Al rondstruinend op het wereldwijde web kreeg ik een post onder ogen met de titel Het manifest. Het blijkt een soort  ‘open brief’  te zijn aan de synode van de Protestantse Kerk in Nederland. Dit manifest is opgesteld door een aantal jonge theologen dat net afgestudeerd is aan de PThU (de universiteit die onder meer opleidt  tot predikant binnen de PKN) en graag dominee wil worden. Zij constateren dat de leeftijdscategorie 20-35 jaar zich niet aangesproken weet door de prediking. Een kerk die vaak de antwoorden geeft op vragen die niet meer worden gesteld en dus geen mensen meer de kerk in trekt . Schertsend wordt deze jonge generatie predikanten dan ook verstaan gegeven dat zij het licht maar uit moeten doen, omdat de kerk alleen nog maar een ‘uitvaartcentrum’ is waar niets meer bij komt, alleen maar af gaat.

Maar daar past deze generatie voor. Zij is opgegroeid met dezelfde vragen en zoektocht waarmee hun generatiegenoten zijn groot geworden. En  zij menen dat zij deze mensen nog wel het een en ander te vertellen heeft en dat goed voor het voetlicht kan brengen.

Zij voelt zich echter gedwarsboomd door een universitair instituut dat predikanten opleidt die 20 jaar geleden keurig op hun plaats zouden zijn. En ook het kerkelijk instituut  ontbeert  een heldere boodschap, straalt geen identiteit uit. Helaas zien zij voornamelijk schroom en valse bescheidenheid  ten aanzien van het spreken over God en wat geloof persoonlijk voor de mensen betekent, Dit als reactie op het al te dwingend spreken van de kerk. De nieuwe generatie predikanten spreekt de hoop uit dat zij mogelijkheden krijgt binnen de heersende kerkelijke cultuur nieuwe wegen in te slaan om mensen weer enthousiast te krijgen Ze verlangen hiervoor coaching van mensen die niet bang zijn voor verandering (ook van kerk en ambt).

‘Where your talent and the needs of the world cross, there lies your vocation’ stond boven het manifest. Vrij vertaald betekent het dat je roeping daar ligt waar jouw talent en de nood van de wereld elkaar kruizen. Deze theologen zijn oprecht op zoek naar een ‘doorstart’ [reveil?]) van de kerk waar die de aansluiting bij de mensen van deze  lijkt te zijn verloren. Ze willen gaan vissen, maar missen het juiste net, de goede hengel. Natuurlijk, er zit heel wat overenthousiasme bij dat misschien bijgesteld moet worden, dat onderkennen ze zelf ook, maar ze willen hun talent vruchtbaar maken in deze wereld. Dat vind ik een groot goed.

Zondag aanstaande zal ik de tekst bepreken uit Marcus 6,6b-13. Daar zend Jezus zijn discipelen uit en zegt hun bijna niets mee te nemen. Dit doet hij mijns inziens om juist de noodzaak van het verbinden, in contact en gesprek treden met mensen duidelijk te maken. Er wordt niets gezegd over bepaalde vaststaande vormen van prediking en kerk zijn. Verbind je met mensen in hun wereld en met hun gebruiken, dat is het adagium.

´Go fish´ zo heet het blog waar het manifest op verschenen is. ´Ga, wees vissers van mensen´ zegt Jezus. Kom in beweging en wees een manifest, een zichtbaar,  christen in deze wereld

… of zie en zeg ik dat nou niet goed.

Immers, vandaag hoorde ik het in het nieuws dat het dan eindelijk zover is: wetenschappers denken het Higgs deeltje, ook wel god-deeltje genoemd, gevonden te nemen. Het Higgs-deeltje wordt als de heilige graal van de natuurkunde beschouwd, zo verteld ons de NOS. Wetenschappers zijn er al tientallen jaren naar op zoek. Het is het laatste ontbrekende puzzelstukje van het Standaardmodel. Dat natuurkundige model beschrijft de bouwstenen van het universum, zeg maar het menselijk leven: de twaalf elementaire deeltjes.

Tsja, wetenschappers hebben dan eindelijk de sleutel tot het leven gevonden… althans, dat denken ze…

Wat fijn dat k al mijn hele leven lang weet en ervaar dat Gods bestaat. Daar heb ik geen wetenschap(per) voor nodig!

‘Geloof staat nooit stil’ was een van de teasers van de afgelopen EO-Jongerendag. Zou het een stelling zijn of een wens? Eerlijk gezegd denk ik het laatste. Want de werkelijkheid wil dat mensen lijken van nature vast te houden aan vaste structuren, gebruiken en tradities. Ook al brokkelen muren en fundamenten van vastigheden zienderogen af, er wordt vaak vastgeklampt aan  laatste strohalmen van voorbije gebruiken. En let wel: ik bedoel niet dat dat al die gebruiken achterhaald en verouderd zijn. Het enige wat ik vaststel is dat dat bepaalde zaken niet meer voldoen in deze tijd.

Het blijft echter altijd weer moeilijk om nieuwe, onbetreden paden in te slaan. Ook al weet je dat geloof nooit stil staat, kijk maar eens naar de geschiedenis van de afgelopen tweeduizend jaar waarin de kerk – als een van de uitingen van geloof – velerlei gezichten heeft getoond, de aanhangers van het geloof – gelovigen – kunnen nogal eens krampachtig aan vaste waarden, normen en gewoontes vasthouden.

‘De wind waait waarheen hij wil en u hoort zijn geluid, maar u weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat; zo is het met iedereen die uit de Geest geboren is’ staat in Johannes 3,8, maar de realiteit is soms erg weerbarstig.

Geloof staat nooit stil, maar gelovigen…?

Ik las dat de omroeporganisatie RKK op zoek gaat naar de mooiste kerktoren van Nederland. Een van ’s Neerlands meest markante landschapskenmerken wordt zo geëerd met een heuse verkiezing. Het past wel in de tijd met al haar verkiezingen van wie is de mooiste, de beste, de knapste enzovoort.

Jarenlang was vooral de kerktoren de verbeelding van de aanwezigheid van de christelijke godsdienst in Nederland. Een kerk was pas een kerk als er een kloeke toren bijstond die de mensen verwees naar richting waarin mensen moesten denken. De kers op de  ‘kerktorentaart’ was natuurlijk een klok in de toren die de mensen op gezette tijden opriep voor de zondagse erediensten of andere kerkelijke samenkomsten. Maar getuige de berichten van de afgelopen tijd waar het handelt over het slechte onderhoud van verscheidene kerktorens is de toren als eken van christelijke  presentie in de samenleving op z’n minst omineus te noemen als je de soms slechte  staat van onderhoud van de torens koppelt aan de stand van het christendom in Nederland.

In een tijd waarin veel kerkdeuren sluiten en christenen hun soms beeldbepalende gebouwen met dito torens moeten verlaten om op zoek te gaan naar minder in het oog springende (multifunctionele) gebouwen is het misschien ook goed om (de soms megalomane ideeën over kerktorens – ik refereer hier aan bijvoorbeeld aan mijn eigen stad Zwolle dat eens een kerktoren had die hoger was dan die van de Dom in Utrecht)  wat nederiger en meest bijbels-christelijk georiënteerde beelden te gebruiken.

Neem bijvoorbeeld de vergelijking van het geloof met zaad: Je gooit het weg, zand erover, weg ermee! Soms ben je gewoonweg vergeten dat het er is. En ineens na verloop van tijd komt er toch een plantje uit voort, vol vitaliteit en levenskracht!

Ik zou zeggen: zaad is als beeld een stuk vruchtbaarder dan de gebakken klei waar torens meestal van gemaakt zijn en waar elke dynamiek uit is!

Het was een kort berichtje op de site van de Protestantse Kerk in Nederland waarin melding werd gemaakt van het feit dat  een delegatie uit Noordoost-Azië de Wereldbond van Gereformeerde Kerken (WCRC) heeft opgeroepen haar zorg uit te spreken over de gevaren van nucleaire technologie. Secretaris-generaal van de WCRC, Setri Nyomi, voegde eraan toe dat menselijke activiteit de schepping dreigt te vernietigen. “De Accra-verklaring heeft consequenties voor de levensstijl van christenen wereldwijd,” aldus Nyomi. In de Accra-verklaring, opgesteld door de oprichters van de WCRC, staan afspraken tussen lidkerken die streven naar economische en ecologische gerechtigheid. Met een parafrasering op de boodschap aan de gemeente van Laodicea uit Openbaring 3, riep vice-voorzitter van de WCRC, Yueh Wen-Lu christenen op: ‘Wees niet lauw en passief, maar maak het verschil’.

Mijn gedachten bleven haken bij ‘nucleaire technologie’ en ‘wees niet lauw en passief’. Natuurlijk over alle slechte eigenschappen van nucleaire technologie en de rampen die daar uit voort kunnen komen (denk bijvoorbeeld aan de kernramp in Fukushima, in 2011) moeten we zeker niet te licht denken, maar ik moest ook denken aan een van de betekenissen van nucleair, namelijk ‘tot de kern behorend’ en ‘betrekking hebbend op de kern’.

Doordat christenen zich weer richten op wat betrekking heeft op de kern van hun geloof, dus zeg maar nucleair geladen worden, blijven ze niet meer lauw en passief. Ze zullen licht kunnen uitstralen en licht kunnen zijn voor de hele wereld. Zo maken ze het verschil!

Het is deze week de week van de euthanasie. Je wordt hier niet alleen door de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillige levensEinde (NVVE) aan herinnert, ook in de media wordt hier ruim aandacht aan besteed. In het actualiteitenprogramma Brandpunt bijvoorbeeld kwam de heliummethode voorbij. In een instructiefilm werd uitgelegd hoe je uit het leven kunt stappen met behulp van vrij verkrijgbare zaken zoals onder andere helium (bekend van het opblazen van ballonnen), flexibele slangen en dus ook een groot formaat braadzak die je ook kunt gebruiken voor het bereiden van voedsel. Strekking  is dat je met een beetje handigheid zo een euthanasieapparaat kunt maken, zodat je het tijdstip van je eigen overlijden kunt bepalen als jij vindt dat je leven voltooid is.

Eerlijk gezegd staat deze ontwikkeling in een lange traditie van de voortschrijdende menselijke autonomie. Nu de mens God de deur heeft gewezen eigent hij zichzelf de stoel van God toe. Zowel het begin als het einde van het leven ligt volgens veel mensen in eigen handen. Menselijke autonomie en individualisme in optima forma! Ooit schreef de VVD in 1981 het volgende:

in de eerste plaats heeft de mens feitelijk niet de vrije keuze over leven en dood. Ziekte of ongeval zullen voor een belangrijk deel het tijdstip bepalen waarop hij zijn leven zal beëindigen. Bovendien leeft de mens in een gemeenschap en draagt hij verantwoordelijkheid jegens de andere leden van de gemeenschap. Hij zal zijn rechten alleen kunnen uitoefenen in het licht van die verantwoordelijkheid.(…) Aangezien hij voor de beëindiging van zijn leven de hulp van een ander of anderen inroept, betrekt hij deze medemensen bij zijn levenseinde en maakt hen mede verantwoordelijk. Ook hun belangen en gevoelens moeten dus geaccepteerd worden

Hoewel deze argumentatie zich vooral richt op het intermenselijk aspect zet het het sterven wel degelijk in een breder aspect. In heel zijn leven leeft de mens in sociale verbanden die aan het eind van het leven niet zomaar ophouden. Als christen zou ik daar nog het volgende aan toe willen voegen: als geboren en sterven beiden tot de goede schepping horen, en als wij door het geloof beide weer als weldaad weten te ervaren, dan moeten we ook aanvaarden dat God ons op zijn tijd het – natuurlijke – einde aandoet. Hiermee wordt  het sterven verheven tot een ars vivificandi, stervenskunst, een onderdeel dat bij de kunst van het leven hoort.

Ik denk dat we als kerk, als christenen juist hierin een goed voorbeeld moeten geven en  kunnen laten zien dat het leven in een gemeenschap met je medemens en met God leeft in een wederzijdse verantwoordelijkheid en om elkaar bekommert. Zo kunnen we anderen laten zien wat zijzelf wat ze nou eigenlijk aan het doen zijn.

Het is volgens mij al weer enige tijd geleden dat het programma Taxi op tv was. Taxichauffeur Maarten Spanjer ontlokte gedurende vele afleveringen aan heel wat  passagiers prachtige anekdotes en er ontsponnen zich heel wat gesprekken. Een van de meest beroemde afleveringen was die waarin Rijk de Gooijer zijn net gewonnen Gouden Kalf onder de rit zo het raam uitkieperde. Maar niet alleen in hilarische scenes grossierde het programma, ook vonden er bij tijd en wijle hele serieuze en bijna intieme gesprekken plaats.

Aan dit programma moest ik denken toen ik laatst in het plaatselijke huis-aan-huisblaadje De  Peperbus een artikeltje las met de titel Zwolse taxi als biechtplaats. Nelleke Simons, theatermaakster van beroep die haar inkomen probeert aan te vullen met een baan als taxichauffeur verteld in dat artikel dat ze regelmatig wordt vergast op bijzondere, grappige of ontroerende verhalen van haar klanten. ‘Een taxi is voor mij niemandsland’ zo verteld zij ‘Het is een land waar iedereen en niemand eigenaar van is’.

Je zou het ook zo kunnen zeggen als de kop van het artikeltje ‘taxi als biechtplaats’. De apostel Paulus werkte in Bijbelse tijden als tentenmaker om zo de kost te verdienen en te kunnen functioneren als verkondiger van het evangelie van Jezus Christus. Je zou kunnen zeggen hij maakte mobile homes voor mensen die van de ene naar de andere plaats gingen. In een taxi gaan de mensen ook van de ene naar de andere plaats. De taxi en de tent, beiden hebben ze iets tijdelijks, iets voorlopigs. Uitnodigend tot een gesprek.

Taxichauffeur en predikant zou dat een goede combi zijn…

Mijn oog viel op een klein berichtje over een kerk van sneeuw die is gebouwd door de inwoners van het Duitse skioord Mittersfirmiansreut. Volgens het bericht biedt de kerk plaats aan ongeveer tweehonderd mensen en heeft het gebouw een toren van zeventien meter hoog. Het oogt een heel mooi gebouw te zijn, dat veel mensen tot de verbeelding zal spreken. Ik mag hopen dat er tijdens de diensten vurig wordt gepreekt want anders zullen de kerkgangers niet alleen koude voeten houden. Het lijkt me een mooi initiatief: zo’n kerk met een duidelijk tijdelijk karakter. ‘Eens komt de grote zomer’ zingt gezang 288 en dan zullen de kerkmuren wegsmelten ‘opdat zij allen één zijn’ zoals Johannes 17 dat dan zegt.
Mooi idee, maar eerlijk gezegd voel ik meer voor de kerk van Lego zoals die is gebouwd in het najaar van 2011 in Enschede voor een kunstenfestival. Waar de kerk van sneeuw wel heel tijdelijk is, heeft de Legokerk nog een betekenis voor de nabije toekomst. Waar de christelijke kerken te maken hebben met allerlei onzekerheden met betrekking tot ledenaantal en verschijningsvorm kan het gebouw zich aanpassen aan de behoefte: kleiner, groter, met podium, met of zonder kansel, open, gesloten, intiem of noem maar op.

Ja, noem mij maar aards en nuchter en misschien te rationeel! Maar ik denk dat we momenteel meer hebben aan een instituut dat zich wat dat betreft meer en beter kan aanpassen aan de behoeftes. En als ik dan zo vrij mag zijn mag dat tot op zekere hoogte ook gelden voor de invulling van een aantal ambten binnen die kerk. Laat ik man en paard noemen: ik denk dan onder andere aan de invulling van het ambt van predikant, bezoldigd of onbezoldigd. Dit ambt zal wat betreft invulling de komende tijd op de kant moeten en zal moeten worden aangepast aan de eisen van de tijd. Mijns inziens bereik je dat niet door het nu met een noodverband te proberen (voor de kenners: het experiment ‘Van Putten’ in Zwolle), maar dient er structureel en radicaal een verandering plaats te vinden.

Het zijn interessante en spannende tijden voor theologen en predikanten, zeker als je behoort tot de Protestantse Kerk in Nederland.

Hebben we in december 2011 de laatste diesviering gehad van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU)  in Kampen voordat de locaties Kampen, Utrecht en Leiden de deuren sluiten om alleen nog maar verder te gaan in Groningen en aan de VU in Amsterdam, meteen daarna brak voor velen de tijd van allerlei diensten en vieringen aan rond de tijd van Advent, Kerst en Oud en Nieuw, die onder predikanten vroeger ook wel bekend stond als de Tiendaagse Veldtocht vanwege haar drukte.

De ontstoken vreugdevuren vanwege de concentratie van de opleidingsplaatsen van de PThU, die en passant ook een deel van de winkelstraat in Kampen in de as legden, waren voor synodepreses van de PKN echter niet krachtig genoeg. In een column in Kerkinformatie schreef hij laatst dat  hij op zoek is naar predikanten waar het geloofsvuur van afspat. Hij constateert dat het licht niet zelden onder de korenmaat wordt geplaatst, laten ik het interpreteren als een niet-bezielde predikant. Preses Verhoeff  zegt dat deze tijd van secularisatie vraagt om predikanten die met kracht voor hun geloof gaan staan. Op zich lijkt dit idee heel nobel, ware het niet dat hij hiermee ook een oordeel velt over de huidige generatie predikanten ook al ontkent hij dit.

Interessant zijn de maatregelen die de PKN neemt om de aanwas van jonge generatie theologen en predikanten te bevorderen. Enige tijd geleden is er, onder voorwaarden, de mogelijkheid geschapen om HBO-theologen als volwaardig predikant te laten opereren in bepaalde plaatselijke gemeentes. En onlangs kwam daarbij het tijdelijke experiment bij om een predikant aan te stellen die zijn inkomen niet vergaard uit zijn werkzaamheden als geestelijke, maar uit een nevenfunctie.  Het zijn werkelijk twee maatregelen die de aanwas van jonge theologen niet uitermate stimuleren. Immers, de huidige calculerende student zal in het huidige onderwijsklimaat waar elke studievertraging geld kost snel kiezen voor een zo kort mogelijke studie, dat is dus een HBOstudie. Daarbij komt het andere feit dat gemeentes liever een ‘goedkopere’ HBO-theoloog aanstellen dan een duurdere universitair geschoolde theoloog.  De tweede maatregel, die van de ‘onbezoldigde’ predikant oogt in eerste instantie sympathiek, maar is op de lange en middellange termijn nog kwalijker. Want, welke jonge student kan het zich in de toekomst permitteren om nog een tweede studie te volgen naast een studie theologie? Precies, niemand, want onbetaalbaar!

Het thema van de theologenconferentie van het Evangelisch Werkverband ‘meer doen met minder’ klinkt nu omineuzer dan waarschijnlijk bedoeld! Mede met dank aan het bestuur van de Protestantse Kerk !

Werkelijk, het zijn interessante en spannende tijden voor theologen en predikanten…

Voor velen waarschijnlijk ongemerkt leven we al weer in de tweede week van de Advent. Advent, de tijd die vooraf gaat aan de geboorte van Jezus Christus zoals gevierd op Kerst. Advent betekent  verwachten, in afwachting, in verwachting leven. In verwachting van de geboorte van Jezus Christus, de Verlosser van de mensheid. Kerst is  een van oorsprong christelijke feest, voorafgegaan door de Adventstijd. Vroeger ging deze tijd gepaard met een Vasten, zoals dat vaste bekend is uit de tijd voor Pasen. Vasten om zelf een ‘juiste houding’ aan te nemen om Christus gelovig te kunnen ontvangen.

Maar dat was vroeger. Tegenwoordig staat de decembermaand bij veel mensen in het teken van de hebzucht en het geld. Zelfs nu, met de (nakende) crisis is gebleken dat er voor de Sinterklaasaankopen weer meer geld is uitgegeven dan in voorgaande jaren. Dansen op de rand van de vulkaan. Mensen leven ook nu in de tijd van de verwachting. Alleen is die verwachting in veel gevallen een stuk onzekerder geworden. Zullen de verschillende crises ook het komende jaar onze huizen voorbijrijden of worden we toch bezocht door onze nachtmerrie? Maar eerst leven alsof het je laatste dag is, nietwaar!?

Is het daar allemaal mee gezegd? Zijn de (advent- en) kerstdagen voor de meeste mensen in West-Europa verworden tot een feest van vermaak en de onvermijdelijke reflectie op wat (misschien) komen gaat? En is de Advents- en Kersttijd voor een slinkende groep mensen nog een (voorbereiding op het) feest van herdenking van  de Verlosser van de wereld, Jezus Christus? En is de kerk nog in staat deze boodschap te ‘vermarkten’ of wordt Kerst alleen nog maar voorgesteld met het mierzoete en flinterdunne laagje van de boodschap Vrede op aarde en liefde voor iedereen om je heen? Zit de kerk te zeer vast aan haar ‘status’ die ze eens had, namelijk dat ze ertoe deed in de samenleving, en heeft ze haar corrigerende taak ingeruild voor een algemeen aanvaardbaar, hap-slik-wegevangelie? Hoogleraar christelijke ethiek Samuel Wells en gevierd Amerikaans voorganger Tim Keller hebben het beide over wat door sommigen omschreven wordt als grootste zonde van christendom: macht. Wells legt uit in dat het christendom het daarom ook zo moeilijk vindt zich neer te leggen bij haar West-Europese neergang  in onze tijd. Ooit was ze een Goliat die optrok met de machthebbers van deze wereld. Haar originele rol van David, onaangepast aan de tijd en niet-populair,  staat haar in wezen niet aan en ze moet zich daar tegen heug en meug bij aanpassen. Keller laat zien vanuit de Bergrede zien dat de voor christenen de regels van de wereld – het verwerven van geld, macht en status – in feite minder belangrijk zijn je toekomst in Gods Koninkrijk waarvan onder andere lijden een voorteken is. Helaas heeft de geschiedenis aangetoond dat de kerk en haar leden vaak net echte mensen zijn.

Advent 2011. Leven in ver- en afwachting. Voor ons allen: wachten op wat komen gaat. Voor veel mensen is dat een onvermijdbare toekomst, die – als je de berichten in de media moet geloven – er inktzwart uitziet. Zonder hoop, zonder uitweg… Voor mij een leven in de hoop, uit het geloof dat Jezus Christus eens de wereld verlossing heeft aangezegd. Ook ik, inmiddels ruim drie jaar werkloos en met weinig zicht op vaste arbeid voor ogen, ben ervan overtuigd – om het met Kellers woorden uit Kruistocht te zeggen – dat ik ten dans wordt uitgenodigd wanneer ik in relatie wil leven met God. Want ook ik ben Gods geliefde kind, waarin Hij vreugde vindt en dat een geweldige toekomst tegemoet gaat.