‘De tijd van de prekende en protesterende christenen is voorbij; het is tijd om de handen uit de mouwen te steken’ stond boven een artikeltje wat ik laatst las. Voeg de daad bij het woord, oftewel ‘put your money where your mouth is’! De Amerikaan Gabe Lyons heeft genoeg van christenen die alleen maar anti-… zijn en enkel op bekering uit zijn en veroordelend naar anderen zijn. Op zich een sympathieke houding van Lyons. Maar ik denk toch niet representatief voor veel christenen.  Ik denk dat veel christenen wel hun verantwoordelijkheid nemen om hun geloof te delen. In pure, praktische zin: er te zijn voor hun medemens en te laten zien wat het is om volgeling van Jezus Christus te zijn. Om het met weer een Engelstalig gezegde te omschrijven ‘practice what you preach’, breng in praktijk wat je predikt.

Lyons roept christenen op om niet alleen maar kritiek te hebben op anderen, maar om hoopvol met de handen uit de mouwen  aan het werk te gaan met Gods plan met deze aarde. Geloof is niet een zaak van enkel het hoofd, maar van het hele leven.

Nogmaals,een nobel initiatief. Maar, om bij het Engelstalige gezegde te blijven, als alleen je handen goed werk doen, maar je ‘mouth’ legt geen verantwoording af van waarom je iets doet, waarin verschil je dan van een willekeurige liefdadigheidsorganisatie? In Matteüs verwoordt Jezus het zo: ‘Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft? Doen de tollenaars niet net zo? En als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan? Doen de heidenen niet net zo?’ (Matteüs 5: 46-47).

‘Practice what you preach’, handel naar wat je preekt, maar preek ook over waarom je handelt!

‘Je kunt als vaste kerkbezoeker zondags in de kerk keurig je pepermuntrolletje doorgeven, maar vanbinnen volledig geseculariseerd zijn’ Dat is de boodschap van Herman Paul, nieuwbakken hoogleraar secularisatiestudies aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Secularisatie. Als we daar als christenen aan denken zullen we het vooral buiten de kerkmuren zoeken. Mensen die niet meer naar de kerk gaan, mensen die afgehaakt zijn… Dat zijn toch de geseculariseerden? Toch is het een indringende vraag omdat je als je met een vinger naar de ander, je met overige vier vingers naar jezelf wijst. Zijn wij, als we eerlijk naar ons zelf kijken, zo verschillend van de geseculariseerde mensheid om ons heen?

Gaan we echt anders om met ons leven. Lezen we niet dezelfde bladen, hebben we niet dezelfde zorgen? Blinken we uit in vrijgevigheid, medemenselijkheid, hebben we echt de naaste lief?

Kortom,een spannende opmerking ‘wij kunnen net zo geseculariseerd zijn’ als de meest geseculariseerde medemens!’ Waar ligt je hart, dat is de vraag waar het om draait!

Herman Paul ‘In onze tijd moeten we weer leren tegendraads te zijn. Een gemeenschap vormen waarin we uit liefde en betrokkenheid met elkaar leven. Dat staat haaks op de competitieve samenleving met haar markteconomie en individuele rechten’.   Zo kunnen mensen ontdekken dat er nog iets anders dan het adagium ‘ieder voor zich’.

Vandaag is het  in Nederland de Dag van de Duurzaamheid. en daar hoort dit jaar de slogan ‘laat het zien op 10-10’ bij. Toen ik eerder over het onderwerp duurzaamheid en de zorgen over vervuiling van de aarde schreef kwam ik er achter dat er veel ambivalentie heerst over duurzaamheid. Ook onder christenen. In sommige commentaren werd deze ambivalentie onder christenen toegeschreven aan een apocalyptische instelling waarmee een aantal christenen behept is. Immers, zo wordt door deze christenen dan gezegd, de apocalyptische rampen die worden voorspeld als we niet meer verantwoord met de aarde omgaan brengen de wederkomst van Jezus Christus dichterbij. Nu weet ik dat in het verleden de klimaatproblemen door mensen die ons van die materie bewust wilden maken soms wat te pessimistisch is geschilderd en er soms flink gesjoemeld is met feiten en cijfers. Maar ontslaat dat ons dan van de plicht om de schepping waarin wij mogen leven dan niet zo optimaal mogelijk te onderhouden en door te geven aan de generaties na ons. Over het beheer van de schepping wordt ook en juist in de Bijbel ook op heel indringende wijze een beroep op de mens gedaan.‘Wanneer jullie eenmaal in het land zijn dat ik je zal geven, moet het land rust krijgen, een sabbatsrust gewijd aan de HEER. Zes jaar achtereen mogen jullie je land inzaaien, je wijngaard snoeien en de oogst binnenhalen. Maar het zevende jaar moeten jullie het land laten rusten.’ (Leviticus 25:2-4). De schepping die we in bruikleen hebben gekregen is niet van ons en juist christenen hebben de plicht die te onderhouden. Dat heeft niets te maken, of is in tegenspraak met welk apocalyptische visie dan ook. Simpel gezegd is het een uitwerking van het gebod ‘heb uw naaste lief als uzelf’. Niemand van ons wil toch in een vergiftigde wereld leven waar het een dagelijkse strijd is om aan de dagelijkse levensbehoeften te komen?  Dat gun je dan toch ook je naaste niet, je naaste van nu niet en je naaste in de toekomst niet. Toch?

Daarom: laat het zien op 10-10… en op 11-10, op 9-10, altijd maar weer!

‘De kerk heeft in ons land vooral zichzelf de das omgedaan door eindeloos te strijden en te vechten’. Dat is een uitspraak van twee protestantse predikanten. Hoewel er zeker een kern van waarheid in deze uitspraak zit, moest ik onwillekeurig ook de verbinding leggen met de strekking van het boekje ‘Wat een held’ dat gepresenteerd wordt in het kader van de Maand van de Geschiedenis 2012. De strekking van het essay is de volgende: in Nederland is er de laatste jaren sprake van ‘inquisitiegeschiedenis’, het idee dat er moet worden afgerekend met het verleden. Er is geen held of er zit wel een (overigens soms terecht) smetje aan. En dat smetje wordt soms zo uitvergroot en er wordt met eenentwintigste eeuwse ogen naar de held gekeken dat er geen goed woord meer kan worden gezegd over desbetreffende ‘held’.  Er ontstaat een cultuur waarin soms voor elke fout gemaakt in het verleden met terugwerkende kracht nog excuus moet worden aangeboden.

Dat gevoel bekroop mij toen ik de uitspraak las zoals boven weergegeven. Ja, er is veel gestreden over wat je nu soms  ‘pietluttigheden’ vindt. Maar laten we eerlijk zeggen, lopen ook wij dan niet het gevaar bepaalde twisten te veel met onze eenentwintigste eeuwse ogen te bekijken? ik vind dat ‘de kerk’ met frisse blik vooruit moet kijken en met een open vizier de toekomst moet intreden. Niet zippen over wat er in het verleden gebeurd is, daar wel van leren, maar een positieve blik gericht houden op het heden en de toekomst!

Daarom:

‘Voorwaarts Christenstrijders, volgt uw Heer en God,
Draagt het kruis van Jezus, vreest geen hoon of spot.
Laat de moed niet zinken Jezus gaat u voor!
Over bergen door woestijnen volgt uws Meesters spoor.’

‘We all live in a yellow submarine’ is een deel van het refrein van een liedje van The Beatles uit de eind zestiger jaren van de vorige eeuw. Ik moest aan die tekst denken toen ik een quote las van spreker Eddie Bakker. ‘Een duikbootchristen komt op zondagmorgen boven water om naar de kerk te gaan, waarna hij zondagavond weer met de duikboot afdaalt. Vervolgens ziet de rest van de week niemand dat die persoon een christen is’ zo zei hij. Mensen die leven in hun eigen gele duikboot, hun geloof voor zichzelf houden, zoals dat soms door de omgeving wordt gewenst. ‘Wat jij gelooft is mij best, maar val mij er niet mee lastig’ is dan een vaak gehoorde uitspraak. Ook dacht ik onwillekeurig terug  aan een preek die heb gehouden over Ezechiël 33, waar de profeet dit te horen krijgt: ‘ Ze komen in grote groepen naar je toe en nemen tegenover je plaats, ze luisteren naar je woorden maar handelen er niet naar. Ze hebben hun mond vol van de liefde, maar ze denken alleen aan hun eigen voordeel. En jij bent voor hen niet meer dan een zanger van liefdesliedjes, iemand met een mooie stem, iemand die goed kan spelen: ze horen wel wat je zegt, maar ze handelen er niet naar.’ Mensen die zondags naar de kerk komen voor een ‘feelgood’verhaal waarin ze alleen worden ‘gekieteld’, zonder de oproep in beweging te komen. Ja, zo kun je verworden tot een duikbootchristen die zondags alleen naar de kerk komt voor een stukje gezelligheid en een ‘zanger van liefdesliedjes’ zoals zo mooi verwoord in Ezechiël. Ik noem het scherp ‘christenzijn zonder consequenties’. Want christenzijn vraagt iets van je. Christenzijn ben je 24/7. Of zoals ik aan het eind van de dienst soms zeg: ‘Draag Christus de wereld in!’

Voorzover u het nog niet door hebt: het is verkiezingstijd en de strijd om de gunst van de kiezers is nu de zomervakantie op het eind loopt volledig losgebroken. Wordt het Roemer of Rutte zo lijkt nu hamvraag. Misschien dat die vraag over een week weer andere namen naar voren brengt, niets is immers zo veranderlijk als de mening van de kiezer, maar nu is dat de vraag die mensen  bezighoudt. In die hete strijd duikt er ineens een andere poster op. De evangelist Van Ooijen die bekend is van zijn langlopende conflict met de overheid door de tekst ‘Jezus leeft!’ op het dak van zijn boerderij in de gemeente Giessenlanden, heeft nu een andere actie op touw gezet. Hij plakt over al en nergens, maar ook op de officiële plakborden voor de verkiezingsaffiches zijn poster met de tekst ‘Kies voor Jezus’.

Sympathiek of niet? Natuurlijk, op het eerste gezichtspunt is het op zijn minst een ludieke actie, die wellicht mensen laat nadenken over iets anders dan de altijd vluchtige roem van politici. Maar er zit misschien nog een theologisch addertje onder het gras: kiezen wij voor Jezus of kiest Jezus voor ons… Eerlijk gezegd  ben ik overtuigd van de laatste optie!

Aan het staartje van de Olympische Zomerspelen 2012 in Groot-Brittannië viel mij een berichtje op. De christelijke kerken bij onze westerburen willen onder het motto  ‘More Than Gold’ openstaan voor de bezoekers van de Spelen en zo laten zien dat ze ook betrokken zijn bij dit sportgebeurtenissen. De kerken proberen in het kielzog van de Spelen onder andere sportactiviteiten op te zetten want ‘sport bevordert de vrede’ zo is de gedachte. Ook staan voor de bezoekers en de deelnemers de grote kerken in Londen open en wordt er een bijzondere uitgave van het Marcusevangelie verspreidt die de teksten afwisselt met levensschetsen en getuigenissen van deelnemende sportlui; zo wordt ook aan evangelisatie gedaan. Ten slotte wordt ook aandacht besteed  aan sociale rechtvaardigheid: immers de Spelen trekken ook prostitutie aan, criminaliteit en alcohol- en drugsgebruik.

Tegenover de Olympische hoogte van de sportieve kwaliteiten van de Olympiërs die hopen met hun prestaties de hoogst haalbare trede van het sporttoneel te bereiken wordt de Areopagus (zoals Paulus, zie Handelingen 17,19vv) of om in het Britse beeld te blijven de zeepkist, de Speaker’s Corner van Hyde Park geplaatst.  Een christelijke geluid dat niet blijft staan bij de vergankelijke eer. Niet om alles te veroordelen, maar om onder meer de Olympische Spelen in een breder kader te trekken. Want het is ‘niet alles goud wat er blinkt’. Er zijn ook verliezers die de gang naar het Olympisch ereschavot aan hun neus voorbij zien gaan, zowel op het sportieve vlak als ook in het verdere leven. Dan vraagt bewustwording. De kerk wil zo laten horen dat zij een boodschap heeft aan de wereld; in twee opzichten: zij bekommert zich om haar en als tweede wil de kerk tonen dat de goede boodschap  van het evangelie niet voor een kleine incrowd, ingewijden,  is, maar van betekenis is ook voor mensen van de 21ste eeuw.

Een mooi levensmotto dat door de Prediker ons gegeven wordt (Prediker 9,9b). Zeker in deze vakantietijd: Even rust van alles, afstand nemen van alles, de batterij weer opladen. Maar als ik goed lees dat staat er alle. Alle dagen van het leven. Geen slaaf zijn van werk, hobby, regeltjes. In onze tijd lijkt dat. op de keper beschouwd, veel moeilijker dan op het eerste gezicht. In de ratrace van het dagelijks leven buffel je door omdat je denkt dat het van je gevraagd wordt en voordat je het weet verwordt de schaarse vrijetijd, de quality time (alsof de rest van je leven van inferieure kwaliteit is)  ook al tot een periode waar in je geniet MOET. ‘Geniet alle dagen van je leven’, dus niet alleen de vrije dagen ook de werkdagen, de dagen met verplichtingen van allerlei aard. 
Kortgeleden sprak Tony Blair, de voormalig premier van Groot-Brittannië, de wens uit dat christenen zich meer moesten laten gelden in de publieke ruimte. Geen geloof achter de voordeur, maar hop er het marktplein mee op! Laat je stem horen, ook in het publiek debat, want zo ziet je omgeving waar je voor staat. ‘Het is belangrijk’ zo zegt Blair ‘dat we voorbereid zijn om te spreken, vanuit het geloof te spreken en te zeggen: We zijn niet bang om te zeggen: dit is ons geloof en dit is waarom we geloven.’ we zouden ons dan in eerste instantie kunnen bezinnen over ons tijdsbesteding. Wat staat het kerkelijk leven niet vaak bol van vergaderen, trainingen en meer van van dat soort potentiële tijdsverspilling. Laten we zien dat wij niet door onze agenda worden geterroriseerd. Dat we kunnen het leven kunnen leven zoals dat bedoeld is: genietend met de mensen die je gegeven zijn, in de wereld die je gegeven is! Maak je niet druk over alles en nog wat, maar geniet van wat op je pad komt. Heb tijd voor elkaar!
‘Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven’, laten we ook zo zien dat echt alle dagen kunnen genieten in het volle vertrouwen dat er Iemand is die alles goed zal maken!

Eigenlijk is het een wijsheid van alle tijden, maar in onze tijd is eerlijkheid en gewetensvol zijn een deugd die christenen als een tweede, nee een eerste natuur, moeten hebben. Er zijn voorbeelden te over vanuit de recente geschiedenis, maar laatst kwam een zekere Frank Ouweneel in opspraak. Deze man geeft lezingen over de eindtijd en viel schromelijk door de mand omdat hij feiten een draai gaf en soms zelfs eigenhandig fabriceerde opdat die zijn boodschap beter zouden onderbouwen. Zoals ik al eerder schreef, ‘waarachtig’ zijn is essentieel voor christenen in deze tijd. Je hoeft d plooien en de scherpe kantjes die de goede boodschap heeft niet af te vijlen of om te buigen of zoals in het voorbeeld van Ouweneel geen verzonnen feiten gebruiken om die boodschap sterker te laten overkomen. Zo verwordt de goede boodschap tot een dubieuze boodschap!

Provocatie. Over De Zin Van God En Geloof, zo heet het boek van dominee Dekker uit Mastenbroek. In de boek breekt hij een lans om het evangelie met al zijn hoekigheden en  scherpe, schurende kantjes overeind te laten staan. Het christendom is altijd een tegendraadse religie geweest die veel mensen tegen zich in het harnas heeft gejaagd. Maar het heeft ook zijn miljoenen verslagen. Mensen die gegrepen werden de kracht van het christelijk geloof. Ik onderschrijf deze stelling van harte. Niet voor niets heet mijn log Brandend Zand. Schuren kan ook iets moois te weeg brengen: iets wat jaren onder de witkalk heeft gezeten kan zo maar weer aan het oppervlak komen en het daglicht weer  aanschouwen. Daar kun je op vertrouwen!

Tegendraads geloven, geloof met scherpe kantjes hoeft niet mooier gemaakt te worden, maar heeft genoeg aan zijn eigen kracht!

oftewel ‘in uw licht zien wij het licht’ (psalm 36,10b) was jarenlang het adagium van de Theologische Universiteit Kampen (nu Protestantse Theologische Universiteit, locatie Kampen), maar dat licht zal binnenkort na goed 150 jaar doven in Kampen.

Deze post zal over licht gaan, licht dat uitgaat en licht dat aangaat en misschien ook nog over licht in andere stadia. Nee, deze post is niet ingegeven door sentimentele gevoelens nu mijn ‘alma mater’ over pakweg een dikke maand haar poorten sluit en verhuist naar Groningen c.q. Amsterdam, al zal ik dit in wellicht in de marge nog aanstippen. Nee, ik werd getriggerd tot het schrijven van deze post vanwege de aanstelling van dr. Herman Paul aan de Rijksuniversiteit Groningen als bijzonder hoogleraar secularisatiestudies, of anders gezegd ‘hoe komt het dat het licht (van het christendom) uitgaat (in het Westen). Zijn leeropdracht: studie maken van secularisatie met het oog op het zelfverstaan en de missionaire roeping van de kerk. Wie heeft er aan het lichtknopje gezeten en hoe gaat het licht weer aan! In navolging van onder meer Philip Jenkins (Het vergeten christendom. De Duizendjarige Bloeitijd Van De Kerk In Het Midden-Oosten, Azië En Afrika en Gods werelddeel. Christendom, Islam En De Religieuze Crisis In Europa en kerkvader Augustinus) wil hij laten zien dat de wereldwijde al vaker periodes van krimp heeft gekend en van daaruit pessimisme ombuigen in actief christenzijn. Me dunkt, een nobele en waardevolle taak binnen kerkelijk Nederland!

Daarnaast viel mij een volgend berichtje op: de nieuwe ‘directeur Onderwijs’ (degene die ervoor zorgdraagt dat de studenten kunnen studeren) van de Protestantse Theologische Universiteit wil zich onder meer door twitterfeed en andere sociale media laten informeren. Onder het motto ‘Denk mee met theologieopleiding’ hoopt hij ‘suggesties te ontvangen voor de theologieopleiding van morgen’. Wat hij onder meer hoopt te horen is ‘wat de belangrijkste uitdaging voor de (protestantse) theologie beoefening van vandaag is’. Hij kwam tot deze actie mede door het manifest van jonge theologen (zie mijn post van vorige week).

‘Als het kalf verdronken is, dempt men de put’, was een gezegde dat in eerste instantie bij mij opkomt. Immers, al jaren loopt de kerk leeg, maar nu komt men pas met een onderzoeksvraag naar de missionaire roeping van de kerk in deze wereld. Men heeft dus jarenlang over d hoofden van de mensen heen gepreekt? En als de universiteit dan de rol van ‘voedende moeder’ verwaarloosd heeft (of is het uit luxe dat er van 5 naar 2(?) opleidingsplaatsen wordt ingekrompen) is het dan niet wat laat om nu de steven te keren?

‘Practice what you Preach’ of Bijbelser ‘heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’ (Johannes 13,34-35). Als dat het uitgangspunt is van onze handel en wandel, dan mogen toch het volgende weten  ‘Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de HEER. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: ik zal je een hoopvolle toekomst geven.’ (Jeremia 29,11)