‘De brutalen hebben de halve wereld’, zegt een spreekwoord.
Mondigheid wordt hoog aangeslagen,
en wie zijn mond niet genoeg open doet laat over zich heenlopen, vindt men.
Assertiviteit is in. Je kunt er trainingen in volgen.
Maar is dat nu allemaal alleen positief?
Het gevaar bestaat dat iedereen alle aandacht wil voor zijn of haar persoonlijke punt,
terwijl het algemeen belang op de achtergrond verdwijnt.
Veel christelijke deugden worden algemeen aanvaard als goed in onze maatschappij:
eerlijkheid, trouw, liefde…
Voor één ding geldt dat echter niet:
de waardering die het christelijk geloof heeft voor nederigheid.
Nederig, wie wil dat nu zijn? Het roept al snel negatieve associaties op.
Dan heb je zeker een laag zelfbeeld – tijd om daar iets aan te doen!
Wat is echter ware nederigheid?
Dat is niet minder van jezelf denken, het is minder áán jezelf denken.
Een leven leiden waarin niet alles ten diepste om jezelf draait.
Aan nederige, bescheiden mensen is volgens mij grote behoefte in deze tijd van het ‘dikke ik’.
Maar hoe word je zo? In veel hedendaags denken lijkt het een onmogelijke optie.
Zelfs als je goed doet, zo wordt wel gezegd, is dat tenslotte verkapt eigenbelang,
of een evolutionaire aanpassing die de kansen van onze soort vergroot.
Ik denk dat je ten diepste God nodig hebt om voorbij eigenbelang te komen.
Sowieso, als er iemand boven je is, ben je zelf niet meer de maat van alle dingen.
Maar ook omdat de Allerhoogste zelf de allerminste werd in Jezus, gekruisigd als misdadiger.
Hij doet het voor!
Jezus zei eens: ‘gelukkig zijn de zachtmoedigen, zij zullen de aarde beërven’.
Brutale mensen mogen de halve wereld hebben,
maar wie Jezus volgt op de weg van nederigheid zal de héle wereld hebben!

 

Het is verkiezingstijd.
En één van de grote onderwerpen die ook de komende strijd bepalen
is het topic over de instroom van vluchtelingen.
Het kabinet is er zelfs over gevallen.
Mensen die wegvluchten voor de onveiligheid, onvrijheid
of simpelweg een boterham willen verdienen.
Wie zou in zo’n onzekerheid willen leven?
Maar de ze mensen moeten we buiten de deur houden, want…

Een groot voorbeeld voor zo’n hardvochtige opstelling is dan
de Hongaarse premier Orbán is een persoon
die altijd als hardliner de harten van heel veel mensen wint.
Hij zegt namelijk: we moeten geen vluchtelingen opnemen,
want de grote toestroom van moslims bedreigt de christelijke identiteit van ons continent.
En op 3 mei jl. stemde dus een overweldigende meerderheid van het Hongaarse parlement,
gecontroleerd door de partij van premier Viktor Orbán,
voor een resolutie met daarin klip-en-klaar de verklaring:
‘Wij willen geen immigratieland worden.’
De media sprongen er bovenop, gezagsdragers deden ronkende uitspraken op radio en tv.
Inmiddels zijn deze woorden opgepikt door landen als Polen en Slowakije,
die met zo’n redenering de asielzoekers weigeren die de EU hen wil toebedelen.
Deze woorden maken mij echt boos en verdrietig.
Want bedreigt deze instroom je identiteit, als er in Europa allang zo’n 50 miljoen moslims wonen?
Weet u trouwens wat verbazend is?
Op dezelfde dag nam hetzelfde Hongaarse parlement
ook een wet aan die het stukken makkelijker moet maken
om gastarbeiders van buiten de Europese Unie
op tijdelijke arbeidscontracten naar Hongarije te halen.
Dat gebeurde heel stilletjes en kreeg amper aandacht in de media.
Want Hongarije heeft tussen 2010 en 2023 300.000 inwoners verloren
door emigratie en lage geboortecijfers.
En als lagelonenland waar veel westerse bedrijven afgelopen jaren fabrieken hebben gevestigd,
is het land nu begonnen hoge aantallen Aziatische arbeidskrachten te importeren.
Volgens het Hongaarse statistiekbureau waren dat er in 2022 86.000
– een stijging van 14 procent ten opzichte van het jaar ervoor.

Maar goed, het eerste nieuws is uitermate droevig en ik word er boos van.
Vooral word ik boos en droevig, omdat uit deze woorden
een totáál onbegrip blijkt van wat ‘christelijke identiteit’ inhoudt.
Houdt dat niet in dat je een volgeling van Jezus bent, en zijn woorden serieus neemt?
En wat, denkt u, zou Jezus doen als hij geconfronteerd werd met zoveel mensen in nood?
Ik zal een paar woorden van Jezus aanhalen.
‘Wees barmhartig, zoals uw hemelse Vader barmhartig is’.
‘Ik had honger en jullie hebben mij te eten gegeven,
dorst en jullie hebben mij te drinken gegeven.
Ik was een vreemdeling en jullie namen mij op…
want alles wat jullie gedaan hebben
voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan’.

Als een continent, een land of een premier zich ‘christelijk’ noemt
en er komen vluchtelingen op zijn pad,
dient dan niet de eerste gedachte te zijn hoe je kunt helpen?
Daarná komen pas de moeilijke vragen over wat je samen aankunt en waar grenzen liggen.
Het startpunt ligt geheel anders: niet bij ‘houden wat we hebben’
– want ik vrees dat Orbán ten diepste dat bedoelt – maar bij bewogenheid.

 

Hebt u iets met zelfbeheersing, met discipline?
Ik denk dat velen van ons zullen zeggen:
Natuurlijk is zelfbeheersing iets belangrijks.
Je kunt niet leven vanuit impulsen.
Iets doen vanuit een opwelling is meestal niet zo verstandig.
We leren het ook onze kinderen:
denk eerst even na voordat je iets besluit.
Mijn volgende vraag is dan:
is zelfbeheersing ook van belang in uw leven als christen?
Hoort discipline voor u bij een christelijke levensstijl?

Wellicht dat sommigen nu wat aarzelen.
Misschien dat u denkt:
mijn geloof draait meer om dankbaarheid, blijdschap en vrijheid.
Vroeger lag er teveel nadruk op wat niet mocht.
Of op wat juist wel moest.
Maar gelukkig heb ik dat achter me mogen laten.
En dat woord discipline, dat doet me teveel daaraan denken.
Het klinkt zo dwingend, zo streng…
Juist in onze tijd kom je ook veel mensen tegen
die het helemaal gehad hebben met zelfbeheersing.
Zij hebben het veel liever over zelfexpressie.
Doe de dingen op je gevoel. Volg je hart.
Kies eindelijk eens voor jezelf.
Leef niet zo met de rem op, zo verkrampt.
Laat jezelf eens lekker gaan. Mens durf te leven…

Iemand schreef pas ergens:
Vaak was de kerk iets van een oase in de woestijn.
Maar in onze cultuur en in onze tijd
zou de kerk eerder een woestijn moeten zijn.
Een woestijn te midden van de overvolle oases van deze wereld.
Een plek waar je de zegen leert van de eenzaamheid en de stilte.
Waar je niet alleen leert feesten maar je ook oefent in vasten.
In de kerk zouden we er niet op gericht moeten zijn
om elkaar zo tevreden mogelijk te maken.
Waar we niet elkaars honger proberen te stillen.
Waar alles leuk moet zijn en fijn en gezellig.
Zou de kerk vandaag niet vooral een plaats mogen zijn.
Waar we iets opsnuiven van het aroma van een goede maaltijd.
En ons dan realiseren dat we een hart hebben dat honger heeft.
En dat we elkaars honger niet kunnen en ook niet hoeven te stillen.
Omdat een mens leeft niet van brood alleen,
maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.

Jezus zegt:

‘Ik sta voor de deur en klop aan.

Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen, en we zullen samen eten,

Ik met hem en hij met Mij.’

Openbaring 3,20

Laten wij Jezus binnen? Is Hij welkom?

Of hebt u als Hij aanklopt of belt voor een afspraak niet het lef om ‘nee’ te zeggen?

Maar eigenlijk zit je niet op Hem te wachten.

Want je bent druk, je hebt geen zin in kritische vragen.

Het kan ook zijn dat je Jezus in je huis binnen laat omdat je wilt weten wie Hij is.

Wat heeft Hij jou te bieden?

Of jullie vrienden worden hangt er maar net van af

of Jezus een beetje in jouw straatje past.

Want we willen wel zelf blijven bepalen wat er in ons huis gebeurt.

Dat gebeurde ook in het leven van Zacheüs. Dat Bijbelverhaal staat in Lucas 19.

Jezus liep door de stad Jericho. Daar was een man die Zacheüs heette.

Zacheüs was een rijke belasting ambtenaar voor de Romeinen.

Zacheüs wilde Jezus zien en omdat er veel mensen waren en hij klein van stuk was,

klom hij in een vijgenboom om Jezus te kunnen zien.

Toen Jezus daar langskwam, keek Hij naar boven en zei:

Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet Ik in jouw huis verblijven.’

Zacheüs kwam naar beneden en ontving Jezus vol vreugde bij zich thuis.

Ook Zacheüs is dus zo’n iemand die te weten wil komen wat voor iemand Jezus was.

En hij klimt daar zelfs voor in een boom.

Als Jezus dan passeert en onder die boom staat kijkt Hij omhoog en zegt:

vandaag moet ik in jouw huis zijn.’

Wilde Zacheüs dat?

Nee, het zal vooraf wel niet de bedoeling van Zacheüs zijn geweest.

Maar Jezus nodigt zichzelf uit

en door dat binnen laten van Jezus wordt z’n hele leven op zijn kop gezet,

verandert het leven van Zacheüs totaal.

Wij leven in een wereld waarin we volop met ons zelf

en onze eigen belangen bezig kunnen zijn.

Waarin we veroordelen wie anders is of anders denkt dan wij.

Maar Jezus is naar de aarde gekomen om ons een andere wereld te brengen,

een nieuwe wereld.

De wereld waarin God centraal staat, waarin we oog hebben voor elkaar,

waarin recht gedaan wordt en alles eerlijk verloopt.

Een wereld waarin niemand wordt buitengesloten,

vernederd wordt of tekort gedaan of benadeeld.

Die wereld komt Jezus bij Zacheüs brengen

en Hij wil die wereld ook achter jouw voordeur brengen.

Laat Jezus binnen in alle aspecten van je leven: in je relaties (slaapkamer),

je prioriteiten (de weekplanner in de keuken), je omgang met je bezit (zolder).

Laat Jezus je vuile was doen (badkamer).

Ga met Jezus de kelder in om donkere herinneringen op te ruimen,

zodat jij de deur niet meer krampachtig dicht hoeft te houden.

Laat Jezus toe in je bijkeuken, waar je iedere keer struikelt

over de niet-opgeruimde rommel in je leven.

Laat Hem helpen om zonden en verleidingen op te ruimen.

Vaak laten we Jezus buiten de deur staan, op de stoep. De regie opgeven is voor ons moeilijk.

Je wilt je leven graag houden zoals het is.

En als we Jezus al in ons huis binnen laten,

dan is het vaak alleen in de gang of in de opgeruimde woonkamer, waar Hij nauwelijks kwaad kan.

Kapsel jij Jezus in of kapselt Hij jou in?

Probeer jij Jezus in jouw straatje te passen of ga jij de weg die Hij wijst?

Jezus wil bij ons binnenkomen, Hij wil ons leven binnenkomen.

Hij staat voor de deur en Hij klopt.

Jezus wil in ons leven komen als brenger van een nieuwe wereld,

Gods nieuwe wereld.

‘En toen Barnabas daar gekomen was en de genade van God zag,
werd hij verblijd en spoorde hij hen allen aan
om met een hartelijk voornemen bij de Heer te blijven.’
(Handelingen 11,23)

 

Hoe kijk je naar de dingen, de situaties, de mensen die je tegenkomt?

En welke woorden geef je eraan?

Barnabas heeft daarin een heel eigen stijl.

 

In Handelingen 11 lezen hoe het christendom zich verspreidt

vanuit Jeruzalem naar onder meer de stad Antiochië.

Daar ontstaat een gemeenschap van gelovigen

waaronder ook mensen met een niet-Joodse achtergrond.

Deze geruchten bereiken de moedergemeente in Jeruzalem.

Daar bevinden zich ook alle apostelen

die zelf met Jezus zijn opgetrokken en door Hem zijn aangesteld.

En vanuit het hoofdkwartier van de kerk

wordt iemand naar Antiochië gestuurd

om eens poolshoogte te namen en te zien wat daar gaande is.

 

En de man die gestuurd wordt is Barnabas.

Zelf is hij een Leviet, houdt zich strikt aan de wetten.

En dan ziet hij daar in Antiochië voor het eerst van zijn leven

niet-Joden, onbesnedenen, die zich laten dopen,

die Jezus willen volgen, een gemeente vormen.

Het ziet er allemaal zo anders uit, zo niet vertrouwd.

En je kunt je helemaal voorstellen dat bij Barnabas alle alarmbellen afgaan.

Dit is allemaal zo niet kosher, zo niet hoe hij het gewend is.

Hij had ze tot de orde kunnen roepen en

uit kunnen leggen hoe we dat in Jeruzalem doen.

Hij had kunnen wijzen op het hellend vlak.

Jullie weten toch:

van het een komt het ander en waar zal dit allemaal toch toe leiden.

 

Misschien kunnen we ons eens spiegelen aan iemand als Barnabas.

In hoeverre kijken wij op deze manier?

Zijn wij in de ander op zoek naar sporen van genade?

Kunnen wij ook oprecht blij zijn als we iets waarnemen van genade bij de ander?

En: durven we dat dan ook als zodanig te benoemen?

 

We leven in een tijd van secularisatie

waarin veel van wat te maken heeft met geloof

en God wordt verdrongen naar de marge van de samenleving.

Geloof wordt steeds meer gezien als iets wat thuishoort in de privésfeer.

Het gevolg er van kan zijn dat je je ontwent

om op een geestelijke manier naar de dingen te kijken

en op een geestelijke wijze erover te spreken.

 

Wat zeg je tegen elkaar in de gemeente: Succes? Zet hem op? Of: zegen van God.

Als je diep wordt aangesproken door woorden van God, zeg je:

fijne dienst, mooie preek, wat een spreker is dat.

Of: ik denk dat de Heer me vandaag iets wilde duidelijk maken.

 

Hoe vertel je over je genezing? Wat kunnen ze tegenwoordig toch veel hé?

Ja, ik ben echt een bijtertje, mij krijgen ze niet klein.

Of: het is de Heer die mij draagt, en heelt en geneest.

Slaan we elkaar bemoedigend op de schouder

of durven we ook eens de ander een hand op het hoofd om hem, haar

te zegenen in de naam van Jezus?

Zeg je tegen iemand die je de vrede van God brengt:

bedankt voor je bezoek, een beetje aandacht doet goed.

Of: ik heb in jou vandaag iets van Jezus gezien.

 

‘We leven niet in een tijdperk van verandering,

maar beleven de verandering van een tijdperk’, zegt paus Franciscus.

Daarbij veranderen ook de vormen van religie

en hun rol in de afzonderlijke samenlevingen en culturen.

De secularisatie heeft niet het einde van de religie gebracht,

maar een transformatie.

Terwijl sommige vormen van religie heftig door elkaar worden geschud,

zijn andere zo vitaal dat ze zich juist uitbreiden, over hun eerder grenzen heen.

Traditionele religieuze instellingen hebben hun monopolie op religie verloren.

In de geschiedenis openbaart God zich in het geloof,

de liefde en de hoop van mensen, ook van mensen in de marge van de kerken

en buiten de zichtbare grenzen daarvan.

De zoektocht naar God ‘in alle dingen’ en in alle historische situaties

bevrijdt ons leven van een ik-gerichtheid en leidt ons naar een openheid.

Hierin zie ik een teken van de tijd, een licht van hoop, zelfs in moeilijke tijden.

 

Deze wereld heeft en houdt Barnabassen nodig.

Mensen in wie de Geest van God woont en werkt.

Mensen die door de dingen heen kunnen kijken

en zien waar God zijn werk aan het doen is.

En die dat ook bij anderen opmerken, benoemen en versterken.

Je bent een gezegend mens als je iets hebt van Barnabas.

Dat als mensen jou ontmoeten en meemaken

ze zich gezien voelen en gekend, bemoedigd, versterkt.

En we zo bij elkaar verlangen oproepen

om samen nog veel meer te gaan zien en meemaken

van de genade en glorie van onze God.

 

Van toen af trokken velen van Zijn discipelen zich terug en gingen niet meer met Hem mee.
Jezus dan zei tegen de twaalf: Wilt u ook niet weggaan?
Johannes 6,66-67

De deur dichtslaan doen mensen die niet meer geloven, niet meer hopen.
Die gooien de deur dicht en gaan op z’n best naar het Museumplein of naar het Malieveld.
De vanzelfsprekende van het doorgeven van het geloof is,
zeker in een geseculariseerde maatschappij zoals de onze, verleden tijd.
Het geloof wordt, onder invloed van de verlichting,
tegenwoordig vooral gezien als een geheel van opvattingen
die sterk betwistbaar en bijzonder onwaarschijnlijk zijn,
in elk geval inferieur aan de wetenschap.
Tegelijk neemt de afkalving van religieuze praktijken
en van een hecht christelijk gemeenschapsleven dramatische proporties aan.
De moderne apologetiek
lijkt aan deze situatie niet echt iets te kunnen veranderen.
Integendeel, zij lijkt zelf onderdeel van de negatieve context en ontwikkeling.
Zij lijkt in elk geval, samen met het geloof, maatschappelijk irrelevant te worden.
Maar dat is paradoxaal genoeg ook het geval met het atheïsme,
dat eveneens in ongenade is gevallen.
We zijn collectief als het ware ‘voorbij geloof en ongeloof’:
ook al is vooral geloven helemaal not done.
Moeten gelovigen in deze situatie dan niet radicaal om gekeerde beweging maken
en terug (hun) geloof als vertrouwvolle manier van leven omarmen en verdiepen?
Eens startte de gemeente start klein. Werd zelfs vervolgd. Maar Jezus wint het tot in Rome.
Wat is dan de kracht?
Juist in deze tijd van Jezus’ schijnbare afwezigheid valt het op als iemand tot geloof komt.
Of op een andere manier wordt iemand onverwacht geraakt door Jezus.
Het gebeurt. Wat is dat een onvoorstelbare kracht. Dat komt echt uit het niets.
Efeze 1 vergelijkt het met de kracht van de opstanding van Jezus.
Je staat stomverbaasd te kijken. Jezus geeft het. God is er, Hij is betrouwbaar.

Wat dat betreft is deze tijd juist echt een heel hoopvolle tijd.
Je hebt in onze snelle cultuur een tegenbeweging van slow: bijvoorbeeld slowfood
In plaats van de snelle hap neem je de tijd voor je maaltijd.
Zo doet Jezus vandaag ook. Slow-believe;
dat leert Jezus ons.
Kijk in het detail van je leven. Merk jij dat Jezus er is?
In een situatie dat je zoveel ellende meemaakt,
merk je op: mensen staan echt om me heen. Ik word niet losgelaten.
Dan vergroot misschien ook de mogelijkheid van een eigentijdse reflectie.
Je wordt niet losgelaten

Het verhaal van Jezus’ lijden en uiteindelijke dood aan het kruis, is geen punt. Het is een komma. Want het verhaal gaat door.
Met dat zelfde beeld zou je het verhaal van Pasen kunnen samenvatten.
Het woord zelf, betekent zoveel als, doortocht, voorbij gaan.
Geen punt, maar een komma. Het leven gaat door. Zijn leven gaat door.
Het contact is niet verbroken,
ook al is het lijntje dat wij daarmee onderhouden misschien wel dun geworden,
of ben je het soms even kwijtgeraakt, dat kan.
Maar Pasen vieren, is toch steeds ook weer van ons uit bezien, de draad oppakken.
Weer gaan staan in het licht van dat verhaal, het verhaal van Jezus,
waarin jij zelf ook betrokken bent, hoe dan ook.

Pasen daagt ons uit, ten slotte, om na te gaan,
waar in ons eigen leven, punten in komma’s kunnen worden veranderd.
De liefde die van elke punt, een komma kan maken.
Het verhaal gaat door.
Het leven van Jezus is niet voorbij.
Hij leeft verder, in ons verhaal, in daden van bevrijding,
in elke nieuwe generatie, die opstaat en zich tot Hem bekent.
Hij zelf trekt ons in het licht en neemt ons mee op die weg.
De kracht van Pasen is toch ook, om onwrikbare situaties open te breken,
om ons uit onze stellingen te halen, waarin we onszelf hebben teruggetrokken,
in eigen gelijk of in verongelijktheid. Het kan altijd anders.
Maar dan moet je wel zelf ook op staan, in beweging komen,
meegaan in de beweging van bevrijding en van leven, die Jezus zelf heeft ingezet.

Wat moet bij jou in beweging komen, of blijven?
Brengt je werk, je geld, je twijfel, je gewone leven, het Paasevangelie in jou tot stilstand,
of is het andersom: brengt dit evangelie jouw geld, jouw werk,
jouw twijfel, jouw gewone leven, in beweging?

Pasen is juist: leven midden in de dood.
‘Maar Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen’.

Petrus schrijft:
‘God heeft ‘ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop’.
Nee, de opstanding van Jezus tovert deze wereld niet om in een paradijs.
Maar die geeft wel hoop.
Niet alleen op een betere toekomst, maar zeker ook op een beter heden.
Omdat de opstanding ons in beweging zet.
Omdat de opstanding ons duidelijk maakt: God is een God van leven.
Omdat we ertoe aangezet worden om ons leven, om het leven, met anderen te delen.

Wat doet het evangelie van Jezus’ opstanding met mij?

O vlam van Pasen, steek ons aan,
de Heer is waarlijk opgestaan!

Vandaag zoeken veel mensen naar hun identiteit.
Dat is van alle tijden, maar juist in onzekere tijden speelt dat sterker op.
Het is de paradox dat in onze welvarende samenleving
steeds meer mensen, en niet alleen jongeren,
kampen met depressies, burn-out
en er meer antidepressiva wordt geslikt dan ooit tevoren.
De Vlaamse psychiater Paul Verhaeghe ziet een belangrijke oorzaak
in de cultuur van neoliberalisme, waarin we steeds maar moeten presteren,
waarin hebzucht als iets goed wordt gezien,
succes een eigen verdienste en egoïsme als een deugd. Veel mensen hebben hooggestemde idealen, ook voor hun kinderen. Maar het kind stemt niet altijd overeen met de idealen van de ouders. In de film Fight Club zegt de persoon Tyler Durden iets over dit probleem

We’ve all been raised to believe that one day we all be millionaires and moviegods and rockstars. But we won’t, and we’re very, very pissed off.

Het zijn de demonen van onze tijd. Als een kind in zijn opvoeding meekrijgt dat alles, maar dan ook alles mogelijk is, vormt dit een uitstekende basis voor teleurstelling en faalangst.
In een maatschappij waarin mensen
steeds meer op zichzelf teruggeworpen worden, verkommert onze ziel.
Waar mensen bevrijd worden uit die verkrampende en verlammende angst
voor zichzelf en voor de ander, gaan we open, staan we op,
en krijgt het bevrijdend visioen van het Koninkrijk gestalte.

Als de christelijke kerk de test van de huidige veranderingen
in onze beschaving
en de overgang van het moderne naar het postmoderne tijdperk
wil doorstaan,
ben ik ervan overtuigd dat zij zich niet alleen kan bezighouden
met de schapen die keurig meelopen in haar kudde
of met het traditionele zendingswerk
dat tot doel heeft zoekers in bewoners te veranderen
en hen in de bestaande institutionele en mentale begrenzingen
van de kerken wil persen.
Zij moet buiten haar grenzen treden en proberen
de zoekers met wederzijds respect te ‘begeleiden’,
zonder daarmee per se zielen te willen winnen.
We lopen dan het risico dat niet alleen zij, maar ook wij zullen veranderen,
omdat de waarheid ons gemeenschappelijke doel is.
De waarheid die ons in Christus is gegeven,
is geen statisch object en geen reeks formules,
maar de weg en het leven, iets wat in beweging is
en ons voortdurend ertoe oproept ‘naar dieper water te varen’.

Als ik zo mijn oor te luister leg verkeren kerken de laatste tijd in crisis. Deze crisis heeft – denk ik – verschillende oorzaken, bijvoorbeeld:
de jarenlange secularisatie die geloofsgemeenschappen
de komende tijd zullen decimeren
en de coronacrisis die kerken op z’n minst uitdaagt
naar de eigen rol te kijken.
Volgens sommigen moeten men zich dan ‘herkerken’
of wordt er stoer gezegd dat we zelfs af moeten
van het idee van een levenslang predikantschap. (sic)
Als ik hier verder nadenk popt bij mij de figuur van Paulus op:
een apostel en verkondiger van het evangelie
maar daarnaast een tentenmaker.
Ergens klinkt bij deze gedachte door
bij het aankijken tegen het ambt van predikant:
of het is een vrijgestelde persoon die zich kan wijden
aan de zorg voor de gemeente in de breedste zin van het woord;
of een persoon die naast een betaalde baan
de zorg in de gemeente ‘erbij’ doet.
Hoewel ik een warm voorstander ben van de eerste opvatting,
zie ik om me heen dat de tweede opvatting steeds meer opkomt.
Moet je dan koste wat het kost vasthouden
aan de eerste opvatting – hoe legitiem die ook is –
of oog hebben voor maatschappelijk veranderende ideeën rondom dit vak?

Laatst kwam ik het idee van social enterprise tegen.
Misschien draagt dit idee bij aan het denken rondom
het zo geplaagde ambt van de predikant.
Social enterprises verdienen geld aan producten en diensten,
maar herinvesteren een groot deel van hun winst
in hun organisatie en in de gemeenschap
om zo hun maatschappelijke missie te verwezenlijken.
De maatschappelijke impact van social enterprises
wordt gerealiseerd door het aanbod van (verantwoorde)
producten en diensten, of door het personeel dat ze in dienst heeft.
Een social enterprise:

1. Heeft primair een maatschappelijk doel: impact first.
2. Realiseert dat doel als private onderneming,
met of zonder winstoogmerk, die een dienst of product levert.
3. Is financieel zelfvoorzienend gebaseerd op handel
of andere vormen van waarde uitruil:
is dus beperkt of niet afhankelijk van giften of subsidies
4. Is sociaal in de wijze waarop de onderneming wordt gevoerd:
de bestuursfilosofie is gebaseerd op medezeggenschap van alle betrokkenen, is fair naar medewerkers en leveranciers,
en bewust van haar ecologische voetafdruk.

Een social enterprise onderscheidt zich van een
traditioneel commercieel bedrijf
omdat dat zij haar maatschappelijke missie
boven financiële doelen heeft gesteld.
Commerciële bedrijven, zijn daarom zelden een social enterprise
ook al willen zij vaak in hun processen zo min mogelijk schade doen
en streven zij er naar om een bijdrage leveren aan een betere wereld. Primair streven zij altijd een financiële doel na.
Want willen social enterprises hun missie kunnen realiseren,
dan moeten zij ook financieel gezond zijn.
Het financiële doel is voor de social enterprise daarentegen
slechts een middel om haar eigenlijke, sociale missie te verwezenlijken.
Een social enterprise onderscheidt zich van traditionele goede doelen
in dat zij financieel zelfvoorzienend is.
Financieel zelfvoorzienend wil zeggen dat de social enterprise
een verdienmodel heeft gebaseerd op omzet uit diensten of producten. Omdat social enterprises door hun commerciële activiteiten
in staat zijn eigen inkomen te genereren, buiten subsidiestromen om, behouden zij een relatief grote mate van onafhankelijkheid.

ik weet het, het klinkt allemaal erg zakelijk
en dit stuk ontbeert ook iets van de ‘heiligheid’ van het ambt
– iets waar ik dus echt over na wil denken,
misschien van roeping naar beroep –
maar als we echt het ambt en de kerk willen doordenken
dan moeten we het lef willen tonen door ook aan te gaan. 
Misschien ziet het er vreemd uit om de kerk als ‘onderneming’ te zien, maar uit ervaring weet ik dat veel bestuurders van de kerk
dit al jarenlang doen, inclusief de ‘werknemers’,
dus laten we het dan nu maar ook op deze manier concretiseren.
Veel zaken zullen zeker nog beter doordacht moeten worden
zoals de predikant te zien als social entrepeneur
en de kerk als social enterprise,
maar om alleen maar zo’n concept te doordenken
kan op zich al verruimend en verfrissend zijn.

Bijna niemand heeft hem gemist:
de wilde theorie dat Bill Gates met hulp van het 5G-netwerk
het coronavirus verspreidt, zodat iedereen zijn vaccin nodig heeft.
Inmiddels vijf jaar geleden voorspelde miljardair Bill Gates
dat er weleens een virus kon ontstaan dat de hele wereld zou ontwrichten. Nu is er het coronavirus.
Dat kan geen toeval zijn, denken sommige mensen.
Gates heeft het zelf in de wereld geholpen,
zodat hij geld kan verdienen aan een vaccin,
waarbij hij en passant een chip laat implanteren
bij iedereen die dit vaccin ontvangt.
Het teken van het beest uit het Bijbelboek Openbaring,
vinden sommige christenen.
(een soortgelijke gedachte deed trouwens ook de ronde
bij de invoering van de streepjescode)
Of deze:
de anderhalvemetersamenleving is ingesteld
zodat camera’s gezichten beter kunnen herkennen.
Je hebt zulke complottheorieën waarschijnlijk wel gehoord.
Misschien haal jij je schouders erover op en vind je zoiets lachwekkend.
Hoe ga je om met zulke verontrustende berichten
en met aanhangers van complottheorieën?
Je merkt misschien dat zulke theorieën een kloof scheppen
als je erover in gesprek bent met je buren of familieleden.
Discussiëren of factchecken verkleint de kloof zelden.
Integendeel, het lijkt of je alleen maar meer
tegenover elkaar komt te staan. Hoe ga je daar nu mee om?

Allereerst: geruchten en complottheorieën zijn er altijd al geweest
en waren voor de komst van journalistiek en internet
nog veel sterker.
Jesaja en Jeremia bijvoorbeeld leefden in zo’n tijd.
Zij maanden tot kalmte: ‘Noem niet alles een samenzwering
wat zij een samenzwering noemen.
Wees niet bang voor wat hun angst aanjaagt’ (Jesaja 8:12).
‘Wees niet bang voor geruchten her en der.
Dit jaar gaat er een bang gerucht, het volgend jaar gaat er een ander’ (Jeremia 51:46).
En Jezus zei tegen zijn leerlingen:
‘Jullie zullen berichten horen over oorlogen en oorlogsdreiging.
Laat dat je dan niet verontrusten’ (Matteüs 24:6).

Een beetje nuchterheid kan dus geen kwaad.
Er zijn voortdurend nieuwe geruchten of theorieën
en die zijn echt niet allemaal waar.
Maar het kan onbevredigend zijn om alleen nuchter naar ‘de feiten’ kijken. Is het coronavirus er alleen,
omdat sommige mensen in China vleermuizen eten
en een virus van dier op mens is overgegaan?
Is het slechts stomme pech dat de globalisering
er vervolgens voor zorgde dat het zo’n wereldwijde ramp is geworden? Hoewel dat misschien heel verstandig klinkt,
is het ook nogal nihilistisch om te zeggen:
dingen gebeuren nu eenmaal omdat ze gebeuren.
Zo’n gedachtegang zit niet achter Jesaja’s, Jeremia’s en Jezus’ oproepen
tot nuchterheid.
Voor hen is de grootste reden om niet bang te zijn
de overtuiging dat God zelf aan het werk is.
‘Alleen de HEER van de hemelse machten is heilig,
voor Hem zijn angst en ontzag op hun plaats’ (Jesaja 8:13).
Jeremia ziet in de rampen die plaatsvinden
God zelf zijn oordeel uitvoeren (Jeremia 51:47).
Jezus spoort de leerlingen aan vooral waakzaam te zijn
voor de komst van de Mensenzoon.
Alle rampen die plaatsvinden, zijn het begin van de weeën,
de aankondiging van Jezus’ komst. (Matteüs 24:6-44).
Ook elders in het Nieuwe Testament kun je lezen
dat in alles wat er gebeurt God aan het werk is.
Het meest uitgebreid wordt dat geschilderd in het Bijbelboek
dat ‘Onthulling’ of ‘Openbaring’ heet.
Daar wordt gesproken over dat de dingen zijn niet wat ze lijken:
het altaar van Zeus in Pergamum is niet alleen een religieus bouwwerk,
het is de troon van Satan zelf (Openbaring 2:12).
Het Romeinse rijk is niet het rijk van vrede,
maar het is een allesverslindend godslasterlijk beest
en het geld met de afbeelding van de keizer is het teken van dat beest (Openbaring 13).

Het gevoel dat er ‘meer aan de hand is’, klopt dus volgens de Bijbel.
God is aan het werk. Dat is zeker ook verontrustend.
Angst en ontzag voor Hem zijn op hun plaats.
God kijkt niet vanuit de hemel machteloos toe,
terwijl mensen oorlog voeren, elkaar onderdrukken, bedriegen,
aan de kant zetten of zwartmaken.
God haat al dat kwaad en wil het vernietigen.
Daarom gaan volgens Openbaring zijn oordelen nu al over de wereld.
Je kunt in rampen die de wereld treffen
iets proeven van Gods woede over het kwaad
en van zijn verlangen het kwaad te vernietigen.
Uiteraard mag je er niet simplistisch over spreken,
alsof je het allemaal snapt.
Bijvoorbeeld door te veronderstellen
dat zij die het hardst getroffen worden, ook het meest gezondigd hebben. Juist het besef dat God aan het werk is, moet jou ook nederig maken.
Wie zou kunnen overzien wat God allemaal doet en waarom?
Aansluitend bij Jezus’ woorden en de beelden van Openbaring
kun je in de rampen van deze wereld ook Gods oordeel zien
en de aankondiging van Jezus’ komst om alles en iedereen te oordelen.
Jezus is én de komende rechter
én degene die Gods oordeel heeft ondergaan.
Onbegrijpelijk genoeg kan Jezus tegelijkertijd
aan de kant van het slachtoffer en van de schuldige dader staan.
Als slachtoffer liet Hij zich doodmartelen aan het kruis
om daar een misdadiger welkom te heten in het paradijs.
Gods oordelen hoeven niet alleen maar beangstigend
en verpletterend te zijn
als je ziet dat God ons zelfs in het oordeel niet alleen laat.
Juist ook dan is Hij Immanuel (Jesaja 8:8,10).
God is ook aan het werk door hen die protesteren tegen onrecht,
die zieken en slachtoffers genezen en hen niet aan hun lot overlaten.

Je hoeft het coronavirus en de verspreiding ervan
dus niet alleen maar te zien als domme pech. Er zit meer achter.
God is daarin het werk.
Je kunt er zijn oordeel in zien: deze wereld kan zo niet blijven bestaan. Tegelijkertijd:
Hij is aanwezig in ieder die er alles aan doet om er voor de ander te zijn. Hij toont Zijn liefde voor de mens.

Hoe ga je dus om met verontrustende berichten
en met aanhangers van complottheorieën?
Als je gelooft dat God aan het werk is,
is het goed om een beetje bescheiden te blijven
en niet te denken dat jij precies weet hoe het allemaal in elkaar zit. Neerkijken op mensen die bizarre theorieën aanhangen,
past al helemaal niet.
Hun intuïtie dat er (soms) meer aan de hand is,
wordt in de Bijbel bevestigd.
Maar daar krijgt dat ‘meer’ wel een heel andere invulling:
God is aan het werk!
Daarom hoef je ook niet bang te zijn voor wat er gebeurt
of wat er verteld wordt.
Wel is het terecht om ontzag te hebben voor God
die met zijn oordelen en zijn goedheid toewerkt
naar een nieuwe wereld vol gerechtigheid.