president Donald Trump met een dogecoin

 

De importheffingen die Donald Trump op ‘Bevrijdingsdag’(Liberation Day) invoerde,
hebben wellicht geleid tot scherpe schommelingen
op de wereldwijde financiële markten,
maar zijn acties op de markten enkele maanden eerder
waren in sommige opzichten nog merkwaardiger.

Op de vrijdag voor zijn inauguratie als 47e president van de VS in januari
verraste de Republikein velen met de lancering van de $TRUMP memecoin,
die door zijn website werd omschreven als
‘de enige officiële Trump-meme’.
De cryptomunt, waarin Trumps familiebedrijf een belang had,
steeg in waarde tot meer dan $14 miljard in het daaropvolgende weekend.

Op zondag lanceerde Trumps vrouw Melania vervolgens haar eigen memecoin,
$MELANIA, die een waarde bereikte van $8,5 miljard.
Zelfs de dominee die sprak tijdens de inauguratie van de president
lanceerde vervolgens zijn eigen memecoin.

Voor degenen die zich afvragen
wat een memecoin precies is, u bent niet de enige.
In het kort, het is een vorm van cryptovaluta
– een activaklasse die op zichzelf al veel vragen
heeft opgeroepen over de inhoud en het doel ervan –
en die online virale momenten vertegenwoordigt.
Ze hebben geen fundamentele waarde of bedrijfsmodel
en hebben volgens de Amerikaanse effectentoezichthouder
‘doorgaans een beperkt of geen nut of functionaliteit’.

De munten van Donald en Melania Trump
daalden vervolgens in prijs,
maar hebben nog steeds een waarde
van respectievelijk ongeveer $ 2,5 miljard en $ 214 miljoen,
aldus de website CoinMarketCap.

Er bestaan nog veel meer munten.
PEPE, gebaseerd op een stripfiguur kikker,
heeft een waarde van ongeveer $ 3,6 miljard;
BONK, een cartoonhond,
heeft een marktkapitalisatie van $ 1,5 miljard;
en PNUT, een verwijzing naar een eekhoorn
die door de autoriteiten in New York is geëuthanaseerd
en waarover Trump naar verluidt ‘opgewonden’ was
(hoewel er sindsdien twijfels zijn gerezen
over de betrokkenheid van de president bij de kwestie),
wordt nog steeds gewaardeerd
op ongeveer $ 174 miljoen, ondanks de scherpe prijsdaling.

Dogecoin, gezien als ’s werelds eerste memecoin
en oorspronkelijk als grap bedacht,
heeft een marktwaarde van ongeveer $ 25 miljard.

De bereidheid van sommige mensen om een ‘activa
te kopen zonder nut of fundamentele waarde
lijkt misschien vreemd voor meer traditionele beleggers.
Maar het kan worden gezien als slechts één manifestatie
van het speculatieve beleggersgedrag
dat sinds het begin van de coronapandemie
en, sterker nog, in bepaalde perioden
door de geschiedenis heen zichtbaar is.

De prijs van bitcoin steeg onlangs boven de $ 100.000,
ondanks dat veel beleggers
het nog steeds als weinig tot geen waarde beschouwen
Begin 2021 stegen de aandelen van GameStop
– een verlieslatende Amerikaanse videogameretailer
waartegen sommige hedgefondsen gokten –
met maar liefst 2400 procent,
toen particuliere beleggers zich massaal inschreven,
veelal met als doel de short sellers van hedgefondsen pijn te doen
De enorme stijging van AI en andere tech-aandelen
in de afgelopen jaren
– tot de recente volatiliteit als gevolg van invoerrechten –
wordt door sommige commentatoren ook wel een zeepbel genoemd.

Of dergelijke episodes vergeleken kunnen worden
met beruchte periodes van speculatieve manie uit de geschiedenis,
hangt af van je standpunt (en kan vaak alleen achteraf beoordeeld worden)
– of het nu gaat om de Nederlandse tulpenmanie (tulpenkoorts) uit de 17e eeuw,
of de dotcomhausse en -crisis van eind jaren 90 en begin jaren 2000.

Maar het roept wel de vraag op wanneer beleggen
als speculatie of zelfs als gokken beschreven moet worden?
En wat is het goede en het kwade van al die activiteiten?

Gokken kan worden gezien als het riskeren
van een inzet op bijvoorbeeld de uitslag van een kansspel
of sport in de hoop op een hogere uitbetaling.
Hoewel de uitslag vaak puur op toeval berust,
kan in sommige gevallen een strategie of een onderzoekselement
(bijvoorbeeld naar de vorm van een paard of een voetbalteam)
worden gebruikt.
Investeren daarentegen gaat meestal gepaard
met een vermeend economisch nut en activa
waarvan wordt aangenomen
dat ze een onderliggende waarde hebben,
en biedt de hoop op toekomstige winst
(hoewel er ook tal van slechte investeringen zijn
of investeringen die tot nul zijn gedaald).
Hoewel een belegger erop voorbereid moet zijn
de volledige inzet te verliezen,
is een dergelijke gebeurtenis
in sommige gevallen relatief onwaarschijnlijk
(bijvoorbeeld als hij een fonds koopt
dat de prestaties van een grote beurs volgt).
Speculatie is moeilijker te definiëren,
maar wordt over het algemeen gezien
als een kortere termijn dan investeren,
met een grotere kans op een grotere winst of verlies,
en afhankelijk van prijsschommelingen.
Terecht of onterecht heeft de term
een negatievere connotatie dan investeren.

Nell-Breuning was een schrijver
die de ethiek van deze activiteiten onderzocht.
Tevens was hij een jezuïet, theoloog en econoom
en adviseur was van de paus.

Hoewel hij vond dat
‘één algemene definitie niet alle nuances’
van speculatie kan omvatten,
identificeerde hij twee verschillende soorten speculatieve activiteit:
één die puur gericht was op winst maken
met de handel op de financiële markten,
en één die gebaseerd was
op het proberen een levensvatbaar bedrijf op te zetten.

Nell-Breuning ontdekte dat speculatie positieve effecten kan hebben
– denk bijvoorbeeld aan een betere liquiditeit en prijsvorming op een markt,
terwijl speculanten op termijnmarkten voor grondstoffen
producenten in staat stellen risico’s af te dekken.

Maar hij betoogde ook dat er negatieve effecten kunnen zijn,
bijvoorbeeld als speculanten bedrijven
in de reële economie dwingen hun plannen te wijzigen
of tijd en middelen aan de productie te besteden.

En terwijl gokken doorgaans plaatsvindt
binnen een kring van spelers
die ervoor hebben gekozen om deel te nemen,
kan speculatie, schreef hij,
een groter deel van de samenleving beïnvloeden
– bijvoorbeeld als het de koers
van hun aandelen of obligaties beïnvloedt.

De Bijbel waarop Nell-Breunings analyse gebaseerd was
hanteert geen voorschrijvende benadering van dergelijke activiteiten.
Maar hij biedt wel interessante richtlijnen:

Een ondernemende benadering van zakendoen en investeren
wordt geprezen, bijvoorbeeld wanneer Salomo
in het boek Spreuken
de deugden van ‘een voortreffelijke vrouw’ prijst.
Deze deugden omvatten ook het investeren in een akker
en het gebruiken van haar inkomsten uit het bedrijf
om een wijngaard te planten,
en het voeden van haar gezin met haar winst.

Ook Jezus vertelt een verhaal over een meester die,
voordat hij op reis gaat, zijn bezittingen aan zijn dienaren geeft,
ieder naar zijn vermogen.
Aan de een geeft hij vijf talenten,
aan een tweede twee en aan een derde dienaar één.

De eerste dienaar handelt met zijn talenten
en verdient er nog eens vijf talenten bij
– een winst van 100 procent –
en wordt bij terugkomst door zijn meester geprezen.
De tweede dienaar handelt ook
en verdient op dezelfde manier nog eens twee talenten,
waarvoor hij opnieuw geprezen wordt.
Maar de derde dienaar, die bang is
en denkt dat zijn meester ‘een hardvochtig man’ is,
verstopt het geld in een gat in de grond.
Híj wordt veroordeeld als ‘slecht en lui’
en krijgt te horen dat hij het geld
op zijn minst op de bank had moeten zetten.

Hoewel Jezus’ verhaal in de eerste plaats gaat
over hoe we Gods aard zien,
hoe we onze door God gegeven talenten
gebruiken en of we in geloof risico’s voor Hem kunnen nemen,
is het ook moeilijk om investeringen
en zelfs verstandige speculatie
hier niet als deugdzame activiteiten te zien.
Het geld op een bankrekening zetten is,
in dit verhaal althans,
meer een noodoplossing.

Maar de Bijbel waarschuwt ons er ook voor
om geld niet boven alles in ons leven te stellen.
De liefde voor geld is, zoals bekend,
een wortel van allerlei kwaad,
terwijl ons ook wordt verteld
dat we tevreden moeten zijn
met wat we hebben
en dat ‘overhaast verworven rijkdom zal slinken’.

Nell-Breuning waarschuwt eveneens
dat een ‘snel rijk worden’-mentaliteit,
wanneer deze boven alles wordt gesteld,
schadelijk kan zijn,
en hij adviseert voorzichtigheid
in situaties waarin de verleiding
van grote winsten de speculant
tot marktmanipulatie of fraude kan verleiden.

Zowel gokken als cryptohandel
kunnen immers gevaarlijke
en schadelijke verslavingen worden
die behandeling behoeven.
Uiteindelijk worstelde Nell-Breuning
om tot een simpele conclusie te komen
over de vraag of speculatie
op zich moreel al verwerpelijk is.
Het is, schreef hij,
een oordeelsvorming voor de betrokkenen.

Bij het nemen van dergelijke beslissingen
is het wellicht de moeite waard
om zijn waarschuwingen
– en die van de Bijbel –
in gedachten te houden.

 

Het Zoutpad (The Salt Path) is een internationale bestseller en is zelfs verfilmd.
Maar hoe kan het dat de memoires van een echtpaar van middelbare leeftijd
dat het South West Coast Path bewandelt, toch zo’n impact hebben?

Nou, omdat we ons kunnen herkennen
in het verhaal. Het klinkt oprecht.
Het gaat over het leven zoals we dat kennen,
ook al hebben we de 1014 kilometer
van het pad niet van begin tot eind afgelegd;
Een reis die gelijkstaat aan het vier keer beklimmen
van de Mount Everest.

In de aanloop naar hun wandeling
krijgen Raynor (Ray) en Moth Winn
een reeks klappen te verduren.
Ze raken bankroet en dakloos,
en worstelen met een
verslechterende gezondheid.

En op het punt dat de deurwaarders
aan de deur kwamen
om beslag te leggen
op hun boerderij,
ziet Ray een oud boek liggen:
500 Hundred Mile Walkies van Mark Wallington,
en ze raakt geïnspireerd.

Zij zegt tegen Moth: ‘We zouden gewoon kunnen gaan lopen.’

En dat deden ze.

Maar welke waarheden over het leven en onze menselijke ervaring
onthult dit verhaal dan voor ons?

Ten eerste dat leven onzeker is.
Want er gebeuren nare dingen in ons leven.
Soms veroorzaken we het zelf,
als gevolg van verkeerde of ondoordachte beslissingen.
Een andere keer is het volkomen onverdiend.
Het leven keert zich tegen ons
en bijt ons hard in de kuiten.
We blijven achter met een verdoofd hoofd
en tollen rond met de aanhoudende
maar onbeantwoorde vraag: ‘Waarom ik?’

Voor Ray en Moth Winn is het mislukte een investering
in het bedrijf van een goede vriend.
De deal die de vriend smeedde,
maakte Ray en Moth verantwoordelijk
voor alle schulden van zijn bedrijf.
Het einde van een lange juridische strijd
en betekende dat ze alles verloren:
hun boerderij, hun huis, hun bedrijf
én de goede vriend.

Maar diezelfde week bevonden ze zich ook
in een ziekenhuis in Liverpool
waar ze de diagnose kregen
voor de chronische schouderpijn van Moth.
Het was niet een vermoedelijke zenuwschade,
maar eerder de fatale neurologische aandoening
corticobasale degeneratie: CBD.

En of het nu gaat om het South West Coast Path
of de bekende details van ons eigen leven,
we kunnen nooit volledig anticiperen op morgen.
We weten niet wat er achter de volgende landtong ligt
of welke onaangename verrassingen
het leven ons kan brengen.
Nee, we moeten in het nu leven.
Het heeft geen zin om ons zorgen te maken over morgen;
We kunnen alleen in vandaag leven.

Of zoals Ray tegen het einde van hun tocht memoreerde:

‘Deze seconde in de miljoenen seconden was de enige,
de enige waarin we konden leven.’

Want wie ben ik werkelijk?

Aan het begin van het boek herinnert Ray zich:
‘Ik heb ooit een lezing van Stephen Hawking bijgewoond,
waarin hij zei:
‘Het is het verleden dat ons vertelt wie we zijn.
Zonder het verleden verliezen we onze identiteit.’
Misschien probeerde ik mijn identiteit te verliezen,
zodat ik een nieuwe kon verzinnen.’

Wie zijn we als alles ons ontnomen wordt?
Wat definieert ons?
Dakloosheid en werkloosheid,
vragen over waar we vandaan komen
en wat we doen zijn niet alleen ongemakkelijk,
ze creëren ook een existentiële leegte.

Ray en Moth, die vaak voor zwervers worden aangezien,
merkten dat mensen hen anders behandelden:
Sommigen vertrokken stilletjes,
en met het oog op de ziekte van Moth
waren anderen nog directer: ‘Compleet onverantwoord!’
Maar het oordeel van anderen bepaalt niet wie we zijn.
Maar wie waren zij eigenlijk in deze nieuwe wereld van hen?

En dan is er nog de impact
van een verslechterende gezondheid.
Elke fase van achteruitgang
belooft te ondermijnen
wat er fysiek mogelijk is
en vereist een herdefiniëring
totdat er helemaal niets meer over is.

Maar identiteit gaat dieper dan dat.
Het vormt de kern van wie we zijn,
in ons diepste wezen.
Het is de som van onze ervaringen en keuzes,
onze successen en mislukkingen,
van wat we met plezier hebben omarmd
en wat het leven ons onverwachts
heeft toegeworpen.
We zijn unieke individuen met intrinsieke waarde,
waarde en waardigheid.
Mensen die liefhebben en bemind worden.

Aan het einde van het pad mijmert Ray:

‘De meeste mensen gaan hun hele leven
door zonder hun eigen vragen te beantwoorden:
Wat ben ik, wie heb ik in mij? De grote dingen.
Wat een verspilling.’

Misschien is dat
één van de aantrekkelijke kanten
van wandelen
het ruimte maken is:
ruimte om de afleidingen
en drukte van ons extreem compliceerde leven te vergeten,
zodat zelfontdekking kan intreden.

Maar hoe krijg je het voor elkaar
om 1000 kilometer te lopen?
Hoe kun je de eisen voldoen van het beklimmen
van onbekende heuvels en kliffen
en het navigeren door hun kloven en ravijnen?

En bovendien het beruchte Engelse weer trotseren?
En dat met weinig geld
en alleen een tent als rustpunt:
als het regent, word je nat
en blijf je nat,
en als het koud is,
ril je en trek je zoveel mogelijk lagen kleding aan.
Zélfs in augustus kan het een uitdaging zijn.

Wandelen, eten, slapen en dat maar blijven herhalen.
Soms is het enige wat je kunt doen,
de ene voet voor de andere zetten.

‘Elke stap had zijn eigen resonantie,
zijn moment van kracht of mislukking.
Die stap, en de volgende
en de volgende
en de volgende,
was de reden en de toekomst.
Elke dag overleefd
was een reden om de volgende te overleven.’

Ja, er is altijd keuzevrijheid.
Er is altijd de mogelijkheid
om vandaag te kiezen
welk pad je wilt bewandelen
en met welke houding.
Toegeven of doorgaan,
defaitistisch of hoopvol zijn,
klagen of gul zijn;
Die keuzes zijn er altijd,
zelfs als ze beperkt zijn.
Zelfs na oneerlijke beslissingen
en onverwachte tragedies
kiezen we vandaag
de weg die we nemen.
En soms is dat alles
wat we kunnen opbrengen.

Het verhaal van Ray en Moth
zit vol momenten van vriendelijkheid en warmte.
Van de verliefde serveerster
die hen de overgebleven pasteitjes
van de dag toestopt
tot de vrijgevigheid
van een hippiecommune:
er is een terugkerend thema
dat een onderliggende goedheid
in de aard van mensen weerspiegelt.
En vaak zijn het degenen
met het minste
die het meest vrijgevig
en attent blijken te zijn.

Meer dan eens delen Ray en Moth
zelf hun schamele voedselvoorraad
– met name hun kostbare fudgerepen –
met mensen die in een onzekerdere situatie
verkeren dan zijzelf.
Een andere keer
belanden ze in een gespannen
en potentieel gewelddadige situatie
met een jonge vrouw,
die het slachtoffer is van een gewelddadige relatie.
Ze bieden haar gezelschap aan en een uitweg
en betalen uiteindelijk haar busreis van £5
om naar haar familie te gaan.

Er is iets hartverwarmends aan vriendelijkheid,
iets verheffends.
Zowel de gever als de ontvanger
voelen zich bemoedigd,
lichter en gelukkiger.
Het gezegde ‘het is ‘beter te geven dan te ontvangen
blijkt de tand des tijds te hebben doorstaan.

Vriendelijkheid blijkt dieper in de aard der dingen te zitten,
dan we ons kunnen voorstellen.

The Salt Path gaat over de relatie tussen Ray en Moth:
Hoe ze onvoorstelbaar moeilijke omstandigheden trotseren
en er samen een weg doorheen vinden.
Dit is een diep hoopvol verhaal.
En daaruit kunnen wij ook hoop putten.

Er was niets religieus aan wat ze deden
of zoals in het boek klinkt:
‘Het is toch geen pelgrimstocht?’

Aan de ene kant is het puur een reactie op wanhoop.
Maar te midden van dit alles hebben ze elkaar.
Tweeëndertig jaar samen, begonnen ze hun relatie
toen Ray 18 was,
en ze zijn nog steeds diep verliefd.
Ze belichamen de waarden
die in de huwelijksgeloften zijn vastgelegd:

‘… om te hebben en te houden vanaf deze dag, in voor- en tegenspoed,
in rijkdom en armoede, in ziekte en gezondheid,
om te beminnen en te koesteren,
tot de dood ons scheidt…’

Nee dat is geen slap sentimenteel gewauwel,
maar eerder liefde
die zichzelf bewijst
in het licht van de aanval
van ‘het ergere… het armere…’
van ‘de ziekte… de dood’.

Het einde van hun reis bracht Ray tot het besef:
‘Ik was thuis, er was niets meer te zoeken, zij was mijn thuis.’

of zoals een oude Bijbelse dichter ooit eens schreef:

‘Draag mij als een zegel op je hart,
als een zegel op je arm.
Sterk als de dood is de liefde,
beklemmend als het dodenrijk de hartstocht.
De liefde is een vlammend vuur,
een vuurgloed van de HEER.
Zeeën kunnen haar niet doven,
rivieren spoelen haar niet weg.
Zou een man met al zijn rijkdom
liefde willen kopen,
dan werd hij smadelijk veracht.’
(Hooglied 8)

Het boek wekt herkenning op
omdat ze ons het leven dat we kennen,
omdat het de levens die we leiden,
weerspiegelt.
Ja, onze levens zijn
als het ware aanwezig
in de keuzes die Ray en Moth maken,
maar dat verheldert de zaken voor ons.
De meesten van ons zullen zich
nooit in dezelfde situatie bevinden als zij,
maar we kunnen ons inleven.
De meesten van ons zouden
nooit overwegen om te doen wat zij deden,
zelfs als we dat wél waren.
Maar ondanks alles
zien we het,
begrijpen we het
en lijkt het logisch.

Voor mij speelt het meest aangrijpende
en veelzeggende moment van het verhaal
zich af als Moth zegt:

‘Als het zover is, het einde, wil ik dat je me laat cremeren.
Bewaar me dan ergens in een doos,
en als je doodgaat, kunnen de mensen ook jou erin stoppen,
ons dan door elkaar schudden en ons samen op pad sturen.
Zo kunnen ze ons naar de kust laten gaan,
in de wind,
en samen vinden we de horizon.’

NASCHRIFT
Recentelijk zijn er twijfels gerezen over de
de waarachtigheid van delen van dit verhaal.
Ja, als deze kritiek waar is
doet het zeker iets af van het verhaal.
Toch denk ik dat de onderliggende ervaringen
of ze nu fictief of niet-fictief zijn
blijvende universele zeggingskracht mogen hebben
die mensen kan bemoedigen.
Daarover in mijn volgende webpost.

 

De kerstboom is allang weer afgetuigd,
het weer is grijs en nat,
(en voor sommigen: de nieuwe regering Trump treedt vandaag aan)
het leven is wéér duurder geworden,
en we hebben onze nieuwjaarsvoornemens waarschijnlijk al gebroken;
ja, januari lijkt veel uit te moeten leggen!

Zozeer zelfs dat deze maandag, de derde maandag in januari zelfs
Blue Monday is genoemd – de meest deprimerende dag van het jaar.

Het idee is een marketingtool en ontwikkeld met behulp van een wiskundige vergelijking
die rekening houdt met alle elementen van de ellende in januari…
En de remedie? Een zonnige vakantie boeken.

Het klinkt logisch, nietwaar?
Voelen we ons niet allemaal een dip in de donkere koude dagen midden in januari?

Maar het probleem is dat Blue Monday is gebaseerd
op een nogal wankele pseudowetenschap
die puur is bedacht voor een reisorganisatie
om hun zomervakanties te verkopen.
In de vergelijking zijn de eenheden niet gedefinieerd
en kan de formule niet worden geverifieerd,
waardoor deze effectief nutteloos is.

Desondanks heeft het idee van Blue Monday
onze verbeelding en onze aandacht gevangen;
wat betekent dat het idee is blijven hangen,
ook al is het niets meer dan een marketingcampagne
die al in 2005 is geschreven.
Het idee is blijven hangen omdat het logisch is.

En we willen graag onze gevoelens begrijpen, toch?
Als we een specifieke reden kunnen aanwijzen
waarom we ons somber of ongemotiveerd voelen,
voelen we ons minder alleen.
Misschien is dat de reden
dat het idee van Blue Monday al twintig jaar bestaat.

Voor sommigen kunnen de seizoenen
een tastbaar effect hebben op de geestelijke gezondheid,
en tot wel drie procent van de mensen leeft
met ‘ernstige winterdepressie’
en gimmicks als Blue Monday
riskeren de verzwakking van een seizoensgebonden affectieve stoornis
te bagatelliseren.

Zelfs voor degenen onder ons
die niet met seizoensgebonden psychische aandoeningen leven,
hebben we verschillende behoeften afhankelijk van de seizoenen.
Onze energiebalans kent het hele jaar door een soort eb en vloed:
het is natuurlijk om in een rustiger tempo te willen leven
tijdens de donkere wintermaanden;
veel mensen slapen en eten meer
als we kortere dagen en langere nachten hebben.

Emotioneel zullen we ook seizoenen hebben
waarin we het leven net zo levendig ervaren als de lente
en andere seizoenen waarin we ons willen terugtrekken
en de behoefte voelen om te rouwen om onze verliezen
terwijl de zaden zich onder de grond verstoppen,
weg van de kou, wachtend om te bloeien.

Iemand schreef eens:
‘Planten en dieren vechten niet tegen de winter;
ze doen niet alsof het niet gebeurt en proberen
niet hetzelfde leven te leiden als in de zomer.
Ze bereiden zich er op voor.
Ze passen zich aan.
Ze voeren buitengewone metamorfoses uit
om ze erdoorheen te helpen.’

Het is iets dat zowel de Bijbel als het kerkelijk jaar erkennen,
dat we ons moeten aanpassen aan de seizoenen
van het leven waarin we leven.
De schrijver van Prediker, sommigen denken dat het koning Salomo was,
schrijft dat in hoofdstuk 3
‘er een tijd is voor alles, en een seizoen voor elke activiteit onder de hemel’ 
en hij gaat verder met het opnemen van leven en sterven,
planten en ontwortelen, doden en genezen.

We kunnen worden aangemoedigd
door het feit dat er geen specifieke dag is
die meer of minder deprimerend is dan een van de andere,
maar ook de veranderende seizoenen herkennen
die onze emoties doormaken
op dezelfde manier als de natuurlijke wereld dat doet.

Wat ertoe doet, is dat we ons richten op het seizoen
van het leven waarin we ons bevinden
en het niet ontkennen.
Het kerkelijk jaar stelt ons in staat
dit te doen door middel van liturgie,
terwijl we door Advent, Kerst, Vastentijd, Pasen
en gewone tijden fietsen.
Er zijn mogelijkheden om te rouwen om ons verlies,
onze vreugde te vieren, lessen te leren en te oefenen
wat het betekent om in gemeenschap te zijn
door elke emotie heen.
Om ons door deze seizoenen te bewegen
geven we onszelf de kans
om onze emotionele spieren te strekken in rouw, vreugde
en gewoon uit te vinden hoe
we door het dagelijks leven kunnen navigeren!

Paulus, die in de begintijd van de kerk pastor was
en aan veel gemeentes schreef,
vertelde om
met je blije vrienden te lachen als ze blij zijn;
deel tranen als ze down zijn’, (Romeinen 12)
en ik denk dat dit eenvoudig advies is voor ons
terwijl we door de seizoenen van ons leven en het jaar reizen.
Alle emoties – hoe ongemakkelijk ze ook mogen zijn –
hebben aandacht nodig.

Ja, Blue Monday mag misschien een marketingmythe zijn,
maar erkennen dat we ruimte moeten maken
voor al onze gevoelens
– de blije en de verdrietige –
kan precies de aanmoediging zijn die we nodig hebben.