Sinds 19 juli is Nederland in het bezit van een ‘eerlijke kerk’ staat in een bericht: een protestantse wijkgemeente in Delft mag zich de eerste Nederlandse kerk noemen met het fairtrade keurmerkFairtrade, omdat ze veel eerlijke producten gebruikt of promoot.

Dan vind ik nou opmerkelijk nieuws: een filiaal van de christelijke kerk dat eindelijk voor het eerst in haar meer dan 2000 jaar bestaan dit keurmerk opgespeld krijgt. Volgens waren wij al eeuwenlang verkondigers van een eerlijke ‘weg’ (zoals je het Engelse trade ook kunt vertalen). Als aankomend  ‘makelaar in ongeziene waren’  zoals een dominee  door Constantijn Huygensz. wordt omschreven, ben ik mij al degelijk bewust van dit keurmerk, deze opdracht. Ik probeer vele ‘ongeziene’ eerlijke ‘producten’ te promoten en te gebruiken. 😮

Maar goed, fijn dat het rentmeesterschap van de kerk in deze vorm erkenning krijgt en ik hoop dat vele gemeentes zullen volgen. En wat mij persoonlijk betreft: ik hoop nog jarenlang deze eerlijke en ware ‘weg’ te promoten.

Via de verschillende netwerksites wordt ik uitgenodigd voor de eerste LinkedInChurch-bijeenkomst. Olinkedinchurch_logo_biggerp zich is het beleggen van zo’n bijeenkomst een prijzenswaardig initiatief en de organisatie wil ik dan ook alle lof toezwaaien.  Het lijkt me heel wat om in deze tijd allerlei computergeoriënteerde mensen bij elkaar te brengen voor een kerkdienst.  Volgens het bericht wordt men in de Van Limmikhof verwacht. Het is ‘ Geen kerkgebouw, wel spiritueel. Het verbindt ons met de stad, de kunsten, en met jou.’ Spannend, dat meen ik van harte. De vraag die ik bij dit initiatief heb is deze: LinkedIn is een virtuele gemeenschap van mensen en soms van organisaties, die in de virtuele werkelijkheid een netwerk met elkaar vormen. Waarom dient er dan in real time een bijeenkomst belegd te worden?  Zou het dan niet uitdagender zijn om mensen, van all over the world, op de digitale snelweg voor een kerkdienst bijeen te roepen? Nee, hoe dat zou moeten worden georganiseerd worden weet ik ook niet. Maar zou dat beter bij de kleur en het zijn passen van LinkedIn?

In een gebouw van steen wordt nu een www-gemeenschap verwacht. En men verwacht ook een invulling vanuit andere religieuze tradities. Waarom heet het dan nog kerkdienst. Volgens Van Dale is een kerkdienst ‘een dienst in een gebouw voor christelijke godsdienstoefening’. Ik zie dus op het eerste gezicht twee beperkingen: de bijeenkomst voor een virtuele gemeenschap wordt in real time georganiseerd, en ten tweede: het heet een ‘kerk’dienst.Beperkt dat niet het geheel?

Een prijzenswaardig initiatief, zeker; maar zou het geheel niet op de digitale snelweg moeten plaatsvinden onder de noemer van, bijvoorbeeld http://www.spiritualLinkedIn.org?

Gisteren kopte het Nederlands Dagblad ‘lijst gereformeerde Opwekkingsliederen uitgebracht’. zingenWat is het geval: de vrijgemaakte Gereformeerde Kerk heeft een beperkt aantal Opwekkingsliederen vrijgegeven voor de gemeentezang. Omkleedt met allerlei argumenten is een zeer beperkt aantal van circa 70 liederen vrijgegeven. Wat me meestal behoorlijk irriteert in dit soort discussies, en nu wil ik het breder trekken dan deze actie in de vrijgemaakte kerk, is het vermeende onfeilbare gezag wat dit soort oekazes ademt. ‘Laten we oppassen want de liederen zijn niet in balans’ en open deuren als ‘wat zich heeft bewezen, beklijfd’. Zoals ik al schreef, deze houding is niet alleen maar toebehouden blijft aan de vrijgemaakte kerk.  Ook in onze kerk kunnen ze er wat van. Menig musicus voelt zich mijlenver verheven boven de ‘te makkelijke deuntjes’  en de ‘eenzijdige’ visie van de Evangelische Liedbundel & Co. Ik denk dat iedere voorganger met mij uit ‘ervaring’ (oei, bijna een fout woord) kan zeggen dat hij of zij de zich meestal in de liederenkeuze beperkt tot het zingen van een aantal coupletten van een psalm of gezang die dan ook behoorlijk ‘eenzijdig’ kunnen zijn. En over het andere argument: wat zich heeft bewezen, beklijfd: hoe vaak maak ik niet mee dat liederen die in de ene gemeente uit volle borst worden meegezongen, in een andere gemeente niet herkend worden. Raakt een orde van dienst daardoor meteen uit balans?  Ik vraag het me af!

Uiteindelijk vraag ik me af of een modernistische reflex als bij de hierboven genoemde soort musicus nog aansluiting kan vinden bij de postmodernistische levensvisie van veel kerkgangers.

Zingen, zong, losgezongen?

Dat onze kerk steeds meer op een commerciele ondernemng begint te lijken, constateerde een mede-blogger van mij kortgeleden ook al. Maar als gemeentezoeker begin ik me de laatste tijd ook een beetje te ergeren aan sommige teksten  van de vacatures in het huisblad van de PKN Kerkinformatie. Tegenwoordig dienen mensen die reageren op advertenties ‘aantoonbare ervaring’ te hebben. Bijvoorbeeld ‘aantoonbare ervaring’ in gemeenteopbouw. Mijn vraag daarbij is: hoe meet en hoe weet je dat? Door mijn inspanning is er een x-aantal nieuwe leden ingeschreven…  Ik vraag mij af: waar blijft het werk van de Geest? Is het onze verdienste?