naar aanleiding van psalm 34

Schuilen, dat doen we allemaal wel eens: tegen de regen, of het onweer.
Als het echt gevaarlijk wordt, ga je rennen: naar waar je veilig denkt te zijn.
Zoveel mensen, met uiteenlopende ellende of angst of andere omstandigheden hebben behoefte aan plekken en aan mensen bij wie ze kunnen schuilen; het was de aanleiding voor het populair geworden en vaak gezongen liedje ‘Mag ik dan bij jou’, het werd ook gezongen tijdens The Passion 2015 in Enschede.
Nee, het ging niet over God, maar misschien juist meer dan op wat ook past
bij geloof en vertrouwen op God (ik maak van ‘jij’ en ‘jou’ U):
Mag ik bij U schuilen, als het nergens anders kan?
en als ik moet huilen, droogt U m’n tranen dan?

Het zijn moderne woorden voor waar de Bijbel en vooral de psalmen vol van zijn.
Zeker uit de mond van David horen we in allerlei toonaarden en vanuit allerlei situaties de roep om hulp: Heer, mag ik bij U schuilen, verberg me in uw tent, onder uw vleugels, of hoog op een rots, waar mijn vijanden niet bij mij kunnen.
Het was precies waar David op had gehoopt en op uit was: wegwezen hier, snel!
Om terug in eigen land zich te verstoppen in de grotten bij Adullam.

Naast het feit dat de vlucht natuurlijk een afgang en reputatieschade was voor David
was het tegelijkertijd een gevoelige les die David hier kreeg van God zelf:
dat hij geen hulp moest zoeken buiten God om, bij de tegenstanders van zijn volk.
Het is ook de les van een andere psalm, psalm 118:
‘Beter te schuilen bij de Heere dan te vertrouwen op mensen.
Beter te schuilen bij de Heere dan te vertrouwen op mannen met macht’
Ooit is uitgerekend dat dit het middelste vers van heel de Bijbel zou zijn.
In elk geval is het een kerntekst voor wat geloven is: schuilen bij de Heere.
Deze psalm getuigt er ook van dat David zijn redding niet toeschrijft aan eigen slimheid,
want wat was hij bang en in paniek, maar aan de macht en de genade van de Heer:
‘ik zocht de Heer en Hij gaf antwoord, Hij heeft mij van alle angst bevrijd…
in mijn verdrukking riep ik tot de Heer, Hij heeft geluisterd en mij uit de nood gered.’
Ja, en dat is precies zoals David de Heere had leren kennen
en wat hem steeds toch weer moed en vertrouwen gaf:
‘de Engel van de Heere waakt over wie Hem vrezen, en bevrijdt hen’
En daarom: ‘gelukkig de mens die bij Hem schuilt’.

Kijk, en dan komt het ineens veel dichter naar ons toe, ons leven binnen.
God komt zo ook zelf veel dichter naar ons toe, letterlijk ons eigen leven binnen.
In het Oude Testament wordt de naam ‘Engel’ vaak gebruikt en meestal in één adem met ‘van de Heer’, dus meer dan zomaar een engel.
Dat wijst op God die naar mensen toe komt, reddend, helpend, waakzaam, zoals hier: ‘De Engel van de Heer waakt over wie Hem vrezen, en bevrijdt hen’.
Vanuit het Nieuwe Testament kennen we de Heer ook in de persoon van Jezus Christus,
door wie God met ons en bij ons wil zijn, reddend, helpend.
Jezus die heel vaak tegen zijn leerlingen zei en ook tegen ons zegt:
wees niet bang, want Ik ben bij je en Ik ga met je mee, en kom maar bij Mij, dan geef Ik je rust.

‘Proef en geniet de goedheid van de HEER, gelukkig als je bij Hem schuilt’.