Deze uitspraak tekende NRC redacteur Freek Schravesande op uit de mond van een ic-verpleegkundige in een ziekenhuis in Breda waar hij enkele diensten op de afdeling intensive care meeliep.
Eerlijk gezegd werd ik wel getroffen door deze uitspraak. Hoe vaak denken mensen niet dat de huidige geneeskunde wel tot in het oneindige het leven van een mens in de hand kunnen houden. ‘Mensen denken dat dokters alles kunnen. Op tv gaat het toch ook goed?’ Onwillekeurig moest ik ook denken aan die woorden van gezang 1: God staat aan het begin /en Hij komt aan het einde. / Zijn woord is van het zijnde / oorsprong en doel en zin.
Het artikel gaat over de dagelijkse gang van zaken op de intensive care afdeling waar het verplegend personeel steeds bezig is met de strijd voor behoud van het leven. En het idee bestaat bij veel mensen dat dat leven onder alle omstandigheden te redden is.
De vraag is alleen ‘kan dat altijd en is altijd even “zinvol”‘. Is het verantwoord om een patiënt te ‘redden’ als daarmee zijn leven voor de rest een ondraaglijke hel wordt? Een opmerking uit de praktijk: De techniek verfijnt, maar het vervolgtraject wordt vaak vergeten. ‘Nu zeg je tegen een tachtigjarige: gooi er maar een paar nieuwe hartkleppen in. Het automatisme is nog vaak: opereren. Of de patiënt daarna ooit nog thuis zal komen is de vraag.’ Moet je dan opereren? Kortom, mag een mens nog overlijden?
De VVD schreef in 1981: in de eerste plaats heeft de mens feitelijk niet de vrije keuze over leven en dood. Ziekte of ongeval zullen voor een belangrijk deel het tijdstip bepalen waarop hij zijn leven zal beëindigen. Bovendien leeft de mens in een gemeenschap en draagt hij verantwoordelijkheid jegens de andere leden van de gemeenschap. Hij zal zijn rechten alleen kunnen uitoefenen in het licht van die verantwoordelijkheid.(…) Aangezien hij voor de beëindiging van zijn leven de hulp van een ander of anderen inroept, betrekt hij deze medemensen bij zijn levenseinde en maakt hen mede verantwoordelijk. Ook hun belangen en gevoelens moeten dus geaccepteerd worden
Hoewel deze argumentatie zich vooral richt op het intermenselijk aspect zet het het sterven wel degelijk in een breder aspect. In heel zijn leven leeft de mens in sociale verbanden die aan het eind van het leven niet zomaar ophouden. Als christen zou ik daar nog het volgende aan toe willen voegen: als geboren en sterven beiden tot de goede schepping horen, en als wij door het geloof beide weer als weldaad weten te ervaren, dan moeten we ook aanvaarden dat God ons op zijn tijd het – natuurlijke – einde aandoet. Hiermee wordt het sterven verheven tot een ars vivificandi, een onderdeel dat bij de kunst van het leven hoort.
De Bijbel verwoordt dit als volgt Zolang wij leven, leven we voor de Heer; en wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer. Dus of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer. (Rom. 14,8) Dit geeft wat mij betreft juist die band aan die ik in het bredere perspectief zie in het mensenleven: we hebben niet alleen een verantwoordelijkheid naar de medemens, maar hebben die evenzeer naar God toe.
‘Wij zijn geen God de Vader, het houdt een keer op.’ Eigenlijk een prachtige uitspraak die de diepe afhankelijkheid van een mens jegens zijn God in beeld brengt.
‘Er is vandaag een gastspreker’, zo doet hij verslag, ‘die prompt begint over de kredietcrisis. Hij geeft voorbeelden van de ernst ervan. Hij vertelt over een oude vrouw in Amerika die haar hypotheek niet meer kon aflossen en toen de mannen aan de deur verschenen om haar uit te zetten, schoot ze zich met een revolver door de borst. De uitbundigheid is veranderd in grimmigheid, iedereen is nu muisstil en ik ben benieuwd hoe hij zo’n werelds gegeven als de kredietcrisis zal verbinden met het woord van God. De voorganger vertelt over een tolmeester in bijbelse tijden die zichzelf flink verrijkte en door iedereen werd gehaat. Maar hij kreeg tegen het eind van zijn leven wroeging, en toen hij hoorde dat Jezus naar zijn stad kwam, wilde hij hem zien. Jezus keek hem aan en zag zijn berouw. De tolmeester kreeg vergiffenis, waarop hij al zijn bezittingen verdeelde onder de armen en de benadeelden. Crisis opgelost. De voorganger besluit: “Obama zegt: yes we can. Maar alleen Jezus kan het.” Als Hij nu maar snel komt.’
Maar ook de wereldleiders van de zogenaamde ‘grote’ economieën hebben het zwaar om de boodschap aan hun onderdanen te verkopen. Zeker in een crisistijd als tegenwoordig willen wereldleiders hun landgenoten niet met zo’n depressief makend nieuws vermoeien. En een goede vuist maken tegen de ‘opkomende’ economieën kunnen ze niet maken. Immers, de economie van Amerika draait voor een goed deel op geleend kapitaal uit China. Ja, het China dat wordt gevraagd om het ‘iets rustiger aan te doen’!! Mijn vraag is nu: wat moet er in vredesnaam gebeuren opdat mensen eindelijk inzien dat er iets moet veranderen en dan niet in 2050, maar wel nu!! Moeten er eerst echte rampen gebeuren – in plaats van al die rampenfilms die even aandacht generen die daarna weer snel wegebt – voordat men echt over wil gaan tot het nemen van ingrijpende en pijnlijke maatregelen. Nee, in plaats daarvan moet het wereldwijde systeem bijna koste wat het kost overeind gehouden worden met miljarden aan kapitaalinjecties.
Verschillende mensen hebben zich door de jaren op een exorbitante wijze verrijkt, waardoor er een manier van zakendoen is ontstaan en gecultiveerd dat uiteindelijk heeft geleid tot het aan de rand van de afgrond brengen van het financieel systeem zoals wij dat wereldwijd kennen.Vervolgens kan de wereld zoals wij haar kennen het doen met vrome wensen en onverkoopbare voornemens van wereldleiders en wordtt men met een ‘gaat u maar rustig slapen’ bijna letterlijk in slaap gesust.
p zich is het beleggen van zo’n bijeenkomst een prijzenswaardig initiatief en de organisatie wil ik dan ook alle lof toezwaaien. Het lijkt me heel wat om in deze tijd allerlei computergeoriënteerde mensen bij elkaar te brengen voor een kerkdienst. Volgens het bericht wordt men in de Van Limmikhof verwacht. Het is ‘ Geen kerkgebouw, wel spiritueel. Het verbindt ons met de stad, de kunsten, en met jou.’ Spannend, dat meen ik van harte. De vraag die ik bij dit initiatief heb is deze: LinkedIn is een virtuele gemeenschap van mensen en soms van organisaties, die in de virtuele werkelijkheid een netwerk met elkaar vormen. Waarom dient er dan in real time een bijeenkomst belegd te worden? Zou het dan niet uitdagender zijn om mensen, van all over the world, op de digitale snelweg voor een kerkdienst bijeen te roepen? Nee, hoe dat zou moeten worden georganiseerd worden weet ik ook niet. Maar zou dat beter bij de kleur en het zijn passen van LinkedIn?