Nee, ik ga geen kritiek geven (in opbouwende zin of welke zin dan ook) op het handelen van onze nieuwe koning, die gister voor de eerste keer de Troonrede mocht uitspreken op Prinsjesdag 2013. Nee, er is iets anders wat me er toe bracht deze tekst uit 1 Samuel 8,5b aan te halen. Laatste vernam ik dat een groot aantal Nederlanders een sterke leider verlangt die zonder al te veel ‘democratisch geneuzel’ (een citaat, niet mijn woorden) besluiten neemt. Na en lange periode van kabinetten die allen de eindstreep niet haalden, voorgenomen besluiten die de Tweede of de Eerste Kamer niet doorkwamen lijkt een aantal mensen helemaal moe van het zwalkende beleid van onze bestuurders. En tot overmaat van ramp moeten we nu ook nog eens afscheid nemen van onze verzorgingsstaat en ons instellen op de ‘participatiesamenleving’. De participatiesamenleving of zoals sommigen liever zeggen ‘een samenleving waarin ieder zijn eigen broek moet ophouden en die van een ander; waar de overheid zich zoveel mogelijk uit terugtrekt’. In wezen dus een samenleving die heel veel mensen juist ooit hebben gewenst: een kleinere overheid a la het Amerikaanse concept. Maar dat is uiteindelijk niet wat de Nederlandse burger nu wil. Die wil een overheid als een moderne Sinterklaas: de overheid zorgt voor de moeilijke zaken die wij als burger liever niet op ons bordje hebben liggen en de overheid zorgt ervoor dat wij geen last hebben van welke crisis dan ook. En uiteindelijk moet de overheid dat geheel gratis bewerkstelligen. Een soort groot Nederland Disneywereld. Een sprookjespark.

‘Stel daarom een koning over ons aan om leiding te geven’ vroegen de Israëlieten aan Samuel. En God liet via Samuel aan de Israëlieten weten dat er ook nadelige kanten aan koningen zaten, maar de Israëlieten kozen toch voor een koning. En dat hebben ze geweten: eerst kregen ze Saul die na een tijdje volledig ontspoorde. Toen kwam David die op een gegeven moment een rivaal in de liefde in de frontlinie zette om zo zijn vrouw in te kunnen pikken. Daarna trad Salomo aan als koning, van wie werd gezegd dat ‘hij veel paarden had’ wat wil zeggen dat hij zaken had die hij niet op een goede manier had verkregen. ‘Stel daarom een koning over ons aan om leiding te geven’; willen de mensen echt een ‘verlicht despoot’ die met ferme hand en zonder teveel democratisch geneuzel de economie weer op de rails zet? Wil men alleen maar ‘brood en spelen’? Je zou het soms bijna gaan denken.tagcloud Troonrede 2013

Ik heb met belangstelling naar de Troonrede 2013 zitten luisteren en veel impopulaire maatregelen horen aankondigen die diep in het vlees snijden. Ik heb gehoord dat we nog meer dan voorheen ons moeten instellen op een participatiesamenleving. Een samenleving waarin meer mensen dan voorheen met elkaar de handen uit de mouwen moeten steken om te doen wat ze kúnnen doen. Ondanks alle fouten en problemen die deze regering heeft en heeft gemaakt en misschien nog moeten worden bijgesteld; is dit niet een samenleving die we wensen. Geen samenleving waarin het ‘dikke ik’ voorrang heeft, maar waar we met elkaar samen-leven? Ik hoop van harte dat we daar werkelijk met z’n allen uit komen.

Laat ik afsluiten met de woorden waarmee de koning zijn rede afsloot. “We bidden God om wijsheid voor hen die ons regeren.’

hasta

Bovenstaande poster zullen sommigen zich nog herinneren: Che Guevara, de Argentijnse marxistische revolutionair en latere compaan van Fidel Castro, de voormalige machthebber van Cuba.  Che Guevara  werd in 1967 vermoord en werd zo een vermaard ‘martelaar van de opstand tegen het kapitalisme’. Door de jaren heen heeft hij een iconische uitstraling gekregen en zijn beeltenis en de uitspraak ‘hasta la victoria siempre’ inspireerde menige rebel  en sprak tot de verbeelding.

hasta christelijk

Ooit is de kerk ook als tegenbeweging begonnen, onder andere tegen de heersende mening. Ja, ooit, want door de eeuwen heeft een groot deel van de kerk zich laten inpakken door de wereldlijke machthebbers. Hierboven staat het frontplat van een boek van de Britse theoloog Alister McGrath dat handelt over de ‘gevaarlijke ideeën’ van het protestantisme. Gelijk aan de poster van  Che Guevara staat Maarten Luther tegen een roodkleurige achtergrond van een rijzende zon. Ooit was het het protestantisme dat een steen in de kalme vijver wierp van een heersend christendom dat verzandde in schijnbaar onwrikbare structuren en zich aanpaste aan de algemene mening en verwachting. En nu staat het christendom weer voor een nieuwe uitdaging: zich aanpassen aan de algemene mening en verwachting dat ‘de grote verhalen dood zijn’, of overtuigd zijn van de ‘gevaarlijke ideeën’ van het hele christendom (niet alleen van het protestantisme) die dwars tegen de tijd in kunnen gaan en die diep in eigen vlees kunnen snijden, zo u wilt ‘brandend zand’ kunnen zijn? Is de Bijbel een ‘zoet boekje met verhaaltjes voor het slapengaan’ of een verzameling geschriften die mensen niet alleen kan troosten maar ook kan aanzetten om geen genoegen te nemen met de werkelijkheid zoals die op ons afkomt?

Dominee Van Nieuwpoort die onlangs met zijn collega Visser het boekje Tegengif schreef,  verwoordde het zo: ‘de teksten zouden ons wakker moeten schudden. Vervolgens zouden we kunnen nadenken over onze eigen rol. Mogelijk kunnen we bijvoorbeeld iets betekenen voor de weduwe in onze buurt. Dan gaan onze ogen open voor de kwetsbaarheid van het menselijk bestaan. De profeet Elia maakte geen knieval voor Baäl. Die Baäls zijn vandaag de heersende machten en het geld om ons heen. Elia opende daarvoor de ogen. De Bijbel zou van ons opstandige christenen moeten maken!’

Hasta la revolucion, siempre!

NASCHRIFT

Mooi te zien hoe synodescriba Plaisier zich in dit kader uitlaat over Second Love, een initiatief om overspel aan te moedigen. SGP-jongeren die tegen de reclamecampagne van dit initiatief bezwaar aantekenden , hun nek uitgestoken, kregen nul op hun rekest, steekt hij zo een hart onder de riem. Soms lijkt het of een groot deel van de christenen als verdoofde konijnen in het grote licht van de (post)moderniteit zitten te staren en niet weten wat ze moeten doen. Toch kun je, zo lijkt het mij, je eigen ethische principes wel uitdragen. Ook al lijkt het tegen de geest van de tijd in te gaan waarin zo lijkt het soms alles moet kunnen en mogen (althans, zo lang het de meerderheid bevalt…), het is goed je stem te verheffen. Ook al krijgt het christendom soms de schuld van alles wat verkeerd is in de wereld met een vaak zeer ongenuanceerd besef van de geschiedenis waarvan men ook nog grote delen gemakshalve vergeet, wees dwars, buig je knieën niet  voor de Baäls van deze tijd, wees profetisch!

Nederland, fietsland. Zo staat ons land bekend in het buitenland. En over fietsen zijn al heel wat liedjes geschreven. De Drentse formatie Skik zong het in 1997 zo:

‘wie döt mij wat, wie döt mij wat
wie döt mij wat vandage ‘k
heb de banden vol met wind
nee ik heb ja niks te klagen
wie döt mij wat, wie döt mij wat
wie döt mij wat vandage
‘k zol haost zeggen, jao het mag wel zo’

En in één van coupletten zingen ze dan:skik op fietse

‘trap de fietse deur ’t buulzand hen
op ’n zandpad langs de Duutse grens
ik denk da’k dalijk even kieken gao in’t buutenland’

En als je dan zo’n stuk gefietst hebt, dan kan het zo maar gebeuren dat je een sanitaire stop moet maken, zeg maar: naar het toilet moet. Dan is maar goed dat je in Duitsland bent want de Evangelische Kirche Deutschland (EKD), een verzameling van een aantal protestantse kerken in Duitsland, heeft een heel aardig initiatief gestart. Bij onze oosterburen heeft  namelijk het netwerk ‘Kirche in Freizeit und Tourismus’van de EKD zogenaamde Radwegekirchen (‘fietskerken’) gepromoot. Deze kerken worden door de plaatselijke gemeente opengesteld voor bezichtiging, voor het bezoek van toiletten, even tot rust komen en je kunt er weer verder op weg worden geholpen.

Volgens mij een prachtig initiatief waarbij kerken hun functie ook doordeweeks kunnen uitbuiten. Ik zie het in Nederland gebeuren: via fietsknooppunten wordt je de weg gewezen naar een plaatselijke kerk waar je even je natje en je droogje kunt gebruiken, waar je even kunt relaxen en meer informatie krijgt. En ook een plaats waar je ondersteuning kunt krijgen (in de breedste zin van het woord) als je daar om verlegen zit.

De kerk middenin de samenleving op een heel basale wijze, maar op een manier waarvoor een kerk echt bedoeld is: richtingaanwijzer, wegwijzer en vluchtheuvel.

Martin Luther KingVandaag is het precies 50 jaar geleden dat dominee Martin Luther King jr. zijn beroemde rede ‘I have a dream’ uitsprak op de trappen van het Lincoln Memorial in Washington. In zijn rede stelde hij de grote ongelijkheid aan de kaak tussen blanken en zwarten ondanks het feit dat de slavernij in de Verenigde Staten in feite al was afgeschaft in 1865. In de praktijk van alledag waren zwarten dan wel medeburgers, maar dan wel van een b-garnituur. Jezelf beter, belangrijker achten dan de ander, het is een algemeen menselijke valkuil die nog nooit is opgevuld. Het blijft werken aan ideaal dat God heeft met zijn wereld.

Ondanks zijn eigen levenservaring van uitsluiting en vernedering zei King in zijn rede onder andere ‘Ik heb een droom dat op een dag dit land zal verrijzen en zal leven naar de ware betekenis van haar credo: “Wij beschouwen deze waarheden als vanzelfsprekend; dat alle mensen gelijk geschapen zijn.”‘ Wat mij betreft schreef hij deze woorden niet alleen voor de Verenigde Staten, maar voor alle landen over heel de wereld.

Desmond Tutu, onder meer aartsbisschop en voorzitter van de Waarheids- en Verzoeningscommissie, die na de val van het apartheidsregime in Zuid-Afrika ernaar streefde de verschillende bevolkingsgroepen in vrede met elkaar te laten leven had eenzelfde boodschap en schreef in 2004 in zijn boek ‘God heeft een droom’

‘Ik heb een droom; zegt God. “Help me alsjeblieft die te verwezenlijken. Het is een droom over een wereld waarin alle lelijkheid, ellende en armoede, oorlog en vijandigheid, desmond tutuhebzucht en harde concurrentiestrijd, vervreemding en onenigheid worden veranderd in hun glorieuze tegendeel; een wereld waarin meer wordt gelachen, waarin vreugde en vrede overheersen, een wereld gekenmerkt door rechtvaardigheid en goedheid en mededogen en liefde en zorgzaamheid en de bereidheid tot delen. Ik heb een droom waarin het zwaard wordt omgesmeed tot ploegscharen en speren tot stoksnoeimessen; een wereld waarin Mijn kinderen weten dat ze behoren tot één familie, de menselijke familie, Gods familie, Mijn familie.”’

De droom van Martin Luther King en die verwoord door Tutu zijn tot op de dag van vandaag ‘dreams under construction’ . Ik hoop van harte dat deze dromen ooit bewaarheid mogen worden.

Leven vanuit je reiskoffertje, (of je rugzak, of wat dan ook)… hoeveel mensen hebben dat niet gedaan de afgelopen zomer- vakantieperiode. Lekker ongedwongen, geen verplichtingen, de boel de boel laten, geen overbodige bagage.  Lekker op reis, genieten van prachtige vergezichten (soms niet alleen voor je ogen, maar ook in je hoofd).

Nu het komende kerkenwerkseizoen weer voor de deur staat kan mij dat soms wat melancholisch stemmen. De relaxte instelling wordt meteen losgelaten en alles moet weer worden verantwoord in behaalde cijfers en doelen.

Als je weer geconfronteerd wordt met het feit dat volgens berichtgeving, statistieken en prognoses de kerken in Nederland en sowieso in de westerse wereld aan het leeglopen zijn. Dat de kerk die ooit een oppermachtig instituut was die de samenleving in machtige, soms beknellende greep hield nu op instorten staat. In veel dorpen en steden zijn de deuren al gesloten. De gebouwen worden nu gebruikt als woonhuis, restaurant of winkelruimte. Ooit, zo wordt gezegd, geloofde het grootste deel van de bevolking heilig in alles wat hen door haar werd voorgespiegeld. Politiek, wetgeving, cultuur, met wie je omging en met wie je sliep, niets was veilig.

Maar nu… ach, woorden schieten tekort. Nu vind je alleen nog maar de nog de sporen van de teloorgang terug van dit eens zo legendarische machtssysteem.  Veel kinderen blijven de kerk niet trouw, oudere leden sterven, er is weinig aanwas van buiten. En veel kerkgangers die blijven zijn vertwijfeld of in verlegenheid gebracht over het christelijk geloof. De rol van de bijbel en het gebed neemt af, ook bij de kerkelijke leiding. In dit opzicht hebben we te maken met een diepe geloofscrisis. En het trieste is dat de kerk zich ook wat gelegen laat liggen aan deze berichtgeving. Met angst en beven voor wat komen gaat wordt er met man en macht geprobeerd de hartslag van de kerk op gang te houden. Nieuwe initiatieven die het tij moeten keren buitelen over elkaar heen om het schip van de kerk weer op de volle zee van de samenleving te brengen.

Leven vanuit je reiskoffer… ook in je geloof
Misschien verdwijnt het kerkgebouw als meest kenmerkende symbool van christendom in Nederland, maar mensen blijven zich hoe dan ook verbinden rond Christus. Hoe? Wie weet, door bij elkaar te kruipen in provincieplaatsjes op de ‘biblebelt’, door elkaar te ontmoeten in sociale netwerken, door samen te komen op massabijeenkomsten, conferenties, festivals, jongerendagen en in huisgemeenten, monastieke ordes en megakerken. Christenen blijven samenkomen in erediensten, maar de vorm zal veranderen. Er is volgens verschillende onderzoeken, grote behoefte aan spiritualiteit onder Nederlanders. De kansen voor ‘de kerk’ liggen dus voor het oprapen. Er zijn in de kerkgeschiedenis genoeg momenten aan te wijzen dat men dacht dat de kerk z’n langste tijd nu wel gehad had. Met of zonder ‘hulp’ van de buitenwereld. Maar wat we als christenen ons moeten realiseren is dat het christendom in velerlei opzichten een reisgeloof is. we zitten vast aan aanwijsbare gebouwen, aan plaatsen. Mijns inziens laat het Lucasevangelie dat mooi zien waar Jezus met zijn studenten ook maar steeds op reis zijn. Ze zijn niet vast te pinnen maar leven op weg naar Gods Rijk.

de weg

Leven vanuit je reiskoffer…
Die ongedwongen houding van dat het allemaal uiteindelijk goed komt. Dat de leiding in Iemands handen ligt en daar geborgen is. Dat wens ik de kerk toe in het komende jaar. Nee,ik bedoel niet dat we nu helemaal niets meer hoeven te ondernemen, geen initiatieven meer hoeven te ontplooien; wel dat we zeker mogen weten dat het hoe dan ook goed komt. Dat we niet achterom kijken naar wat het allemaal was in het verleden, maar dat we vooruit blijven kijken, genieten van vergezichten, want het mooiste moet nog komen!

Ingrediënten:

  • twee komkommers (heerlijke seizoensgroente)komkommertijd
  • scheutje vooroordeel
  • vinaigre d66 ou vvd
  • wat flintertjes atheïsme
  • in hokjes gesneden staatsbemoeienis
  • blikje ongenuanceerdheid
  • flesje journalistieke luiheid

Meng alles goed door elkaar. Even laten staan zodat de ingrediënten een goed huwelijk met elkaar aan kunnen gaan. Opdienen wanneer het een en ander goed doorgerijpt is.

Serveertip: nog smakelijker met in plakjes gesneden koude eendenborst. Drink er een goed glas Châteauneuf-du-Antipape bij. Heel voedzaam voor de onderbuik!

Het asiel- en uitzettingsbeleid van de overheid blijft veel Nederlanders bezighouden. Vooral wanneer uitgezetten of uit te zetten personen een gezicht krijgen volgt een golf van medelijden. Te denken valt aan de kortgeleden uitgezonden documentaireserie ‘Uitgezet’ over over het lot van uitgezette asielkinderen en het afschuwelijke verhaal van Renata, ht Georgische meisje dat is uitgezet naar Polen terwijl ze lijdt aan leukemie. Organisaties die de belangen behartigen van asielzoekers gebruiken dit soort verhalen om de asielprocedure in Nederland aan de kaak te stellen.

Even weggeredeneerd van deze concrete gevallen lijkt het me goed om eens vanuit de ethiek het vluchtelingenbeleid tegen het licht te houden. Hierover gaat deze column.

Formeel kunnen volgens de conventie van Genève van 1951 en het bijhorend protocol van 1967 mensen pas als vluchteling worden erkend als ze kunnen aantonen dat ze individueel vervolgd worden door de overheid van hun land wegens hun ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of omdat ze tot een bepaalde sociale groep behoren. Deze conventie en/of het protocol zijn door 145 landen ondertekend en leveren de meest gebruikte criteria op om iemand als vluchteling te erkennen. Natuurlijk is het duidelijk dat er heel wat andere situaties zijn te bedenken waarin de menselijke waardigheid in het geding is en bescherming verdient. Zo kan ook vervolging door niet-gouvernementele organisaties of door ‘tradities’ (vrouwen die op de vlucht zijn voor vrouwenbesnijdenis, bijvoorbeeld) een reden zijn voor een vluchteling.Mensen kunnen echter ook op de vlucht zijn voor ecologische factoren, burgeroorlogen, overbevolking en armoede. Momenteel is het echter wel zo dat mensen die armoede, werkloosheid en andere sociaal-economische factoren ontvluchten niet in aanmerking kunnen komen voor bescherming hoewel het voor een ieder overduidelijk zal zijn dat bijvoorbeeld armoede de menselijke waardigheid schendt. De vraag is echter of hieraan tegemoet gekomen moet worden via een asielbeleid,goed wetende dat de meest hulpbehoevenden hier toch nooit kunnen geraken.
Wie de menselijke waardigheid van de armsten wil beschermen, kan dat beter op een andere manier doen. Bovendien is het bijzonder moeilijk criteria op te stellen vanaf wanneer mensen als ‘economisch vluchteling’ erkend zouden kunnen worden. Is werkloosheid voldoende of moet men kunnen aantonen dat men het gezin niet meer kan onderhouden en de kinderen honger lijden?
Nogmaals: ik herhaal de doelstelling van het vluchtelingenbeleid in het algemeen: het vluchtelingenbeleid moet erop gericht zijn zoveel mogelijk mensen op te vangen die onvrijwillig hun have en goed hebben moeten verlaten, en effectief bescherming nodig hebben.
wat moeten we dan doen met de middelen die ons ter beschikking staan? Moeten we zoveel mogelijk asielzoekers hier opvangen of moeten we die middelen zo veel mogelijk inzetten voor het creëren van oplossingen in de landen van herkomst van de vluchteling?
Moetn we hen die in ons land asiel aanvragen in het beste geval terugsturen met een terugkeerpremie, of als ze lang genoeg illegaal onderduiken een verblijfstatus geven? Dit is in zekere zin ‘onrechtvaardig’ ten aanzien van de potentiële vluchteling die nooit tot hier is gekomen, of nooit heeft
willen komen.
Het lijkt er sterk op dat, zoals de realiteit nu is, onze verdeling van middelen eigenlijk onrechtvaardig is.
Hier botst het ethisch perspectief van de rechtvaardigheid met het perspectief van het medelijden.
Puur op basis van abstracte rechtvaardigheidsprincipes zullen we vooral moeten investeren in de opvang, vredesprogramma’s, heropbouwprogramma’s
in de landen en regio’s van herkomst.
Maar op basis van de ethiek van het medelijden moet de aandacht vooral gaan naar de concrete mens die zich in onze onmiddellijke omgeving bevindt en
waarvoor we onszelf gemakkelijker verantwoordelijk achten. dubbele moraalEn juist op dat gebied beweegt zich ons gevoel: in de sfeer van de ethiek van het medelijden. Want, o ja, veel mensen zijn voorstander van een streng maar rechtvaardig asielbeleid, maar o wee wanneer een vriendinnetje of
een leerling uit de school wordt teruggestuurd, dan worden er plots door diezelfde mensen solidariteitsacties georganiseerd, brieven geschreven enzovoort.
Anders gezegd: in de ethiek van het medelijden maakt men zich drukker om mensen die terecht worden uitgewezen maar van wie we vinden dat zij ‘om humanitaire redenen’ toch hier zouden mogen blijven terwijl men in de ethiek van de rechtvaardigheid zich druk maakt over elke euro die hier overbodig wordt besteed aan mensen die asiel aanvragen, maar geen kans maken om ooit erkend te worden. Die middelen, zo vindt men dan, zouden kunnen worden aangewend om een vluchtelingenbeleid op wereldschaal beter gestalte te geven. Of nog, vanuit het perspectief van het medelijden is het de bedoeling de mensen die zich hier aandienen zoveel en zo goed mogelijk te helpen.
Vanuit het perspectief van de rechtvaardigheid daarentegen is het niet de bedoeling om hier zoveel mogelijk mensen toe te laten, maar stelt men zich de vraag hoe we de middelen rechtvaardig kunnen besteden om het vluchtelingenbeleid te optimaliseren.

Zeker, zo’n abstracte rechtvaardigheidsethiek is niet ‘menselijk’. Wie het individuele en maatschappelijke leven enkel en alleen zou inrichten op basis van rechtvaardigheidscriteria,die heeft geen leven meer. Anderzijds schiet ook het perspectief van het medelijden tekort. Het medelijden is een essentieel onderdeel (startpunt)van de ethiek, maar de ethiek moet het medelijden verbreden, uitdiepen, rationaliseren en generaliseren. Mensen moeten als morele wezens de onderbuikgevoelens met de meer abstracte principes van het verstand confronteren en omgekeerd.
Het gaat dus om een combinatie: we kunnen het niet maken iemands asielaanvraag te weigeren omdat we al ons geld willen steken in buitenlandse projecten – nog los van de argwaan over het feit of dat inderdaad wel zou gebeuren.
Anderzijds kunnen we het ook niet maken in ons vluchtelingenbeleid enkel rekening te houden met de mensen die naar hier komen om bescherming en
medeleven te vragen en het breder perspectief buiten beschouwing te laten. Maar om deze twee denkwijzes te combineren blijft een erg lastige klus.

We moeten nu echter wel de volgende afweging maken: ofwel is het een nobele doelstelling om de asielprocedure zuiver te houden, op straffe van meer illegale migratie; ofwel willen we de illegale migratie uitbannen door meer asielzoekers tot de procedure toe te laten – ook al hoort men er eigenlijk
niet in thuis. Volgens mij is alleen de eerste optie verdedigbaar.
De bedoeling van de asielprocedure is nog steeds dat de vluchteling bescherming kan worden geboden, niet dat die procedure een aanmeldcentrum wordt voor mensen die hier een tijdje willen verblijven om welke (begrijpelijke) reden dan ook.

Spartaan of Samaritaan? Mijns inziens moeten we dus zowel het een als het ander zijn. Spartaan, naar Sparta wier inwoners – zo wil de overlevering – hun kinderen met harde hand en discipline opvoedden, zowel als Samaritaan, naar de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan uit de Bijbel die een onbekende in elkaar geslagen man verzorgde.
Wat duidelijk is dat in de discussie over asiel-, vluchtelingen- en migratiebeleid met regelmaat moreel geladen termen opduiken. Toch moeten we vaststellen dat een echte ethische discussie over de kern van de zaak weinig wordt gevoerd. Meestal trekt men zich terug in het eigen gelijk en de vooroordelen ten aanzien van de tegenspeler.

Ten slotte: is in deze discussie ook nog een taak weggelegd voor de kerk? Volgens mij moet de kerk hierbij haar taak zoals zij die vanouds heeft oppakken, namelijk door een luis in de pels te zijn. Een poging hiertoe deed de Protestantse Kerk in haar communiqué:

‘Wat te doen met uitgeprocedeerde asielzoekers? Ze moeten terug. Maar ze gaan niet allemaal terug. Waarom niet? Sommigen omdat ze bang zijn terug te keren. Anderen omdat ze niet terug kunnen. Weer anderen kunnen wel terug maar willen gewoon in Nederland blijven. Iedereen heeft een eigen verhaal. Van de een klopt het verhaal, van de ander niet.
Net als onder alle groepen zitten er onder asielzoekers goedwillenden en kwaadwillenden. Maar hoe dan ook: ze zijn (nog) in Nederland. De Protestantse Kerk vindt, dat er daarom een zorgplicht is van de overheid voor deze mensen. Klinkeren’, ze op de straat terecht laten komen zonder zorg, is niet goed. Op de straat leven is een slecht leven. Het kan zelfs je dood betekenen. Het is ook niet goed voor de samenleving.
De overheid vindt dat ze geen zorgplicht heeft ten opzichte van hen die illegaal zijn. Om die reden heeft de Protestantse Kerk, via de Europese Raad van Kerken een klacht ingediend bij de Europese Commissie van sociale rechten. Op 1 juli besloot deze commissie dat de klacht ontvankelijk is. Hier is op de website melding van gemaakt. De klacht zal dus in behandeling worden genomen. Wat is de inzet? Dat uitgeprocedeerde asielzoekers recht houden op voedsel, kleding en onderdak. Volgens de Protestantse Kerk heeft ieder dat recht. Volgens de regering alleen zij die hier legaal verblijven. Wat de uitslag is, weten we niet. Het is wel goed nieuws dat de klacht grond genoeg heeft in het Europese recht om serieus genomen te worden.
Waarom vindt de Protestantse Kerk dat de overheid een zorgplicht heeft? In de eerste plaats omdat ook uitgeprocedeerde asielzoekers mensen zijn, die het recht hebben op leven. Laat het zo zijn dat ze hier ten onrechte nog zijn, ook dan laat je mensen niet de noodzakelijke middelen van bestaan ontberen.
In de tweede plaats omdat het hier gaat om mensen die vaak een traumatisch verleden hebben. Ongedocumenteerd op straat komen, voegt nieuwe trauma toe. In de derde plaats, omdat nu wel gebleken is dat niet terug willen heel verschillende redenen heeft. Natuurlijk zitten er kwaadwillenden onder de asielzoekers, maar moeten de goedwillenden daaronder lijden? Is het niet beter de zon te laten opgaan over goeden en kwaden? In de vierde plaats is de uiteindelijke kans op terugkeer groter wanneer er een voortdurende zorgplicht van de overheid is. Anders verdwijnen mensen en keren ze in ieder geval nooit terug.
Terugkeer is vaak het enige wat er op zit. Daar gaat de Protestantse Kerk niet dwars voor liggen. Integendeel. Er zijn zogenaamde transitiehuizen, waar de kerk initiatiefnemer van is. Het gaat dan wel om terugkeer met perspectief. Perspectief op veiligheid, maar ook op de mogelijkheid in het levensonderhoud te voorzien.

De kerk keert zich niet tegen overheden. De kerk gaat ook niet op de stoel van de overheid zitten. De kerk gaat ook niet over de vraag wie wel of niet een status krijgen. Maar de kerk dient wel op te komen voor mensen in de marge. De beschaving wordt afgemeten aan de vraag hoe om wordt gegaan met de wees, de weduwe en de vreemdeling, zo leren we uit de Bijbel. De menselijkheid staat op het spel. Dan kan de kerk niet zwijgen. Dan moet ze spreken, in Gods naam. Desnoods door een klacht.’

Wat mij betreft een stap(je) in de goede richting. Nu nog meer en weer het instituut ‘kerkasiel’ weer afstoffen…

Nederland ligt massaal in katzwijm door ‘dé hittegolf’ en meteen wordt het overgrote deel van het nieuws in beslag genomen door items als ‘hoe blijven de ouderen koel’ ‘heidebrand in …’ ‘vermiste jongen van 6 waar de gezamenlijke reddingsdiensten urenlang naar zoeken’ en andere berichten van die gading. (Een gedeelte van) de journalistiek rent met een ongekende hijgerigheid achter dit soort hot items (!) aan. Deze berichtgeving valt bijna een op een uit te wisselen tegen 2012, 2011 en 1999 .

Een andere valkuil waar journalisten soms intrappen is de ongenuanceerdheid ie ze overnemen van de nieuwsbron zonder zich te verdiepen in de context van hun onderwerp. Zo’n reflex zag ik bij het nieuws rondom de mazelen- en de ronde hondepidemie   die voor de zomerhitte de gemoederen warm hield. Geheel in lijn met de overheid richten de media zich op de halsstarrige houding van een achtergebleven bevolkingsgroep tot wie de moderne tijd maar niet wil doordringen. Alleen deze reformatorische christenen (ook wel – volledig verkeerd omschreven – als streng-gereformeerd) waren zo achterlijk om hun kinderen niet in te enten tegen de genoemde kinderziektes. Een beetje journalistiek spitten hadden de media ook op het spoor kunnen brengen op de ‘antiprik-‘groepen en in de antroposofische hoek, terwijl het juist in Duitsland de groep van hoogopgeleiden is die hun bedenkingen en bezwaren hebben tegen het vaccineren. Maar nee, laten we het nieuws makkelijk ‘framen’. Die toch wel wat vreemde subgroep van christenen moest toch maar eens aan de haren de 21ste eeuw ingesleept worden. Waar religieuze argumenten in het spel zijn in combinatie met kinderen is een brede opinie al snel op je hand en voorkom je een brede maatschappelijke discussie over nut, noodzaak en gevaren van preventieve vaccinatie. En het handige is: ook al zet je ze onterecht in het verdomhoekje, ze doen toch niets terug. Niemand hoeft bang te zijn voor aanslagen of doodsbedreigingen.

Ik wil even een paar jaar  teruggaan. Hoe reageerde de journalistiek op de weigeraars van de preventieve vaccinatie tegen baarmoederhalskanker van jonge meiden? Werd er toen niet veel genuanceerder gereageerd op de groep van weigeraars en heeft het RIVM op een gegeven moment het vaccineren niet stopgezet vanwege alle commotie? ‘De bevolking was slecht geïnformeerd er nog niet aan toe’ werd als reden aangevoerd. En hoorde ik de media in verband met deze epidemie over het feit dat politici zich enige tijd geleden nog  krachtig verzetten tegen de overmatige bemoeizucht van de overheid bij ongezonde levensstijlen als vetzucht en roken. Burgers kunnen immers uitstekend zelf bepalen wat goed voor hen is. Ik zie de overheid nog niet en masse mensen uit de ouderlijke bevoegdheid zetten omdat ze roken of er een andere ongezonde levensstijl op na houden. Maar rondom deze epidemie werden ouders door politici (Dupuis, Borst en Rutte) opgeroepen hun kinderen te vaccineren, want dat kinderen ziek zouden kunnen worden was volgens Rutte ‘niet Gods wil’. Er werd zelf gesproken over de verplichting kinderen te vaccineren.

Een achterliggend punt in deze hele discussie is mijns inziens dat de overheid  de vrijheden van burgers steeds minder respecteert.vrijheid van godsdienst?Aan de ene kant wordt het adagium van de terugtredende overheid steeds meer omarmt.  Er moet weer meer ruimte komen voor maatschappelijke initiatieven en burgers. Maar als er dan een minderheid een keuze maakt die de meerderheid van de mensen onwelgevallig is dan is dat niet de bedoeling?

Wat betekent dat nou: scheiding tussen kerk en staat? Houdt dat in dat de staat zich wel mag uitlaten over geloofszaken, maar dat uitspraken vanuit het geloof in het publieke domein ongewenst of zelfs ongrondwettig zijn?

Waar liggen de grenzen? Wanneer ouders hun kinderen laten besnijden is dat een ontoelaatbare aanslag op de integriteit van (onmondige) kinderen? Dat ouders hun kinderen opvoeden met geloofswaarheden… je puurste indoctrinatie? De mens is maakbaar en er kan oneindig aan gesleuteld en verbouwd worden? De mens is meester over zijn eigen lot?

Ja, misschien is dat wel een ergerpuntje dat me eigenlijk al een tijdje dwarszit en dat me tijdens deze mooie zomerdagen,  wanneer we met z’n allen weer veel buiten zijn, weer extra opvalt. Al dat zwerfvuil! ik hoorde laatst een item op tv dat de stranden na een mooie zomerdag weer vol liggen met allerlei afval. Gewoon neergekwakt terwijl er op een steenworp afstand afvalbakken staan. Gewoon om dat het kan; iemand anders moet het maar opruimen! Of erger nog: er wordt gewoon helemaal niet meer nagedacht.Samen-leving ammehoela, als ik, op de korte termijn,  maar lol heb! Er schijnen complete ‘eilanden’ van afval door de zeeën en oceanen te drijven.  Afval, dat als het niet opgeruimd wordt, een bedreiging vormt voor mens en dier. Voor een dier vaak acuut als ze plastic eten of verstrikt raken in het vuil, voor de mens op de midellange en lange termijn omdat uiteindelijke de natuur ernstig bedreigd en onleefbaar wordt.

‘Laat niet als dank voor het aangenaam verpozen, den eigenaar van ’t bosch de schillen en de dozen.’ Laat niet, als dank voor áangenaam verpoozen, den eigenaar van 't bosch de schillen en de doozenDit was vroeger een spreuk die prijkte aan het begin van een natuur- en recreatiegebied om te vermijden dat bezoekers hun rommel achterlieten. De aarde die ons in bruikleen gegeven is, die we van God gekregen hebben en mogen onderhouden, niet uitbuiten.Want uiteindelijk is het allemaal van Hem. Ons allemaal in goed vertrouwen te leen gegeven.

Vergelijk het eens met het huren van een vakantiehuisje. Aan het eind van de periode moet je dat dan weer zo schoon achterlaten als je het hebt aangetroffen. Logisch toch? Is het dan niet net zo logisch dat we de schepping van God, waarin en waarvan we mogen leven ook leefbaar achterlaten voor de generaties die na ons komen? Dat we niet ‘de schillen en de dozen’ of beter gezegd ‘het niet afbreekbare afval en de verpestte aarde’ overlaten aan anderen. Duurzaam leven betekent dat je je realiseert wat een goede heerser behoort te doen. Wij mensen zijn verantwoordelijk voor het wel en wee van al het leven op de aarde (Psalm 8: 7-9). Maar de aarde met al wat daar op leeft is er om te gebruiken, niet om te misbruiken!

Deze week bracht Paus Franciscus een bezoek aan het Italiaanse eilandje Lampedusa. Dit eiland dat op iets meer dan 100 kilometer voor de kust van Tunesië ligt, staat bekend als de “poort naar Europa”. Jaarlijks maken duizenden vluchtelingen de overtocht naar Lampedusa, vanwaar ze hopen te kunnen doorreizen naar het Europese vasteland. Maar voor heel wat vluchtelingen eindigt de gevaarlijke reis naar Lampedusa met de verdrinkingsdood. Als eerbetoon gooide de paus vanaf de boot bloemen in zee en veroordeelde hij de ‘globalisering van onverschilligheid’. “Daardoor hebben we het vermogen verloren om te huilen om het leed”. Franciscus riep de wereldgemeenschap dan ook op tot een groter mededogen voor allen die vanwege erbarmelijke omstandigheden thuis op zoek gaan naar veiligheid en een zeker bestaan. De paus stelde dat Lampedusa in plaats van en wachttoren te zijn die ongewenste vreemdelingen buiten weet te houden een vuurtoren, een lichtbaken moet zijn. Een vuurtoren voor de hele wereld, opdat mensen die een beter leven zoeken op haar kunnen koersen.

ik vind het opmerkelijk en betekenisvol dat de nieuwe paus dit bezoek aflegt als één van zijn eerste dienstreizen buiten Rome. Of dit meteen de houding van de wereldgemeenschap tegenover deze ‘gelukzoekers’  zal veranderen? Vatican Pope MigrantsNee, natuurlijk geloof ik dat niet! Maar het feit dat de paus deze kwestie weer een stem wil geven en de hele wereldgemeenschap een spiegel voorhoudt dat lijkt me niet verkeerd. Wat we dan kunnen zien is die onverschilligheid waar de paus het over heeft;  aan de kant van de organisaties die de vluchtelingen uitbuiten door hen na betaling van enorme bedragen in gammele bootjes het water opstuurt, maar evenzo de onverschilligheid waarmee het Westen deze mensen beziet: als ongewenste gelukzoekers die willen mee-eten uit de (krimpende) ruif van onze welvaart.

Aanstaande zondag zal ik een preek houden over de Barmhartige Samaritaan, een gelijkenis uit Lucas 10,25-37. In dit verhaal draait het in feite ook om onverschilligheid. Als de wetgeleerde vraagt wie de naaste is is het meer een vraag om de discussie gaande te houden. de werkelijke inhoud van vraag en antwoord laat hem koud. Hij voelt zich te verheven om zich werkelijk druk t maken om de ander. Het verhaal van de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan mag ons weer leren waar we zelf staan in het verhaal van de wereld, van de geschiedenis.

Nogmaals: zal deze dienstreis van de paus meteen tot concrete maatregelen leiden? Nee, ik denk van niet, maar hij heeft wel gedaan wat een christen kan doen: een wake-upcall geven aan iedereen. Mensen moeten weer wakker worden opstaan uit hun onverschilligheid, hun eenzelvigheid. We zijn mensen die in een groot verband met elkaar moeten leven, het gaat om goed samen-leven!