit de Protestantse Kerk ook niet mee… Las ik laatst dat de naam Protestantse Kerk in Nederland, kortweg PKN, nou niet echt bij veel mensen bekendheid op riep, nu wil ze zich richten op groepen mensen waar de kerk geen aansluiting bij heeft. De groep waar de kerk aansluiting bij wil krijgen is de ‘materialistische burger’, want de kerk vindt haar aanhang onder de traditionele burgerij en de postmaterialisten. Vanuit de PKN zal er een campagne op touw worden gezet om kerkelijk werkers, predikanten en andere werkers in de kerk er van bewust te maken dat ze ook deze mensen moeten kunnen aanspreken.

De kerk blijkt, volgens onderzoek, afwezig in het leven van de ‘moderne burgers’, 35 procent van de Nederlanders. Zij zijn statusgevoelig, consumeren en genieten lustig mee in onze materialistische samenleving, terwijl ze tegelijk sommige tradities als het huwelijk handhaven. Ze zijn weliswaar niet betrokken bij een kerk, maar missen soms de rol van het geloof bij levensvragen. Ze gaan voor de kleine kring en hebben behoefte aan medeleven op de moeilijke momenten in het leven. Onder de postmoderne burgers, ook een onbereikte groep, vallen niet alleen de mensen die kritisch staan tegenover de consumptiementaliteit, maar ook degenen die er een hedonistische levensstijl op na houden. Daarnaast zijn er de kosmopolieten, wereldburgers met een brede interesse die rationeel zijn en spiritueel en een afkeer hebben van oppervlakkigheid.

Oké, ik weet het, het zijn alleen maar namen en etiketten, maar zijn de mensen die behoren tot de traditionele burgerij ook niet materialistisch ingesteld en misschien geldt dit in mindere mate ook voor de postmaterialisten? Zijn wij niet allemaal moderne en postmoderne mensen?

Is de kerk soms de aansluiting met heel Nederland kwijt?

Moet de kerk zichzelf weer opnieuw uitvinden?

Met deze woordspeling vraagt Hans Eschbach, directeur van het Evangelisch Werkverband binnen de PKN, in het Nederlands Dagblad aandacht voor zijn stelling dat jongeren hun geloof niet beleven in de reguliere eredienst. Volgens hem moet we erkennen dat jongeren zich niet thuis voelen binnen de kerkelijke structuren. Volgens Eschbach dient de Protestantse Kerk dit te erkennen. ‘Zij moet erkennen dat de eredienst bij jongeren voor hun geloofsbeleving niet in beeld is. De jeugd moet ruimte krijgen om in hun taal en met hun muziek vorm te geven aan ‘aanbidding van en toewijding aan de Heer van de kerk’. ‘Dan is er hoop.’ Alle ‘experimenten’ om jongeren bij de eredienst te betrekken ten spijt moet worden erkent dat de gemeente van Christus niet maakbaar is. ‘We hebben meer behoefte aan knieologie, aan mensen die biddend op de knieën gaan, dan aan theologie. We moeten het niet hebben van onze denkramen of slimme methodes, maar van onze afhankelijkheid van God.’

De observatie van Eschbach lijkt mij meer dan terecht. Ik moest meteen denken aan de eerste regels van psalm 127 ‘Als de HEER het huis niet bouwt,
vergeefs zwoegen de bouwers’.

Is mijn stelling te bot als ik zeg ‘als we niet snel genoeg op de knieën gaan, houden we een rollatorkerk over?

Welke ‘kerk zonder drempels’ verkiezen wij?

Vandaag een kort berichtje dat mijn aandacht trok:

Bezoekers van de Lutherkerk in Keulen moeten voor de dienst zaterdagavond door een naaktscanner. Dominee Hans Mörtter wil andersgelovigen opsporen en een ,,kettervrije” zone voor protestanten scheppen. Maar eigenlijk wil de geestelijke kort voor carnaval de “totale angstcultuur” op de korrel nemen, meldden Duitse media woensdag. De scanner is dan ook niet echt. Mörtter hoopt op begrip voor zijn ludieke actie onder het motto: “Yes, we scan!”

Ik moest meteen denken aan de ophef rondom de uitlatingen van de protestantse dominee Hendrikse die niet gelooft dat God bestaat, maar wel in God gelooft. Hij beschouwt zichzelf als een gelovige atheïst. Inmiddels is een classicale procedure tegen zijn standpunt beëindigd en kregen veel mensen het idee dat de Protestantse Kerk in Nederland het gedachtegoed van Hendrikse legitimeert. Vandaag moest in een artikel in het Reformatorisch Dagblad de scriba van de generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland, Arjan Plaisier dat idee van legitimering ontzenuwen. De standpunten van Hendrikse zijn niet van het gewicht zijn dat ze de fundamenten ondergraven. Die fundamenten blijven dus overeind. Het fundament van de kerk is God, Die Zich in Jezus Christus heeft geopenbaard. Niet ondergraven is nog wat anders dan dat ze passen bij deze fundamenten. De opvattingen van ds. Hendrikse geven aanleiding om over deze fundamenten opnieuw te spreken, ze al sprekend opnieuw te ontdekken, om zo opnieuw gesterkt te worden in de opdracht de drie-enige God te belijden zo stelt Plaisier. Hij meldt ook dat in het najaar over de opvattingen verder zal worden gesproken.

Waarom die angst voor de standpunten van Hendrikse? Een kerkgenootschap heeft toch wel een zelfregulerend vermogen om eventuele ongewenste opvattingen te neutraliseren?

Of toch maar een naaktscanner bij de kerkdeur installeren?

Hulde aan Hijme Stoffels!!

De godsdienstsocioloog prof.dr. Hijme Stoffels heeft dé remedie gevonden voor de problemen binnen de Protestantse Kerk. Een aantal van die problemen heb ik in eerdere columns al geschetst: kerkgebouwen die moet sluiten omdat het niet financieel haalbaar is ze nog te onderhouden en een aanstormend tekort aan predikanten omdat de oudere predikanten met emeritaat gaan en er te weinig aanwas is van studenten op theologische faculteiten (de Protestantse Theologische Universiteit; PThU) die willen worden opgeleid tot predikant.

In een interview in het Friesch Dagblad reikt hij dé oplossing van het probleem aan: De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) moet in de toekomst gebieden aanwijzen waar nog een kerk openblijft en de rest sluiten. Je zou kunnen zeggen: een bible belt in optima forma. Daarvoor in de plaats komen regionale PKN-gemeenten. ‘Nu wordt in dorpen nog gesproken wélke kerk er van de twee gebouwen dicht moet, maar straks zijn misschien álle kerkgebouwen in een plaats overbodig’ zo zegt hij ‘ik denk dat de landelijke kerk gewoon moet zeggen: “De kerken in die-en-die plaatsen houden we open en de rest gaat dicht. Die kunnen we niet meer betalen.”‘

Ziedaar de oplossing voor geschetste problemen: er zijn dus per saldo dus minder predikanten nodig! Kerkgebouwen kunnen zonder problemen worden afgestoten en de opleiding van predikanten in de PKN (de PThU) kan haar intrek nemen bij de Vrije Universiteit Amsterdam (als je je oor te luister legt misschien wel een lang gekoesterde wens).

Stoffels voorziet een Amerikaans model van kerk-zijn waar gelovigen gaan shoppen om te kijken waar ze zich het best thuis voelen. Ze worden lid, maar kunnen ook zo weer weggaan. In de toekomst zullen er slechts kleine groepen gemotiveerde christenen zijn, die zich met grote ijver voor evangelisatie en kerkstichting willen inzetten, denkt Stoffels. ‘De Protestantse Kerk zal moeten reorganiseren’, is zijn advies. ‘De tijd dat minder mensen, meer geven aan de kerk is voorbij. De grootste gevers – de ouderen – die zijn er straks niet meer. De kerk gaat zelf al uit van een krimpscenario en ik denk ook dat dit onvermijdelijk is. In het Landelijk Dienstencentrum van de PKN te Utrecht zijn al vele banen wegbezuinigd en regionale dienstencentra van de Protestantse Kerk zijn gesloten. Het kan ook niet anders: het Landelijk Dienstencentrum is destijds veel te groot opgetuigd.’Het enorme gebouw voor de krimpende kerk ‘Waarschijnlijk ontstaat er een competitief model van plaatselijke kerken die steeds meer hun eigen koers bepalen. Regionale kerken die door wat ze aanbieden mensen weten te trekken naar hun diensten. Maar dat zijn mensen die ook zó weer – leve het individualisme – elders kunnen gaan kijken: churchhopping.’

Vooral de laatste opmerking van Stoffels vind ik opmerkelijk: er ontstaat waarschijnlijk een competitief model. Ik dacht dat we jaren geleden tot een fusie waren gekomen omdat we  samen elkaar als christenen konden vinden. En dan nu een competitief model? Betekent dat dan op termijn weer een uitwaaiering in vele verschillende gemeenschapjes die niet met elkaar door een deur kunnen? Zullen er dan in de townships, de christelijke enclaves die ook wel bibleships kunnen worden genoemd weer stammenoorlogen oplaaien waar de buitenwereld met een sardonische glimlach naar kijkt? Daarnaast vraag ik mij af of de kerk haar boodschap moet aanpassen aan de vraag? Dit bedoel ik niet in de zin dat de kerk niet met haar tijd moet meegaan, maar eerder in de zin dat de kerk haar boodschap zo moet aanpassen dat zij voor een ieder aanvaardbaar zal zijn.

Volgens mij kunnen hoppers ook stayers worden als je boodschap goed is!