de titel van de post is gebaseerd op de titel van het nummer Imagine van John Lennon uit 1971 

 

Er heerst al een tijdje een gevoel van crisis in Europa.
Je voelt het. Europese landen herbewapenen zich,
terwijl Amerika de financiële kraan dichtdraait.
Ze worstelen om de migratiestromen te beheersen.
En jongeren – maar zij niet alleen –
verliezen hun vertrouwen in de democratie.

Toch is dit niet in de eerste plaats een economische crisis,
of zelfs een politieke of een identiteit of etnische.
Het is eerder een spirituele crisis.
En als je er met deze bril op naar kijkt,
zie je overal de tekenen ervan.

Zoals afgelopen zomer
toen Mette Frederiksen, de premier van Denemarken,
een nationale militaire opbouw aankondigde,
met hogere defensie-uitgaven, herinvoering van de dienstplicht, et cetera.
Deze maatregelen zijn allemaal aangewakkerd
door de algemene Noord-Europese angst
voor het expansionistische Rusland.
Kort daarna sprak ze een groep studenten
van de Universiteit van Aalborg toe
waar ze iedereen verraste door te zeggen:

‘We zullen een vorm van herbewapening nodig hebben
die net zo belangrijk is (als de militaire). Dat is de spirituele.’

Ze sprak over het onderscheidingsvermogen
dat nodig is om waarheid van onwaarheid
te onderscheiden in een wereld
waar die twee moeilijk te onderscheiden zijn
en ze impliceerde dat dit spirituele wijsheid vereist,
niet meer technologie.
Herinvoering van de dienstplicht is één ding,
maar mensen overtuigen om te vechten
en zelfs te sterven voor wat dan ook is iets anders.
Deze problemen zijn niet uniek voor Denemarken.
Waarom zou Generatie Z vechten
voor een economisch systeem
dat niet in hun voordeel lijkt te werken,
hen geen uitzicht biedt
op een eigen huis of een vaste baan,
en weinig te bieden heeft
om tot heldendom te inspireren?
John Lennon stelde zich een wereld voor
met ‘niets om voor te doden of te sterven’.
Maar als er niets is waar je voor zou willen sterven,
is er waarschijnlijk ook niet veel om voor te leven.

De oproep van Frederiksen
is slechts één teken van de spirituele crisis in Europa.
Een ander is de opkomst
van wat soms ‘christelijk nationalisme’ wordt genoemd.
Elites mogen dan neerkijken
op de geuzenvlaggen die wapperen tijdens populistische marsen,
maar dit zijn de zichtbare tekenen van grote groepen mensen
die het gevoel hebben dat niemand naar hen luistert
en die het verlies betreuren
van het culturele en breed christelijke kader
dat, in de herinnering van vorige generaties,
eeuwenlang het besturingssysteem
van het Nederlandse leven vormde.
Het verdwijnen ervan sinds de jaren zestig
en het gebrek aan iets om het te vervangen,
vormen een probleem.
Het ‘nieuwe atheïsme’ was een daad van cultureel vandalisme,
gericht op het vernietigen van het geloof,
maar zonder iets om het voor in de plaats te stellen.

Een andere is wat wel de Stille Opwekking wordt genoemd:
tekenen van hernieuwd kerkbezoek
onder (vooral) jonge mensen.
Oplevingen van religie vinden meestal plaats
wanneer een gemeenschap voelt
dat haar identiteit en voortbestaan worden bedreigd.
In zulke tijden keren mensen terug naar hun wortels,
naar beschikbare bronnen
van wijsheid en geruststelling.
Dit is nog geen algehele wending naar ‘de Kerk’,
maar het is veeleer een teken
van een verlangen
naar een spirituele betekenis,
naar iets heiligs,
iets dat niet voor geld te koop is
en een waarde heeft
die verder gaat dan wat wij eraan willen geven.

Dus, terug naar verrassende oproep
tot spirituele vernieuwing
van Mette Frederiksen,
in haar eigen land.
Denemarken is een van de meest seculiere landen van Europa,
Nee, Frederiksen staat niet bekend
als een regelmatige kerkganger
en haar sociaaldemocratische partij
is de afgelopen decennia
stond over het algemeen
lauw tegenover religie.
Toch was ze eerlijk genoeg
om het probleem te erkennen.
Als we onszelf decennialang hebben voorgehouden
dat de waarheid niet bestaat,
is het niet verwonderlijk
dat we het moeilijk vinden
om waarheid van onwaarheid te onderscheiden.
Wanneer we vol vertrouwen hebben verkondigd
dat de belangrijkste stem
om naar te luisteren
onze eigen verlangens zijn – ‘wees jezelf’ –
is het niet verwonderlijk
dat we geen idealen meer hebben
om ergens voor te leven of te sterven.
Jongeren gaan misschien de straat op
vanwege klimaatverandering of Palestina,
maar zijn ze bereid
hun leven te geven voor iets moois, iets heiligs,
dat dat alles te boven gaat,
zelfs als het hun beschaving
al generaties lang in stand houdt?

Waarschijnlijk niet.
En er is geen reden om te denken
dat Denemarken anders is
dan welk ander Europees land dan ook.
Hetzelfde geldt ongetwijfeld voor Nederland,
ook al zijn onze politici
niet zo scherpzinnig als Mette Frederiksen
in het signaleren van het probleem.

Dus waar is het antwoord te vinden?
Mette Frederiksen riep ‘de Kerk’ om een antwoord:

Ik geloof dat mensen steeds vaker de Kerk zullen opzoeken,
omdat die een natuurlijke gemeenschap
en een nationale basis biedt…
Als ik de Kerk was, zou ik nu denken:
hoe kunnen we zowel een spiritueel
als een fysiek raamwerk zijn
voor wat de Denen doormaken?

Maar daarin schuilt nu juist het probleem.
De Deense Kerk,
één van de lutherse kerken in Noord-Europa,
verkeert niet bepaald in een goede gezondheid:
70 procent van de bevolking is weliswaar geregistreerd lid van de kerk,
maar slechts 2,4 procent van hen
komt op zondag daadwerkelijk naar de kerk
– wat neerkomt op gemiddeld 30 bezoekers
in een lokale Deense lutherse kerk op zondag.

Filosoof John Gray
is vernietigend over de gevangenschap
van de westerse kerken in de tijdgeest.
Hij beschouwt ze als
een weerspiegeling van de verwarring
van de tijdgeest
in plaats van een coherent alternatief te bieden…
dit soort christendom
is een symptoom van de ziekte, geen geneesmiddel.’

Dat is misschien wel het probleem,
maar het is ook de kans.
Het christendom is de standaard spirituele traditie
van het Westen.
Niets dringt zo diep door in de Europese ziel als dit.
Anderen komen en gaan,
maar dit geloof zit in onze aderen,
in ons landschap, onze kunst en ons geheugen.
Keer op keer, vanaf de eerste eeuwen,
heeft het talloze mensen geïnspireerd
tot een leven van onbaatzuchtige toewijding.
Dat gebeurde toen het Byzantijnse rijk
verrees uit de ruïnes van het Romeinse Rijk,
toen een nieuwe middeleeuwse,
gekerstende beschaving ontstond
uit de ruïnes van de barbaarse veroveringen,
of tijdens de hervormingsbewegingen
van de zestiende en zeventiende eeuw,
of tijdens de missionaire bewegingen
van de negentiende eeuw.
Keer op keer is het een katalysator gebleken
voor wijsheid om de uitdagingen
van de crisis het hoofd te bieden,
voor individuele zelfopoffering,
culturele vernieuwing
en een doel dat verder gaat dan persoonlijke vervulling:
iets om voor te leven en te sterven.

En dat is nog steeds zo.
Je hoeft alleen maar terug te denken
aan de 21 Libische martelaren
– voornamelijk gewone Koptische christenen
uit een eenvoudig dorp
die in 2015 door ISIS werden gevangengenomen
en die een gruwelijke dood verkozen
in plaats van hun geloof
in de liefde van Christus te verloochenen,
om te laten zien
hoe het christelijk geloof 
iets biedt niet om voor te doden,
maar wel om voor te sterven.

Ik twijfel er niet aan
dat het christendom dat opnieuw kan bieden.
Niet als een terugkeer
naar iets uit het verleden,
maar in een nieuwe vorm
die trouw blijft aan zijn wortels,
maar op een manier
die er nieuw uitziet;
misschien nederiger, eenvoudiger, zuiverder.

Kunnen christenen,
zoals John Gray het verwoordde,
een coherent alternatief bieden
voor de verwarring van de tijdgeest
in plaats van er een flauwe afspiegeling van te zijn?

De toekomst,
niet alleen van het Europese christendom,
maar ook van Europa,
hangt er mogelijk van af.

 

Oké, als rechtgeaarde protestant van het confessionele snit
besteed ik misschien wel heel veel aandacht aan de nieuwe paus,
maar dat heeft zeker zo een reden:
er is momenteel namelijk heel veel onrust
op het geopolitieke toneel.
Er zijn veel tegenovergestelde belangen
opgeblazen ego’s die hun plaats opeisen
ten koste van de ander en van andere landen.
En dan denk ik: misschien kan de nieuwe paus
in deze situatie van spanningen een bemiddelende rol spelen?
Hij heeft daar immers al een voorbeeld van gegeven,
met het faciliteren
van een tête-à-tête tussen Trump en Zelensky.

Zo gingen mijn gedachten weer terug
naar het eerste optreden van de pas geïnstalleerde paus:
Je zag de imposante gevel van de Sint-Pieter,
dat grote monument van Rooms-Katholieke autoriteit.
Op het plein ervoor was een menigte van 200.000 mensen verzameld
die zich uitstrekte zover het oog reikte.
De wereldmedia keken vanaf de balkons op die menigte neer.
En daartegenover stonden de rijkelijk versierde
rode fluwelen stoelen klaar
voor president als Zelensky, J.D. Vance, Trump,
en de staatshoofden van andere talloze landen
in Europa en ver daarbuiten.

En ik dacht aan de nieuw aan te treden paus, Robert Prevost;
hij stond op het punt door deze deuren te stappen.
Een man die in 2015 tot bisschop werd benoemd,
pas twee jaar geleden kardinaal werd
en nu in de aandacht stond van deze enorme menigte
en miljoenen anderen op tv,
als dé spirituele leider van 1,4 miljard katholieken,
die binnen een paar weken van relatieve onbekendheid
naar de beroemdste man ter wereld was gekatapulteerd.
Volgens mij moet je dan wel iemand zijn
met een opmerkelijke nederigheid;
om dit allemaal niet naar je hoofd te laten stijgen.

De Sint-Pieter is ontworpen om indruk te maken.
Het plein voor de kerk is omringd
door imposante beelden van apostelen,
heiligen, martelaren en kerkvaders,
die allemaal neerkijken
op de gebeurtenissen beneden.
Het was precies déze kerk
die onbedoeld de Reformatie in gang zette,
toen een fondsenwervingsactie
voor de bouw gepaard ging
met de verkoop van aflaten in onder andere Duitsland,
waar het Maarten Luthers woede opwekte.
De voorgevel, met zijn hoge pilaren, grote ramen,
weelderige balkons en rijke wandtapijten,
kan niet anders maken dan je klein te voelen.
Binnen is de ruimte énorm, met overal prachtige kunstwerken.
Dit was een uiting van het pausdom uit de Renaissance,
dat leidde naar de Contrareformatie,
de zelfverzekerde barokke geest
die de triomf van de Kerk over al haar vijanden aankondigde.

Een paus met een vleugje ijdelheid zou gevaarlijk zijn.
Alles wijst op de macht van deze positie,
de opvolger van Petrus,
de leider van de grootste christelijke gemeenschap ter wereld,
iemand die wereldwijd direct herkenbaar is,
naar wie wereldleiders
met de pet in de hand moeten komen.
Geen wonder dat sommige pausen
in het verleden politieke manipulators zijn geworden
en met keizers en koningen wedijveren
over wie de meeste macht heeft.

Maar tegenwoordig klinkt de Katholieke Kerk nederiger.
Paus Franciscus zette de kerk
op weg naar een lijn van ‘synodaliteit‘,
waarbij hij andere stemmen uitnodigde
in de discussies binnen de kerk
dan alleen mannelijke priesters.
Paus Leo lijkt die lijn te willen doortrekken.

Verwijzend naar zijn verkiezing zei hij:

‘Ik ben uitgekozen zonder enige verdienste van mijzelf,
en nu kom ik, met vrees en beven,
naar u toe als een broeder,
die de dienaar van uw geloof en uw vreugde wil zijn,
en met u wil wandelen op het pad van Gods liefde.’

De toon was er niet één van zelfverheerlijking,
van het benadrukken van de macht van de positie.
Er was geen strategie om de kerk en de wereld
fundamenteel te veranderen.
Er was geen groots plan
om de machtsmiddelen te gebruiken
om de maatschappij naar zijn visie vorm te geven.
In plaats daarvan ging het erom
een ongrijpbare en oncontroleerbare kracht te ontketenen:
de kracht van zelfopofferend mededogen.

Of zoals paus Leo het zelf verwoordde:

‘Het ambt van Petrus wordt juist gekenmerkt
door zelfopofferende liefde,
van de Kerk van Rome
die haar ware gezag vindt
in de naastenliefde van Christus.
Het gaat er nooit om anderen
te veroveren met geweld,
religieuze propaganda of macht.
In plaats daarvan
gaat het altijd
en alleen om liefhebben zoals Jezus deed.’

Dat is anders dan de manier
waarop pausen in het verleden soms spraken.
De Kerk heeft geen andere macht dan de macht van de liefde
– het soort zelfopoffering
die we zien in het leven van Christus.
De huidige paus vindt haar ware gezag in naastenliefde.
Een beetje anders
dan sommige andere presidenten
die ik me kan herinneren.

Toegegeven, we weten nog niet veel over hem,
maar Robert Prevost
komt op me over als een nederig man.
Iemand die een plek aan Harvard Law School
aan zich voorbij liet gaan
om in plaats daarvan
twintig jaar lang de armste gemeenschappen
in Peru te dienen,
slapend op de vloer van hutten,
reizend op ezels naar afgelegen dorpen,
onopgemerkt en onbekend.
Dat getuigt van een duidelijk gebrek
aan eigenbelang.
Je solliciteert niet naar het pausschap,
je kandidatuur aankondigend,
je opwerkend in de gelederen,
je verdiensten bepleitend tegenover de kiezers.
In plaats daarvan ga je gewoon door met wat je doet,
en als de roep komt, geef je er gehoor aan.

Als paus Leo zal hij die nederigheid nodig hebben
wanneer hij deze rol
de rest van zijn leven op zich neemt.
Hij zal die nodig hebben
om de subtiele verleiding
van de eerbied die anderen
hem betonen te weerstaan,
de bewondering die hij zal ontvangen
waar hij ook gaat,
de gebouwen waarin hij woont,
de pracht van de pausen die hem voorgingen,
de manier waarop mensen
aan zijn lippen zullen hangen.
De verleiding om te denken dat Robert Prevost
toch een enorme vis is,
iemand wiens talenten
hem tot dit punt hebben gebracht,
zal groot zijn.

Maar als hij onverhoeds toch aan die verleiding toegeeft,
zal hij terugvallen
in de alledaagse gang van zaken in de wereld,
en heersen over degenen die hij onder zijn hoede heeft.
Maar hij lijkt zich terdege bewust
van de gevaarlijke aard van zo’n positie.
‘Wie er ook geroepen is
om de opvolger van Petrus te zijn’,
zei hij,
‘moest toezicht uitoefenen
zonder ooit toe te geven
aan de verleiding om een autocraat te zijn,
heersend over degenen
die aan hem zijn toevertrouwd.
Integendeel, hij is geroepen
om het geloof van zijn broeders en zusters
te dienen en naast hen te staan.’

Het was toch Jezus die zei:

‘Jullie weten dat de volken onderdrukt worden
door hun eigen heersers
en dat hun leiders hun macht misbruiken.
Zo mag het bij jullie niet gaan.
Wie van jullie de belangrijkste wil zijn,
moet dienaar van de anderen zijn’ (Lucas 10,42-43)

Andere presidenten, premiers en patriarchen
zouden daar een voorbeeld aan kunnen nemen.

 

In deze periode van ‘IJsheiligen’ (11-14 [15] mei 2025) een – vind ik – toepasselijke blogpost.

Eerst maar eens de weerkundige feiten:
IJsheiligen valt ieder jaar op dezelfde data in mei,
namelijk op 11, 12, 13, 14 en soms ook 15 mei.
Het zijn de naamdagen van een aantal katholieke heiligen,
namelijk Mamertus (11 mei), Pancratius (12 mei),
Servatius (13 mei), Bonifatius (14 mei)
[en dus soms ook Sophia van Rome (15 mei)].

Hoewel we in Nederland geen grote festiviteiten
kennen rondom IJsheiligen,
betekent het niet dat deze dagen nergens gevierd worden.
In sommige delen van Europa
(zoals Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland)
worden door traditionele gemeenschappen
feestelijke bijeenkomsten gehouden tijdens IJsheiligen,
zoals processies en speciale kerkdiensten.
Die lokale tradities en rituelen zijn vaak
kleurrijk en levendig,
met lokale kostuums, muziek en dans.
Volgens de volksweerkunde zijn deze dagen in mei
de laatste dagen in het voorjaar
waarop er soms nog nachtvorst is.
IJsheiligen wordt gezien als de overgang
naar dagen met een zomers karakter.
Het is niet uitgesloten dat er na half mei nog nachtvorst optreedt,
maar die kans is zeer klein.

Vanouds vormt de heiligenverering een belangrijk punt van verschil
tussen de de Rooms-katholieke kerk en de protestantse kerken.
In de Rooms-katholieke geloofsbeleving zijn heiligen niet weg te denken,
van de naam van parochies en kerken
tot schietgebedjes aan sint Antonius als er iets kwijt is.
Protestanten hebben juist weinig met heiligen.
Dat is te verklaren vanuit de tijd dat deze kerken ontstonden.
In die tijd, aan het einde van de middeleeuwen,
namen heiligen soms in de praktijk de plek in van God.
Nu doet zich de laatste tijd het volgende opmerkelijke fenomeen voor:
in de Rooms-katholieke kerk werden de heiligen veel minder belangrijk,
heel wat beelden zijn sinds de jaren zestig
zelfs letterlijk uit de kerken verwijderd.
Heiligen worden, als ik het goed zie,
ook meer gepresenteerd als voorbeelden
dan als tussenpersonen richting de hemel.

Maar bij protestanten groeit de laatste tijd echter juist het besef
dat voorbeelden en verhalen over geleefd geloof belangrijk zijn.
Geloof is geen theorie, het stempelt als het goed is heel het leven.
Dat dat kán, en hoe dat eruit ziet,
zie je in de levens van sommige gelovigen heel goed.
Daarom is het goed over hen te horen
en hun herinnering levend te houden.
Niet om ze te vereren, maar om ervan te leren!
Daarom hierbij een verhaal van een ‘protestantse (ijs)heilige’,
iemand die iets laat zien van wat gelovig leven is:
het verhaal van Dirk Willemsz.
Hij leefde in het begin van de Tachtigjarige Oorlog,
een tijd van religieuze en burgerlijke onrust.
Deze Dirk zat aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog
gevangen vanwege zijn geloof in het kasteel van Asperen.
Het zag er naar uit dat hij op de brandstapel zou belanden,
want dat was destijds de gebruikelijke straf voor ketters.
Gelukkig had een bezoeker hem een vijl kunnen toespelen.
Daarmee ging Dirk ‘s nachts de tralies te lijf
en na een tijd had hij ze doorgevijld.
Met behulp van een touw van oude lappen
liet hij zich op een vroege morgen naar buiten zakken.
Het was winter en er lag ijs op de slotgracht.
Niet erg dik, maar Dirk was flink vermagerd
door het verblijf in de kerker en hij kon er op staan.
Over het ijs ging hij er snel vandoor.
Zijn weg naar de vrijheid lag open!
Helaas had de bewaker van het slot hem gezien.
Hij riep versterking en zette zelf de achtervolging in.
Echter, deze man woog een stuk meer,
en na een tijd zakte hij door het ijs.
Hij kon niet zwemmen en riep doodsbang om hulp.
Dirk zag en hoorde het, en wat deed hij?
Hij keerde zich om, en hielp de man om veilig aan de kant te komen.
De intussen gearriveerde versterking
greep Dirk en nam hem weer gevangen,
ondanks protesten van de geredde bewaker.
Twee weken later werd hij zonder pardon levend verbrand.
In Asperen is zijn cel nog te bezichtigen

Wat moet je hier nu van denken?
Was die Dirk niet helemaal goed wijs?
Hij had zich kunnen redden maar deed het niet!
Of…. toont hij dat er iets bestaat dat hoger is dan zelfbehoud?
Of…. iets dat te maken heeft met Jezus en wat Hij zei en voordeed?

wapen van paus Leo XIV met de spreuk ‘ In de Ene zijn wij één’

 

Als ik me goed herinner, had ik een zeer positief gevoel
over paus Franciscus toen hij in 2013 werd gekozen.
De overleden paus was zo bedreven
in het doen van dingen die een boodschap uitstraalden,
dat algemeen werd aangenomen dat hij een verademing was.
Iedereen zou je vertellen dat hij heel nuchter was.
De weigering om in de officiële pauselijke appartementen te wonen!
PR-mensen hadden alleen maar angstdromen
van mensen die geen enkele interesse hebben
in wat het bedrijf verkoopt.

Hier was een man die duidelijk afstand wilde nemen
van de pracht en praal en de rijkdom (al dat Vaticaanse goud!).
Paus Franciscus maakte een punt, en dat was terecht.
Nee, Franciscus was uiteindelijk niet de modernist
waar sommige commentatoren op hoopten,
maar alleen omdat hij aantoonde
wat eigenlijk al overduidelijk had moeten zijn:
dat de paus niet op die manier ‘de baas is’
van het katholieke geloof.
Het verhaal is altijd complexer
dan ‘liberaal’ versus ‘conservatief’.

Is ie liberaal of conservatief;
soortgelijke speculaties doen al de ronde
over de nieuwe paus, Leo XIV.
Zelfverklaarde atheïsten
vinden dat Leo
positiever over abortus moet spreken,
vrouwen moeten toelaten tot het geestelijk ambt
en zich positief moet uitspreken over de lhbtiq+ gemeenschap.
Iedereen probeert elk microdetail dat we hebben te interpreteren.
En wat is de betekenis van zijn Amerikaanschap?
Is dit de poging van het conclaaf om een tegen-Trump te creëren?
Waarom verscheen Leo in traditioneel gewaad
(iets wat Franciscus nadrukkelijk vermeed)?
En waarom ‘Leo’?

Zelf wijst paus Leo XIV erop
dat de richting van zijn voorganger zal worden gehandhaafd.
Toch hebben sommige conservatieve katholieke lobbyisten
hun uiterste best gedaan
om de meer progressieve ideeën van Franciscus terug te draaien:
zijn verdraagzaamheid tegenover homoseksuelen,
zijn aandacht voor de armen,
zijn zorg over klimaatverandering,
en last maar zeker niet least,
zijn kritiek op de politiek van Donald Trump.

Want over het algemeen zijn de katholieken in de VS verrechtst.
Natuurlijk nog heel wat liberale en progressieve katholieken in de VS,
waaronder een aantal kardinalen.
Maar de invloed van extreemrechtse katholieken
die de sociale verworvenheden van de vorige eeuw
ongedaan willen maken is enorm gestegen.
De jaren zestig: de jaren van seks, drugs, en rock ‘n roll, Vaticanum II,
en wat gewis nog belangrijker was,
burgerrechten voor zwarte Amerikanen
liepen veel katholieken,
maar ook evangelische christenen,
over naar de Republikeinen,
die een culturele contrarevolutie beloofden:
orde op straat, kerk op zondag,
geen seks buiten het huwelijk,
zeker niet tussen mensen van hetzelfde geslacht,
en (in bedekte termen natuurlijk)
de handhaving van witte suprematie.
Daarom stemden veel behoudende christenen in 1968 op Nixon,
en een halve eeuw later op Trump.
Ras was ook hier van belang.
Katholieke Trumpstemmers waren overwegend blank;
zwarte en latino katholieken stemden eerder op Biden.

Veel van de rechtse lobbyisten komen uit de VS,
en de meesten van hen zijn voor Trump.
Die zogenaamde MAGA-katholieken 
beschikken over veel geld en hebben machtige vrienden.
Deze katholieken zijn fel tegen abortus.
(evangelische) christenen tilden hier minder zwaar aan,
maar zij schaarden zich achter katholieken
in hun gemeenschappelijke streven
om overheidsgeld los te krijgen
voor bijvoorbeeld confessionele scholen.
Strenge katholieken en evangelische christenen
vonden elkaar ook meer dan ooit
in de cultuurstrijd die begon met Nixon,
en die nu het land meer en meer verdeelt in twee kampen.
Een paus heeft geen leger van betekenis,
zijn grondgebied past in het centrum van Amsterdam,
hij heeft geen aardse grondstoffen.
Ja, in de ogen van veel atheïsten is de kerk een archaïsch instituut.
Tóch kan een paus, zeker in een gewelddadig tijdsgewricht,
een belangrijke rol vervullen,
door alleen al te appelleren
aan universele waarden en menselijke waardigheid.
De paus is voor velen nog steeds een morele autoriteit,
met celebrity-status bovendien.
Dat geeft hem invloed.
Hij trekt altijd de aandacht en wat hij zegt
is vaak ook bedoeld voor niet-katholieken en niet-gelovigen.
Een pleidooi voor klimaatmaatregelen is universeel.
Hetzelfde geldt voor mensenrechten.

Speculaties…
Er gaan al geruchten dat deze nieuwe paus
zijn privémissen graag in het Latijn opdraagt;
Anderen hebben erop gewezen dat hij
met de aanhangers van Franciscus meeliep
en zelfs zijn openingstoespraak
raakte het thema ‘synodaliteit
van de overleden paus aan.
Synodaliteit, afhankelijk van wie je het vraagt,
is ofwel een nobele poging tot decentralisatie
en het luisteren naar alle stemmen in de Kerk;
ofwel een poging om doctrinaire verandering
te bewerkstelligen onder het mom van pastoraat.
Eén van zijn toespraken vindt ik al wel heel positief
en in lijn met zijn wapenspreuk:
‘We moeten getuigen van ons vreugdevolle geloof in Jezus’, zei Leo XIV,
terwijl hij waarschuwde dat waar dit geloof ontbreekt,
het leven betekenis verliest.’

Toch zou mijn advies zijn om ver van dit soort speculaties te blijven.
Mensen veranderen immers voortdurend van gedachten.
En mensen veranderen vooral
wanneer ze zo’n taak krijgen
als Robert Prevost.
Zelfs vanuit een puur natuurlijk perspectief
zal de verantwoordelijkheid
voor meer dan een miljard katholieken
waarschijnlijk een ontnuchterend effect hebben
en je hyperbewust maken
van elke stap die je op het punt staat te zetten.

Paus Leo’s vermogen om de katholieke kerk te leiden
is geen macht die hij op zichzelf bezit;
die komt, zoals de officiële leer het stelt,
‘krachtens zijn ambt’.

Intussen heeft de paus geen behoefte
aan analyse, speculaties,
twijfel of projecties.
Hij heeft onze gebeden hard nodig.

 

Vandaag is dan het het conclaaf begonnen.
Onder het zingen van ‘Veni Creator Spiritus
zullen de kardinalen zich afzonderen
om – geleid door de Heilige Geest – 
een nieuwe paus uit hun midden te kiezen.

En het houdt van links tot rechts de gemoederen enorm bezig.
Want er is iets aan de manier waarop pausen
worden gekozen dat tot de verbeelding spreekt.
Degene die het idee van zwarte rook voor ‘geen besluit’
en witte rook voor ‘habemus papam
‘we hebben een nieuwe paus’
bedacht, was een marketinggenie.
Zoveel beter dan een persbericht of een tweet van het Vatican X-account.

Natuurlijk sprak heet conclaaf zo levendig tot onze verbeelding
door recente gelijknamige film met Ralph Fiennes.
Naar het boek van Robert Harris.
Ja, we zijn dol op het idee van geheime debatten en intriges,
mensen die van de wereld worden afgesloten
totdat ze een besluit nemen
met geheimzinnige, oude rituelen en een onzekere uitkomst.
Was er ooit een film waarvan de release beter getimed was?

En dan zijn er nog de enorme aantallen.
Er zijn vandaag de dag ongeveer 1,4 miljard katholieken in de wereld;
ongeveer evenveel als de bevolking van India en China,
de meest bevolkte landen ter wereld.
Toch is de identiteit van de nieuwe paus ook voor ons van belang.
De leider van China of India is vooral interessant
voor mensen die in China of India wonen,
maar misschien minder voor degenen
onder ons die daar niet wonen.
Maar de nieuwe paus is het hoofd van de kerk
misschien om de hoek van waar je woont,
of van mensen met wie je samenwerkt,
of, als je zelf katholiek bent, je eigen spirituele leider.
Deze benoeming is dus enorm belangrijk.

Maar het gaat niet alleen om de uiterlijke schijn,
het drama, de aantallen.
En het geldt ook niet alleen voor katholieken.

Officieel wordt een paus aangeduid
als de opvolger van Petrus, één van Jezus’ vrienden.
Je zou dus kunnen zeggen dat zijn ambt als het ware
een levende link vormt
met de oorsprong van de christelijke beweging,
de eerste tekenen van de revolutie.

Natuurlijk is er een aantal behoorlijk
vreselijke pauselijke zetelbezitters geweest,
wier persoonlijke levens nauwelijks
enige kennis van of relatie met Jezus vertoonden.
Denk bijvoorbeeld
aan de zestiende-eeuwse Roderigo Borgia (paus Alexander VI),
die ondanks de regel van het geestelijk celibaat,
meerdere kinderen kreeg van diverse maîtresses,
en het pausschap verwierf
door kardinalen om te kopen
en zijn favoriete zoon op achttienjarige leeftijd
tot bisschop van verschillende lucratieve zetels maakte,
en op negentienjarige leeftijd tot kardinaal.
Er is dus niets vanzelfsprekends aan
– en daarom ontkenden de protestantse hervormers
het idee van een algeheel automatisch pauselijk gezag.

Maar wanneer een persoon van evidente heiligheid
wordt gecombineerd met dit besef
van het gewicht van het ambt,
wordt het pausschap een geschenk aan ons allen,
dat ons verbindt met de eerste volgelingen van Jezus
– zelfs met Jezus zelf.

Het pausschap is een van die unieke dingen
in het moderne leven
– een navelstreng met het verleden.
Monarchieën doen iets soortgelijks:
ze verbinden ons met het verleden
via de lange rij koningen en koninginnen.
Maar vaker wel dan niet
onthullen de gebeurtenissen
waarnaar ze ons terugvoeren,
het proces waarmee die families de macht grepen,
duistere politiek, omkoping en bloedige gevechten.

Dit is een lijn in de geschiedenis
die ons verbindt met de gebeurtenis die,
als we Tom Hollands boek Heerschappij
mogen geloven,
meer impact heeft gehad
op de vorming van de westerse cultuur
dan welke andere ook:
het opmerkelijke leven,
de dood en de wederopstanding van Jezus
– een radicaal leven vol liefde,
zelfopoffering en transformerende kracht
– voor zowel individuen als hele beschavingen.
En daarvoor zouden we,
of we nu katholiek, protestant, orthodox
of misschien zelfs ongelovig zijn,
een gebed – of een glas –
van dankzegging kunnen heffen.

De titel van deze blog is ontleend aan ‘In paradisum’ een gezang dat deel uitmaakt van de requiemmis.

 

Gister op Paasmaandag overleed paus Franciscus op de leeftijd van 88 jaar.
Hij leek half hersteld van een maand ziekenhuisopname vanwege een longontsteking
en zegende op Paaszondag zelfs de menigte
die zich op het Sint-Pietersplein had verzameld vanaf het balkon.
Moge hij rusten in vrede.

Hij werd in 1936 in Buenos Aires geboren als Jorge Mario Bergoglio,
als zoon van twee Italiaanse immigranten
die een leven zochten zonder Mussolini’s fascistische heerschappij.
Helaas kon dit hun zoon niet behoeden voor dictaturen
– in de jaren 70 werd de Argentijnse regering omver geworpen
door een militaire junta, die zich fel verzette tegen het socialisme.

Dit stukje biografie is essentieel om een genuanceerd beeld van paus Franciscus te schetsen.

In 1958 trad hij toe tot de Sociëteit van Jezus,
een religieuze orde die half opgericht was
om een reactie te vormen op de protestantse Reformatie.
Hun oorsprong in de apologetiek
heeft de ‘jezuïeten’ een reputatie van softie ten aanzien van de leer gegeven.
Toen hij op 13 maart 2013 werd verkozen tot paus Franciscus,
zagen sommigen een aanwijzing dat deze paus een hervormer was.

Velen zagen dat paus Franciscus tijdens zijn pontificaat
dit probeerde waar te maken:
In 2021 beperkte de paus het gebruik van de traditionele Latijnse mis,
een stap die gemeenschappen
die de overstap naar volkstaaldiensten
in de jaren 60 betreurden en ernstig beledigde.
In 2023 bevestigde hij dat priesters mensen in
‘niet reguliere verbintenissen’ mogen zegenen,
zoals paren van hetzelfde geslacht en hertrouwde stellen,
maar níet als een zegen voor de verbintenis.
Tóch wordt hij ook gezien als een wind van verandering
– openhartig, populair en oprecht nederig in zijn dienende leiderschap.

Maar tijdens zijn tijd als hoofd van de Argentijnse jezuïeten
was de jonge pater Bergoglio naar buiten toe conservatief
en verzette hij zich tegen de linksgeoriënteerde bevrijdingstheologie
die de Latijns-Amerikaanse conferenties en seminaries van die tijd overspoelde.
Als paus kon hij zo nors en traditioneel zijn als maar kan.
Zijn antwoord op de vraag van een interviewer
of vrouwen in 2024 tot de priesterwijding toegelaten konden worden,
begon met een bot ‘nee’.
Hij kwam in de problemen toen hij in een openhartig gesprek
over de sfeer in sommige katholieke seminaries
een negatieve belediging uitsprak voor homo’s.
De naam die hij koos, Franciscus, naar de heilige van Assisi,
was meteen een heel programma.
Franciscus van Assisi stond immers ook voor de heropbouw van een vervallen kerk.
Ook bij het aantreden van de nieuwe paus verkeerde de Rooms-Katholieke Kerk
immers in stormachtig weer:
misbruikschandalen, gesjoemel in de bank van het Vaticaan
en misstanden in de Romeinse curie,
het ambtenarenapparaat van de kerk.
Paus Franciscus maakte meteen na zijn benoeming
meteen werk van de noodzakelijke hervormingen,
waarbij hij voortbouwde
op de fundamenten die Benedictus had gelegd.
Door gerichte benoemingen probeerde Franciscus
het Vaticaanse bestuursapparaat
doeltreffender en transparanter te maken.

Ook stond Franciscus voor een arme kerk
voor de armen,
voor barmhartigheid
voor armoede, nederigheid,
voor eenvoud, voor zorg voor de schepping,
en voor vrede en interreligieuze dialoog.
Zo ging Franciscus van Assisi in tijden van de kruistochten bijvoorbeeld
langs bij de sultan van Egypte.
Met dat voorbeeld in gedachten zou paus Franciscus
geregeld naar moslimlanden reizen,
en de broederlijkheid met moslims verdedigen.
En liefde voor de schepping
vertaalde zich dan weer
in een bijzondere aandacht voor ecologie.
Franciscus werd de eerste paus
die zo sterk de nadruk zou leggen op klimaatverandering.
Hij schreef met Laudato Si’ de eerste encycliek over de kwestie.
In 2020 schreef hij de sociale encycliek Fratelli tutti,
een geschreven I have a dream’.
Daarin tekende hij een wereld
– en wegen daar naartoe –
waarin vluchtelingen worden verwelkomd,
de doodstraf niet meer bestaat,
er geen oorlog meer wordt gevoerd,
het milieu voor de winst gaat,
de kloof tussen arm en rijk bijna verdwijnt
en mensen elkaar als broeders en zusters zien.
Hij dacht meer vanuit de mens dan vanuit de leer.
Meer dan zijn voorganger Benedictus XVI,
legde Franciscus de nadruk op
de praktische kant van het geloof.
Hij wilde de kerk van binnenuit hervormen
en de geestelijken en parochianen meenemen
op de weg van een belerende
naar een luisterende, gastvrije kerk.

Maar toch…
Te liberaal voor de conservatieve gelovigen,
en te traditioneel voor de liberale katholieken.
Franciscus was een paus met een duidelijk profiel:
sociaal progressief inzake onderwerpen
als armoede, ongelijkheid
en de zorg voor de schepping,
conservatief op het gebied van abortus en euthanasie.
Anders dan zijn voorgangers gaf hij ruimte aan vragen
rond celibaat en vrouwelijke ambtsdragers,
al veranderde de leer niet.
De taal en de stijl waren veranderd,
maar de kerk bleef vooral zoals ze was.

Wat tekende paus Franciscus dan precies?
Wat hij volgens mij leerde van de militaire machtsovername in de jaren zeventig,
was de prijs van idealisme, aan beide uiteinden van het politieke spectrum.
Hij was, naar mijn mening, een pragmaticus.
Geen academicus zoals zijn voorganger, paus Benedictus XVI,
en, in tegenstelling tot paus Johannes Paulus II,
was er geen duidelijk politiek doel
in de vorm van de uiteenvallende Sovjet-Unie.
Franciscus was paus in een veel complexere wereld,
die steeds meer een duidelijke morele basis miste
en het steeds moeilijker vond om te reageren
op enorme technologische en sociale veranderingen.
Toch deed hij wel een dappere poging
om het huidige obsessieve consumentisme
te agenderen,
bijvoorbeeld in zijn encycliek
Dilexit Nos uit 2024:

Om de liefde van Jezus tot uitdrukking te brengen
wordt vaak het symbool van het hart gebruikt.
Sommigen vragen zich af
of dit symbool nog steeds betekenisvol is.
Maar omdat wij geneigd zijn oppervlakkig
en snel te leven
zonder uiteindelijk te weten waarom,
en omdat wij geneigd zijn
onverzadigbare consumenten
en slaven van de raderwerken
van een markt te worden,
die geen belangstelling heeft
voor de zin van ons bestaan,
hebben wij er allen behoefte
er het belang van het hart
opnieuw te ontdekken.’

Franciscus zal bekend blijven staan om zijn pogingen
om in alles een evenwicht te vinden
om te pleiten voor verandering,
maar zich elders terug te trekken.
Hij was geliefd om dezelfde redenen
waarom hij fel bekritiseerd werd.
Zo gepolariseerd is onze tijd.

 

En?

Hoe kijken we terug op 2024 wat betreft het christendom, de christelijke kerk?
Werden we verder in een hoek gedreven
of was zoals sommigen zeggen
‘de verrassende wedergeboorte van het geloof in God?’

Want in de afgelopen jaren en in 2024
hebben we een stroom publieke figuren gezien
die verschillende gradaties van interesse
in het christendom aangaven, of zelfs voluit geloofden.
Sommigen… zijn belijdende gelovigen (Francis Spufford, Nick Cave),
sommigen hebben een beetje
in de kerkportiek rondgehangen (Tom Holland, Philip Goff),
anderen zitten nog steeds op een bankje
in het voorportaal (Alain de Botton).
En dan is er Ayaan Hirsi Ali (die meezingt vanaf de kerkbanken),
Jordan Peterson (soms op de preekstoel, soms in het koor)
en zelfs Richard Dawkins
(die glimlacht bij de uitvoering van Stille Nacht door het koor
terwijl hij voorbijloopt).

In de Verenigde Staten gebeurd iets vergelijkbaars.
Maar dan ingewikkelder. De alliantie van het evangelicalen
met Donald Trump is op zijn zachtst gezegd problematisch.
(zie hiervoor het boek van Kristin Kobes Du Mez Jesus and John Wayne.
How White Evangelicals Corrupted a Faith and Fractured a Nation).

J.D. Vance, aankomend vice-president,
is een serieuze christen,
die de reis heeft gemaakt van een evangelische kerkelijke opvoeding,
via studentenatheïsme naar een conservatief rooms-katholicisme.
Eerst noemde J.D. Vance zich een ‘never-Trumper’
en vond Trump ‘idioot’ en ‘schadelijk’.
Vance ging zelfs zover dat hij zich afvroeg
of Trump niet ‘de Hitler van Amerika’ zou zijn.
Geleidelijk aan veranderden zijn opvattingen over Trump.
J.D. Vance koesterde politieke ambities en moest een kamp kiezen.
Uiteindelijk veranderde hij van een uitgesproken tegenstander
in één van Trumps felste verdedigers in de Senaat.

J.D. Vance belichaamt waar een groot deel
van de huidige generatie Republikeinen in gelooft.
Hij komt uit de ‘vergeten’ blanke onderklasse,
maar werkte zich omhoog op een manier
die past in het klassieke verhaal van de American Dream.

Op lokaal niveau zijn er eveneens veel verhalen
over mensen die kerken binnenstappen,
op zoek naar een soort betekenis in het leven
en zich opnieuw of voor het eerst bezighouden met het geloof.
Soms is het de krachtige emotie
van charismatische of pinksteraanbidding,
soms de majesteit van de gebouwen,
het mysterie van katholieke liturgie
(Stephan Sanders, Willem Jan Otten, Kristien Hemmerechts)
of de oosters orthodoxe liturgie die jongeren trekt.

Mijn mening hierover, voor zover het iets waard is,
is dat de westerse cultuur tijdelijk of definitief
geen kracht meer heeft.
In de twintigste eeuw kwamen zowel het fascisme als het communisme op
en gingen ten onder.
Francis Fukuyama verklaarde het ‘einde van de geschiedenis’
in de triomf van het seculiere, liberale, consumentenkapitalisme.
Maar ook die lijkt opgedroogd,
en wordt steeds meer als spiritueel hol
en politiek verdacht ervaren.
De ‘wokecultuur’
was een poging om een reeks morele waarden te herstellen
om de onaangename en onrechtvaardige effecten
van de ongebreidelde markt in te dammen,
maar de strijdbaarheid en agressiviteit ervan,
de poging om aspecten van de natuurlijke orde te weerstaan,
om nog maar te zwijgen van de aanname
van een destructieve fixatie op een reductionistische identiteitspolitiek,
heeft een eigen terugslag gegenereerd.

Nick Cave verwoordde het goed
in een recent interview:
mensen hebben behoefte aan betekenis,
en de seculiere wereld heeft die niet bedacht.
De eeuwige menselijke zoektocht
naar doel en betekenis is niet verdwenen,
en er is niet veel te bieden in de seculiere cultuur.
Dus staan mensen plotseling open voor
het verkennen van meer oude voorraden wijsheid.

Misschien is de grootste ironie van alles
dat juist op het moment
dat we misschien de opkomst
van een openheid voor het spirituele,
het ‘numineuze’ (het goddelijke) en het religieuze zien,
de kerk niet in staat lijkt te zijn
om daarvan te profiteren.

Dus, wat zijn de vooruitzichten voor 2025?
Aan het einde van zijn monumentale
en steeds invloedrijker wordende werk
The Master and his Emissary,
maakt neurowetenschapper Iain McGilchrist (zelf geen christen)
een veelzeggend punt:
De westerse kerk is naar mijn mening
actief bezig geweest zichzelf te ondermijnen.
Ze heeft niet langer het vertrouwen om vast te houden
aan haar waarden,
maar sluit zich in plaats daarvan aan bij het koor van stemmen
dat materiële antwoorden toeschrijft
aan spirituele problemen.
God is het interessante aan religie,
en mensen hongeren naar God.
We kijken naar de kerk om ons een ervaring van God,
mysterie, heiligheid en gebed te geven
die, hoewel het misschien niet de tegenstellingen
van de natuurlijke wereld oplost,
ons in contact zal brengen
met de bovennatuurlijke wereld
die een eeuwig leven zal brengen.
Alleen de terugkeer van sterke religie,
een religie die eisen stelt, dwingende verklaringen biedt
voor de problemen van dood en lijden,
en gelovigen een gevoel van verbondenheid
met de levende God geeft,
heeft enige hoop om te concurreren
op de postchristelijke markt.

Nee, in 2024 is religie in het algemeen
en het christendom in het bijzonder
nooit ver van de voorpagina’s geweest,
ten goede noch ten kwade.

God is niet weggegaan.
En de Kerk zal, als ze het beste wil halen
uit een periode waarin mensen in de problemen
weer naar haar kijken,
daar misschien aandacht aan moeten besteden.

‘Armoede is geen schande voor wie arm is, maar voor wie armoede veroorzaakt’

Franciscus van Assisi

‘Habemus Papam!’ Het was vorige week niet van de lucht. Onze katholieke zusters en en broeders hebben een nieuwe bisschop van Rome gekozen, die tevens functioneert als een primus inter pares en wereldwijd het gezicht is van de Rooms-Katholieke Kerk. Hoewel je als protestant misschien je schouders kunt ophalen bij zoveel commotie rond een nieuwe paus, toch is het wel degelijk belangrijk wereldnieuws. Paus FranciscusHet Amerikaanse zakenblad Forbes plaatste zijn voorganger paus Benedictus XVI vorig jaar nog in de topvijf van machtigste personen ter wereld. Hij verkeerde daarop in het gezelschap van de leiders van de VS, Rusland en Duitsland, alsmede van Bill Gates, de oprichter van Microsoft. De argumentatie van Forbes voor deze hoge notering valt te volgen: de paus staat aan het hoofd van 1,2 miljard katholieken, verspreid over de hele wereld, van wie velen grote waarde hechten aan zijn standpunt over ethische kwesties. Het moreel gezag van de ‘plaatsbekleder van Jezus op aarde’ is groot.

Natuurlijk kun je cynisch zijn over de eerste openbare handelingen van de nieuwe paus, die de naam Franciscus voor zich heeft gekozen, en die afdoen als een geslaagd PR-offensief om het gebutste blazoen van de katholieke kerk weer wat uit te deuken en op te poetsen, maar zelf vind ik deze optredens hoopvol.

‘Armoede is geen schande voor wie arm is, maar voor wie armoede veroorzaakt’ zei de man wiens naam en hopelijk ook zijn idealen de nieuwe paus heeft gekozen. In Latijns-Amerika heeft Bergoglio, zoals hij toen nog heette, bewezen midden tussen de armen in te willen staan en compassie met hen te hebben. Ook tijdens zijn eerste pauselijk optreden bleek hij zo op te treden. Mijn hoop is dat hij tijdens zijn pontificaat deze houding voortzet en ook uitbreidt. Dat hij ook een hand wil uitstrekken naar de mensen die geestelijke armoede ondervinden en ook de veroorzakers van die armoede probeert aan te spreken op hun verantwoordelijkheid.

ik hoop op een rijk gezegend pontificaat waarin armoede op velerlei gebied bestreden mag worden. Opdat het moreel gezag van het christendom in de wereld weer gehoord en gewaardeerd mag worden en dat de wereldwijde oecumene door hem bevorderd mag worden.

Deze week hield wielerminnend Nederland de adem in. Want wat zou ‘gevallen’  Touwinnaar Lance Armstrong allemaal gaan zeggen in het programma van talkshowdiva Oprah Winfrey. Hij zou, zo was het idee, het een en ander in haar show gaan opbiechten over zijn vermeende dopinggebruik.

Te biecht gaan. Als protestantse jongen ken ik het instituut ‘biecht’ totaal niet. De meeste protestantse kerken kennen deze instelling immers niet. En naar ik begreep van rooms-katholieken is de biechtprocedure in de meeste Nederlandse katholieke kerken ook zo goed als uitgestorven.

Misschien is dat een resultaat dat het Nederlandse christendom zich steeds meer aanpast aan haar omgeving, want als ik in het buitenland een katholieke kerk bezichtig kom ik regelmatig een biechtstoel tegen die op bepaalde momenten in gebruik is.

De biecht: een van de instellingen die met de Reformatie werd afgeschaft door de meeste protestanten. Ik denk dat het automatisme tussen het opbiechten van bepaalde zaken en het krijgen van vergeving door de biechtvader hen tegenstond. Maar als je zo om je heen kijkt lijkt de neiging van mensen om ergens mee voor de draad te komen (volgens een verklaring was de draad een touw dat in de rechtbank werd gespannen. Getuigen en verdachten moesten zich voor dit touw opstellen als ze werden verhoord. Voor de draad komen zou dan het betekenen dat je dan voor de draad gaat staan om een verklaring af te leggen) nog steeds aanwezig.

Ik heb zelfs wel eens gehoord dat je soms ‘biechtstoelprocedures’ hebt in het openbare (bedrijfs)leven. biechtstoelZo worden religieuze instituten die daar zijn weggesleten weer nieuw leven ingeblazen in het seculiere leven. Misschien omdat die toch belangrijker bleken te zijn dat van te voren werd gedacht? Feit is dat Armstrong zich in een lange rij van ‘bekende’ mensen schaart die soms publiekelijk in praatprogramma’s zaken toegeven die ze soms jarenlang ten stelligste hebben ontkend.

Biechten: hebben de mensen bij de Reformatie het kind met het badwater weggegooid?  Is er geen diepgevoelde neiging van veel mensen om iets te vertellen aan een vertrouwenspersoon om zelf geestelijke rust te vinden? Werken sommige pastorale gesprekken met geestelijken en geestelijke verzorgers soms niet zo zonder dat ze meteen het predicaat ‘biecht’ krijgen opgeplakt? En, naar ik begrijp is Calvijn in wezen altijd voorstander gebleven van een soort ‘biechtprocedure’. Immers, mensen willen soms graag het een en ander vertellen om het misschien alleen maar te delen.

Tussen twee haakjes: een of andere official heeft meteen gezegd dat Armstrong door zijn biecht geen verlossing hoeft te verwachten.

Over het gebruik van religieuze termen gesproken 😉 ….

Schreef ik kortgeleden een blogje over het initiatief voor een (protestantse) Nationale Synode in Nederland, naast deze voorgenomen synode hebben verschillende media een zelfde beweging op meer plaatsen in wereld waargenomen.

Er wordt gewag gemaakt van het gesprek tussen de Russische-orthodoxe archimandriet Ilarion met de rooms-katholieke paus Benedictus XVI om te spreken over een gemeenschappelijk platform tegen de ‘zonde’ van verdeeldheid en vrijzinnigheid. Deze stap wordt gezien als een ‘dooi’ tussen de kerken in Oost en West, die in 1054 scheurden en in de eeuwen daarna nog verder splitsten.

Ook wordt er geschreven over de toenadering van paus Benedictus XVI tot de  Anglicaanse Kerk. Die kerk brak in 1534 met ‘Rome’.

ik schreef dat de media daar aandacht aanbesteedt, maar dat doet ze niet zo schrik en beven. Ik citeer de NRC:

Deze recente pogingen om de schisma’s te boven komen, illustreren dat opzichtig triomfalisme over de teloorgang van religie op zijn minst voorbarig is. Er moet namelijk niet uit het oog worden verloren dat de kerken ook bezig zijn met machtsvorming, en dus politiek bedrijven. Over een brede linie is er sprake van consolidatie van zowel rechtzinnigheid als organisatiekracht. In kwantitatieve termen: wie de christenen aller landen verenigt, verzamelt ongeveer 2 miljard wereldburgers tegen ruim 1 miljard moslims van verschillende denominaties.

Onderhuids voel je al de angst van de atheïst: worden we weer teruggeworpen naar een tijd ver voor de Verlichting waar de religie de macht in handen had? Omineus sluit het artikel af met de volgende waarschuwing:

de scheiding van Kerk en Staat moet het fundament blijven van een liberale democratie!!

De media zien voor hun geestesoog  waarschijnlijk al allerlei kerkelijke gremia geen plaats voor andere meningendie het dagelijks leven weer terugwerpen in die duistere tijd doortrokken van spruitjeslucht en van stille zondagen. Een tijd waarin het geluid van godsdiensten de stem van de redelijkheid overstemt.

Even een vraag van mijn kant: zouden al die breuken tussen de eens ongedeelde christelijke kerk het idee zijn van een atheïst onder het motto:

Verdeel en heers…